Mag een softwareleverancier geld vragen voor patches?

Adobe heeft kritieke beveiligingslekken in Photoshop, Illustrator en Flash gedicht, maar de patch is er alleen voor klanten die upgraden naar Photoshop CS6, meldde Tweakers onlangs. Daarna ontstond er geheel voorspelbaar de nodige ophef, waarna Adobe op haar aankondiging terugkwam.

De kritiek kwam min of meer neer op “we zijn gewend dat security patches gratis zijn”, plus “het is heel dom om juist securitypatches niet gratis weg te geven want dat zorgt alleen voor meer ongepatchte systemen”. En die kritiek is zeer terecht.

In Nederland kunnen we daar nog een argument aan toevoegen: software móet veilig zijn want anders is deze niet conform de gewekte verwachtingen. Net zoals een magnetron veilig moet zijn. Dat is namelijk het logisch gevolg van het Hoge Raad arrest van begin deze maand, dat bepaalde dat software gekocht kon worden.

Dat was wenselijk “omdat de kooptitel een uitgewerkte regeling geeft inzake conformiteit, klachtplicht en verjaring”, zo formuleerde onze hoogste rechter het. En deel van die conformiteitsregel is dat de verkoper gratis tot herstel of vervanging van het product moet overgaan als het product fouten blijkt te bevatten die je niet hoefde te verwachten.

Wel vraag ik me al langer af hoe ver dat precies gaat. Je hebt immers geen recht op een foutloos product. Als je moet weten dat bepaalde dingen mis kunnen gaan, dan is dat deel van de verwachting. Een bank verkleurt over de jaren. De letters op je toetsenbord slijten eraf. En software wordt gehackt.

Arnoud

of lees de 40 reacties

Auteursrecht op programmeertalen kan niet (of je moet wel heel creatief zijn)

Tweet
4 mei 2012, 8:16 | Auteursrecht, Software | 36 reacties

little-sas-boek.jpgOp programmeertalen (en dataformaten) rust geen auteursrecht. Ietwat kort door de bocht, maar dat is wel zo ongeveer wat het Hof van Justitie bepaalde in haar arrest van gisteren. Kort door de bocht, want het kán wel, maar het is zeker geen automatisme.

In deze zaak ging het om een interpreter voor de SAS taal. Deze taal is ooit door SAS ontwikkeld als onderdeel van hun analysesoftware, en het bedrijf WPL besloot een eigen interpreter (emulator) te maken die programma’s in die taal kon verwerken zonder dat je SAS nodig had. Dat vond SAS niet leuk, en dus werden de advocaten losgelaten: een beetje iemands taal interpreteren, dat is auteursrechtschending, wat zullen we nou krijgen. (Ok, én de handleidingen overtypen, dat ook, maar daar ging het bij het Hof niet om.)

Het Hof grijpt de gelegenheid aan om er eens goed voor te gaan zitten: wat betekent dat nu eigenlijk, auteursrecht op software. Want software is altijd een probleemkindje geweest in het auteursrecht. Vanaf het begin waren de meningen verdeeld of software -toch een nogal utilitair product- wel onder het auteursrecht -toch voor creatieve kunstzinnige uitingen- gerekend moest worden. Het octrooirecht lag meer voor de hand, alleen dan zou 95% van de software niet beschermbaar zijn en dat was dan ook weer niet de bedoeling. Uiteindelijk is het opgelost door gewoon te zeggen “software is een creatief werk, punt”.

Maar ja, in het recht is “punt” nóóit het einde van een discussie. We gaan gewoon vrolijk verder over wat die punt dan betekent, hoe je ‘m kunt oprekken, of het eigenlijk geen puntkomma had moeten zijn en welk punt ermee gemaakt wordt.

Auteursrecht op software geldt niet voor de user interface, weet u nog? Het Hof kwam in 2010 tot die conclusie met het argument dat software een werk is dat de computer iets laat dóen, en de interface als zodanig dóet niets. De interface is alleen beschermd als ‘ie kunstzinnig is (overigens heb ik een *****-hekel aan kunstzinnige interfaces want de knoppen zitten nooit waar ik wil en keyboard shortcuts heb je al helemaal niet), en niet enkel omdat ‘ie aan een computerprogramma hangt.

Die lijn trekt het Hof nu door: het moet echt gaan om de broncode en/of objectcode als zodanig (argh), en van inbreuk kan dus pas sprake zijn als een van die twee ergens terug te vinden is in het werk van de ander. Letterlijk of niet-letterlijk, maar het moet er wel zijn.

De functionaliteit, de programmeertaal en de bijbehorende bestandsformaten zijn geen deel van de code, maar zijn meer achterliggende ideeën of uitgangspunten waarmee je die code maakt. En dus vallen ze buiten het werk als zodanig.

En ja, dat is ook de bedoeling, aldus het Hof:

to accept that the functionality of a computer program can be protected by copyright would amount to making it possible to monopolise ideas, to the detriment of technological progress and industrial development.

Wat daarmee niet kan, is mensen verbieden om dit formaat of de taal te achterhalen middels reverse engineeren. Dit kan niet op grond van het auteursrecht, en ook niet op grond van een licentiecontract. Want dat is namelijk de truc: je geeft een licentie op de software zelf (de broncode of objectcode dus) en daarin bepaal je dat je oh ja de programmeertaal niet mag reverse engineeren.

Eventueel is het mogelijk dat een creatief uitgewerkt dataformaat als zodanig wél beschermd is, maar dan moet er dus in dat formaat zélf iets creatiefs aan te wijzen zijn. Net als die kunstzinnige interface. Dat kan, maar is niet eenvoudig. Ik herinner me van lang geleden een anti-spam truc waarbij je een licentie op een haiku moest nemen om je mail geaccepteerd te krijgen (met als algemene voorwaarde “ik verstuur geen spam”). Dat is dus op zich een auteursrechtelijk houdbare constructie, maar wel redelijk gezocht. Ik durf dus wel te zeggen “auteursrecht op programmeertalen en -concepten kan niet”, maar ik ben heel benieuwd welke argumenten softwareauteursrechthebbenden gaan verzinnen om hier toch tegenin te gaan.

Arnoud

of lees de 36 reacties

Ja, software kun je kopen!

Tweet
2 mei 2012, 8:14 | Software | 19 reacties

Software is geen zaak, maar je kunt het toch kopen. Ook als de leverancier het een licentie noemt. Dat bepaalde onze Hoge Raad gisteren in cassatie van een arrest uit 2010. Wel is het arrest beperkt tot standaardsoftware die je voor onbepaalde tijd verkrijgt, dus maatwerkregelingen en tijdelijke licenties zijn en blijven licenties.

De zaak was aangespannen omdat een stuk standaardsoftware niet goed werkte. De licentienemer had daarover geklaagd, en de softwaremaker beriep zich op de wettelijke regel die bepaalt dat je bij een aankoop van een product “binnen bekwame tijd nadat hij dit heeft ontdekt” dit moet melden (art. 7:23 BW), wat de klager dus niet gedaan had. Maar wacht eens even, software (standaard of maatwerk) is toch helemaal geen product? Een product moet voor menselijke beheersing vatbaar zijn (pijn doen als ‘t op je voeten valt, zeg maar) en software is dat niet.

De Hoge Raad vindt het echter zinvol om de regels over koop ook door te trekken naar software. De wetgever heeft immers ‘koop’ echt niet specifiek bedoeld voor fysieke zaken. Ook vermogensrechten kun je kopen (art. 7:47 BW), en die zijn ook bepaald niet stoffelijk. Wel moet je dan even kijken in hoeverre het recht rond koop ‘past’ bij dat vermogensrecht.

Meer algemeen rechtvaardigt de Hoge Raad dit standpunt met een erg fijne schop tegen de schenen van de “nee het is slechts een licentie en uw aanspraken op juistheid zijn contractueel uitgesloten”-softwarelicentiegevers:

Deze toepasselijkheid is ook wenselijk omdat de kooptitel een uitgewerkte regeling geeft inzake conformiteit, klachtplicht en verjaring, en omdat met die toepasselijkheid de rechtspositie van de koper wordt versterkt (met name in het geval van consumentenkoop en koop op afstand). In al deze opzichten bestaat geen aanleiding de aanschaf van standaardsoftware te onderscheiden van de koop van zaken en vermogensrechten.

Oftewel, het is de bedoeling dat mensen de regels rond koop kunnen gaan inzetten bij het betrekken van standaardsoftware. Dank u.

Op grond van dit arrest kun je dus bij defecte software net zo goed als bij een defecte auto (sorry, die vergelijking móet gewoon) eisen dat de leverancier tot herstel of vervanging opgaat. En bij consumentensoftware kan dat niet worden uitgesloten of beperkt.

Wel kom je dan meteen uit bij de vraag wannéér sprake is van defecte software. Software moet immers voldoen aan de redelijkerwijs gewekte verwachtingen, en probleemloze software mag je écht niet verwachten.

Arnoud

of lees de 19 reacties

Kun je als koper van een Tomtec tablet ze dwingen de Linuxbroncode vrij te geven?

Tweet
16 maart 2012, 8:20 | Open source | 61 reacties

Een lezer wees me op een draadje bij Gathering of Tweakers over de broncodes van de Linuxkernel in een Tomtec tablet:

als aanvulling ik ben afgelopen vrijdag in een mailwisseling met TOM-TEC er achter gekomen dat zij niet eens (willen) snappen wat gpl betekend als kernel licentie en dat zij eigenlijk hun source moeten openbaren. Hun antwoord :dat geld niet voor onze producten en nu doen we geen verdere mededelingen…. dus misschien moet iedereen in het bezit van een tomtec of xiron tablet eens gaan mailen met de vraag of ze de source van kernel mogen hebben.

De TomTec tablet draait Android, oftewel Linux. Linux valt onder de GPL, en in die opensourcelicentie staat de eis dat ontvangers van de software de broncode erbij moeten krijgen. Wie de broncode niet meteen kan of wil leveren, mag ook een schriftelijk aanbod tot nazending bijsluiten, maar je moet de broncode kunnen krijgen.

Tomtec lijkt dit niet te doen, en of het nu uit onwetendheid, koppigheid of een taalprobleem is: het is een schending van de licentie. De Linux-kernelcopyrighthouders kunnen dus Tomtec aanspreken op schending van de GPL, en op grond van hun auteursrecht al deze apparaten van de markt laten halen. Want volgens artikel 28 Auteurswet mag de rechthebbende roerende zaken (zoals tablets) die het auteursrecht schenden (Linux aan boord hebben zonder de GPL na te leven) als zijn eigendom opeisen dan wel onttrekking aan het verkeer, vernietiging of onbruikbaarmaking daarvan vorderen. Dat is nogal een paardenmiddel, en ik zie de Linuxkerneljongens ook niet snel zo’n actie starten.

Interessanter is de vraag: kun je als ontvanger iets juridisch doen om de broncode te krijgen?

De GPL is een licentie, en daarmee een contract (ja echt) tussen de auteursrechthebbenden en de verspreider, de Linuxkerneljongens en Tomtec dus in dit geval. (Of de Bart Smit? Die is immers de directe leverancier van de koper van het apparaat.) De ontvanger van de code is geen partij bij dit contract. Wanneer hij de code heeft ontvangen, geldt voor hem dit artikel:

6. Each time you redistribute the Program (or any work based on the Program), the recipient automatically receives a license from the original licensor to copy, distribute or modify the Program subject to these terms and conditions.

De ontvanger sluit dus op dat moment een eigen contract met de rechthebbende, en kan op die grond de software gebruiken, aanpassen en/of verspreiden. Maar dat contract staat los van het contract dat zijn toeleverancier heeft met de auteursrechthebbende.

We hebben in Nederland een regel over “derde-begunstigden”: mensen die geen partij zijn bij een contract maar er wel profijt van trekken. Artikel 6:253 BW zegt daarover:

Een overeenkomst schept voor een derde het recht een prestatie van een der partijen te vorderen of op andere wijze jegens een van hen een beroep op de overeenkomst te doen, indien de overeenkomst een beding van die strekking inhoudt en de derde dit beding aanvaardt.

Professor Hijma noemt het voorbeeld van de koper die TNT Post kan aanspreken op levering, hoewel TNT Post formeel alleen een contract met de verkoper heeft. De koper is een derde, maar omdat de contractuele afspraak tot levering hem raakt, kan hij er een beroep op doen. Wel moet de koper dan formeel eerst tegen de post zeggen dat hij zich wil beroepen op dit beding.

De ontvanger van de Tomtec tablet is de derde in de zin van dit wetsartikel. En er stáát in de GPL een verplichting voor een der partijen om een prestatie te leveren naar de derde toe, namelijk het (na)leveren van de broncode. Dus als de ontvanger nu tegen zijn leverancier zegt “ik accepteer bij deze de GPL zoals van toepassing op de Linuxkernel in uw apparaat en ik sommeer bij deze meteen uw nakoming van artikel 3 GPL” dan wordt de ontvanger daarmee partij bij de overeenkomst (de GPL)

De ontvanger kan vervolgens naar de rechter om die nakoming af te dwingen, graag op straffe van een dwangsom zodat het ook echt gebeurt. Maar de ontvanger kan géén auteursrechtelijke bevoegdheden uitoefenen, hij heeft uitsluitend en alleen contractuele rechten richting de leverancier.

Arnoud

of lees de 61 reacties

Waarom denken mensen dat dit vinkje zin heeft?

Tweet
7 maart 2012, 8:23 | Aansprakelijkheid | 24 reacties

t-mobile-akkoor.pngWie net als ik wel eens in de trein ziet, zal het schermpje hiernaast vast voorbij hebben zien komen. Internet in de trein, maar u moet wel even akkoord gaan met de voorwaarden. En T-Mobile is niet de enige. Maar het is puur juridische cargoculterij.

Een cargo cult is de gedachte dat als je bepaald gedrag imiteert, je hetzelfde resultaat krijgt als de originele acteur. Het begrip komt uit Melanesië, waar de lokale bevolking vliegtuigen met geweldige goederen zag landen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Na de oorlog hield dat op, waarop men besloot deze vliegtuigen dan zelf te gaan lokken door landingsbanen en vliegvelden te bouwen.

Iets dergelijks bespeur ik ook bij dit soort dienstverlening. Oei, we hebben een dienst, daar moeten we dan even voorwaarden op zetten. Oh en dan moet er wel akkoord op gevraagd worden natuurlijk. En vergeet de disclaimer niet! Als je mensen vraagt waarom ze dat willen, dan komt het antwoord niet verder dan “dat heeft iedereen” of “dat hoort toch zo”. Soms wordt geschermd met een bedrijfsjurist, die bij nadere inspectie een googelende IT-er blijkt te zijn.

Net als die Melanesiërs hebben wij dat gedoe met disclaimers en vinkjes afgekeken van de Amerikanen. Bij hun is akkoord nodig op voorwaarden, en dat moet blijken uit een actieve handeling. Maar bij ons hoeft dat niet, je kunt ook prima volstaan met gewoon melden dat je voorwaarden van toepassing zijn. Volgens de wet is dat genoeg. Niet dat iemand dat checkt of zo, welnee.

Het feit alleen al dat mijn disclaimergenerator sinds oktober 2010 zo’n drie disclaimers per dag produceert, laat zien hoe wijdverbreid dit fenomeen is. Ja, we moeten een disclaimer, nee ik heb ook geen idee wat erin moet, goh dan genereren we er even eentje en dan zal het wel goed zijn.

Wat iedereen dan weer keihard vergeet, is dat bij ons in de wet staat dat je de voorwaarden op moet kunnen slaan (of printen) om ze rechtsgeldig van toepassing te laten zijn. Dat hoeft dan weer niet in Amerika, dus dat doen wij dan ook niet. Of zoiets. Maar het betekent wel dat 90% van al deze voorwaarden volslagen irrelevant zijn, hoe veel vinkjes je ook moet aanvinken. Probeer maar eens simpel die voorwaarden op te slaan bij T-Mobile - nee, de HTML afvangen met een pipe vanuit netcat telt niet.

Ook inhoudelijk kun je vraagtekens zetten bij dergelijke voorwaarden. Vaak komen ze neer op “u dient zich fatsoenlijk te gedragen”, “wij garanderen niet dat het internet altijd werkt” en “bij misbruik kunnen we u afsluiten”. (En soms ook “van tijd tot tijd kunnen wij de dienstverlening veranderen”, joh, echt.) Waarom schrijven juristen dit op? Het spreekt toch voor zich dat de klant zich fatsoenlijk moet gedragen, dat anders het contract mag worden opgezegd en dat internet niet altijd werkt.

Natuurlijk, soms zijn er specifieke voorwaarden nodig om gekke dingen te regelen. Zo blijken soms alle poorten behalve 80 (http/www) dichtgezet, of worden pornosites of niet-werkgerelateerde sites geblokkeerd. Maar juist díe zie ik dan weer niet terug. Want dat hoeft niet in Amerika. Of de voorwaardenschrijvende jurist heeft geen idee wat de techneut bedenkt dat juridisch moet (”als we porno niet blokkeren zijn we aansprakelijk als kinderen porno kijken”). Of men denkt dat dat niet hoeft. Ik weet het niet maar het irriteert me mateloos.

Arnoud

of lees de 24 reacties

“Met iBooks gemaakte boeken mogen niet bij de concurrent verkocht worden”

Tweet
24 januari 2012, 8:10 | Contracten | 24 reacties

ibooks-only-store.pngHet zal Apple eens een keer niet zijn: wie e-boeken wil maken en verkopen op hun iBooks platform, moet beloven dat boek dan ook alléén via iBooks te verkopen. Gratis weggeven mag bij hoge uitzondering wel op meerdere platforms. Eh, wat?

Inderdaad, in de licentie op iBooks Author staat:

As a condition of this License and provided you are in compliance with its terms, your Work may be distributed as follows:
(i) if your Work is provided for free (at no charge), you may distribute the Work by any available means;
(ii) if your Work is provided for a fee (including as part of any subscription-based product or service), you may only distribute the Work through Apple …

en dat kun je maar op één manier lezen: wie geld vraagt voor het met iBooks Author gemaakte werk, mag het alleen verspreiden via Apple. En dan moet je een aparte overeenkomst sluiten waarbij Apple een deel van dat geld krijgt.

Kan dat? Ja, in theorie wel. Zowel in Nederland als in de VS bestaat contractsvrijheid; je mag afspreken wat je wilt, ook als dat normaal gesproken gek, ongebruikelijk of onredelijk is. Zeker als het gaat om zakelijke contracten. Je bent er zelf bij, en als jij al je rechten wil opgeven voor 1 euro of de ander complete exclusiviteit wilt geven en 90% van de inkomsten, tsja dan moet je dat zelf weten.

De blogger die dit signaleerde, reageert met “I didn’t agree to it.” Hij installeerde immers alleen maar de software, en had nergens een handtekening gezet. Maar dát is geen argument. Ook mondelinge of via een installatie-met-”I agree”-klik gesloten overeenkomsten zijn in principe rechtsgeldig. Wel zal Apple moeten bewijzen dat die overeenkomst gesloten is, en dat zal hier nog lastig worden, want deze app wordt geïnstalleerd zonder dat je de licentietekst moet lezen en accorderen.

Ook haalt hij het argument “contract of adhesion” aan. Dat is een Amerikaansrechtelijke constructie die neerkomt op “contracten zijn niet rechtsgeldig als een partij met machtspositie ze opdringt én er hele rare dingen in staan”. Bij ons bestaat dat niet. Wel hebben we de regels voor algemene voorwaarden die niet onredelijk bezwarend mogen zijn (ook niet bij bedrijven als wederpartij), maar gek is niet automatisch onredelijk bezwarend.

Hier zou je het argument moeten voeren dat die distributievoorwaarde onredelijk bezwarend is, en wel omdat Apple misbruik maakt van haar machtspositie als controleur van apps op de iPad om zo concurrerende platforms op oneerlijke wijze kapot te concurreren. Daar valt wat voor te zeggen maar een uitgemaakte zaak is het niet. Belangrijk lijkt me de vraag of er alternatieve iPadboekmaaksoftware is. Als die er is, dan kun je moeilijker van misbruik van macht spreken. Weet iemand of zulke software er is?

Verder lees ik veel misbaar langs de lijn “mag een EULA wat zeggen over wat je met de software maakt”, maar juridisch gezien is dat geen discussie. Een EULA is normaal gewoon rechtsgeldig, en als daarin staat “op wat u maakt met onze software gelden regel X en Y” dan heb je je daaraan te houden. Dat het zeer ongebruikelijk is, of moreel verwerpelijk, ben ik onmiddellijk met hem eens maar dat zijn juridisch geen (sterke) argumenten. Een boycot of vergelijkbaar protest lijkt me de enige reële manier om hier wat aan te doen.

Arnoud

of lees de 24 reacties

Waarom zit er een Weens Koopverdrag in mijn softwarelicentie?

Tweet
6 januari 2012, 8:11 | Grappig, Software | 7 reacties

uncisg.pngIn 2010 blogde ik dat het Weens Koopverdrag regelmatig uitgesloten wordt in allerlei algemene voorwaarden. Het duikt echter nog regelmatig op, ook in softwarelicenties. En daarover vroeg een lezer me waarom dat überhaupt nodig is: software is toch niet iets dat je kunt ‘kopen’?

Nou, daar heeft die lezer dus helemaal gelijk in. Software koop je niet maar neem je in licentie. Het is dan ook vooral een stukje copypastejuristerij, al dan niet om de tekst er wat gewichtiger te laten uitzien. De klant verwacht immers een uitgebreide juridische tekst, en een alinea “U mag deze software binnen uw bedrijf gebruiken maar niet verspreiden naar derden, en wij zij niet aansprakelijk voor fouten” voelt niet als een tekst waar je 950 euro voor betaalt. Dus dan maar wat extra uitsluitingen, herformuleringen van wettelijke rechten en beperkingen en opsommingen van dingen die onder “alles” gerekend moeten worden.

Specifiek over het Weens Koopverdrag vond ik echter nog een interessant artikel bij TechEye (waar ik de titel schaamteloos van gejat heb) dat laat zien dat het soms echter nog net iets meer betekent. Men had een stukje software van Broadcom gevonden, waarvan de licentie de bekende clausule bevatte dat

The parties expressly stipulate that the 1980 United Nations Convention on Contracts for the International Sale of Goods shall not apply.

Enig graafwerk van TechEye leidde tot de ontdekking dat er wel iets meer achter zit dan alleen copypastewerk. In Duitsland met name leeft er serieuze discussie of en wanneer dit verdrag relevant is voor software. Daar lijkt de conclusie te zijn dat als je standaardsoftware (geen maatwerk) op fysieke drager verkoopt, er sprake is van een ‘koop’ in de zin van het Koopverdrag. Iets dat ons Arnhems Hof in 2010 ook leek te oordelen, hoewel in een iets andere context. Ook dit paper uit Japan van de Japanse overheid lijkt dit standpunt te onderschrijven.

Ergens wel terecht ook: standaardsoftware wordt verkocht alsof het een fysiek ding is - Borland had al heel lang geleden de opvatting dat hun software was “sold like a book”, oftewel je had één licentie, die mocht je best doorverkopen of weggeven zolang je maar niet ging kopiëren. De nieuwe Consumentenrechtenrichtlijn zal digitale goederen op bepaalde (maar niet alle) punten gelijkstellen met fysieke goederen.

Eigenlijk vind ik het nog jammer dat de Europese Unie niet heeft doorgepakt en gewoon software of digitale goederen algemeen als ‘zaak’ heeft aangemerkt. Dan kun je gewoon alle regels over verkoop van producten ook toepassen op digitale producten. Het Weens Koopverdrag blijft uitsluitbaar in dat geval, dat wel. Maar waarom het maatschappelijk wenselijk is dat software niet kan worden verkocht maar alleen in licentie mag gegeven, heeft nog niemand me kunnen uitleggen.

Arnoud
Afbeelding: Drafting Contracts Under the CISG, Flechtner, Brand en Walter Oxford University Press, USA (December 31, 2007)

of lees de 7 reacties

Zijn Wordpress themes GPL?

Tweet
2 december 2011, 8:07 | Open source | 10 reacties

wordpress-bible.pngEen lezer vroeg me:

Alweer een tijdje geleden speelde een discussie over het Thesis theme voor Wordpress. Dat is een systeem voor layouts en uitbreidingen op het Wordpress blogsysteem, dat eerst onder een gesloten (niet-open source) licentie beschikbaar was. Wordpress zelf is GPL, en de auteurs daarvan eisten dan ook dat Thesis ook GPL moest worden. Eerst wilde Thesis dat niet, maar na na flink wat discussie hebben ze het uiteindelijk toch GPL gemaakt. Maar had dat nou echt gemoeten?

De open source licentie GPL eist dat “afgeleide werken”, bij ons “verveelvoudigingen in gewijzigde vorm” van hun code alleen maar verspreid mag worden onder diezelfde GPL. Je kunt geen afgeleid werk verspreiden onder een andere licentie. (Maar je hóeft je code niet te distribueren als je dat niet wil; wie dus voor zichzelf GPL code aanpast hoeft niets te delen.)

De vraag wat een afgeleid werk precies is, is al zo oud als de GPL zelf. De discussie over plugins op GPL code hebben we al een paar keer gehad, maar die voor themes nog niet.

Een theme is voor mij net wat anders dan een plugin. Een plugin is nieuwe code die inhaakt op de originele code, en de functionaliteit daarvan uitbreidt. Ik denk dat je een plugin dan ook wel als een afgeleid werk kunt zien, hoewel er in de GPL een uitzondering staat voor

If identifiable sections of [the modified] work are not derived from the Program, and can be reasonably considered independent and separate works in themselves, then this License, and its terms, do not apply to those sections when you distribute them as separate works.

Wordpress vindt dat dit een uitgemaakte zaak is: Wordpress extensies en themes zijn altijd afgeleid van Wordpress zelf, hoewel ze qua onderbouwing niet verder komen dan “Drupal zegt het veel beter dan wij” en Drupal niet meer zegt dan “Ja dat is zo”.

Als je kijkt naar hoe themes gebouwd worden, dan zie je dat ze een vrij standaard structuur volgen om de layout te definiëren en op bepaalde punten routines uit Wordpress aanroepen (”plak hier de titel van de blog”, “doe dit voor tien blogberichten”, “zet hier de datum, in formaat mm-dd-jj”) zodat de bezoeker de juiste informatie in de juiste layout te zien krijgt. Ik zie niet hoe je dat kunt zien als een verveelvoudiging van de Wordpress-code zelf. Het aanroepen van een functie maakt je code nog niet “afgeleid”.

Daar komt bij dat eind vorig jaar het Europese Hof van Justitie bepaalde dat user interfaces géén deel zijn van de copyright op de software zelf (en een theme is de realisatie van een interface). Toegegeven, dat ging over de vraag of het kopiëren van de interface een auteursrechtschending was, maar als het auteursrecht op de software zich niet uitstrekt tot de interface, waarom zou het dan wél gelden voor andermans interface?

Ik denk dan ook dat je pas van een afgeleid werk kunt spreken als de theme code kopieert of diep ingrijpt in Wordpress zelf, bijvoorbeeld door het vervangen van core code. Een ‘gewoon’ theme is geen afgeleid werk.

Arnoud

of lees de 10 reacties

De onderhoudsovereenkomst als vrijbrief om prutswerk te leveren

Tweet
7 november 2011, 8:03 | Software | 8 reacties

Een lezer vroeg me:

Als ik producten inkoop, dan mag ik verwachten dat die voldoen aan de gestelde eisen. Doen ze dat niet, dan gaan ze retour en dan krijg ik vervanging of herstel. Volkomen logisch lijkt me; je koopt iets en dan moet je dat ook krijgen. Maar bij software lijkt dat allemaal anders te liggen. Je vraagt om bepaalde functionaliteit, je krijgt iets dat er een beetje op lijkt maar vol zit met fouten - maar als je die hersteld wilt hebben dan moet je een onderhoudscontract afnemen, oftewel elke maand betalen in de hoop dat je op zeker moment krijgt wat je zoekt. Waarom kan dat zomaar, juridisch?

Dat kan vooral omdat iedereen het accepteert.

Hoofdregel is dat je bij elke overeenkomst recht hebt op nakoming op de manier die je mocht verwachten. Of het nu gaat om levering van een product of van een dienst (zoals ontwikkelen van software), er zijn afspraken en de leverancier moet die nakomen. Doet hij dat niet, dan is het wanprestatie.

Bij software-ontwikkeling is het zeer gebruikelijk om af te spreken (via niet-onderhandelbare clausules in algemene voorwaarden van leveranciers) dat de software zonder garantie komt en dat je maar moet hopen dat het werkt. Een wederpartij die dat accepteert, zit daar aan vast. En ja dat mag, een bedrijf is vrij om af te spreken dat ze veel geld betaalt zonder kwaliteit te hoeven verwachten. (Dit geldt óók voor producten trouwens, je mag als bedrijf je aanspraak op garantie of conformiteit ‘wegtekenen’ als je dat wilt.)

Vorig jaar oordeelde het Gerechtshof dat standaardsoftware als ‘zaak’ aangemerkt kan worden, waarmee je in principe langs dezelfde weg als bij producten kunt eisen dat fouten hersteld of vervangen worden. De Europese Commissie wil een dergelijke aanpak wettelijk vastleggen. Maar dat zal dan alleen voor consumenten gelden, voor bedrijven zal het mogelijk blijven om hiervan af te wijken.

Natuurlijk kun je als bedrijf prima eisen dat je wél kwaliteit krijgt, bijvoorbeeld via een uitgebreide acceptatietest of gratis onderhoud op alle fouten die je binnen $X maanden na levering ontdekt. Ook dat is onderdeel van dat vrije mogen afspreken. Wat er uiteindelijk wordt besloten, hangt dus af van hoe stevig de partijen kunnen onderhandelen.

Dit voorjaar kwam de Hoge Raad met een arrest over melkmachines, dat ook voor ICT-dienstverlening relevant kan zijn. (Met dank aan ITenRecht.) Er waren melkrobots geleverd, maar de robots bleken niet goed te werken. De storingen (”voortdurende stroom van klachten”) bleken zo erg dat de klanten gingen klagen, en op zeker moment zelfs kortingen gingen opleggen vanwege de slechte kwaliteit van de melk. Ook liep een aantal koeien uierontsteking op, wat het bedrijf weet aan de slechte kwaliteit van de machines.

Er was een onderhoudsovereenkomst: 24/7 beschikbaarheid van een storingsmonteur voor € 5.000 per jaar plus kosten per bezoek. En die monteur kwam ook wel, maar een definitieve oplossing bleek niet te kunnen worden gevonden. Het bedrijf ontbond op zeker moment de overeenkomst wegens wanprestatie, waar de leverancier bezwaar tegen maakte. Er was toch een onderhoudsovereenkomst? Daarmee was elke fout gedekt.

De Hoge Raad gaat daar niet in mee, omdat

het systeem ten gevolge van de herhaalde storingen telkens een of meer uren, oplopend tot een of meerdere dagdelen, plat ligt, hetgeen een aanzienlijk negatieve invloed op de bedrijfsvoering (welzijn van de koeien en kwaliteit van de melk) heeft, hetgeen [verweerder] niet behoefde te verwachten.

Het moest daarmee de leverancier duidelijk zijn dat er iets serieus mis was met het systeem. En dat de klant dan op zeker moment er genoeg van heeft, had hij ook moeten begrijpen.

Dat partijen tevens een onderhoudsovereenkomst hadden gesloten op grond waarvan [eiser] verplicht was tot herstel over te gaan, staat aan dat oordeel niet in de weg.

De klant mocht dus de overeenkomst opzeggen wegens wanprestatie, ondanks de onderhoudsovereenkomst en de daarbij behorende afspraken over herstel van fouten. Volkomen terecht, lijkt me.

Arnoud

of lees de 8 reacties

Hoe kan ik sommig commercieel gebruik toestaan bij Creative-Commonslicenties?

Tweet
28 september 2011, 8:22 | Open source, Auteursrecht | 10 reacties

Een lezer vroeg me:

Ik ben fotograaf en maak portretfoto’s. Nu had ik het idee om een dienst aan te bieden waarbij je gratis een portretfoto kunt maken, onder de Creative-Commonslicentie Naamsvermelding-NietCommercieel-GeenAfgeleideWerken (BY-NC-ND). Zo kunnen mensen als privépersoon een mooie foto publiceren op hun Facebookpagina en krijg ik naamsbekendheid. Willen mensen die foto commercieel gebruiken, dan moeten ze apart komen betalen.

Nu liep ik tegen één probleem aan: wat nu als mensen die foto op een bedrijfswebsite zetten of aan hun Linkedin- of Plaxo-profiel koppelen? Dat zijn immers zakelijke netwerken. Is dan sprake van ‘commercieel gebruik’? Hoe kan ik aangeven dat dat wel mag (met mijn naamsvermelding natuurlijk) zonder meteen ál het commercieel gebruik toe te staan?

Creative Commons is een set standaardlicenties waarmee je kunt aangeven dat mensen je werk mogen gebruiken, behoudens enkele uitzonderingen Auteursrecht zoals het zou moeten werken dus. Omdat het standaardlicenties zijn, zijn de regels zwartwit en is het niet mogelijk om eigen uitzonderingen toe te voegen.

Speciaal voor commercieel gebruik betekent dat dat je alleen mag kiezen of dat wél of niet mag, maar niet welke vormen van commercieel wel of niet mogen. Je mag bijvoorbeeld niet zeggen dat een goed doel je foto wél mag gebruiken voor een wervingscampagne maar een bedrijf niet in zijn advertentiecampagnes. Beide campagnes zijn gericht op “financieel gewin” en dat is de definitie van “commercieel”. Dus of beiden mogen, of geen van beiden.

Een oplossing die soms werkt, is toelichten hoe je een bepaald twijfelgeval interpreteert. Zo’n toelichting is formeel geen deel van de licentie, maar hij kan wel tegen je worden gebruikt want hij bewijst hoe jij het licentiecontract interpreteerde. En daar mag de wederpartij je dan aan houden.

Je zou dus kunnen zeggen “Ik vind het gebruik van een portretfoto op een profielpagina geen ‘gebruik voor direct of indirect geldelijk gewin’ zolang geen geld wordt gevraagd voor het bekijken, publiceren of kopiëren van de foto.” Dit is een verduidelijking van het verbod, en deze gaat niet in tegen de tekst van het verbod zelf. Dat is dus prima.

Natuurlijk zitten hier grenzen. Een uitzondering als “ik vind het maximaal 50 euro vragen voor een kopie geen commercieel gebruik” gaat natuurlijk niet werken, want die tekst spreekt de definitie van ‘commercieel’ tegen. Geld vragen voor een kopie is zó evident commercieel dat je dat niet met een uitzondering opzij kunt zetten.

Arnoud

of lees de 10 reacties
Volgende Pagina »
De wet op internet Koop het boek Software: Deskundig en praktisch juridisch advies
Of een van de andere boeken over internetrecht!

Auteur: Arnoud Engelfriet - Licentie: Creative Commons BY-SA 2.5 - Disclaimer - Powered by WordPress