Het IP-adres van de pliesie

Tweet
22 augustus 2007, 14:28 | Grappig | Geen reacties

CorCom Security Analysing meldt dat het IP-adres van de politie 194.151.195.208 is. Elk politiebureau in Nederland gebruikt namelijk dezelfde gateway om het Internet te bezoeken.

Oud nieuws? Ach. Ik vond het wel grappig om te kijken welke Wikipedia-edits er gedaan zijn vanaf dat adres. Afgezien van de nodige informatie over de politie zelf, ook een hoop edits van mogelijk verveelde agenten. Eentje leidde zelfs tot een officiële waarschuwing. De Engelstalige Wikipedia-edits van de politie vallen mee.

Arnoud

als eerste

Fotograferen en journalistiek op het station

Tweet
10 augustus 2007, 9:22 | Meningsuiting | 14 reacties

Niet echt Internetrecht, alhoewel ze wel Internet hebben op stations: hoe zit het met fotograferen op stations. Journalist Brenno de Winter zag een Segway op station Utrecht en wilde hier met een foto verslag van doen, maar dat werd hem verboden door de Spoorwegpolitie. Kan die dat zomaar? Nee, en wel hierom.

Op zich mag de NS natuurlijk huisregels stellen, want de stations zijn hun privé-eigendom. En er zijn ook huisregels over fotograferen op stations:

Voor het maken van professionele opnamen moet wel altijd vooraf toestemming worden gevraagd. Hieronder vallen ook alle opnamen waarbij gebruik wordt gemaakt van statieven, extra licht en figuranten en opnamen die worden gemaakt door studenten als studieopdracht. Bij opnamen voor privé-doeleinden (voor familiealbum of hobby) vanaf voor het publiek toegankelijke gedeelten van het station is geen toestemming van NS nodig. Uitzondering hierop vormt het fotograferen of filmen van NS personeel, balies en wachtruimtes. Dit is zonder uitdrukkelijke toestemming niet toegestaan.

Alleen, journalistiek en vrije nieuwsgaring is een grondrecht (artikel 10 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens). Je eigendomsrecht inzetten om een journalist te weren zijn werk te doen is een schending van dit grondrecht. Om te bepalen of dit toegestaan is, moet de rechter een belangenafweging plegen. Hoe groot is de nieuwswaarde en het belang om dit te melden, en hoe groot is in dit geval de waarde van het eigendomsrecht van de NS en de persoonlijke levenssfeer van haar medewerkers.

Zeker nu de NS haar stations normaal openstelt voor het publiek, zal die afweging snel in het voordeel van de journalist uit moeten vallen, tenzij er sprake is van bijzondere omstandigheden. Bijvoorbeeld dat een medewerker tegen zijn of haar wil heel prominent in beeld komt terwijl dat niet relevant is voor het verhaal.

Maar wat heeft de Spoorwegpolitie daarmee te maken? Een ruzie tussen een journalist en de eigenaar van een terrein is civielrecht, dus vecht dat samen lekker uit bij de rechter zou je zeggen. Toch zitten er publiekrechtelijke aspecten aan. Het punt is namelijk dat het Algemeen Reglement Vervoer (dat geldt voor spoorwegen en stations) verbiedt om “beroep of bedrijf” uit te oefenen op stations zonder toestemming van de NS. En de NS heeft de Spoorwegpolitie gemachtigd om het toezicht op deze regels uit te oefenen.

Specifiek voor stations is er namelijk artikel 5 van het Algemeen Reglement Vervoer (ingevoerd op grond van de Spoorwegwet):

  1. Het is een ieder, behoudens uit de aard van zijn betrekking, verboden zich in of op een station dan wel in een trein in een zodanige toestand te bevinden of zich zodanig te gedragen, dat orde, rust, veiligheid of een goede bedrijfsgang wordt of kan worden verstoord.
  2. Als verstoring van orde, rust, veiligheid of een goede bedrijfsgang worden beschouwd: (…) f. uitoefenen van beroep of bedrijf;
  3. Het bepaalde in het eerste en tweede lid is niet van toepassing voor zover de spoorweg daarvoor, met inachtneming van de belangen van reizigers, toestemming heeft gegeven.

Natuurlijk is dit bedoeld om allerlei stalletjes en verkopers te kunnen weren, maar journalisme is een beroep, dus naar de letter van dit artikel is het verboden journalistiek te bedrijven op het station zonder toestemming van de NS.

Daarnaast is er ook artikel 7 van datzelfde Reglement:

Een ieder is verplicht de aanwijzingen betreffende de orde, rust, veiligheid of een goede bedrijfsgang op te volgen, die door of vanwege de spoorweg duidelijk kenbaar zijn gemaakt.

De regel over niet mogen fotograferen op het station betreft de goede bedrijfsgang van de NS. De NS heeft de Spoorwegpolitie gemachtigd om het toezicht op deze regels uit te oefenen. Die doen dat door ambtsbevelen te geven tot verwijdering van het terrein (art. 184 Wetboek van Strafrecht) maar uit twee recente arresten van de Hoge Raad (AU8060 en AZ3309) begreep ik dat dat niet mag. Ambtsbevelen mogen alleen gaan over wettelijke voorschriften, en NS-huisregels zijn geen wet:

Als de onderhavige verwijderingsbevelen namens de NS zijn genomen en dus niet door politieambtenaren als zodanig, dan zijn die bevelen niet gegeven door een ambtenaar als bedoeld in artikel 184 van het Wetboek van Strafrecht.

Als ik die arresten doortrek naar deze situatie, lijkt het mij dat de agenten ook geen ambtsbevelen mogen geven tot het wissen van foto’s wanneer iemand zonder toestemming fotografeert.

En zelfs al mogen ze dat wel, dan zou zo’n ambtsbevel het grondrecht van vrije nieuwsgaring schenden, en de overheid mag dat al helemaal niet snel doen.

De NvJ waarschuwt voor de laatste maal:

Journalisten worden steeds vaker met beperkingen geconfronteerd bij de uitoefening van hun vak. Zij hebben het recht om foto’s te maken in openbare en semi-openbare ruimtes (stadions/stations etc.). De NVJ heeft aan zowel politie als NS duidelijk gemaakt dat dergelijke restricties in strijd zijn met de vrijheid van nieuwsgaring.

(En voor wie denkt aan antiterrorisme-regels: station Utrecht is geen verboden plaats. Er staat zes jaar cel op het fotograferen van gebouwen die belangrijk zijn voor de staatsveiligheid.)

Arnoud

of lees de 14 reacties

Alweer portretrecht voor de politie

Tweet
22 juli 2007, 14:55 | Auteursrecht, Privacy | Geen reacties

Portretrecht voor de politie, het blijft een actueel onderwerp. Het Nederlands Juridisch Dagblad bericht over de antwoorden van minister Ter Horst over kamervragen over publicatie van foto’s van agenten. Kort gezegd ziet de minister geen aanleiding om nadere regels te stellen over het politiek-portretrecht.

De regels omtrent het portretrecht bepalen dat bij foto’s als deze een belangenafweging gemaakt moet worden tussen de privacy van de agent en de uitingsvrijheid van degene die de foto publiceert.

Uit jurisprudentie blijkt dat een van de uitgangspunten bij de belangenafweging is dat personen die in het kader van een onderwerp van maatschappelijk belang in het openbaar in de uitoefening van hun functie optreden, zoals politieambtenaren, als publieke personen onder omstandigheden meer kritiek en een grotere inbreuk op hun persoonlijke levenssfeer moeten toestaan dan privépersonen.

Er is dus geen algemeen antwoord te geven op de vraag of agenten op de foto mogen, en of zo’n foto gepubliceerd mag worden. Het hangt er van af.

Arnoud

als eerste

Middelvinger opsteken is toch belediging

Tweet
20 juli 2007, 20:27 | Meningsuiting, Grappig | 2 reacties

In april schreef ik over een vonnis waarin de middelvinger opsteken niet als een belediging werd aangemerkt:

In alle gevallen zonder twijfel hufterig en/of onbeschoft, maar hufterig en/of onbeschoft gedrag is – hoewel spijtig genoeg – op zichzelf naar Nederlands recht niet strafbaar. Ook kan de opgestoken middelvinger onder omstandigheden dan ook als een verwensing worden gezien, maar ook dit houdt nog geen belediging in.

In het hoger beroep blijkt de middelvinger opsteken toch wel een belediging:

In het onderhavige geval kan het opsteken van de middelvinger, zoals in bovengenoemd proces-verbaal omschreven, slechts worden begrepen als een uiting van grote minachting jegens de betreffende politiefunctionarissen en daarmee als een gebaar dat de strekking heeft de politiefunctionarissen tot wie het gebaar was gericht in hun eer en goede naam aan te tasten. Het verweer wordt daarom verworpen.

Arnoud

of lees de 2 reacties

Politie “googelt”, maar niet met Google

Tweet
13 juni 2007, 19:02 | Merken, Zoekmachines | Geen reacties

Intrigerende kop op NU.nl: Het Korps Landelijke Politiediensten en de andere 25 politiekorpsen kunnen binnenkort criminele informatie van andere korpsen ‘googelen’. Het blijkt echter te gaan om een intern informatiesysteem, BlueView geheten, waarmee het makkelijker wordt om gegevens bij elkaar te zoeken over criminelen.

De redacteur die besloten heeft om dit met “googelen” te koppen, kan een boze brief van Google verwachten. Want googelen mag alleen met Google.

Het is niet alleen NU.nl, maar ook vele anderen. De Pagerank van de resultaten suggereert dat het de Automatisering Gids is die het eerste met deze kop kwam.

Arnoud

als eerste

Weer portretrecht voor politie

Op de nieuwe site www.politiefoto.nl kan iedereen zelfgemaakte foto’s van politieagenten plaatsen. Dit is een initiatief van Zwolse kunstenaars Wim Holsappel en Willem Alkema, als reactie op het “preventief fotograferen” van hangjongeren door agenten in Zuid-Holland.

De site meldt: “Het is nog niet bekend of het College Bescherming Persoonsgegevens vindt dat deze site de privacywetgeving overtreedt.” Maar de wetgeving in kwestie betreft het auteursrecht, of meer specifiek het portretrecht. En daar gaat het CBP niet over.

Begin april was er iets vergelijkbaars: toen werd een fotograaf bij de Zombie Walk verboden agenten te fotograferen vanwege schending van hun portretrecht. Ik citeer maar even uit dat berichtje, waarin ik uitlegde dat agenten minder snel aanspraak op portretrecht kunnen doen dan gewone burgers.

Zij verrichten immers een openbare taak, en de burger moet dat kunnen controleren en vastleggen. Bovendien moeten “public figures” meer kritiek en een grotere inbreuk op hun persoonlijke levenssfeer toestaan dan privépersonen.

Deze actie lijkt op een rechtszaak uit 2005, waarin een man vrijgesproken werd die agenten fotografeerde. De agenten waren bezig met flitscontroles. De foto’s kwamen op Flitsservice.nl, wat de agenten een inbreuk vonden op hun portretrecht. Het gerechtshof vond dat er wel degelijk verslag gedaan mag worden van politie-activiteiten, en of daar foto’s bij nodig zijn “is een journalistieke beslissing waarin de rechter in beginsel niet dient te treden.”

Arnoud

als eerste

Portretrecht voor de politie

Tweet
4 mei 2007, 12:49 | Auteursrecht, Meningsuiting | 1 reactie

Op 14 april was er de eerste Zombie Walk in Amsterdam. Maar, zo meldt VillaMedia.NL:

Bij deze demonstratie, die spontaan werd gehouden in het kader van het festival voor de fantastische film, werd de aanwezige fotograaf Jasper Groen, die o.a. werkt voor de weblog GeenCommentaar.nl, gedwongen om foto’s te wissen, waarop politieagenten herkenbaar in beeld zouden zijn. Door de politie werd geschermd met “het portretrecht van de agenten” en gedreigd zonodig hem mee te nemen naar het bureau.

Nu is portretrecht op de openbare weg altijd een lastig onderwerp. Je moet een redelijk belang kunnen aantonen waarom de foto niet gepubliceerd mag worden. Privacy is zo’n redelijk belang. Je hebt ook op de openbare weg een zekere aanspraak op privacy, maar die is wel minder dan in privé-lokaties. Er moeten dan bijzondere omstandigheden spelen, bijvoorbeeld als een foto van jou in een expliciete pose op een straatfeest gebruikt wordt in een tijdschrift. Was dat nu echt nodig, zal de rechter vragen.

Bij de politie ligt het iets anders. Zij verrichten immers een openbare taak, en de burger moet dat kunnen controleren en vastleggen. Bovendien moeten “public figures” meer kritiek en een grotere inbreuk op hun persoonlijke levenssfeer toestaan dan privépersonen.

Deze actie lijkt op een rechtszaak uit 2005, waarin een man vrijgesproken werd die agenten fotografeerde. De agenten waren bezig met flitscontroles. De foto’s kwamen op Flitsservice.nl, wat de agenten een inbreuk vonden op hun portretrecht. Het gerechtshof vond dat er wel degelijk verslag gedaan mag worden van politie-activiteiten, en of daar foto’s bij nodig zijn “is een journalistieke beslissing waarin de rechter in beginsel niet dient te treden.”

In dat specifieke geval hadden bezoekers van de site op soms zeer agressieve en dreigende manier op de gebeurtenissen gereageerd. Dat, plus het feit dat het ging over de politie als zodanig en niet specifiek deze agenten, was voor het gerechtshof genoeg om aan te nemen dat er geen journalistieke noodzaak was om de agenten herkenbaar en met hun naam erbij in beeld te brengen.

Bericht gevonden via SOLV.

Arnoud

of lees de eerste reactie
« Vorige Pagina
De wet op internet Koop het boek Software: Deskundig en praktisch juridisch advies
Of een van de andere boeken over internetrecht!

Auteur: Arnoud Engelfriet - Licentie: Creative Commons BY-SA 2.5 - Disclaimer - Powered by WordPress