Er zitten minderjarigen in mijn spel!

2 november 2011, 8:12 | Contracten | 15 reacties

inschrijven-leeftijd.pngEen lezer vroeg me:

In het online spel dat ik speel, zie ik steeds vaker minderjarige deelnemers. Het spel kent volgens mij geen minimum-leeftijd maar vereist wel dat minderjarigen met toestemming van hun ouders spelen. Ik krijg niet de indruk dat die deelnemers die toestemming hebben. Welke verantwoordelijkheid heb ik als volwassen speler tegenover die minderjarige spelers, of tegenover het beheer?

Als deelnemer heb je geen speciale verantwoordelijkheden of plichten als je ontdekt dat andere deelnemers minderjarig zijn. Minderjarigheid is -in het contractenrecht- een kwestie tussen de contractspartijen, de deelnemer en het beheer dus. Als deelnemer heb je niets te maken met die contractuele relatie. Iedere deelnemer heeft een eigen contract met het beheer, en de (on)geldigheid van één contract staat volstrekt los van de andere contracten, en van de relatie tussen die contracthouders onderling.

Het beheer mag eisen dat deelnemers zestien (of achttien) jaar of ouder zijn, en mag redelijke maatregelen invoeren om dit af te dwingen. In de praktijk gaat het meestal goed, omdat je er niets van merkt dat iemand minderjarig is. Een 14-jarige kan ook prima discussiëren op een forum of meedoen aan een spel. Als minderjarigen moeten betalen, dan wordt het lastig. En bij profielen van minderjarigen ligt er ook een probleem: de privacywet verbiedt dat, zonder toestemming van de ouders.

Maar nogmaals, dit is allemaal een probleem tussen de deelnemer (en diens ouders) en het beheer. Heeft het beheer de leeftijd gecontroleerd en toestemming van de ouders gekregen, dan mag een minderjarige probleemloos meedoen. Zijn relatie tot medespelers is dan niet anders dan die van de volwassen spelers. Of je met zo iemand wilt samenspelen, is een andere kwestie, maar dat is meer iets van persoonlijkheid.

Hooguit zou je als medespeler het beheer kunnen tippen: “Weten jullie wel dat persoon X eigenlijk 13 jaar is”. Als het beheer dat nog niet wist, dan kunnen ze met zo’n klacht op onderzoek uitgaan en eventueel persoon X uitsluiten totdat diens ouders zich melden met de goedkeuring. Als het gaat om een site die voor volwassenen bedoeld is (bijvoorbeeld vanwege erotische inhoud, die niet aan zestienminners mag worden getoond), dan lijkt me zo’n tip bijna verplicht, omdat je dan heel theoretisch kunt zeggen dat je anders medeplichtig wordt aan het laten vertonen van erotiek aan zestienminners (art. 240a Strafrecht). Maar dat is echt een extreme uitzondering.

Iets realistischer: je komt een speler tegen met een betaald premiumaccount of met vele dure spullen waarvan je weet dat die met echt geld zijn gekocht. Je ontdekt dat die persoon twaalf is en hij/zij zegt dat zijn ouders er niets van weten. Moet je dan iets doen? Moreel gezien: misschien. Juridisch gezien: nee. Je kúnt hier niets mee, want dit raakt jouw contractuele relatie tot het beheer niet.

Arnoud

of lees de 15 reacties

Mogen kinderen betalen in sociale games?

23 september 2011, 8:08 | Contracten | 37 reacties

farmville-credits.pngVia internetspellen als Farmville en Happy Harvest betalen kinderen soms tientallen euro’s voor zaken als het onderhouden van een digitaal tuintje, las ik bij Adformatie. Hoogleraar Jeugd en Media Patti Valkenburg wil paal en perk stellen aan deze praktijk, onder meer door een vernieuwde Kinder- en Jeugdreclamecode. Deze code bevat -voor zover ik kan zien- geen enkel artikel dat ziet over in-game purchases.

Zou zo’n artikel er moeten komen? Ik denk het wel, hoewel ik niet verder kom dan “dit moet gewoon niet mogen” en dat zal op iets te veel weerstand stuiten bij de gemiddelde socialemediaspelletjesaanbieder.

De huidige juridische grens biedt niet echt soelaas. In mei blogde ik over ongewenst gekochte Facebookcredits door het kind en of de ouders deze aankoop ongedaan kunnen maken.

Minderjarigen mogen dingen kopen die “gebruikelijk” zijn voor hun leeftijd. Een snoepje bij de Jamin is voor een negenjarige gebruikelijk, een nieuwe fiets niet. Voor een 15-jarige is een fiets of dure broek denk ik weer wel gebruikelijk, er zijn er genoeg die dat doen immers. Als de aankoop niet gebruikelijk is, dan kunnen de ouders deze terugdraaien en de winkel moet dat accepteren.

Bij microtransacties zoals veevoer in Farmville ligt het juridisch lastig: je kunt namelijk goed stellen dat elke transactie een aparte aankoop is en dus juridisch een apart contract. En dan kun je het niet terugdraaien: een kind van negen mag best 10 cent uitgeven aan een spelletje. Dat hij dat dan duizend keer doet, tsja dát valt buiten het bereik van dit wetsartikel.

Je kunt natuurlijk verdedigen dat het kind in feite een aankoop van duizend keer 10 cent oftewel 100 euro doet en dát is niet gebruikelijk voor een kind van negen. Maar dan moet je een constructie opvoeren waaruit blijkt dat er één overeenkomst is waarbij die 100 euro in fragmenten van 10 cent wordt besteed. En volgens mij is die er niet. Wel natuurlijk als je een berg credits vooraf koopt, dan is de aanschaf van die credits 100 euro in één keer.

De vervolgvraag is dan of het ‘gebruikelijk’ is dat een kind van negen 100 euro besteedt aan zulke credits. De hoogte van het bedrag is niet doorslaggevend. Als blijkt dat ‘iedereen’ van die leeftijd dit doet, dan is dat al genoeg om het gebruikelijk te noemen. En ik weet niet hoe veel kinderen er op Farmville zitten en credits kopen, maar dat zullen er toch al aardig wat zijn.

Arnoud

of lees de 37 reacties

Een minderjarige bestelt iets, wat kan ik doen?

23 juni 2011, 8:05 | Contracten, Webwinkels | 27 reacties

Een lezer vroeg me:

Ik bied op internet een spel aan waarbij je moet betalen voor premiumfunctionaliteit. Vorige week kreeg ik een brief van een rechtsbijstandsverzekeraar dat ik een bepaalde dienst moet annuleren, en al het betaalde geld moet teruggeven, omdat een minderjarige de creditcard van zijn vader had gebruikt zonder toestemming. Ik heb het account geblokkeerd, maar moet ik ook geld terugbetalen? Ik heb bij registratie gevraagd of mensen 18+ zijn, en als je dat niet aanvinkt dan kun je geen account aanmaken.

Hoofdregel uit de wet is dat een minderjarige (jonger dan 18 jaar) geen contracten mag afsluiten zonder toestemming van zijn ouders. Uitzondering is als het gaat om producten of diensten die ongebruikelijk zijn voor zijn leeftijd. Een kind van tien mag dus snoep kopen bij de Jamin maar geen fiets bij de fietsenmaker. Op internet mag een tienjarige credits kopen voor Habbo Hotel of ander spelletje, maar geen webhostingpakket. Een vijftienjarige mag wel hostingpakketten afnemen want dat is vrij normaal (mits het een basic pakketje is).

Als de minderjarige iets ongebruikelijks heeft besteld, en de ouders maken bezwaar, dan draait de wederpartij in beginsel voor de kosten op. Hij moet alle aanbetalingen teruggeven en op eigen kosten alles terugdraaien. Er is een uitzondering voor het geval het geleverde de minderjarige tot daadwerkelijk voordeel heeft gestrekt (art. 6:209 BW en 6:276 BW). Hij moet dan de kosten van het geleverde vergoeden.

Plat gezegd: de minderjarige moet werkelijk iets hebben gedaan met hetgeen waarvoor is betaald. Het opnemen van een op zijn bankrekening gestort geldbedrag is een voorbeeld. Het aankopen van goederen in een online spel zou daar m.i. ook kunnen vallen. Credits vind ik een twijfelgeval - daar doe je nog niks mee. Idem voor vooruit betalen van bv. een hostingabonnement.

Soms is een schadeclaim richting de minderjarige mogelijk (Hijma p. 145). Hij moet dan onrechtmatig hebben gehandeld, bijvoorbeeld door opzettelijk te liegen of een vervalst identiteitsbewijs te laten zien. Een “Ja ik ben 18+” vakje moeten aanvinken zou daaraan kunnen voldoen, maar het is nog nooit getest in de praktijk. Essentieel is wel dat het bedrijf íets moet doen op het gebied van leeftijdscontrole. Als het bedrijf niets vraagt, kan de minderjarige niet verweten worden te hebben gelogen over zijn leeftijd immers.

Vanwege het 18+-vakje zou ik dus geneigd zijn te zeggen dat je een vergoeding mag rekenen voor de daadwerkelijk afgenomen diensten, maar niet meer. Heeft hij bijvoorbeeld een jaarabonnement genomen en komt dat na een maand uit, dan mag je 1/12e van het jaarabonnement houden - als hij gebruik heeft gemaakt van de dienst in die maand natuurlijk. Ook kosten die je daadwerkelijk gemaakt hebt bij je eigen leveranciers, mag je als vergoeding opvoeren. Het restant moet dan wel terug.

Arnoud

of lees de 27 reacties

Mijn kind heeft credits gekocht op Facebook, wat nu?

16 mei 2011, 8:21 | Beveiliging | 60 reacties

Een lezer vroeg me:

Mijn kinderen spelen op Facebook allerlei spelletjes, en gebruiken daarbij het account van mij of van mijn vrouw. Bij sommige spellen kun je via extra credits hogerop komen, maar die moet je dan kopen. Onze dochter van 9 ontdekte echter dat onze creditcardgegevens werden onthouden door Facebook, zodat ze snel voor 55 euro wat credits aanschafte. Hoger kon niet, want daarvoor hadden ze de pincode nodig. Kan ik deze ongewenste betaling ongedaan maken?

De wet (art. 1:234 BW) bepaalt dat minderjarigen niet zelfstandig overeenkomsten kunnen sluiten. Daarvoor is toestemming nodig van de ouders. Het is alleen niet handig als een kind voor elke reep chocola een briefje van zijn ouders nodig zou hebben. Daarom staat in de wet staat dat die toestemming wordt verondersteld te zijn gegeven als het een rechtshandeling is “waarvan in het maatschappelijk verkeer gebruikelijk is dat minderjarigen van zijn leeftijd deze zelfstandig verrichten.”

De vraag is dan, is het voor minderjarigen van 9 jaar gebruikelijk dat ze credits voor Facebookspelletjes kopen. Ik heb eerlijk gezegd geen flauw idee. Wie onderzoek heeft naar dit onderwerp, ik hoor het graag.

Een bijkomstig punt is hier wel dat het niet het kind is dat de aanschaf deed, maar de vader. Althans, zo zag het eruit voor Facebook. Er werd immers gewerkt vanaf diens account, en niet vanaf een account dat gekoppeld was aan de negenjarige dochter. Ik denk dan ook dat het in die situatie niet mogelijk is de aankoop te annuleren op grond van artikel 1:234 BW. Het zou wel érg makkelijk zijn voor volwassen om dan dingen te kopen en achteraf te zeggen dat het hun minderjarige kind was.

Een juridisch argument om dat te onderbouwen is dat wanneer je je kind jouw account laat gebruiken, je hem of haar in feite als jouw vertegenwoordiger aanstelt. Het kind koopt dan niets, maar jíj koopt die zaken en het kind handelt daarbij als uitvoerder in jouw naam. In die situatie is het onmogelijk om je op artikel 1:234 BW te beroepen want jij als ouder bent meerderjarig.

Het lijkt me dus handiger je kinderen een eigen account te geven, dat stevig af te sluiten tegen ongewenst gebruik en ze zelf te laten sparen voor eventuele credits.

Arnoud

of lees de 60 reacties

Mag ik een bestelling omruilen via de Wet koop op afstand?

6 mei 2011, 8:10 | Webwinkels | 8 reacties

Een lezer vroeg me:

Bij onze elektronicawebwinkel krijgen we vaak klanten die een bestelling willen omruilen voor een ander type na een paar dagen uitproberen. Dat andere type kan wel eens goedkoper uitvallen, ook qua verzendkosten. Het prijsverschil storten wij terug, minus de verzendkosten die wij hebben gemaakt voor de 2de zending. Mag dat van de Wet koop op afstand?

Volgens de wet koop op afstand mag een klant een bestelling binnen 7 werkdagen na ontvangst annuleren. Hij moet dan zijn geld terugkrijgen (inclusief de heenverzendkosten en eventuele kosten van de betaling, bv. de creditcard). Wel moet hij zelf de kosten van het terugzenden betalen. (Dit geldt ook bij speciale bestellingen, iets waar bij electronica nog wel eens ruzie over is.)

De wet koop op afstand regelt alleen het annuleren van de bestelling, niet het omruilen. Maar het lijkt me dat dezelfde regels bij omruilen moeten gelden. Immers, anders annuleert de klant gewoon de bestelling en koopt hij een dag later het gewenste model. Het lijkt me niet de bedoeling dat je klanten in deze bocht moet wringen, dus ik ben geneigd te zeggen dat omruilen binnen zeven werkdagen volgens dezelfde regel als annuleren moet gaan.

Bij een omruiling mag de winkel de klant de verzendkosten van het nieuwe product in rekening brengen. De heenzendkosten van het oude product moet hij terugbetalen. De consument moet dus slechts één keer heenverzendkosten betalen, die van het laatste artikel. Eventuele terugzendkosten moet hij wel steeds zelf betalen.

Arnoud

of lees de 8 reacties

Annuleren koop op afstand mag ook voordat geleverd wordt

24 maart 2011, 8:14 | Webwinkels | 65 reacties

Wie via internet iets bestelt, mag dat binnen zeven werkdagen na ontvangst retourneren. De wet koop op afstand biedt je dit recht, en de winkel moet je je geld teruggeven (inclusief de verzendkosten). Maar mag dat annuleren ook voordat het product uitgeleverd is? De kantonrechter in Assen vindt van wel, blijkt uit een vonnis van vorige week. Update (13 september) hetzelfde zegt kantonrechter Arnhem in een andere zaak van dezelfde fietsenhandel. Update (16 november) óók hetzelfde zegt rechtbank Alkmaar in een derde zaak van dit bedrijf.

In deze zaak ging het om een webwinkel die fietsonderdelen verkoopt in wat de kantonrechter noemt een zogenoemde “webshop”. De consumentklant had fietsonderdelen toegevoegd aan een virtueel winkelmandje en op de virtuele knop “bestelling voltooien” gedrukt. (Ja sorry, maar het leest echt wat surreëel, die aanhalingstekens en het gebruik van “virtueel” voor iets dat al dik tien jaar bestaat.) Daarna wilde de winkel echter niet uitleveren, omdat deze een volledige betaling vooraf verlangde.

De consument voerde verweer dat hij nog helemaal niet besteld had, omdat hij alleen maar een prijsoverzicht wilde en dit de enige manier was om dat te krijgen. Daar zit wat in: volgens de wet (art. 7:46c BW) moet je voor het plaatsen van een bestelling een volledig overzicht van de prijs inclusief BTW en verzendkosten te zien krijgen. Ook had hij verweer kunnen voeren dat volledige vooruitbetaling niet mag worden bedongen in algemene voorwaarden, maar dat is niet gebeurd.

De kantonrechter in Assen doet geen uitspraak over de vraag of een overeenkomst is gesloten, maar pakt de simpele uitweg: stel dat er een overeenkomst was gesloten, dan mag je die tot zeven dagen na ontvangst van de overeenkomst kosteloos annuleren. En dat geldt ook als je dat vóór ontvangst van de bestelling doet. Dus óf er is geen overeenkomst en dan hoeft de consument natuurlijk niets te betalen, óf er is wel een overeenkomst en die is dan bij deze ontbonden.

De kantonrechter in Arnhem erkent dat er een overeenkomst is maar staat toe deze te ontbinden ook voor levering:

Waar de koper het recht heeft na ontvangst van een zaak te koop te annuleren, moet voorts aangenomen dat hij dat recht ook heeft nog voor de ontvangst van de zaak.

De winkel beriep zich in beide zaken nog op de algemene voorwaarden waarin stond dat er binnen zeven dagen na factuurdatum had moeten worden geannuleerd, maar die verklaart de rechterverklaren beide rechters ongeldig omdat ze in strijd zijn met dwingend recht.

Eerlijk gezegd snap ik niet goed waarom de winkel hier een punt van maakt. Ik ken maar weinig winkels waar ze moeilijk doen over annuleren voordat er iets verzonden is. Immers je kunt je bestelling hoe dan ook terugsturen en dan zit je toch in exact dezelfde situatie? De winkel is zelfs goedkoper uit als ze nog niets verzonden hebben, omdat ze de heenverzendkosten dan niet hoeven te betalen.

Update (6 december) de rechtbank Alkmaar oordeelt hetzelfde “vanwege de nutteloze exercitie die zou volgen indien de koper zou moeten wachten met de ontbinding van de overeenkomst totdat de zaak is ontvangen.”

Arnoud
Excuses voor de overlast: deze post had niet woensdag 23 maar donderdag 24 gepubliceerd moeten worden.

of lees de 65 reacties

Valt een nieuwe auto onder de Wet Koop op Afstand?

19 januari 2011, 8:04 | Contracten, Webwinkels | 56 reacties

Een lezer wees me op Auto.nl waar je goedkoop nieuwe auto’s kunt kopen. (Ik reis altijd per OV, vandaar dat ik ‘t niet zelf gezien had.) Origineel concept: een nieuwe auto via internet. En dan komt de juridische vraag: valt dat dan onder de Wet Koop op Afstand? Oftewel, mag je die auto dan binnen zeven werkdagen na ontvangst terugsturen (terugrijden?) naar de webwinkel?

Ik zou zeggen van wel. Een auto is een product als ieder ander, en bij de koop van een (nieuwe) auto gelden geen bijzondere wettelijke regels (behalve dan rond het kentekenbewijs maar dat is hier niet relevant). En het artikel over het recht van retour (art. 7:46d BW) noemt wel een aantal uitzonderingen, maar geen die over auto’s gaan.

De enige die relevant kan zijn, is de “maatwerk-exceptie”: zaken die “zijn tot stand gebracht overeenkomstig specificaties van de koper”. Bij een nieuwe auto is het gebruikelijk dat je bepaalde opties kunt afnemen. Wanneer die opties wijzigingen aan de auto impliceren (lichtmetalen velgen, een ingebouwde GPS-navigatieunit, stoelen in bepaalde kleur) dan is de auto daarmee maatwerk geworden en mag de aankoop niet meer worden geannuleerd. Een auto die compleet standaard is, is echter geen maatwerk. Ook niet als hij speciaal besteld wordt bij de importeur.

Een twijfelgeval treedt op bij de kleur. Dat is ook iets dat bij meubels speelt: als je mag kiezen uit tien voorgedefinieerde kleuren, dan lijkt me er geen sprake van maatwerk. Dat meubel of die auto wordt dan niet gemaakt op jouw kleur. Maar als je een kleur zelf opgeeft (”PMS kleur 282 alstublieft”), dan is sprake van jouw specificatie en dus een maatwerk-bank of -auto. Ik ben er nog niet uit wat er gebeurt als men niet tien maar tienduizend kleuren voordefinieert (bv. een kleurenwaaier of colorpicker). Is dan sprake van maatwerk?

Arnoud

of lees de 56 reacties

Geldt de wet koop op afstand ook bij bestellingen “op de zaak”?

24 september 2010, 8:05 | Webwinkels | 20 reacties

serviesgoed.pngEen lezer vroeg me:

Ik heb een serviesset besteld via internet. Na ontvangst viel deze toch tegen (rare kleur geel in plaats van het gebroken wit dat ik verwachtte), dus ik maakte aanspraak op annulering volgens de Wet Koop op Afstand. Maar de winkel weigert dat nu, omdat ik een zakelijke bestelling zou zijn geweest. Dat klopt niet, ik wilde het servies privé gebruiken. De bestelling was ook op mijn privénaam. Ik had alleen bij facturatie mijn eenmanszaak doorgegeven zodat ik de BTW in mijn bedrijf kon aftrekken. Maar is het daarom al een zakelijke bestelling?

De Wet Koop op Afstand geldt alleen bij consumentenkoop, oftewel een koop tussen een zakelijke verkoper (winkelier) en een consument. Een consument is iemand die per definitie niet handelt vanuit beroep of bedrijf. Iemand die een bestelling plaatst uit naam van een bedrijf, kan zich dus niet beroepen op het consumentenrecht.

In dit geval lopen zakelijk en privé een beetje door elkaar heen. Daarmee maakt de koper het zichzelf erg lastig. Een bestelling plaatsen vanuit je bedrijf suggereert immers dat het een zakelijke bestelling is, zeker nu het gaat om een zaak (serviesgoed) dat ook prima zakelijk te gebruiken is. Hoe moet de winkelier dan weten dat er alsnog sprake is van een privébestelling?

In het Gruber-arrest (C-464/01, zie ook het artikel van prof. Marco Loos) oordeelde het Europese Hof van Justitie de regel dat

met omstandigheden of elementen waarvan de wederpartij bij de sluiting van de overeenkomst kennis had kunnen hebben moet daarentegen enkel rekening worden gehouden indien de persoon die zich op de hoedanigheid van consument beroept zich aldus heeft gedragen dat bij de wederpartij bij de overeenkomst te goeder trouw de indruk is kunnen ontstaan dat hij voor beroepsdoeleinden handelde.

Als je als koper dus ervoor zorgt dat de wederpartij mocht denken dat de bestelling zakelijk was, dan kun je geen aanspraak meer maken op de consumentenbescherming. Ook niet als achteraf vast komt te staan dat je wel degelijk puur privé bestelde.

Het Hof meldt daarbij dat zo’n “indruk te goeder trouw” kan ontstaan wanneer je “zonder verdere precisering zaken bestelt die daadwerkelijk voor de uitoefening van zijn beroep kunnen dienen”. Ook als je bij de bestelling zakelijk briefpapier (of een zakelijk e-mailadres, lijkt mij) gebruikt, de goederen op je bedrijfsadres laat bezorgen of de mogelijkheid tot teruggaaf van BTW vermeldt, mag de verkoper denken dat je zakelijk bestelt. Volgens mij is daar in deze vraag duidelijk aan voldaan: een factuur op bedrijfsnaam in verband met BTW-teruggaaf maakt de koop dus zakelijk.

Wellicht dat het anders wordt als je expliciet de verkoper meldt dat je privé koopt maar een factuur wilt voor je bedrijf. Dat is immers een “verdere precisering”. Maar ik blijf dat dubieus vinden: het is óf zakelijk en dan mag je de BTW terugvorderen, óf privé en dan moet je gewoon de BTW betalen.

Arnoud

of lees de 20 reacties

Mag een speciale bestelling retour onder de wet koop op afstand?

21 mei 2010, 8:20 | Webwinkels | 55 reacties

special-delivery-postzegel.jpgEen lezer vroeg me:

Laatst bestelde ik iets bij een webwinkel. Ik kreeg toen een mail dat dit product niet op voorraad was en dat ze het speciaal voor mij bij de groothandel moesten bestellen. Op zich prima, maar ik moest toen verklaren dat ik afstand deed van het recht van retour uit de Wet Koop op Afstand omdat dit een speciale bestelling en dus maatwerk zou zijn. Kan dat zomaar?

Nee, dat kan echt niet. De Wet Koop op Afstand is dwingend recht, wat wil zeggen dat je op geen enkele manier de rechten daaruit kan worden ontzegd. Je kunt dus wel zeggen dat je er afstand van doet, maar dat heeft juridisch geen enkele waarde.

De Wet Koop op Afstand kent uitzonderingen op het recht van retour. Zo mag je bederfelijke waren niet retourneren, en ook maatwerk is uitgesloten van dit recht. Laat je bijvoorbeeld een t-shirt bedrukken met een door jou gekozen tekst, dan is het niet mogelijk om dat binnen de zevendagentermijn terug te sturen en je geld terug te eisen.

Een speciale bestelling is echter geen maatwerk. Ik hoor dit vaak, maar het is echt onjuist. Ik vermoed dat dat komt omdat mensen de term ‘maatwerk’ gebruiken, en daaronder wordt ook wel “speciale bestelling buiten het normale assortiment om” verstaan. De Wet Koop op Afstand gebruikt de term ‘maatwerk’ echter niet.

In de wet heet het “zaken die zijn tot stand gebracht overeenkomstig specificaties van de koper” (art. 7:46d lid 4(b)(1) BW). Dat betekent dat je als koper dingen moet hebt aangegeven over hoe het product eruit moet gaan zien. Bijvoorbeeld dus de tekst die op het shirt moet komen, of de laklaag die men op de auto moet spuiten.

Wordt er aan het product zelf niets gewijzigd of toegevoegd op jouw specificatie, dan valt het niet onder de uitzondering van ‘maatwerk’. Een speciaal bij de groothandel besteld product mag dus gewoon worden teruggestuurd en de webwinkelier moet gewoon het hele bedrag terugbetalen.

Arnoud

of lees de 55 reacties

Het beperkte belang van de wet oneerlijke handelspraktijken (gastpost)

25 februari 2010, 8:51 | Contracten | 18 reacties

Vandaag een gastpost van Remko S. over het beperkte belang van de Wet Oneerlijke Handelspraktijken voor misleide consumenten.

Van de wet oneerlijke handelspraktijken (WOHP), de implementatie van richtlijn 2005/29/EG, wordt vaak ten onrechte verondersteld dat het een machtig wapen is in de handen van de consument tegen de handelaar die hem een oor heeft aangenaaid. Een oppervlakkige blik wekt inderdaad deze suggestie:

Een handelspraktijk is misleidend indien informatie wordt verstrekt die feitelijk onjuist is of die de gemiddelde consument misleidt of kan misleiden, al dan niet door de algemene presentatie van de informatie … (6:193c BW)

Een handelspraktijk is bovendien misleidend indien er sprake is van een misleidende omissie, [dat wil zeggen dat er] essentiële informatie welke de gemiddelde consument nodig heeft om een geïnformeerd besluit over een transactie te nemen, wordt weggelaten … (6:193d BW)

Een handelspraktijk is in haar feitelijke context, al haar kenmerken en omstandigheden in aanmerking genomen, agressief indien door intimidatie, dwang, waaronder het gebruik van lichamelijk geweld, of ongepaste beïnvloeding, de keuzevrijheid of de vrijheid van handelen van de gemiddelde consument met betrekking tot het product aanzienlijk wordt beperkt of kan worden beperkt … (6:193h lid 1 BW)

… waardoor de gemiddelde consument een besluit over een overeenkomst neemt of kan nemen, dat hij anders niet had genomen.

De wet bevat twee lijsten met voorbeelden die in alle gevallen oneerlijk (193g) of agressief (193i) zijn. De richtlijn staat niet toe (considerans 17) dat deze lijsten in nationale wetten worden uitgebreid.

De eerste fout die meestal wordt gemaakt is dat er de verkeerde consequenties verondersteld worden: het bedrijven van een oneerlijke handelspraktijk levert een onrechtmatige daad op (6:193b lid 1), welke plicht geeft tot schadevergoeding (6:193j lid 2), niet ontbinding, vernietiging of beëindiging anderszins van de gesloten overeenkomst. Hierdoor is de slagkracht van de consument beperkt: hij zal de achteraf ongewenste overeenkomst moeten respecteren.

De tweede fout die snel gemaakt wordt is dat men veronderstelt dat de condities waaronder er sprake is van bedrog, dwaling of bedreiging dezelfde zijn als misleiding en agressiviteit in de zin van de WOHP. Dit is niet het geval. Hoewel het mogelijk is dat die twee samenvallen zijn ze niet gerelateerd.

De eisen die aan wilsgebreken worden gesteld zijn hoger dan aan oneerlijke handelspraktijken. Voor misleiding moet er sprake zijn van een onjuiste mededeling of verzwijging, bedrog en dwaling voegen daar nog aan toe dat de overeenkomst niet zonder deze mededeling of verzwijging tot stand zou zijn gekomen. ‘Omissie’ moet ook niet worden verward met ‘verzwijgen’ of ‘nalaten in te lichten’, vereist is slechts dat de informatie beschikbaar is en de informatie waarover men volgens de verkeersopvattingen de klant behoort in te lichten is slechts een beperkt deel daarvan. Ook moet een ‘uitnodiging tot koop’ niet worden verward met ‘aanbod’. Niet alle informatie genoemd in 6:193e BW hoeft in het aanbod voor te komen. Het is voldoende dat het op de website of in een bijgeleverd foldertje te vinden is.

Een eenvoudig voorbeeld: een platenzaak biedt haar CD’s aan met de aanprijzing dat je hiervan een kopie mag maken. Nu is dat gewoon een wettelijk recht, dus zij begaat een onrechtmatige daad (193g sub j). Maar het is geen bedrog en de klant dwaalt niet: hij wil een CD waarvan hij een kopie mag maken en hij krijgt een CD waarvan hij een kopie mag maken.

Ander voorbeeld (met dank aan het zeer lezenswaardige artikel van professor Van Boom): Een consument koopt een printer waarbij niet wordt vermeld dat de vervangingskosten van de inktcartridges, per keer, even hoog zijn als de aanschafkosten van de printer. Dit is een misleidende omissie in de zin van de WOHP, maar geeft geen dwaling.

Nog enkele oneerlijke handelspraktijken waarbij er geen onjuiste informatie over het product wordt gegeven (wat meestal een voorwaarde is voor bedrog en dwaling) zijn:

  • bedrieglijk beweren dat het product slechts zeer korte tijd beschikbaar zal zijn (193g sub g);
  • niet als zodanig herkenbare advertorials als reclame gebruiken (193g sub k);
  • beweren dat de handelaar op het punt staat zijn zaak te beëindigen, indien dit niet het geval is (193g sub o);
  • onjuiste informatie verstrekken over marktomstandigheden of de mogelijkheid het product te bemachtigen (193g sub r);
  • de indruk wekken dat de handelaar niet optreedt ten behoeve van zijn beroep (193g sub v).

Bedreiging is aanwezig wanneer iemand tot het sluiten van een overeenkomst wordt bewogen door deze of een derde met enig nadeel in persoon of goed te bedreigen. Daarvoor is meer nodig dan ‘ongepaste beïnvloeding’. Zo wordt een redelijk oordelend mens niet bedreigd omdat zijn kinderen hem proberen over te halen producten voor hen te kopen (193i sub e) of omdat de bestaansmiddelen van de handelaar in het geding zijn (193i sub g), maar dit zijn wel onder alle omstandigheden agressieve handelspraktijken.

Dat er een onvoordeligere overeenkomst is gesloten dan wanneer er geen oneerlijke handelspraktijk was bedreven, kan als schade worden gezien: het negatief contractsbelang. Daartoe dient men de werkelijke situatie te vergelijken met de hypothetische situatie dat de consument wel juist was geïnformeerd.

Daarbij zal de consument oplopen tegen de bewijslastverdeling: hij is het die de toerekenbaarheid, het causaal verband en de schade moet bewijzen. En aangezien niet te verwachten valt dat de handelaar erg toegeeflijk zal zijn om de schade te erkennen en te betalen zal de consument de gang naar de rechter moeten maken. Hoevelen zullen om een paar tientjes de poot stijf houden? Maar goed, nemen we eens aan dat de klanten uit de voorbeelden hierboven van die zeldzaam principiële types zijn die het op een rechtszaak laten aankomen.

In het geval van de CD zou de klant kunnen stellen dat (1) hij de CD kocht bij de misleider omdat deze adverteerde met het recht om een kopie te maken en dat (2) hij deze anders verderop in de straat voor een paar euro minder zou hebben gekocht. Hoe gaat hij voldoende aannemelijk maken dat (1) het mogen maken van een kopie de reden was dat hij de CD bij de misleider kocht en dat (2) hij wist dat dezelfde CD verderop in de straat goedkoper werd aangeboden?

In het geval van de printer is de vraag wat de schade eigenlijk is die de koper lijdt. Niet het maanden later kopen van de cartridges - dat volgt niet rechtstreeks uit de oneerlijke handelspraktijk. Alleen het kopen van de printer zelf volgt daaruit. Zou hij hebben geweten dat die cartridges zo duur zijn, dan zou hij waarschijnlijk een duurdere printer met goedkopere cartridges hebben gekocht. Hij heeft geen schade maar voordeel!

De minister, door de Eerste Kamer gevraagd of er aan het overtreden van de WOHP ook niet vernietigbaarheid van de overeenkomst zou moeten worden gekoppeld, antwoordde:

Indien een overeenkomst tot stand is gekomen als gevolg van een misleidende of een agressieve handelspraktijk als bedoeld in de artikelen 193g en 193i, zal vrijwel altijd ook sprake zijn van bedrog of dwaling. In de artikelen 3:44 en 6:228 BW is bepaald dat de consument in dat geval bevoegd is de desbetreffende overeenkomst te vernietigen. De consument beschikt dus over een vernietigingsbevoegdheid ter zake van de overeenkomst.

Deze conclusie is te kort door de bocht: er is een overlap, maar lang niet alle oneerlijke handelspraktijken resulteren in een wilsgebrek. Er zal waarschijnlijk doorwerking naar dwaling plaatsvinden doordat de gewoontes in het maatschappelijk verkeer veranderen. Daardoor zal over de enkeling die hierin achterblijft worden geoordeeld dat hij behoorde te weten dat hij de klant had behoren in te lichten. Een verschuiving van onderzoeksplicht naar mededelingsplicht dus. Maar dat is iets wat in de loop van een decennium gebeurt, niet in de nacht van dinsdag 14 op woensdag 15 oktober 2008.

Het Duitse equivalent van de WOHP (de UWG) richt zich primair op mededinging. Daarom kent zij alleen benadeelde concurrenten een schadevergoeding toe (§9). Consumenten zullen zich moeten beroepen op § 823 Abs. 2 BGB, wat betekent dat zij wel schuld moeten bewijzen. De implementatie in het Verenigd Koninkrijk (de CPRs) kent geen ontbinding (par. 29) en ook geen compensatie voor benadeelde consumenten. In België (de WHPC) is een door oneerlijke handelspraktijk gesloten overeenkomst nietig (94/5 § 1 WHPC jo. 1133 BW jo. 1131 BW). De consument kan in België bij overtreding van wat in Nederland 6:193g sub l, p, q en 6:193i, sub a, b, h zijn, het aankoopbedrag terugvorderen zonder dat hij het geleverde product of de afgenomen dienst hoeft terug te geven (94/14 § 2). Onze minister heeft aan beide Kamers toegezegd in 2010 de ervaringen in België te evalueren.

Het belang van de WOHP is vooral publiekrechtelijk. In de Wet handhaving consumentenbescherming krijgt de Consumentenautoriteit de mogelijkheid een dwangsom of bestuurlijke boete op te leggen (2.9 Whc) wegens overtreding van de WOHP (8.8 Whc). Maar gezien vanuit het gezichtspunt van de reeds misleidde consumenten is dat een geval van ‘als het kalf verdronken is, dempt men de put’.

Resumerend, het privaatrechtelijke belang van de wet oneerlijke handelspraktijken is beperkt omdat:

  1. het bedrijven van een oneerlijke handelspraktijk de plicht geeft tot schadevergoeding, niet het recht op ongedaanmaking van de overeenkomst;
  2. wanneer er sprake is van een oneerlijke handelspraktijk er niet noodzakelijkerwijs ook sprake is van een wilsgebrek;
  3. de moeilijk te bepalen schade in rechte moet worden verhaald.
of lees de 18 reacties
Volgende Pagina »
De wet op internet Koop het boek Software: Deskundig en praktisch juridisch advies
Of een van de andere boeken over internetrecht!

Auteur: Arnoud Engelfriet - Licentie: Creative Commons BY-SA 2.5 - Disclaimer - Powered by WordPress