Welke rechter is bevoegd voor internet?

24 juli 2008, 8:21 - Geplaatst onder: Auteursrecht, Internetrecht - 11 reacties

Welk recht is van toepassing op een website? Rechtsmacht op internet is een bijzonder netelig onderwerp. Zolang alles en iedereen zich in Nederland bevindt, is het duidelijk dat de Nederlandse rechter over een conflict mag beslissen. Maar dat is de uitzondering en niet de regel. In veel gevallen ligt het een stuk complexer. Dan staat de server ergens in Amerika, is het bedrijf Brits en wordt een Nederlandse gebruiker gedupeerd door een valsspeler uit Korea. Of een Fransman wordt besmaad door een Nederlander die iets schreef in de Japanse Wikipedia-pagina.

In andere rechtsgebieden zijn dit soort problemen al aan de orde geweest. Welke rechter is bevoegd als een Frans bedrijf giftig afval in de Maas dumpt, waardoor Belgische koeien die ervan drinken komen te overlijden? Volgens Europese jurisprudentie is dat zowel de Franse als de Belgische rechter. De Franse omdat de handeling in Frankrijk is verricht, en de Belgische omdat het gevolg van de handeling in België merkbaar was. Maar de Belgische rechter mag alleen oordelen over de in België geleden schade. Als er ook een Nederlandse koe zou zijn overleden, had de eigenaar daarvan naar de Nederlandse rechter gekund. De Franse rechter daarentegen kan beslissen over alle schade, ook de schade die in België en in Nederland opgelopen is.

Hoe ga je daarmee om bij internet? Internet is immers wereldwijd toegankelijk. In een recent vonnis over de site Torrent.to kwam dit aan de orde. De rechter overwoog:

Nu doet zich in het onderhavige geval de situatie voor dat de website www.torrent.to wereldwijd kan worden geraadpleegd, dat onduidelijk is in welk land de aanbieder van die website is gevestigd en dat de site kennelijk via verschillende servers in diverse landen, waaronder Nederland, wordt gehost. Uit de door Stichting BREIN overgelegde uitdraaien van de website www.torrent.to blijkt dat de site voornamelijk in de Duitse taal is opgesteld, maar zich ook specifiek richt op Nederlandse bezoekers, gelet op de aangeboden (Nederlandstalige) werken van Nederlandse artiesten en de reclameboodschappen in de Nederlandse taal. Ter zitting is voorts komen vast te staan dat de servers van waaruit de hosting plaatsvindt, in Amsterdam staan. Onder die omstandigheden kan het Nederlandse recht worden toegepast.

In 2003 vond de Utrechtse rechter zichzelf trouwens bevoegd omdat “het schadebrengende feit zich op het internet en derhalve tevens in Nederland en in het arrondissement Utrecht heeft voorgedaan.” Maar in 2005 vond de Haagse rechter zich niet bevoegd bij een geschil over reclame en merkinbreuk via een website waarbij alles erop wees dat deze zich alleen op de VS richtte. De voertaal was Engels, de maten en gewichten waren in inches en ponden, de prijzen in dollars en het telefoonnummer was een 800-nummer dat alleen in de VS gebeld kon worden.

Kortom, de vraag blijft moeilijk te beantwoorden. Het zal zoals wel vaker afhangen van de omstandigheden van het geval. Of weten jullie een handig en werkbaar criterium?

Via Volledig bericht, pardon Boek 9.

Arnoud

of lees de 11 reacties

Zeven rechten bij koop op afstand

14 juli 2008, 8:19 - Geplaatst onder: Internetrecht - 10 reacties

Bij een koop op afstand weet je vaak niet precies wat je nu koopt of bij wie. De wet kent daarom bijzondere regels voor koop op afstand, maar al die nieuwe regels zijn voor veel e-shops vaak lastig. Een overzicht:

  1. Een webwinkel moet vooraf duidelijk zijn identiteit en vestigingsadres melden.
  2. Bij elk product moet de prijs en belangrijkste kenmerken duidelijk vermeld zijn. Ook eventuele leveringskosten en andere voor - waarden moeten goed te vinden zijn.
  3. De webwinkel moet voor of bij het plaatsen van de bestelling verwijzen naar de algemene voorwaarden, anders zijn ze niet van toepassing. Alleen meesturen in de doos is niet genoeg.
  4. De webwinkel moet een bestelling meteen per e-mail of brief bevestigen. In die bevestiging moet nogmaals staan waar het bedrijf gevestigd is, en hoe het zit met ruilen, ontbinden en klachten.
  5. Het product moet binnen 30 dagen geleverd worden. Lukt dat niet, dan moet de webwinkel dat melden. De consument mag dan van de overeenkomst af (als hij dat wil).
  6. Bij aflevering moet de webwinkel duidelijk aangeven dat het product binnen zeven werkdagen mag worden teruggestuurd en hoe dat moet. De webwinkel mag alleen de kosten voor het terugsturen in rekening brengen. Wordt dat niet op de juiste manier gemeld, dan heb je drie maanden om het product terug te sturen.
  7. Een vervangend product leveren mag alleen als die mogelijkheid expliciet op de site was gemeld. Bovendien moet de webwinkel dan zelf de kosten van terugsturen betalen.

Ben ik nog regels vergeten?

Arnoud

of lees de 10 reacties

Blawgroll van het Nederlandse internetrecht

12 juli 2008, 10:18 - Geplaatst onder: Iusmentis, Internetrecht - 3 reacties

Om een of andere reden lijken Nederlandse advocaten en juristen niet zo happig op bloggen, zelfs niet als ze in hun praktijk gericht zijn op internetrecht. Het aantal Nederlandse juridische weblogs (”blawgs”) is dan ook nogal beperkt. Vandaar dat ik het tijd vond om de juristen die wél bloggen eens in het zonnetje te zetten. Goed voorbeeld doet goed volgen, nietwaar?

Het grootste blog is natuurlijk Volledig bericht, pardon Boek 9. Boek 9 was ooit de naam voor het nooit gekomen deel van het Burgerlijk Wetboek over intellectueel eigendom. Dat is dan ook het onderwerp van deze blog. Dagelijks diverse berichten, voornamelijk besprekingen van vonnissen en af en toe een leuke discussie tussen juristen.

Waarschijnlijk het oudste Nederlanse blawg is dat van Solv. Altijd een actueel overzicht van nieuwsberichten over informatierecht van Nu.nl en Webwereld, en Menno Weij en Douwe Linders leveren zeer goede inhoudelijke bijdragen.

Waarschijnlijk het breedste en in ieder geval het enaoudste is Wieringa Advocaten, met ook regelmatig aandacht over internetrecht.

Advocate Magriet Koedoder blogt over met name muziekauteursrecht, en dat heeft vaak interessante raakvlakken met internetrecht natuurlijk. Een aanrader!

Ook over auteursrecht is het blog van Evert van Gelderen van De Gier Stam. Leuk en persoonlijk geschreven.

Joris van Hoboken blogt over zoekmachines en aanverwant internetrecht.

Veel te weinig bloggen advocaat Bart Beuving en Gerrit-Jan Zwenne. Hoewel Zwenne wel al zijn Powerpoints online zet, en daarbij niet schroomt om sheets zonder bolletjes te gebruiken. Hulde!

Rechtenstudent Stefan Kulk blogt daarentegen sinds enige tijd zeer productief verdienstelijk over internetrecht, technologie en nieuwe media. Voorlopig mag hij de op onze handelsnaam inbreuk makende domeinnaam dan ook houden.

Danny Mekic’ is internetondernemer, student, paralegal en expert in met name domeinnamen. Wie nog samenvattingen van rechtenvakken nodig heeft, vindt ze vast op zijn blog.

Mijn collega Steven Ras blogt de laatste tijd wat minder vaak, maar wist in het verleden een paar keer leuk te scoren met bijvoorbeeld de analyse van de algemene voorwaarden van OTTO toen die onbedoeld hun TV’s voor 99 euro in de aanbieding gooiden.

Je zou verwachten dat hoogleraren die zich bezighouden met informatierecht allemaal dagelijks bloggen. Dat valt helaas een beetje tegen. Een positieve uitzondering is Arno Lodder met Jurel over virtuele werelden

Bij Vrijschrift blogt Wouter van Holst veel te weinig maar wel goed.

Ben ik iemand vergeten?

Arnoud

of lees de 3 reacties

Schade door de scheidsrechter

20 juni 2008, 8:13 - Geplaatst onder: Internetrecht, Contracten - 2 reacties

grot-van-rijkdom.jpgEen lezer vroeg zich af hoe het zit met schade veroorzaakt door de spelleiding van zijn online spel. De servers van het spel kunnen tijdelijk onbereikbaar zijn, of bepaalde gegevens kunnen gewist of veranderd worden, zodat de speler een waardevol object kwijtraakt of ineens weer terug is bij af in plaats van in de moeilijk te vinden Grot van Rijkdom. De spelleiding kan besluiten om iedere speler het Harnas van Naktua te geven, waardoor die ene speler die maandenlang als enige daarmee rondliep, ineens zijn grote voordeel kwijt is.

Kan dat zomaar? Ja, in principe wel. Zolang het maar binnen de spelregels of het kader van het spel ligt. Hoe zeldzaam een harnas is, is een beslissing van de spelleiding. Bij fouten ligt dat anders. Als de server het drie dagen niet doet, is dat geen onderdeel van het spel en dus kun je daar de spelleiding (exploitant) op aanspreken.

Natuurlijk heeft de spelleiding in de gebruiksovereenkomst zijn aansprakelijkheid voor schade uitgesloten. Maar daar is wel wat tegen te doen. Een bedrijf mag zijn aansprakelijkheid naar een consument toe niet zomaar uitsluiten. Dat soort bepalingen staan op de “grijze lijst” van verboden algemene voorwaarden (zie wederom hoofdstuk 10). De spelleiding moet een zeer goede reden hebben om aansprakelijkheid af te kunnen wijzen. Bij een gratis spel is die misschien nog wel te bedenken, maar als iemand elke maand 50 euro betaalt om mee te doen, kan de spelleiding niet zomaar de server drie dagen uit laten staan.

Arnoud

of lees de 2 reacties

Recht op toegang tot internet

19 juni 2008, 8:06 - Geplaatst onder: Internetrecht, Meningsuiting - 8 reacties

scriptieprijsZou ik toch helemaal vergeten om het te melden. Begin juni werd de Internet Scriptieprijs uitgereikt voor de beste scriptie over internetrecht. De winnaar van dit jaar is Marcel van Kuijk, die in Tilburg afstudeerde met het onderwerp ‘Recht op toegang tot internet?

Voor telefonie en andere belangrijke diensten bestaat er een recht op toegang. Iedereen in Nederland kan eisen op het vaste telefoonnetwerk aangesloten te worden. Maar voor internet geldt dat niet. Hoewel het vaak niet moeilijk is om toegang tot internet te krijgen, kun je dat niet eisen. Van Kuijk stelt dan ook de terechte vraag aan de orde of dat niet eens anders zou moeten. “Het internet verdringt de traditionele media van de markt en het duurt niet lang meer voordat het onmogelijk wordt om nog te kunnen functioneren in onze maatschappij zonder internettoegang.”

Maar kan dat juridisch wel afgedwongen worden? Jazeker. Uit de samenvatting:

Er bestaat namelijk een Europees Hof voor de Rechten van de Mens (het Hof). Deze rechters hebben als taak zich uit te spreken als een burger zich beroept op een vermeende schending van een bepaling van het EVRM. Het Hof heeft in de afgelopen vijf decennia enorm veel jurisprudentie gegenereerd waarin bepalingen uit het EVRM worden uitgelegd en/of geïnterpreteerd. En zo zou het kunnen gebeuren dat een recht op toegang tot het internet in de toekomst ontstaat in de jurisprudentie van het Hof. Ook het EVRM heeft een artikel dat het recht op vrije meningsuiting beschermt, namelijk artikel 10 EVRM. En het lijkt mij logisch dat als er een recht op toegang tot het internet tot ontwikkeling komt, dit gebeurt onder artikel 10 EVRM.

Ook relevant is artikel 19 van de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens. Net als artikel 10 EVRM regelt dit artikel de vrije meningsuiting. Dit recht omvat de vrijheid om “door alle middelen en ongeacht grenzen inlichtingen en denkbeelden op te sporen, te ontvangen en door te geven.” Dat is sterker geformuleerd dan artikel 10 EVRM, dat slechts spreekt van “de vrijheid om inlichtingen of denkbeelden … te verstrekken”. Hoe dan ook, het doet denken aan het recht gevonden te worden waar ik eerder over blogde.

De jury zag de brede, conceptuele aanpak van Van Kuijk als de belangrijkste reden om zijn scriptie te laten winnen:

De jury heeft de scriptie geselecteerd omdat het onderwerp tot op heden maar beperkte aandacht heeft gekregen, terwijl internettoegang een premisse is om volwaardig in de moderne informatiesamenleving te kunnen participeren. De koppeling aan een meer conceptuele benadering is een tweede pluspunt.

De hoofdprijs bestaat uit een geldprijs van 1500 euro, een betaalde studentstage bij Brinkhof, een ADSL-aansluiting van XS4ALL èn publicatie van de scriptie op www.internetscriptieprijs.nl. Hoewel dat laatste eigenlijk met elke scriptie zou moeten gebeuren natuurlijk.

Arnoud

of lees de 8 reacties

Blogruzies en weghalen van blogberichten

12 juni 2008, 8:24 - Geplaatst onder: Auteursrecht, Aansprakelijkheid, Internetrecht - 5 reacties

Een collegablogger vroeg me:

Onlangs is er bij een weblog waar ik ook voor schrijf een van de medebloggers weggegaan. Hij heeft echter bij zijn vertrek zonder overleg al zijn (meer dan 100) posts verwijderd van de weblog. Ik heb ze teruggezet omdat ik het zonde vond, en nu mailt hij dat ik zijn auteursrecht schend. Maar dat auteursrecht ligt toch bij ons als hij op onze blog publiceert?

Een blogger heeft zelf het auteursrecht op wat hij schrijft. Ook als hij dat op andermans blog doet. Door publicatie draagt hij het auteursrecht niet over maar geeft hij alleen toestemming, een licentie om dit werk te publiceren op een blog. Voor overdracht is een ondertekend document nodig waarin dat expliciet opgeschreven is. Dat mag elektronisch (mail met digitale handtekening) maar een publicatie op een website is nog lang geen overdracht.

Deze licentie werd gegeven zonder vooraf afgesproken einddatum. De vraag is dan of het redelijk is dat de auteur deze zomaar in kan trekken. Voor opzegging van een langlopende overeenkomst geldt dat het er vanaf hangt:

Of in een concreet geval opzegging mogelijk is, moet volgens de rechtspraak van de Hoge Raad beantwoord worden aan de hand van de redelijkheid en billijkheid in verband met de omstandigheden van het geval. Ten aanzien van duurovereenkomsten die voor onbepaalde tijd zijn aangegaan, neemt de (lagere) rechtspraak in kwantitatief de meeste gevallen aan dat opzegging zonder meer mogelijk is, mits een redelijke opzegtermijn in acht worden genomen. (Hijma et al., “Rechtshandeling en Overeenkomst”, nr. 297)

Maar ja, wat is een redelijke opzegtermijn bij een publicatie op internet?

Je zou hier goed kunnen betogen dat je als blogger weet dat publicatie “voor de eeuwigheid” is, en dat je daarom je eenmaal gegeven niet meer kunt intrekken. Of er moet iets heel bijzonders aan de hand zijn. Bijvoorbeeld een blog dat ineens “commercieel gaat” en deze auteur is het daar volstrekt niet mee eens. Dan kan hij de licentie intrekken omdat hij geen medewerking hoeft te verlenen aan een zodanig anders geworden blog.

Wie heeft hier wel eens mee te maken gehad?

Arnoud

of lees de 5 reacties

De ondernemer op de Marktplaats.nl

30 mei 2008, 8:10 - Geplaatst onder: Internetrecht - 4 reacties

Een lezer verkoopt regelmatig producten via Marktplaats.nl, en vroeg zich af wanneer hij nu te maken zou krijgen met de wettelijke regels voor consumentenkoop. Hoe veel producten moet hij daarvoor verkopen? Of welk ander criterium geldt er om te bepalen of hij zich aan deze regels moet houden?

Bij een consumentenkoop gaat het om de verkoop van een product aan een consument. Maar de verkoper moet dan wel handelen “in de uitoefening van een beroep of bedrijf”, zoals de wet (artikel 7:5 BW) dat noemt. Het lastige is alleen dat de wet daar geen definitie voor geeft. Er is dus geen duidelijk criterium waarmee dit eenduidig vast te stellen is.

Je kunt kijken naar bijvoorbeeld een inschrijving in het handelsregister. Als die er is, dan handelt de verkoper bedrijfsmatig. En als hij een BV of andere rechtsvorm heeft opgezet, is het ook duidelijk. Maar dat hoeft niet altijd het geval te zijn. Wat te denken bij bijvoorbeeld iemand die een Tupperware-party organiseert bij haar thuis? Volgens de Tekst & Commentaar is dat ook bedrijfsmatig handelen. De Tupperware-lady zal dus bijvoorbeeld moeten bewijzen dat een defect aan een product dat binnen zes maanden optrad, de schuld is van de koper (7:18 lid 2 BW, zie ook Alex’ gastpost over conformiteit).

In een zaak uit november 2007 kwam deze vraag aan de orde bij een hondenfokker. De koper had een pup gekocht van deze fokker, maar de pup bleek chronische nierfalen te hebben. De koper beriep zich op zijn wettelijke bescherming als consument, en de verkoper verweerde zich dat hij geen professionele fokker was. Hoe ging de rechter hiermee om?

Wil sprake zijn van beroeps- of bedrijfsmatig fokken, dan dient sprake te zijn van het in een zekere omvang en anders dan incidenteel fokken. … Het hof neemt als uitgangspunt dat ten aanzien van de vraag of de verkoper in de uitoefening van een beroep of bedrijf heeft gehandeld beslissend is wat partijen over en weer hebben verklaard en wat zij over en weer uit elkaars verklaringen en gedragingen hebben mogen afleiden. Veel zal afhangen van de manier waarop de verkoper naar buiten treedt. De professionaliteit van het handelen, dient aldus van geval tot geval te worden beoordeeld.

Vervolgens toetst het Hof een hele serie criteria, en komt tot de conclusie dat geen van allen een conclusie rechtvaardigen dat de verkoper bedrijfsmatig bezig was. Ik loop ze even langs:

  • Een fokkerij hebben: een bedrijfsmatige fokkerij kan natuurlijk, maar niet elke fokkerij is een bedrijf.
  • Een naam voeren: de klant noemde dit een handelsnaam, maar bij ook bij pure hobbyfokkers is het gebruikelijk om je kennel een naam te geven. Als uit de naam iets zou blijken dat een professionele activiteit suggereert, zou dat misschien anders zijn (denk aan woorden als “professional”, of “services”).
  • Adverteren: de verkoper adverteerde in een clubblad met haar dekreu en pups, maar omdat het blad alleen op hobbyisten gericht was, en een kleine oplage had, was de advertentie nog geen bewijs van professioneel handelen. Ook consumenten adverteren producten en diensten die zij willen leveren.
  • Een website hebben: goed, het speelde in 2004, maar ook toen al hadden genoeg consumenten en hobbyisten websites. Een fokker die trots is op zijn kennel, kan daar dus een website voor maken en daarop melden dat hij een dekreu heeft waar anderen tegen betaling gebruik van mogen maken.
  • Een betaalde kracht hebben: de verkoper betaalde iemand om te helpen in de kennel. Dat kunnen ook consumenten doen (bijvoorbeeld de hulp in de huishouding). Ook dat zegt nog niet dat je een bedrijf hebt dus.
  • Deskundig en ervaren zijn: de verkoper deed dit al jaren, maar ook hobbyisten kunnen zeer deskundig en ervaren zijn. Wederom geen bewijs dus.

Geen van de genoemde criteria afzonderlijk, noch de combinatie daarvan, overtuigde het Gerechtshof dus dat sprake zou van beroeps- of bedrijfsmatig handelen door de verkoper.

De Belastingdienst hanteert andere criteria. Zij kijken naar tijd die je in de activiteit steekt, of je financieel risico loopt, of je jezelf naar buiten presenteert als onderneming en natuurlijk of je winst maakt. Daarover kwam in deze zaak niets aan de orde. Maar het lijkt mij dat iemand die door de Belastingdienst als ondernemer wordt aangemerkt, voor het consumentenrecht als “verkoper die handelt uit beroep of bedrijf” gezien zal worden.

Met dank aan Rechtenforum.nl.

Arnoud

of lees de 4 reacties

Verslag ICT, Recht en Vertrouwen-bijeenkomst in Den Haag

28 mei 2008, 8:21 - Geplaatst onder: Internetrecht - 2 reacties

Volstaat ons juridisch kader nog voor alle nieuwe technologische ontwikkelingen? Over die vraag werd gisteren het ECP.nl-congres ICT, Recht & Vertrouwen gehouden in Den Haag. Dit in het kader van het project “Vertrouwen 2.0“, dat zich tot doel stelt een ‘roadmap’ te maken voor vertrouwen in de informatiemaatschappij. Hierbij een verslag.

Na een korte introductie van dagvoorzitter Bart Schermer van ECP.NL mocht Rogier van Laar van Logica CMG beginnen met een inleiding in de techniek en toepassingen. Hij onderscheidt vijf trends:

  1. Privacy als nieuwe valuta. Datamining en koppeling van persoonsgegevens is centraal voor veel nieuwe businessmodellen. Gratis profielen, adresboekdiensten, sociale netwerken of zelfs mobiele telefonie - in ruil voor gedetailleerde informatie over jezelf. Daarmee betaal je feitelijk met je privacy voor die dienst.
  2. Encryptie wordt gemeengoed. Nu is encryptie vaak nog een optie, maar het is veel meer aanwezig dan vroeger. Moest je lang geleden nog moeilijk doen met PGP plugins, vandaag is het een gemakkelijk te installeren Thunderbird extensie. En straks misschien zelfs standaard aanwezig zodat zelfs mijn moeder het gebruikt. Een open vraag blijft in hoeverre ook identiteiten (IP-adressen) beschermd zullen worden.
  3. Broadcasting identity. Iedereen kan meedoen, en iedereen lijkt dat ook te doen. Dit schept een behoefte aan redactie, controle en rubriceren.
  4. Ideologie als technische maatstaf. Niet langer mag alles wat kan, steeds meer landen, instanties en personen eisen blokkades of verwijdering van bepaald materiaal. Denk aan blokkades van Wikipedia of Youtube in Brazilië of China, de filters van Comcast bij peer-to-peer verkeer en het Belgische SABAM-vonnis.
  5. “Digital dragqueens”. Deze aandachttrekkende term verwees naar het feit dat zo’n 5% van de avatars van een ander geslacht is dan de speler. Mensen bouwen een ander personage op online dan ze offline zijn. Dat kan onverwachte complicaties hebben, zoals wanneer de Ierse belastingdienst je een aanslag stuurt op basis van wat je in je Hyvesprofiel beweert te bezitten.

Kees Stuurman (Van Doorne en UvT) besprak de ontwikkelingen in het juridisch kader. In de afgelopen tien jaar is er veel gereguleerd, vooral op Europees niveau. We hebben al uitgebreide regels voor elektronische handel, handtekeningen en aansprakelijkheid. De komende jaren zal er meer en ruimere regelgeving verschijnen, bijvoorbeeld voor online verzekeringen en elektronische akten. Het uitgangspunt is daarbij steeds meer verschoven van het oude “wat offline geldt, moet ook online gelden” naar “online moet er nog veel meer gelden”. Er is nu regelgeving te verwachten over bijvoorbeeld elektronische transacties tussen consumenten onderling (zoals op Marktplaats of eBay).

Daarna was het de beurt aan Christiaan Alberdingk Thijm van SOLV. Hij ging dieper in op de implicaties voor de auteurswet. Waar de wet steeds meer rechten toekent aan de exploitant, blijkt in de praktijk de consument, de afnemer van werk juist steeds meer te kunnen en te willen. Het achterliggende idee was dat rechthebbenden en afnemers graag op individueel niveau zouden willen onderhandelen over licenties en toegestaan gebruik. Vandaar DRM en kopieerbeveiligingen: dat zou deze afspraken juridisch afdwingbaar en controleerbaar maken.

Na de pauze besprak Gerrit-Jan Zwenne (Universiteit Leiden en Bird & Bird) de privacywetgeving. Zwenne is kritisch over de Wet Bescherming Persoonsgegevens. Deze gaat veel te ver en verbiedt allerlei doodnormale verwerkingen, zoals een smoelenboek op intranet of een cookie van een Japanse website. Zo zou ik deze blog moeten aanmelden omdat u uw naam achterlaat in de comments. Tegelijkertijd hoefde bijvoorbeeld Air France KLM vrijwel niets te doen toen de Amerikaanse justitie afgifte van passagiersdata eiste. Zwenne pleit voor een realistischer benadering. Kijk naar de risico’s, en niet alleen naar de theorie. Ontwerp privacy mee in nieuwe systemen (”privacy by design”).

Arno Lodder (Computer Law Institute) mocht praten over “realiteit 2.0″, de virtuele realiteit waar hij al eerder het boek Recht in een virtuele wereld over uitgaf. Aan de hand van aansprekende voorbeelden zoals de Habbo-diefstal en de Amerikaanse zaak van Bragg vs. Linden Labs liet Lodder zien welke problemen er in virtuele werelden allemaal spelen. Interessant wordt nog de zaak van Hernandez vs. IGE over gold farming.

Als laatste vertelde Cyril van der Net van wederom SOLV over handhaving van de wet op internet, in het bijzonder de auteurswet (waar Van der Net als wetgevingsjurist in 2004 bij betrokken was). Dat auteursrecht onder druk staat, is een open deur natuurlijk. Wat zou een oplossing kunnen zijn? Cyril zag een mogelijkheid voor collectief rechtenbeheer: net zoals de BUMA voor muziek en Stichting de Thuiskopie voor, inderdaad, de thuiskopie zou er bijvoorbeeld een beheersorganisatie voor rechten op internet kunnen komen. Ook zou een gespecialiseerde bemiddelaar of arbitrage-instantie voor auteursrechtgeschillen een goed idee kunnen zijn.

Na een paneldiscussie over mogelijke oplossingen. werd het tijd voor de borrel.

Alles bij elkaar een leuke bijeenkomst, vooral die borrel. Inhoudelijk was het vooral een nuttig overzicht van de bestaande problemen. De volgende keer zou het wel nuttig zijn om meer aandacht aan oplossingen te geven.

Arnoud

of lees de 2 reacties

Mag ik alleen jongens in mijn clan?

27 mei 2008, 8:40 - Geplaatst onder: Internetrecht - 9 reacties

Ok, deze is origineel. Een speler van Runescape was een clan begonnen en wilde daar geen meisjes bij. Eén van de geweigerde meiden was kennelijk juridisch onderlegd, want zij kwam met de Wet Gelijke Behandeling aanzetten. Als een werkgever een sollicitant niet mag weigeren omdat ze vrouw is, waarom deze clanleider dan wel?

De Wet Gelijke Behandeling verbiedt onderscheid op geslacht in veel gevallen. Wie een dienst aanbiedt of een aanbod tot een overeenkomst doet, mag in principe geen ongeoorloofd onderscheid maken (art. 7 lid 1 WGB). Dat geldt ook voor natuurlijke personen die niet handelen in de uitoefening van een beroep of bedrijf, als zij het aanbod in het openbaar doen.

Je zou kunnen zeggen dat een clan, een samenwerkingsverband tussen spelers in een virtuele wereld, een soort van dienst is. Of in ieder geval een samenwerkingsovereenkomst. Je belooft elkaar te helpen en je samen in te zetten voor de clan. Zolang zo’n clan beperkt blijft tot een klein groepje waar je alleen op uitnodiging lid van kunt worden, staat de WGB toe dat de leider op elke grond die hij wil mag kiezen of iemand lid mag worden of niet.

Wordt het aanbod in het openbaar gedaan, dan ligt het moeilijker. De enige redding voor deze jongen is dan nog de uitzondering dat het onderscheid mag als het gaat om “eisen die gelet op het privé-karakter van de omstandigheden waarop de rechtsverhouding ziet in redelijkheid kunnen worden gesteld.” (artikel 7 lid 3). Dat zie ik niet zo snel opgaan in deze situatie.

Van een andere orde is als de exploitant van het spel een dergelijk onderscheid zou maken. Dat speelde in 2006 bij datzelfde WoW toen een speler een ‘guild’ voor homoseksuele en lesbische spelers wilde opzetten. Exploitant Blizzard verbood dat omdat het aanleiding zou geven tot gescheld en geruzie van andere spelers.

Wat zal ik deze jongen adviseren? Wees blij dat er meisjes meedoen? :)

Arnoud

of lees de 9 reacties

Opheffen van meerdere accounts, wanneer moet dat?

23 mei 2008, 8:44 - Geplaatst onder: Privacy, Internetrecht, Contracten - 15 reacties

Een meelezende forumbeheerder mailde me:

Wij hebben geconstateerd dat een gebruiker meerdere gebruikersnamen in gebruik bleek te hebben (laten we zeggen: A, B en C). Dat is in strijd met ons forumreglement. Ik heb gebruiker A daarom aangeschreven. A heeft gereageerd en ontkende B en C in gebruik te hebben. Nu eist A in een e-mail verwijdering van zijn gebruikersnaam en al zijn berichten. Ook eist hij hetzelfde voor B en C.

Iemand die zijn account op een website of forum wil opheffen, kan opheffing eisen bij de beheerders. Dat blijkt uit de privacy-richtsnoeren van het College Bescherming Persoonsgegevens. Berichten van die persoon moet je dan ook verwijderen, tenzij dat de structuur en begrijpelijkheid van de discussie zou verstoren. In dat geval moet je ze zo veel mogelijk anonimiseren.

Hier is het lastige dat persoon A eerst ontkent eigenaar te zijn van accounts B en C, en vervolgens eist dat ze opgeheven worden. Als het beheer zelf overtuigd is dat B en C inderdaad door dezelfde persoon gebruikt worden (bijvoorbeeld omdat ze op hetzelfde moment vanaf hetzelfde IP-adres gebruikt zijn), dan zou het verzoek geen probleem moeten zijn.

Wel moet je natuurlijk controleren dat het echt A is die de mail met het verzoek stuurt. Ik zou zeggen dat zo’n verzoek vanaf het gebruikersaccount moet komen dat moet worden opgeheven (via een privébericht naar beheer bijvoorbeeld). Niet vanaf een Hotmail- of Gmail-account. de beheerder mag er vanuit gaan dat iemand die het wachtwoord heeft van een account, de eigenaar ervan is.

Dat lost meteen het probleem op met B en C: als meneer A daar ook de eigenaar van is, kan hij probleemloos drie pb’s sturen vanaf elk van de accounts en dan is het beheer keurig ingedekt.

Arnoud

of lees de 15 reacties
« Vorige PaginaVolgende Pagina »

Copyright Arnoud Engelfriet - Some rights reserved - Powered by WordPress