Nee, het is een uitprobeertermijn en geen zichttermijn!

Tweet
5 februari 2010, 8:39 | Contracten, Webwinkels | 85 reacties

Afgelopen dinsdag sprak ik er al mijn irritatie over uit: webwinkels die zeggen dat een product wel teruggegeven mag worden binnen zeven werkdagen, maar alleen in ongeopende, originele staat. De Wet Koop op Afstand geeft je een uitprobeerrecht: je mag het uitpakken en aanzetten, aandoen of omdoen (maar niet indoen, vanwege hygiëne) zodat je kunt zien wat je hebt gekocht en of dat bevalt. Je moet zorgen dat de verpakking en het product niet nodeloos beschadigd raken, want daarvoor moet je een schadevergoeding betalen.

De vraag is dan natuurlijk, wanneer is iets nu “uitproberen” en wanneer wordt het “gebruiken”?

In een juridisch artikel geeft professor Marco Loos (UvA) nu antwoord op die vraag. Hij baseert zich op het Quelle-arrest en het Messner-arrest, die allebei gingen over het recht van ontbinding: Quelle bij vervanging van een niet-conform product en Messner bij de (verlengde) zevenwerkdagentermijn. In beide gevallen oordeelde het Europese Hof van Justitie dat er inderdaad geen kosten in rekening mochten worden gebracht voor het uitoefenen van dit recht. Dit omdat zulke kosten de consument kunnen afschrikken van het uitoefenen van dit recht.

In het Messner-arrest vermeldt het Hof daarbij:

Het herroepingsrecht wordt dus geacht het nadeel te vergoeden dat de consument lijdt bij een op afstand gesloten overeenkomst, door hem een passende bedenktijd toe te kennen waarin hij het verworven goed kan keuren en uitproberen.

Inderdaad: uitproberen. Iedereen die dus roept dat je alleen maar de doos mag bekijken (”zichttermijn”) heeft het bij deze fout. Maar wat is dan uitproberen? Loos noemt een aantal voorbeelden, waar sommige webwinkeliers van op zullen kijken:

  • Het mogen passen van een kledingstuk.
  • Een proefwasje draaien met een wasmachine.
  • Een kopje koffie zetten met een koffiezetter.

Wel stelt het Hof grenzen aan het gebruik, als dat is “op een wijze die onverenigbaar is met de beginselen van burgerlijk recht”. Wie misbruik maakt van dat recht om een kopje koffie te zetten (bijvoorbeeld door het hele weekend de sportclub van koffie te voorzien) raakt het kwijt, of kan in ieder geval worden verplicht een schadevergoeding te betalen aan de webwinkel. Net zo goed mag je dus niet een dure jurk kopen, deze naar een gala aandoen en maandag de jurk retourneren op grond van de Wet Koop op Afstand. Het zal alleen wel lastig worden voor de winkel om te bewijzen dat dit is gebeurd, maar sporen van een stomerij zouden een stevige aanwijzing kunnen zijn. In ieder geval heeft de winkel de bewijslast dat de consument misbruikt maakt van het recht, aldus Loos.

Maar hoe overtuigen we nu al die webwinkeliers?

Arnoud

of lees de 85 reacties

Gebruiksvergoeding bij ontbinding koop op afstand verboden

Tweet
10 september 2009, 8:43 | Contracten, Webwinkels | 25 reacties

Als je een koop op afstand annuleert, mag het bedrijf geen gebruiksvergoeding of andere kosten in rekening brengen voor de periode dat je het product hebt kunnen gebruiken. Alleen de kosten van het terugzenden (zeg maar de postzegels) kan hij voor jouw rekening laten. Dat bepaalde het Europese Hof van Justitie in haar arrest in zaak C‑489/07 vorige week.

In deze uit Duitsland afkomstige zaak had een consument een (tweedehands) laptop gekocht bij een bedrijf. Na zo’n acht maanden(!) bleek deze kwalitatief onder de maat. De consument beriep zich op zijn herroepingsrecht, en dat mocht omdat het bedrijf vergeten was de brief met informatie daarover mee te sturen. Bij ons heb je dan drie maanden vanaf de datum van koop, in Duitsland is die periode oneindig totdat die brief eindelijk eens komt.

Het bedrijf accepteerde op zich wel dat ze de laptop terug moest nemen, maar rekende wel een vergoeding van 316,80 EUR voor de acht maanden gebruik van de laptop (let wel: aanschafprijs 278 euro). De consument stapte daarop naar de rechter, die het Europese Hof erbij haalde omdat de wet immers zegt

Aan de consument kunnen, voor de uitoefening van zijn herroepingsrecht, ten hoogste de rechtstreekse kosten voor het terugzenden van de goederen worden aangerekend.

Net als in het Quelle-arrest uit 2008 (over gebruiksvergoeding bij reparatie) oordeelt het Hof hier dat er geen gebruiksvergoeding mag worden gevraagd wanneer iemand een wettelijk recht tot ontbinding inroept. Een recht is een recht, en geld vragen als iemand dat uitoefent is -ongeacht de reden voor dat geld- in feite een beperking van dat recht. Daarom oordeelt het Hof:

Ook zou afbreuk worden gedaan aan de doeltreffendheid en effectiviteit van het herroepingsrecht, wanneer de consument enkel vanwege het feit dat hij het middels een overeenkomst op afstand verworven goed heeft gekeurd en uitgeprobeerd een compenserende vergoeding zou moeten betalen. Aangezien het herroepingsrecht nu juist tot doel heeft de consument deze mogelijkheid te bieden, mag het feit dat hij hiervan gebruik heeft gemaakt niet tot gevolg hebben dat de consument dit recht enkel kan uitoefenen op voorwaarde dat hij een vergoeding betaalt.

Het Hof laat de deur op een klein kiertje staan: als blijkt dat de consument bijvoorbeeld te kwader trouw zaken koopt bij webwinkels of zich schuldig maakt aan ongerechtvaardigde verrijking, dan zou een compensatie voor de webwinkel wel kunnen. Denk bijvoorbeeld aan situaties dat een consument zegt: “oh, ik wil alsnog korting anders ontbind ik het contract” of als iemand op zijn Hyves zet dat hij gratis een week in een dure jurk heeft kunnen lopen.

Op zich een terecht vonnis, hoewel ik me wel afvraag hoe relevant het voor Nederland is. Omdat de meeste webwinkels wel zo’n brief meesturen, zal het in de meeste gevallen gaan over zeven werkdagen gebruiksrecht. Wat voor vergoeding zou je daarvoor kunnen vragen? Bij de driemaandentermijn (als er geen of geen kloppende brief is meegestuurd) is het iets waarschijnlijker maar nog steeds vraag ik me af wat een reële vergoeding zou kunnen zijn.

Arnoud

of lees de 25 reacties

Koop op afstand versus de blisterverpakking

Tweet
9 juli 2009, 8:49 | Contracten, Webwinkels | 19 reacties

zakmes-blister.pngWie iets via internet koopt, mag dat binnen zeven werkdagen ruilen. Ook als het uitgepakt en geprobeerd is. Maar soms is het heel moeilijk om een product uit te proberen, bijvoorbeeld omdat het in een blisterverpakking zit. Wat dan?

In principe lijkt het mij dat de winkelier dan pech heeft: je hebt het recht om het product uit te proberen, dus ook om het uit de verpakking te halen. Dat die verpakking lastig te openen is, is dan ook voor rekening van de winkelier.

Maar nu wees een meelezende webwinkelier me erop dat dit bij geheugenkaartjes soms tot rare situaties kan leiden:

Regelmatig gebeurt het dat een klant zomaar een geheugenkaart besteld, hem openknipt (het zijn flinke blisterverpakkingen waar een degelijke schaar aan te pas moet komen) en de kaart dan terugstuurt omdat die niet past. Maar vaak kan de klant reeds aan de buitenkant van de verpakking zien dat de kaart een andere vorm heeft. Dus waarom dan nog openknippen? Moet ik ook dan de klant het geld teruggeven?

De consument-koper moet zorgvuldig met het product omgaan zolang de retourtermijn nog bestaat. Doet hij dat niet, dan mag de winkelier een vergoeding vragen voor de schade die aan het product is toegebracht.

Als je al aan de verpakking kunt zien dat de kaart evident niet gaat passen in het product, dan lijkt het mij wel verdedigbaar dat de klant voor de opengeknipte verpakking zal moeten betalen. Maar hoe bewijs je dat dat de reden van retour was?

Arnoud

of lees de 19 reacties

Consumenten hebben toch geen geldboom in de tuin? (2) (Gastpost)

Tweet
3 april 2009, 8:26 | Contracten | 9 reacties

In mijn artikel “Consumenten hebben toch geen geldboom in de tuin?” besprak ik de situatie waarin een product ver voor de gemiddelde levensduur kapot gaat en de koper daardoor voor kosten komt te staan. De verkoper, van een non-conform product moet die kosten dan vergoeden. Consumenten hebben immers geen geldboom in de tuin, niet waar?

Het commentaar dat bij mijn artikel geplaatst werd ging in overwegende maten over de aansprakelijkheid bij diensten. Echter, diensten en producten zijn in de ogen van de wetgever heel iets anders. Daarom staat deze keer de aansprakelijkheid rondom diensten centraal.

Hoewel de wetgever een speciale wet heeft gemaakt waarin de aansprakelijkheid wordt geregeld van producten (en onroerend goed), gaat dit niet op voor diensten. Hiervoor moeten we dus terug vallen op de algemene regels zoals deze in boek 6 van het burgerlijk wetboek staan beschreven.

Net zoals bij de wetgeving rondom producten geldt dat je hier ook niet direct je geld terug kunt eisen. Anders is dat, in tegenstelling tot bij goederen, dit ook geldt voor een schadevergoeding. De wederpartij moet namelijk eerst in verzuim zijn. Daar kan hij op verschillende wijze in terecht komen. Ten eerste als er een fatale termijn, een (exacte) datum waarvoor hij had moeten leveren, is afgesproken en hij daarna nog niet heeft geleverd. Dan is er nog de mogelijkheid dat hij zijn verbintenis niet kan nakomen. En tenslotte kan hij daar in terecht komen doordat hij van jou een ingebrekestelling heeft ontvangen.

Een ingebrekestelling is een brief waarin de verkoper een laatste kans geeft om als nog aan zijn verplichtingen te voldoen. Je moet de tegenpartij wel een redelijke termijn geven om hieraan te voldoen. En wat redelijk is, verschilt natuurlijk per situatie. Daarna kun je de koop ontbinden, maar ook schadevergoeding en de wettelijke rente eisen. In je brief stel je de verkoper hiervan natuurlijk in het vooruitzicht. Vaak is het verstandig om deze brief aangetekend te versturen, voor het geval dat je naar de rechter moet. Echter soms is het versturen van zo’n brief al genoeg om de raderen aan het werk te krijgen. Een ingebrekestelling is dus breed inzetbaar: van het niet leveren van een product of dienst tot en met het innen van achterstallige betalingen. Je zou haast gaan denken dat de wetgever denkt dat winkeliers ook geen geldboom in de tuin hebben staan! ;)

Er is echter een valkuil waar je in terecht kunt komen. Dit hele verhaal valt namelijk onder regelend recht, wat zoveel inhoudt als dat partijen vrij zijn om hierover iets anders af te spreken. Verkopers zouden hiervan misbruik kunnen maken door in de algemene voorwaarden een exoneratieclausule op te nemen waarin staat waar ze allemaal niet voor aansprakelijk te stellen zijn.

Neem bijvoorbeeld de algemene voorwaarden mobiele telecommunicatiediensten van KPN:

De Contractant (de klant, in casu de consument) is aansprakelijk voor schade die door een hem toerekenbare tekortkoming is ontstaan. Een Consument is uitsluitend aansprakelijk voor bedrijfs- of gevolgschade van KPN indien die schade met opzet, of roekeloos en met de wetenschap dat die schade daaruit zou ontstaan, door de Consument is veroorzaakt.

Nu heeft de KPN een voor consumenten heel voordelig exoneratieclausule maar het kan ook anders. Een bedrijf kan dit omdraaien en wat dikker aanzetten zoals zij alleen bij grove schuld of opzet aansprakelijk zijn te houden. En dan ook nog eens de gevolgschade uitsluiten, zodat ze enkel hoeven te betalen als ze niet leveren, of tot een bepaald bedrag. Dat laatste was de praktijk van Dell tot voor de veroordeling in de rechzaak HCC tegen Dell.

De wetgever heeft een dergelijk misbruik namelijk voorzien en heeft daar een oplossing voor bedacht. Algemene voorwaarden mogen niet onredelijk bezwarend zijn voor de wederpartij (de klant). Daarnaast geldt er voor consumenten en (in zekere mate) kleine ondernemers, zogenaamde ZZPers, een zwarte- en grijze lijst van bedingen die zeker of waarschijnlijk onredelijk bezwarend zijn. De wetgever heeft dit verhaal onder dwingend recht laten vallen.

Op de zwarte lijst staat een verbod op het beperken of uitsluiten van het recht op ontbinding. Eveneens staat op de zwarte lijst een verbod op bedingen waarbij de wederpartij (de klant) en de gebruiker (de verkoper) vrijwaart voor aansprakelijkheid. KPN gaat in de eerder aangehaalde voorwaarden op dit punt de mist in. En dan staat op de grijze lijst een algemeen verbod op het uitsluiten van schadevergoeding. Hier mogen bedrijven alleen afwijken als ze daar een goed verhaal bij hebben, waarom hun beding niet onredelijk bezwarend is voor de klant.

Totslot wil ik een vraag van Martijn Lodewijk beantwoorden die hij eerder stelde:

Ik [werk] bij een telecombedrijf / internetprovider die gevolgschade uitsluit in de algemene voorwaarden. Nu kan ik me best voorstellen dat een klant redelijke kosten moet maken om zijn gelijk te krijgen met betrekking tot een niet functionerende dienst (internet of telefonie bijvoorbeeld). Het kan ook voorkomen dat die klant tijdelijk meer mobiel moet bellen omdat zijn vaste aansluiting het niet doet. Dit uiteraard niettegenstaande onze inspanningen om zo’n dienst snel weer werkend te krijgen wil het toch nog wel eens voorkomen dat dit geruime tijd duurt en dat de klant zich hierdoor benadeeld voelt. Mijn vraag is dus mag een dienstverlenend bedrijf doodleuk via voorwaarden uitsluiten dat dergelijke kosten ooit vergoed worden?

Het antwoord is ja en nee, of dat hangt er van af. Allereerst moeten we vaststellen dat dergelijke voorwaarden wel onbeperkt in de overeenkomst zelf mogen worden geplaatst. Maar als een dergelijke beding in de algemene voorwaarden (leveringsvoorwaarden, actievoorwaarden, etc.) staat dan is deze in beginsel ongeldig. Het uitsluiten van kosten voor de telefoon acht ik onredelijk voor consumenten en dus mag dat niet. Ik ben wel benieuwd naar het verhaal dat de provider hierbij heeft.

Alex de Kruijff
Alex is een ingenieur die elektronica en informatica heeft gestudeerd en juridische interesse heeft. Op zijn website kun je artikels over het besturingssysteem FreeBSD vinden, die je helpen bij het configureren er van.

of lees de 9 reacties

Wettelijke rente bij geld terug na ontbinding koop?

Tweet
30 januari 2009, 8:34 | Contracten, Webwinkels | 4 reacties

push-for-coin-retour-ontbinding.pngEen lezer mailde me:

Ik had via internet een televisie besteld, maar die liet maar op zich wachten. Na drie maanden heen en weer mailen, bellen en allerlei ander gedoe heb ik ze in gebreke gesteld: nu leveren of ik ontbind de overeenkomst. Ook dat had geen resultaat, dus ik heb de overeenkomst ontbonden. Ik had echter het volledige bedrag (1200 euro) vooruit betaald. Dat gaan ze me terugbetalen, maar ik vroeg me af of ik ook wettelijke rente mag vorderen voor de drie maanden dat ze dat bedrag in hun bezit hebben gehad?

Als de verkoper ook na aanmaning en ingebrekestelling niet levert, dan is hij in verzuim en dat geeft je inderdaad het recht de overeenkomst te ontbinden. Ontbinden wil zeggen terugdraaien: je moet dan alles doen om te zorgen dat beide partijen weer in de positie terechtkomen waar ze waren voordat de overeenkomst werd gesloten. In dit geval dus geld terug.

Wettelijke rente kun je vorderen wanneer iemand je geld moet terugbetalen, maar daarmee in verzuim is. Alleen: hij moet in verzuim zijn met het terugbetalen. In verzuim zijn met het leveren van de televisie betekent niet dat je ook in verzuim bent met het terugbetalen van het aankoopbedrag. Dus nee, je hebt geen recht op rente over het aankoopbedrag dat drie maanden bij de verkoper op de rekening stond.

Zou de verkoper niet terugbetalen, dan kun je hem ook daarvoor aanmanen en in gebreke stellen. Vanaf de dag dat hij dan in gebreke blijft, kun je weer wel wettelijke rente vorderen.

Ergens is dat ook logisch. Ontbinden wil zeggen “de overeenkomst bestond al die tijd, maar nu zeggen we hem op”. De verkoper had dus recht op het geld gedurende die drie maanden. Waarom zou hij dan nu ineens rente moeten betalen als hij het geld teruggeeft?

Heeft iemand hier wel eens geld met rente teruggevorderd (en gekregen)?

Arnoud

of lees de 4 reacties

Uitverkoop op afstand

Tweet
26 november 2008, 8:49 | Contracten, Webwinkels | 7 reacties

sale-afgeprijsd-uitverkoop.pngEen lezer mailde me:

Bij verschillende internetwinkels zie ik staan dat de retour-mogelijkheid niet geldt voor sales/uitverkoop, maar in jouw lijstje uitzonderingen zie ik dat niet staan. Is het dan terecht? Valleen uitverkoop-artikelen soms onder ‘bederfelijke waar’, ook als dat soms kleding of zo betreft?

De Wet Koop op Afstand zegt dat je gekochte producten binnen 7 werkdagen kunt ruilen, en kent geen uitzondering voor afgeprijsde producten. Ruilen is hier een wettelijk recht en geen coulance zoals bij fysieke winkels.

De uitzonderingen staan in art. 7:46d BW. ‘Uitverkoop’ staat daar niet bij. En nee, kleding is niet bederfelijk ook al gaat de mode soms behoorlijk snel.

Ik zie wel meer van dit soort rare constructies van winkeliers. Is dat nou opzet of onkunde?

Arnoud

of lees de 7 reacties

Op tijd ontbonden maar te laat teruggestuurd, wat nu?

Tweet
17 november 2008, 8:58 | Contracten, Webwinkels | 7 reacties

Een lezer mailde me:

Ik kocht een grote plasmatelevisie bij een webwinkel. Na een paar dagen besloot ik dat hij toch niet goed paste in mijn interieur, dus ik mailde de winkel dat ik er vanaf wilde, en of ze me wilden vertellen waar ik het ding naar terug moest sturen. Ik kreeg geen antwoord, dus na een week heb ik met bellen en mailen nogmaals contact geprobeerd te krijgen. Dat wilde maar niet lukken, tot ik een aangetekende brief stuurde naar het hoofdkantoor. Ik kreeg toen van hun juridische afdeling te horen dat ik te laat was met opzeggen omdat ik de televisie niet op tijd had teruggestuurd! Maar hoe had ik dat nu moeten doen?

Dit is een interessante kwestie, die ik nog niet eerder ben tegengekomen. De Wet Koop op Afstand geeft je het recht om een koop via internet binnen zeven werkdagen te ontbinden. Dat wil zeggen dat je het product moet terugsturen en de winkelier het geld moet terugbetalen. De bedrijfsjurist van deze winkel zegt nu dat het terugzenden zelf ook binnen die zeven werkdagen moet gebeuren, maar het punt is dat nu net dat niet in de wet staat.

Consuwijzer zegt bv. ook alleen maar dat je binnen die zeven werkdagen moet beslissen of je er vanaf wilt. Maar goed, Consuwijzer is geen wetboek. Het wetboek zelf zegt dat je moet “ontbinden” binnen zeven werkdagen (7:46d BW). Ontbinding is een rechtshandeling waarmee je een overeenkomst beëindigt door een schriftelijke verklaring (die ook per e-mail mag). Je moet dus de brief binnen zeven werkdagen bij de winkel afgeleverd hebben.

Na ontbinding bepaalt de wet (6:271 BW) dat je verplicht bent over en weer je verplichtingen uit de overeenkomst ongedaan te maken. Daarom moet het product en het geld terug naar hun oorspronkelijke eigenaars. Maar wanneer? Dat staat niet in de wet, dus dat komt dan neer op “binnen een redelijke termijn”. Dat hoeft dus niet diezelfde zeven werkdagen te zijn!

In dit geval speelt er trouwens nog iets: de winkelier heeft niet gemeld waar het artikel heengestuurd moet worden. Zo maakt de winkelier het onmogelijk voor de consument om zijn verplichting tot terugsturen na te komen. Dat staat bekend als schuldeisersverzuim (6:58 BW), en dat betekent dat de schuldenaar niet hoeft na te komen totdat de schuldeiser aan zijn kant van de verplichting heeft voldaan. De schuldenaar (de consument in dit geval) kan dan zelfs van de verbintenis af als hij het de rechter netjes vraagt (6:60 BW).

Dat niet melden is trouwens ook een schending van de informatieplicht die de winkelier heeft. Hij moet bij de aflevering schriftelijk melden hoe je kunt ontbinden en waar het product dan heen moet (7:46c lid 2). Doet hij dat niet, dan wordt die periode van zeven werkdagen verlengd tot 3 maanden.

Zit je daar nog in op het moment dat je van die bedrijfsjurist de brief krijgt, dan wordt het dus een stuk eenvoudiger. Stuur hem gewoon per kerende post de koelkastplasmatelevisie en stop daar een kopie van je brief bij waarin je de overeenkomst ontbindt. Een kopie van deze blogpost mag ook.

Arnoud

of lees de 7 reacties

Moet een koop op afstand in originele staat retour?

Tweet
9 juni 2008, 8:51 | Contracten, Webwinkels | 147 reacties

Wie iets koopt bij een webwinkel, mag dit binnen zeven werkdagen terugdraaien. De winkelier moet het artikel dan terugnemen, en natuurlijk het geld teruggeven. Dat staat in de Wet Koop op Afstand, art. 7:46d BW. Het idee is dat je het product kunt uitproberen in die zeven werkdagen, om zo te besluiten of het bevalt of niet. Maar daarbij bestaat de kans dat het product (of de verpakking) beschadigd raakt. Mag je het dan nog terugsturen? En zo ja, mag de winkelier dan een deel van het geld houden als vergoeding voor die schade?

De juridische constructie achter dit recht is “ontbinding”. Dat wil zeggen, het contract was geldig maar wordt bij deze opgeheven, en de partijen moeten nu de eerder verrichte prestaties ongedaan maken (art. 6:271 BW). Daaruit volgt, zo bleek tijdens de invoering (26861, nr. 5, p. 24) van dit wetsartikel:

Hij zal het door hem ontvangen product derhalve in de staat waarin hij het heeft ontvangen moeten retourneren aan de verkoper. Is dit niet mogelijk, dan is de consument gehouden tot schadevergoeding voor zover de tekortkoming aan hem kan worden toegerekend (artikelen 6:74 e.v. jo. 6:273 e.v. BW).

Het criterium daarbij is dat je vanaf het tijdstip dat je redelijkerwijze met een ontbinding rekening moest houden, verplicht bent zorgvuldig om te gaan met het product. De vraag is natuurlijk wanneer dat tijdstip ingaat. Ik zou denken dat dat vanaf de ontvangst van het product is, omdat je bij het product geïnformeerd wordt over de zevendagentermijn waarbinnen je mag ontbinden. Zolang je dus nog aarzelt of je het product wilt houden, moet je netjes omgaan met het product en de verpakking.

Doe je dat niet, dan heb je weliswaar nog steeds recht om het terug te sturen, maar zul je wel een vergoeding moeten betalen voor de schade aan de verpakking of het product zelf.

Wie is hier wel eens tegenaan gelopen? En werd de retour toch geaccepteerd?

Arnoud

of lees de 147 reacties

Drie ton boete voor UPC voor ongevraagd toezenden Mediabox

Tweet
16 mei 2008, 9:00 | Internetrecht, Contracten | 19 reacties

De Consumentenautoriteit heeft kabelboer UPC zeven boetes van in totaal ruim 300.000 euro opgelegd, meldt Nu.nl. De reden was de zeer agressieve manier waarop het bedrijf mensen aan de digitale televisie probeerde te krijgen: iedere analoge klant (zoals Tweakers het noemt) kreeg ongevraagd een Mediabox thuisgestuurd met een aanbod om digitale TV gratis uit te proberen. Anderen werden gebeld door een callcenter of kregen een colporteur van UPC aan de deur die ze over probeerde te halen om deze dienst te nemen.

Dat soort praktijken is keihard in strijd met de wet. Het ongevraagd toesturen van producten met het doel iemand over te halen een dienst af te nemen mag niet. Gebeurt het toch, dan mag je het product houden en zit je nergens aan vast. Los daarvan kan de Consumentenautoriteit optreden en boetes opleggen aan bedrijven die dit soort malafide praktijken hanteren.

Het sanctiebesluit schetst een behoorlijke serie overtredingen. Uit onderzoek door TNS NIPO bleek bijvoorbeeld dat 16 procent van de telefonisch benaderde klanten niet akkoord was gegaan met het aanbod, maar toch een Mediabox thuisgezonden kreeg onder verwijzing naar het telefoongesprek. En dat ging dan zo:

Binnen 3 weken ontvangt u van ons de mediabox, waarmee u de komende drie maanden gratis de gelegenheid heeft om alle voordelen van digitale televisie zelf te ervaren. […] Wilt u de box toch niet houden dan heeft u toch 3 maanden kennis kunnen maken met digitale televisie en kunt u de box gratis terugsturen. Gaat u hiermee akkoord?”

Wie hierop ‘ja’ zegt, had een jaarabonnement op digitale televisie gesloten, aldus UPC. Maar zo werkt het natuurlijk niet. Onder verwijzing naar een uitspraak van de rechtbank Zwolle concludeert de Consumentenautoriteit dan ook dat deze redenering van UPC niet opgaat.

Ook bij de ongevraagd aangeleverde Mediaboxen waren veel klachten:

“Er stond een meneer op de stoep, gestoken in een wit jasje met de tekst Pakketservice erop en met een steekwagentje en een aantal pakketten erop. Deze meneer heeft geprobeerd om het ding door mijn strot te duwen onder het mom van ‘het is gratis, meneer’.”

Terugsturen viel nog niet mee. Bright probeerde het, maar hun gemolesteerde Mediabox werd voor een bom aangezien. Voor de vernieling in vereniging van UPC’s eigendom kreeg men 300 euro boete opgelegd.

UPC verweerde zich door te stellen dat ze de aflevering per brief gemeld hadden. In de brief stond dat je de Mediabox mocht weigeren. Maar het is dan nog steeds colportage. En bij een colportagegesprek moet de colporteur meteen melden wat het oogmerk van zijn bezoek was: het sluiten van een overeenkomst voor digitale televisie. Ongeacht wat er al per brief gemeld zou zijn.

Sommige colporteurs bleken zelfs misleidende mededelingen te hebben gedaan, bijvoorbeeld dat een klant “straks geen beeld meer op de televisie zal krijgen” of dat het pakketje “voor uw vrouw” bestemd was.

Daarnaast meldde UPC nergens dat je de overeenkomst binnen zeven werkdagen weer kon ontbinden. Ook aan andere informatieplichten werd niet voldaan. Zoals de simpele plicht om te melden namens welk bedrijf je een pakketje komt afleveren.

UPC kan nog in beroep tegen het besluit.

Wie heeft er net als ik nog meer een Mediabox gehad van UPC? En wat is daarmee gebeurd?

Arnoud

of lees de 19 reacties

Webhostingabonnement afgesloten door minderjarige, wat nu?

Tweet
14 mei 2008, 8:20 | Contracten | 48 reacties

Een meelezende moeder kwam erachter dat haar vijftienjarige zoon een domeinhosting-abonnement van 180 euro per jaar had afgesloten. Zij was het daar niet mee eens. De meelezende hostingverkopers ongetwijfeld ook niet (wie heeft een betere offerte?) maar deze moeder wilde van het abonnement af. Kan zij dat?

De vijftienjarige zoon is minderjarig. De wet (art. 1:234 BW) zegt dan dat hij niet zelfstandig overeenkomsten kan aangaan. Hij heeft toestemming nodig van zijn ouders om iets te kopen of verkopen. Nu is het natuurlijk niet echt praktisch als hij voor elke reep chocola een briefje van zijn ouders nodig zou hebben. Vandaar dat er ook in de wet staat dat die toestemming wordt verondersteld te zijn gegeven als het een rechtshandeling is “waarvan in het maatschappelijk verkeer gebruikelijk is dat minderjarigen van zijn leeftijd deze zelfstandig verrichten.”

Een kind van acht mag dus snoep kopen zonder dat de ouders daar iets aan kunnen doen (behalve zijn zakgeld inhouden). Een zeventienjarige kan tegenwoordig rechtsgeldig zelfstandig een abonnement voor een mobiele telefoon afsluiten, vond de Geschillencommissie Telecom. In 1999 oordeelde men nog anders: de ouders van een vijftienjarige konden het abonnement van hun zoon laten vernietigen met deze wetsbepaling.

Hoe zit dat nu bij webhosting? Ik zou niet snel aannemen dat het gebruikelijk is dat mensen van vijftien jaar zelfstandig webhostingaccounts nemen. De moeder kan de overeenkomst dus vernietigen. Zij kan dit doen door een brief te sturen waarin ze meldt dat

  • de zoon vijftien jaar was
  • zij niets van de overeenkomst wist
  • haar zoon geen toestemming van haar had
  • zij daarom de overeenkomst vernietigt krachtens artikel 1:234 BW

Voor zaken waarbij de minderjarige persoonsgegevens van zichzelf publiceert, gelden strengere regels. Zo mag een minderjarige onder de zestien jaar geen lid worden van een forum of profielensite zonder toestemming van zijn ouders, zelfs als het heel normaal zou zijn voor mensen van die leeftijd om lid te worden van die site.

Meelezende hosters: hoe controleren jullie of klanten meerderjarig zijn?

Arnoud

of lees de 48 reacties
« Vorige PaginaVolgende Pagina »
De wet op internet Koop het boek Software: Deskundig en praktisch juridisch advies
Of een van de andere boeken over internetrecht!

Auteur: Arnoud Engelfriet - Licentie: Creative Commons BY-SA 2.5 - Disclaimer - Powered by WordPress