In een virtuele wereld kun je ook stelen

23 oktober 2008, 8:48 - Geplaatst onder: Internetrecht, Hacken - 18 reacties

runescape-diefstal.jpgEen amulet in een virtuele wereld blijkt een zaak die je kunt stelen, zo vonniste de rechtbank Leeuwarden eergisteren. Twee jongens wisten september vorig jaar van hun slachtoffer enkele virtuele goederen in de online roleplaying game Runescape af te pakken. (Dit is dus niét de Habbo-zaak waarover ik in november vorig jaar berichtte) Het slachtoffer werd met geweld gedwongen om naar het huis van één van de daders te gaan, waar men inlogde op Runescape en het slachtoffer verplicht werd om in te loggen zodat men de controle over zijn account over kon nemen en al zijn virtuele goederen naar hun eigen avatars kon overzetten. Ook dit ging gepaard met het nodige fysieke geweld.

Het is duidelijk dat hier sprake was van bedreiging met en gebruik van geweld, maar het opmerkelijke aan deze zaak was dat men diefstal van de goederen ten laste had gelegd. Het is namelijk geen uitgemaakte zaak dat je dergelijke virtuele zaken kúnt stelen.

Waarom was dit dan wel diefstal? De rechtbank formuleert een aantal eisen. Zo moet de bezitter waarde hechten aan het item, maar dat hoeft geen financiële waarde te zijn. Dat was in deze zaak duidelijk het geval. Ook moet je de feitelijke macht erover kwijt kunnen raken, en dat kan bij dit soort virtuele zaken natuurlijk prima.

De belangrijkste eis is echter dat sprake moet zijn van “voor menselijke beheersing vatbare objecten”. En dat is een lastige als het gaat om dingen die geen pijn doen als ze op je voet vallen. Computergegevens zijn bijvoorbeeld geen zaken die je kunt stelen, en bandbreedte ook niet. Elektriciteit dan weer wel, wat voor de fysici onder u misschien moeilijk te verteren is, maar dat mag u in de comments kwijt. In ieder geval, de rechtbank is daar vrij makkelijk in:

De virtuele amulet en het virtueel masker als bedoeld in de onderhavige zaak zijn geen stoffelijke goederen, alhoewel ze wel waarneembaar zijn. Gelet op de bedoelde jurisprudentie is dat geen beletsel om ze als goed als bedoeld in artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht aan te merken.

Daarmee is de strafbaarheid gegeven. Vanwege de jonge leeftijd van de verdachten (14 jaar ten tijde van de diefstal) krijgen ze een werkstraf van 160 uur.

Dit is een baanbrekend vonnis, dat bij mijn weten één van de eerste keren vormt dat in Europa een virtueel item als steelbaar aanmerkt. Wat mij betreft een goede ontwikkeling. Wat offline moet online gelden heet het altijd, en het wegnemen van virtuele goederen is in principe net zo kwalijk als het wegnemen van “echte” goederen.

Natuurlijk betekent dat niet dat elke kopieeractie nu diefstal is. Het uploaden van muziek valt dus niet onder 310 Strafrecht (lees je mee, Tim?), want daarmee raakt de uploader noch de rechthebbende de feitelijke macht kwijt over de muziek. Dit vonnis gaat over situaties waarin één specifiek persoon de macht heeft over een object, en die kan overdragen. Het zal dus vooral voor virtuele werelden zoals Runescape, maar ook Habbo Hotel of World of Warcraft van belang zijn.

Ik twijfel of het ook opgaat voor domeinnamen. Ook die zijn maar door één persoon tegelijk te gebruiken, en je kunt op dezelfde manier als deze jongens deden zorgen voor de overdracht van een domeinnaam. Wat denken jullie? En waar zou dit vonnis nog meer toepassing vinden?

Arnoud

of lees de 18 reacties

Real human rights in virtual worlds (bij NJblog)

31 augustus 2008, 10:05 - Geplaatst onder: Meningsuiting - Geen reacties

second-life-protest.jpgAlweer even geleden, maar ik was er helemaal over vergeten te bloggen. Dit voorjaar volgde ik het interessante mastervak Electronic Commerce: international legal aspects bij de Universiteit van Tilburg. Samen met twee medestudenten schreef ik als onderdeel van dat vak de column “Real human rights in virtual words”, die werd gepubliceerd bij NJblog:

Virtual worlds are artificial, fictitious, and invented, they are unreal. But this does not mean they fall entirely outside the ambit of reality – or the law. Virtual worlds are no longer “just a game for nerds.” By 2011, four out of every five people who use the internet will work or play in virtual worlds. 1 Millions of people spend a large portion of their waking lives in virtual worlds.2 And more than just work or play: they form communities, social groups of people that share a common interest or background. Virtual worlds therefore mean a great deal to a large number of people and social activities that are conducted in virtual worlds should be protected by real-world laws.

People and communities have human rights. They are allowed to assemble on the church square, demonstrate in front of the town hall or preach their convictions in the park. But how far do these rights go in virtual worlds? Operated by companies and regulated by the End-User License Agreement (EULA), these worlds are private spaces. While most human rights are also in force in horizontal relations between citizens, it is possible to surrender the exercise of these rights as a condition of access to someone else’s private space.

Lees verder in Real human rights in virtual worlds bij NJblog.

En teken daarna snel alsnog in voor mijn boek!

Arnoud
(Afbeelding via Freakitude)

als eerste

Mag ik alleen jongens in mijn clan?

27 mei 2008, 8:40 - Geplaatst onder: Internetrecht - 9 reacties

Ok, deze is origineel. Een speler van Runescape was een clan begonnen en wilde daar geen meisjes bij. Eén van de geweigerde meiden was kennelijk juridisch onderlegd, want zij kwam met de Wet Gelijke Behandeling aanzetten. Als een werkgever een sollicitant niet mag weigeren omdat ze vrouw is, waarom deze clanleider dan wel?

De Wet Gelijke Behandeling verbiedt onderscheid op geslacht in veel gevallen. Wie een dienst aanbiedt of een aanbod tot een overeenkomst doet, mag in principe geen ongeoorloofd onderscheid maken (art. 7 lid 1 WGB). Dat geldt ook voor natuurlijke personen die niet handelen in de uitoefening van een beroep of bedrijf, als zij het aanbod in het openbaar doen.

Je zou kunnen zeggen dat een clan, een samenwerkingsverband tussen spelers in een virtuele wereld, een soort van dienst is. Of in ieder geval een samenwerkingsovereenkomst. Je belooft elkaar te helpen en je samen in te zetten voor de clan. Zolang zo’n clan beperkt blijft tot een klein groepje waar je alleen op uitnodiging lid van kunt worden, staat de WGB toe dat de leider op elke grond die hij wil mag kiezen of iemand lid mag worden of niet.

Wordt het aanbod in het openbaar gedaan, dan ligt het moeilijker. De enige redding voor deze jongen is dan nog de uitzondering dat het onderscheid mag als het gaat om “eisen die gelet op het privé-karakter van de omstandigheden waarop de rechtsverhouding ziet in redelijkheid kunnen worden gesteld.” (artikel 7 lid 3). Dat zie ik niet zo snel opgaan in deze situatie.

Van een andere orde is als de exploitant van het spel een dergelijk onderscheid zou maken. Dat speelde in 2006 bij datzelfde WoW toen een speler een ‘guild’ voor homoseksuele en lesbische spelers wilde opzetten. Exploitant Blizzard verbood dat omdat het aanleiding zou geven tot gescheld en geruzie van andere spelers.

Wat zal ik deze jongen adviseren? Wees blij dat er meisjes meedoen? :)

Arnoud

of lees de 9 reacties

Diefstal van game-credits - kun je daar eigenaar van zijn?

21 september 2007, 12:11 - Geplaatst onder: Innovatie, Internetrecht - 1 reactie

‘Een principieel verschil met het pikken van andermans knikkers is er niet.’ Planet - Arjan Dasselaar maakt zich boos over de sensatiezoekende berichtgeving over de pogingen om de Runescape-credits in te pikken.

Sinds wanneer komt het NOS Journaal opdraven op het moment dat een leerling van een middelbare school een paar tikken krijgt? Nou, sinds er internet bij kan worden gehaald.

Hoe die discussie afloopt, leest u bij zijn column op Planet. Ik was zelf meer geinteresseerd in of het nou strafbaar is, iemands credits aftroggelen. Natuurlijk is mishandeling en bedreiging strafbaar, ongeacht de reden waarom. Maar er zijn genoeg manieren om iemands credits of ander bezit bij Habbo, Runescape en World of Warcraft te pakken te krijgen. Mag dat?

In principe mag alles dat van de spelregels mag. Als ik weken bezig ben een duur harnas te pakken te krijgen, en mijn karakter wordt daarna door een medespeler vermoord, dan ben ik het harnas kwijt. Jammer maar helaas, dat zijn de spelregels. Het wordt twijfelachtig als die medespeler een bot gebruikt, dat is een vorm van valsspelen. Dan moet ik bij de spelleiding gaan klagen, zodat zij de boel ongedaan maken. Het via de rechter verhalen van schade door iemands overtreden van de spelregels kan vaak ook. Een voetballer die na een grove tackle ‘op de man’ zijn been breekt, kan de ziekenhuiskosten terug krijgen.

Het wordt juridisch relevant wanneer spelobjecten verhandeld worden voor echt geld. Je kunt op diverse sites bieden op zulke “in-game objects”. Na betaling komt er dan in het spel een karakter naar je toe, dat je het object geeft. Er gaat zo veel geld om in die activiteit dat het voor Korea al aanleiding was om er belasting op te heffen. Dan gaan er mensen beginnen over “eigendom” en “diefstal”, want die zijn hun dure investering kwijt.

Via R-win.com vond ik het boek Recht in een virtuele wereld (Word-bestand) over de juridische aspecten van Massive Multiplayer Online Role Playing Games (MMORPG), door Arno Lodder (red.) van het NVvIR met veel nuttige observaties over dit onderwerp.

Wie iets maakt of iets koopt, heeft daar gewoon het eigendomsrecht op. Alleen, dat iets moet dan wel een “voor menselijke beheersing vatbaar object” zijn, zo staat in het Burgerlijk Wetboek. Abstracte dingen zijn geen “zaken” en die kun je dus niet in eigendom hebben. Sommige abstracte zaken kun je met een intellectueel eigendomsrecht beschermen. Op een tekst heb je auteursrecht, en op een uitvinding kun je octrooi aanvragen. Je bent dan nog steeds geen “eigenaar van de uitvinding” maar je kunt wel anderen verbieden die commercieel toe te passen.

Hoe tastbaar is nu een spelobject? Genoeg om met een tafel of auto vergelijkbaar te zijn? Dat blijkt een lastige vraag. Je kunt heel natuurkundig kijken: een spelobject bestaat uit elektrische stroompjes of magnetische velden in een computersysteem, en die stroompjes of velden zijn uniek en bovendien voor menselijke beheersing vatbaar. De alfa’s die het Burgerlijk Wetboek hebben geschreven, wilden daar niet aan: “het begrip zaak mag niet worden vereenzelvigd met ‘stof’ in natuurwetenschappelijke zin, en uitsluitend de eisen van het ‘praktische rechtsleven’ bepalen wat het recht als zaak beschouwt.”

Oftewel: als maar genoeg mensen vinden dat ze eigenaar zijn van hun Habbo-meubilair of zeldzame Warcraft-uitrusting, dan is dat ook zo.

Voor zelf ontworpen objecten (bv voor in Second Life) zou de ontwerper waarschijnlijk wel auteursrecht kunnen claimen. Het zijn creatieve werken, en tekeningen op de computer zijn net zo goed beschermd als tekeningen op papier.

Bij standaard spelobjecten gaat die redenering niet op. Die zijn door de spelontwerper gemaakt, en de spelers kunnen ze alleen gebruiken en aan elkaar geven. Een speler kan dus geen intellectueel eigendomsrecht claimen.

Arnoud

of lees de eerste reactie

Copyright Arnoud Engelfriet - Some rights reserved - Powered by WordPress