Naar wie mag je een ontvangen e-mail doorsturen?

e-mail-email-brief-post-envelopMet enige regelmaat krijg ik vragen van mensen die een mail door willen sturen, door hebben gestuurd of van wie de mail is doorgestuurd terwijl niet iedereen daar blij van is. Dus: wanneer en naar wie mag dat nou, een mail doorsturen?

Met toestemming mag het natuurlijk. Die toestemming hoeft niet expliciet genoemd te zijn. Als de mail duidelijk ook bedoeld is voor Wim, dan mag de ontvanger de mail doorsturen naar Wim. Denk aan een vergeten geadresseerde, of een vraag of je Wim even bijpraat. Of wanneer het logisch is: als ik een drukproef krijg die er goed uitziet, mag ik de mail van de ontwerpster doorsturen naar de drukker zodat die aan de slag kan.

Een e-mailbericht zal al snel onder het auteursrecht vallen. Daarvoor is niet veel creativiteit nodig; een mail met meer dan “ik zie je morgen” of iets dergelijks triviaals is al beschermd. Op grond van het auteursrecht mag je mail dus niet zomaar doorsturen. Ook niet een deel bij wijze van citaat: citeren mag alleen als het werk gepubliceerd is, en daarvan is geen sprake bij e-mail. (Tenzij het naar een openbare mailinglijst gaat of zo natuurlijk.)

Het briefgeheim wordt ook vaak als argument gehanteerd, maar a) dat geldt niet voor mail en b) de strafwetbepalingen omtrent wederrechtelijke toegang tot mailboxen zijn niet van toepassing op de ontvanger van een mail. Het is ook geen schending van het briefgeheim om een ontvangen papieren brief naar een derde door te sturen.

De privacy kan ook nog een rol spelen, afhankelijk van de inhoud van de mail. Een privémailbericht zal naar zijn aard privégegevens van de afzender (of een derde) bevatten, en die doorsturen kan dan een verwerking van persoonsgegevens opleveren. En dat mag alleen met toestemming, of bij een dringende noodzaak die zwaarder weegt dan de privacy van de betrokken persoon. Maar bij een zakelijk bericht (bv. een offerte) zou ik dit geen sterk argument vinden. altijd,

Het enige echte excuus dat ik kan bedenken om zonder toestemming een privémailbericht door te sturen, zou zijn als de inhoud zó belangrijk is dat het belang voor de derde-ontvanger om het te weten, zwaarder moet wegen dan het auteursrecht en de privacy van de afzender. Juridisch beroep je je dan op de vrijheid van meningsuiting, die vereist dat deze informatie met derden wordt gedeeld en waarbij dat vereiste zo ernstig is dat je de rechten van de afzender mag negeren. Dat is geen eenvoudige bewijslast.

In de praktijk gaat dat natuurlijk meestal goed, maar je wilt niet weten hoe veel vragen ik krijg over doorzendingen van mails waar de afzender niet blij van werd. Men beklaagde zich bij een collega en ziet de mail bij de baas eindigen; men riep wat tegen de voorzitter van de vereniging en die cc’t het gehele bestuur in zijn reply; men dacht een goede vriend bij te praten en die forwardt het bericht met “haha wat een mafkees” naar 300 vrienden en bekenden. Ik weet alleen niet of deze blog daarbij gaat helpen. Want heeft het nut om juridisch te gaan doen als mensen bereid zijn de mores rond e-mail te negeren?

Arnoud

Gemeente mag binnenkort mobiele camera’s en drones inzetten voor toezicht

dome-camera.jpgDe Tweede Kamer heeft een wetsvoorstel van Minister Opstelten aangenomen waardoor een gemeente voortaan zelfstandig kan bepalen of er mobiele camera’s, waaronder drones, ingezet mogen worden. Dat meldde Security.nl onlangs. Het toezicht moet wel proportioneel zijn want “in het algemeen kan worden gesteld dat -vanwege de ruimere mogelijkheden en de inherente privacygevaren- de inzet van rijdende en vliegende camera’s als een zwaarder middel kan worden aangemerkt dan de inzet van statisch opgestelde camera’s.” Eh ja, juist.

Gemeentes mogen opsporingsmiddelen zoals camera’s alleen inzetten als daar een wettelijke bevoegdheid voor is. Dit omdat camera’s raken aan de privacy van de burger, en de overheid mag die alleen schenden als dat wettelijk geregeld is (én de schending gerechtvaardigd en proportioneel is voor het doel). De huidige wet (art. 151c Gemeentewet) bepaalt dat gemeentes cameratoezicht mogen hanteren, maar alleen “aangebrachte” camera’s, oftewel camera’s die ergens hangen en vaste plekken filmen.

Het wetsvoorstel van Ivo “Drone” Opstelten verruimt dit: de eis dat de camera “vast” moet zijn, wordt geschrapt. Daarmee zijn tijdelijk opgehangen camera’s toegestaan als middel ter observatie van de burger, maar ook volledig losse camera’s zoals een agent met helmcam of een drone die over de gemeente vliegt.

De procedure wordt dat de burgemeester (na toestemming hiervoor van de gemeenteraad) een gebied aanwijst waarbinnen camera’s mogen worden ingezet. Dit is simpeler dan hoe het nu is: nu moet in het besluit worden vastgelegd wáár de vaste camera’s komen te hangen. Dat is voor vaste camera’s logisch maar bij mobiele camera’s werkt dat natuurlijk niet. De eis van borden die het gebied markeren (“Let op: mobiel cameratoezicht”) blijft wel gehandhaafd. Ook mogen nog steeds alleen getrainde politieagenten de camera’s uitkijken.

Cameratoezicht blijft een lastig onderwerp. Je ziet dat ook terug in de stukken bij dit wetsvoorstel: onduidelijk is of het werkt, maar ook onduidelijk is of het niet werkt. En aangezien er toch behoefte aan is, en de burger er niet al te moeilijk over doet, moeten we het dan toch maar doen in het kader van criminaliteitsbestrijding. En dan krijg je dit soort zinnen:

De inzet van cameratoezicht in de publieke ruimte en het vastleggen van de beelden in het belang van de handhaving van de openbare orde draagt bij aan de veiligheid in de publieke ruimte en bevordert het zichtbaar maken van overlast, geweld en criminaliteit waardoor een effectievere bestrijding mogelijk wordt.

Maar waar dat op gebaseerd is?

Arnoud

Mag je discussies over de Hackintosh toestaan?

osx-op-pc-hackintosh-eulaEen lezer vroeg me:

Op ons computerforum worden wel eens discussies gestart over de Hackintosh, een project om het Mac-besturingssysteem op een PC of laptop draaiende te krijgen. Wij halen die discussies snel weg, omdat dit immers niet mag van Apple. Maar we krijgen daar steeds vaker bezwaren over van gebruikers. Hoe zit het nu, mogen wij deze discussies toelaten of zijn wij dan aansprakelijk jegens Apple?

De Hackintosh is een project waarmee mensen hun (legaal gekochte) MacOS-X besturingssysteem op andere computers draaiende proberen te krijgen. Technisch een aardige uitdaging, maar juridisch ook niet eenvoudig: de Apple-licenties op hun besturingssystemen is duidelijk beperkt tot “Apple-branded hardware”. En een laptop zoals op de foto rechtsboven is dat niet. Dus dat mag niet.

Zou je denken, want in Europa hebben we auteursrechtelijke uitputting, ook bij gedownloade software. Die mag je doorverkopen, ook als de licentie dat verbiedt. En als je die bepaling mag schenden, waarom dan niet de bepaling “alleen op Apple-branded hardware”?

Los daarvan: dat gebruikers mogelijk hun EULA schenden, betekent nog niet dat een forum de wet schendt door discussies daarover toe te laten. Het is in Nederland niet verboden om willens en wetens contractbreuk toe te laten, hoe gek dat misschien ook klinkt. Ook niet als je ervan profiteert. Dat weten we van vele rechtszaken over winkels die dankzij grijze inkoop (van een groothandel die zijn distributiecontract schendt) goedkoop merkproducten kunnen verkopen. Dat is legaal. Pas bij bijzondere omstandigheden, zoals het opzettelijk uitlokken of het verstoren van de verkooporganisatie, kan het tegen de wet zijn om dit te laten gebeuren.

Dat zie ik zo even niet bij forumdiscussies door legale verkrijgers van de Apple-software. Misschien als een bedrijf grootschalig MacOS op pc’s gaat verkopen?

Arnoud

Politie pakt Nederlander met bitcoinmining-farm wegens witwassen

bitcoin-cc-by-sa-flickr-zach-copleyDe Nederlandse politie heeft dinsdag een man uit Tilburg opgepakt omdat hij illegaal stroom aftapte voor zijn systemen waarmee hij bitcoins aan het minen was, meldde Tweakers gisteren. Nu is illegaal stroom aftappen strafbaar als diefstal, maar het OM neemt hier het verrassende standpunt in dat meneer hiermee schuldig is aan witwassen. Alleen wát wordt er dan witgewassen?

Bij het misdrijf witwassen (art. 420bis Strafrecht) probeer je de werkelijke aard, de herkomst of vindplaats van een goed (fysieke spullen, maar ook vermogensrechten, en dus ook digitaal geld) te verhullen terwijl je weet dat dat goed afkomstig is uit een misdrijf. Of dat je dat had moeten weten, 420quater.

Wie een vaas steelt en deze probeert te verkopen met een verhaal dat hij deze in de achtertuin opgegraven heeft, is die vaas (en de daarbij behorende opbrengst) aan het witwassen. Ook als je met je crimineel geld naar het casino gaat, de helft op rood en de helft op wit zet en met het resultaat als “winst uit kansspel” probeert weg te komen, pleeg je witwassen. En idem als je een wasserette begint en aan het eind van de maand een zak contant geld in de kas stort als zogenaamd betaald door wassende klanten (de etymologie van witwassen).

Bitcoin is in principe geschikt om vuil geld (door misdrijf verkregen geld) mee wit te wassen. Koop op een louche exchange bitcoins, en ga daar vrolijk mee handelen. Ook kun je misdrijven plegen waarbij je je slachtoffer bitcoins aftroggeld – als losgeld voor hun digitale data bijvoorbeeld, wat nu populair is bij ransomware. Dat is vrijwel automatisch witgewassen, want het is onmogelijk te zien door welke transactie de bitcoins zijn verkregen. Dat geldt ook voor contant geld maar het is veel gemakkelijker bitcoins uit te geven dan niet-triviale hoeveelheden contant geld.

Hier werden echter geen bitcoins gestolen of gebruikt als transactiemiddel in een criminele transactie. Deze Tilburgse man hield zich bezig met het delven (minen) van de digitale valuta, met het scheppen van nieuwe bitcoins. Dat is een dure grap qua elektriciteit, dus dat verklaart waarom hij die heeft gestolen. Maar om dan te zeggen dat daarmee de aldus verkregen bitcoins “afkomstig zijn uit enig misdrijf”?

Theoretisch klopt het: de bitcoins zijn gemáákt middels rekenen aangedreven door de illegale stroom. Een illegale grondstof in je bouwsel stoppen is een vorm van witwassen (gestolen potgrond in je tuin gooien). Maar het voelt wel érg gek. Ik ben héél benieuwd wat de rechter hiervan gaat zeggen.

Arnoud

Mogen Google en Microsoft bij hen gehoste mailboxen doorzoeken?

zoeken-harde-schijf.jpgEen lezer vroeg me:

Enige dagen geleden bleek Microsoft de hotmailaccount van een medewerker te hebben doorzocht omdat vermoed werd dat deze persoon betrokken was bij het lekken van bedrijfsgeheimen. Microsoft verdedigt zich met het argument dat zij deze mail van betrokken persoon wel mocht doorzoeken, omdat er geen gerechtelijke bevel voor nodig was. Apple en Google claimen nu het zelfde omdat de gebruiker de gebruiksvoorwaarden heeft geaccepteerd. Maar mag dit zomaar? Is dit niet in strijd met het briefgeheim?

Strijdig met het briefgeheim is dit niet, want het briefgeheim geldt helaas nog steeds niet voor elektronische communicatie. Al sinds 2000 zijn er plannen dit te veranderen, maar kunnen datagraaien is voor opsporingsdiensten zo’n zware wens dat het elke keer op stevige bezwaren uit die hoek stuit. Plus, de Grondwet zou moeten worden aangepast en dat is een hele procedure.

Microsoft beroept zich vooral op het feit dat de servers bij haar staan. En als eigenaar van een server mag je nu eenmaal in serieuze gevallen kijken welke data erop staat. Bij wijze van analogie: de verhuurder van een garagebox mag deze ook openmaken als hij een brandlucht ruikt, of klachten krijgt dat er xtc wordt gedeald vanuit die box.

Daarbij komt dat in de voorwaarden van Hotmail staat dat Microsoft in een mailbox mag kijken “[to] protect the rights or property of Microsoft or our customers, including the enforcement of our agreements or policies governing your use of the Service;”. Ik las dat zelf altijd als “als je mailbox overlast veroorzaakt dan mogen we daarin kijken”, bv. bij mailbommen of virussen, maar Microsoft leest het nu als “als onze rechten als bedrijf in gevaar komen dan mogen we kijken”. Er staat immers “including” oftewel “onder meer als”. (De voorwaarden van Apple en Google bevatten vergelijkbare clausules.)

Nu is het natuurlijk makkelijk zulke dingen op te schrijven, maar of het dan meteen rechtsgeldig is, blijft een goede vraag. Algemene voorwaarden mogen niet onredelijk bezwarend zijn, en dat betekent onder meer dat er een belangenafweging moet plaatsvinden tussen het belang van de provider om in de mailbox te mogen en het belang van de gebruiker bij zijn digitale privacy. Want hoewel je geen briefgeheim hebt online, heb je wél recht op privacy.

Het belang “uw mailbox is gecorrumpeerd waardoor onze systemen niet meer werken” lijkt me bijvoorbeeld wel goed genoeg om even iemands privacy te mogen schenden en zijn mailbox te repareren. Zeker als de systeembeheerder dan vertrouwelijkheid bewaart over wat hij ziet in die mailbox. Het belang “uw gezicht staat ons niet aan” is bij lange na niet groot genoeg.

Het bedrijfsbelang van Microsoft om haar geheimen te beschermen tegen een potentiële dief? Da’s een lastiger. Ik zeg niet meteen nee maar het riekt wel erg naar eigenrichting. Aan de andere kant, dat mag die garagebox-eigenaar ook als hij zelf een reële inschatting maakt dat er iets illegaals gebeurt in zijn box. En waarom hij wel maar de mailserver-eigenaar niet?

Arnoud

Attentie: 1-aprilgrappen op bedrijfssites zijn een oneerlijke handelspraktijk

1-april-grap-fool-jokeJa, 1 april is een lange traditie in Nederland en ik heb ook regelmatig grappen neergezet hier. Heel leuk allemaal, maar het mag niet. De wetgeving omtrent oneerlijke handelspraktijken verbiedt dit eenvoudigweg. Dat lijkt gek, want juist als het een traditie is zou je zeggen dat de wet daar rekening mee houdt. Maar ja, het gaat om Europese wetgeving en 1-aprilgrappen zijn niet echt een Europese traditie. Bovendien heeft de Europese Commissie weinig gevoel voor humor.

De wet oneerlijke handelspraktijken (geïmplementeerd in artikelen 193a t/m 196 van Boek 6 BW) is strenge wetgeving ter bescherming van consumenten. Doel is te voorkomen dat bijdehante ondernemers de argeloze consument (zoals gedefinieerd in het Gruber-arrest: een persoon met zwakke rechtspositie en gebrekkige juridische kennis, in vergelijking met de bedrijfsmatig handelende wederpartij) misleiden of met valse voorwendselen overhalen. En dat hoeft helemaal geen oplichterij (art. 326c Sr) te zijn: de outlet bij mij om de hoek met “OPHEFmakende UITVERKOOP” schendt de wet, dit wekt valselijk de indruk dat sprake is van een ophefFINGS-uitverkoop en dat mag niet (art. 6:193g onder o BW, zwarte lijst).

Een bekende grap is melden dat men zogenaamd gekocht is of samen gaat met een ander bedrijf. Dit is misleidend, zeker bij een beursgenoteerd bedrijf. Het kan beleggers misleiden die daardoor gaan kopen of verkopen, en beursmanipulatie (wat dit is) is gewoon strafbaar (art. 5:58 lid 1 Wft). “Het was maar een grapje” levert je niet veel sympathie op bij de strafrechter. Zie ook dit vonnis waarin het verweer “dat was ook de grap” (achterin, 2.3.2) bij een beursmanipulatie niet hielp; boete € 384.000. Daarnaast wordt in zo’n bericht vaak valselijk andermans merknaam gebruikt (art. 6:194a sub 2 onder h BW).

Ook worden op 1 april vele nieuwe producten gelanceerd, die dan bij nader inzien een grap blijken te zijn. Heineken had bijvoorbeeld ooit de bierpad, waarmee je zogenaamd bier met je Senseo kon zetten. Zeer serieus gebracht, en daarmee ontstaat bij de consument de indruk dat dit product werkelijk te koop is. Men kan dan afzien van een ‘gewone’ Senseo of biertap aan te schaffen, en daarmee wordt de concurrent geschaad. Zeker nu er valselijk de indruk werd gewekt dat Heineken samenwerkte met Philips (art. 6:194 sub j BW) en er werd ingehaakt op de bekende naam van Senseo® (art. 6:194a sub 2 onder h BW).

Een vergelijkbaar verhaal geldt de autoruit op sterkte van SpecSavers vorig jaar. De consument wordt hier vals geïnformeerd over de aard, samenstelling, hoeveelheid, hoedanigheid, eigenschappen of gebruiksmogelijkheden van het product (art. 6:194 sub a BW). Bovendien werden mensen daar verlokt hun naam en e-mailadres achter te laten, zonder dat de onder de Wbp verplichte privacyverklaring en goedgekeurde doelbinding aanwezig was (art. 8 Wbp). De privacywetgeving heeft, hoe gek dat ook klinkt, geen gevoel voor humor.

Ook de “onbeperkte mailopslag bij Gmail“-actie op 1 april wekte veel verwarring: was dit nu een grap of niet? Nee, maar de lancering op die dag gaf zo veel buzz en discussie dat het wel duidelijk is dat consumenten niet goed kunnen inschatten wanneer iets nu werkelijk een grap is en wanneer niet. En het is precies die gemiddeld oplettende geïnformeerde consument die de Wet oneerlijke handelspraktijken probeert te beschermen.

Daarbij komt dat een 1-aprilgrap zelden expliciet zal melden dat het gaat om een grap. Maar consumentenwetgeving is streng: iedere handelspraktijk waarbij essentiële informatie wordt weggelaten welke de gemiddelde consument nodig heeft om een geïnformeerd besluit over een transactie te nemen, is eenvoudigweg verboden. En het feit dat een actie een grap is, is vrij essentieel om deze als zodanig te kunnen herkennen.

Dus nee. Als bedrijf een 1-aprilgrap maken mag niet, als daardoor consumenten in verwarring kunnen worden gebracht. De enige manier om daar omheen te komen, is óf de grap duidelijk voorzien van een disclaimer (“Let op: 1 april!”) óf de KVK-inschrijving tijdelijk uitbreiden met cabaret of amusement.

Business-to-business 1-aprilgrappen zijn dus wel toegestaan, tenzij je zou betogen dat de zakelijke klant aanspraak kan maken op reflexwerking. Daarover is het laatste woord nog niet gezegd, maar zoals bekend hebben juristen weinig gevoel voor humor dus ik acht de kans reëel dat we hier wel een kort geding of twee over gaan zien.

Arnoud

Moet je aangifte doen over je bitcoinbezit?

bitcoin-cc-by-sa-flickr-zach-copleyDe Amerikaanse Internal Revenue Service (IRS) heeft geoordeeld dat bitcoins in de VS geen valuta, maar bezit zijn, meldde Nu.nl. Hierdoor zullen Amerikanen de waarde van de munt in dollars (op de datum waarop de bitcoins zijn ontvangen) moeten aangeven. Bij ons is vandaag de laatste dag (tenzij je uitstel hebt aangevraagd) om je belastingaangifte te kunnen doen, dus: hoe zit dat bij ons?

De cryptografische munt Bitcoin is juridisch moeilijk in een hokje te duwen, omdat zo ongeveer alles anders werkt dan bij traditionele munten. Formeel is Bitcoin geen ‘geld’: de Richtlijn elektronisch geld eist daarvoor dat er een vordering op de uitgever tegenover staat en dat het geld is geruild voor ander, ontvangen geld. Een prepaid kaart opladen levert dus wél elektronisch geld op, maar bitcoin niet want er is niet echt een uitgever. Ook is de verandering in waarde een lastige factor hierbij.

In 2013 beantwoordde de minister Kamervragen over Bitcoin. Hierin bevestigde hij allereerst dat Bitcoin inderdaad geen geld is (en ook elders niet onder de Wet financieel toezicht valt). Ook valt het niet onder de definitie van “financieel product”, waar onder meer betaalrekeningen, kredieten en verzekeringen onder vallen. In theorie kan het eronder geplaatst worden, want de minister kan bij AMvB bepalen dat andere producten “financieel” zijn.

Wie vermogen of winst verkrijgt met Bitcoins, moet daar wel gewoon aangifte over doen in box 3. Dat geldt immers altijd, ongeacht of je winst of inkomen nu onder de Wft als ‘geld’ telt. Er ontstaat alleen een praktisch probleem als het niet in Euro’s is: wat zijn die Bitcoins nu waard en hoe reken je dat om naar Euro’s? Dit heb je natuurlijk ook met andere valuta. Bij buitenlandse valuta publiceert de Belastingdienst dan ook koerslijsten waarop ik bijvoorbeeld zie dat mijn dollarvermogen (januari 2014) volgens de belastingdienst tegen €0,72732562 per dollar in box 3 moet.

In een Besluit uit 2008 wordt voor lokale valuta (zoals de noppes) bepaald dat je de koers moet nemen van de organisatie. En als mensen zowel geld als noppes als prijs noemen, dan is dat geld de waarde van de noppes. Wie dus zegt “1 BTC of €350”, erkent dat zijn bitcoins €350 het stuk waard zijn – mits dat een reële prijs is. Bij Bitcoin is er geen centrale organisatie, maar wellicht dat daar sites als Bitcoinaverage een objectieve basis kunnen geven.

Het lastige voor de Belastingdienst is natuurlijk dat het best moeilijk te achterhalen is wat iemands Bitcoinbezit is. Daarmee is het nog aardig eenvoudig de belasting te ontduiken, hoewel je dan wel je bankrekening niet moet gebruiken om Bitcoins te kopen of verkopen. Een bedrag ontvangen van een Bitcoinbeurs is bewijs dat je iets met Bitcoins doet, zodat de Belastingdienst best eens kan vragen naar je wallet, en daarin kan gaan snuffelen wat je zoal aan transacties hebt gedaan.

Gewetensvraag: wie heeft zijn Bitcoin-bezit aangegeven of gaat dat vandaag nog doen?

Arnoud

Mag Kliksafe https verkeer openbreken?

kliksafeVia Twitter kreeg ik de vraag:

Kliksafe heeft tegenwoordig een speciaal filter voor HTTPS, waarin ze het verkeer decrypten. In hoeverre is dat toegestaan?

Kliksafe is een aanbieder van gefilterd internet. Wie deze dienst afneemt, kan voorkomen dat er ongewenste websites en diensten opgeroepen kunnen worden. De dienst kent een blacklist, whitelist en contentfilter – dat alle opgevraagde informatie scant die niet van een whitelisted site afkomstig is. (Geblackliste sites kun je natuurlijk niets van opvragen.)

Een handige internetter kan natuurlijk een encrypted verbinding opzetten en zo een dergelijk filter omzeilen. Er valt weinig te contentfilteren als je de content niet kunt lezen. Vandaar dat Kliksafe een https-filter heeft ontwikkeld. Dit filter werkt als een man-in-the-middle: de browser denkt dat hij met de bank of Youtube verbinding maakt, maar in feite gebeurt dat met het filter. Hierbij wordt een sleutel gebruikt die het filter kent, zodat het filter het verkeer kan openmaken. Vervolgens zet het filter een verbinding met bank of Youtube op, waarbij het zich voordoet als de browser. De site heeft dus geen idee dat er iemand tussen zit. Overigens staan banksites op de witte lijst, dus hun verkeer blijft versleuteld.

Het openbreken van dergelijk verkeer is al langer bekend. Bedrijven gebruiken dit nog wel eens om uitgaand werknemersverkeer te kunnen inspecteren op strijd met het bedrijfsbeleid. Of dat mag vraag ik me zeer af. Echter, omdat het decrypten hier gebeurt op speciaal verzoek van de klant zelf, lijkt me er weinig mis mee. Net zoals een slotenmaker best op mijn verzoek mijn voordeur mag openbreken.

Iets dubieuzer wordt het als het gaat om een verzoek van de klant maar niet om zijn eigen verkeer. De internetverbinding kan binnenshuis worden gedeeld, en zo zouden ouders het encrypted internetverkeer van hun kinderen kunnen lezen. Dat voelt ergens toch een tikje gek, net als een slotenmaker inhuren om de afgesloten kast in de kinderkamer open te maken (of een securitybedrijf om een verborgen camera in die kamer op te hangen). Maar dat lijkt me toch vooral een keuze van die klant, en niet iets waar je Kliksafe op kunt aankijken.

Arnoud

De leesbare versus de juridisch bindende algemene voorwaarden maken

pen-contract-ondertekenen-algemene-voorwaardenEen lezer vroeg me:

Je ziet soms websites die hun algemene voorwaarden in een ‘leesbare’ en ‘juridische’ versie hebben. Die laatste is dan uiteraard bindend, maar wat is dan nog de waarde van de leesbare versie?

Algemene voorwaarden zijn, zoals de wet dat omschrijft, “opgesteld teneinde in een aantal overeenkomsten te worden opgenomen”. Zeg maar juridische #include-files. Het idee is dat je dan niet elke keer hoeft te onderhandelen over ondergeschikte punten zoals wie het bezorgrisico draagt of wat de betalingstermijn is.

Meestal héb je niet eens onderhandelingsruimte bij algemene voorwaarden. Zeker bij internetdiensten, daar dien je braaf een vinkje te zetten en verder niet te veel te zeuren over rare voorwaarden. Ze kunnen toch op ieder moment wijzigen. Lekker puh.

Oké dat was een tikje cynisch. Steeds meer bedrijven zien in dat al te eenzijdige en cryptisch-juridisch opgestelde voorwaarden niet handig zijn, en proberen ze dus leesbaar te krijgen. Een manier daarvoor is een ‘vertaling’ naar normaal Nederlands er boven zetten, met dan de opmerking dat deze vertaling niet bindend is. Creative Commons is denk ik de bekendste exponent van deze trend: zij bieden een “voor mensen leesbare”, een “voor juristen leesbare” en een “voor computers leesbare” versie van al hun vrije-inhoudslicenties aan.

Ik vind het een heel goed idee om juridisch bindende teksten voor gewone mensen leesbaar te maken, maar juist weer erg slecht om die leesbare teksten dan als niet bindend te verklaren. Je doet echt iets verkeerd als je doelgroep je juridische tekst niet kan lezen. En een “dit betekent het, maar misschien ook niet, succes met alsnog de juridische tekst ontrafelen” is dan echt een zwaktebod.

In Nederland is er trouwens al een soort van wettelijke plicht om je algemene voorwaarden leesbaar te houden. De wet eist namelijk (art. 6:238 sub 2 BW) bij een overeenkomst tussen bedrijf en consument dat:

… de bedingen duidelijk en begrijpelijk zijn opgesteld. Bij twijfel over de betekenis van een beding, prevaleert de voor de wederpartij gunstigste uitleg.

Het enige probleem hiermee is dat een rechter ook een jurist is, en die zal dus (vrees ik) eerder denken dat een beding duidelijk is dan de gemiddelde internetdienstafnemende consument.

Ik raak er steeds meer van overtuigd dat we een Wet op de cloud moeten krijgen, met daarin onder meer een hoofdstuk met standaardvoorwaarden voor webdiensten. Een wettelijke default EULA of TOS zeg maar, zodat niet iedereen opnieuw zelf het wiel hoeft uit te vinden.

Arnoud

Mag je geld vragen voor foto’s in het publiek domein?

grenscontrole-marechaussee-foto-haagedoorn.jpgEen lezer vroeg me:

Vele musea, beeldbanken, archieven, bibliotheken e.d vragen forse vergoedingen om foto’s te mogen gebruiken op bv. een website. Kunnen ze dat op basis van louter de eigendom van een betreffend beeld, voorwerp of document, als er geen auteursrecht op berust? Het zijn immers veelal openbare archieven met hele oude foto’s.

Het auteursrecht op een foto verloopt zeventig jaar na de dood van de maker. Iets preciezer: op 1 januari van het jaar 70 jaar na het sterfjaar. Van een fotograaf die op 3 mei 1934 overleed, zijn de auteursrechten dus per 1 januari 2005 verlopen. Niet 3 of 4 mei 2004 al dus.

Als het auteursrecht is verlopen, mag iedereen de foto’s verveelvoudigen en openbaarmaken oftewel alles doen dat de Auteurswet normaal verbiedt. Alleen: dan moet je wel beschikken over de foto’s. En daar zit hem hier de kneep, want het museum is de enige met een exemplaar.

Op grond van je eigendomsrecht mag je in principe alles eisen dat je wilt. Dit is bijvoorbeeld hoe de KNVB en de voetbalclubs regels kunnen stellen over uitzendrechten van voetbalwedstrijden: wie die niet accepteert, mag het privégrondgebied van de voetbalclubs (het stadion) niet betreden om te filmen. Alleen: digitale data is geen iets dat je in eigendom kunt hebben. Dus kun je, mag je dan wel regels stellen over de digitale data op je website?

In januari stelde onze HR prejudiciële vragen (zeg maar een juridische hulplijn) aan het Europese Hof over precies deze materie, hoewel dan in de context van databankenrecht. Vliegboer Ryanair wilde niet dat haar prijsinformatie door een online prijsvergelijker werd overgenomen, en beriep zich op het databankenrecht, auteursrecht en haar gebruiksvoorwaarden. Die rechten werden vrij snel van tafel geveegd, maar het Hof van Justitie moet nu zeggen of je (gebruiks-)voorwaarden mag stellen aan het gebruik van een databank waar geen databankrecht op rust, enkel omdat het op jouw server draait.

Ik zou het zelf bijzonder storend vinden als ik een publiek-domeinfoto ergens vandaan pluk en dan een sommatie (of factuur) krijg van een museum of beeldbank. Het hele idee van publiek domein is nou juist dat, eh, het hele publiek hierbij mag.

Arnoud