Wat gaan we in het mededingingsrecht doen met de internetplatforms?

| AE 11662 | Regulering | 7 reacties

De laatste maanden zeker, maar misschien al de laatste paar jaar proef ik steeds meer politieke wil om de grote internetplatforms te reguleren. Die zijn te groot, te eigenzinnig en te onbereikbaar voor ‘gewone’ juridische maatregelen. Dat verrast wel een beetje na vele jaren waarin die platforms alles mochten zonder enige begrenzing, maar misschien gaat zoiets met grote golfbewegingen. Het instrument dat dan nu aan komt golven is het mededingingsrecht: het recht dat de markt beschermt tegen misbruik en machtsposities. Al te grote bedrijven kunnen worden opgesplitst, partijen die hun macht (dominante positie) misbruiken kunnen daar grof voor worden beboet of anders gestraft, en ga zo maar door. Maar wat doen we met die platforms?

Het grote probleem is volgens mij dat platforms niet echt voldoen aan de klassieke definitie van een monopolist of almachtige partij. Het gaat in het mededingingsrecht niet om monopolies maar om dominante posities in de markt namelijk, je kunt dus prima worden aangesproken terwijl er toch echt concurrenten zijn. Dat is niet nieuw door internet, al meer dan 100 jaar kennen we bedrijven die machtig zijn en daar graag misbruik van maken door bijvoorbeeld prijzen op te drijven, mensen dwingen ongerelateerde andere producten of diensten af te nemen of door de concurrent van de markt te pesten.

Nieuw is volgens mij wel de schaal waarop dit gebeurt. Ik ken geen enkel historisch voorbeeld dat zo groot en invloedrijk was als Facebook, Google en consorten. En tegelijkertijd doet zich hier de rare situatie voor dat die bedrijven eigenlijk een stuk makkelijker te mijden zijn dan de klassieke monopolisten. Een andere zoekmachine is maar één klik verwijderd, een stuk makkelijker dan dat je naar een ander dorp moet voor een alternatieve supermarkt, om eens wat te noemen.

Dat komt door het netwerkeffect, heet het dan. Een partij als Facebook is zo waardevol omdat iedereen er zit. Je kunt wel weg, maar je klanten of leveranciers zitten er nog dus daarom wil je niet weg. En niemand wil weg, om die reden. Dus gaat niemand weg, en dus kan Facebook alles maken. Dat is wel echt iets nieuws. Maar er zit meer achter.

Een van de lastige discussies hierbij blijf ik vinden wat “de markt” nu precies is. Neem Apple. We vinden dat die best wel agressief is in bijvoorbeeld de iTunes Store: 30% van je omzet inleveren aan iemand die “alleen maar” de appstore heeft? Is dat nu iets waar het mededingingsrecht wat van moet vinden? Misschien, als Apple de smartphonebesturingssysteemmarkt in handen heeft. Maar algemeen bekend is dat Android op veel meer telefoons staat dan Apple, dus kennelijk is Apple een kleine. Of moet je kijken naar de high end smartphones, zeg maar de Iphone en misschien een dikke Samsung? Dan is Apple natuurlijk mega-machtig in die niche, maar is dat wel een terechte definitie van de markt?

Ook de ‘echte’ platforms zijn nogal verschillend. Ik las deze analyse over de verschillende types platforms en de juridische duiding van hun positie. Hierin de interessante stelling dat platforms zoals Apple eigenlijk heel welkom zijn, omdat ze nieuwe markten creëren en daarmee echt waarde toevoegen.

Thompson says that platforms are important to society: “they create the possibility for products that never existed previously, and are the foundation for huge amounts of innovation” so there should “be more and larger platforms, not fewer and smaller.” But platforms can be abusive, so “regulators should simultaneously encourage the formation of new platforms while ensuring those platforms do not abuse their position.”

De regels zouden vooral moeten voorkomen dat platforms hun eigen producten voorrang geven of zonder enige reden extra geld gaan vragen. Maar de aandacht van regulators zou vooral uit moeten gaan naar een ander soort platforms: de aggregators, die bestaande content of diensten bundelen om zo hun bezoekers een “extra gebruikservaring” te bieden. Deze partijen zijn vooral bezig met de gebruikers bij elkaar houden en die dienstverleners te dwingen tot speciale privileges. Dat is veel ernstiger, is dan het idee.

But for Thompson, aggregators are much more suspect because “the incentives are warped from the beginning” — they incentivize third parties to make themselves attractive to the aggregator, not users (think of search-engine optimization).

Dit onderscheid had ik nog niet eerder gezien. Ik zie er wel wat in, hoewel ik ook genoeg aggegrators ken die wat mij betreft wél waarde toevoegen.

Welke uitwas van de grote internetbedrijven moet wat jullie betreft mededingingsrechtelijk worden aangepakt?

Arnoud

Deel dit artikel

    • Mooie omschrijving van Apple’s USPs 🙂

      Wat ik vooral merk bij mijn Apple gebruikende vrienden is dat ze veel gekochte apps hebben en niet bij Apple weg gaan, omdat ze dan alle apps opnieuw moeten kopen en voor sommigen alternatieven moeten zoeken. Vervolgens verdedigen ze Apple hand en tand. Grappig genoeg soms met ‘voordelen’ die vroeger als nadelen van Android genoemd werden. Wat al aangeeft dat het geen rationele beslissing is.

      Hoe dan ook is dit een probleem waar m.i. het mededingensrecht op aangepast moet worden. Door digitale technieken is het mogelijk om een vendor lock-in te krijgen door gedane investeringen. Je hoeft dus niet meer een monopolie te hebben om monopolistisch gedrag ten toon te spreiden.

      Als jij voor honderden (en ik ken één persoon waar het bijan over duizend euro gaat) in apps voor een platform hebt gestoken, dan stap je niet even over als die fabrikant eenzijdig de voorwaarden wijzigt en ongunstiger maakt. Als maker van die apps zeg je niet zomaar ik stop met iPhones, want daar zit jouw klanten bestand. Dus als Apple van die 30% bijvoorbeeld 40% wil maken dan ben je boos en draag je dat af. Of je bent je markt kwijt en kan je de tent wel sluiten.

      Zelfde met de PS3, ik had daar linux op staan en veel spellen. Ik was pissig toen de linux optie werd verwijderd, maar ik had geen keuze want door DRM kon ik anders geen van mijn spellen meer spelen.

      De overheid heeft met het verbod DRM te omzeilen de mogelijkheid voor fabrikanten geschapen om heel veel extra niet auteursrechtelijk beschermde zaken ook exclusief te maken om zo op vendor lock in gebaseerde ‘mini monopolies’ technisch af te dwingen.

      Laat de wetgever zijn troep ook maar opruimen.

  1. Wat mij opvalt is dat heel veel van deze platforms begonnen zijn op een of twee gebieden en daar later steeds meer en meer aan toegevoegd hebben; voor een aanzienlijk deel ook door overnames. Google is begonnen met zoekmachine en advertenties en heeft daar later veel aan toegevoegd (email, zelfrijdende auto’s, enz. enz.) Facebook is begonnen met haar website en heeft onder andere WhatsApp overgenomen; Microsoft heeft Skype en Nokia opgekocht.

    Er zou wat mij betreft veel meer variatie in de markt zijn als de grote platforms niet zomaar marktaandelen kunnen opkopen met bedrijfsovernames.

  2. Zoals ik er naar kijk is het mededingingsrecht wel belangrijk maar niet goed toegerust op de platforms zoals Google en Facebook. Er zijn een aantal problemen: feitelijk kan het alleen in internationaal verband gedaan worden; er is een grote technische component die competitie kan tegengaan (voor competitie moet het ontwerp anders, ook wil je innovatie makkelijk houden); (in relatie tot de VS) is het probleem dat “leveranciers” benadeeld worden (Apple app store, Amazon Kindle store, …). De aanbieders van content hebben geen (of geen effectieve) keuze van platform/verkoopkanaal.

  3. De verbindende factor tussen alle platformen of aggregators is vindbaarheid. De zoekfunctionaliteit is datgene dat ze hun bijzondere kracht geeft. Met Google vind je web-pagina’s, met Facebook “vrienden”, Linked-in collega’s en Amazon spullen om te kopen. Het zijn, in de kern, allemaal zoekmachines. Hierop rust een soort van natuurlijk monopolie, want de kwaliteit van zoekmachines wordt bepaald door wat ze kunnen aanbieden, en het opbouwen van een concurrerende zoekmachine bied weinig voordelen tegen een gigantische investering — en dat moet je mensen nog overkrijgen…

    Waar het misgaat is dat de zoekmachines zelf, met een enorme bulk aan data in allerlei branches de krenten uit de pap kunnen pikken. Ziet Amazon dat een winkeltje een succesvol product heeft, dan kunnen ze dat zelf overnemen, doordat ze alle gedetailleerde kennis van verkoopcijfers en marktinteresse hebben. De oplossing hier lijkt mij dat we een functionele verzuiling in de markt aanbrengen — je bent of een platform met zoekmachine, of een producent/leverancier van producten, maar niet allebei. Iets vergelijkbaars zag je vroeger met de scheiding van de markten voor banken en verzekeraars.

    Op termijn zie ik het liefst een tegengestelde trend: niet alles in de cloud en op platforms, maar juist decentraal hosten. Mijn ideaalbeeld van in elke meterkast een privé servertje, waarop jij je informatie deelt met vrienden — ondersteund door een reeks standaard protocollen, die, mits opgesteld, gebruikt kunnen worden door de zoekmachines om jouw informatie te aggregeren en vindbaar te maken als jij dat wilt, maar met de brongegevens veilig op je eigen server (die desnoods virtueel gehost kan zijn, of, met de opkomst van 5G netwerken zelfs in je telefoon kan draaien.). Een eerste stap hier zou zijn het vastleggen van protocollen waarmee data-portabiliteit mogelijk word — iets dat de AVG in principe al beoogd.

Laat een reactie achter

Handige HTML: <a href=""> voor hyperlinks, <blockquote> om te citeren en <em> en <strong> voor italics en vet.

(verplicht)

Volg de reacties per RSS