3D dinsdag: Mag ik vervangende onderdelen van producten printen?

24 mei 2011, 8:04 | Innovatie | 10 reacties

3d-printed-replacements.jpgWorden 3D-printers de nieuwe Napster? Met die vraag in het achterhoofd bespreek ik elke dinsdag een aspect van het intellectueel eigendomsrecht en waar dat botst met de mogelijkheden van 3D printen. Op basis van deze blogs en jullie feedback daarop wil ik hier uiteindelijk een boek van maken. En natuurlijk publiceer ik dan geen comments van jullie daarin zonder aparte toestemming.

De afgelopen weken heb ik besproken hoe de verschillende IE-rechten (octrooien, modellen, merken en auteursrecht) zouden kunnen botsen met 3D printen. Een steeds terugkerend thema daarbij was het verschil tussen printen voor eigen, particulier gebruik en het commercieel printen (en verhandelen) van objecten.

De meeste IE-rechten focussen eigenlijk alleen op commercieel/bedrijfsmatig namaken van beschermden objecten. De octrooiwet en modellenwet hebben dit expliciet als beperking opgenomen. Het merkenrecht heeft wel een bepaling over niet-commercieel gebruik, maar dan moet het gaan om gebruik dat de reputatie of kwaliteit van het merk aantast. Het auteursrecht, feature creep dat het is, ziet zowel op privé als op bedrijfsmatige namaak. Maar we hebben een uitzondering voor het niet-commercieel verveelvoudigen van een werk.

Particulieren die een vervangend onderdeel uitprinten voor een product dat ze zelf hebben gekocht, zouden zich dus weinig zorgen hoeven te maken. Bedrijven die als dienst aanbieden het uitprinten van reserveonderdelen lopen iets meer risico, namelijk:

  • als het gaat om een geoctrooieerd onderdeel of een onderdeel dat een “wezenlijk bestanddeel” is van een geoctrooieerd apparaat, want dat is onder de octrooiwet verboden om te maken;
  • als het gaat om een onderdeel waar een merkje of logo op staat, want dat onderdeel zal nooit kwalitatief hetzelfde zijn als het echte merkproduct, en het merk op zo’n slecht vervangend onderdeel zetten is een vorm van merkinbreuk;
  • als de vorm van het product auteursrechtelijk beschermd is, want dan is ook het namaken van een vervangend onderdeel een vorm van niet-toegestaan ‘verveelvoudigen’.

Bij merkproducten zou je wellicht nog weg kunnen komen met een ‘kaal’ vervangen onderdeel, waardoor de associatie met de merkhouder minder wordt. Dat werkt natuurlijk weer niet bij vormmerken, want daar is de vorm het merk en kan de vorm niet worden uitgeprint zonder het merk mee te printen.

Het auteursrecht biedt misschien nog een gaatje in de thuiskopieregeling (artikel 16b Auteurswet). Dat staat namelijk ook toe “het verveelvoudigen [waarvoor de particulier] uitsluitend ten behoeve van zichzelf opdracht geeft.” Een 3D-printlab dat alleen in opdracht print, en dus niet zelf voorraad aanlegt of met specifieke onderdelen reclame maakt, zou daarmee onder deze regeling vrij kunnen lopen van auteursrechteninbreuk.

Onder het modellenrecht is het leveren van een vervangend onderdeel altijd toegestaan, mits dit maar identiek is (qua uiterlijk) aan het origineel. Dit is een unieke bepaling, die m.i. ook best bij octrooi-, merken- en auteursrechten ingevoerd zou kunnen worden. Dat zou een eenvoudige en snelle manier kunnen zijn om 3D printen een steuntje in de rug te geven.

En wie nog meer vragen heeft: stel ze in de comments alsjeblieft!

Arnoud
De foto met geprinte reparatieonderdelen komt van a fablab in your home – 3D printing for the masses.

of lees de 10 reacties

Gebruiksvergoeding bij terugsturen defect product?

5 mei 2011, 8:27 | Contracten, Webwinkels | 28 reacties

Moet je een gebruiksvergoeding betalen als een aankoop niet goed werkt? Nee, zei het Europese Hof in 2009. Maar veel Nederlandse winkeliers doen alsof hun neus bloedt en rekenen gewoon een vergoeding als je een defect product retourneert. Vorige week wees Alex me op een al wat ouder maar nog steeds interessant vonnis waarin ook deze praktijk gewoon ongeldig verklaard wordt.

Een man had een auto gekocht, maar na anderhalf jaar problemen wilde hij er weer van af. De garagehouder ging daar na enig mopperen in mee, maar wilde wel een gebruiksvergoeding omdat de man er immers anderhalf jaar in had kunnen rijden. Daar was de koper het niet mee eens, en dus ging men naar de rechter.

Volgens de wet heb je als consument het recht om een aankoop ongedaan te maken als het gekochte product gebreken vertoont en deze niet door herstel of vervanging op te lossen zijn. Dit geldt bij alle aankopen trouwens, niet alleen bij koop via internet. Je hebt dan ook nog het recht om zelf te bepalen of je herstel of vervanging wilt, behalve in de uitzonderlijke situatie dat jouw keuze onredelijk veel duurder of moeilijker is dan het alternatief.

Een aankoop ongedaan maken doe je door een brief te sturen (art. 7:22 BW) waarin je meldt dat je dit doet. Het is handig om een motivatie toe te voegen waarin je aangeeft om welke gebreken het gaat, en waarom de pogingen tot dusverre tot niets hebben geleid.

Na de ontbinding moet de aankoop ongedaan worden gemaakt. De koper heeft dus recht op terugbetaling van de koopsom. De verkoper kan aanspraak maken op teruglevering van de door hem geleverde zaak, en wel “in de staat waarin deze zich bij de levering bevond”. Nu is dat bij een anderhalf jaar oude auto onmogelijk. In dat geval kan de verkoper in principe schadevergoeding vragen voor de achteruitgang van de zaak.

De rechtbank wijst echter op artikel 7:10 lid 3 BW, dat bepaalt dat bij een ontbinding de risico’s van het product voor rekening van de verkoper blijven. De achteruitgang van het product door toedoen van de koper komt eveneens voor rekening van de verkoper. De waardevermindering van het product komt nu dus voor risico van de verkoper. Slechts in uitzonderingsgevallen zou afgeweken kunnen worden van die regel.

Het enkele gebruik van een zaak door de koper is echter onvoldoende voor toewijsbaarheid van een dergelijke vordering, aldus de rechter. Een vergoeding kan alleen worden geëist bij een situatie waarin sprake is van ongerechtvaardigde verrijking en waarin het uitblijven van een gebruiksvergoeding naar normen van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. En daarvan is absoluut geen sprake in dit geval: de koper heeft de auto niet of nauwelijks fatsoenlijk kunnen gebruiken, en is

voortdurend geconfronteerd geweest met storingen aan de auto en heeft hij zich in de gebruiksperiode inspanningen moeten getroosten om de auto gerepareerd te krijgen.

Oftewel: wie nauwelijks normaal gebruik kan maken van het product, kan toch moeilijk ook nog eens een vergoeding voor dat gebruik moeten betalen.

Maar het kan nog mooier geformuleerd: hééft zo’n roestbak eigenlijk wel waarde? Immers, het ding is niet te repareren of aan te passen zodat hij wel fatsoenlijk rijdt. Bespeur ik enig sarcasme in het vonnis bij “als de auto al enige waarde heeft, [is] die niet substantieel afgenomen”?

Arnoud

of lees de 28 reacties

3D dinsdag: Het modellenrecht

3 mei 2011, 8:03 | Innovatie | 4 reacties

3d-printed-dewalt-zaag-cc-by.pngWorden 3D-printers de nieuwe Napster? Met die vraag in het achterhoofd bespreek ik elke dinsdag een aspect van het intellectueel eigendomsrecht en waar dat botst met de mogelijkheden van 3D printen. Op basis van deze blogs en jullie feedback daarop wil ik hier uiteindelijk een boek van maken. En natuurlijk publiceer ik dan geen comments van jullie daarin zonder aparte toestemming.

Vorige week besprak ik het octrooirecht, dat technische uitvindingen beschermt tegen namaak en imitatie. Verwant aan het octrooirecht is het tekeningen- en modellenrecht, dat het uiterlijk van producten beschermt. Denk hierbij aan de lijnen, de omtrek, de kleuren, de vorm, de tekstuur of de versiering van een product. Grof gezegd: octrooien gaan over de binnenkant en het modellenrecht over de buitenkant van producten.

Een voorbeeld van een bekend product met een beschermd uiterlijk:

tomtom-modeldepot.png

Dit modellenrecht gaat over het driedimensionale uiterlijk van het product. Ook tweedimensionale aspecten van uiterlijk (zoals een patroon, opdruk of tekening) kunnen onder dit recht vallen - dat zijn dus de ‘tekeningen’ uit het tekeningen- en modellenrecht. Ik houd het in deze blog voor het gemak op “modellenrecht”, maar overal waar ik het heb over een model kan het dus gaan om een driedimensionaal ding met een bepaalde vorm als een tweedimensionale versiering van dat ding.

Het modellenrecht zal eerder relevant worden voor 3D printen dan het octrooirecht. Immers, het is veel eenvoudiger het uiterlijk van een product na te maken met een 3D-print dan een bewegende technische constructie. En ja, het in plastic printen van een mockup van een product kán onder het modellenrecht vallen als dat product beschermd is. Ook als het product zelf functioneel is en de mockup niet.

Een product hoeft echter niet functioneel te zijn (iets te doen). Het uiterlijk van een sierproduct zoals een vaas of een schilderijlijst kan prima beschermd worden als model. Ook een onderdeel van een product kan afzonderlijk beschermd zijn. Wel moet dat onderdeel dan bij normaal gebruik zichtbaar zijn. Denk aan een spoiler bij een auto of een custom cover voor de iPhone. Zulke 3D-geprinte covers zijn overigens al te koop bij Apple.

lego.pngEen uiterlijk van een product is beschermd als model wanneer het nieuw is en een eigen karakter heeft. Nieuw wil zeggen “was nog niet gepubliceerd of op de markt”. Dat is redelijk eenvoudig vast te stellen (pak de oude productcatalogi er maar bij). Het eigen-karaktercriterium is lastiger. Juristen gebruiken de toets of “de algemene indruk die bij de gebruiker wordt gewekt” anders is dan wat er in al die oude catalogi te vinden is. Er moet een ‘duidelijk verschil’ zijn met het bekende om een beschermd model te kunnen krijgen. Details kunnen het verschil maken, maar je mag niet alléén naar de details kijken: het moet uiteindelijk een andere totaalindruk zijn.

De hiernaast getoonde lego-boogstenen hebben bijvoorbeeld een verschillende totaalindruk, hoewel ze grofweg dezelfde vorm en structuur (en doel) hebben. Een steen die alleen maar een andere kleur zou hebben, zou geen andere totaalindruk maken. Een steen die dezelfde vorm heeft maar twee noppen breder is, is een twijfelgeval maar ik denk dat die ook geen andere totaalindruk zou maken. Al was het maar omdat je dan het argument krijgt dat de aanpassing alleen functioneel van aard is. En functionele aspecten mogen niet meegewogen worden bij de vraag of sprake is van een nieuwe totaalindruk. Deze behoren onder het octrooirecht beoordeeld te worden.

Het modellenrecht heeft daarmee een lagere grens dan het auteursrecht. Auteursrecht eist een eigen intellectuele prestatie van de maker (voorheen het persoonlijk stempel). De eis van een “eigen karakter” is lager. Die lego-boogstenen zijn nauwelijks een intellectuele prestatie te noemen, maar omdat ze wél een andere totaalindruk maken dan bestaande stenen kunnen ze wel als model beschermd worden. Een ontwerp dat zowel een eigen karakter heeft als een eigen intellectuele prestatie van de maker is, is met zowel een auteursrecht als een modellenrecht te beschermen.

Om een modellenrecht te krijgen, is een aanvraag verplicht. Dit kan zowel bij het Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom als bij het Europese Bureau voor de Harmonisatie van de Interne Markt, de instelling met de onwaarschijnlijkste naam in de Europese Unie. Bij deze aanvraag moet een afbeelding van het model worden gedeponeerd. Irritant is daarbij dat geen onderzoek of beoordeling wordt gedaan naar nieuwheid of eigen karakter. Pas als het tot een rechtszaak komt, kan het modellenrecht ongeldig worden verklaard. De inschrijving is vijf jaar geldig, maar kan worden verlengd tot maximaal 25 jaar.

Gedeponeerde modellen kunnen online worden ingezien. Je kunt dus in theorie nagaan of wat je wilt printen beschermd is, maar de praktijk is lastig: hoe zoek je in vredesnaam op uiterlijke kenmerken van producten in een databank met plaatjes? Er zijn classificatiecodes, maar echt over houdt het allemaal niet.

Om het allemaal nog wat lastiger te maken, is er óók een modellenrecht voor niet-gedeponeerde modellen. De eisen hiervoor zijn hetzelfde (nieuw en eigen karakter), maar dit kan pas bij de rechter worden getoetst. Wel is de bescherming voor een niet-gedeponeerd model beperkt tot ontlening, oftewel afkijken. Het toevallig gelijken van twee producten is dus geen inbreuk op het ongeregistreerde modellenrecht. Verder is de beschermingstermijn van niet-gedeponeerde modellen beperkt tot drie jaar vanaf het moment dat het model op de Europese(!) markt is gekomen.

makerbot-fluitje.pngAls een model beschermd is, mogen anderen dat uiterlijk niet gebruiken in hun producten. Ook producten die op ondergeschikte punten afwijken maar geen andere algemene indruk wekken, vallen onder de bescherming en zijn dus verboden. De wet noemt “het vervaardigen, aanbieden, in de handel brengen, verkopen, leveren, verhuren, invoeren, uitvoeren, tentoonstellen, gebruiken of in voorraad hebben” als verboden handelingen. Daarbij is -net als bij octrooien- niet relevant of het ontwerp is afgekeken of dat de gelijkenis toevallig is. Waar het om gaat, is of de algemene indruk van de twee producten is dat ze hetzelfde zijn.

Ook net als bij octrooien zijn “handelingen in de particuliere sfeer en voor niet-commerciële doeleinden” uitgesloten van de bescherming. Een particulier mag dus voor zichzelf beschermde modellen uitprinten en gebruiken, mits hij deze maar niet verhandelt (ook niet aan de buurman). Experimenteren in het kader van het onderwijs (zoals hiernaast waar een werkend fluitje wordt geprint door een groep scholieren) is ook toegestaan. De op school geprinte modellen mogen echter niet worden verhandeld.

Expliciet toegestaan is het maken van een vervangend onderdeel of het repareren van het beschermde product “met de bedoeling het zijn oorspronkelijke uiterlijk terug te geven.” Dit is opgenomen in de wet om te voorkomen dat met een modelrecht de markt voor reserveonderdelen geblokkeerd kan worden. Op deze grond werd in 2010 bijvoorbeeld het maken van vervangende injecteerschijven legaal geacht. De rechter stipte hier tevens de “behoefte aan standaardisatie” aan, iets waarvan de Hoge Raad oordeelde in een zaak over Legosteentjes dat dit een legitieme reden kan zijn voor het namaken van producten.

Een consument die voor eigen gebruik beschermde modellen wil printen en gebruiken, hoeft zich weinig zorgen te maken over modellenrechten. Een bedrijf dat modellen print op bestelling, zal wel voorzichtiger moeten zijn. Zij kan wellicht een beroep doen op die reparatieclausule als het gaat om vervangende onderdelen. Maar of deze clausule ook geldt bij alleen maar alternatieve onderdelen (een nieuw hoesje, een ander kleurtje voor de cover) zal vrees ik alleen na een hele serie rechtszaken worden uitgemaakt.

Er is wettelijk niets geregeld over CAD-bestanden waarmee beschermde modellen via 3D-printen kunnen worden nagemaakt. De wet gaat primair over het verhandelen en gebruiken van producten, niet computerbestanden en blauwdrukken. En dat geldt ook bij een tweedimensionaal model (een tekening): ook dat moet wel op een product aangebracht zijn voordat het tekeningen- en modellenrecht in stelling gebracht kan worden. Er is geen expliciet verbod op “middelen” om een beschermde tekening of model na te maken. De enige escape is hetzelfde als wat BREIN bij het auteursrecht heeft uitgehaald: de algemene regel van onrechtmatige daad (”maatschappelijk onzorgvuldig handelen”) wordt in stelling gebracht om te kunnen verbieden wat de specifieke wet niet verboden heeft. Oftewel: het staat wel nergens maar dit moeten we niet willen met z’n allen.

Arnoud
Foto: 3D geprinte Dewalt-motorzaag door Creative Tools en Solid Edge designtool door Siemens PLM Software, beiden CC-BY 2.0. De navigatie-unit is de TomTom GO 300 (foto van TomTom zelf) met daarnaast een afbeelding uit internationaal modeldepot 000267968-0001. De Lego-gewelfsteen is internationaal model 000183629-0001. De MakerBot-foto komt van Seevic College.

of lees de 4 reacties

“Roken schaadt de garantie”

27 november 2009, 8:54 | Contracten | 20 reacties

sigaret-apple-appel.pngApple trekt de betaalde garantie voor Macs in als blijkt dat er in de buurt van de computer is gerookt, want reparatie is volgens Apple dan te ongezond, zo stond op Webwereld. Amerikaanse site Consumerist had een aantal klachten verzameld van rokende Macgebruikers die hun reparatie geweigerd zagen:

Did you know, that smoking isn’t good for your computer, either? It’s true, at least according to Apple. Two readers in different parts of the country claim that their Applecare warranties were voided due to secondhand smoke. Both readers appealed their cases up to the office of God Steve Jobs himself. Both lost.

Kan dat zomaar? Ik denk dat je van een iPhone mag verwachten dat deze ook werkt als de gebruiker een roker is. Het zou dus tegen de conformiteitseis zijn als een apparaat daardoor stukgaat. Oftewel Apple moet dan gratis repareren of vervangen.

Maar het lijkt erop dat het argument niet zozeer is dat het apparaat niet tegen rook kan: het is de reparateur die niet tegen rook kan. Of beter gezegd, Apple wenst haar reparateurs te beschermen tegen meeroken en wil ze dus niet verplichten een naar rook stinkend apparaat te repareren.

Natuurlijk is het zo dat je als werkgever een veilige omgeving moet creëren voor je werknemers, en ook meer algemeen ervoor moet zorgen dat je werknemers niet nodeloos in gevaar moeten komen. In Nederland hebben we ook nog artikel 11a, eerste lid, van de Tabakswet, dat eist dat werknemers in staat worden gesteld hun werkzaamheden te verrichten zonder daarbij hinder of overlast van roken door anderen te ondervinden. Op grond daarvan zou je kunnen eisen dat de reparatieruimte vrij blijft van naar rook stinkende apparatuur van klanten. Maar is dat altijd redelijk?

Ik heb de Voedsel- en Warenautoriteit gevraagd hoe dit zit: kun je als werkgever iemand verplichten om met sigarettenrook in aanmerking te komen? Op het gebied van computers schoonmaken is daarover niets bekend, maar het probleem is in het algemeen wel bekend. Veel cafés hebben namelijk een rookruimte, en ook die moet schoongemaakt worden. Zo las ik in het Besluit uitvoering rookvrije werkplek, horeca en andere ruimten deze passage over rookruimten:

Niet-rokers hoeven deze ruimten in beginsel niet te betreden. Dit neemt niet weg dat er ook mensen zijn die in de rookruimten werkzaamheden moeten verrichten. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan schoonmaak- en onderhoudspersoneel. Ook wanneer zij hun schoonmaak- en onderhoudswerkzaamheden verrichten wanneer er niet wordt gerookt in de rookruimten, dan nog zal er sprake zijn van blootstelling aan tabaksrook.

De werkgever kan een schoonmaker wel degelijk verplichten om de rookruimte te reinigen. Wel dient de werkgever dan alle mogelijke maatregelen te nemen om hinder en overlast te beperken. Bijvoorbeeld dat de werknemer de rookruimte betreedt na openingsuren of als er niet wordt gerookt.

Naar analogie lijkt het me dan ook dat je als reparateur kunt worden verplicht een naar rook stinkende computer schoon te maken. Wel denk ik dat je dan kunt eisen dat er een afdoende afzuiging wordt geplaatst, of dat je buiten mag werken. Of wat je maar kunt doen om die sigarettenstank te vermijden.

Arnoud
Foto afkomstig van Consumerist.

of lees de 20 reacties

Laptop vervangen, maar data terug kost geld (2) (gastpost)

10 oktober 2008, 8:19 | Contracten | 2 reacties

ddr-backup-cartridge.jpgIn ‘Laptop vervangen, maar data terug kost geld’ vroeg Arnoud zich af of de fabrikant ASUS aansprakelijk kon worden gesteld voor het verloren raken van gegevens bij de reparatie van een laptop. Volgens de fabrikant was reparatie niet mogelijk, maar de koper hoefde zich geen zorgen te maken: de laptop werd vervangen. Maar er zat wel een addertje onder het gras: het overzetten van de gegevens kosten 110 euro!

Vele van jullie vonden dat de koper van een computer de verantwoordelijkheid heeft om voor een goede backup te zorgen en dat ASUS daarom gelijk heeft. Daarin merkte anderen op dat ASUS een goed product moeten leveren en dat de koper daarom gelijk heeft. Het geluk wil dat over dit onderwerp twee arresten beschikbaar zijn.

In het arrest tussen PC-International / Pro 3 (LJN: AA6236, Rechtbank Arnhem , 1999/148) verklaarde de rechter:

Vooropgesteld wordt dat het in het algemeen bij het in reparatie geven van een computer nog onduidelijk is welke technische problemen er zijn en hoe deze verholpen kunnen worden. Op dat moment is het ook nog onduidelijk of alle data tot aan de reparatie ongeschonden op de harde schijf opgeslagen waren en of deze tijdens de reparatie behouden kunnen blijven. Dat kan pas tijdens die reparatie worden vastgesteld. Daarom geldt als uitgangspunt dat het maken en bewaren van een back-up behoort tot de verantwoordelijkheid van de gebruiker van een computersysteem, in casu Pro 3.

Pro 3 had een backup gemaakt voordat zij de computer ter reparatie hadden aangeboden. De reparateur had een backup gemaakt van de gegevens naar de harde schijf en dit gecommuniceerd met Pro 3. Die laatste heeft daarop de eigen backup verwijderd en daarna bleek dat de harde schijf die als backup diende voor de reparateur, defect was. De rechter heeft onder deze omstandigheden de reparateur in het gelijk gesteld en Pro 3 veroordeeld.

Hierbij heb ik een paar opmerkingen:

  1. De reparateur kan de gegevens niet van de harde schrijf afhalen als deze in een dergelijke slechte staat is dat dit technisch niet mogelijk is, dus dat deze dan niet aansprakelijk is te houden lijkt mij logisch. Het is voor mij echter niet vanzelf sprekend als het wel wel mogelijk was voor de reparateur om een backup te maken. Dat er tijdens de reparatie misschien iets kan gebeuren waardoor de gegevens verloren raken, lijkt mij eerder een argument dat pleit tegen de reparateur. Tijdens de reparatie van je auto kan ook wat misgaan, maar dat lijkt me geen reden om dit risico voor rekening van de eigenaar te laten komen. Het is mij niet duidelijk waarom dat in het geval van gegevens op een harde schrijf wel het geval zou moeten zijn.
  2. De reparateur is tevens de verkoper, wat ook tot een andere uitkomst zou kunnen leiden, maar die benaderingshoek wordt onderzocht in het arrest.
  3. Pro 3 heeft als software bedrijf een zekere deskundigheid en dat kan zeker meespelen; ik heb problemen met de algemene formulering.

Een arrest tussen een zakelijke particulier en een klein computerbedrijfje (LJN: AZ1228, Rechtbank Roermond , 72666 / HA ZA 06 - 210). Het computerbedrijfje was eerder al veroordeeld wegens wanprestatie, maar ging kort daarna failliet. De zakelijke particulier heeft vervolgens een arrest aangespannen tegen de werknemer omdat hij meende dat de werknemer met het wissen van de gegevens een onrechtmatige daad had geplaagd. De rechter gaf in deze zaak aan:

Vast staat daarnaast dat [gedaagde] niet aan [eiser] heeft meegedeeld dat het formatteren van de harde schijven een standaardonderdeel is van de reparatieprocedure; niet heeft gevraagd of er gegevens op de harde schijven stonden of dat daarvan kopieën waren gemaakt; niet heeft gewaarschuwd voor de gevolgen van de formattering en dat hij [eiser] niet de gelegenheid heeft gegeven om voorzorgsmaatregelen te nemen om het wissen van de bestanden te voorkomen terwijl hij evenmin zelf maatregelen heeft genomen om de bestanden te behouden. (…)

De rechtbank is van oordeel dat het niet geven van deze waarschuwingen in onderhavig geval als onzorgvuldig moet worden beschouwd. Immers, vast staat dat bij het formatteren van de harddisk de data die daarop aanwezig waren, verloren zouden gaan. Vast staat voorts dat het formatteren een onderdeel is geweest van de reparatie. (…)
Vast staat voorts dat het maken van een back-up zou hebben voorkomen dat de data die op de harddisk aanwezig waren, verloren zouden zijn gegaan. Bovendien staat vast dat [gedaagde] [eiser] niet als deskundig heeft ingeschat en dacht van doen te hebben met iemand die aan het “knutselen en rommelen” was. Gelet op deze feiten en omstandigheden had [gedaagde] [eiser] dienen te waarschuwen met voornoemde waarschuwingen. Het nalaten daarvan is te aan te merken als onzorgvuldig handelen van [gedaagde].

En daarmee achten de rechter dat de werknemer een onrechtmatige daad (6:162 BW) was begaan en daardoor de gevolgschade moest vergoeden.

Ik neig er toch erg naar om mijn oren te laten naar het tweede arrest. Het bevat verwijzingen naar wetsartikels en het er-kan-wat-fout-gaan argument vind ik erg zwak.

Alex de Kruijff
Alex is een ingenieur die elektronica en informatica heeft gestudeerd en juridische interesse heeft. Op zijn website kun je artikels over het besturingssysteem FreeBSD vinden, die je helpen bij het configureren er van.

of lees de 2 reacties

Laptop vervangen, maar data terug kost geld

3 oktober 2008, 8:40 | Contracten | 11 reacties

ddr-backup-cartridge.jpgEen lezer had een ASUS laptop gekocht, die echter na enkele maanden defect bleek. Na opsturen van de laptop meldde ASUS dat reparatie niet meer mogelijk was en dat men een gelijkwaardige laptop zou opsturen ter vervanging. Maar de lezer wilde ook de data op de harde schijf terug, en dat zou 110 euro moeten kosten. Kan ASUS dat zomaar doen?

In haar reparatievoorwaarden meldt ASUS:

b. De Klant is ervoor verantwoordelijk zijn/haar data op een veilige manier op te slaan en een kopie te bewaren van belangrijke bestanden. ASUS is nooit aansprakelijk of verantwoordelijk voor enig verlies van data of bestanden tijdens het reparatie- of verzendingsproces.

Maar is deze voorwaarde redelijk? En volgt hier eigenlijk wel uit dat ASUS geen data terug hoeft te sturen? Ik zie eigenlijk alleen maar staan dat ASUS niet aansprakelijk is als er dingen kwijtraken. Twijfelachtig dus.

Op grond van artikel 7:21 BW is ASUS verplicht de laptop te repareren of te vervangen als deze niet voldoet aan wat bij de koop was beloofd. Daar was geen discussie over, en kennelijk was de laptop niet meer te repareren. Op zich prima dus dat ASUS een nieuwe laptop stuurt. Maar valt onder deze verplichtingen ook een plicht om de data op de nieuwe harde schijf te plaatsen?

Ik zou zeggen, nee, want ASUS is alleen verplicht om een nieuwe laptop te leveren die voldoet aan wat oorspronkelijk gekocht is. De data is er later opgezet, en valt dus buiten deze verplichting.

Bovendien: hoe zou ASUS aan dit verzoek van de klant moeten voldoen? Ze kunnen de data overzetten naar de nieuwe schijf, wat toch het nodige werk kan zijn. Of ze sturen de oude harde schijf weer mee, en dan moet de klant maar zien hoe hij die aansluit. Niet erg klantvriendelijk, en bovendien krijgt de klant dan twee harde schijven voor de prijs van één.

De oude harde schijf in de nieuwe laptop stoppen zou ook kunnen, maar het is niet gezegd dat dit altijd zal werken. Misschien moet Windows wel opnieuw worden geïnstalleerd of zijn aanvullende drivers nodig. Als de installateur dan moet werken met een al aangepast OS (of misschien wel een wachtwoord bij het opstarten), dan schiet dat ook niet bepaald op.

Wat vinden jullie dat ASUS moet doen?

Arnoud

of lees de 11 reacties

Reparatiekosten verboden bij een consumentenkoop

26 april 2008, 8:38 | Contracten | 69 reacties

Het Europees consumentenrecht staat niet toe dat een winkelier een vergoeding mag vragen van een consument voor reparatie of vervanging van een defect product. Dat blijkt uit het op 17 april gewezen Quelle-arrest van het Europese Hof van Justitie.

Het Hof stelt voorop dat de winkelier de plicht heeft om een product te leveren dat werkt gedurende een bepaalde tijd, de economische levensduur. En als dat niet blijkt te kloppen, dan heb je als consument recht op vervanging of herstel (7:21 BW) van het product, tenzij dat onmogelijk is of van de verkoper niet gevergd kan worden.

In Nederland hebben we op dit moment de regel dat je bij een reparatie of vervanging na 4 van de 10 jaar 4/10e van het reparatiebedrag betaalt. Je krijgt er daardoor immers 4 jaar ‘bij’. De juridische rechtvaardiging hiervoor is dat je door de reparatie meer ‘genot’ van je product hebt dan je mocht verwachten. En als je meer krijgt, dan zul je moeten bijbetalen.

Deze regel heeft het Hof dus nu een halt toegeroepen. Herstel of vervanging moet “kosteloos” zijn, zo staat in de Europese richtlijn (1999/44/EG) waar dit allemaal op gebaseerd is. En kosteloos betekent ook echt kosteloos. De winkelier mag dus op geen enkele manier geld vragen wanneer de consument zijn recht op herstel of vervanging komt uitoefenen.

De enige uitzondering is nog bij retour (ontbinding): dan mag de consument wel een bedrag gevraagd worden voor het gebruik gedurende de tijd dat hij het product in bezit had.

Arnoud

of lees de 69 reacties
De wet op internet Koop het boek Software: Deskundig en praktisch juridisch advies
Of een van de andere boeken over internetrecht!

Auteur: Arnoud Engelfriet - Licentie: Creative Commons BY-SA 2.5 - Disclaimer - Powered by WordPress