Britse Kijkwijzer niet rechtsgeldig, want nooit aangemeld bij Europese Commissie

26 augustus 2009, 8:31 | Internetrecht | 5 reacties

pacman-spelletjes-gewelddadig.pngDe Britse Video Recordings Act uit 1984 tegen gewelddadige games blijkt ongeldig, meldde Tweakers gisteren. Deze wet blijkt nooit bij de Europese Commissie te zijn aangemeld en is daarom formeel nooit in werking getreden. Of zoiets. Want sinds wanneer moet je als EU-lidstaat een wet aanmelden bij de Europese Commissie voordat deze rechtsgeldig is in jouw land?

Zo’n regel is er niet. Een land kan zijn eigen wetten aannemen, en zolang die niet in strijd zijn met het EU-recht, hoeft men verder niets te doen. Is de wet wel in strijd met EU-recht, dan hoor je dat vanzelf van de Europese rechter. Of misschien wel van je eigen rechter, als ze goed opletten.

Maar soms blijkt dat toch anders te liggen. Een slimme Slashdotter wees erop dat het hier om Richtlijn 83/189/EG gaat. Deze schrijft voor dat wanneer een EU-lidstaat standaarden wettelijk verplicht wil stellen, men de Commissie hiervan zo snel mogelijk op de hoogte moet stellen.

En dat is wat er hier fout ging. De Video Recordings Act bevat namelijk een standaard: de labeltjes “universal”, “parental guidance” en diverse leeftijdscategorieën die wij ook kennen met de Kijkwijzer. Ook zulke standaards moeten worden aangemeld, en dat is dus wat de Britten vergeten zijn.

Men is nu van plan om zo snel mogelijk reparatiewetgeving in te voeren. In de tussentijd hebben alle winkeliers toegezegd vrijwillig de leeftijdsgrenzen toch te handhaven. Opvallend is nog wel dat alle strafvervolging wordt stopgezet tegen mensen die nu voor de rechter staan vanwege schending van deze wet, maar mensen die reeds veroordeeld zijn, blijven gewoon zitten. Dat begrijp ik niet: een wet is rechtsgeldig of hij is het niet, en als hij het niet is dan kun je er niet onder veroordeeld worden.

Arnoud

of lees de 5 reacties

Wettelijk voorgeschreven normen moeten openbaar zijn

7 januari 2009, 8:53 | Innovatie | 17 reacties

nen-normen-bestellen.pngNou, dat is snel! Mijn eerste voorspelling voor 2009 komt nu al uit. En het is een mooie uitspraak ook nog eens. Een wettelijk voorgeschreven norm (standaard) dient publiekelijk bekendgemaakt te zijn, en mag vervolgens vrijelijk worden gekopieerd. Dat vonniste de rechtbank Den Haag op 31 december.

In deze zaak geen harde ICT, maar nog veel hardere stenen en cement: het ging namelijk over normen in de bouw. De Woningwet en het Bouwbesluit schrijven technische eisen voor aan gebouwen. Een deel van deze eisen staat niet in Wet of Besluit zelf, maar is alleen te vinden in NEN-normen, opgesteld door het NNI. Om daar een kopie van te krijgen, moet betaald worden (gemiddeld zo’n 60 euro per norm). Bouwadviesbureau Knooble (onderdeel van Centraal Bureau Bouwtoezicht) stapte in 2006 naar de rechter met de eis dat wettelijk voorgeschreven normen publiek beschikbaar moeten zijn. En nu, na een dikke anderhalf jaar wachten, heeft Knooble daarin gelijk gekregen.

De rechtbank wijst het argument van de Staat en de NNI af dat het zou gaan om zelfregulering (omdat ze in overleg met de branche geformuleerd zijn). De NEN-normen zijn rechtsnormen, ze leggen juridische plichten op aan bouwbedrijven. De verwijzing naar bepaalde normen in een wet of daarop gebaseerd overheidsbesluit maakt van die normen een publiekrechtelijk, algemeen geldend document. Opmerkelijk was dat dit al bij de parlementaire behandeling in 1986 al erkend werd.

Omdat die norm vervolgens niet op de juiste manier bekendgemaakt is, worden ze onverbindend (juridisch ongeldig) verklaard. Wetten kunnen pas geldig zijn nadat ze netjes gepubliceerd zijn in het Staatsblad of de Staatscourant, zie art. 3 en 4 van de Bekendmakingswet. En het mooie is: de publicaties daar tellen als ‘wetten, besluiten en verordeningen’ in de zin van artikel 11 Auteurswet. Iedereen mag het Staatsblad en de Staatscourant kopiëren en verspreiden zoveel hij wil.

De rechter verklaart echter de NEN-normen niet meteen publiek domein. Dat kan pas gebeuren na bekendmaking volgens de wettelijke procedures, omdat dan pas vaststaat wat nu precies de wettelijke norm is geworden. Ook krijg je dan een lastige complicatie dat de Staat iets publiek domein maakt waar een private partij (NNI) auteursrechten op heeft. Artikel 11 Auteurswet schrijft immers voor dat er op wetten, en dus ook op daarop gebaseerde normen, in het geheel geen auteursrecht rust. De rechter zegt hierover dat de Staat en de NNI dit dan maar samen op moeten lossen.

Een goede zaak, dit vonnis. Het deed me denken aan het Amerikaanse Veeck-arrest, waarin de ‘building codes’ van gemeenten als wet en daarmee als publiek domein werden aangemerkt. Je moet als burger tenslotte kunnen inzien welke wetten er gelden, en daar hoor je in principe niet voor te hoeven betalen (behalve misschien kopieerkosten als je het op papier wilt).

Ik heb nog geen idee of de Staat in hoger beroep gaat, maar stel dat dit bindende jurisprudentie blijkt: waar in de ICT zou dit interessante situaties opleveren?

Update: (25 februari) goed artikel van Dirkzwager advocaat M.R.J. Baneke over de handhavingsproblemen naar aanleiding van dit vonnis.

Arnoud

of lees de 17 reacties
De wet op internet Koop het shirt You wouldnt download a car bij Shirtshop
Arnoud's boek!
Internetrecht in gewone taal

Auteur: Arnoud Engelfriet - Licentie: Creative Commons BY-SA 2.5 - Disclaimer - Powered by WordPress