Welke schade lijdt een Creative Commonsgebruiker?

18 augustus 2008, 8:31 - Geplaatst onder: Auteursrecht - 15 reacties

creative-commons.gifEen lezer wees me op dit interessante artikel van Dan Heller over schadevergoeding bij inbreuk op Creative Commonslicenties. Waar het artikel in het kort op neerkomt, is dat je in de VS nogal zwak staat bij inbreuk op Creative Commons foto’s. Je hebt namelijk geen schade omdat je de foto zelf al gratis op internet zet(!). En zonder schade geen schadevergoeding.

Is dat ook zo in Nederland, vroeg deze lezer zich af. Ja, ook in Nederland heb je dan een interessant probleem. Je kunt best schadevergoeding eisen, maar welke schade heb je als jouw CC-foto in een tijdschrift wordt gezet? Adam Curry kreeg bijvoorbeeld geen schadevergoeding van Weekend nadat ze zijn CC-BY-NC foto’s van Flickr hadden afgedrukt.

De commerciële waarde van de vier foto’s is echter gering te achten, nu zij reeds op internet voor eenieder toegankelijk zijn. Vooralsnog is niet aannemelijk geworden dat de materiële schade die [eiser1] door het publiceren van de foto’s heeft geleden nog niet voldoende is weggenomen door het plaatsen van de onder 1f geciteerde mededeling en door het aanbod een vergoeding van € 1.500,- te betalen. … De conclusie tot zover is dat het schenden van de Licentie door gedaagden geen schade (meer) oplevert.

Het punt is dat je als fotograaf moet bewijzen dat je schade hebt. En dat is lastig als je je foto zelf al gratis weggeeft. Welke royalty had je dan gevraagd aan die inbreukmaker? Welk bedrag ben je misgelopen, of hoe veel ben je er nu op achteruit gegaan? En dat is vrij lastig, zo niet onmogelijk aan te tonen als je je foto’s gratis weggeeft.

Wel legde de rechter Weekend een verbod op om nog meer foto’s te publiceren, en koppelde daar een dwangsom van € 1.000,- per overtreding aan (met een maximum van € 20.000,-). En die dwangsom zijn dus een leuke variant op de ’statutory damages’ uit de VS. Dat is namelijk het grote dreigmiddel daar: de wet bepaalt daar dat je vaste bedragen mag eisen, tot anderhalve dollarton aan toe, mits je je werk maar vooraf geregistreerd hebt (17 USC 412).

Je zou eventueel nog winstafdracht kunnen vorderen (art. 27a Auteurswet), maar dan moet je wel bewijzen welk deel van de winst van de publicatie door jouw foto komt. Ook niet triviaal.

Wie heeft er succes met aanpakken van schenders van zijn Creative Commonslicentie?

Arnoud

of lees de 15 reacties

Het boetebeding bij auteursrecht-claims

25 juli 2008, 8:27 - Geplaatst onder: Auteursrecht, Aansprakelijkheid, Internetrecht - 14 reacties

Gisteren verscheen in De Nieuwe Reporter ‘Bloggers moeten niet zeuren over blafbrieven’, een mooi overzichtsartikel over de recente perikelen rond bloggers en claims van journalisten en anderen wier werk onterecht zou zijn overgenomen. Ik werd geïnterviewd als “advocaat van de blogger-community”, wat nogal veel eer is (en bovendien ben ik geen advocaat).

Hier wilde ik nog even dieper ingaan op één quote van mij uit het artikel:

“Ik ben geen fan van de manier waarop bedrijfjes als Cozzmoss en Swordstone, maar tot op zekere hoogte ook de NVJ, te werk gaan”, zegt Engelfriet. “Lang niet iedereen is goed op de hoogte van de wettelijke regels. Dat is natuurlijk geen excuus, maar wel een reden om rekening mee te houden als je als rechthebbende iemand aanspreekt. Een blogger die te goeder trouw is en meent een heel artikel als citaat te mogen overnemen, behoort geen sommatie van duizenden euro’s, inclusief een verhoging van driehonderd procent conform de NVJ-tarieven, opgelegd te krijgen in een brief.”

Die 300% verhoging staat in de algemene voorwaarden van de NVJ (en de Fotografenfederatie) als vergoeding die verschuldigd zou zijn bij ongeautoriseerd gebruik. Veel claimers roepen dat dit normaal is en in de jurisprudentie erkend zou zijn. Dat steekt me behoorlijk, want het is simpelweg niet waar.

De rechtspraak staat namelijk juist in overwegende mate afwijzend tegenover constructies als deze, waar een claim wordt gelegd met het karakter van een boete. Ik citeer uit een aantal relevante vonnissen.

In Rb. Maastricht 8 februari 2006, zaaknr. 103834/HA ZA 05-836 (LJN AV2506) oordeelde de rechtbank in r.o. 3.5:

Voor ophoging van [het schadebedrag] met een opslag van 200 %, zoals door Magnovit c.s. met verwijzing naar de algemene voorwaarden van de Fotografenfederatie bepleit, ziet de rechtbank geen grond. Een dergelijke opslag draagt naar het oordeel van de rechtbank het karakter van een boete, waarvoor in het onderhavige geval een contractuele noch een wettelijke grondslag bestaat. Bovendien is niet gebleken van bijzondere omstandigheden - wat de plaatsing zonder toestemming betreft - die aanleiding zouden kunnen geven tot een hogere schadebegroting.

Rechtbank ’s-Hertogenbosch 11 januari 2006, zaaknr. 126357 HA ZA 05-1099 (LJN AU9504):

5.12. Voor toekenning van de door [eiser] gevorderde additionele vergoeding van 200% van de gebruikelijke vergoeding overeenkomstig artikel 15 van de Algemene Voorwaarden van de Fotografenfederatie, bestaat geen ruimte. Toepasselijkheid van die voorwaarden is immers niet tussen [eiser] en [gedaagde] overeengekomen en er bestaat evenmin een wettelijke grondslag voor het opleggen van een dergelijke verhoging, die naar het oordeel van de rechtbank het karakter van een boete heeft.

En in het standaardwerk Auteursrecht (Kluwer Recht en Praktijk 42) van Spoor/Verkade/Visser staat op pagina 498-499:

Gebruikelijke tarieven of percentages kunnen menigmaal een reëel aanknopingspunt vormen [voor een schatting van de schade]. Zulke tarieven zijn echter weer niet zonder meer gelijk te stellen met eventuele door de eiser gehanteerde tarieflijsten. … Een beroep op deze variant gaat o.i. niet op, voor zover de tarievenlijsten (soms zeer aanzienlijke) verhogingen inhouden voor het geval men het niet vooraf eens geworden was. Het gaat dan immers juist niét om gebruikelijke overeengekomen of overeen te komen tarieven, maar om eenzijdig geproclameerde boetes. Een grondslag voor het hanteren van evenbedoelde ‘boetes’ voor berekening van schadevergoeding treffen wij niet aan in de artikelen 6:96 en 6:97, noch elders in de wet. [cursivering in origineel.]

Als iemand meer bronnen heeft, hoor ik dat graag!

Ook gepubliceerde jurisprudentie waarin deze claims wel overeind bleven, is welkom.

Arnoud

of lees de 14 reacties

Recordbedrag schadevergoeding voor illegaal filesharing

11 oktober 2007, 9:28 - Geplaatst onder: Auteursrecht - Geen reacties

Het eerste echte vonnis over filesharing in de VS: vorige week werd de 30 jaar oude Jammie Thomas veroordeeld tot het recordbedrag van $222,000 voor inbreuk op auteursrechten. Ze zou via Kazaa zo’n duizend liedjes aangeboden hebben, en filesharing is meestal illegaal. Downloaden niet trouwens.

Volgens de jury was bewezen dat ze 24 liedjes uitgewisseld had, en daar stond een schadevergoeding van $9,250 per liedje op. Er zijn weinig artiesten die $9,250 per kopie aan royalties kunnen vragen, dus hoe komt men bij zo’n bedrag?

Het antwoord: ’statutory damages’, wettelijk voorgeschreven schadevergoedingen. Een probleem bij inbreuk op auteursrecht is heel vaak hoe hoog de schade is die de rechthebbende lijdt door een inbreukmaker. Is dat de opbrengst of de winst die de inbreukmaker maakt? De verkoopprijs die de rechthebbende normaal gekregen zou hebben? Het winstdeel van die verkoopprijs? Je standaardtarief? Een gemiddeld tarief in de branche? Om die vragen te vermijden, heeft de Amerikaanse wetgever een bijzonder systeem ingevoerd: de wet schrijft voor dat de rechthebbende een standaardbedrag tussen de $750 en $30,000 mag eisen, waarbij de jury bepaalt hoe veel het uiteindelijk precies moet zijn. In dit geval dus $9,250.

In Nederland doen we niet aan dergelijke constructies, en al helemaal niet aan boetes voor inbreuk op auteursrecht. De rechthebbende moet aantonen welke schade hij lijdt, en die krijgt hij dan vergoed. Wel kan deze eventueel de door de inbreukmaker genoten winst opeisen, zoals bijvoorbeeld in de Sjopspel-zaak. En natuurlijk kun je, zoals bij de publicatie van verkiezingssoftware, eisen dat de inbreuk moet ophouden, eventueel met een dwangsom. Ongeacht of je op geld waardeerbare schade lijdt door de inbreuk.

Dan was er ook nog een hele discussie over het bewijs. Kun je wel bewijzen dat een bepaalde persoon die specifieke werken heeft gedeeld via Kazaa? Tenslotte kan iedereen je PC gebruiken, al dan niet via kaapsoftware. En als de eiser een screenshot laat zien, wie bewijst dan dat dat screenshot echt is?

Meer algemeen: hoe zit het met de bewijslast (waarover Ars Technica uitgebreid bericht, en The Register korter en wat hatelijker). In dit soort zaken geldt in de VS de standaard van “preponderance of the evidence”, is het ene net iets waarschijnlijker dan het andere. Oftewel, wat ligt meer voor de hand: dat de gedaagde muziek zat uit te delen op Kazaa, of dat de RIAA screenshots vervalst om een willekeurige internetter er bij te lappen voor $222,000?

Je kunt dus wel allerlei theoretische mogelijkheden verzinnen, maar daarmee kom je niet weg. Bij een strafzaak wel: daar geldt de eis dat “beyond a reasonable doubt” bewezen moet zijn dat de verdachte het feit gepleegd heeft. Je zou redelijke twijfel kunnen hebben over de echtheid (of accuratesse bij het maken) van een screenshot, maar het is waarschijnlijker echt dan nep.

Wat wel een lastige vraag is, is of het enkele aanbieden van een werk via Kazaa al telt als “distributie” van het werk. Naar Amerikaans recht pleeg je pas inbreuk als je een kopie hebt gemaakt, en niet als je aanbiedt er eentje te maken. Mevrouw Thomas gaat dan ook in hoger beroep tegen dit aspect van de zaak.

Arnoud

als eerste

Grootste schadevergoeding in octrooizaak ooit ongeldig verklaard

9 augustus 2007, 12:01 - Geplaatst onder: Octrooien - Geen reacties

Het vonnis van anderhalf miljard dollar wegens octrooiinbreuk door Microsoft is ongeldig verklaard, meldt de Financial Times. In maart werd Microsoft veroordeeld wegens inbreuk op twee octrooien die zouden lezen op het MP3-compressieformaat. De schadevergoeding van anderhalf miljard was een record. Dat kan nu dus weer doorgehaald worden.

Judge Brewster threw out the verdict on one of the dispute patents on the grounds that it was co-owned by Fraunhofer. US law requires co-owners to sue jointly in such cases, and Microsoft had already licensed the technology from Fraunhofer. He also ruled that Alactel-Lucent had failed to prove that Microsoft infringed on the other patent.

Uiteraard gaat Alcatel in hoger beroep.

Arnoud

als eerste

Copyright Arnoud Engelfriet - Some rights reserved - Powered by WordPress