Gastpost: Mogen advocaten bloggen en reclame maken?

| AE 6845 | Informatiemaatschappij | 25 reacties

bonaparteOmdat ik met vakantie ben deze week een aantal bijdragen van vaste bezoekers. Vandaag jurist Rogier Pieters over een vraag die ik ook wel eens heb: waarom maken advocaten zo weinig (online) reclame, mogen ze dat soms niet?

Een maand geleden was ik op bezoek bij mijn oud-professor Arno Lodder. Enthousiast vertelde ik hem dat ik advocaten en juristen help met internet marketing. “Oh, mogen advocaten dat eigenlijk wel doen?”, vroeg hij. “Ja”, antwoordde ik zonder het fijne ervan te weten. Maar hoe zit dat nu eigenlijk?

Voordat ik inga op die vraag, wil ik eerst een onderscheid maken tussen marketing en reclame. Marketing is een containerbegrip. Waarbij het naar mijn mening – er zijn veel definities – draait om: het verbinden van de behoefte van de consument en het aanbod van de leverancier. De behoefte van cliënten verplaatst zich naar online, maar het aanbod van de advocatenkantoren sluit daar nog niet op aan. Tenminste van de meeste kantoren… Arnoud was daar al vroeg achter!

Reclame is communicatie met als doel om klanten over te halen tot het kopen van de product of dienst. Voorbeelden van online reclame zijn AdWords (adverteren bij Google’s zoekresultaten), adverteren op social media en natuurlijk banners.

Na keizerlijk decreet van 19 december 1810 van Napoleon waren de regels voor advocaten op dit gebied strict. Tot 1980 golden de Ereregelen voor de Advocaten 1968 (en vergelijkbare regelgeving sinds de tijd van Napoleon). Regel 7 luidde: “De advocaat behoort de opdracht van de cliënt af te wachten en noch direct, noch indirect zijn diensten aan te bieden”. Regel 8 lid 1: “Het maken van reclame, in welke vorm ook, is ontoelaatbaar”. En regel 9 lid 1: “Het is de advocaat verboden mede te werken aan of toe te stemmen in enige publiciteit waarin de aandacht wordt gevestigd op zijn optreden als advocaat”.

In de huidige tijd, waarin sommige advocaten zaken (cliënten) kiezen op basis van de hoeveelheid media aandacht, is dat bijna niet voor te stellen. In die tijd maakten advocaten echter deel uit van de sociale bovenlaag. De intellectuele activiteit woog veel zwaarder dan de commerciële kant. Via het netwerk van de vaak individueel opererende advocaten kwamen de zaken binnen. De inkomsten waren geen loon, maar een honorarium. Advocaten waren geen echte ondernemers, dus was reclame ook niet nodig. Geen Moszkowicz, Spong, of Plasman dus.

Als bloggen mogelijk was geweest in die tijd, dan was dat volgens mij toegestaan. Immers het delen van kennis viel niet onder het verbod. Maar dan moest het bloggen wel terughoudend geschieden: nooit actief de diensten aanbieden en niets over lopende zaken of cliënten delen.

Pas sinds 1989 is het voor advocaten toegestaan om te adverteren en de publiciteit op te zoeken. In de Gedragsregels van de Nederlandse Orde van Advocaten 1992 zijn deze regels zelfs weggelaten, waarmee de toestemming nog ruimer werd. Alleen als de cliënt niet in de publiciteit wil, dan is publiciteit (een ruimer begrip dan reclame) niet toegestaan (regel 10).

Deze achtergrond is, denk ik, een belangrijke reden waarom relatief weinig advocaten bloggen. Er wordt sowieso weinig aan marketing gedaan en dan valt bloggen al snel buiten de boot. Toch denk ik dat er meer achter zit. Immers advocaten schrijven verder juist wel veel: natuurlijk beroepsmatig, maar ook voor juridische tijdschriften en columns.

Van de dappere advocaten die wel een blog zijn begonnen, zijn er vooral veel verlaten ruïnes over. In het begin is het leuk om aan iets nieuws te beginnen. Maar om het vol te houden, moet er iets tegenover staan. Bij juridische tijdschriften en columns zijn dat de uitgevers (die het faciliteren) en de lezers (er is al een publiek). Bij een blog ontbreken beide. Er zijn andere stimulansen, zoals toenemende bezoekersaantallen, reacties op de blog en meer cliënten. Dat kun je inzichtelijk maken, maar de meeste advocaten zijn geen marketeers en al helemaal geen online marketeers. Ik vermoed dat het gebrek aan ondersteuning, de advocaten hier opbreekt.

Kortom, advocaten mogen al ruim 20 jaar reclame maken. Toch zien we nog geen “Amerikaanse toestanden”. Sterker nog, buiten het opzoeken van kranten en televisie, zien we eigenlijk helemaal niet zoveel promotie. Ik zou dolgraag meer bloggende advocaten en juristen willen zien. Welke andere redenen zouden hiervoor kunnen zijn? En zouden advocaten juist meer of minder aan marketing moeten doen?

Rogier Pieters is internet consultant en jurist. Hij is de oprichter van Pieters van der Heide*. Afbeelding: ”LouisBonaparte Holland”. Licensed under Public domain via <a href=http://commons.wikimedia.org/wiki/File:LouisBonaparte_Holland.jpg” target=”_blank”>Wikimedia Commons

Deel dit artikel

  1. Of advocaten lijden onder het gebrek aan reclame voor zichzelf in de zin van dat zij veel potentiële klanten mislopen weet ik niet. Echter meen ik wel dat een zekere terughoudendheid bijdraagt aan het aanzien van de beroepsgroep. Neemt niet weg dat ik me kan voorstellen dat het bijzonder prettig is als je van alle kantoren in jouw omgeving eenvoudig kan opzoeken of men gespecialiseerd is op een bepaald gebied en wat het uurtarief is dat men hanteert. Als je geen website hebt dan zullen geïnteresseerden waarschijnlijk vlot aan jouw deur voorbij gaan.

    • Arne, inderdaad als je geen website hebt, dan zul je veel mislopen. De meeste advocaten hebben tegenwoordig gelukkig een website. Helaas wordt er vaak niet het maximale uitgehaald. Waar het fysieke kantoor toch een bepaalde uitstraling moet hebben, wordt de website vaak overgeslagen of slecht bijgehouden. Juist omdat zoveel potentiële cliënten online zoeken naar een kantoor, is de uitstraling en functionaliteit zo belangrijk.

      Het grote voordeel van een blog (en contentmarketing in het algemeen) is dat je ook vindbaar bent bij veel andere zoekopdrachten. De meeste mensen zullen namelijk niet alleen zoeken op “advocatenkantoor + plaatsnaam” of “specialisatie + plaatsnaam”, maar ook inhoudelijk op hun juridische probleem. En zo is het een prima manier om je te onderscheiden als kantoor, zonder direct op prijs te moeten concurreren.

  2. Ik hoorde laatst op de radio een item over een club die ‘overcapaciteit’ bij Advocatenkantoren aanbiedt tegen lagere prijzen. http://www.actieadvocaat.nl

    Als ik op hun site kijk, dan lijkt dat verdacht veel op marketing 🙂 Er zijn vast advocaten die het hier niet mee eens zijn, met als argument dat de kwaliteit niet meer gegarandeerd kan worden, etc. Alle argumenten die we in alle andere branches ook al een keer gehoord hebben toen iemand ineens met internetmarketing op de proppen kwam. Zoals in iedere branche zijn er een paar gamechangers nodig om eens goed voor opschudding te zorgen, en dan kun je twee dingen doen: mee-innoveren of stoppen.

    • Voor de consument kan ActieAdvocaat interessant zijn. Het probleem met zo’n website is dat er geen openbare vergelijking is van kwaliteit. Het draait alleen maar om de prijs. Er kan er maar één de goedkoopste zijn. Dat werkt even, maar of dat op de lange termijn houdbaar is vraag ik me af.

      Je kunt internetmarketing ook prima inzetten om je te onderscheiden op kwaliteit. Bijvoorbeeld door met de website aan te tonen dat je een expert bent. Verzamel alles wat je schrijft (deel kennis), verzamel alle zaken waar je aan hebt gewerkt en voeg ervaringen van cliënten toe (social proof). Als je dit consequent doet, dan wordt de website steeds meer een reden voor cliënten om voor jou te kiezen.

  3. Mooi artikel! Ik begrijp dat je pleit voor het meer doen aan online marketing door advocaten, maar denk je niet dat het internet al redelijk vol is? Er zijn natuurlijk al specialisten (zoals Arnoud, maar ook veel advocaten die arbeidsrecht, bestuursrecht, overeenkomstenrecht, strafrecht et cetera doen) die over een specifiek onderwerp schrijven, maar er zijn ook een aantal algemene websites (denk aan Judex.nl en Wet & Recht)

    • Dank je Marco. Ik geloof dat er juist nog heel veel ruimte is op het internet. Voor online marketing in brede zin zijn er veel mogelijkheden, maar ook specifiek voor blogs.

      Vorig jaar maakte Google bekend dat er elke dag 500 miljoen nieuwe zoekopdrachten worden uitgevoerd (die daarvoor dus nog nooit waren ingevoerd). Inmiddels zal dat aantal nog veel hoger liggen. Het internet groeit en wordt steeds intensiever gebruikt.

      Juist voor de specialisten is er nog veel ruimte. Denk hierbij aan kantoren of individuele advocaten / juristen, die zich richten op een specifieke branche of specifiek onderwerp. In andere sectoren worden alle niches opgevuld, maar bij de advocatuur zie je dat (nog) nauwelijks gebeuren.

      Daarbij hoeft bloggen natuurljk niet met tekst. Waarom geen blogs die alleen gebruik maken van afbeeldingen, audio (podcasts) of video (vlogs). YouTube is de tweede zoekmachine ter wereld en groeit als kool. Daar liggen ook veel kansen om kennis te delen. Veel kantoren hebben een paar filmpjes staan op hun Youtube account, maar waarom niet wekelijks of zelfs dagelijks een korte video opnemen (zoals Arnoud dagelijks blogt).

  4. Door het internet zie je steeds meer sites komen die vergelijkingen aanbieden op basis van tarieven. Het lijkt transparant en het is een manier om beter gevonden te worden, maar at-the-end is het voor veel mensen belangrijk om een kantoor in de buurt te hebben. Ik ben het eens met de stelling dat advocatenkantoren goed gevonden moeten worden. Zo kan men zelf een goede afweging maken, net als bij Vermaat & De Boom Advocaten in Barendrecht. Deze site is ook bijvoorbeeld goed vindbaar opAdvocaat Ridderkerk.

  5. Mooi zolang advocaten reclame maken in de zin van: ‘wij zijn x en zijn al 30 jaar gespecialiseerd in familierecht’.

    Maar het lijkt me niet in het publiek belang als advocaten actief proberen nieuwe markten aan te boren: ‘70% van de relaties loopt binnen 5 jaar mis. Wacht niet tot het te laat is. Neem contact op met x, voordat uw partner dat doet.’

    Betalen per click toestaan? Geen regels?

Laat een reactie achter

Handige HTML: <a href=""> voor hyperlinks, <blockquote> om te citeren en <em> en <strong> voor italics en vet.

(verplicht)

Volg de reacties per RSS