De gevolgen van een niet-conform geheugenkaartje

geheugenkaart.jpgEen lezer vroeg me:

Vorige week kwam ik er na het maken van honderden foto’s bij een bijeenkomst ineens achter dat de geheugenkaart uit de camera niet meer te lezen was. Paniek dus, want dit was een betaalde opdracht bij een unieke gelegenheid. Maar nee, de kaart was nergens meer te lezen. De computer kon andere kaarten nog prima lezen, dus die kaart is defect. En hij is nog geen zes maanden oud! Kan ik de fabrikant nu aansprakelijk stellen voor de gemiste omzet? Want ik krijg geen cent als ik geen foto’s aanlever aan mijn klant.

Voor een geheugenkaart geldt dezelfde regel omtrent kwaliteit en garantie als elk ander product. Het moet voldoen aan de redelijkerwijs gewekte verwachtingen, oftewel er moeten gewoon foto’s op opgeslagen worden die ook weer uitgelezen moeten kunnen worden. Blijkt dat niet zo te zijn, dan moet de winkel (niet de fabrikant) zorgen voor reparatie of vervanging.

Mogelijk dat de fabriek een vrijwillige toezegging doet over herstel of vervanging, maar daar zijn ze niet toe verplicht. En als ze het doen, dan mag de winkel niet daarheen verwijzen en weigeren zelf het op te lossen.

In dit geval zal omruilen van het kaartje vast geen probleem zijn, maar de vraagsteller wil natuurlijk zijn foto’s gerecoverd hebben van het kaartje en niet een leeg nieuw kaartje. En dát is even iets lastiger. De kosten van het terugwinnen van de foto’s vormen schade. Dergelijke schade is veroorzaakt door het kaartje, dus in principe kun je daar de winkel voor aansprakelijk stellen (art. 7:24 BW).

In principe, want dit is recht en dus zit er op alles voorbehouden en uitzonderingen. Het gaat hier om gevolgschade, oftewel schade die niet direct aan het defecte product zelf zit maar die een meer indirect gevolg daarvan is. Dergelijke schade is te claimen, mits deze in redelijk verband staat tot de gebeurtenis. En dat is dus de plek waar juristen lekker kunnen debatteren over redelijkheid en voorzienbaarheid. Want kun je de winst van zo’n opdracht wel redelijkerwijs opeisen bij de winkel die dat kaartje van een paar euro verkocht?

Ik vind het moeilijk. Enerzijds, je kunt als professional best een backupkaartje gebruiken, of tussentijds even snel je foto’s kopiëren naar een laptop of portable harddisk. Dan beperk je het risico op gebeurtenissen als deze. Maar anderzijds, je mag toch gewoon verwachten dat een kaartje van nog geen half jaar oud gewoon werkt?

Arnoud

Ik wil mijn data van mijn leverancier!

Een lezer vroeg me:

Als softwareleverancier lopen we tegen een probleem op bij de conversie van het IT-systeem van een klant. Dit systeem is door een andere softwareleverancier (onze concurrent dus) geleverd, en alle data blijkt in een of ander onbekend proprietary formaat te zitten waar wij niets mee kunnen. De klant heeft met zijn vorige leverancier gebeld maar die vraagt een bizar hoog uurtarief voor export naar een simpel formaat als XML of CSV. Kan dat zomaar? Heeft de klant niet recht op export van zijn data?

Het moeilijke bij dit soort helaas vaak voorkomende situaties is dat data geen “eigendom” kan zijn van iemand. Het zijn gewoon bits. En dan heb je dus niets te eisen als zogenaamde “eigenaar” van die data.

Juridisch gezien is hier sprake van dienstverlening: iemand heeft een dienst geleverd (bits in een bepaald formaat opgeslagen) en of daarbij ook het opnieuw opslaan in een ander formaat van die bits hoort, is een kwestie van contractsuitleg. Er is geen wettelijke regel die je hier recht op geeft.

Hopelijk vermeldt het contract dus ergens iets over data-formaten of een exitclausule met “Klant kan op verzoek een Excel-bestand met data ontvangen”, want anders dan houdt het heel snel op en zul je dat uurtarief moeten betalen.

Het is een buitengewoon ergerlijke praktijk om alles in gesloten geheime formaten te doen maar het is dus legaal.

Arnoud

Hoe zeven dagen veranderen in drie maanden

Als je erop gaat letten zie je het overal: een annuleringstermijn van zeven dagen als je iets bij webwinkel X bestelt. Klinkt prima toch? Nou nee, het zijn zeven werkdagen en dat is toch een cruciaal verschil. En een pijnlijk verschil ook, als je het vergeet: de wet bepaalt dat als die zeven werkdagen niet heel duidelijk worden gemeld aan de consument, de termijn wordt verlengd naar drie maanden. Je zou dus denken dat een beetje bedrijf wel op z’n tellen past en even die teksten doorneemt voor ze naar de drukker gaan.

Bij de LOI bleek dat in een recente rechtszaak toch even anders te zijn gegaan. Een vrouw had zich ingeschreven via internet voor een cursus HBO Rechten, maar

Na inschrijving had de LOI gemeld:

Je hebt een bedenktijd van zeven (7) dagen. Binnen zeven (7) dagen na de door ons in onze bevestiging aan jou genoemde datum, kun je de overeenkomst nog zonder opgave van redenen ontbinden.

Dit klopt dus niet. Allereerst moet het dus werkdagen zijn, en ten tweede stond dit alleen in de algemene voorwaarden en dat is onvoldoende om het “duidelijk” uitgelegd te krijgen zoals de wet eist.

De vrouw had zich na die zeven dagen afgemeld (vanwege Q-koorts, maar de reden doet er niet toe bij dit annuleringsrecht), waardoor de LOI gewoon ging incasseren. De rechter vindt echter dat de vrouw alsnog terecht had afgemeld. Die zeven dagen klopt niet, dus mevrouw had drie maanden. En de annulering was wél binnen die drie maanden gedaan.

Helaas gaat het vonnis een tikje de mist in bij het bepalen wannéér die termijn begint te lopen. De rechter wijst er terecht op dat je voor diensten (zoals een studie) moet kijken naar artikel 7:46i BW, maar hij hanteert toch de beginmomenten uit het artikel 7:46d BW dat voor producten bedoeld is. En dat maakt uit: bij een product begint de zeven werkdagen de dag na ontvangst van het product, maar bij een dienst begint de termijn op de dag dat het contract is gesloten.

Heel veel maakt het in dit geval niet uit, want ook als je vanaf die dag telt dan was mevrouw nog op tijd met de drie maanden. Maar gek is het wel. En nee, ik weet ook niet waarom dienstverlening zo anders behandeld wordt.

Arnoud

Wie wint er bij een oudere domeinnaam?

Een lezer vroeg me:

Klopt het dat als jouw domeinnaam ouder is dan de naam van een bedrijf, ze deze nooit kunnen opeisen? Zo ja, wat dan als die domeinnaam daarna verkocht wordt aan een nieuwe eigenaar? Is de domeinnaam dan ineens ‘jonger’?

Het gaat bij opeisen van domeinnamen eigenlijk zelden over “wie was er eerst”. Het is dus niet zo simpel als “wanneer is de domeinnaam geregistreerd”.

De belangrijkste vraag is of er verwarring optreedt tussen de inhoud van de site achter de domeinnaam en de handelsnaam (of het merk) van de andere partij. Het bedrijf Ajax van de brandblussers is ouder dan Ajax.nl maar ze kunnen die niet opeisen. Op die site staat niets dat met hun te maken heeft.

Het is moeilijk voorstelbaar dat een oudere domeinnaam met daarop een even zo oude site verwarring gaat stichten met een jonger bedrijf. Wat je nog wel eens ziet, is dat de domeinnaamhouder een parkeersite heeft, de bedrijfsnaam tegenkomt, en dan gauw de site gaat aanpassen zodat er advertenties voor concurrenten staan of hij er zelf vergelijkbare diensten gaat aanbieden. Dát is handelsnaam- of merkinbreuk, en het doet er dan niet toe dat de domeinnaam veel eerder geregistreerd was.

Het fabeltje “oudere domeinnaam is niet op te eisen” is mogelijk gebaseerd op het idee dat een oudere handelsnaam ‘wint’ van een jongere. En wie onder een domeinnaam commercieel actief is, heeft een oudere handelsnaam. Ook zijn er uitspraken geweest waarin een merk- of handelsnaamregistratie te kwader trouw werd geacht, omdat deze enkel was gedaan om een oudere domeinnaam op te eisen. En dat is natuurlijk ook weer niet de bedoeling.

Arnoud

Mag je een failliet e-mailadres heractiveren?

Een lezer vroeg me:

Mijn provider is failliet gegaan, en iemand heeft het domein overgekocht waar ze ook mail mee kunnen ontvangen. Mag dat zomaar? Het is (was) toch mijn mailbox?

Een mailbox is een lastig iets om juridisch te duiden. Het is een verzameling data, en op zo’n verzameling kun je geen eigendomsrechten claimen. Zeggen dat je dus “jouw” mailbox terug wilt van de curator is onmogelijk, bijvoorbeeld.

Als de mailbox gekoppeld is aan een persoon, dan valt de mailbox wel onder de Wet bescherming persoonsgegevens want die koppeling maakt de mailbox een persoonsgegeven. Die mailbox (en het bijbehorende mailadres) mag dan niet zomaar worden gebruikt. Hoofdregel is toestemming, en als uitzondering is (naast de goede uitvoering van de overeenkomst) eigenlijk alleen de dringende eigen noodzaak beschikbaar.

Hoe dringend noodzakelijk is het om een e-mailadres van de vorige domeinnaameigenaar te activeren? Niet heel erg lijkt me. Ik vind dit toch wezenlijk iets anders dan de situatie waarin een ex-werkgever een werknemersmailadres actief houdt. Een ex-werkgever mag zo’n mailbox monitoren want daar kunnen voor de opvolger bestemde werkmails in komen.

Bij een overgenomen domeinnaam kan ik me moeilijk een belang voorstellen (oké, een legitiem belang) dat rechtvaardigt dat je de mails van “vroeger” opvangt. Behalve misschien als de domeinnaam overgenomen is in het kader van een boedelaankoop ten behoeve van voortzetting van het bedrijf. Jullie?

Arnoud

GeenStijl schendt auteursrecht door te linken naar Britt-Playboyfoto’s

gs-link.pngWeblog GeenStijl mag niet linken naar de Playboy-foto’s van Britt Dekker, las ik bij Tweakers. Men had gelinkt naar de foto’s op een hostingsite (Filefactory) en dat was auteursrechtinbreuk, hetzelfde dus alsof men de foto’s zelf online had gedumpert. Maar wacht eens even, hyperlinken is toch helemaal geen inbreuk?

Nee, dat is het als hoofdregel ook niet. De Hoge Raad bepaalde al in 2002 dat hyperlinks in beginsel legaal zijn, dus er moeten bijzondere omstandigheden zijn om een hyperlink te verbieden. Linken naar inbreukmakende publicaties telt niet als openbaarmaking, zo is uitgemaakt in de vele BREIN-rechtszaken. Een torrent of magneetlink of zelfs een gewone hyperlink naar een illegaal online staand muziekje of filmpje is geen inbreuk. Wel onrechtmatig, maar geen inbreuk.

En ja, dat maakt uit, want bij inbreuk kun je het hele auteursrechtarsenaal (zoals het ex parte misbaksel en de volledige proceskostenvergoeding) van stal halen om de pleger aan te pakken. Bij “gewoon” onrechtmatig handelen kan dat allemaal niet.

Wat was hier dan die hele bijzondere omstandigheid? Uit het vonnis blijkt dat het hier ging om een eerste hyperlinkhet aanboren van een groot nieuw publiek. De foto’s stonden wel ergens op Filefactory.com, maar niemand kon ze daar vinden. Pas door het toedoen van GeenStijl werden effectief de foto’s vindbaar voor het publiek van GeenStijl, een grote club. Maar let wel: de rechtbank vond bewezen dat GS ze niet zélf op die site had gezet (in welk geval ik het wel inbreuk zou vinden, dan publiceer je immers zelf).

De rechtbank redeneert hier echter:

In het onderhavige geval was de fotoreportage echter niet op zodanige wijze voor het publiek beschikbaar gesteld, dat deze voor publiek toegankelijk en vindbaar was. Slechts de kring van personen die op de hoogte was van het URL-adres kon de fotoreportage via Filefactory (en later Imageshack.us) bekijken.

Het was daarmee GeenStijl die voor het eerst de foto’s aan het publiek toonde door er een hyperlink met sappige lokteksten omheen te zetten. En dat criterium is belangrijk sinds enkele recente Europese uitspraken over wanneer je iets “openbaar maakt”: dat is namelijk als je het aan een significant nieuw publiek aanbiedt door jouw “interventie”, jouw bijzonder handelen.

De conclusie is dan ook dat GeenStijl door het bericht op Geenstijl.nl waarin de hyperlink werd genoemd een interventie heeft gepleegd waarmee aan het publiek toegang wordt verleend tot de fotoreportage. Zonder die interventie zou het publiek geen toegang tot de fotoreportage hebben gehad.

Een juridisch novum, deze redenering. Het past totaal niet in de rechtspraak zoals die er ligt. Er waren wel wat hele vroege uitspraken over inline linken, maar die hebben nooit navolging gehad.

Gaat dit nu grote gevolgen hebben? Je kunt de lijn namelijk makkelijk doortrekken: de eerste die een torrent of magneetlink publiceert, pleegt nu alsnog auteursrechtinbreuk. En de site waar die op te vinden is, dus ook. Want ja, een torrent is juridisch hetzelfde als een hyperlink. En daarmee gaat dit vonnis dus lijnrecht in tegen de regels over torrentsites en dergelijke. Hyperlinken nu kapodtverklaren gaat me ook weer wat ver, maar ik hoop wel dat hoger beroep wordt aangespannen.

Arnoud

De Amerikaanse cloud in op basis van Safe Harbor: vergeet het maar

Wie met een Amerikaanse cloudprovider in zee gaat (met de wolken in zee?), kan niet achterover zitten met “Oh ze doen Safe Harbor”. Dat zegt namelijk niets over hoe ze met data omgaan; Safe Harbor regelt alleen het formele puntje dat de data überhaupt Europa uit mag. Dat is wat ik opmaak uit de recente Zienswijze van de privacytoezichthouder, waarin men in algemene zin ingaat op een serie vragen van academische software- en dienstenboer SURFmarket.

Als je met persoonsgegevens werkt, mag je die niet zomaar aan niet-Europeanen geven want die doen er enge dingen mee, zo staat in de wet. De Amerikanen hebben natuurlijk de Safe Harbor-verklaring, waarmee ze beloven zich echt aan de regels te houden. Maar dat gaat écht niet helpen, zo concludeert het College bescherming persoonsgegevens.

Ik moet ook wel eens mijn lachen inhouden als ik vertel hoe Safe Harbor werkt: het is dus écht genoeg dat je als Amerikaanse club zegt “oké ik zal me aan die Europese regels houden”. Zelfcertificering heet dat. Maar goed, die gekke Europeanen willen dat je dat zegt en vooruit dus maar. En wij maar denken dat daarmee de kous af is.

Maar nee: het Safe Harbor raamwerk gaat alleen over het mogen exporteren (doorgeven) van persoonsgegevens. Alles dat daarna gebeurt, moet alsnog apart worden geregeld. Een Amerikaans bedrijf dat bewezen zich houdt aan wat Safe Harbor eist, kan dus nog steeds de Europese privacyregels schenden. Men kan gegevens opslaan zonder adequate beveiliging, of gegevens gebruiken voor andere doelen dan waarvoor ze zijn verkregen. Dat valt buiten de scope van Safe Harbor. Nog even afgezien van de eis dat je een schriftelijk contract moet hebben als je verwerking uitbesteedt, en een accountje bij Google telt niet als “schriftelijk contract”.

Wie dus Amerikaanse bedrijven met data wil laten werken, moet dus zelf aan de bak. En naast dat contract zul je vooral moeten gaan auditten: wat doen die met onze data, beveiligen ze die wel goed en waar gaat de data allemaal nog meer heen? Dat ben je als Europese verantwoordelijke namelijk wettelijk verplicht, en je draait op voor de schade als de Amerikaanse cloudprovider de Europese wet blijkt te schenden.

Gelukkig is er een soort van oplossing: de Third Party Mededeling (TPM). Nee, ik weet ook niet waarom dat half Engels is en ik weet ook niet waar de spaties of koppelstreepjes horen, maar zo heet het kennelijk. (Update 15:15 het heet Third Party Memorandum officieel.) Het Cbp legt uit:

Een TPM is een verklaring van een onafhankelijke externe deskundige, waarin deze een oordeel geeft over de maatregelen die een bewerker heeft getroffen. De TPM wordt opgesteld in opdracht van de bewerker, en wordt verstrekt aan de verantwoordelijken die gebruikmaken van diens diensten. Het doel van het verstrekken van een TPM is om de verantwoordelijken inzicht te bieden in de getroffen maatregelen, zonder dat iedere verantwoordelijke daar zelf onderzoek naar hoeft te (laten) doen.

Zo kan een cloudprovider dus met één TPM laten zien wat hij allemaal doet aan beveiliging en dergelijke, zodat de verantwoordelijke weet dat het wel snor zit met die persoonsgegevens in de Amerikaanse cloud. Een SAS70 verklaring mag het niet meer heten, wat wel jammer is want “ISAE 3402 verklaring” of “SSAE 16 verklaring” bekt toch een stukje minder.

En ja, wat nu. Want zo’n bevinding is mooi, en dat er iets scheef zit is ook wel duidelijk, maar wat gaan we nu in de praktijk concreet doen om dit te verbeteren? Gaan we nu allemaal contractjes sluiten met de Amerikaanse cloudproviders? En wie gaat al die ISAE3402 verklaringen afgeven na het datacenter van Amazon te hebben bezocht?

Arnoud

Privacy en een goede uitvoering van de overeenkomst

mijn-iak-portaal.pngEen lezer vroeg me:

Mijn verzekeraar heeft zonder mijn toestemming persoonsgegevens gebruikt voor een nieuwe dienst waarbij ik voortaan online via een ‘Mijn [naam verzekeraar]’ mijn verzekeringszaken kan afhandelen. Ik heb mijn verzekeraar een jaar geleden al laten weten dat ik hiervoor geen toestemming geef en dat ik geen gebruik wil maken van deze nieuwe dienst. De verzekeraar zegt nu dat ze mijn gegevens niet offline hoeven te halen en dat ik alleen de verzekering kan opzeggen.

Toestemming is de hoofdregel uit de privacywet, maar er zijn uitzonderingen. Eén zo’n uitzondering is als de verwerking “nodig is voor een goede uitvoering van de overeenkomst”. Ze hoeven bijvoorbeeld geen toestemming te vragen om je een pasje te geven met je naam erop. Dat pasje is nodig om elders te bewijzen dat je verzekerd bent. Net zoals een bank geen toestemming nodig heeft om mijn rekeningnummer te verwerken als iemand geld naar me overmaakt.

De vraag is dus of deze dienst “nodig” is voor het leveren van de verzekering. Zij zeggen van wel natuurlijk. Er is maar rechtspraak over dit onderdeel, dus dat wordt een moeilijke discussie. In de OV-chipkaartdiscussie was bijvoorbeeld de vraag of de NS studenten mocht verplichten om in- en uit te checken, onder meer met het argument dat dat een onterechte verwerking van hun persoonsgegevens opleverde. Maar dat mocht van de rechter. Dit had een redelijk doel en paste daarmee binnen de uitvoering van de vervoersovereenkomst:

Het niet inchecken maar het slechts laten uitlezen van de OV-chipkaart door de conducteur is dan ook niet meer voldoende omop basis van een geldig vervoersbewijs met het studentenreisrecht te kunnen reizen. (…) Een conducteur moet [], bijvoorbeeld op de dagen waarin de vrij reizenperiode overgaat in de 40%-reductieperiode en vice versa, middels het moment (tijdstip) van inchecken kunnen vaststellen of de reis de vrij reizen periode of de 40%-reductie periode betreft. Het uitlezen van het type studentenreisrecht door de conducteur is dan onvoldoende.

Bij een verzekeringsportal zie ik de noodzaak iets minder. Het is immers goed mogelijk om de producten op papier te blijven leveren en telefonisch contact te onderhouden met de verzekerden. Maar aan de andere kant, het is een brede wens om dingen online te doen, dus redelijkerwijs is online aanbieden van verzekeringsinformatie wel een normale manier van levering van die dienst. En als je als grote verzekeraar dit voor veel mensen uitrolt, dan moet je het wel voor iedereen doen eigenlijk.

Wat denken jullie? Is een verplicht “Mijn [insert verzekeraar]”-portaal normaal en redelijk? Of moet je kunnen eisen dat alles op papier en telefoon gaat?

Arnoud

Het leasen van een mobiele telefoon

Een gratis telefoon bij je abonnement is in Nederland de gewoonste zaak van de wereld. Maar wat mij altijd heeft dwarsgezeten: langs welke juridische constructie krijg je dat ding nou eigenlijk? Want het maakt nogal uit of je hem koopt voor nul euro of juist alleen maar te leen krijgt. En natuurlijk ook nog eens of de winkel je de telefoon geeft dan wel of de telecomoperator dit doet.

Wanneer er niets wordt gezegd, mag je er vanuit gaan dat sprake is van een schenking oftewel een kadootje. De telefoon is dus meteen van de klant, en de operator kan deze niet terugeisen bij niet-nakoming. Ook als de telefoon wordt verkocht (met een bedrag van nul euro op de factuur), gaat de eigendom meteen over.

Het is mogelijk om een zogeheten eigendomsvoorbehoud op te nemen. Daarmee kan de verkoper bepalen dat er wel sprake is van koop, maar dat de eigendom pas overgaat nadat aan het voorbehoud is voldaan. De wet stelt daar wel grenzen aan (art. 3:92 BW). De belangrijkste is dat het voorbehoud over de tegenprestatie van de koper moet gaan, meestal dus “nadat de koopsom is voldaan”. Maar als die op nul gesteld is, dan is de koopsom meteen voldaan en is een eigendomsvoorbehoud niet meer mogelijk.

Een geschonken of gratis verkochte telefoon heeft voor de provider het grote nadeel dat deze niet terug te eisen is wanneer de klant zijn facturen niet betaalt. Gegeven is gegeven dan wel verkocht is verkocht, immers. En dat terugdraaien via algemene voorwaarden is best wel moeilijk. De enige soort van werkende constructie was koop op afbetaling: een deel van het maandbedrag werd aangewezen als stukje aflossing van de koopsom van de telefoon. Bij tussentijds opzeggen kon dan het restbedrag ineens worden opgeëist. In het Eindrapport van de LOVCK-werkgroep van de kantonrechters, dat probeert de rechtspraak op één lijn te krijgen hierover, wordt dit toegestaan, maar de toekomstige abonnementskosten worden gematigd.

Natuurlijk is het mogelijk om een mobiele telefoon aan iemand te geven zonder dat deze daar eigenaar van wordt. De bekendste juridische figuren hiervoor zijn huur en lening. Het verschil is natuurlijk dat bij huur er een tegenprestatie -de huurpenningen- geleverd moet worden en bij lening niet. In beide gevallen blijft de telefoon eigenaar van de leverancier.

Een variant van huur is huurkoop: je huurt iets, en na het einde van de huurperiode word je er automatisch eigenaar van. Hierbij is vereist (art. 7A:1576i BW) dat deze schriftelijk wordt aangegaan en ondertekend door de koper. Een variant hier weer op is lease: je huurt iets, en na het einde van de huurperiode mag je het overnemen. Tegenwoordig zie je dan ook steeds vaker expliciet toestellease in plaats van “gratis telefoon”.

Bij huur, in al zijn varianten, is de provider verplicht te zorgen dat een goed werkende telefoon beschikbaar wordt gesteld (art. 7:206 BW):

De verhuurder is verplicht op verlangen van de huurder gebreken te verhelpen, tenzij dit onmogelijk is of uitgaven vereist die in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs niet van de verhuurder zijn te vergen.

Hiermee kun je dus reparatie of zelfs vervanging van je telefoon verlangen van de provider, tenzij het om kleine dingen (zoals slijtage) gaat. Ik zag bij Hi dat ze hier zelfs een 24-uursservice aan koppelen. Dat is wel netjes.

Waarom ineens deze trend naar lease, weet ik niet. Ik kan me moeilijk voorstellen dat dit punt zó belangrijk is voor de providers dat ze het nu expliciet lease gaan noemen. Wil men van de telefoonsubsidie af? Levert het ze meer geld op?

Arnoud

Concurrentje pesten middels pornosite

porno.jpgOk, wat was u denkende. Dat was mijn eerste gedachte bij het lezen van dit vonnis over twee concurrerende fietsenzaken waarbij de één een domeinnaam had geregistreerd die vrijwel identiek was aan die van de concurrent. En wel op het moment dat ik las “Deze domeinnaam wordt gelinkt aan een pornografische website.” Echt.

Het vastleggen van de domeinnaam die lijkt op de bedrijfs- of domeinnaam van een concurrent is op zich al dubieus, maar als je dit soort dingen gaat doen moet je niet gek opkijken als je meteen verliest. Je zult een héél goed verhaal moeten hebben waarom je dat doet, en dat was er in dit geval niet:

Ter comparitie heeft de heer [Gedaagde] uitgelegd dat hij de concurrentie van [Eiser] vreest en de domeinnaam geregistreerd heeft om die aan [Eiser] te kunnen verkopen ‘als er rare dingen zouden gebeuren’. De rechtbank vermag niet in te zien wat [Gedaagde] hiermee bedoelt.

En als de rechtbank niet snapt wat je bedoelt, gaat men zelf bedenken wat je zou kunnen bedoelen:

[D]de rechtbank [is] van oordeel dat er geen andere reden geweest kan zijn dan het dwarszitten van haar concurrent. Dit dwarszitten kan gelet op de concurrentiestrijd tussen partijen gericht zijn geweest op misleiding van klanten en potentiële klanten van [Eiser].

Voor de pornosite was wél een verklaring: waarschijnlijk was de site gehackt. Een naburige school had ook last van zulke doorlinks. Op zich legitiem, het kan gebeuren dat je dat soort rommel op je site krijgt. Maar dat kwam hier niet heel geloofwaardig over. De politie had de laptop van de gedaagde directeur onderzocht en geen sporen gevonden van gehackt zijn (of van het aanbrengen van pornolinks), maar wél geconstateerd dat er van alles weg was.

De rechtbank gelooft er dus niets van. Concurrentje pesten, dat is het. En dat mag niet, dus meneer moet stoppen met het gebruik van die domeinnaam. Gek genoeg geen overdracht.

Ook was er schadevergoeding geëist. Maar wat ís die schade? Schade moet je aantonen, je kunt niet zomaar een bedrag uit de lucht grijpen. En ondanks het toch behoorlijk specifieke bedrag van 12.722,50 euro dat men eiste, vond de rechtbank dat niet gebleken was van schade. De doorlink was maar zó kort in de lucht (Tweede Paasdag ook nog eens) en geen enkele klant had aangegeven hierom afgehaakt te hebben.

Arnoud