Blizzard gaat echte namen weergeven in gamesfora

9 juli 2010, 8:16 | Privacy | 20 reacties

blizzard-real-id-real-name-echte-naam.jpgGamesaanbieder Blizzard (o.a. World of Warcraft, Diablo en StarCraft) gaat op haar online forums een wijziging doorvoeren waardoor alle posters verplicht met hun echte voor- en achternaam moeten posten, las ik bij Tweakers. Het doel van deze actie is kort gezegd de boel gezellig houden: door de anonieme nicknames die men nu graag gebruikt, loopt het getrol, geklier en geflame nogal de spuigaten uit. Blizzard is dat nu zat en voert daarom deze maatregel in.

Niet iedereen is daar blij mee, en lang niet alleen maar omdat ze dan niet meer kunnen trollen. Voor veel mensen is het een vervelend idee dat hun echte naam - en daarmee hun echte identiteit - ineens wereldwijd te zien is. Je kunt erop aangesproken worden op het werk (”haha, jij speelt World of Warcraft”) en mocht je iemand anders boos maken, dan weet hij nu hoe je heet en met enig googelen misschien ook waar je huis woont. Zeker als - zoals hier en daar wordt gemeld - Blizzard vervolgens je account koppelt aan je Facebook-account.

Nu is Blizzard een Amerikaans bedrijf, en de Amerikaanse privacywet kan worden samengevat als “zodra je met de buitenwereld interacteert, heb je geen privacy meer”, dus heel veel zal er niet aan te doen zijn. Maar hoe zou dat volgens de Europese privacyregels uitpakken?

Hoofdregel van de privacywet is hier dat je toestemming nodig hebt van de betrokkene, in dit geval dus de persoon die op het forum gaat posten. De richtsnoeren van het CBP vermelden hierbij:

Als het gaat om een openbaar toegankelijk discussieforum of gastenboek op internet, hoeft de verantwoordelijke echter niet expliciet toestemming te vragen voor publicatie van een reactie; hij mag er redelijkerwijs van uitgaan dat de betrokkene begrijpt dat de reactie op internet verschijnt.

Daarbij wordt echter vooral gedacht aan de situatie dat mensen zelf kíezen om hun naam (of andere dingen over zichzelf) in te vullen. Omdat de identiteit hier door het systeem van Blizzard wordt ingevuld, weet ik niet of die regel zonder meer opgaat.

Ik dénk dat het uiteindelijke wel mag, omdat Blizzard vooraf duidelijk genoeg meldt dat het gaat gebeuren. Niemand is verplicht de forums te gebruiken (ze staan los van de spellen). En de forums zijn niet dusdanig van levensbelang dat iemand per se anoniem moet kunnen posten daar.

Wanneer een site zó groot wordt dat het gebruik daarvan vrijwel onvermijdelijk is (zeg Hyves), dan zou dit wel eens anders kunnen liggen. Als zo’n site de regel invoegt dat iedereen met echte voor- en achternaam bekend moet zijn, dan word je namelijk wél gedwongen je identiteit te onthullen bij alles wat je online doet. Nu heeft World of Warcraft meer spelers dan Hyves leden, maar ik denk niet dat iemand kan zeggen dat het spelen van WoW (laat staan discussiëren op hun forum) onvermijdelijk is.

Update (12 juli) Blizzard ziet er vanaf naar aanleiding van massale protesten, pardon ‘feedback uit de gemeenschap’.

Arnoud

of lees de 20 reacties

Hoe lang mag ik camerabeelden bewaren?

29 juni 2010, 8:15 | Privacy, Beveiliging | 18 reacties

camera-cameratoezicht-filmen-surveillance-toezichtEen lezer vroeg me:

Ons bedrijf gaat buiten camera’s ophangen omdat er regelmatig dingen gestolen worden uit de auto’s op het parkeerterrein. Er worden netjes borden opgehangen, maar er is nu discussie over hoe lang de beelden bewaard mogen worden. Ik had gehoord dat dat maar drie dagen mag zijn, maar collega’s hebben het over een week, 24 uur of zelfs drie maanden. Welke termijn geldt er nu?

De wet noemt geen expliciete termijn voor het bewaren van camerabeelden. Camerabeelden zijn persoonsgegevens, en het maken van camerabeelden valt dus onder de Wet Bescherming Persoonsgegevens. Artikel 10 lid 1 bepaalt dat je persoonsgegevens (en dus camerabeelden) niet langer … dan noodzakelijk” mag bewaren voor de doelen waarvoor je ze verzamelt.

Je mag dus op zich de beelden zo lang bewaren als je zelf nodig acht, mits je maar kunt uitleggen waarom die termijn absoluut noodzakelijk is. Zoek je bijvoorbeeld bewijs van stelselmatig gedrag dat alleen op zondag plaatsvindt (diefstal uit auto’s bij een kerk bijvoorbeeld), dan zul je beelden van meerdere zondagen moeten bewaren om ze te kunnen vergelijken.

Er is één plek waar een termijn wordt genoemd. De vrijstelling voor videocameratoezicht bepaalt dat

De persoonsgegevens moeten uiterlijk 24 uur nadat de opnamen zijn gemaakt, of na -afhandeling van de incidenten, worden verwijderd.

Dit betekent dus niet dat het verboden is beelden langer dan 24 uur te bewaren. Het betekent alleen dat je geen beroep op de vrijstelling kunt doen. Moet je beelden dus langer dan 24 uur bewaren, dan zul je een melding moeten doen bij het CBP van je videocamerabewakingssysteem, en daarbij moeten vertellen hoe lang je de beelden dan wel bewaart.

24 uur lijkt me trouwens wel heel erg kort, ik kan me niet voorstellen dat in de praktijk bedrijven echt elke dag de opnames bekijken. Het zou een goede zaak zijn als deze termijn naar een week wordt opgerekt, al was het maar omdat je dan legaal verklaart wat iedereen toch al doet.

Arnoud

of lees de 18 reacties

Beelden van bewakingscamera toch bruikbaar als bewijs?

21 april 2010, 8:14 | Beveiliging | 3 reacties

Het Openbaar Ministerie mag gevorderde bewakingsbeelden van een bewakingscamera van een bank gewoon gebruiken als bewijs in een strafzaak tegen een fietsendief. Dat oordeelde de politierechter Zutphen vorige week. Dat die beelden gevoelige persoonsgegevens over het ras van de verdachte zouden bevatten, was voor de rechter niet relevant.

In mijn blog van de 9e reageerde ik op een arrest van 23 maart waarin de Hoge Raad het gebruik van camerabeelden door het Openbaar Ministerie verbood omdat ze niet op de juiste wijze gevorderd waren. Op camerabeelden zijn namelijk het ras of de afkomst van de gefilmde personen te zien, en daarmee zijn die beelden aan te merken als “bijzondere persoonsgegevens” waarvoor extra zware regels gelden voordat het OM ze mag gebruiken in een strafzaak. Zo moet het gaan om een ernstig misdrijf en moet de rechter-commissaris toestemming hebben gegeven voor de opeising.

De politierechter oordeelt nu dat in gevallen als deze (opvragen beelden uit de openbare ruimte) er géén sprake is van een privacyschending. Beter gezegd: de strenge regels rond het opeisen van bijzondere persoonsgegevens gelden niet voor situaties als deze, omdat

het belang om zich onbespied in de openbare ruimte te begeven, niet het privacy-belang is dat de regeling van artikelen 126nc en verder Sv beoogt te beschermen.

De redenering erachter lijkt te zijn dat de politie niet op zoek was naar gegevens over het ras van de verdachte en dus geen bijzondere persoonsgegevens heeft opgevraagd. In de zaak waar de HR over oordeelde, werd expliciet gevraagd om pasfoto’s en dus ook om informatie over het ras/afkomst van de betrokken personen:

De vordering strekte er dan ook toe om tegelijk met een persoon identificerende gegevens, ook gevoelige gegevens, zoals uit een foto blijkende informatie omtrent huidskleur van de betrokken reizigers, te verkrijgen.

Ik heb echter grote moeite om deze redenering te volgen. Gaat het er nu om dat je een pasfoto opvraagt in plaats van een overzichtsbeeld? Of dat je moet weten dat op pasfoto’s het ras goed zichtbaar is? In beide gevallen heeft de politie niet gevraagd om te weten wat het ras van de gefotografeerde of gefilmde personen is, maar in beide gevallen is het wel inherent aan het opvragen van beelden dat je dat te weten komt.

Op zich ben ik het 100% eens met de stelling dat de regels over persoonsgegevens over ras en afkomst niet bedoeld waren om te voorkomen dat mensen gefilmd worden door bewakingscamera’s, maar ze lezen er wel op. Er is dus m.i. geen ruimte meer voor een belangenafweging of de privacyschending te verwaarlozen is of slechts als “bijvangst” (bijkomstige schade?) gezien man worden. Een hoger beroep zou dus zeker kansrijk zijn.

Het blijft een bijzonder onbevredigende situatie. Ik zie alleen nog steeds geen oplossing. De redenering “de wet is hier niet voor bedoeld dus die laat ik buiten beschouwing” is me te makkelijk, en geeft bovendien te veel ruimte voor willekeur. Dat moeten we niet hebben, zeker niet in het strafrecht.

Oh en @Matthijs: ik erger me al heel lang aan de toepasselijkheid van de kaartenbakwet op beelden.

Arnoud

of lees de 3 reacties

Geen last meer van gezichtsherkenning?

17 april 2010, 8:52 | Privacy, Beveiliging | 10 reacties

camera-gezichtsherkenning-surveillance-makeup.jpgCameratoezicht is ondertussen onvermijdelijk. En bij enkel gefilmd worden blijft het niet: steeds meer camera’s krijgen automatische-gezichtsherkenningssoftware zodat ook nog eens bijgehouden kan worden waar je allemaal heen gaat. maar daar heeft Adam Harvey, onderzoeker bij NYU’s Interactive Telecommunications Program, nu een oplossing (via) voor gevonden: hij heeft de algoritmes gereverse-engineerd waarmee gezichtsherkenning werkt, en vervolgens patronen ontwikkeld die die algoritmes verstoren. De voorbeeldpatronen, onderdeel van zijn scriptie, laten enkele mooie voorbeelden zien.

Gezichtsherkenning werkt aan de hand van patroonherkenning. Een roze ellipsvormig ding waarbinnen een roodachtig langwerpig item en twee wittige objecten daarboven zal wel een gezicht zijn. Een bekende techniek, in vrijwel alle camera’s met gezichtsherkenning gebruikt, is gebaseerd op de Viola-Jones techniek. Deze deelt een afbeelding op in blokjes en probeert elk blokje te classificeren als bv. “oog” of “mond” of “wenkbrauw”. Met voldoende herkende (geclassificeerde) blokjes kan een gezicht worden herkend. Deze make-up verstoort die herkenning, zo bleek uit het onderzoek van Harvey.

Ben benieuwd of ik met zulke make-up het casino in kom.

Arnoud

of lees de 10 reacties

Beelden van bewakingscamera niet bruikbaar als bewijs?

9 april 2010, 8:18 | Privacy, Beveiliging | 23 reacties

Straatrovers, inbrekers en zakkenrollers dreigen vrijuit te gaan indien in hun strafzaak gebruik wordt gemaakt van beelden van bewakingscamera’s, las ik bij Security management. Men baseert zich op een artikel in De Telegraaf waarin wordt gemeld dat camerabeelden niet zomaar door justitie kunnen worden opgeëist als bewijs, omdat het ’gevoelige informatie’ kan bevatten over iemands ras. Dat zou de Hoge Raad geoordeeld hebben.

Het was even spitten, maar ik vond een arrest van 23 maart waarin de offficier van justitie persoonsgegevens had gevorderd (naam, adres, postcode, woonplaats en eventuele foto) van de gebruikers van kaarthouders van een OV-chipkaart die in een bepaalde tijdsperiode op bepaalde metrostations hadden in- en uitgecheckt. Dit op grond van artikelen 126nd en 126nf Strafvordering, dat expliciet zegt dat foto’s en andere van deze gevoelige persoonsgegevens wel mogen worden gevorderd, maar alleen:

  1. in geval van verdenking van een ernstig misdrijf waar (kort gezegd) minstens 4 jaar cel op staat, en
  2. na voorafgaande schriftelijke machtiging, op vordering van de officier van justitie te verlenen door de rechter-commissaris.

Omdat die machtiging er niet was, oordeelde de Hoge Raad dat de pasfoto’s van de ovchipkaarthouders niet mochten worden afgegeven. Zij verwerpt daarbij het standpunt dat artikel 126nf alleen zou gelden als de officier de intentie zou hebben het ras van de mensen op de foto te willen weten. Ook als ‘bijvangst’ mag een officier geen gegevens over ras of etnische afkomst opvragen zonder machtiging van de rechter-commissaris.

Hiermee is er dus een grond om tegen elk gebruik van opgeëiste camerabeelden te ageren: er is geen machtiging voor gevraagd. Bovendien zal lang niet bij elke beroving of inbraak sprake zijn van een misdrijf dat een “ernstige inbreuk op de rechtsorde” oplevert, zodat die machtiging niet altijd gegeven zal worden.

Het lijkt me niet echt een wenselijke uitkomst, want het doorkruist compleet het mogen opvragen van camerabeelden. Maar ik zie niet 1-2-3 een antwoord hierop.

Update: in dit arrest vindt Gerechtshof Arnhem juist dat

Het gaat immers om beelden die (anders dan in het geval van de Hoge Raad) niet aan [bank] waren toevertrouwd, maar om een opname van een beveiligingscamera waarvan de aanwezigheid op allerlei plekken in de publieke ruimte en in het bijzonder bij pinautomaten van algemene bekendheid is. Om meer of anders dan een foto- of videoregistratie van de (bij een duidelijke opname voor het bewijs bruikbare) fysionomie van degene die voor een bepaalde geldtransactie van de pinautomaat in kwestie gebruik heeft gemaakt, gaat het hier niet. Van een (aan de beelden of de opnamen daarvan) voorafgegane verwerking van gevoelige persoonsgegevens als bedoeld in artikel 16 Wet bescherming persoonsgegevens, is bij deze registratie geen sprake geweest. Het verbod van artikel 18 van de wet doet zich (daarom) evenmin gelden. Het beeldmateriaal in kwestie kon daarom op de voet van artikel 126nd/ud van het Wetboek van Strafvordering worden gevorderd en kan en mag om die reden voor het bewijs worden gebruikt en het hof doet dat.

Arnoud

of lees de 23 reacties

Afgifte persoonsgegevens achter Gmail-account verplicht

13 oktober 2008, 8:39 | Privacy | 6 reacties

Ruzie met je mede-directeur, in echtscheiding liggen en er dan ook achterkomen dat allebei die wederpartijen weten wat je mailt. Daar zou ik ook boos om worden. De directeur van een bedrijf had ruzie met een compagnon, en lag ook nog eens in een zo te lezen niet prettig verlopende echtscheidingsprocedure. Tijdens de afwikkeling bleek dat zowel die compagnon als zijn vrouw kennis hadden van dingen die alleen in e-mails van en naar anderen stonden, zo wisten Zibb en de Telegraaf te vertellen. Enig onderzoek door een ingehuurde systeembeheerder bracht een stiekem ingestelde forwarding regel aan het licht, die alle mail kopieerde naar een Gmail-mailbox.

Het lag redelijk voor de hand dat die compagnon die regel had ingesteld, omdat hij als enige de gelegenheid en vakkennis had om dit te kunnen doen. Maar om dat te bewijzen, valt nog niet mee. Vandaar dat deze directeur Google voor de rechter sleepte en eiste dat het bedrijf de persoonsgegevens zou afgeven van de eigenaar van de mailbox.

De rechtbank toetst het verzoek aan het Lycos/Pessers-arrest, en herformuleert de eisen die daarin gesteld zijn in het vonnis als volgt:

  1. Het moet voldoende aannemelijk zijn dat sprake is van onrechtmatig handelen van de desbetreffende gebruiker.
  2. Het dient buiten redelijke twijfel te zijn dat degene van wie de gevraagde persoonlijke gegevens ter beschikking dienen te worden gesteld ook daadwerkelijk degene is die zich aan dit handelen schuldig zou hebben gemaakt.

Als hieraan is voldaan, moet de rechter nog een afweging maken tussen de privacybelangen van de betrokkenen bij het geheim houden van hun gegevens en het belang van de eiser om tegen het onrechtmatig handelen op te treden. Met andere woorden, wat is erger, de privacyschending door te onthullen wie er achter zit, of de onrechtmatige daad gepleegd door die persoon?

In deze zaak had de rechter er geen moeite mee om de afweging in het voordeel van de eiser uit te laten vallen. De belangrijkste overweging:

4.8. Zoals onder 4.5 overwogen is aannemelijk dat het Gmail-adres ook is gebruikt om de inhoud van aan [bestuurder] gerichte e-mails aan derden te overhandigen. Dit levert misbruik jegens [eiseres c.s.] op. De ernst van dit misbruik van het Gmail-adres en de gevolgen daarvan voor [eiseres c.s.] leveren een zo zwaarwegend belang van [eiseres c.s.] op dat het belang van Google bij de bescherming van de privacygevoelige informatie van haar gebruikers in dit geval dient te wijken.

Google moest dan ook de IP-adressen achter het account afgeven, plus het secundaire (backup) e-mailadres dat daaraan gekoppeld was.

Via Boek9.nl.

Arnoud

of lees de 6 reacties

Privacywet versus waarschuwen voor spam

1 juli 2008, 8:33 | Privacy, Meningsuiting | 12 reacties

Privacy is een groot goed, maar er wordt me iets te vaak misbruik gemaakt van de wet om onwelgevallige gegevens van het net te halen. En dat is jammer, want het maakt het moeilijker voor gewone mensen om een gerechtvaardigd beroep op diezelfde privacywet te doen.

Gisteren werd bekend dat stichting Mijn Kind Online een waarschuwingsbericht had aangepast onder druk van haar provider (Web-log.nl, een dienst van Ilse). De waarschuwing betrof een typische tell-a-friend-spam site: “je geeft je MSN-account weg om je hele vriendenlijst te laten spammen zodat de maker van geldmetjepc.nl jouw vrienden kan ronselen voor de affiliatie-programma’s”, zo legt Mijn Kind Online uit. De site meldt dat je tot 4000 euro per maand zou kunnen verdienen door reclame te ontvangen per mail “tot wel 1 euro per bericht”.

Reden voor de aanpassing was dat Mijn Kind Online in de waarschuwing de naam noemde van de ondernemer achter het bedrijf in kwestie. Deze had bij Web-log geklaagd over de naamsvermelding met een beroep op de Wet Bescherming Persoonsgegevens. Hij had immers geen toestemming gegeven voor deze naamsvermelding, en hij was geen bekende Nederlander dus de naamsvermelding moest weg.

Web-log had een jurist geraadpleegd en die vond dat uit een belangenafweging volgde dat de naam inderdaad niet genoemd hoefde te worden. Mijn Kind Online had kunnen volstaan met verwijzen naar de bedrijfssite, en als mensen dan zo nodig wilden weten wie er achter het bedrijf zat, moesten ze dat maar zelf opzoeken.

Wat de jurist echter kennelijk vergat te controleren, is of de WBP uberhaupt wel van toepassing is op dit blogbericht van Mijn Kind Online. Mijns inziens is hier namelijk sprake van een journalistieke uiting, en die hebben geen toestemming nodig om namen te noemen als dat relevant is in de verslaggeving.

Mijn Kind Online schrijft trouwens nog “hij doet niets onwettigs”, maar daar zou ik nog even een flinke kanttekening bij willen zetten. Bij dit systeem moet je andermans e-mailadressen (MSN-adressen) opgeven. Tell-a-friend systemen zijn spam en daarmee verboden. Het is de beheerder van de site die de mails doet versturen, en daarmee vallen ze onder zijn verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid.

De grapjassen zetten dan wel in hun algemenen (sic) voorwaarden:

Artikel 02.02: Geldmetjepc zal bij het akkoord gaan met deze algemene voorwaarden een uitnodigingsmail versturen naar alle contactpersonen in de msn gebruikers lijst van de aanmelder. Alle berichten die door de aanmelder via Geldmetjepc worden verstuurd vallen hierbij voor rekening van de aanmelder.

Artikel 03.02: De Geldmetjepc gebruiker vrijwaart Geldmetjepc van eventuele schadeclaims en of rechtzaken van derden, voortvloeiende uit het gebruik van Geldmetjepc door akkoord gaan en het aanvinken van de “checkbox”.

Het moge duidelijk zijn dat dit volstrekte onzin is. De gebruiker kan andere mensen niet opt-innen. Via algemene voorwaarden kan de site het risico van haar onrechtmatig handelen niet bij de gebruiker leggen. De site verstuurt de mails, en de site is dus aansprakelijk voor de schade.

Bovendien, zelfs al zou het zo zijn dat de gebruiker te zien is als de verzender in de zin van de antispamwet, dan nog is het terecht dat Mijn Kind Online erop wijst dat dit gebeurt. Lang niet iedereen zal hierop verdacht zijn. En zo’n wezenlijke bepaling wegstoppen in algemene voorwaarden is op zijn minst onzorgvuldig.

Klachten kunt u hierrr indienen.

Arnoud

of lees de 12 reacties

Vuistregels voor vorderen van persoonsgegevens (gastpost)

13 mei 2008, 8:33 | Privacy, Beveiliging | 1 reactie

mr. StaringVandaag een gastbijdrage van strafrechtadvocaat mr. A.H. (Bert) Staring uit Arnhem

Onlangs is het rapport High-tech crime: soorten criminaliteit en hun daders van het Ministerie van Justitie verschenen. High-tech crime is een overkoepelend containerbegrip dat verwijst naar een veelheid aan criminele activiteiten waarbij gebruik wordt gemaakt van ICT. Voorbeelden hiervan zijn kinderporno (cybercrime) en hackers (computercriminaliteit).

Een van de speerpunten van dit kabinet is de aanpak van cybercrime. Onder het mom hiervan kondigt de minister Hirsch Ballin aan dat hij de bevoegdheden van politie en justitie tot onder meer het vorderen van gegevens van bedrijven en instellingen opnieuw tegen het licht wil houden. Wat mogen politie en justitie op dit moment al?

De Wet bevoegdheid vorderen gegevens geeft politie en justitie vergaande bevoegdheden om persoonsgegevens op te vragen bij maatschappelijke instellingen en bedrijven. Toepassing van deze bevoegdheden mag alleen indien dat voor de opsporing noodzakelijk is en er sprake is van een verdenking van een zwaarder misdrijf. Het gaat dan niet alleen over high-tech crime maar ook om criminele activiteiten waarbij geen gebruik wordt gemaakt van ICT zoals bijvoorbeeld moord.

Bedrijven en instellingen die een openbaar telecommunicatienetwerk of -dienst (telefonie en internet) aanbieden kunnen met de op deze wet gebaseerde vorderingsbevoegdheid worden geconfronteerd. Het gaat dan over de aanbieders van een geheel of gedeeltelijk besloten communicatienetwerk of -dienst alsmede degenen die in de uitoefening van een beroep of bedrijf gegevens verwerken of opslaan ten behoeve van een aanbieder van een communicatiedienst of diens gebruikers. Met een aanbieder van een geheel of gedeeltelijk besloten communicatienetwerk of -dienst worden private netwerken bedoeld, zoals een vorm van intranet. Met degene die in de uitoefening van een beroep of bedrijf gegevens verwerkt of opslaat ten behoeve van een communicatiedienst of diens gebruikers dient men te denken aan een aanbieder van webhostingdiensten of een beheerder van websites.

Niet alleen de gegevens van de verdachte maar ook de gegevens van die personen waarmee verdachte contact heeft gehad of in relatie kan worden gebracht, kunnen middels deze wet worden opgevraagd door politie of justitie.

De wet maakt onderscheid tussen drie categorieën gegevens:

  • identificeerbare gegevens (naam, adres);
  • andere gegevens (verkeersgegevens, logs, administratie);
  • gevoelige gegevens.

Bij ‘identificeerbare gegevens’ gaat het niet alleen om iemands naam, adres, woonplaats, postadres, geboortedatum of geslacht, maar ook om zogenoemde administratieve kenmerken, zoals een klantnummer, een nummer van een polis, een bankrekeningnummer, of een lidmaatschapsnummer. Deze gegevens kunnen door iedere agent of opsporingsambtenaar worden opgevraagd.

De categorie ‘andere gegevens’ is zeer omvangrijk. Het gaat vooral om gegevens uit de administratie van bedrijven. Om deze gegevens in te zien, is geen bevel van een rechter nodig, maar kan met een bevel van de officier van justitie worden volstaan. Alleen voor ‘gevoelige gegevens ‘, zoals godsdienst, ras, politieke gezindheid, gezondheid of seksuele leven, blijft een gerechtelijk bevel noodzakelijk.

Bedrijven en instellingen weten veelal niet hoe met een dergelijke vordering om te gaan en werken gemakshalve maar mee. Dit terwijl:

  • Het verstrekken van gegevens veelal inhoud dat de gegevens, meestal persoonsgegevens, voor een ander doel worden gebruikt dan waartoe ze door internet provider of website exploitant, als houder van de gegevens, zijn verwerkt.
  • De toepassing van deze opsporingsbevoegdheid door politie en justitie gegarandeerd tot een inbreuk van de persoonlijke levenssfeer van de klant leidt.
  • Indien het gaat om gegevens van derden die geen persoonsgegevens zijn, er nog altijd belangen van derden aan de orde zijn die verstrekking problematisch maken, bijvoorbeeld een contractuele geheimhoudingsplicht.

Naar mijn mening dienen bedrijven en instellingen zich weerbaar op te stellen tegen de toenemende houdgreep van de overheid. Zij dienen in ieder geval op de navolgende punten te letten:

  1. U hoeft niet vrijwillig gegevens aan politie of justitie te verstrekken.
  2. Toepassing van vorderingsbevoegdheid mag alleen indien dat voor de opsporing noodzakelijk is en het gaat om een verdenking van een bepaald kaliber misdrijf.
  3. Voor de vordering van gevoelige gegevens is toestemming van de rechter nodig.
  4. In beginsel dient er bij de toepassing van een van de hier bovengenoemde bevoegdheden een schriftelijk vordering van de bevoegde ambtenaar vooraf te gaan. Waarin de gegevens staan vermeld die u minimaal nodig heeft om de vordering uit te kunnen voeren. U dient dat ook te allen tijde naar de schriftelijke vordering te vragen.
  5. Bij een aantal bevoegdheden kan bij dringende noodzaak een vordering mondeling worden gegeven. Echter in dat geval dient achteraf en wel binnen drie dagen nadat de vordering is gedaan deze alsnog op schrift te worden gesteld.
  6. In beginsel dient de bevoegde ambtenaar van elke vordering een proces-verbaal op te maken. Van belang is dat hierin wordt vermeld in welk onderzoek naar welk strafbaar feit de bevoegdheid is toegepast. U dient dat ook altijd naar het proces-verbaal te vragen.
  7. De kosten die aan de nakoming van een vordering kunnen worden toegerekend in de vorm van extra personeelskosten en extra administratiekosten komen voor vergoeding in aanmerking.
  8. Belanghebbende kunnen zich tegen de vordering tot verstrekken van gegevens zelf alsook tegen het gebruik van gegevens die gevorderd zijn beklagen. Zowel de houder van de gegevens tot wie de vordering is gericht als degenen op wie de gegevens betrekking hebben, kunnen als belanghebbende worden aangemerkt.

Gelet op de hier bovenstaande aandachtspunten is het verstandig contact op te nemen met een strafrechtadvocaat. Deze weet namelijk alles over de bijzondere opsporingsmethode die politie en justitie in het kader van een opsporingsonderzoek kan inzetten tegen u en uw klanten. Hij kan u derhalve adviseren wat hierbij uw rechten en plichten zijn.

mr. A.H. (Bert) Staring is advocaat in Arnhem, gespecialiseerd in strafrecht.

of lees de eerste reactie

De privacyverwachting van Twitter

14 april 2008, 8:37 | Privacy | 8 reacties

Via de comments een interessante vraag over Twitter en privacy:

Twitter, een microblog site, biedt een speciale functie waarbij je berichten afschermt voor mensen die je niet aan je contacten hebt toegevoegd. Wanneer je als ‘contact’ van diegene toch iets publiceert als quote, in hoeverre ben je dan strafbaar bezig? Gevoelsmatig zou ik een bewust van de openbare site afgeschermd bericht op Twitter gelijk stellen aan een prive gesprek via sms, msn of email aan een bekende of enkele bekenden. Is zoiets strafbaar in Nederland of de Verenigde Staten?

Standaard kan iedereen ‘follower’ worden van elke Twitterfeed. Je moet er als Twitteraar dus rekening mee houden dat een willekeurig iemand je Twitterberichten (tweets) zal lezen. In een dergelijke situatie mag je juridisch gezien weinig privacybescherming verwachten. Wat je twittert, is voor de hele wereld te lezen en mag dan ook door de hele wereld gelezen en doorgestuurd worden. Ook als je er ‘@’ voor zet om aan te geven dat je bericht voor één persoon bedoeld is. Of wanneer het dom was om te zeggen.

Twitter biedt echter de mogelijkheid van beschermde updates, in het Nederlands ook wel het “slotje”. Zulke berichten kun je alleen volgen als iemand je toegelaten heeft. In die situatie heb je een duidelijke keuze gemaakt om berichten te lezen die iemand als privé beschouwt. Je moet dan diens privacy respecteren en die berichten niet zomaar publiceren of doorgeven aan anderen.

Dit geldt des te meer nu vrijwel elk Twitterbericht te zien is als een persoonsgegeven. Dat zijn namelijk niet alleen naam- en adresgegevens. Alle soorten uitspraken over een persoon, inclusief meningen en oordelen, zijn te zien als persoonsgegeven. Inderdaad, dus ook elk antwoord op de vraag wat iemand nu aan het doen is. En dat is precies waar het bij Twitter om draait.

Een Tweet valt dan ook onder de Wet Bescherming Persoonsgegevens. Publiceert de persoon over wie het gaat, zelf dit bericht, dan is er verder niets aan de hand. Herpublicatie mag dan gewoon. Maar markeert hij het bericht als privé, dan is herpublicatie niet toegestaan.

Wat kun je daar nu tegen doen als het toch gebeurt? De politie zal hier niets doen. Schending van de privacy is geen strafbaar feit. Het is wel onrechtmatig, maar je moet zelf naar de rechter om je schade vergoed te krijgen. Daarbij moet je zelf aantonen wat je schade is (in geld).

En dat kan nog wel eens lastig worden. Zeker omdat de rechter de schadevergoeding kan matigen vanwege ‘eigen schuld‘: als de schade gedeeltelijk toe te rekenen is aan een eigen handeling van het slachtoffer, hoeft de dader deze niet volledig te vergoeden. Wie dus privéinformatie deelt met mensen die hij niet goed kent, zal dus zelf (gedeeltelijk) op moeten draaien voor de eventuele schade die hij daardoor lijdt.

Voor de fanatieke Twitteraars hier: wat voor informatie zou je zelf niet snel via Twitter delen?

Arnoud

of lees de 8 reacties
De wet op internet Koop het boek Software: Deskundig en praktisch juridisch advies
Of een van de andere boeken over internetrecht!

Auteur: Arnoud Engelfriet - Licentie: Creative Commons BY-SA 2.5 - Disclaimer - Powered by WordPress