Proceskostenvergoedingen IE-zaken beperkt
Rechtszaken over auteursrecht en andere intellectuele eigendomsrechten (IE) wijken op één punt af van andere rechtszaken. Bij IE-zaken moet de verliezende partij de werkelijke en volledige proceskosten van de winnende partij vergoeden. Bij andere zaken geldt normaal dat je alleen de “forfaitaire proceskosten” (liquidatietarief) vergoed krijgt. Deze uitzondering is ingevoerd op grond van de Handhavingsrichtlijn 2004/48/EG.
Een probleem bij deze regeling is dat hij tot excessen kan leiden. Wie de duurste advocaat inhuurt, kan dreigen met een torenhoge proceskostenvergoeding (denk enkele tienduizenden euro’s) naast de schadevergoeding. Een enkele keer grijpt de rechter nog in door het bedrag te matigen, maar de trend was toch wel om gevraagde vergoedingen toe te kennen.
Per 1 augustus zal daar verandering in komen. De rechtbanken en de Orde van Advocaten hebben in onderling overleg indicatieve maximumtarieven opgesteld voor proceskosten. Zo zou een eenvoudig kort geding nog ‘maar’ 6.000 euro mogen kosten, en een redelijk complexe bodemzaak niet meer dan 25.000 euro. Een bedrag van 40.000 euro zou dus in principe tot het verleden moeten behoren, hoewel het nog steeds mogelijk is om af te wijken:
De tarieven geven een indicatie van het maximale bedrag aan proceskosten dat door de bank genomen nog als redelijk en evenredig kan worden aangemerkt. Het gaat dus niet om forfaitaire bedragen, maar om een handvat om de redelijkheid van de gemaakte proceskosten te beoordelen. De tarieven staan er niet aan in de weg dat een afwijkend, lager of hoger, bedrag wordt vastgesteld. Verwacht mag worden dat in ieder geval gedetailleerd opgave wordt gedaan van het uurtarief en het aantal gewerkte uren met een concrete omschrijving van de verrichte werkzaamheden. Indien echter aanspraak wordt gemaakt op een hoger bedrag zullen, bij betwisting door de wederpartij, hoge eisen aan de motivering gesteld moeten worden.
Christiaan Alberdingk Thijm van SOLV noemt het een ‘aderlating’ voor de grote advocatenkantoren:
Met name voor de grote kantoren die dikwijls een astronomisch hoog uurtarief hanteren, zal dat een aderlating zijn. Het komt op dit moment regelmatig voor dat de verliezende partij bedragen van € 40.000 moet ophoesten, simpelweg omdat de andere partij een dure advocaat heeft ingeschakeld. Aan die praktijk moet nu een einde komen.
En terecht. Het Nederlands burgerlijk recht is tenslotte gebaseerd op het idee dat mensen elkaars schade moeten vergoeden, maar partijen mogen elkaar geen boetes of dingen die daarop lijken opleggen. Een extreem hoge proceskostenvergoeding eisen voor een kleinschalige inbreuk is absoluut niet de bedoeling.
Arnoud



