Informatieverzamelaars vs. Robots.txt (Bart Beuving)

21 mei 2008, 8:05 - Geplaatst onder: Auteursrecht, Innovatie, Zoekmachines - 4 reacties

Op het altijd zeer leesbare blog van auteursrechtadvocaat Bart Beuving deze keer een bijdrage over Informatieverzamelaars vs. Robots.txt. Er is veel te doen geweest over het scrapen van andermans site. Databankrechten, auteursrechten en zelfs de geschriftenbescherming werden van stal gehaald om te voorkomen dat slimme jongens ermet duur gemaakte databanken vandoor gaan.

Beuving bespreekt nu een vaak onderbelicht aspect: de robots.txt regels. Via dit bestand kan een sitebeheerder aangeven wat robots wel en niet geacht worden te doen op een site. Maar dat is puur een beleefdheidsnorm: robots kunnen immers net als elke browser elke pagina opvragen op een site, of dat nou “mag” van robots.txt of niet.

Kun je daar iets aan doen? Nee, betoogt Beuving terecht:

Op grond van de auteurswet is het onrechtmatig om ‘doeltreffende technische voorzieningen’ te omzeilen. In normaal Nederlands: onder meer het ‘kraken’ van beveiliging is niet toegestaan. Door de Nederlandse rechter is echter in de kwestie Web Measurement Services/Weborama (ziehier, AE) uitgemaakt dat het negeren van een robots.txt niet wordt beschouwd als het omzeilen van een technische voorziening is en dus ook niet onrechtmatig is.

Inderdaad. Robots.txt is een beleefdheidsnorm. Netiquette. Die norm schenden is inderdad niet netjes, maar je onfatsoenlijk gedragen is niet onrechtmatig. Trek eens de lijn naar de ‘echte’ wereld: wat zou er moeten gebeuren als een marktkraamhouder een bordje ophangt “Medewerkers van concurrenten mogen onze prijzen niet opschrijven om er zelf onder te gaan zitten”? Kan de ene marketman dan de andere aanklagen wegens negeren van het_bordje.txt? Ik mag hopen van niet.

Maar dan schrijft Beuving:

Aan de andere kant: het opzetten en instandhouden van een informatiewebsite vereist substantiële investeringen in de vorm van tijd en geld. Verdienen dergelijke investeringen niet een betere bescherming?

En daar ben ik het volstrekt mee oneens. Elke commerciële activiteit, en niet alleen het opzetten van informatiewebsites, vereist substantiële investeringen in de vorm van tijd en geld. Maar om nu enkel en alleen om die reden een exclusief recht op die activiteit te geven gaat mij veel en veel te ver. IE-rechten worden bijvoorbeeld pas verstrekt als je iets bijzonders doet: je hebt een uitvinding gedaan, een nieuw dessin ontworpen of een werk van letterkunde of kunst gemaakt. Daar kan ik nog wel een rechtvaardiging in zien (ook al blijkt die rechtvaardiging in de praktijk niet te kloppen). Maar het enkele hard werken, wat de Amerikanen sweat of the brow noemen (Feist), behoort geen rechten op te leveren.

Meer algemeen: informatie wil vrij zijn. Informatie gaat vrij zijn. Je kunt dus beter een businessmodel verzinnen waarbij je niet afhankelijk bent van het als enige bepaalde informatie aanbieden. Anderen zullen die van je overnemen. Je moet iets toevoegen. Je bent de eerste, of je selecteert het beste, of je sorteert het het handigste. Zoiets. Bij Marketingfacts verscheen onlangs nog het bericht dat FUnda haar marktaandeel terug aan het winnen is op sites als Miljoenhuizen en Jaap. Het gaat dus om kwaliteit en actualiteit niet alleen om aantallen advertenties.

En wat vinden jullie?

Arnoud

of lees de 4 reacties

Provider IS InterNed niet aansprakelijk voor smaad door klant

15 mei 2008, 8:17 - Geplaatst onder: Aansprakelijkheid - 7 reacties

Een hostingprovider hoeft bij vermeende smaad door een klant niet meteen in te grijpen. Tenminste, als hij de feiten niet kent en daarom niet kan inschatten wat er klopt aan het verhaal. Dat blijkt uit een gisteren verschenen vonnis tussen de Staat en hostingprovider IS InterNed Services. En ik heb een leuke aankondiging, helemaal onderaan. :)

Een klant van IS had ruzie met de Belastingdienst. Zijn tweedehands-autobedrijf had de nodige aanslagen opgelegd gekregen, en omdat de Belastingdienst bang was dat meneer terug naar zijn eigen land zou gaan, had men aangekondigd deze aanslagen ineens te komen innen. Dat zette het nodige kwaad bloed, en de klant begon op zijn bedrijfswebsite een hetze tegen de Belastingdienst. Daarbij werd de betrokken inspecteur met naam en toenaam genoemd. Zo schreef hij bijvoorbeeld “this corrupt and racist tax official decided to impose a very high tax on me.” Ook werden zowel de inspecteur als de Dienst beschuldigd van racisme, corruptie, machtsmisbruik en discriminatie.

De Staat besloot om de hoster te sommeren de informatie weg te halen. De hoster had dit echter geweigerd met een beroep op de wettelijke bescherming voor hosting providers. De wet zegt namelijk dat providers alleen materiaal van klanten offline hoeven te halen als het ‘onmiskenbaar’ is dat dat materiaal niet door de beugel kan. Je moet met andere woorden in redelijkheid niet kunnen twijfelen aan de juistheid van de sommatie.

Wanneer is het onmiskenbaar dat iets niet mag? Bij een een illegaal aangeboden film gaat dat nog wel, maar hoe schat je als provider in of een uitlating van een klant beledigend of racistisch is? Je kent de feiten en achtergronden van de ruzie niet, dus hoe weet je dan of een opmerking terechte kritiek is of smaad?

Het is dan ook een goede zaak dat de rechter hier oordeelde dat de provider niet in de discussie tussen de Staat en de klant hoeft te treden. Precies omdat je van een provider niet kunt vragen om te oordelen over het beledigende of smadelijke karakter van een publicatie. Dat zou al snel tot een chilling effect leiden: providers die alles waar een klacht over komen, meteen maar offline halen om aansprakelijkheid te voorkomen.

Wel is het jammer dat de rechter niet nader toelicht waarom deze tekst niet onmiskenbaar beledigend is. Het vonnis zegt dat het niet hoefde omdat IS “niet wist, en ook niet kon weten, waarop de uitlatingen waren gebaseerd, zodat zij zich geen oordeel omtrent de juistheid of rechtmatigheid ervan kon vormen”. Dus als IS meer van het geschil had geweten, had ze wel zo’n oordeel moeten vormen? Waar ligt dan de grens? Hoe bekend moeten de feiten zijn? En wanneer moet de provider op de stoel van de rechter gaan zitten? Zou bijvoorbeeld de provider moeten weten dat teksten waarin de Holocaust ontkend of gebagatelliseerd wordt, discriminerend en haatzaaiend zijn? Want dan is de provider verplicht deze weg te halen. Op die vragen geeft dit vonnis helaas geen duidelijk antwoord.

En als ik dan even commercieel mag worden: sinds gisteren biedt mijn nieuwe werkgever ICTRecht een speciale Notice en takedown adviesdienst. Voor webhosters, maar ook voor bloggers en forumbeheerders die dit soort klachten krijgen en zelf niet kunnen of willen inschatten of die klachten kloppen en wat ze nu moeten doen.

Arnoud

of lees de 7 reacties

Makelaarstichting op zelfde reden opnieuw onderuit tegen Jaap

24 januari 2008, 17:06 - Geplaatst onder: Zoekmachines - Geen reacties

Niet te geloven: stichting Baas in Eigen Huis verliest weer een proces tegen Jaap, om dezelfde reden als waarom ze in december onderuit gingen tegen huizenzoekmachine Jaap.nl. De stichting claimde namens alle makelaars van Nederland te spreken maar kon dat niet waarmaken. En nu, met vijf ordners vol steunbetuigingen, gaan ze om precies dezelfde reden weer onderuit.

De stichting wil via een collectieve actie (class action suit voor wie Amerikaanse advocatenseries kijkt) Jaap verbieden om makelaarsites te doorzoeken en huizenadvertenties op de Jaap-site over te nemen. Maar voor een collectieve actie moet je in je statuten hebben staan namens wie je optreedt, en die groep moet er ook nog eens allemaal achter staan.

Hier dacht men aan voldaan te hebben met die vijf orders met steunbetuigingen, maar, zo legt de rechter uit, de stichting snapt het onderscheid niet tussen “ik steun de stichting” en “ik wens niet gejaapt te worden”. Nog pijnlijker was dat Jaap op de zitting al 60 makelaars aan kon wijzen die weliswaar een steunbetuiging hadden ondertekend maar ook tegen Jaap hadden gezegd best in hun databank opgenomen te willen worden.

De statuten waren weliswaar gewijzigd, maar niet op de juiste manier:

Vooropgesteld wordt dat uit de gewijzigde statuten niet blijkt dat zij uitsluitend de belangen behartigt van die makelaars(kantoren) die schriftelijk hun steun hebben betuigd of zullen betuigen aan de stichting. Evenmin staat in de statuten vermeld dat zij opkomt voor de belangen van de makelaars(kantoren) die te kennen hebben gegeven bezwaar te hebben tegen het ongevraagd integraal kopiëren van hun objectgegevens op websites van derden. Hiermee staat vast dat de stichting in haar gewijzigde statuten geen onderscheid maakt tussen voor- en tegenstanders.

De stichting mag de rekening van Jaap’s advocaat voldoen (15.547,35 euro) en haar huiswerk nog eens overdoen. Terecht. Het komt op mij over als een ondoordachte en té overhaast afgeraffelde actie. Wat bijzonder jammer is. De kwestie raakt aan fundamentele aspecten van internet: wat mag een zoekmachine overnemen, hoe mogen die resultaten worden geexploiteerd en in hoeverre moet daarbij opt-in of opt-out worden gehanteerd? Door dit soort halfbakken werk krijgen we daar onvoldoende antwoord op.

Arnoud

als eerste

Nederlandse rechter bevestigt lijn Europees Octrooibureau bij business method patents

20 december 2007, 9:04 - Geplaatst onder: Octrooien - Geen reacties

Figuur 1 uit octrooi EP1399908Op de hiernaast getoonde vrachtwagen zit octrooi. Zat, eigenlijk, want het octrooi is vernietigd omdat de uitvinding al bekend was. De truc zat hem in dat afneembare paneel (20) met reclame (”BUY!”). Als je dat van maasmateriaal-doek met luchtdoorlatende openingen, maakt, kan de wind er minder vat op krijgen, zodat de panelen er niet zo gemakkelijk afwaaien. Slim, maar dat bleken ze in Japan al eerder bedacht te hebben. Dus werd het octrooi ongeldig verklaard.

Opmerkelijk bij dit octrooi was dat er ook een claim in stond op een werkwijze voor het verkrijgen en exploiteren van mobiele reclames. Die kwam kort gezegd neer op het sluiten van een contract met een vrachtvervoersbedrijf en het ophangen van afneembare panelen van maasmateriaal-doek aan de vrachtauto’s van dat bedrijf. Uiteraard “in ruil voor betalingen”. Hela, maar dat is een werkwijze voor het zakendoen, roepen nu alle meelezende octrooigemachtigden. En daar mag je geen octrooi op aanvragen. Octrooien zijn er alleen voor technologische innovatie, en niet voor zakelijke bedenksels, hoe creatief ook.

In het verleden werd het Europees Octrooibureau (EOB) nogal eens bekritiseerd over al te makkelijk verlenen van octrooien op dit soort zaken. De laatste jaren is men echter een stuk strenger geworden: je moet laten zien dat sprake is van een technologische vernieuwing. Maar de gehanteerde redenering was daarbij wel erg kort door de bocht, hoewel men deze zelf duidelijk genoeg vond.

De Nederlandse rechter gaat in dit vonnis nu even kort door de bocht:

Nu op grond van voornoemde TBA-rechtspraak de nieuwheid en inventiviteit slechts kan worden gebaseerd op technische maatregelen, dienen de niet-technische maatregelen bij het beoordelen van de inventiviteit van conclusie 22 buiten beschouwing te worden gelaten. Uit een en ander volgt dat conclusie 22 nietig is bij gebreke van inventiviteit.

Arnoud

als eerste

Het einde van de spin in het web bij octrooizaken

18 december 2007, 9:00 - Geplaatst onder: Octrooien - Geen reacties

Wie een Europese octrooi heeft, denkt misschien dat hij dan in heel Europa octrooi heeft. Dat valt tegen. Met een Europees octrooi krijg je niet meer dan een verzameling nationale octrooien, waarbij je ook nog eens in elk land een vertaling in een landstaal aan moet leveren. Doe je dat niet, dan vervalt het octrooi in dat land. Ook voor rechtszaken geldt: in elk land afzonderlijk. Al dat procederen is een dure grap, en het lijkt nogal overdreven omdat de inbreuk vaak steeds hetzelfde bedrijf betreft in diverse Europese landen.

Kan dat nou niet anders, dacht het Gerechtshof in Den Haag, en men verzon de “spin in het web” theorie:

Deze theorie hield kort gezegd in dat als het hoofdkantoor van het vermeend inbreukmakende concern was gevestigd in Nederland, en vanuit dit kantoor een beleidsplan was uitgegaan, de Nederlandse rechter zich ook bevoegd achtte in een procedure waarin de andere buitenlandse vennootschappen van hetzelfde concern werden gedagvaard. De octrooihouder kon dus volstaan met een procedure in Nederland tegen meerdere vermeende nationale en buitenlandse inbreukmakers.

Slim bedacht, maar de constructie bleek in strijd met Europees recht. Je kunt niet zomaar in Nederland het Duitse dochterbedrijf dagen wegens inbreuk in Duitsland op je Europese octrooi, ook niet als je tegelijkertijd het Nederlandse moederbedrijf daagt wegens inbreuk in Nederland op hetzelfde octrooi. Want, zo oordeelde het Hof van Justitie, het is niet hetzelfde octrooi. Het zijn twee losse octrooien, die je naar nationaal octrooirecht moet toepassen.

Onlangs heeft onze eigen Hoge Raad uitspraak gedaan over een spin-in-het-web arrest, en de theorie definitief naar de prullenbak verwezen. Tot er dus een Gemeenschapsoctrooi komt, blijft het nodig om in elk land afzonderlijk te procederen.

Via Volledig bericht, pardon Boek 9.

Arnoud

als eerste

Huizenzoekmachine Jaap mag toch doorgaan met overnemen

14 december 2007, 12:03 - Geplaatst onder: Zoekmachines - 1 reactie

Donderdag won huizenzoekmachine Jaap.nl haar hoger beroep tegen de stichting Baas in eigen Huis. Jaap mag nu dus weer vrolijk gaan overnemen van huizensites, behalve bij die makelaars die daar bij Jaap tegen protesteren.

In augustus moest Jaap stoppen met overnemen van teksten en foto’s van te koop staande huizen van makelaarsites. Een intrigerend vonnis, waarin het beeldcitaatrecht tot op de pixel werd vastgelegd en de geschriftenbescherming flink werd opgerekt. Maar dat is nu allemaal niet langer geldend recht.

Jammer. Vooral omdat het vonnis niet werd herzien, en het gerechtshof ook niet met een eigen regel over wat je wel en niet mag overnemen kwam. Het vonnis werd namelijk vernietigd omdat die stichting een class action zaak oftewel een groepsactie was begonnen, terwijl ze niet aan de eisen (3:305a BW) hadden voldaan.

De stichting kwam namelijk op namens het “gemeenschappelijk belang van makelaars”. Dat mag, maar dan moeten die wel een gemeenschappelijk belang hebben natuurlijk. Jaap kon echter laten zien dat ruim een derde van alle makelaars geen enkel bezwaar had tegen overname. Weliswaar slechts 5% van de NVM makelaars (want uiteraard gaat het vooral om overnemen van Funda), maar toch.

Onder deze omstandigheden kan niet worden volgehouden dat Baas in Eigen Huis, die zegt “in de bres te springen” voor de auteursrechten van alle makelaars, dus zonder onderscheid naar voor- en tegenstanders van de handelwijze van Plazacasa, opkomt voor gelijksoortige belangen in de zin van artikel 3:305a BW.

Kortom, je mag alleen een groepsactie beginnen als de groep achter je staat. Of beter gezegd als je minstens kunt aangeven welk deel van de groep achter jou staat. En dat had de stichting niet gedaan. Die vond het Jaap’s taak om toestemming te gaan vragen bij elke individuele makelaar. Het Hof zag dat anders: waarom zou de stichting niet binnen haar achterban de leden kunnen zoeken die tegen overname door Jaap zijn, en dan namens hen de vordering instellen?

Nou ja, gelukkig hebben we de Gaspedaal-zaak nog. En natuurlijk het Zoekallehuizen-arrest van 2006.

Lex Bruinhof verwacht ongetwijfeld een vervolg.

UPDATE (10 januari): en er is een vervolg, de stichting heeft volgens NU.nl een nieuw proces gestart waarin zij uitsluitend boze makelaars vertegenwoordigt:

De stichting zegt na deze uitspraak 1650 steunbetuigingen van makelaars verzameld. Daarmee hoopt de stichting wel gezien te worden als dé vertegenwoordiger van makelaars. Jaap zegt het kort geding, dat vrijdag dient in Alkmaar, met vertrouwen tegemoet te zien. “Ook wij krijgen veel steunbetuigingen binnen”, zegt een woordvoerder. De site wijst op het belang van een transparante woningmarkt.

Arnoud

of lees de eerste reactie

De rol van de provider bij geschillen met diens klanten

21 november 2007, 8:42 - Geplaatst onder: Aansprakelijkheid - Geen reacties

De rol van de internetprovider bij onrechtmatig handelen van klanten blijft een lastig probleem. De wet eist alleen dat providers materiaal blokkeren als dat onrechtmatig of inbreukmakend blijkt te zijn. In de jurisprudentie is een eis van het afgeven van persoonsgegevens ingevoerd. Volgens het Lycos/Pessers-arrest moeten providers hun klanten identificeren wanneer er mogelijk sprake was van onrechtmatig gedrag en er geen andere manier was om de klant op te sporen. Dat gaf al snel problemen bij providers. Nu speelt bijvoorbeeld de afgeleide vraag of providers hun klanten moeten kúnnen identificeren. Mag je dan nog wel anoniem zijn op internet?

Of deze verplichting eigenlijk wel past binnen de Europese wetten, is een open vraag. Het Europese Hof van Justitie zit nog te dubben, maar de conclusie van de advocaat-generaal was duidelijk: dat mag niet. Afgeven van persoonsgegevens mag alleen met een grondslag in de wet, en die is er niet. Jurisprudentie en de “maatschappelijke zorgvuldigheid” is geen wet.

Maar hoe moet het dan wel? Advocaat Remy Chavannes publiceerde een nieuwe aanpak in het Nederlands Juristenblad: de John Doe-procedure, Nederlandse stijl (de Nomen Nescio (NN)-procedure dus eigenlijk).

In de VS is het mogelijk om iemand voor de rechter te dagen als je nog niet weet hoe die persoon heet of waar hij woont. In Nederland heb je minstens een naam en liefst eigenlijk ook een woonadres nodig.

Hoe zou de procedure volgens Chavannes bij ons gaan werken?

De eiser dagvaardt de anonieme klant, met een zo duidelijk mogelijke omschrijving. ‘De houder op 15 mei 2006 van het e-mail adres xyz@example.com’ zou bijvoorbeeld genoeg moeten zijn. Die dagvaarding moet dan in een landelijk dagblad gepubliceerd worden, en op alle beschikbare elektronische middelen naar de anonymous in kwestie gestuurd worden. In dit geval dus een mailtje aan xyz@example.com.

Eventueel zou de provider de plicht kunnen krijgen om als een soort van postbus op te treden, en de dagvaarding door te sturen aan de klant.

Vervolgens blijft de klant anoniem in de rechtszaak. Hij kan bijvoorbeeld zijn advocaat machtigen en zelf thuisblijven. De advocaat heeft dan een zwijgplicht over de identiteit van de gedaagde. Als extra zekerheid kan eventueel naam en adres bij de rechtbank onder zegel worden gedeponeerd.

In deze rechtszaak wordt dan eerst uitgevochten of de klant bekendgemaakt moet worden. Daarbij kan de klant bijvoorbeeld aantonen dat hij een klokkenluider is en dus een gerechtvaardigde angst voor represailles heeft. Als de rechter vindt dat de gegevens toch bekend moeten worden, kan de eiser met dat vonnis naar de provider en de gegevens opeisen. Dat zal dan met name belangrijk zijn om schade te verhalen op de boedel van de gedaagde.

Chavannes verwijst nog naar het 286 pagina’s dikke proefschrift van Anton Ekker over anoniem communiceren, waarin deze ook een voorstel doet voor een John Doe-achtige verzoekschriftprocedure.

Het grootste nadeel bij beide voorstellen dat ik zie, is dat de provider partij wordt bij het dispuut. Al was het maar vanwege zijn rol als postbus. Hoe hard moet de provider zijn best doen om de correspondentie tussen klant en eiser aan te laten komen? Wat gebeurt er als hij een brief van een partij kwijtmaakt? Wordt hij dan aansprakelijk voor de door die partij verloren procedure?

Een alternatief dat ik persoonlijk interessanter vind, is de provider een bindend advies laten inwinnen bij een onafhankelijke commissie. Deze kent dan de specifieke situatie waarin providers zich bevinden, en kan vanwege haar expertise snel tot een oordeel komen. De provider verplicht zich het advies van die commissie uit te voeren. Daarmee hoeft zij zelf niet langer juridische expertise op dit gebied op te bouwen, iets wat met name voor kleine providers een probleem is.

Arnoud

als eerste

Alweer eerste rechtszaak over GPL

23 september 2007, 16:34 - Geplaatst onder: Open source, Auteursrecht - Geen reacties

De auteurs van het programma BusyBox hebben een rechtszaak aangespannen tegen het bedrijf Monsoon Multimedia wegens schending van GPL versie 2 in digitale videorecorders van Monsoon. Tweakers parafraseert net zoals iedereen klakkeloos het persbericht:

De auteurs, gesteund door de FSF, hebben hiermee de eerste rechtzaak in de Amerikaanse geschiedenis waarin een bedrijf wordt aangeklaagd wegens zijn vermeende disrespect jegens de gpl-softwarelicentie.

Dit is helemaal niet de eerste zaak, dat was MySQL vs Progress maar die zaak werd geschikt. Zoals hier waarschijnlijk ook wel zal gebeurenook gebeurd is trouwens. Maar goed, een persbericht met “Tweede rechtszaak aangespannen” scoort lang zo mooi niet natuurlijk.

Het begon zo onschuldig. In maart postte ene RyecoAaron op een Monsoon support forum

Do the Hava boxes run Linux? nmap reports that it is and thinks it might be a Linksys WRT54GL

Ja, inclusief smiley.

Het duurde even, maar op 5 september postte Gary-MM van Monsoon:

I have a little secret to let you in on - HAVA runs Linux! Yes, much of the source is GPL and we should publish those sections which we have modified per the terms of GPL. A project is underway to pull this together.

Inderdaad, dat klopt niet; ze moeten alle GPL broncode aan klanten beschikbaar stellen, niet alleen de gewijzigde broncode. Maar op 6 september meldde het bedrijf dan ook de hele broncode van Busybox te zullen vrijgeven.

Als iemand aangeeft dat hij fout zit en de fout gaat herstellen, is het wel een beetje erg snel om dan twee weken later een rechtszaak te beginnen. Dat heet rauwelijks dagvaarden en is niet netjes. Zeker als je de bijdragen van het bedrijf aan het forum tegen ze gaat gebruiken:

15. Upon information and belief, on August 28, 2007, Defendants were notified by third parties of Plaintiffs’ copyright in BusyBox and of Defendant’s infringement thereof. This notification was provided via a public forum on Defendant’s website. Upon information and belief, on September 5, 2007, via the same forum, Defendant’s employee or agent, identified as “Gary-MM” of “MyHAVA Support”, confirmed that Defendant was redistributing BusyBox, but not providing source code as per the requirements of the License.

Dit soort dingen zullen bedrijven niet echt happig maken om in het openbaar te praten over hun open source-gebruik.

Gelukkig kan Monsoon er de lol van inzien:

Don’t worry kids, we’re taking care of it. It is all matter of course for such things, there is no conspiracy involved. I have said it before and will say it again, we have every intention of complying with the terms of GPL. This has been raised to the highest levels within the company and we are following through. Not being a lawyer, I am going to refrain from any more detailed comment.

UPDATE: (31 oktober) en natuurlijk is er geschikt.

Arnoud

als eerste

Bookmark dit: IEPT - rechtspraak over intellectueel eigendom

5 september 2007, 8:53 - Geplaatst onder: Internetrecht - Geen reacties

Zeer nuttige nieuwe site voor juristen met interesse in intellectueel eigendom: IEPT.

IEPT ontsluit jurisprudentie voor de IE-professional. Het is een zuster-site van IE-Portal. Het doel van IEPT is voor de IE-praktijk relevante rechtspraak op een overzichtelijke wijze en in een handzaam formaat beschikbaar te stellen.

Met name nuttig en leuk zijn de korte samenvattingen en de plaatjes (!) bij elk gepubliceerd vonnis.

De site wordt beheerd door Dick van Engelen, hoogleraar aan de Universiteit Utrecht en advocaat bij Ventoux Advocaten te Utrecht.

Via het ditmaal enigzins zure Volledig bericht, pardon Boek 9.

Arnoud

als eerste

Profielensite CU2 niet aansprakelijk voor inline links gebruikers

23 juni 2007, 21:28 - Geplaatst onder: Auteursrecht, Aansprakelijkheid, Internetrecht - Geen reacties

Hyperlinks zijn legaal, behalve in bijzondere gevallen. Inline linken, het direct verwijzen naar een afbeelding op een andere site in je eigen site, kan zo’n bijzonder geval zijn. In september 2004 oordeelde de Rotterdamse rechter in kort geding dat zulk hergebruik van plaatjes inbreuk was. Maar nu is er een vonnis (wederom in kort geding) waarin profielensite CU2 juist vrijuit ging nadat een gebruiker een inline link had gelegd in zijn profiel naar een afbeelding van een schilderij.

In de voorwaarden van CU2 staat dat het verboden is om inline te linken naar andermans afbeeldingen zonder toestemming, en de afbeelding werd dan ook prompt verwijderd na de klacht van de schilder. De vraag was nu of CU2 al eerder had moeten ingrijpen, omdat de link er al een tijdje stond. Dat hoefde niet:

Naar het oordeel van de kantonrechter is niet gebleken dat CU2 zich schuldig heeft gemaakt aan een onrechtmatige gedraging, of onrechtmatig nalaten, jegens [eiseres], omdat CU2 onmiddellijk na de melding van [eiseres], inhoudende dat de op haar auteursrecht inbreuk makende afbeelding op de website van CU2 was gezien, deze (link) heeft verwijderd. Gesteld noch gebleken is dat CU2 al langer op de hoogte was, of had kunnen zijn, van de plaatsing van de afbeelding van het schilderij van [eiseres] op de website [website 2], laat staan van het onrechtmatige karakter van die plaatsing.

CU2 is een hosting provider, en in de wet staat dat hosting providers pas aansprakelijk zijn als ze gewezen zijn op het inbreukmakend materiaal en het dan niet meteen weghalen.

De algemene voorwaarden en het actief reageren op klachten gaveb waarschijnlijk de doorslag:

Daarnaast heeft CU2 in haar algemene voorwaarden haar gebruikers verboden om te linken naar afbeeldingen die niet van de gebruiker zelf zijn, zonder voorafgaande toestemming van de rechthebbende op die afbeelding. Met het voorgaande heeft CU2 genoegzaam voldaan aan haar verplichtingen als beheerder van die website. Geen rechtsregel verplicht CU2 elke onrechtmatige gedraging van derden, waaronder haar klanten, bij voorbaat te voorkomen of onmogelijk te maken, wanneer dat in dit geval technisch al uitvoerbaar zou zijn.

Tip via Volledig bericht, pardon Boek 9.

Arnoud

als eerste

Copyright Arnoud Engelfriet - Some rights reserved - Powered by WordPress