Risico van verzending bij koop op afstand

19 september 2008, 8:31 - Geplaatst onder: Contracten - 7 reacties

doos-bezorging-bezorgdienst-afleveren.jpgEen lezer had iets besteld bij een webwinkel, maar het pakje kwam nooit aan. Toen hij de webwinkel om opheldering vroeg, meldde die doodleuk dat de bezorging voor zijn eigen risico kwam. Dat stond zo in de algemene voorwaarden, en bovendien had de lezer “zelf de vervoerder gekozen”. Dat wil zeggen, hij had afgeweken van de standaardkeuze (DHL) en een andere vervoerder uit het lijstje op de website gekozen.

Volgens 7:11 BW ligt het risico van bezorging van een koop op afstand bij de verkoper tot het moment van aflevering bij de koper. Hoewel hiervan afgeweken kan worden, mag dat niet in de algemene voorwaarden gebeuren (art. 7:6 lid 2 BW).

De verkoper verstopt zich hier achter de zinsnede “een door deze aangewezen vervoerder”. De strekking hiervan is dat als de consument zelf met een vervoerder aankomt, het niet meer eerlijk is dat de verkoper opdraait voor de schade als die vervoerder onbetrouwbaar blijkt. Zolang de verkoper het aanbod van vervoerders bepaalt, kan hij nagaan of ze betrouwbaar genoeg voor hem zijn. Wil de koper per se dat een of andere vage fietskoerier het servies komt bezorgen, dan is het redelijk dat dat voor rekening van de koper komt.

Maar het feit dat de koper een lijstje met mogelijke vervoerders te zien krijgt, maakt nog niet dat de uiteindelijke vervoerder niet “door de verkoper aangewezen is”. De verkoper heeft er immers een aantal aangewezen, en laat de koper een voorkeur uitspreken. Het zou wat erg makkelijk zijn als je per definitie onder 7:11 BW uit kwam als je meer dan één vervoerder onder contract had. Die uitzondering geldt dus alleen als de koper met een voor de verkoper onbekende vervoerder aan komt zetten.

Wie heeft er wel eens beschadigde producten bezorgd gekregen? En hoe lang wezen verkoper en vervoerder met het vingertje naar elkaar voor de aansprakelijkheid?

Arnoud

of lees de 7 reacties

Misbruik van het recht op ontbinding van koop op afstand

16 september 2008, 8:05 - Geplaatst onder: Contracten - 15 reacties

Via een reactie op mijn bericht over zeven rechten bij koop op afstand kwam deze vraag binnen:

Welk recht heeft de webwinkel als een klant in week 30 iets heeft gekocht, de webwinkel het in week 31 op de site afprijst, de klant vervolgens dezelfde korting eist en dreigt anders gebruik te maken van dit recht om het vervolgens op dezelfde bestelling te doen maar dan afgeprijsd.

Sjonge zeg, wat een vuile truc.

Op zich kan de klant iets bestellen (ook als het afgeprijsd is) en dan de koop terugdraaien. Hij hoeft geen reden op te geven. Maar hier is de reden duidelijk en niet bepaald netjes. Dit lijkt mij een geval van misbruik van bevoegdheid (art. 3:13 BW). Je mag je recht niet misbruiken om een ander doel te halen dan waar het recht voor bedoeld is.

Wel moet de winkelier zien te bewijzen dat er sprake is van misbruik. De e-mail waarin de klant hiermee dreigt, zou daar bewijs van kunnen zijn.

Hoe zouden jullie hiermee omgaan als winkelier?

Arnoud

of lees de 15 reacties

Wanneer is de koop op afstand gesloten?

10 september 2008, 8:13 - Geplaatst onder: Contracten - 22 reacties

elsevier-koopnu.jpgEen lezer deed een poging om de serie West Wing, The Complete Series te bestellen bij de webshop van Elsevier. Hij drukte op de hiernaast afgebeelde knop, en kreeg tot zijn verbazing en teleurstelling deze tekst:

Helaas is West Wing, The Complete Series (Seizoen 1 t/m 7) tijdelijk niet leverbaar!

Nu kan het natuurlijk altijd dat dingen niet op voorraad zijn. Maar, zo vroeg onze lezer zich af: heb ik de box eigenlijk niet al gekocht? Kan ik met andere woorden Elsevier aan de koopovereenkomst houden?

Een lastige vraag. De webshop doet een aanbod (deze box voor dit bedrag) en de bezoeker gaat akkoord door op die knop te drukken. Maar ik vraag me af of mensen al verwachten de koop gesloten te hebben als ze op die knop drukken. Normaal komt er nog een hele riedel aan schermen achteraan, met bijvoorbeeld informatie over de verzendkosten waar je mee akkoord moet gaan. Vanuit die redenering is de koop pas gesloten als er in het allerlaatste scherm op “koop definitief maken” of zoiets geklikt wordt.

Maar stel nu dat de koop wel degelijk op dit moment gesloten is. Verzending is bijvoorbeeld gratis en alle informatie is al elders (bv. bij klantregistratie) afdoende gemeld. Dan zit Elsevier inderdaad vast aan de verplichting tot levering.

Elsevier heeft de box niet, kan niet leveren en schiet dan tekort in de nakoming, zoals dat heet. Dat kan tijdelijk zijn of blijvend. Als de box bij de leverancier uitverkocht is en ook niet meer komt, heet dat een blijvende onmogelijkheid tot nakoming. Zit er nieuwe voorraad aan te komen, maar duurt dat nog een jaar, dan is de onmogelijkheid slechts tijdelijk.

In beide gevallen kan de klant van de overeenkomst af als levering onmogelijk blijkt (art. 6:265 BW). In gebreke stellen is niet nodig in die situatie.

Maar kan Elsevier van de overeenkomst af? Nee, formeel gezien niet. Zij hebben beloofd te leveren en dat zullen ze moeten doen ook. Als levering onmogelijk is, kunnen ze niets anders dan wachten tot het weer mogelijk wordt dan wel tot de klant geen zin meer heeft te wachten.

Arnoud

of lees de 22 reacties

Is een webformulier invullen een koop op afstand?

16 augustus 2008, 9:55 - Geplaatst onder: Contracten - 5 reacties

archief-opslag-catalogus.jpgEen lezer had via een website een aantal motoronderdelen besteld. Dit was geen moderne winkel met winkelwagentje en online catalogus; hij moest de nummers noteren en via het bestelformulier de bestelling doorgeven. Zo gezegd, zo gedaan. Hij had alles netjes ingevuld, zijn adres erbij gezet en op “Aanvragen” geklikt. Het bedrijf had hem een mail gestuurd met wat het zou gaan kosten, en hij had teruggemaild dat dat prima was. Een paar dagen later bedacht hij zich, maar het bedrijf wilde de overeenkomst niet ontbinden. Dat mocht onze lezer helemaal niet, aldus de bedrijfsleider, want dit was helemaal geen overeenkomst op afstand. Oh nee?

Voor een overeenkomst op afstand moet er volgens artikel 7:46a lid a BW “tot en met het sluiten van de overeenkomst uitsluitend gebruik wordt gemaakt van één of meer technieken voor communicatie op afstand”. Dat is elk middel waarmee je met elkaar kunt communiceren zonder dat je bij elkaar aanwezig bent (lid d). Een formulier op een website valt daar ook gewoon onder. E-mail ook. Dus wordt hier gebruik gemaakt van “één of meer technieken voor communicatie op afstand”.

Ook moet de winkelier gebruik maken van een “door de verkoper of dienstverlener georganiseerd systeem voor verkoop of dienstverlening op afstand”. Zoals de ConsuWijzer het formuleert, de winkelier moet dus “normaal gesproken” verkopen via zo’n middel voor communicatie op afstand. Een winkel die een keer via de website een mailtje met een bestelling accepteert, is dus nog niet altijd bezig met koopovereenkomsten op afstand.

Een winkel die zijn site voorziet van een bestelformulier, is echter toch echt structureel bezig met bestellingen accepteren via internet. En dat maakt de overeenkomsten die via het formulier gesloten worden, overeenkomsten op afstand met alle bijzondere rechten en plichten van dien.

Tentamenvraag: wanneer is de overeenkomst tot stand gekomen? Bij het drukken op de “Aanvragen” knop, bij het mailtje met de prijsopgaaf of bij de retourmail met “prima”?

Arnoud

of lees de 5 reacties

Consumenten hebben toch geen geldboom in de tuin? (gastpost)

1 augustus 2008, 8:09 - Geplaatst onder: Contracten - 4 reacties

Veel winkeliers denken dat zij alleen aansprakelijk zijn voor de directe schade aan een ondeugdelijk product wanneer het product niet aan de conformiteitseis voldoet. De gevolgschade (alle andere schade) komt volgens hen voor rekening van de koper. Dat staat namelijk zo in hun algemene voorwaarden. Schade in de vorm van porto-, telefoon- en/of reiskosten wijzen ze dan ook snel van de hand als de consument deze komt reclameren. Dit is heel onrechtvaardig want de consument heeft niet gevraagd om een ondeugdelijk product.

De wetgever heeft de consument hier echter voor behoed door het opnemen van art. 7:24 BW. Dit artikel maakt het onmogelijk voor de winkelier om zijn aansprakelijkheid wettelijk te beperken tot alleen de directe schade. De geschillencommisse Elektro behandelde een geschil over een DVD speler dat dit heel mooi illustreert.

In dit geschil had een consument een DVD speler gekocht, maar na een half jaar bleek dat deze een DVD niet kan afspelen. De winkelier zag zichzelf blijkbaar als een doorgeefluik, want hij weigerde om het product te vervangen. Dit omdat de fabrikant van oordeel was dat het niet aan de DVD speler, maar aan de DVD lag. Als gevolg van de dwarse houding pleegde de consument verschillende telefoontjes en gaat een aantal keer langs voor het halen en brengen van het product. Vervolgens kwam hij bij de geschillencommisse, en die oordeelde:

Conclusie is dan ook dat het gekochte niet de eigenschappen heeft die de consument ervan mocht verwachten en dat de ondernemer gehouden is tot het primair door de consument gevorderde, namelijk kosteloze omruil voor een vervangend apparaat van gelijke kwaliteit, waarop de dvd wel werkt.

Consequentie van deze beslissing is dat ook gevolgschade die de consument hierdoor heeft geleden in de vorm van reiskosten voor het enkele malen halen en brengen van de dvd-speler en een aantal telefoongesprekken door de ondernemer moeten worden vergoed. Gezien de specificatie van de consument bepaalt de commissie die kosten in billijkheid op € 40,–.

Dit gaat op voor veel meer types gevolgschade. Wat dacht je van de wasserette, huurkosten of zelfs die halve werkdag, die je noodzakelijkerwijs moest opnemen, vergoed krijgen?

Echter hoeft de winkelier niet alle gevolgschade te vergoeden. Wanneer het product gebreken bevat die de veiligheid in geding brengen is er spraken van productaansprakelijkheid. In die gevallen is niet de winkelier maar de producent aansprakelijk. Een producent is een persoon die het eindproduct, onderdelen of grondstoffen heeft gemaakt, maar dat is ook een persoon die zijn naam, merk of ander onderscheidingsteken aanbrengt op het product.

Een goed voorbeeld hier van zijn die laptops die bij ontploften bij te heet weer. In een aantal gevallen is het huis afgebrand of is er z’n minst brandschade ontstaan. De winkelier mag je dan door verwijzen naar de fabrikant. Dat wil zeggen tenzij de winkelier dat product verbonden heeft met z’n eigen naam.

Nu weet ik dat er winkelier zullen zijn die bij het lezen van deze tekst een onrechtvaardig gevoel hebben. Immers, zij hebben het product niet gemaakt en sommige zullen aanvoeren dat de consument daarom bij de fabrikant moet reclameren. Dit zou echter een doorgeefluik mentaliteit bevorderen en dat moeten we niet hebben. De wetgever bied de winkelier wel de mogelijkheid om de kosten te verhalen, maar daarover heb ik reeds geschreven in mijn stukje ‘Calimero en het consumentenrecht’.

Alex de Kruijff
Alex is een ingenieur die elektronica en informatica heeft gestudeerd en juridische interesse heeft. Op zijn website kun je artikels over het besturingssysteem FreeBSD vinden, die je helpen bij het configureren er van.

of lees de 4 reacties

Zeven rechten bij koop op afstand

14 juli 2008, 8:19 - Geplaatst onder: Internetrecht - 10 reacties

Bij een koop op afstand weet je vaak niet precies wat je nu koopt of bij wie. De wet kent daarom bijzondere regels voor koop op afstand, maar al die nieuwe regels zijn voor veel e-shops vaak lastig. Een overzicht:

  1. Een webwinkel moet vooraf duidelijk zijn identiteit en vestigingsadres melden.
  2. Bij elk product moet de prijs en belangrijkste kenmerken duidelijk vermeld zijn. Ook eventuele leveringskosten en andere voor - waarden moeten goed te vinden zijn.
  3. De webwinkel moet voor of bij het plaatsen van de bestelling verwijzen naar de algemene voorwaarden, anders zijn ze niet van toepassing. Alleen meesturen in de doos is niet genoeg.
  4. De webwinkel moet een bestelling meteen per e-mail of brief bevestigen. In die bevestiging moet nogmaals staan waar het bedrijf gevestigd is, en hoe het zit met ruilen, ontbinden en klachten.
  5. Het product moet binnen 30 dagen geleverd worden. Lukt dat niet, dan moet de webwinkel dat melden. De consument mag dan van de overeenkomst af (als hij dat wil).
  6. Bij aflevering moet de webwinkel duidelijk aangeven dat het product binnen zeven werkdagen mag worden teruggestuurd en hoe dat moet. De webwinkel mag alleen de kosten voor het terugsturen in rekening brengen. Wordt dat niet op de juiste manier gemeld, dan heb je drie maanden om het product terug te sturen.
  7. Een vervangend product leveren mag alleen als die mogelijkheid expliciet op de site was gemeld. Bovendien moet de webwinkel dan zelf de kosten van terugsturen betalen.

Ben ik nog regels vergeten?

Arnoud

of lees de 10 reacties

Moet een koop op afstand in originele staat retour?

9 juni 2008, 8:51 - Geplaatst onder: Contracten - 13 reacties

Wie iets koopt bij een webwinkel, mag dit binnen zeven werkdagen terugdraaien. De winkelier moet het artikel dan terugnemen, en natuurlijk het geld teruggeven. Dat staat in de Wet Koop op Afstand, art. 7:46d BW. Het idee is dat je het product kunt uitproberen in die zeven werkdagen, om zo te besluiten of het bevalt of niet. Maar daarbij bestaat de kans dat het product (of de verpakking) beschadigd raakt. Mag je het dan nog terugsturen? En zo ja, mag de winkelier dan een deel van het geld houden als vergoeding voor die schade?

De juridische constructie achter dit recht is “ontbinding”. Dat wil zeggen, het contract was geldig maar wordt bij deze opgeheven, en de partijen moeten nu de eerder verrichte prestaties ongedaan maken (art. 6:271 BW). Daaruit volgt, zo bleek tijdens de invoering (26861, nr. 5, p. 24) van dit wetsartikel:

Hij zal het door hem ontvangen product derhalve in de staat waarin hij het heeft ontvangen moeten retourneren aan de verkoper. Is dit niet mogelijk, dan is de consument gehouden tot schadevergoeding voor zover de tekortkoming aan hem kan worden toegerekend (artikelen 6:74 e.v. jo. 6:273 e.v. BW).

Het criterium daarbij is dat je vanaf het tijdstip dat je redelijkerwijze met een ontbinding rekening moest houden, verplicht bent zorgvuldig om te gaan met het product. De vraag is natuurlijk wanneer dat tijdstip ingaat. Ik zou denken dat dat vanaf de ontvangst van het product is, omdat je bij het product geïnformeerd wordt over de zevendagentermijn waarbinnen je mag ontbinden. Zolang je dus nog aarzelt of je het product wilt houden, moet je netjes omgaan met het product en de verpakking.

Doe je dat niet, dan heb je weliswaar nog steeds recht om het terug te sturen, maar zul je wel een vergoeding moeten betalen voor de schade aan de verpakking of het product zelf.

Wie is hier wel eens tegenaan gelopen? En werd de retour toch geaccepteerd?

Arnoud

of lees de 13 reacties

De algemene voorwaarden van Robin Hood (gastpost)

6 juni 2008, 8:43 - Geplaatst onder: Contracten - Geen reacties

“Zakelijke klanten zijn toch rijk”, zal de winkelier hebben gedacht die specifiek voor deze groep eindgebruikers onredelijk bezwarende voorwaarden heeft opgesteld. Deze winkelier heeft goed begrepen dat consumenten goed beschermd middels een aantal dwingende wettelijke verplichtingen. En dat die zelfde verplichtingen bij zakelijke klanten onder de noemer ‘regelend recht’ vallen en er dus van mag worden afgeweken. Deze winkelier ontpopt zich dan ook als nobele bandiet die van de rijke zakelijke klanten steelt en aan de arme consument geeft. Vanuit zijn stenen fort ligt hij samen met zijn bende werknemers op de loer tot op het moment dat hij een zakelijke klant kan strikken voor een van zijn ongunstige voorwaarden. Deze winkelier heeft daarmee wel wat weg van een moderne Robin Hood.

Zoals ik vorige keer in mijn stukje ‘Bijna goed is helemaal fout’ ook al opmerkte, hebben deze winkeliers goed in de gaten dat zij van (sommige) wetsartikelen mogen afwijken. Een moderne Robin Hood laat consumenten ongemoeid en benadeelt alleen de zakelijke klant. De opmerking waar ik de vorige keer mee begon verandert dan in zo iets als “Een zakelijke klant verliest zijn rechten als hij gebreken niet binnen zeven werkdagen na de koop heeft gemeld.”

Zoals gemeld gaat het hier om regelend recht. Daarom geef ik eerst aan hoe het allemaal werkt onder het regelend recht, dus zonder dat er afwijkende afspraken over zijn gemaakt. Later ga in op de vraag of de genoemde afwijking is toegestaan.

Onderzoeksplicht & mededelingsplicht
Voor een koop, die geen consumentenkoop is, geld dat de koper het product moet onderzoeken of het product aan de overeenkomst beantwoord. De uitzondering hierop is als de verkoper bepaalde eigenschappen verzekerde of informatie, die de verkoper behoorde te kennen, niet aan de koper heeft meegedeeld. In dat geval geld net als bij een consumentenkoop dat de koper zich alleen bij de verkoper hoeft te melden nadat hij de ontdekking heeft gedaan.

“Binnen bekwame tijd na ontdekking betekent dat de koper de verkoper met spoed op de hoogte moet brengen.”, aldus de wetgever. (TK 2001-2002, 27 809, nr. 6) Wanneer de koper het product niet (volledig) hoeft te onderzoeken, zal dit doorgaans neerkomen op kortere periode dan bij een consumentenkoop het geval was geweest. De consument mag namelijk wel lanterfanten!

De Hoge Raad ontleedt, in het arrest LJN AZ7617 (HR 29 juni 2007, C06/002HR), de term bekwame tijd in een onderzoeksplicht en een mededelingsplicht. Daarbij geeft ze aan dat in twee specifieke gevallen, waaronder een consumenten op, de onderzoeksplicht niet van toepassing is. Over de onderzoeksplicht geeft de Hoge Raad aan:

In dat verband kunnen onder meer van belang zijn de aard en waarneembaarheid van het gebrek, de wijze waarop dit aan het licht treedt, en de deskundigheid van de koper.
Onder omstandigheden kan voor beantwoording van de vraag of de afgeleverde zaak aan de overeenkomst beantwoordt, een onderzoek door een deskundige nodig zijn (zie ook Parl. Gesch. Boek 7 (Inv. 3, 5 en 6), blz. 157). In beginsel mag de koper de uitslag van dit onderzoek afwachten zonder de verkoper van het onderzoek op de hoogte te brengen. Wanneer echter mag worden verwacht dat met het onderzoek langere tijd is gemoeid, of zulks tijdens de loop daarvan blijkt, volgt uit de strekking van art. 7:23 lid 1 dat de koper aan zijn wederpartij onverwijld kennis dient te geven van dat onderzoek en de verwachte duur ervan.

Het arrest LJN BB7006, dat speelde bij de Rechtbank van Rotterdam, geeft hiervan een mooi concreet voorbeeld. Het geschil gaat over de levering van een schip waar een andere motor in blijkt te zitten. De koper laat de boot onderzoeken bij een technisch deskundige derde en bezoekt daarna een advocaat. De boot blijkt niet aan de overeenkomst te voldoen. Op het moment dat hij verhaal gaat bij de verkoper zijn er inmiddels 15 weken verstreken als gevolg van dit onderzoek. De verkoper stelt zich op het stand punt dat het hier niet gaat om een bekwame tijd daar 6 weken in de rechtspraak gebruikelijk zou zijn. De rechter oordeelt als volgt:

Nu gesteld noch gebleken is dat [eiser] zelf over specifieke kennis op het gebied van scheepsmotoren beschikt, is de in art. 7:23 lid 1 BW bedoelde klachttermijn niet reeds kort na 6 april 2006, maar eerst nadat hij een deskundige, Multidiesel B.V., had geraadpleegd gaan lopen. Kennelijk heeft [eiser] vervolgens een advocaat geraadpleegd mede met het oog op de vraag of de hoofdmotor aan de koopovereenkomst beantwoordde; daarom heeft ook dat onderzoek de aanvang van de klachttermijn opgeschort. Door daarna op 9 juni 2006 bij FTS wegens de gestelde non-conformiteit te reclameren, heeft [eiser] binnen bekwame tijd zoals in art. 7:23 lid 1 BW c.q. art. 6:89 BW bedoeld bij FTS geklaagd.

Terugkomend bij de Hoge Raad, dat het arrest LJN AZ7617 (HR 29 juni 2007, C06/002HR) behandelde, meld zij over de mededelingsplicht:

In het geval van een niet-consumentenkoop dient de vraag of de kennisgeving binnen bekwame tijd is geschied te worden beantwoord onder afweging van alle betrokken belangen en met inachtneming van alle relevante omstandigheden, waaronder het antwoord op de vraag of de verkoper nadeel lijdt door de lengte van de in acht genomen klachttermijn. Een vaste termijn kan daarbij niet worden gehanteerd, ook niet als uitgangspunt.

De tijd die de koper nodig heeft voor de meldingsplicht zal dus afhangen van hoeveel tijd hij feitelijk nodig heeft gehad en het nadeel dat de verkoper leid als dit langer duurt.

Onredelijke bezwarende voorwaarden
Nu duidelijk is hoe de wetgever het regelend recht heeft ingericht, is nu van belang of de verkoper hiervan mag afwijken in het nadeel van de zakelijke koper. Voorwaarden als “Een zakelijke klant verliest zijn rechten als hij gebreken niet binnen zeven werkdagen na de koop heeft gemeld.” worden vaak opgenomen in de algemene voorwaarden. Speciaal voor algemene voorwaarden heeft de wetgever dwingend recht (art 6:246 BW) opgesteld. In artikel 6:233 sub a BW heeft de wetgever bepaald dat een voorwaarde vernietigbaar is

indien het, gelet op de aard en de overige inhoud van de overeenkomst, de wijze waarop de voorwaarden zijn tot stand gekomen, de wederzijds kenbare belangen van partijen en de overige omstandigheden van het geval, onredelijk bezwarend is voor de wederpartij

Het regelend recht gebied de zakelijke koper onderzoek of hij heeft gekregen wat de hem beloofd is en een negatief resultaat spoedig mededelen bij de verkoper. Hier mag best streng mee omgegaan worden, maar het mag er niet op neer komen dat de koper de verkoper helemaal niet kan houden aan de overeenkomst. Een dergelijke voorwaarden kan dan zeker als onredelijk bezwarend worden aangeduid. Als je verkoper na de koop niet meer wenst aangesproken te worden moet ie dat maar in heldere taal inde overeenkomst zelf regelen.

Alex de Kruijff
Alex is een ingenieur die elektronica en informatica heeft gestudeerd en juridische interesse heeft. Op zijn website kun je artikels over het besturingssysteem FreeBSD vinden, die je helpen bij het configureren er van.

als eerste

Drie ton boete voor UPC voor ongevraagd toezenden Mediabox

16 mei 2008, 9:00 - Geplaatst onder: Internetrecht, Contracten - 16 reacties

De Consumentenautoriteit heeft kabelboer UPC zeven boetes van in totaal ruim 300.000 euro opgelegd, meldt Nu.nl. De reden was de zeer agressieve manier waarop het bedrijf mensen aan de digitale televisie probeerde te krijgen: iedere analoge klant (zoals Tweakers het noemt) kreeg ongevraagd een Mediabox thuisgestuurd met een aanbod om digitale TV gratis uit te proberen. Anderen werden gebeld door een callcenter of kregen een colporteur van UPC aan de deur die ze over probeerde te halen om deze dienst te nemen.

Dat soort praktijken is keihard in strijd met de wet. Het ongevraagd toesturen van producten met het doel iemand over te halen een dienst af te nemen mag niet. Gebeurt het toch, dan mag je het product houden en zit je nergens aan vast. Los daarvan kan de Consumentenautoriteit optreden en boetes opleggen aan bedrijven die dit soort malafide praktijken hanteren.

Het sanctiebesluit schetst een behoorlijke serie overtredingen. Uit onderzoek door TNS NIPO bleek bijvoorbeeld dat 16 procent van de telefonisch benaderde klanten niet akkoord was gegaan met het aanbod, maar toch een Mediabox thuisgezonden kreeg onder verwijzing naar het telefoongesprek. En dat ging dan zo:

Binnen 3 weken ontvangt u van ons de mediabox, waarmee u de komende drie maanden gratis de gelegenheid heeft om alle voordelen van digitale televisie zelf te ervaren. […] Wilt u de box toch niet houden dan heeft u toch 3 maanden kennis kunnen maken met digitale televisie en kunt u de box gratis terugsturen. Gaat u hiermee akkoord?”

Wie hierop ‘ja’ zegt, had een jaarabonnement op digitale televisie gesloten, aldus UPC. Maar zo werkt het natuurlijk niet. Onder verwijzing naar een uitspraak van de rechtbank Zwolle concludeert de Consumentenautoriteit dan ook dat deze redenering van UPC niet opgaat.

Ook bij de ongevraagd aangeleverde Mediaboxen waren veel klachten:

“Er stond een meneer op de stoep, gestoken in een wit jasje met de tekst Pakketservice erop en met een steekwagentje en een aantal pakketten erop. Deze meneer heeft geprobeerd om het ding door mijn strot te duwen onder het mom van ‘het is gratis, meneer’.”

Terugsturen viel nog niet mee. Bright probeerde het, maar hun gemolesteerde Mediabox werd voor een bom aangezien. Voor de vernieling in vereniging van UPC’s eigendom kreeg men 300 euro boete opgelegd.

UPC verweerde zich door te stellen dat ze de aflevering per brief gemeld hadden. In de brief stond dat je de Mediabox mocht weigeren. Maar het is dan nog steeds colportage. En bij een colportagegesprek moet de colporteur meteen melden wat het oogmerk van zijn bezoek was: het sluiten van een overeenkomst voor digitale televisie. Ongeacht wat er al per brief gemeld zou zijn.

Sommige colporteurs bleken zelfs misleidende mededelingen te hebben gedaan, bijvoorbeeld dat een klant “straks geen beeld meer op de televisie zal krijgen” of dat het pakketje “voor uw vrouw” bestemd was.

Daarnaast meldde UPC nergens dat je de overeenkomst binnen zeven werkdagen weer kon ontbinden. Ook aan andere informatieplichten werd niet voldaan. Zoals de simpele plicht om te melden namens welk bedrijf je een pakketje komt afleveren.

UPC kan nog in beroep tegen het besluit.

Wie heeft er net als ik nog meer een Mediabox gehad van UPC? En wat is daarmee gebeurd?

Arnoud

of lees de 16 reacties

Bijna goed is helemaal fout (gastpost)

2 mei 2008, 8:39 - Geplaatst onder: Contracten - Geen reacties

“U heeft geen recht op herstel of vervanging, want u heeft het gebrek niet binnen zeven werkdagen gemeld.” Winkeliers die met dit excuus aan komen zetten, hebben goed begrepen dat zij van (sommige) wetsartikelen mogen afwijken, en doen dat dan uiteraard in het nadeel van de klant. Echter hebben ze niet door dat dit in veel gevallen niet is toegestaan.

Artikel 7:23 BW verplicht de koper om binnen een bekwame tijd bij de verkoper te melding wanneer een product gebreken bevat of om een andere reden niet aan de overeenkomst beantwoordt (non-conformiteit). De wetgever heeft over dit wetsartikel onder andere het volgende opgemerkt:

Artikel 7:23 lid 1 BW vereist dat de koper de verkoper binnen bekwame tijd nadat hij de de non-conformiteit heeft ontdekt of redelijkerwijs had behoren te ontdekken, kennis geeft. Of ingevolge dit artikel de koper de verkoper tijdig in kennis heeft gesteld, hangt af van tal van omstandigheden, zoals de aard van het gekochte, de deskundigheid, de onderlinge verhouding en de juridische kennis van beiden. Het verdient de voorkeur deze meer flexibele maatstaf te behouden, waarbij evenwel voor de consumentenkoop bepaald moet worden dat de termijn niet korter mag zijn dan twee maanden na ontdekking. (MvT, TK 2000-2001, 27809, nr. 3, p. 10)

Een bekwame tijd is voor een consument dus altijd minimaal twee maanden, zelfs wanneer de consument zich veel eerder kon melden bij de verkoper. Bovendien gaat deze periode pas lopen op het moment dat de consument heeft heeft ontdekt dat het product niet aan de overeenkomst beantwoorden. Een consument hoeft het product dus niet te onderzoeken op nonconformiteit. Als een dergelijk onderzoek toch plaats vindt, dan gaat de termijn pas lopen op het moment dat er een conclusie uitkomt dat het product niet aan de overeenkomst beantwoord.

Bij de koop van bepaalde zaken kan immers een langere termijn dan twee maanden acceptabel zijn. Bovendien beoogt de richtlijn te bevorderen dat consumenten ook in een andere lidstaat goederen aanschaffen, maar zou juist voor deze kopers een kennisgevingstermijn van twee maanden te knellend kunnen zijn. (MvT, TK 2000-2001, 27809, nr. 3, p. 24)

Nu de consument het product niet hoeft te onderzoeken zal een bekwame tijd niet snel langer uitvallen dan de genoemde twee maanden. Echter kunnen er uitzonderlijke omstandigheden zijn die een langere termijn rechtvaardigen. Buitenlandse consumenten zijn niet bekend met de Nederlandse taal en de Nederlandse gewoontes en zullen daar dus hinder van ondervinden. En binnenlandse consumenten zouden onopzettelijk door de winkelier gehinderd kunnen worden. In dergelijke gevallen kan een consument toch op tijd zijn als hij zich pas na die twee maanden meldt.

Bij een consumentenkoop geldt dat de winkelier niet in het nadeel mag afwijken van dit artikel. Een winkelier mag dus niet in zijn algemene voorwaarden opnemen dat de (consument)koper zich binnen zeven werkdagen meldt. En een winkelier die een vaste termijn van twee maanden hanteert, heeft het bijna goed. Er zullen dan ook niet veel consumenten zijn die er in zullen slagen om dit beding te vernietigen. Consumentenorganisaties kunnen dat echter weer wel, omdat bijna goed toch echt helemaal fout is.

Alex de Kruijff
Alex is een ingenieur die elektronica en informatica heeft gestudeerd en juridische interesse heeft. Op zijn website kun je o.a. artikels over het besturingssysteem FreeBSD vinden, die je helpen bij het configureren ervan.

als eerste
Volgende Pagina »

Copyright Arnoud Engelfriet - Some rights reserved - Powered by WordPress