Geen portretrecht bij op straat genomen foto

| AE 1100 | Privacy | 9 reacties

Opmerkelijk: een ‘gewone Nederlander’ die op straat werd gefotografeerd, kon haar portretrecht niet inzetten tegen commerciële verkoop van die foto. De Consumentenbond had een foto van beeldbank Hollandse Hoogte gebruikt bij een artikel over MP3-spelers. De vrouw op die foto was daar niet blij mee, omdat ze ongevraagd in haar strakke sportkleding werd gefotografeerd. En Hollandse Hoogte verdiende daar nog eens geld mee ook. Toch mocht dat van de rechter.

In het vonnis oordeelt de rechter: “Het kan zo zijn dat [eiseres] niet graag gefotografeerd wordt, maar dat is onvoldoende om een redelijk belang aan te nemen.” Op zich is dat juist, maar er speelde hier heel wat meer. Met name het commercieel exploiteren van de foto zou mee moeten wegen bij de beoordeling van dat redelijk belang. Daarover vermeldt het vonnis:

Ten slotte heeft [eiseres] gesteld dat zij het recht om haar portret voor commerciële doeleinden te gebruiken zelf wenst te hebben. In dit verband is van belang, zoals Hollandse Hoogte heeft bepleit, dat het Hollandse Hoogte uitsluitend gaat om de afbeelding van een sportieve moeder met Mp-3 speler en niet om het portret van [eiseres]. [eiseres] is immers geen bekende Nederlander, model of sporter die haar portret commercieel kan exploiteren. Daarbij komt nog dat er geen enkele aanleiding bestaat om aan te nemen dat [eiseres] van plan is haar portret voor commerciële doeleinden te gaan gebruiken. In tegendeel, [eiseres] heeft zelf verklaard dat zij zichzelf niet graag op foto’s ziet.

Hieruit concludeert de rechter dat de eiseres geen bekende persoonlijkheid is en dus geen commercieel belang kan hebben bij de foto, zodat Hollandse Hoogte de foto mag blijven gebruiken. Nogal eigenaardig. Niet alleen bekende Nederlanders hebben een verzilverbaar portetrecht. Uit het Discodanser-arrest van de Hoge Raad bleek al in 1997 dat ook gewone mensen een redelijk belang tegen zo’n commercieel gebruik van hun portret kunnen hebben:

De opname van een portret in een reclame voor een produkt of dienst heeft immers tot gevolg dat de geportretteerde door het publiek geassocieerd zal worden met dat produkt of die dienst, waarbij het publiek in het algemeen – en doorgaans terecht – ervan uit zal gaan dat het gebruik van het portret niet zal zijn geschied zonder toestemming van de geportretteerde en de opname van het portret in de reclame-uiting zal opvatten als een blijk van publieke ondersteuning van het produkt of de dienst door de geportretteerde. Op deze gronden is het op een dergelijke wijze gebruiken van een portret in beginsel aan te merken als een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de geportretteerde.

Via Volledig bericht, pardon Boek 9, dat ook de foto in kwestie laat zien (wat ik niet netjes vind, maar goed).

Update (3 februari 2009): in hoger beroep bevestigd:

In het midden kan blijven of [het bezwaar van eiseres] – in dit geval – een redelijk belang oplevert op grond waarvan zij zich op de voet van artikel 21 Auteurswet 1912 tegen (verdere) openbaarmaking kan verzetten. Haar belang weegt hier naar het voorlopig oordeel van het hof niet op tegen het door Hollandse Hoogte ingeroepen belang op informatievoorziening. Het hof licht dit toe. Het belang van de informatievoorziening. brengt mee dat berichtgeving zoals hier aan de orde moet kunnen worden voorzien van illustratiemateriaal, zoals foto’s van de werkelijkheid. Het is daarbij onvermijdelijk dat foto’s van toevallige passanten worden gepubliceerd.

Update (15 mei 2012) ook in ander arrest wordt bepaald dat een ‘gewone’ foto geen portretrecht heeft. Money quote:

Het hof merkt in dit verband op dat het – bij het voorkomen van de publicatie van een foto betrokken – belang van degene die zich op een voor het publiek vrij toegankelijke plaats op een opvallende wijze manifesteert (en er kennelijk geen bezwaar tegen heeft om op die wijze gezien en gefotografeerd te worden) over het algemeen niet zal opwegen tegen het belang van diegene die de foto wil gebruiken ter illustratie van een aan die wijze van manifestatie gewijde beschouwing, ook indien deze beschouwing kritisch van aard is.

Arnoud

Deel dit artikel

  1. In het discodansergeval was er ook sprake van inbreuk op de persoonlijke levenssfeer. Merk op dat die zaak ook helemaal naar de Hoge Raad moest, omdat lagere rechtbanken de discodanser ongelijk gaven. Blijkbaar was niet elke juridische professional het van tevoren met de Hoge Raad eens. Maar als ik zo het vonnis lees is die zaak volgens mij sowieso vreemd verlopen. Het ging namelijk om een commerci?le danser. Mag je het portret van Bill Gates gebruiken om je eigen besturingssysteem te verkopen? Het is niet alsof je dan met hem concurreert in de portrettenmarkt.

  2. Met een beetje gepuzzel lijkt alles mij wel redelijk met elkaar te rijmen.

    Het belangrijkste punt in het discodanser-arrest lijkt mij dat het in dat arrest alleen (en dus niet: ook) ging om de inbreuk op de persoonlijke levenssfeer. Het ging daarin dus niet om een commercieel belang (verzilverbaar portretrecht) van de danser.

    De hardloopster heeft geen verzilverbaar portretrecht, dus is niet geraakt in haar commerci?le belangen. Dat lijkt mij een correcte constatering van de rechter.

    De door Arnoud geciteerde overweging uit het discodanser-arrest lijkt mij ook van toepassing op de hardloopster. In beginsel gaat het dus om een inbreuk op haar persoonlijke levenssfeer. Wat moet je nu verstaan onder “in beginsel”? Volgens mij het volgende: er is sprake van een inbreuk, maar die inbreuk is mogelijk nog te rechtvaardigen.

    De HR gaat namelijk nog verder: Van inbreuk op de persoonlijke levenssfeer is in het bijzonder sprake, als de reclame-uitingen, zoals het Hof in het onderhavige geval heeft vastgesteld, de geportretteerde brengen in “een openbare sfeer van erotiek en vrijheid van opvattingen”. Dus de inbreuk in het discodanser-arrest is vrij ernstig. Vervolgens erkent de HR het commerci?le belang van het bedrijf dat de foto van de danser heeft gebruikt als een relevant en door art. 10 EVRM beschermd belang, maar vindt dat belang niet zwaar genoeg wegen om de inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de danser te rechtvaardigen. Dus de danser wint.

    Bij de hardloopster vindt de rechter het gebruik van de foto op de website van Hollandse Hoogte, als ??n van de 3,5 miljoen foto’s op die site, niet schokkend. De rechtbank oordeelt vervolgens dat het recht op privacy niet zodanig is geschonden dat het recht op openbaarmaking van Hollandse Hoogte moet wijken. Dus de inbreuk wordt gerechtvaardigd door het commerci?le belang (art. 10 EVRM) van Hollandse Hoogte. De hardloopster verliest.

    Interessant is dat de rechtbank expliciet opmerkt dat Hollandse Hoogte er niet verantwoordelijk voor kan worden gehouden dat afnemers van de foto de foto mogelijk in een diskwalificerende context plaatsen. De hardloopster maakt dus mogelijk nog kans als ze de Consumentenbond aanklaagt (al vermoed ik van niet).

    Het verschil tussen een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer en een inbreuk op een verzilverbaar portretrecht lijkt me trouwens ook van belang voor de bepaling van de schadevergoeding. In het eerste geval kun je slechts vergoeding van de immateri?le schade vragen (art. 6:106 lid 1 sub b BW). In het tweede geval kun je proberen de vermindering van de exclusiviteit van je portret in geld uit te drukken en dat bedrag vorderen (en mogelijk begroot de rechter die schade op de normale waarde van zo’n foto, wat mij de aangewezen weg lijkt als aannemelijk is dat de inbreukmaker anders een gelijkwaardig model had ingehuurd).

  3. Sinds wanneer kan een rechter beslissen wie “goed genoeg” is om “fotomodel” te worden? Of het portretrecht van die hardloopster “verzilverbaar” is staat of valt immers bij haar mogelijkheid om het “verzilveren” ervan met of zonder haar toestemming al dan niet toe te staan. Het feit dat de consumentenbond die foto gebruikte lijkt me immers op zich een bewijs dat een foto van haar wel degelijk verzilverbaar is.

    (Die rechter zit IMHO overigens in de verkeerde business, en zou beter een modellenbureau starten, daar is hij/zij (naar eigen denken) blijkbaar geschikter voor…)

  4. @JanC: tsja, als een rechter vindt dat je ongelijk hebt, dan heb je ongelijk. Zo werken rechtbanken nu eenmaal. Maar in deze situatie had mevrouw gelijk moeten krijgen. Of ze had een verzilverbaar portretrecht, of het was een schending van haar privacy omdat de foto commercieel werd gebruikt. Dat is standaard in de jurisprudentie. Ik hoop dan ook dat ze in hoger beroep gaat.

  5. De rechter beslist op basis van de feiten die gesteld zijn en die zijn bewezen of niet voldoende zijn betwist. Uit die feiten volgt naar het oordeel van de rechter blijkbaar niet dat het portretrecht van de vrouw verzilverbaar is. De rechter is gewoon bevoegd (en verplicht) om op dit punt tot een oordeel te komen.

    Verzilverbaar portretrecht is volgens mij niet hetzelfde als “met deze foto valt geld te verdienen”. Dat met deze specifieke foto geld valt te verdienen is vooral de verdienste van de fotograaf en niet de verdienste van haar portret. Haar portret is op deze foto inwisselbaar, en in het algemeen lijkt er ook geen bijzondere reden te zijn waarom men nu juist deze mevrouw zou willen betalen voor haar portret. En als die bijzondere reden er wel is, dan had mevrouw die naar voren moeten brengen.

    Ik zie nu dat er op dit punt wel iets is gesteld: “Zij is verscheidene malen, met name door haar sportieve uitstraling, benaderd om haar portret ten behoeve van commerci?le doeleinden in te zetten, maar is daar nooit op ingegaan.” Maar de rechter vindt dit blijkbaar niet voldoende. Interessant is dat de rechter daarbij van belang acht dat de vrouw zelf heeft gezegd haar portret helemaal niet te willen verkopen.

    Het lijkt mij in ieder geval terecht dat “verzilverbaar portretrecht” niet te breed wordt uitgelegd. Iemand die er toevallig wat sportief uitziet hoeft niet meer rechten te hebben dan een ander. Volgens de HR in NJ 1979, 383 is van een verzilverbaar portretrecht sprake, “wanneer de populariteit van geportretteerden, verworven in de uitoefening van hun beroep, van dien aard is, dat een commerci?le exploitatie van die populariteit door enigerlei wijze van openbaarmaking van hun portretten mogelijk wordt”. Je moet er wel wat voor doen.

    Of haar privacybelang inderdaad niet opweegt tegen het belang van Hollandse Hoogte vind ik veel lastiger te beoordelen. In ieder geval zie ik ruim voldoende onderscheid met het discodanser-arrest.

    Voor wie een beetje te nieuwsgierig is…

  6. Even losstaand van de wet: persoonlijk maak ik het het onderscheid tussen een journalistieke foto en een stock foto (wat voor mij per definitie gelijk staat met commercieel gebruik).

    Ik heb ooit op de frontpagina van de tweede-grootste Belgische krant gestaan, als illustratie van een muziekfestival dat ik bezocht. Daar heb ik op zich geen enkel probleem mee: context van artikel en foto komen duidelijk overeen.

    Ik zou er wel een probleem mee hebben als diezelfde foto gebruikt zou worden voor andere doeleinden. Vb. de vriendin waarmee ik op de foto stond had een andere huiskleur, maar ik wil die foto niet zomaar gebruikt zien als een voorbeeld van multiculturaliteit. Een bedrijf dat die foto daarvoor gebruikt meent het misschien niet echt en dan wil ik er niet mee geassocieerd worden!

    M.a.w. een bedrijf als jullie “Consumentenbond” is naar mijn mening op z’n minst ethisch verplicht toestemming te vragen. En het feit dat ze beweren de consument te vertegenwoordigen (wat ik betwijfel) zou hen nog eens extra voorzichtig moeten maken op dat gebied.

    (Hun Belgische tegengangers van Testaankoop kennende heb ik echter geen hoge verwachtingen…)

Laat een reactie achter

Handige HTML: <a href=""> voor hyperlinks, <blockquote> om te citeren en <em> en <strong> voor italics en vet.

(verplicht)

Volg de reacties per RSS