Mondelinge toestemming voor het overnemen van krantenartikelen

Tweet
9 maart 2012, 8:16 | Auteursrecht | 14 reacties

cozzmoss-bvpf.jpgStel je publiceert artikelen uit diverse online kranten op je eigen site. Wat gebeurt er dan? Inderdaad, dan krijg je een factuur van Cozzmoss, pardon Auxen, omdat je de auteursrechten van die kranten schendt. Overnemen van nieuwsberichten mag immers niet, behalve wellicht een korte alinea als citaat, en Auxen heeft als businessmodel het incasseren van vergoedingen van nieuwsberichtovernemers. Maar als je toestemming hebt van de kranten zelf, dan mag het natuurlijk wel. Alleen: hoe bewijs je dat?

Belangenvereniging BVFP heeft een website waar zij haar leden en andere geïnteresseerden van informatie voorziet over funderingsproblematiek. Zij nam daarbij artikelen over uit de Volkskrant, Trouw, NRC en Cobouw, en had dat mondeling afgestemd met de redacties dat dit mocht gezien het specifieke karakter van hun organisatie. Daar had Cozzmoss weinig boodschap aan, en ze stapte naar de rechter met als eis 17.243,85 euro aan schadevergoeding (kuch scrabbleclaim kuch) plus zesduizend euro aan advocaatkosten.

Vrijwel alle verweren van BVFP (persexceptie, citeren, nonprofit zijn) werden afgewezen, maar het verweer van mondelinge toestemming werd toegewezen. Alleen moest er dan nog wel bewijs komen dát er toestemming was gegeven door de uitgevers. En dus bepaalde de rechter bij tussenvonnis dat BVFP hier naar op jacht mocht, maar meldde er meteen bij dat ze zonder dat bewijs zou verliezen en dus flink zou moeten betalen.

Voor 24.000 euro wil je best even rondbellen, en dat deed BVFP dus meteen. Er kwamen dan ook twee getuigen opdraven, die zich nog wisten te herinneren dat het bestuur van de vereniging destijds aan het bellen was met die redacties. Dat is bewijs, maar niet heel sterk omdat het ging om “partijgetuigen”, oftewel mensen die partijdig geacht worden te zijn. Hun verklaringen tellen alleen als aanvulling op ander bewijs. In dit geval was het aanvullend bewijs er: diverse extra getuigenverklaringen plus een stapel e-mails, en een uitleg over hoe men had geprobeerd weer in contact te komen met de redacties van de kranten (maar tevergeefs).

Cozzmoss kon daar niet meer tegenover stellen dan schriftelijke verklaringen uit 2011 van Trouw, NRC, Volkskrant en Cobouw:

In die (korte en in identieke bewoordingen opgestelde) verklaringen staat dat de betreffende krant “nimmer (mondeling) toestemming heeft verleend” aan BVFP voor het plaatsen van artikelen op haar website. Deze verklaringen zijn echter onvoldoende om het door BVFP geleverde bewijs te ontkrachten, gezien het navolgende.

Niet alleen is het natuurlijk opmerkelijk dat verschillende kranten in identieke bewoordingen een getuigenverklaring afleggen, maar BVFP had ontdekt dat deze “getuigen” helemaal niet de redacteuren waren die in 2002 de toestemming gegeven of geweigerd zouden kunnen hebben. Ook bleek nergens uit of deze verklarende personen hadden gecheckt met die redacteuren wat toen de situatie was.

Dus tsja. Daar zit je dan als rechtbank. Kranten die roepen dat zij geen toestemming geven, een vereniging die met stapels (maar gedeeltelijk partijdig) bewijs het tegendeel stelt, en de personen die het écht zouden kunnen weten (de redacteuren uit 2002) zijn nergens te vinden. Wat moet je dan?

Uiteindelijk vindt de rechtbank de uitleg van BVFP toch net iets geloofwaardiger, zodat ze bewezen acht dat er wel degelijk toestemming was verleend in 2002. Want “toestemming in 2002 [werd] wellicht gemakkelijker verleend dan heden ten dage.”

Omdat de toestemming is verleend, valt er niets meer te claimen voor Cozzmoss. Sterker nog, er valt nu wat te claimen voor BVFP want die mag nu haar advocaat laten betalen door Cozzmoss. En wel €18.238,98 om precies te zijn. (Die 98 cent fascineert me, maar dat terzijde.)

Het toont maar weer eens aan hoe belangrijk het is om gegeven toestemmingen vast te leggen. Want wie zich op toestemming beroept, moet bewijzen dat ie deze heeft. En eenvoudig is het niet; de rechter had in deze zaak net zo goed het omgekeerde kunnen beslissen.

Arnoud

of lees de 14 reacties

Pinterest en het plaatjesauteursrecht

Tweet
2 maart 2012, 8:16 | Auteursrecht | 34 reacties

pinterest.jpgIk ben vast oud nu, maar ik houd niet elke nieuwe internettrend meer bij. Eentje die ik gemist had, was Pinterest, een dienst waarbij je plaatjes kunt “pinnen”. Een soort van virtueel prikbord dus, zodat je overzichten kunt maken van alles dat je leuk vindt. Je kunt zelf dingen uploaden, plaatjes van anderen herprikken of dingen van internet prikken zodat ze op je overzichtsbordjes verschijnen. En dan wordt het auteursrechtelijk leuk: mag dat wel, iedereen zomaar plaatjes van overal bij elkaar laten brengen zonder toestemming van de rechthebbenden?

Nee, formeel mag dat niet. Dingen (her)publiceren op Pinterest valt gewoon onder de auteurswet, je moet daar toestemming voor hebben van de rechthebbende. Ook als je dit niet voor commerciële doeleinden doet. Bij een besloten overzichtsbordje zou je je wellicht nog kunnen beroepen op de thuiskopie-exceptie en het recht te mogen ‘publiceren’ in besloten familie- en vriendenkring. Maar een overzichtsbord dat voor heel internet te zien is, valt daar zeker niet onder.

Pinterest is zelf niet aansprakelijk omdat zij niet zelf selecteert welke plaatjes mensen uploaden of herpubliceren. Zij is alleen een doorgeefluik, en hoeft niet meer te doen dan te reageren op klachten. Dat is ook in Nederland zo trouwens. Pas als de site zelf selecties maakt, bijvoorbeeld door handmatig de Pin van de Dag op de homepage te zetten, dan zou ze wél aansprakelijk worden.

Dat overkwam bijvoorbeeld het Nederlandse Go2Web met haar foto van de dag, geselecteerd uit userprofielen. Voor de profielpagina’s zelf was ze niet aansprakelijk. Ook fotosite ShowBizNewz werd aansprakelijk geacht, maar dat kwam omdat zij redactie voerde op de afbeeldingen.

Als ik nog ouder en cynischer zou zijn, dan zou ik het failliet van het plaatjesauteursrecht aankondigen. Iedereen, echt iedereen vindt het doodnormaal dat je leuke plaatjes gewoon via Google Afbeeldingen bij elkaar raapt voor je moodboard, blogillustratie of Hyves- dan wel Facebookdecoraties. En dat gebeurt dan ook massaal. De uploaders zijn nauwelijks op te sporen, de tussenpersonen zijn niet aansprakelijk en met notice/takedown is het dweilen met de kraan, of zeg maar gerust de dam open.

Hier en daar zie je nog een fotograaf die wél volhardt in zijn claims, hoewel dat dan ook vaak meteen doorslaat in “we zullen deze blogger eens even als voorbeeld stellen voor al die contentjatters”. En dan krijg je dus Getty-achtige toestanden en blaffende advocates, wat dan weer verontwaardigde reacties (tot TROS Radar aan toe) oproept.

Die verontwaardiging mag dan wettelijk geen basis hebben, maar het feit alleen al dát ie er zo massaal is, laat zien dat er iets goed mis is. Als half Nederland een wet overtreedt, dan kun je half Nederland gaan beboeten maar je kunt je ook afvragen of je de wet niet eens moet aanpassen.

Bij muziek en films zie ik daar nog wel mogelijkheden, maar bij foto’s en tekeningen eigenlijk nauwelijks nog. Dat is zó makkelijk te kopiëren en we zijn daar zó aan gewend dat ik niet zie hoe je daar nog een zinnige vergoedingsregeling voor op zou kunnen zetten.

Arnoud

of lees de 34 reacties

Ik heb toestemming van DigiD! Maar wat moet ik daarmee?

Tweet
28 februari 2012, 8:20 | Merken, Grappig | 13 reacties

digid.pngHelemaal vergeten te melden: ik heb toestemming om het beeldmerk van DigiD te mogen tonen, dus bij deze –>

Eind november blogde ik over het product DigiD Machtigen, waarbij ik algemene voorwaarden aantrof die me nogal verbaasden. Allereerst überhaupt waarom horen er “algemene voorwaarden” bij een overheidsdienst?

En meer specifiek, waarom bepalen die algemene voorwaarden dat het een ieder “op welke wijze dan ook”, dus ook voor vrije nieuwsgaring, verbiedt een merk te gebruiken dat geen merk is?

Mijn gevoel zegt me dat hier een dienstverlener lekker proactief meedacht en een setje algemene voorwaarden bij elkaar copypastte, want ja een online dienst die moet algemene voorwaarden hebben. (Ja, zo komen ze echt ook bij ons binnen: “hebben jullie voorwaarden voor ons, mag heel generiek zijn maar gewoon dat ik gedekt ben”). Maar ja, krijg dat maar eens bewezen.

Wat mij helemaal specifiek van mijn stoel deed vallen, was dit artikel:

10.1 Het merk DigiD Machtigen mag zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van het ministerie van BZK niet worden gebruikt op welke wijze dan ook.

Er ís alleen helemaal geen gedeponeerd merk “DigiD Machtigen”. Bij het Benelux Merkenregister weten ze van niets. Er is wel een merk “DigiD” (0762759) en het logo (0777710) is ook beschermd, maar dat is wat anders dan “het merk DigiD Machtigen”.

Puur omdat het kon, mailde ik de helpdesk met de vraag om toestemming. Dat duurde lang, maar na een keertje herinneren kreeg ik mét excuses een beleefde toestemming:

U heeft verzocht om toestemming voor het gebruik van het beeldmerk DigiD ten behoeve van uw juridische blog over de gebruiksvoorwaarden van DigiD Machtigen. Hierbij verleent Logius u toestemming om het beeldmerk DigiD voor bovengenoemd doeleinde te gebruiken.

Een kniesoor die erop gaat wijzen dat de voorwaarden over het merk “DigiD Machtigen” gingen en ik nu ineens toestemming voor het beeldmerk van DigiD als zodanig heb. Of dat Logius bij mijn weten geen bevoegd vertegenwoordiger is van de merkhouder (de Staat der Nederlanden, Ministerie van BZK, Projectdirectie GBO.Overheid).

Was dit nu nodig? Nee, natuurlijk niet. Er is geen enkele grond waarop een overheidsinstantie - of een overheidsautomatiseerder - een burger kan verbieden naam of logo van een overheidsorgaan te gebruiken bij een meningsuiting over dat orgaan. Geen enkele. Ook het merk niet. En daarom ergerde ik me er zo aan dat de voorwaarden dit zo categorisch verbieden. Ik snap werkelijk niet hoe de betrokken jurist dat kon opschrijven. Je chéckt dat soort dingen toch?

Arnoud

of lees de 13 reacties

Mijn huis(dier) staat op de foto!

Tweet
24 februari 2012, 8:12 | Auteursrecht | 17 reacties

horsecam.jpgEen lezer vroeg me:

Kun je iemand verbieden foto’s te maken van je huis vanaf de openbare weg? Dat lijkt me toch een schending van je privacy, zeker als het interieur ook op de foto komt.

En een andere lezer vroeg me:

Laatst liep er bij ons op de manege een fotograaf en die zette zomaar mijn paard op de foto! Dat wil ik helemaal niet. Heb ik portretrecht en wat kan ik doen?

In beide gevallen is het antwoord kortweg: nee, dit kun je niet verbieden, en portretrecht is niet in te roepen in deze situatie.

Het portretrecht kun je inroepen als je herkenbaar op de foto staat. Daarvoor hoef je niet per se met je gezicht op de foto te staan, maar er moet wel een mens op staan. Een huisdier of een huis is geen mens, en daarbij geldt dus het portretrecht niet.

Als bij de publicatie de naam van de eigenaar wordt genoemd, dan zou er heel misschien een beroep op de privacywet (Wet bescherming persoonsgegevens) gedaan kunnen worden om zo de publicatie tegen te houden. Maar dat lijkt me niet heel sterk, zeker niet als het alléén de naam is. Dat lijkt me onder vrije nieuwsgaring te vallen. Bij de foto het privéadres noemen van het baasje zou ik wel in strijd met de privacy achten.

Ook voor huizen geldt geen portretrecht. Eén rechter verklaarde het ooit onrechtmatig om foto’s van een huis te maken zonder dat te vragen, met de motivatie dat de kantonrechter “het zelf ook niet leuk zou vinden” om zijn huis zomaar in een commerciële folder terug te zien. Dat werd in hoger beroep terecht ongedaan gemaakt. “Leuk vinden” is juridisch geen argument. Er was geen sprake van inbreuk op de privacy of op het eigendomsrecht (het “ongestoord genot” van je eigendom is deel van dat recht).

Bij foto’s van het interieur van een huis zou je wellicht wel van een privacyschending kunnen spreken. Daarvan was bij foto’s van het interieur van De Eikenhorst, op koninklijk landgoed De Horsten, sprake. Wel woog daarbij mee dat de teksten bij de foto’s (”Van de zolder met zijn geheimen, via de verdieping met VIER KINDERKAMERS…”) als tendentieus werden gezien. Ik raad fotograferende aannemers dan ook altijd aan om toestemming te vragen, als ze foto’s maken voor hun portfolio.

Een private organisatie, zoals een manege of fokkerij, zou huisregels kunnen stellen voor bezoekers. Een huisregel kan dan zijn “Verboden andermans dier te fotograferen zonder toestemming”, en op grond van die huisregel kunnen fotografen dan worden geweerd als ze toch zomaar foto’s maken. Maar dat werkt niet altijd. Bij een wedstrijd is er al snel nieuwswaarde aan de foto’s, en die nieuwswaarde kan de huisregel opzij zetten.

Arnoud

of lees de 17 reacties

Is fair use een goed idee in ons auteursrecht?

Tweet
14 februari 2012, 8:14 | Auteursrecht | 8 reacties

fair-use.pngVorige week werd het congres “Towards flexible copyright” gehouden. Ik kon er helaas niet bij zijn maar de diverse tweets van aanwezigen lieten al zien welke kant het op ging: moeten we het Amerikaanse fair use overnemen in de wet of niet ?

Fair use is een Amerikaans concept. Kort gezegd komt het erop neer dat een gebruik van een werk geen inbreuk is als dat ‘fair’ oftewel billijk is, zeg maar dat de rechthebbende eigenlijk niet behoort hierover te kunnen klagen. Het concept is in de rechtspraak ontwikkeld en op zeker moment expliciet vastgelegd in de wet. Er zijn vier factoren waarmee een belangenafweging wordt gedaan, waarbij onder meer het al dan niet commerciële karakter van je gebruik en de mate van letterlijk of transformerend gebruik wordt betrokken.

Bij ons bestaat dat systeem niet. In Europa geldt dat auteursrecht over álle vormen van verveelvoudiging en openbaarmaking gaat, tenzij er een expliciete uitzondering in de wet aan te wijzen is die zegt van niet. De Auteursrecht-richtlijn zegt expliciet

Deze richtlijn bevat een uitputtende opsomming van de beperkingen en restricties op het reproductierecht en het recht van mededeling aan het publiek.

en voor het geval iemand toch nog eens zo’n beperking of restrictie gebruikt op een manier waar een rechthebbende van gaat huilen, is er de driestappentoets waarmee de beperking afgeschoten kan worden. Waar vroeger nog de Hoge Raad een gaatje openliet voor zelfbedachte uitzonderingen wanneer “de behoefte aan de desbetreffende begrenzing door de wetgever niet is onderkend en zij past in het stelsel van de wet”, kunnen we dat nu -met dank aan Europa- eigenlijk wel vergeten.

Het voordeel van het Amerikaanse systeem is dat je veel flexibeler kunt zijn. Wanneer een nieuwe technologie langskomt, kan de rechter bepalen dat het eigenlijk fair is dat er op deze manier gebruik van werken gemaakt wordt. Als bij ons zoiets gebeurt, dan moet de wet worden aangepast en dat duurt járen. In de tussentijd is de technologie eigenlijk illegaal. Vanwege een beroep op fair use wist Sony in de VS dan ook de videorecorder legaal te krijgen. De Supreme Court vond timeshiften een billijke vorm van gebruik van films en televisieprogramma’s.

Het grote nadeel is echter dat het tot onzekerheid leidt. In het sue-happy Amerika zie je dan ook dat in de praktijk er lang niet zo vaak op fair use wordt gerekend als je wellicht zou denken. Wie wel eens Discovery Channel of MTV kijkt, heeft ongetwijfeld de afgeblokte petjes of shirts gezien: daar staan auteursrechtelijk beschermde werken op, en die rechten zijn niet gecleard dus ze mogen niet worden getoond. Dat het tonen van een werk op een shirt wellicht fair use is, zou kunnen maar het zóu ook kunnen dat er wordt gesued en dat de rechter het dan niet fair noemt.

Dit heeft natuurlijk ook te maken met de gigantische kosten van een rechtszaak in de VS. Wie niet minimaal een ton advocatenbudget heeft, kan het wel vergeten. Dus ook al lijkt een fair use defense haalbaar, je kunt maar beter voorkomen dat een claim gebracht kan worden.

Bij ons zijn rechtszaken iets goedkoper, en bovendien ook een stuk sneller klaar. Dus als onze rechter een mogelijkheid krijgt een eerlijke afweging van de belangen te maken, dan lijkt fair use een prima systeem bij ons. Maar ik weet het niet. Je zult de factoren héél duidelijk moeten vastleggen om aan te geven wat de bedoeling is en wat niet. En daar gaat dan een hele partij gelobby overheen, waarna we ongetwijfeld iets heel vaags met voorbehouden en mitsen en maren overhouden - en als je niet uitkijkt met de mits dat het niet de normale exploitatie van het werk mag aantasten want dan is de exceptie meteen dood te slaan.

Verder blijft het hoofdprobleem dat 90% van het gebruik van andermans werk ook onder fair use niet legaal is. Wat er op Bittorrent of Usenet gebeurt krijg je met geen honderdduizend fair use factoren rechtgepraat. Mensen die dat soort diensten willen ontwikkelen, blijven dus met het probleem zitten dat ze dat niet mogen. Want toestemming krijg je niet. Laat je vooraf zien wat je dienst kan, dan is het te speculatief of worden er irreële royaltybedragen geëist. En lanceer je zonder toestemming, dan ben je een piraat. En dát schiet niet op natuurlijk.

Arnoud

of lees de 8 reacties

Mijn Creative Commons foto wordt misbruikt!

Tweet
9 februari 2012, 8:13 | Auteursrecht | 25 reacties

flickr-cc.pngEen lezer vroeg me:

Ik publiceer al jaren foto’s op Flickr.com vanuit mijn hobby van fotografie. Nu zag ik laatst dat een krantensite een foto had overgenomen. De foto is Creative Commons, maar ik had gekozen voor de Naamsvermelding-Nietcommercieel variant. En een krant is toch commercieel? Ik heb ze benaderd maar zij zeggen dat dit onder de persexceptie valt. Wat kan ik nu doen?

Een krant is zonder meer een commerciële instelling, ze verdienen immers geld met wat ze publiceren. Ze mogen dus geen foto’s publiceren die onder een Creative Commons-variant met “nietcommercieel” vallen.

De verwijzing naar de persexceptie is echt onzin. Die gaat over het overnemen van actueel nieuws uit de pers door de pers. Een foto zoals van de vraagsteller zal zelden of nooit nieuws zijn, dus dat beroep zal niet opgaan. En je kunt er voor de zekerheid nog even “Alle rechten voorbehouden” bij zetten, want dan geldt de persexceptie per definitie niet.

Je kunt dus eisen dat men de foto verwijdert. Een schadeclaim is lastiger, want wat is je schade als amateurfotograaf? In de al wat oudere Curry/Weekend-zaak werd daar eenvoudig over geoordeeld:

De commerciële waarde van de vier foto’s is echter gering te achten, nu zij reeds op internet voor eenieder toegankelijk zijn.

Ik denk dat daarbij ook meespeelde dat Curry niet aannemelijk had gemaakt dat hij op een of andere manier geld wilde verdienen met de foto’s. En wie zijn foto’s gratis weggeeft, kan niet klagen over gemiste inkomsten.

Tegenwoordig heeft Flickr een samenwerking met Getty (ieuw). Wie die optie kiest, kan Getty zijn commerciële rechten laten exploiteren. Dat zou een wezenlijk verschil kunnen zijn ten opzichte van de Curry-zaak. En wie niet met Getty in zee wil, kan er ook zelf bijzetten “Mail me voor de commerciële tarieven” of ergens een plaatje met die tarieven neerzetten. Want dan is de schade bij ongeautoriseerd commercieel gebruik eenvoudig: dat tarief.

Arnoud

of lees de 25 reacties

Mag ik The Pirate Bay mirroren?

Tweet
25 januari 2012, 8:11 | Auteursrecht, Aansprakelijkheid | 15 reacties

tpb-mirror.pngVeel voorkomende vraag van de week: mag ik een mirror van (of proxy voor) The Pirate Bay opzetten zodat klanten van Ziggo en XS4All de door Brein afgedwongen blokkade kunnen omzeilen? Of kan Brein dan mijn site ook aan die blokkadelijst laten toevoegen?

Om met dat laatste te beginnen: nee, dat kan niet. Het vonnis bepaalt dat de twee providers “The Pirate Bay” moeten blokkeren, en vanwege die Belgische grapjassen die gauw “depiraatbaai.be” registreerden om onder een vergelijkbaar Belgisch vonnis uit te komen, staat erbij dat Brein ook nieuwe IP-adressen en domeinnamen mag aanleveren als deze door “(de website van) The Pirate Bay” gebruikt worden.

Wat precies “The Pirate Bay” is, staat niet in het vonnis maar omdat het ‘dictum’ van een vonnis (de feitelijke gebods- of verbodsbepalingen op het einde) streng worden uitgelegd, kan een mirror niet onder die definitie worden gerekend. Misschien een privésite van één van de bekende beheerders wel, omdat hij dan zó dicht bij TPB zit dat hij ermee kan worden vereenzelvigd.

Wél kan Brein bij jou aankloppen als je een mirror host van de torrents die TPB aanbiedt. De rechtbank heeft immers uitgemaakt dat TPB onrechtmatig handelde door die collectie aan te bieden, en als jij dezelfde collectie aanbiedt dan handel jij ook onrechtmatig. Dus een Nederlandse mirror, of een buitenlandse mirror beheerd door een Nederlander, is snel weer gesloten en daar is die IP/DNS-lijst helemaal niet voor nodig.

Over een proxy waarmee je als klant van Ziggo of XS4All alsnog de site kunt bereiken is nog nooit geprocedeerd. Een generieke proxy is natuurlijk niet verboden, maar bij een specifieke proxy die alléén verbinding laat leggen met thepiratebay.org kun je je afvragen of dat nog wel legaal is. Het gaat wel érg ver want de aansprakelijkheid is wel héél afgeleid ondertussen (je faciliteert het verbinding leggen met een site die faciliteert dat mensen auteursrechten schenden). Uitsluiten dat Brein ook daarheen gaat blaffen, kan ik echter niet.

Arnoud

of lees de 15 reacties

Ziggo en XS4All moeten The Pirate Bay blokkeren

Tweet
12 januari 2012, 8:11 | Auteursrecht, Aansprakelijkheid | 122 reacties

Providers Ziggo en XS4all moeten van de rechtbank in Den Haag torrentsite The Pirate Bay gaan blokkeren. De rechtbank ziet kort gezegd geen minder ingrijpende maatregel om een einde te maken aan de auteursrechtinbreuken die Ziggo- en XS4All-klanten plegen via Bittorrent.

Het is een doorwrocht vonnis, en ik kan niet anders dan zeggen dat de rechters hun best hebben gedaan een weloverwogen afweging te maken en die zo goed mogelijk te onderbouwen.

Het vonnis is buitengewoon onbevredigend omdat internetproviders de sleutel zijn tot internet, en zich niet moeten bemoeien met de inhoud. De post krijgt ook geen verbod om illegale zendingen tegen te gaan. Het precedent is dus ongewenst, maar het past binnen de gedachte dat auteursrecht te allen tijde beschermd moet worden ongeacht wat voor bijkomstige schade dat oplevert aan andere partijen.

Mensen die dus nu meteen roepen dat het een schande is en de rechters er niks van hebben begrepen, hebben het fout. Het is een héle moeilijke analyse waar de rechtbank mee zit. Als je op iemand wil schelden, doe dat dan op de wetgever die dit soort dingen in de wet mogelijk maakt.

De rechtbank begint met vast te stellen dat 90 à 95% van het op TPB genoemde Bittorrentaanbod daar staat zonder toestemming van de rechthebbenden. Ook blijkt dat circa 30% van de abonnees van Ziggo en 4,5% van de abonnees van XS4ALL recentelijk illegaal materiaal via The Pirate Bay hebben gedownload en dus geupload. Want, hoewel je in theorie kunt bittorrenten zonder te uploaden is dat volgens de rechtbank niet de praktijk. En uploaden is verboden, ook al is downloaden van datzelfde materiaal uit illegale bron wél legaal. Dit zijn geen verrassende conclusies, zeker niet na de eerdere rechtszaken tegen TPB.

Wél verrassend is hoe de rechter bij die conclusie komt. In overweging 4.2 staat dat van alle Nederlandse IP-adressen die 50 bepaalde speelfilms uitwisselen via BitTorrent (dat waren er 5143) er 1477 klant van Ziggo waren en 240 van XS4ALL, wat neerkomt op percentages van respectievelijk 28,7% en 4,7%. In 4.10 wordt daaruit vervolgens geconcludeerd dat dus 30% respectievelijk 4,5% van de abonnees van Ziggo en XS4ALL illegaal materiaal hebben gedownload via The Pirate Bay. Dat is dus compleet fout: “30% van de Nederlandse uploaders is Ziggo klant” is niet hetzelfde als “30% van de Ziggo klanten is uploader”.

Dan komt de vraag wat je als rechtbank mag doen op het moment dat zo’n situatie bestaat. Er zijn wettelijke regels over de positie van tussenpersonen wiens diensten worden gebruikt om auteursrechten te schenden. Artikel 26d Auteurswet bepaalt dat de rechter hen kan bevelen de diensten die worden gebruikt om die inbreuk te maken, te staken. Dat staat dus los van of die tussenpersonen aansprakelijk zijn voor die inbreuk, of zelfs maar dat ze iets te maken hebben met de inbreukmakende website of het gedrag van de klanten. De wet zégt dit gewoon letterlijk.

Goed, dus een stakingsbevel mag. Wat betekent dat bij TPB? Het blokkeren van routering naar IP-adressen of het via de DNS ontoegankelijk maken van een website is ’staken’, zegt de rechtbank vervolgens. De toegang tot thepiratebay.org / 194.71.107.15 moet immers worden gestaakt, en dat doe je door in de techniek dit te blokkeren. Wederom geen speld tussen te krijgen.

Maar gaat dit niet te ver? Mag een rechtbank generiek bevelen “staak alle toegang tot TPB”? Uit het eBay-arrest concludeert de rechtbank van niet. Daar werd bepaald dat een stakingsbevel niet alleen hoeft te gaan over specifieke inbreuken (”blokkeer toegang tot bestand X”) maar ook een generiek bevel om nieuwe, gelijksoortige inbreuken te voorkomen.

Wel moet “een juist evenwicht moet worden verzekerd tussen de grondrechten en belangen van alle betrokkenen”, zo blijkt uit het latere Sabam/Scarlet-arrest. In dat arrest werd een generieke plicht om al het P2P verkeer van internetproviderklanten te filteren, als in strijd met die eis geacht. Dat ging te ver; generieke filters blokkeren ook legitieme inhoud, houden geen rekening met auteursrechtelijke uitzonderingen (zoals parodie of citeren) en vereisen structureel meelezen met alle communicatie, wat een inbreuk op de privacy oplevert.

De vraag is dus: is sprake van een dergelijk evenwicht bij het bevel “verbied toegang tot thepiratebay.org / 194.71.107.15″?

Ziggo vond van niet: Brein kan toch ook de uploaders zelf aanschrijven, desnoods via hen, en zo de uploaders via de rechter laten ophouden daarmee. Maar dat vindt de rechtbank meer ingrijpend dan de door Brein gevraagde maatregel. Zeker omdat Ziggo in een persbericht had gezegd dat zij alleen NAW-gegevens van klanten afgeeft na opdracht van de rechter (wat te streng is gezien Lycos/Pessers). Dat wekt de indruk dat Ziggo het Brein wel héél moeilijk zou gaan maken om die duizenden bittorrende klanten aan te pakken.

Daarnaast zijn er natuurlijk buitenlandse uploaders, zegt de rechtbank, die niet via Ziggo of XS4All kunnen worden aangepakt. Maar dát is irrelevant in deze discussie: het gaat immers om wat Ziggo/XS4all kunnen doen, en dus alleen om maatregelen tegen hun klanten die uploaden. Een derde die uploadt buiten Ziggo om, heeft niets te maken met een blokkade die Ziggo invoert.

XS4All had een fundamenteler insteek: het kennisnemen van informatie op internet is een deel van het grondrecht van de vrije meningsuiting. Een blokkade als deze kan dus worden gezien als een schending van dat grondrecht.

Mee eens, zegt de rechtbank, dus we moeten (conform de regels omtrent schenden van grondrechten) een belangenafweging maken tussen enerzijds het recht van de rechthebbenden om hun auteursrechten te handhaven en anderzijds het recht van de abonnees van Ziggo en XS4ALL om inlichtingen of denkbeelden te ontvangen.

Op thepiratebay.org is, concludeert de rechter, afgezien van die torrents met 90-95% illegaal aanbod, eigenlijk maar “marginaal” andere informatie te vinden. Er is een webpagina ‘juridische vraagstukken’, een ‘blog’, ‘gebruikersvoorwaarden’, en een pagina ‘downloads en doodles’, en dat is het wel zo’n beetje. En het illegale aanbod levert veel schade op. Daarom moet die belangenafweging in het voordeel van Brein en het nadeel van de providers uitvallen.

Daar had Ziggo nog tegen ingebracht dat er operationele risico’s zijn bij het invoeren van DNS- of IP-blokkades. Dit kan storingen opleveren in de routering en tot een verminderde gebruikservaring, overbelasting van de helpdesk, schadeclaims en afbreuk aan het kwaliteitsimago van de providers leiden. Bovendien is het oneerlijk omdat andere providers géén blokkade hoeven in te voeren. Brein had echter laten zien dat enkele buitenlandse providers al wél zulke blokkades hanteren en daar niet echt overlast door hadden geleden. Dit argument veegt de rechter dan ook van tafel.

Tot slot hadden Ziggo en XS4ALL nog aangevoerd dat het bevel niet effectief zou zijn. Immers met een kleine ingreep (alternatieve DNS, proxy, etc) kom je om de blokkade heen. En dat is natuurlijk waar, alleen is het de vraag hoe veel mensen dit zullen doen. Niet veel, zo blijkt uit Italië en Denemarken. In Italië bleek na een blokkade in enkele maanden het aantal bezoekers van The Pirate Bay afnam van 140.000 naar minder dan 10.000 uniek per dag te gaan, met vergelijkbare cijfers in Denemarken.

De overige argumenten (strijd met netneutraliteit, schending van onschuldbeginsel en zo nog wat) worden vrij makkelijk afgedaan. Vermeldenswaardig is nog het argument tegen het verweer dat sprake zou zijn van “actief toezicht”, waartoe een provider niet mag worden veroordeeld. Daarvan is geen sprake, aldus de rechtbank, omdat er geen controle plaatsvindt op wat mensen doen. Het gaat om IP- en DNS-entries. De bewegwijzering weghalen is niet hetzelfde als automobilisten filmen.

Ziggo en XS4ALL moeten TPB blokkeren, inclusief door Brein nader aan te leveren IP-adressen. Dát gaat me dan weer erg ver, hoewel die aanlevering beperkt moet zijn tot nadere IP-adressen of domeinnamen van TPB zelf. En dat is natuurlijk de directe reactie op de Belgische grap om DePiraatBaai.org te gaan gebruiken nadat in België het vonnis beperkt was tot thepiratebay.org. Als er één ding is waar rechters een hekel aan hebben, dan is het wel bijdehantjes.

Tsja. Wat hiervan te zeggen? De geluiden op twitter dat de rechters geen verstand hebben van internet vind ik onzin. Het vonnis laat zien dat ze prima snappen hoe het werkt. Het enige discutabele is hoe zij de belangenafweging laten uitvallen. Met name op het punt “heeft een IP/DNS-blokkade enig praktisch nut” had die afweging net zo goed andersom kunnen uitvallen. En de interpretatie van die percentages klopt ook niet natuurlijk.

Natuurlijk overwegen XS4All en Ziggo hoger beroep. (Omgekeerd had Brein dat ook binnen een uur geroepen als de rechter wat anders had gezegd.) Het zou me hógelijk verbazen als men het hierbij laat zitten. En vragen aan het Europese Hof van Justitie zullen er ook wel inzitten. Dus we hebben nog wel een paar jaar blog- en discussievoer.

Arnoud

of lees de 122 reacties

Wanneer is een domeinnaam inbreuk op een handelsnaam?

Tweet
9 januari 2012, 8:15 | Domeinnamen, Merken | 2 reacties

Regelmatig krijg ik vragen als de volgende:

Ik heb een leuke domeinnaam geregistreerd waar ik producten/diensten/informatie/affiliatelinks aanbied. Nu ben ik onlangs aangesproken door een ander bedrijf dat zegt dat die domeinnaam inbreuk op zijn handelsnaam maakt. Kan dat kloppen? Moet ik nu de domeinnaam afgeven of zijn er nog mogelijkheden?

De naam van een bedrijf is beschermd als handelsnaam. Concurrenten mogen dan niet dezelfde naam gebruiken, of een naam die verwarringwekkend veel lijkt op de handelsnaam. Zo mag je geen boekhandel onder de naam “Bol.nl” gebruiken, omdat dat te veel lijkt op de bekende internetboekhandel Bol.com. Ook Wereldbol en Boekenbol mogen niet; Het Boekenbolletje vind ik een twijfelgeval.

Een domeinnaam is echter niet per se een handelsnaam. Het kan wel - wederom Bol.com - maar het hoeft niet. Zo is de handelsnaam van deze blog “Internetrecht door Arnoud Engelfriet” want dat is de titel die je overal terugvindt. De domeinnaam blog.iusmentis.com gebruik ik zelf eigenlijk niet als naam van de blog, alleen als adres. En het adres van een bedrijf is niet zijn handelsnaam.

Zo was het gebruik van “amsterdam-thuisbezorgd.nl” door concurrent Just-Eat géén handelsnaaminbreuk, omdat er geen zakelijke dienstverlening plaatsvond op die site. Men werd slechts doorgestuurd naar Just-Eat.nl na 10 seconden lang een reclameboodschap getoond te krijgen.

Zou je een site hebben die in niets lijkt op de concurrent én die onder een eigen naam opereert, dan zouden er geen handelsnaamrechtelijke problemen moeten kunnen ontstaan. En daar gaat het toch vaak fout, want mensen bouwen zulke sites vanaf sjablonen, en die nemen de domeinnaam als sitenaam (”Welkom bij domeinnaam.nl“). En dát maakt de domeinnaam tot handelsnaam.

Een merkwaardige kronkel bij domeinnamen is wel dat er soms tóch gesproken wordt van “inbreuk”, omdat de domeinnaamhouder aanhaakt bij de bekendheid van de domeinnaam en zo verwarring zaait en profiteert van die domeinnaam. Volgens mij is dat juridisch volstrekt onjuist: die termen komen uit het merkenrecht en een handelsnaam is geen merk. Maar rechters passen die regels gewoon toe, ik vermoed omdat “inbreuk op domeinnaam” heel ernstig klinkt.

Arnoud

of lees de 2 reacties

Het publiek domein is geen gelegaliseerde auteursrechtdiefstal

Tweet
3 januari 2012, 8:17 | Auteursrecht | 27 reacties

jawlensky.gifGisteren publiceerde Boek9 een overzicht van alle werken die per 1 januari in het publiek domein zijn gevallen (van makers overleden in 1941). Leuk, maar deze opmerking viel bij mij even verkeerd:

Een onaangename dag voor veel erven en nabestaanden, maar voor generieke verveelvoudigders een dag waarop het manna bijna letterlijk uit de hemel valt.

zeker in combinatie met deze opmerking:

Sommigen mogen hun brood verdienen met inbreuk maken op andermans auteursrechten, maar voor wie zich wel wat van het auteursrecht aan wil trekken, volgt onderstaand een korte opsomming van enkele spiksplinternieuwe hoogtepunten uit het publieke domein.

Alsof auteursrecht het uitgangspunt is, en publiek-domein worden een raar dinges dat eigenlijk niet helemaal de bedoeling is maar dankzij een kronkel in de wet gek genoeg toch gebeurt. (Toegegeven, Boek9 bedoelt het vast niet zo kwaad maar het sentiment was té herkenbaar.)

Veel auteursrechtjuristen hebben last van eigendomitis: auteursrecht is eigendom, en eigenlijk moet iedereen gewoon van andermans eigendom afblijven. Dat er uitzonderingen in de wet staan (pardon, ‘beperkingen’) is helaas onvermijdelijk, en moet maar worden getolereerd, tenzij mensen al te hard van die uitzondering gaan profiteren want dán interfereer je met de normale exploitatie van het werk en dat kan toch niet zomaar met andermans eigendom?!

En ja, ik ken het Anheuser-Busch arrest dat IE op één lijn stelt met gewoon eigendom, maar daar vallen ook pensioenaanspraken onder dus dat is geen argument.

Auteursrecht is een privilege, een mechanisme ingevoerd om auteurs van een mogelijkheid tot geld verdienen te voorzien. Die beperkingen, en zeker de beperking in tijd, zitten daar niet voor niets op. Daarmee wordt een balans getroffen tussen de belangen van de maker enerzijds en de belangen van het publiek, de maatschappij anderzijds. En dat is wezenlijk wat anders dan eigendom. Ik kan je niet verbieden uit mijn boek te plukken, binnen de grenzen van het citaatrecht. Maar hoe groot jouw belang ook is, je blijft van de bloemen in mijn achtertuin als ik dat zeg. Citaatrecht voor achtertuinen bestaat niet.

De beperking in tijd op het auteursrecht is een wezenlijk deel daarvan. Het is de bedoeling, het is wenselijk dat werken op zeker moment beschikbaar komen voor iedereen. Zo kunnen anderen voortbouwen op die werken, zonder toestemming te hoeven vragen aan dwarsliggende ex-rechthebbenden. West side story kunnen maken zonder aan Shakespeare’s erven te hoeven vragen of dat wel mag, is een groot goed. De uitbreiding van het publiek domein is dan ook geen onaangename gebeurtenis maar een feestje.

Hoe dan ook, werk van makers die overleden in 1941 is vanaf afgelopen zondag publiek domein.

Arnoud

of lees de 27 reacties
« Vorige PaginaVolgende Pagina »
De wet op internet Koop het boek Software: Deskundig en praktisch juridisch advies
Of een van de andere boeken over internetrecht!

Auteur: Arnoud Engelfriet - Licentie: Creative Commons BY-SA 2.5 - Disclaimer - Powered by WordPress