Supreme Court: geen standpunt over softwarepatenten

Tweet
30 juni 2010, 8:15 | Octrooien | 8 reacties

Wat is dat toch met hoge rechtbanken en octrooien versus software? Nadat een tijdje geleden de Grote Kamer van het EPO geen zin had in een duidelijke uitspraak, komt nu ook de Amerikaanse Supreme Court met een arrest over software patents dat in de verste verte geen standpunt inneemt.

Het arrest (via) betreft de Bilski-zaak, over een patent op een hedging-techniek (afdekken van een financieel risico van een investering door middel van een andere investering). Dit was een evidente business method (werkwijze voor het zakendoen), en business method patents zijn zo mogelijk nog discutabeler dan softwarepatenten.

Vele ogen waren dan ook gericht op het Supreme Court in de hoop dat die nu eindelijk eens een harde lijn zou trekken: verbied business method patents, en liefst meteen ook zo veel mogelijk softwarepatenten. Maar daar had men geen trek in. Men wijst de zaak af, maar op grond van de bestaande regels. Daar wordt niets aan toegevoegd of aan afgedaan.

Een opvallend argument daarbij is dat business method patents niet per definitie uitgesloten van octrooieerbaarheid zijn, omdat de Amerikaanse wetgever een paar jaar terug in de wet een expliciete defense daartegen heeft opgenomen. Wie inbreuk maakt op een business method patent, maar kan bewijzen dat hij de method al toepaste voor het octrooi werd toegewezen, kan niet worden veroordeeld. Door zo’n regel op te nemen, aldus het Hof, was de wetgever het impliciet eens met het idee dat business methods gepatenteerd kunnen worden.

Jammer. Een gemiste kans om duidelijkheid te krijgen.

Arnoud

of lees de 8 reacties

Europees Octrooibureau spreekt zichzelf niet tegen over octrooien en software als zodanig

Tweet
18 mei 2010, 8:48 | Octrooien | 17 reacties

Nee hoor, niets aan de hand met die rechtspraak over software-gerelateerde uitvindingen (aka CII aka softwarepatenten). Dat is ongeveer waar de recente opinie G3/08 van de Grote Kamer van Beroep van het Europees Octrooibureau op neerkomt. Er staan misschien tegenstrijdige dingen in de arresten tot nu toe, maar dat heb je altijd als de jurisprudentie zich ontwikkelt. Kortom, valt dat even tegen.

In 2008 besloot het Europees Octrooibureau zichzelf vragen te stellen over de octrooieerbaarheid van software. Sinds 2000 zijn er diverse beslissingen daarover geweest. Hoofdlijn was uitspraak 1173/97, een beslissing waar ik nog elke keer weer hoofdpijn van krijg: een computerprogramma op zichzelf is geen computerprogramma als zodanig wanneer het een technisch computerprogramma op zichzelf is. Met “computerprogramma als zodanig” werd namelijk bedoeld een niet-technisch computerprogramma, zodat wel-technische computerprogramma’s geen computerprogramma’s als zodanig zijn. Eh, juist.

Vervolgbeslissingen maakten het er allemaal niet duidelijker op. De president van het Europees Octrooibureau legde de zaak in 2008 voor aan de Grote Kamer van Beroep, de hoogste instantie binnen de octrooiorganisatie voor dit soort dingen. Dit mede naar aanleiding van een prachtige juridische flame vanuit de Engelse rechtbank.

Vervolgens werd iedereen ook nog eens om zijn mening gevraagd, wat tot een kleine honderd amicus curiae (”Beste Octrooiraad”)-brieven had geleid. Je zou denken dat dat wel een signaal moet zijn naar die Grote Kamer dat dit best wel een belangrijk onderwerp is.

Kennelijk wil men de handen toch niet branden aan het onderwerp. Het verzoek om met een oordeel te komen, wordt afgewezen op puur formele gronden: de Grote Kamer is pas bevoegd als er “verschillen” zijn in eerdere uitspraken, en bij deze wordt “verschillend” hergedefinieerd als “elkaar tegensprekend”.

Oftewel, we zijn nu terug bij de jurisprudentie die er ligt en het EOB kan vrolijk doorgaan met patenten toewijzen zoals ze de afgelopen jaren deed.

De “End software patents” groep kletst dan ook als ze zegt

The patent office is thus does not have the power to decide for itself whether or not software should be patentable.

Waar halen ze dat in vredesnaam vandaan?! Nergens zegt de Grote Kamer dat ze niet kan beslissen, ze wijst het verzoek af omdat er geen conflict is tussen de uitspraken die er liggen.

Arnoud

of lees de 17 reacties

Op LEGO passende steentjes namaken mag, mits

Tweet
26 november 2009, 8:20 | Octrooien, Innovatie | 16 reacties

lego-mega-bloks-blokken-steentjes-nabootsing.pngHet maken van steentjes die op Lego-steentjes passen, is toegestaan. Wel moet je daarbij zo veel mogelijk je best doen om te zorgen dat er geen verwarring kan ontstaan over wiens steentjes het nu eigenlijk zijn. Dat blijkt uit een arrest van de Hoge Raad (via Boek 9) van vorige week, dat een arrest van het Gerechtshof uit 2007 bevestigt. En ik ben benieuwd of we hier nog een voor ICT relevant aspect uit kunnen slepen.

Een hoofdregel in het recht is dat namaken en imiteren van slimme dingen van anderen toegestaan is. Alleen als er een specifiek recht (zoals auteursrecht, octrooi of merkrecht) aan te wijzen is, komt dat anders te liggen. Je mag dus een slimme verkooptruc of schrijftechniek zomaar overnemen. De Hoge Raad trekt (al jarenlang trouwens) de grens bij ’slaafse nabootsing’, het zonder goede reden heel dicht naast een concurrent gaan zitten met je eigen product of dienst. Je moet alles doen wat redelijkerwijs mogelijk en nodig is om te voorkomen dat er gevaar voor verwarring ontstaat.

Nu zijn er tientallen manieren om blokjes te maken die je met elkaar kunt koppelen via knopjes en buisjes, maar er is maar één manier om dat zo te doen dat die blokjes passen op Legoblokjes. En als je die ene manier nadoet, dan is er zeker verwarring mogelijk. Betekent dit dat je dus geen passende blokjes mag maken? Nee, zegt de Hoge Raad:

Onder omstandigheden kan een bij afnemers van de producten bestaande behoefte aan standaardisatie evenwel een rechtvaardiging zijn voor het verwarringwekkend nabootsen van een product

Die verwarring ontstaat immers door de vereiste plaatsing en hoogte van de koppelelementen op de blokjes. Als je die ergens anders neerzet, past het niet meer. Hoewel je nog steeds alles moet doen wat redelijkerwijs nodig is om verwarringsgevaar te voorkomen, is het niet redelijk dat je dan maar niet-passende blokjes moet gaan maken. Als er behoefte is aan passende blokjes, dan mag je die maken.

Zag u het verschil tussen de twee blokjes in het plaatje hierboven trouwens? Volgens de rechtbank, en bevestigd door de Hoge Raad, zijn deze verschillen genoeg om verwarringsgevaar te voorkomen.

Arnoud

of lees de 16 reacties

“Google patenteert eigen homepage”

Tweet
5 september 2009, 8:34 | Octrooien | 6 reacties

google-homepage-patent.pngGoogle’s minimalistische homepage (”zoekstartpagina” volgens Webwereld) is gepatenteerd, meldden diverse media donderdag. Daarmee zou het bedrijf concurrenten zoals Bing of Yahoo! dwars kunnen zitten als die hun veel te drukken startpagina’s willen uitkleden om zo eindelijk eens marktaandeel te veroveren.

Wat je daarbij echter zelden ziet, is het nummer van het patent want dat had in dit geval veel duidelijk gemaakt: het gaat om een zogeheten design patent, herkenbaar omdat het nummer (D599372) begint met een “D”.

Een design patent heet bij ons een “modelrecht”, en komt neer op bescherming voor het uiterlijk, de vormgeving van een product. Zoals Octrooicentrum Nederland het omschrijft:

Dit uiterlijk wordt bepaald door bijvoorbeeld de kleur, de vorm of het materiaalgebruik van het voortbrengsel. Essentieel hierbij is dat het model nieuw is en een eigen karakter heeft.

Het gaat hier dus nadrukkelijk niet om de techniek achter de homepage of hoe inventief het is om niets op je homepage te zetten. Het criterium is enkel en alleen of je iets nieuws hebt bedacht dat als uiterlijk van een product kan dienen. En dat mag dus best iets triviaals zijn. Nog trivialer dan de Auteurswet eist trouwens, drie rechte strepen op een schoen kunnen prima een beschermd modelrecht zijn maar ze zijn (waarschijnlijk) niet creatief genoeg om een auteursrecht te claimen.

Kan dit patent bij ons ook verleend worden? Dat is een goeie vraag. Het belangrijkste struikelblok zal zijn of een homepage een ‘product’, of beter gezegd een ‘voortbrengsel’ is in de zin van het Beneluxverdrag voor de Intellectuele Eigendom. Je kunt namelijk een nieuw ontwerp alleen beschermen als dit het uiterlijk van een twee- of driedimensionaal voorwerp is. Maar in artikel 3.1 van dat verdrag staat onder andere:

Computerprogramma’s worden niet als voortbrengsel aangemerkt.

Volgens dit boek was daarbij de overweging dat “het moeilijk denkbaar is een computerprogramma als een voortbrengsel met een te beschermen uiterlijk te beschouwen”. Wat is immers de buitenkant van een computerprogramma? Tsja, ik zou zeggen dat de interface op het scherm het uiterlijk is, maar dat ligt kennelijk complexer.

Je kunt dus het uiterlijk van een computerprogramma, bv. de skin van MSN Messenger, niet via een modelrecht beschermen. Daarvoor zul je echt auteursrecht moeten proberen te claimen op bijvoorbeeld de icoontjes of het kunstzinnige karakter van de plaatsing van alle interface-elementen. (Misschien dat daarom steeds meer programma’s zo’n niet-standaard en daarmee volstrekt onbruikbare interface hebben?)

Voor een website zal dan wel hetzelfde gelden denk ik. Wat is de buitenkant van een website?

Oh ja, bij SearchEngineLand schrijft iemand dat “[p]lenty of search engines prior to Google’s 1998 launch had clean pages”. Iemand enig idee welke? De meeste sites waren voor zover ik me kan herinneren juist hartstikke druk met portaltoestanden en knipperende banners.

Arnoud

of lees de 6 reacties

Google Chrome bevat LGPL videosoftware, mag dat?

Tweet
9 juni 2009, 8:59 | Open source, Octrooien | 8 reacties

google-chrome.pngGoogle Chrome, de minimalistische browser van het advertentie- en zoekmachinebedrijf bevat veel open source. Recent bleek de browser echter ook de open source FFMPEG videosoftware te bevatten om zo filmpjes op webpagina’s beter te kunnen afspelen. En dat is opvallend, omdat FFMPEG onder de LGPL 2.1 open source licentie is uitgebracht. De verhouding tussen LGPL 2.1 en de MPEG-octrooilicenties is op zijn zachtst moeilijk te noemen.

Wie MPEG-functionaliteit aan zijn product wil toevoegen, heeft octrooilicenties nodig. Organisaties als MPEG-LA verstrekken dergelijke licenties, uiteraard tegen betaling. Daarbij geldt de eis dat je alleen voor je eigen producten kunt betalen: maakt de klant een kopie, dan moet die zelf een nieuwe licentie komen halen. Iets dat moeilijk ligt bij open source software, omdat het daar juist de bedoeling is dat klanten het ook weer kopiëren en verspreiden.

De LGPL bevat namelijk een aantal clausules die bedoeld zijn voor deze situatie. De belangrijkste is artikel 10:

You may not impose any further restrictions on the recipients’ exercise of the rights granted herein. You are not responsible for enforcing compliance by third parties with this License.

Oftewel: u mag anderen geen beperkingen opleggen op de rechten die u zelf krijgt van de LGPL. Deze clausule maakt het, zo werd altijd aangenomen, erg moeilijk om open source te gebruiken als daarvoor betaalde octrooilicenties van derden nodig zijn. Maar, wat zegt nu Google’s open source program manager Chris DiBona:

(a) Party A gives Party B a library licensed under the LGPL 2.1
(b) Party B gets a patent license from Party C
(c) Party B then distribute the library under the LGPL 2.1

This situation is *not* prohibited by the LGPL 2.1 (see the LGPL 3.0 for a license that does deal with this situation). Under the LGPL 2.1, the fact that Party B may have a patent license with an unrelated third-party is irrelevant as long as it doesn’t prevent Party B from granting people the rights LGPL 2.1 requires they grant them (namely, only those rights it in fact received from Party A).

Oftewel (ik krijg er ook hoofdpijn van): het “further restrictions” gaat om restricties die de verspreider van de software oplegt, terwijl de MPEG-licentie een restrictie van een derde is. Google kan er niets aan doen dat derden een betaald licentieprogramma hebben op de software die zij van FFMPEG hebben gekregen.

Meer to-the-point is DiBona’s collega Daniel Berlin verderop:

Nowhere in the LGPL 2.1 are we required to grant you patent rights that we may have.

Dat is op zijn minst een originele interpretatie te noemen. In artikel 11 van de LGPL staat namelijk:

If you cannot distribute so as to satisfy simultaneously your obligations under this License and any other pertinent obligations, then as a consequence you may not distribute the Library at all. For example, if a patent license would not permit royalty-free redistribution of the Library by all those who receive copies directly or indirectly through you, then the only way you could satisfy both it and this License would be to refrain entirely from distribution of the Library.

De gebruikelijke interpretatie van dat voorbeeld is dat een octrooilicentie gratis voor de hele wereld moet zijn, wil de licentienemer in staat kunnen zijn de software onder LGPL te mogen verspreiden. Maar Google komt nu met de creatief gevonden interpretatie dat de MPEG-licentie haar niet verbiedt de software onder de LGPL te verspreiden. Helaas krijgen afnemers geen MPEG-licentie, maar dat is niet verplicht volgens de LGPL.

In Google’s visie moet de MPEG-licentie zeggen “U dient ervoor te zorgen dat uw afnemers geen kopieën maken van de MPEG-software” voordat haar verspreiding de LGPL zou overtreden. Maar dat doet deze niet - er staat alleen “u moet betalen per kopie die u verspreidt”. En zolang Google dat maar braaf doet, is er weinig aan de hand. Chrome-gebruikers mogen de MPEG-functionaliteit gebruiken. Alleen, als ze kopieën gaan maken is dat geheel op eigen risico.

Helaas loopt de discussie een beetje snel dood nadat Håkon Lie zich erin mengt met terechte en kritische vragen - Lie is van Chrome-concurrent Opera. Het is namelijk een zeer fundamentele vraag.

Persoonlijk zou ik het Google-standpunt niet snel durven verdedigen, hoewel ik er niet meteen grote gaten in kan schieten. Het is evident de bedoeling van de LGPL om dit soort uitzonderingsposities tegen te gaan. Maar aan de andere kant, er waren hele lappen tekst GPLv3 nodig om het op te schrijven dus het staat er niet expliciet. En als de bedoeling er niet staat, heeft over het algemeen de licentiegever pech.

Arnoud

of lees de 8 reacties

EOB wil uw mening over softwareoctrooien

Tweet
27 maart 2009, 8:14 | Octrooien | 2 reacties

cant-hear-you-epo-eob-software-patent-octrooi.pngSoftware is niet octrooieerbaar, behalve als het technische software betreft want dat is op zich geen software. Of zoiets. Dat is kort gezegd het standpunt van hte Europees Octrooibureau als het gaat om de octrooieerbaarheid van software-gerelateerde uitvindingen, door tegenstanders ook wel aangeduid als “softwarepatenten”. Dat standpunt van het EOB is enigszins onbegrijpelijk voor veel mensen (waaronder ondergetekende).

Vorig jaar oktober bleek het zelfs voor het EOB zelf niet meer te begrijpen, vandaar dat men de Grote Kamer van Beroep van stal heeft gehaald om nu eens goed uit te leggen hoe het zit. Maar zelfs die Grote Kamer weet het niet meteen, en roept dan ook de wijsheid van de massa in: iedereen die wil, mag zijn zegje doen over de octrooieerbaarheid van computerprogramma’s. U heeft daarvoor tot eind april.

Het is niet de bedoeling dat u opmerkingen maakt over het Europees Octrooiverdrag zelf, dat claims op “programs for computers as such” uitsluit van octrooi. Dat verdrag staat, en daar zult u het mee moeten doen. De mening dient te gaan over de vraag wat dit betekent. Het zou erg leuk zijn als uw antwoord het woord “techniek” kon bevatten zonder cirkeldefinitie daarvan (”iets is techniek als het technisch is, wat betekent dat er techniek aan te pas komt”). Zie ook mijn voorspelling nummer 4 van december.

Mijn insteek: “computer program as such” wil niets meer zeggen dan “de software zelf”. Je kunt geen octrooi krijgen op een computerprogramma, maar alleen op apparaten die geprogrammeerd zijn om iets nieuws en inventiefs te doen en daarmee een technologische vooruitgang op te leveren. Oftewel, MP3-spelers zijn octrooieerbaar maar Winamp kan niet onder zo’n octrooi vallen. Leo’s laptop met Winamp erop is een twijfelgeval; ik zou geneigd zijn deze puur pragmatisch buiten het bereik van het octrooi te rekenen.

(Indien uw antwoord “controllable forces of nature to achieve predictable results” bevat mag u meteen uitleggen waarom het sturen van gecontroleerde elektrische stroompjes door een CPU daar niet onder valt.)

Arnoud
Foto: Striatic, Flickr, CC-BY 2.0

of lees de 2 reacties

TomTom aangeklaagd voor patentinbreuk, Linux ook?

Tweet
27 februari 2009, 8:01 | Open source, Octrooien | 10 reacties

tomtom-linux.pngNee, die kratjes vrij bier moeten nog even wachten. Microsoft heeft gisteren TomTom voor de rechter en de International Trade Commission gedaagd, omdat TomTom’s routeplanners inbreuk op vijf patenten van de marktleider zou maken. TomTom gebruikt Linux in die apparaten, dus dit is “het begin van de patentoorlog” aldus Slashdot. De rechtszaak is nieuws, maar het Linux-aspect niet.

Microsoft heeft maar liefst acht octrooien uit de kast getrokken. Drie daarvan hebben betrekking op de VFAT-technologie waarmee je lange bestandsnamen kunt opslaan op een ouderwetse FAT-gebaseerde schijf. En laat dat nu precies iets zijn dat door het Linux besturingssysteem aangeleverd wordt. In de klacht bij de ITC zegt Microsoft dat ook expliciet, hoewel de onderbouwing vooralsnog ontbreekt.

Twee van de octrooien (6,175,789 en 7,054,745) gaan specifiek over kastjes die navigatiefunctionaliteit bieden. Drie andere (6,704,032, 7,117,286 en 6,202,008) zijn meer algemene octrooien over portable kastjes met software aan boord. Een ander octrooi (6,256,642) gaat over het herprogrammeren van flashgeheugens. Het zijn de laatste twee octrooien (5,579,517 en 5,758,352) die bekend staan als de “VFAT patents”. Eind 2003 lanceerde Microsoft een licentieprogramma voor deze technologie (die u misschien kent van de LANGEB~1.DOC bestandsnamen), dus echt nieuws dat de VFAT-technologie in Linux een probleem kon hebben is dit niet.

De VFAT-octrooien hebben al aardig onder vuur gelegen, onder andere door acties van de Public Patent Foundation . Tot nu toe zijn ze steeds overeind gebleven, omdat Microsoft er vroeg bij was met het octrooi. Wie was er voor 1995 al zo gek om een techniek te gebruiken waarbij je lange bestandsnamen in een tabel gaat stoppen waar ze niet in passen, om ze dan in de kopie-tabel op te slaan als BLABLA~1.TXT?

Maar goed, de hamvraag (biervraag) is natuurlijk: is dit nu echt een “aanval op Linux”? Wat mij betreft niet. Het gaat om de kastjes van TomTom, en die claims waren net zo goed gelegd als er een ander besturingssysteem in zat dat de VFAT technologie implementeerde. Microsoft zet de patenten in tegen de apparaten van TomTom, en het zal ze worst wezen of het nu door Linux of een proprietary OS komt. Of nou ja, dat het Linux is zal vast een leuke bonus zijn maar ze gaan echt niet TomTom aanklagen enkel en alleen om Linux onder vuur te kunnen nemen.

Update: zie ook het artikel in Computable van maandag 2 maart.

Arnoud
Afbeelding: OpenTom wiki.

of lees de 10 reacties

Petitie van Vrijschrift rammelt, ga je huiswerk overdoen jongens

Tweet
21 december 2008, 9:31 | Octrooien | 31 reacties

Stichting Vrijschrift, die streeft naar vrije informatie en kennis, heeft weer eens een petitie over softwareoctrooien opgezet. De aanleiding daarvan ontgaat me. Er is nou recentelijk niet bepaald veel gebeurd op dat gebied. In oktober besloot het EPO nog zichzelf vragen te stellen over of ze nou toch niet te ver gingen. Zou het niet productiever zijn om even te wachten tot die antwoorden binnen zijn alvorens weer eens de oude argumenten over bergen triviale octrooien van stal te halen?

Maar goed, dat ze een petitie willen starten, moet Vrijschrift zelf weten. Alleen, mag het voor de verandering eens gebaseerd zijn op feiten in plaats van stemmingmakerij?

Om haar standpunt te ondersteunen, presenteert Vrijschrift namelijk een lijst van tien ongewenste octrooien. Maar, net als tijdens dat hoofdpijndebat in 2005, het is een behoorlijk misleidende lijst: men toont de octrooiAANVRAGEN en niet de verleende octrooien. Dat er eind jaren negentig (de lijst bevat erg oude voorbeelden namelijk) veel te brede aanvragen werden ingediend, is geen nieuws. Wel nieuws zou zijn als de verleende octrooien a) nog steeds in stand zijn en b) een belachelijk brede scope zouden hebben. En dat is in de meerderheid van de geciteerde zaken niet het geval.

De helft van de tien zaken leeft nog, maar in alle vijf de gevallen zijn de toegekende claims een stuk beperkter dan wat Vrijschrift suggereert. Vier zaken op de lijst zijn gewoon keihard verlopen of ingetrokken:

  • EP0370847: overal vervallen sinds 2005.
  • EP0715740: overal vervallen in 2006.
  • EP0933892: octrooi ingetrokken door EPO zelf.
  • EP0807891: overal vervallen sinds augustus van dit jaar 2008

En dan blijft er nog eentje over: EP0927945, het roemruchte Amazon one-click, pardon anoniem-schenkenoctrooi. Dit is verleend, maar er hangt nog een oppositieprocedure. Dus om nu te zeggen dat dit toegekend is, is nogal prematuur.

Daarnaast zou het erg leuk zijn als er een voorbeeld bij zat dat na laten we zeggen 2002 is aangevraagd. We weten allemaal dat er eind jaren negentig veel troep is ingediend, maar door nu dit debat weer op te rakelen, suggereert Vrijschrift dat deze praktijken nog steeds usance zijn. Het zou dan wel zo goed zijn als er een recent voorbeeld bij zat.

Kortom, doe jullie huiswerk eens over jongens. En dit is niet de eerste keer, ook tijdens dat debat in 2005 werd regelmatig met aanvragen geschermd alsof het verleende octrooien waren. Ik vind het dus wat moeilijk om te geloven dat dit een onschuldig foutje was. Vrijschrift moet beter weten. Een zeer kwalijke zaak, deze vorm van stemmingmakerij.

Arnoud

of lees de 31 reacties

EPO stelt zichzelf vragen over octrooi op software

Tweet
30 oktober 2008, 8:17 | Octrooien | 5 reacties

Dat zal tijd worden: het Europees Octrooibureau (EPO) gaat een principiële uitspraak doen over wanneer je nu wel of niet octrooi op een software-gerelateerde uitvinding kunt krijgen. De Grote Kamer van Beroep van het EPO heeft onlangs een serie vragen van de President van datzelfde EPO voorgeschoteld gekregen over de reikwijdte van het verbod op octrooi op computerprogramma’s als zodanig”".

Over wat wel denigrerend softwarepatenten genoemd wordt, is veel te doen. Kan het, mag het, en zo ja onder welke voorwaarden. Het EPO nam begin jaren nul in uitspraak 1173/97 een beslissing waar ik nog elke keer weer hoofdpijn van krijg: een computerprogramma op zichzelf is geen computerprogramma als zodanig wanneer het een technisch computerprogramma op zichzelf is. Met “computerprogramma als zodanig” werd namelijk bedoeld een niet-technisch computerprogramma, zodat wel-technische computerprogramma’s geen computerprogramma’s als zodanig zijn. Wie heeft de Paracetamol?

In ieder geval, wat gaat het EPO nu proberen te verduidelijken?

Ten eerste: valt een computerprogramma alleen onder de uitzondering als het expliciet als “Computerprogramma” geclaimd wordt? In de octrooiclaims moet je namelijk precies aangeven waar je een octrooi op wilt hebben. Je kunt je uitvinding op verschillende manieren claimen, bijvoorbeeld als apparaat, als werkwijze of als stofje. Als het apparaat of de werkwijze software gebruikt, is het apparaat dan uitgesloten? Of alleen een claim op de software zonder het bijbehorende apparaat?

Vraag 2 gaat daarop door en wil weten of het uitmaakt of je in de claim erbij zet dat het computerprogramma op een fysieke drager staat. Dit omdat een aantal recente beslissingen bepaalt dat een uitvinding in beginsel octrooieerbaar is wanneer er technologie aan te pas komt, hoe oud die ook is.

In vraag 3 wordt gekeken naar wanneer je een computerprogramma als technologie kunt zien. Moet het criterium daarvoor zijn dat er een “technisch effect op een fysieke entiteit in de echte wereld” te meten is?

Vraag 4 begrijp ik niet helemaal. Die gaat over de activiteit van het programmeren zelf. Wanneer is daar sprake van technisch ontwikkelen, van werken aan techniek, van bouwen zeg maar. Waarom die vraag relevant is, snap ik niet. De manier van bouwen van een stoomtrein is toch ook niet relevant voor de vraag of je die stoomtrein kunt octrooieren?

In ieder geval, de antwoorden zullen erg belangrijk zijn voor de octrooipraktijk in Europa. Als de Grote Kamer een harde lijn inzet, kan dat dik de helft van alle Europese octrooien onderuit halen. Kiest men voor eenzelfde redenering als de (kleine) Kamer van Beroep in 2000 deed, dan zal de verkoop van Paracetamol flink toenemen, in ieder geval bij mij in Eindhoven.

Via Boek9.nl, dat de laatste tijd opvallend veel slashes in haar URLs heeft staan. Waarom hebben juridische informatiesystemen en CMS’en altijd zulke bizarre backends?

Arnoud

of lees de 5 reacties

Octrooien tegen terrorisme!

Tweet
20 juli 2008, 10:56 | Octrooien, Beveiliging, Grappig | 2 reacties

Octrooien zijn nog steeds een mooie graadmeter van waar techneuten zich mee bezighouden. Jaren geleden woonde ik een lezing bij van Octrooicentrum Nederland (het BIE, toen nog). Daar vertelde een onderzoeker dat het aantal octrooien op stille winkelwagentjes flink was toegenomen sinds er aandacht vanuit de politiek was voor herrie op zaterdagochtend door, inderdaad, luidruchtige winkelwagentjes op asfalt.

Vandaag de dag spelen winkelwagentjes een minder prominente rol dan, zeg, bestrijding van terrorisme. Er worden allerlei nuttige en minder nuttige dingen bedacht om aanslagen te voorkomen of de effecten te minimaliseren. Neatorama maakte een top 10 van de vreemdste uitvindingen.

Ik vond deze antizelfmoordaanslagparaplu het sterkste idee:

antiterrorisme.gif

En u?

Via Schneier on Security.

Arnoud

of lees de 2 reacties
« Vorige PaginaVolgende Pagina »
De wet op internet Koop het boek Software: Deskundig en praktisch juridisch advies
Of een van de andere boeken over internetrecht!

Auteur: Arnoud Engelfriet - Licentie: Creative Commons BY-SA 2.5 - Disclaimer - Powered by WordPress