Engelse woorden als merknaam

24 januari 2008, 9:00 - Geplaatst onder: Domeinnamen, Merken - 1 reactie

Het gebruik van Engelse woorden is in Nederland tegenwoordig zo normaal dat je niet meer kunt zeggen dat een woord een merk (of handelsnaam) is omdat het Engelstalig is. Tot die conclusie kwam de kortgedingrechter eind december in de zaak van het Runner Hardloopcentrum (vonnis bij Volledig bericht, pardon Boek 9). In deze zaak draaide het onder andere om de woorden “Run” en “Runner” voor producten voor hardlopers. In 1993 vond de rechtbank nog dat “Runner” een onderscheidende naam was voor zulke producten, zodat het bedrijf bescherming had voor deze naam als handelsnaam.

Dit soort discussie speelt ook vaak bij domeinnamen. Het gebeurt nogal eens dat iemand een bestaand woord vastlegt als domeinnaam, waarna een merkhouder komt klagen omdat zij dat woord gebruiken voor hun product of dienst. Nu kan op zich een gewoon woord best een merk zijn, zolang het maar onderscheidend is voor de producten waar de merkhouder het voor gebruikt. “Apple” is onderscheidend voor muziekverkoop via internet, maar niet voor een fruitstal, om eens wat te noemen.

Een voorbeeld is de site Ouders Online, waarvan uitgeverij Spaarnestad vond dat die naam te veel leek op hun tijdschrifttitel “Ouders van nu”. Echter, gezien de doelgroep was het feit dat beiden het woord “Ouders” gebruikten, onvoldoende om merkinbreuk aan te nemen.

De Telegraaf had echter met haar merk Speurders® meer succes. Hoewel “speurder” nogal algemeen klinkt, is het in de context van advertenties een bekend begrip. De site speurder.nl (zonder s) moest de domeinnaam dan ook afstaan. Hetzelfde gold voor Mijnspeurder.nl.

Een wat eigenaardige uitspraak was die inzake het Juridisch Loket. Een stichting die juridisch advies gaf, had “juridischloket.info” geregistreerd. Dat mocht niet, omdat het in strijd was met de handelsnaam waaronder de stichting het Juridisch Loket opereerde. Dit was opvallend omdat “juridisch loket” nogal beschrijvend lijkt voor de dienst van het verstrekken van juridisch advies. Bij handelsnamen is de eis van een “onderscheidend” woord echter niet zo streng als bij merken. Bovendien kun je ook hier betogen dat mensen ondertussen de kreet “juridisch loket” associeren met Het Juridisch Loket en niet zomaar een raampje met daarachter een jurist.

Arnoud

of lees de eerste reactie

Het merk cyberlaw

23 januari 2008, 8:34 - Geplaatst onder: Internetrecht, Merken - Geen reacties

Het lijkt erop dat ik deze blog niet meer aan Amerikanen mag laten lezen. Tenminste, als de Amerikaanse jurist Eric Menhart zijn zin krijgt. Die heeft namelijk het woord “cyberlaw” als merk laten registreren voor zijn juridische diensten op het gebied van internetrecht (cyberlaw dus, ja).

Op de EFF blog is te lezen:

Eric Menhart may call himself a cyberlawyer, but we think he has a lot of learn about cyberlaw — and common sense. Menhart is the author of a blog about cyberlaw issues called, logically if not innovatively, “Cyberlawg.” (As he says in the top right corner, “Cyberlawg = Cyberlaw blog.”) And he is “principal attorney” in a firm called “CyberLaw P.C.” OK, OK, we get it, he practices technology law. Based on this, he’s applied for a trademark on the use of the term “cyberlaw” in connection with the practice of, um, cyberlaw.

Volstrekt onrealistisch natuurlijk. Om merkbescherming te krijgen, moet je naam “onderscheidend vermogen” bezitten. Dat wil zeggen dat mensen aan de hand van het merk jouw dienst moeten kunnen herkennen en onderscheiden van diensten van je concurrenten. Een naam als SOLV kan dus prima voor een advocatenkantoor. Maar “advocaten en notarissen” is niet geschikt als merknaam. Iedereen in het vakgebied biedt immers advocaten- en/of notarisdiensten aan.

Natuurlijk kun je wel een bestaand woord als merk deponeren. Er geldt niet, zoals bij octrooien, de eis dat de merknaam een nieuw woord of samenstelling moet zijn. Een bekende uitgeverij heet bijvoorbeeld Boom, en dat mag gewoon. Het bedrijf heeft geen monopolie op het woord “boom” maar kan alleen andere uitgeverijen verbieden zich zo te noemen.

In 2003 is iets dergelijks ook al eens geprobeerd met “Computer Law“, wat uiteraard net zo hard afgewezen werd. Daar werd trouwens ook uitgemaakt dat “.com” achter je naam plakken het nog geen merknaam maakt.

Via Slashdot.

Arnoud

als eerste

Online scrabbelen mag alleen als het Scrabble® is

21 januari 2008, 8:15 - Geplaatst onder: Innovatie, Internetrecht, Merken - Geen reacties

Screenshot van crabulousSpellenmaker Hasbro is een rechtszaak begonnen om de online variant Scrabulous van internet te krijgen, meldde Slashdot vorige week. De site was in 2006 begonnen maar kreeg veel aandacht doordat men een versie ontwikkelden voor de sociale site Facebook: 2.3 miljoen gebruikers. En dat vond Hasbro dus niet leuk, want het is hun spel. Toch?

Eerst maar het makkelijke deel: als je een bordspel waarbij je woorden moet leggen met letters “Scrabulous” noemt, en daarbij zegt “Play the world’s favorite word game here for free!”, dan is het wel duidelijk dat je op de populariteit van Scrabble® aan het meeliften bent. Dat is merkinbreuk en dat mag dus niet.

Maar goed, dan noemen ze het “Letterblock” of zo, een naam die de schijn van aanhaken bij “Scrabble” vermijdt. En ze geven de blokjes en het bord een andere kleur. Dan wordt het lastig. Want dan kan Hasbro alleen nog in stelling brengen dat hun spelconcept overgenomen is.

Een spelconcept is als zodanig niet auteursrechtelijk beschermd. Een uitgewerkt concept kan beschermd zijn. Je mag dus niet iemands handleiding overtypen, het bord natekenen of de speelkaarten onder het kopieerapparaat leggen en het resultaat als je eigen werk verkopen. Maar op basis van het concept een eigen spel maken, mag wel.

Waar ligt de grens? Dat is, zoals altijd in het recht, lastig aan te geven. “Ontlenen” kan ook doordat je hetzelfde werk op je eigen manier weergeeft. In de Engelse vertaling van deze blogpost zal geen woord van het origineel terug te vinden zijn (behalve het woord Scrabble dan misschien), maar toch is het inbreuk op het auteursrecht om dit te vertalen. Gelukkig maar dat mijn licentie dit toestaat.

De rechter zal kijken of de twee spellen erg veel op elkaar lijken. Hoe meer punten van overeenstemming er zijn, hoe groter de kans dat er afgekeken dan wel ontleend is natuurlijk. En als ze erg lijken, draait de bewijslast om: de aangeklaagde persoon moet dan bewijzen dat hij het spel helemaal zelf bedacht heeft.

In een geval als dit:

Vier op een rij vs Four wins

(uit Hoge Raad 29 juni 2001, MB v Impag, met dank aan Dick van Engelen) bleek dat niet te doen. En ik vrees dan ook het ergste voor Scrabulous: de layout, spelregels, alles eigenlijk is zo duidelijk afgekeken van het bordspel van Hasbro dat de rechter toch heel snel inbreuk op Hasbro’s auteursrecht zal aannemen.

Arnoud

als eerste

Domeinnaambedrijf Network Solutions ‘kaapt’ domeinnamen

10 januari 2008, 8:18 - Geplaatst onder: Domeinnamen, Merken - 6 reacties

Domeinnaambedrijf Network Solutions ‘kaapt’ domeinnamen, meldt NU.nl. Network Solutions is één van de grootste bedrijven voor het registreren van domeinnamen. Als je echter op hun website gaat kijken of de domeinnaam nog vrij is, registreert Network Solutions vervolgens snel de naam om deze voor vijf dagen vast te houden. De geïnteresseerde kan de naam dan alleen nog bij Network Solutions registreren en niet meer bij een concurrent.

Dit is bepaald niet netjes natuurlijk. Als ik iemand vraag om te kijken of de Bijenkorf nog dat ene shirt heeft hangen in mijn maat, verwacht ik niet dat hij het dan snel zelf koopt om mij vervolgens het dubbele van de nieuwprijs te rekenen. Maar legaal is het in principe wel. Het is een kwestie van vertrouwen wanneer je iemand vraagt om iets voor je na te gaan dat die persoon er geen misbruik van maakt. Er gaan al jarenlang geruchten dat malafide internetbedrijven deze praktijk, domain name frontrunning, hanteren, maar dit is de eerste keer dat zo’n zaak aan het licht komt. En dan ook nog eens met één van de grootste en bekendste internetbedrijven.

In diverse voorbeelden vragen mensen of domeinnamen met merknamen nog vrij zijn, en ook die registreert Network Solutions dan vrolijk. Is het merkinbreuk om iemands merknaam te registreren, zonder dat je er ook werkelijk een website aan hangt?

In Nederland is één keer iets dergelijks aan de orde geweest. In de zaak KLM & Alitalia - Trading House Morellino had de laatste de domeinnaam “klm-alitalia.com” geregistreerd maar niet in gebruik genomen. Toch vond de rechter dat hier sprake was van merkinbreuk:

Als er geen actieve website aan een domeinnaam is gekoppeld blijft toch de dreiging van een merkinbreuk bestaan. Het gereserveerd houden van de domeinnaam klm-alitalia.com wordt aangemerkt als een gebruik voor waren waarvoor de merken zijn ingeschreven en daarmee als inbreuk op die merken.

Enigszins opmerkelijk, omdat je aan een domeinnaam zelden kunt zien voor welke dienst deze gebruikt gaat worden. Maar in dit specifieke geval lijkt het me duidelijk dat deze domeinnaam alleen voor vliegreizen en aanverwante diensten geschikt is. Het zou kunnen dat er een pizzeria is waarvan de eigenaar Kaspar Luigi Massimo heet en die al haar ingrediënten uit Italia haalt, maar dat lijkt me toch ietwat onwaarschijnlijk.

Network Solutions reageert alsof er niets aan de hand is:

In response to customer concerns about Domain Name Front Running (domains being registered by someone else just after they have conducted a domain name search), we have implemented a security measure to protect our customers. The measure will kick in when a customer searches for an available domain name at our website, but decides not to purchase the name immediately after conducting the search.

Een nogal merkwaardige reactie: om klanten te beschermen tegen mensen die zomaar hun gewenste naam registreren, registreren wij deze namen zelf maar.

Domain Name News meldt nog dat dit tegen de reglementen voor domain name registrars is:

Registrar shall not (i) submit any application for the registration, renewal, transfer, modification or cancellation of a Domain Name registration or any other request or transaction relating thereto purportedly on behalf of any Person when it is not in fact so authorized, or on behalf of a non-existent Person; (ii) accumulate or warehouse Domain Name registrations with which Registrar or such Person has no reasonable connection, for the purpose of removing them from availability for others, transferring them for immediate or deferred direct or indirect gain or profit or for any other reason whatsoever, nor shall it knowingly participate in any such undertaking.

Arnoud

of lees de 6 reacties

Auteursrecht én merk op een logo, mag dat?

15 december 2007, 8:51 - Geplaatst onder: Auteursrecht, Merken - 1 reactie

Op 1 december blogde ik over het parodiërend merkgebruik van verzekeraar Ditzo. Deze had de naam “Datzo” laten opmaken in de stijl van de merken van andere verzekeraars. Sanne Roemen stelde toen de intrigerende vraag of er ook sprake zou zijn van inbreuk op auteursrecht.

Een logo kan natuurlijk best beschermd zijn door auteursrecht. Het moet dan wel iets creatiever zijn dan bijvoorbeeld het OHRA logo -een gestileerde tekst met een rode streep- maar bijvoorbeeld het bladvormige Adidas-logo of natuurlijk het Philips-schild zijn gewoon auteursrechtelijk beschermde werken.

Een logo zoals dat van OHRA kan prima als merk beschermd worden. Het is tenslotte geschikt om de diensten van OHRA te onderscheiden van die van andere verzekeraars. Hoe artistiek of triviaal het logo is, maakt daarbij niet uit. Als je het ziet en denkt “ah ja, OHRA”, dan is het in principe geschikt als merk.

Heb je je logo als merk geregistreerd, en kopieert iemand het vervolgens, dan zou je hem zowel van inbreuk op je merk als inbreuk op auteursrecht kunnen beschuldigen. Zo’n Samenloop van rechten, zoals juristen dat noemen, is eigenlijk niet de bedoeling. In de rechtspraak is dan ook de regel ontwikkeld dat je een apart, specifiek belang moet hebben bij je claim op inbreuk van auteursrecht. Als je iets probeert te verbieden, en het lukt met je merk niet, dan mag je het niet alsnog met je auteursrecht een tweede keer proberen, is de gedachte.

adihash.jpgJe moet dus een reden hebben die niets met het merk als merk te maken heeft. Misschien verkoop je het plaatje dat in je logo zit, ook los als kunstwerk bijvoorbeeld. Denk aan een fotograaf die één van zijn mooiste foto’s als logo hanteert. Of je ziet het plaatje van hiernaast op internet en je wilt daar als Adidas wat aan doen.

Je kunt je afvragen of dit merkinbreuk is, zeker als het niet b.v. op t-shirts verkocht wordt maar gewoon gratis op internet staat. Maar inbreuk op auteursrecht is een ander verhaal. Het blad is gewoon nagetekend, en alleen de letters er onder zijn aangepast. Dat zou dus al snel inbreuk moeten zijn. Ware het niet dat dit waarschijnlijk wel een parodie op zou leveren.

De G-star broek met het vormmerk uitgelichtEen iets serieuzer voorbeeld is de G-star broek. De broek als geheel is auteursrechtelijk beschermd, en het merk was de manier waarop het kniestuk vormgegeven was. G-Star kon toen zowel haar auteursrecht als haar merkrecht inzetten tegen de broeken van concurrent Benetton. Het auteursrecht omdat Benetton nagemaakte broeken verkocht, en het merkrecht omdat de kniestukken van de Benetton-broeken verwarrend veel leken op het merk van G-Star.

Uitgebreid over oneigenlijk gebruik van auteursrecht is Liever misbruikt dan misplaatst auteursrecht: Het doelcriterium ingezet tegen oneigenlijk auteursrechtgebruik van Ashwin van Rooijen, promovendus bij het Instituut voor Informatierecht van de Universiteit van Amsterdam.

Arnoud

of lees de eerste reactie

NSFW als handelsmerk

11 december 2007, 19:56 - Geplaatst onder: Merken, Grappig - Geen reacties

Leest u deze blog ook op het werk? Ik doe mijn best educatief verantwoord te zijn, dus ik ga er vanuit dat dat geen probleem is. (Als dat wel zo is, wil ik graag weten wat voor werk u doet) Mijn links zijn in ieder geval zelden tot nooit Not Safe For Work, zoals dat zo mooi heet.

Eigenlijk zou ik Not Safe For Work® moeten schrijven, want de bedenker van deze term heeft onlangs een merkaanvraag ingediend voor deze kreet, en wel voor

Entertainment Services namely providing a website featuring photographic, audio, video and prose presentations featuring comedic captions regarding current events and online discussions and/or reviews of web materials of an adult nature; Entertainment services, namely, providing a web site featuring musical performances, musical videos, related film clips, photographs, and other multimedia materials; Entertainment services, namely, providing on-line reviews of photogrpahs and /or web postings of an adult nature

Naar goed gebruik was iedereen, van Slashdot tot Ars Technica daar erg boos over. En dat was nou net de bedoeling.

Want wat meldde Fark zelf op maandagavond:

1) Yes, we applied for it.
2) Can’t comment on the prank angle other than “stay tuned.”
3) Muhahaha.

Arnoud

als eerste

Vergelijkende reclame: mag dat, dat Datzo?

1 december 2007, 11:40 - Geplaatst onder: Merken - 14 reacties

Nou kijk ik geen reclame, maar dankzij Arjan kwam ik toch deze advertenties tegen (op Geenstijl, of all places):

datzonu.png

Het gaat hier om een guerilla-marketingactie van nieuwe verzekeraar Ditzo. Via deze speelse vorm van vergelijkende reclame wil men snel aandacht krijgen, en dat lukt nog ook. Maar is dat geen merkinbreuk?

Vergelijkende reclame is in Nederland toegestaan. Artikel 6:194a BW zegt dat het noemen van een concurrent, en het vergelijken van producten of diensten met die van de concurrent mag, maar wel onder bepaalde voorwaarden. Kort gezegd moet de vergelijking eerlijk, objectief en niet misleidend zijn. Ook mag je geen verwarring stichten over van wie de reclame afkomstig is.

Nu zou je kunnen denken, ach het is een parodie en die mogen toch? Niet bij reclame. Want een parodie moet primair als grap bedoeld zijn en geen (direct) commercieel motief hebben. In de zaak hiernaast was volgens Beemsterkaas sprake van een parodie op de Melkunie-campagne met Peer “Nog zo gezegd: geen bommetje!” Mancini, en je concurrent komt met de advertentie uit de linkermarge, dan sta je mooi te kijk. Die concurrent profiteert van de herkenbaarheid van jouw reclame, dus van jouw reclame-investeringen, om zo gemakkelijk te scoren. Ook al komen ze, heel grappig, met een disclaimer aan het begin: “Nee nee, ik ben een broer!” (via Reclameblog. Die Beemsterkaas-reclame werd dan ook verboden (foto via IEPT).

In een andere zaak was gebruik van een lookalike van Katja Schuurmans geen geoorloofde parodie op de Gouden Gids reclame. Een parodie kenmerkt zich door het ontbreken van concurrentiemotieven en het ontbreken van verwarringsgevaar, aldus het vonnis. Ook liftte de concurrent mee op de bekendheid en de goodwill van Gouden Gids, door gebruik te maken van een advertentie die zozeer gelijkend is aan de omslag van Gouden Gids. En ook dat mag niet.

Ditzo/Datzo komt daar natuurlijk wel heel dicht bij in de buurt. Ze zetten al haar concurrenten op de Datzo-site neer als duur, ondoorzichtig en complex, en dat kan best eens als oneerlijke reclame gezien worden. Hoewel ik de disclaimer voor de disclaimer wel hilarisch vond, maar dat terzijde. Er staan alleen geen directe vergelijkingen op de site, en ook worden er geen concurrenten met naam genoemd. Je moet zelf weten dat dit bewerkingen van de logo’s van van Centraal Beheer en OHRA zijn. Dus zo uitgemaakt als deze twee zaken is het niet.

Maar, zoals Molblog schrijft, is er een veel betere manier om dit soort ongein aan te pakken dan een rechtszaak:

Zo zag Ohra de bui blijkbaar al een tijdje hangen en hebben ze snel dit-zo.nl geregistreerd. Om daar vervolgens een gephotoshopte afbeelding van een Datzo abri op te plaatsen (leuk detail: de abri op de desbetreffende foto staat voor het kantoor van Ohra in Arnhem). Puntje voor Datzo.

Datzo gephotoshopt door Ohra (foto: Molblog)
Foto: Molblog

Meer parodierende reclames bij JMTC Merkenbureau.

UPDATE (2 december) en als je er op let, zie je ineens overal reclame, nu ook de antireclame van de geparodieerden:

googledatzo.png

Arnoud

of lees de 14 reacties

SIDN schort uitgifte 112.nl toch op

16 november 2007, 8:41 - Geplaatst onder: Domeinnamen, Merken - 1 reactie

Goh. “Geheel los van de door u in uw brief naar voren gebrachte argumenten” heeft SIDN besloten dat zij 112.nl voorlopig niet voor de Staat zal reserveren. De boze fax van Heerink’s advocaat heeft dus toch effect gehad.

Bram Heerink was jarenlang de ongestoorde bezitter van www.112.nl, totdat in mei de Staat ineens een spoedeisend belang bedacht en de domeinnaam opeiste. Het hoger beroep moest nog uitgevochten worden en bovendien had Heerink conservatoir beslag laten leggen op de domeinnaam. Toch had SIDN alvast maar aangekondigd 112.nl te reserveren voor de Staat door deze uit te sluiten van haar sunrise bij de uitgifte van numerieke domeinnamen.

Arnoud

of lees de eerste reactie

Magenta als merk, mag dat? T-Mobile claimt alleenrecht op kleur

12 november 2007, 12:40 - Geplaatst onder: Merken, Meningsuiting - 4 reacties

tmobile-trademark-magenta.jpgHet Zwolse computerbedrijf Compello, en radiozenders Slam FM en 100 procent NL zijn door T-Mobile gesommeerd de kleur magenta niet meer te gebruiken in hun reclame-uitingen. Een merk geeft je het alleenrecht op een bepaald woord, teken of afbeelding in het handelsverkeer. Je mag geen telefoniebedrijf beginnen dat Tea-Mobile of T-Mobiel heet. Die namen lijken verwarrend veel op T-Mobile. En dat geldt niet alleen voor telefoniediensten, maar ook bijvoorbeeld voor winkels die mobiele telefoons verkopen (”The Mobile Shop” mag dus ook niet).

Kleuren zijn erg algemeen, en daarom niet echt geschikt als merk. Hoe kan ik aan een kleur zien wie of wat er mee wordt bedoeld? Bij een woord, een logo of zelfs een bepaald kleurpatroon lukt dat nog wel, maar een paars, oranje, groen of geel vlak zegt niet zo veel. De belangrijkste eis is dus dat die kleur echt uniek is voor jouw bedrijf. Geel voor telefoongidsen was bijvoorbeeld niet onderscheidend genoeg, kreeg de Gouden Gids in juni 2005 te horen. Ook al gebruikt de Gouden Gids die kleur “goudgeel” al jaren, in die branche is geel een gebruikelijke kleur.

Je hebt als bedrijf dus een zware taak: zorg door jarenlang gebruik van die kleur dat mensen die kleur meteen met jou en jou alleen gaan associëren. Libertel probeerde dat met oranje, maar dat lukte niet. Oranje werd door heel veel bedrijven gebruikt, en bovendien was het ook nog eens de nationale kleur van Nederland natuurlijk.

Wie kan laten zien dat die kleur alleen door hem gebruikt wordt, kan die kleur als merk deponeren, mits hij dan maar heel specifiek aangeeft (met bijvoorbeeld het Pantone Matching System) welke kleur hij bedoelt. Daar struikelde KPN met hun groen over in november vorig jaar. Daarnaast moet je de kleur uitgebreid, consequent en eenduiding gebruiken. Het moet echt je huiskleur zijn.

Gezien de strenge jurisprudentie op dit moment lijkt de kans niet heel groot dat dit merk overeind blijft. Maar T-Mobile heeft wel altijd heel consequent die kleur magenta gevoerd, en sprong er daarmee wel uit tussen de andere telecombedrijven.

Arnoud

of lees de 4 reacties

Zijn vergelijkingssites legaal?

9 november 2007, 17:54 - Geplaatst onder: Merken, Meningsuiting - Geen reacties

Het is alweer een tijdle geleden, maar er is weer een verse Vraag het Mr. Ras bij ISPam.nl: deze keer over de vraag of vergelijkingssites rechtmatig bezig zijn.

In principe zijn websites waarin mensen ervaringen over bedrijven, producten of diensten uitwisselen, natuurlijk gewoon legaal. Je mag je mening uiten over een bedrijf, ook als die negatief is. En ja, daarbij mag je de merknaam van het bedrijf gewoon noemen. Helaas blijkt dat die sites ook misbruikt worden. Gefrustreerde klanten laten overdreven negatieve reacties achter, soms zelfs verzonnen, en eigenaren van zulke bedrijven prijzen hun eigen producten onder pseudoniem de hemel in. En dan gaan mensen boos kijken naar de sitebeheerders.

Steven Ras legt uit dat er twee belangrijke voorwaarden zijn:

In de eerste plaats dient de inhoud van de ervaring/mening niet onrechtmatig te zijn. Ervaringen mogen in sterke bewoordingen worden omschreven, maar de inhoud mag niet onjuist zijn. De klaagsitebeheerder moet een onjuiste mening van de klant, die door de rechter in het ongelijk is gesteld, dan ook verwijderen. Daarnaast mag een mening niet onnodig beledigend zijn.

In de tweede plaats dient een klaagsite hoor en wederhoor toe te passen. Als er een negatieve ervaring over je bedrijf wordt geplaatst, moet je daar wel op kunnen reageren. Daarbij is het verstandig als klaagsitebeheerder maatregelen neemt om valse berichten tegen te gaan. Denk hierbij aan het weren van mensen die steeds onder verschillende namen negatieve ervaringen plaatsen.

Een hier relevante uitspraak is het vonnis in de Garagetest-zaak. Daar hadden de beheerders in het forum-reglement bepaald dat gebruikers hun negatieve ervaringen alleen mochten plaatsen als ze die onderbouwden. Bovendien boden ze de mogelijkheid voor een weerwoord door de garage over wie geklaagd werd. Door die maatregelen vond de rechtbank dat de site niet onrechtmatig handelde.

Arnoud

als eerste
« Vorige PaginaVolgende Pagina »

Copyright Arnoud Engelfriet - Some rights reserved - Powered by WordPress