Buma-botje op hol?

31 oktober 2008, 8:34 | Auteursrecht | 53 reacties

Krijgt u ook facturen voor uw eigen muziek van de Buma? Enige tijd geleden kondigde Buma haar ‘licentiehuis‘ voor muziekgebruik op internet aan. Onderdeel van dat huis was een speciale zoekrobot (een Roomba?) die het internet afzoekt naar sites met muziek. De resultaten zouden dan handmatig gescreend worden, waarna de rekeningen verstuurd konden worden.

Ik krijg sinds die aankondiging opvallend veel mails van mensen die zelfgemaakte muziek online zetten (of podsafe muziek van anderen) en desondanks facturen krijgen voor deze muziek. Zo ook diverse reacties bij Marketingfacts. Kennelijk werkt dat botje niet zo slim als de bedoeling was. Zijn er meer mensen die hier tegenaan gelopen zijn?

Het rondsturen van facturen of verzoeken tot betaling zonder duidelijke grondslag is overigens sinds kort apart verboden: dit is een “oneerlijke handelspraktijk” omdat het misleidend is om dit te doen. Wie zin heeft, kan ook betogen dat het een agressieve handelspraktijk is, nu B/S bekend staat als een semi-overheidsclub die boetes zou kunnen opleggen wegens inbreuk op het auteursrecht.

Update: naast de comments alhier kunt u ook stijlloos reaguren bij Geenstijl dat zo vriendelijk was 2000 6151 extra pageviews te genereren op de vrijdagmiddag.

Arnoud

of lees de 53 reacties

Verplicht leesvoer: Digitale muziekcultuur en de veranderende muziekindustrie

14 februari 2008, 8:50 | Innovatie | 4 reacties

Als Marco het zegt, dan is dat zo. Verplicht leesvoer dus, die afstudeerscriptie van Maarten Brinkerink (MA, Utrecht, Nieuwe media en digitale cultuur). Ik las ‘m in één ruk uit en dat zou u ook moeten doen.

De titel CyberIndie: Digitale muziekcultuur en de veranderende muziekindustrie belooft al veel goeds. Deze keer geen doorwrochte analyse over de toepasselijkheid van artikel 12 auteurswet op embedded players of de vraag of een torrentbestand onrechtmatig is, maar de veel belangrijker en veel fundamentelere vraag: “Hoe beïnvloedt de opkomst van digitale technologie de distributie en exploitatie van muziek?”

In het eerste hoofdstuk bespreekt Brinkerink de opkomst van de digitale muziekcultuur. Digitale muziek is fundamenteel anders: elke kopie is identiek aan het origineel. Is er dan nog wel een origineel? Ook de productie en distributie van muziek zijn fundamenteel veranderd door de digitale mogelijkheden. Met name de voorheen passieve consument wordt veel actiever: hij deelt muziek en maakt (of mixt) die ook zelf.

Wat dit betekent voor de gevestigde muziekindustrie, blijkt in hoofdstuk twee. Haar exclusiviteit in productie en distributie staat onder grote druk door deze nieuwe digitale cultuur. Je kunt dan wel met auteurswetten gaan zwaaien, maar werkt dat nog wel? Brinkerink betoogt overtuigend van niet. De klassieke businessmodellen voor muziek, en daarmee ook de auteurswet, zijn gebaseerd op schaarste en exclusiviteit, precies de twee zaken die volstrekt afwezig zijn bij digitale muziek.

Deze traditionele exploitanten van muziek trachten via wetgeving en rechtszaken de “bedreigende innovatie” binnen de digitale muziekcultuur via de auteursrechtelijke weg in de illegaliteit te plaatsen en zo onschadelijk te maken. Tel daar DRM bij op en je kunt je afvragen of de balans tussen informatievrijheid en recht op geestelijke prestaties (inderdaad, ius mentis!) nog wel juist is.

Hoe moet je daarmee omgaan? Brinkerink verwijt de industrie maar ook de wetgevers een gebrek aan visie:

Niet alleen ontkennen zij de fundamentele en onstuitbare aard van de opkomst van de digitale muziekcultuur, maar daarnaast slagen zij er niet in om adequaat aan te sluiten op zowel de maatschappelijke als de politiek-economische mogelijkheden die deze ontwikkeling met zich meebrengt.

Op zoek naar een antwoord belandt Brinkerink in hoofdstuk drie bij de open cultuur. Het model van open source software (vrij delen van broncode en voortbouwen op elkaars ideeën) is dankzij initiatieven als Creative Commons overgeslagen naar andere culturele uitingen: open content.

Open content licenties bieden artiesten -niet de industrie- de flexibiliteit die zij nodig hebben om optimaal gebruik te kunnen maken van de digitale mogelijkheden. Hierdoor, aldus Brinkerink, kan een gemêleerd muzikaal landschap ontstaan, waarin muzikanten niet langer genoodzaakt zijn om artistieke concessies te doen en subculturele vormen van muziek een groter bestaansrecht krijgen.

Hoofdstuk vier brengt alles bij elkaar. Eerst schetst Brinkerink de opkomst van de “culturele industrie”, met de verrassende conclusie dat

mensen de culturele producten van de massa-industrie niet [consumeren] vanwege een oprecht individueel verlangen, maar vanwege de prominente aanwezigheid van deze producten binnen de massamedia.

Vervolgens analyseert hij de ‘ondergrondse’ muziekstromingen, de indies (independents) en hoe deze langzaam maar zeker ‘mainstream’ werd. Dit was onvermijdelijk omdat zonder het “machtsmonopolie van de gevestigde muziekindustrie” het publiek nauwelijks te bereiken was. Maar dat ligt nu anders. Nu hebben onafhankelijke muzikanten en bands de mogelijkheid om zelfstandig, via digitale technieken, zichzelf aan een wereldwijd publiek te presenteren: de cyberindies waren.

Uit de conclusie:

CyberIndie stelt muzikanten middels een open exploitatiemodel tegelijkertijd in staat om (indirect) geld te verdienen met hun muziek. Nieuwe (internet)platformen voor muziek zijn van cruciaal belang voor de ontwikkeling van CyberIndie, als promotiekanalen en innovatieplatformen om de positie van deze nieuwe muzikale subcultuur binnen de muziekindustrie positief te beïnvloeden. Momenteel pionieren online muziekgemeenschappen met wat het toekomstig primaire consumptie- en distributiekanaal van muziek zal worden, door muziekliefhebbers de mogelijkheid te bieden om hun weg te vinden in een gemêleerd muzikaal landschap, met een omvangrijker en diverser muzikaal aanbod dan voorheen het geval was. Netlabels en andere nieuwe internetplatformen experimenten met steeds succesvollere open exploitatiemodellen voor muziek en tonen daarmee de meerwaarde van open distributie voor muzikanten aan.

Deze zeventig pagina’s tellende scriptie is zeer, zeer de moeite van het lezen waard.

Arnoud

of lees de 4 reacties

Buma goes Creative Commons - Pilot flexibel rechtenbeheer

24 augustus 2007, 9:21 | Auteursrecht, Innovatie, Contracten | 2 reacties

Jaja, na anderhalf jaar is het dan toch zover: de Buma is compatible met Creative Commons. Creative Commons Nederland en de Buma zijn een Pilot flexibel rechtenbeheer (met irritante audio) begonnen:

Creative Commons Nederland en Buma/Stemra zijn een pilot gestart om muziekauteurs meer keuzevrijheid te bieden in de wijze van verspreiding van hun werken via internet. Binnen deze pilot is het mogelijk om Buma/Stemra vergoedingen te laten innen voor commercieel gebruik van je werk, en tegelijkertijd delen van je repertoire ter promotie aanbieden onder Creative Commons Licenties voor niet-commercieel gebruik.

De contracten tussen Buma en artiesten eisen dat de artiest alle rechten afstaat aan de Buma. Zoals Planet het uitlegt:

De verplichte uniforme winkelnering was steeds meer rechthebbenden een doorn in het oog. Zelfs om muziek op de eigen website te zetten moesten ze betalen aan Buma/Stemra.

Nu is dan de ‘ingewikkelde materie’ (aldus Buma tegenover Planet) eindelijk opgelost: artiesten behouden het recht hun eigen werk onder Creative Commons versie 3-licenties uit te brengen, mits ze maar de “Niet-Commercieel” varianten gebruiken.

En Marco Raaphorst zag dat het goed was. ;)

Arnoud

of lees de 2 reacties
Koop het boek De wet op internet bij Lulu Koop het shirt You wouldnt download a car bij Shirtshop
Arnoud's boek!
Internetrecht in gewone taal
Bestelcode ywdac =
25% korting

Auteur: Arnoud Engelfriet - Licentie: Creative Commons BY-SA 2.5 - Disclaimer - Powered by WordPress