Gastpost: Videogames na Usedsoft v. Oracle

| AE 6876 | Intellectuele rechten | 13 reacties

pacman-spelletjes-gewelddadig.pngOmdat ik met vakantie ben deze week een aantal bijdragen van vaste bezoekers. Vandaag wederom jurist Bas van der Geld over tweedehands verkoop van videogames versus het auteursrecht.

Als videogame liefhebber was ik na de uitspraak in Usedsoft v Oracle aangenaam verrast. Ik was in de veronderstelling dat net als software, nu ook videogames mochten worden doorverkocht. Anders dan bijvoorbeeld e-books en digitale muziekbestanden zijn videogames namelijk software, toch?

Nee, volgens het Hof van Justitie zijn videogames meer dan software. Videogames zijn namelijk:

complex materiaal dat niet alleen een computerprogramma bevat, maar ook grafische en geluidselementen die, hoewel zij in computertaal zijn gecodeerd, een eigen scheppende waarde hebben die niet tot deze codering kan worden beperkt.

Men zou verwachten dat de auteursrechtelijke bescherming van het computerprogramma onder de Softwarerichtlijn (Richtlijn 2009/24) valt. Dat digitale audiovisuele elementen beschermd worden op basis van de Auteursrechtrichtlijn is niet verwonderlijk. Maar hoe zit het dan met de auteursrechtelijke bescherming van de videogame in zijn geheel?

Voor zover de delen van een videogame, in casu de grafische en geluidselementen, bijdragen aan de oorspronkelijkheid van het werk, worden zij samen met het volledige werk auteursrechtelijk beschermd op grond van de bij richtlijn 2001/29 ingestelde regeling.

Bepalend zijn de audiovisuele elementen van de videogame en de mate waarin zij bijdragen aan de oorspronkelijkheid. De gehele videogame wordt beschermd op grond van de Auteursrechtrichtlijn (Richtlijn 2001/29), zelfs het computerprogramma. Juist op dit punt knelt de toepassing van het Usedsoft arrest met het doorverkopen van videogames. Terwijl het hof bepaalt heeft dat software mag worden doorverkocht op basis van de Softwarerichtlijn, bestaat er nog veel onzekerheid over de doorverkoop van zaken die onder de Auteursrechtrichtlijn vallen. Denk hierbij aan de zaak Tom Kabinet over het doorverkopen van e-books. Hoe merkwaardig ook, laat het nu net zo zijn dat videogames in het geheel onder dezelfde richtlijn vallen.

Zo bevestigde ook de Duitse rechter in een geschil tussen de Duitse consumentenbond en videogame platform Steam. In een procedure beriep de consumentenbond zich op het Usedsoft arrest om de doorverkoop van videogames op Steam mogelijk te maken. Wijzend op het unieke karakter van videogames bepaalde de rechter dat de Auteursrechtrichtlijn van toepassing was. Uitputting van het auteursrecht zoals in het Usedsoft arrest was volgens de rechter beperkt tot software onder de Softwarerichtlijn. Zodoende werd de consumentenbond in het ongelijk gesteld. Ook in een Duitse zaak over e-books en digitale muziekbestanden werd uitdrukkelijk gewezen op het onderscheid tussen beide richtlijnen.

Met spanning wacht ik momenteel de bodemprocedure in de zaak Tom Kabinet af. Ik hoop dat in deze zaak de reikwijdte van het Usedsoft arrest eindelijk duidelijk wordt. In tegenstelling tot de Duitse rechter, die simpelweg de werking van Usedsoft op de Auteursrechtrichtlijn afwees, realiseerde de Nederlandse voorzieningenrechter dat:

op dit moment niet met zekerheid kan worden gezegd wat de reikwijdte van het UsedSoft arrest is en of de betekenis van dit arrest zich ook uitstrekt tot de handel in e-books.

Daarbij, het:

Voor de hand ligt dat, zoals Tom Kabinet ook heeft betoogd en in een op onderdelen vergelijkbare bodemprocedure voor de rechtbank te Den Haag mogelijk zal geschieden, hierover in een bodemprocedure prejudiciële vragen worden gesteld.

Tot het HvJ zich uitlaat over de toepassing van Usedsoft op andere zaken dan software, bestaat er onzekerheid over het doorverkopen van videogames. Toch heb ik na het Usedsoft arrest wel een omslag geconstateerd in de benadering van videogame ontwikkelaars/platforms ten opzichte van digitale “eigendom”. Zo stelde Blizzard, tot een aantal maanden geleden, spelers in staat virtuele goederen (of ja licenties) voor echt geld te verhandelen. Daarnaast biedt het zojuist besproken Steam sinds kort de mogelijkheid om via haar online platform videogames uit te lenen. Een handeling die voorheen alleen in traditionele eigendomsverhoudingen denkbaar was.

Met de woorden van Neelie Kroes, vice-president van de Commissie (Digital Agenda), zou ik graag afsluiten:

the legal framework needs to take account of the needs of society. Users’ interest and expectations matter alongside creators’ rights. Rules cannot be impractical, uncertain, or unreasonable for ordinary users.

Bas van der Geld is recent afgestudeerd in de master Nederlands recht aan de Universiteit Maastricht. Hij is gefascineerd door intellectueel eigendom en IT, zowel op juridisch als technisch vlak. Met een achtergrond in Europees recht, houdt hij de Europese ontwikkelingen in deze rechtsgebieden nauwkeurig in de gaten. Bijzondere aandacht gaat daarbij uit naar ontwikkelingen op het gebied van videogames.

Deel dit artikel

  1. Ik vrees dat het recht om software of Games door te verkopen een wassen neus zal blijken.

    Steam games zijn gekoppeld aan je account, tenzij de maker het explicit toestaat kan je het niet overdragen naar een nieuw account. Het recht iets door te verkopen heeft dan geen enkele waarde zonder een plicht van de leverancier om hier aan mee te werken.

    Zelfs single player spellen op DVD vereisen tegenwoordig online activeren met een eenmalige code. Je kan het wel doorverkopen, maar de code wordt simpelweg geweigerd en je kan er niets meer mee. Hoe lang voor dit voor alle software geldt?

    Tot die tijd moet je eigenlijk voor ieder spel dat je bij een dienst als Steam koopt een apart Steam account aanmaken. Je verkoopt dan (tegen de voorwaarden van Steam!) gewoon een account door met een enkel spel erop. En de koper kan hopen dat Steam er nooit achter komt, want dan wordt het account geblokkeerd. Vanuit dat oogpunt is het dan ook handig om zoveel mogelijk offline te kopen of online met gift cards te werken. Dan kan met nooit per ongeluk in de fout gaan.

    • Het hangt er van af wat Brussel (de EU) gaat besluiten… Als het de EUropese wet wordt dat software, e-books en gekochte downloads doorverkocht mogen worden, dan zullen een heleboel uitgevers eieren voor hun geld kiezen; de EU-markt is te groot om links te laten liggen. Zoals de zaken nu liggen (Usedsoft, Tom Kabinet) ziet het er naar uit dat jurisprudentie zal bepalen dat doorverkopen mag. Het voordeel van wettelijke steun is dat het makkelijker wordt om actieve medewerking van uitgevers af te dwingen.

  2. Nu ligt het misschien aan mij, maar valt software met een unieke ‘skin’ buiten de standaard UI toolkit van het besturingssysteem (denk hier bijvoorbeeld aan Winamp) dan niet ook gewoon onder dezelfde wetgeving als videogames? Er is immers een uniek, creatief en zeer duidelijk aanwezig grafisch element. Waar ligt de grens?

      • Bij Winamp is het in zekere zin een apart werk, maar:

        1. Hij is meegeleverd met Winamp, en
        2. Zonder skin kun je Winamp niet gebruiken (naar mijn weten hebben de nieuwere versies geen ‘skinloze’ modus meer), en
        3. De meeste software die dergelijke ‘skins’ gebruikt heeft dit niet als een apart meegeleverd onderdeel, maar als een integraal deel van de software zelf.
        • Het “meeleveren” is geen argument. Ik kan een touwtje om drie boeken binden en de bundel verkopen; maar de drie boeken blijven zelfstandige werken. De juridische vragen zijn: “Zit er creativiteit in het werk?” en “Is de creatieve activiteit van anderen verwerkt in het werk?” De eerste vraag bepaalt of iets auteursrechtelijk beschermd kan zijn; bij de tweede vraag gaat het om origineel or afgeleid werk.

          Ik neem even aan dat een skin een creatief werk is; maar ik betoog dat het (auteursrechtelijk) geen afgeleid werk is van het programma. De interface tussen skin en programma is puur functioneel, je vindt de creativiteit van de functionele programmeurs niet terug in een losse skin.

  3. Ik ben er een beetje allergisch voor als wetten onderscheid maken tussen twee dingen waartussen in werkelijkheid geen scherpe grens te trekken valt. Waar houdt iets op om een computerprogramma te zijn dat instructies bevat voor het tekenen op een beeldscherm, en begint het een afbeelding te worden? Is een XPM-bestand een afbeelding of een computerprogramma?

    Wetten zouden een formeel vastgelegde weergave van morele principes moeten zijn. Is er een moreel verschil tussen het auteursrecht op afbeeldingen en het auteursrecht op software, en valt op basis daarvan af te leiden waar de grens tussen beide zou moeten liggen?

Laat een reactie achter

Handige HTML: <a href=""> voor hyperlinks, <blockquote> om te citeren en <em> en <strong> voor italics en vet.

(verplicht)

Volg de reacties per RSS