Omdat ik nog steeds met vakantie ben, ook vandaag weer een gastblog. Vandaag deel 2 van het tweeluik van ICT-advocaat Lex Bruinhof over internet, auteursrecht en openbaar maken.
In mijn vorige gastblog legde ik uit waarom voor embedded muziek op radioportals (of embedded muziek- of andere video’s op andere sites) naar mijn mening betaald moet worden aan Buma. In dat kader vertelde ik het een en ander over ons Nederlandse begrip “secundair openbaar maken”. Ik gaf daarbij echter aan dat zaken als radioportals tegenwoordig beoordeeld moeten worden met toepassing van de Auteursrechtrichtlijn en de uitleg daarvan door het Hof van Justitie van de EU (HvJEU). De richtlijn kent het begrip “openbaar maken”niet (laat staan “secundair openbaar maken”). Wel is er een begrip dat daarop lijkt: “het recht op mededeling aan het publiek”.
De richtlijn zelf maakt al duidelijk dat onder dat begrip moet worden verstaan:
een doorgifte of wederdoorgifte van een werk, per draad of draadloos, met inbegrip van uitzending.
Jurisprudentie van het HvJEU heeft daarbij inmiddels duidelijk gemaakt dat daarbij geldt dat het “publiek” in het kader van de “mededeling aan het publiek” een “nieuw publiek” moet zijn. Dat wil zeggen: een publiek waarmee de auteur geen rekening hield toen hij toestemming gaf tot de openbaarmaking van zijn werk (arresten Rafaël Hoteles en PremierLeague).
Waar hebben we dat meer gehoord? Ach ja, dat was de dwaalweg waarop onze eigen Hoge Raad zich oorspronkelijk ook bevond. Wat leidde tot al dat gepuzzel over de vraag of het publiek in een concreet geval nu wel of niet “nieuw” was. Toegegeven: het HvJEU hanteert een wat subjectiever criterium (“waarmee de auteur geen rekening hield”), maar in de praktijk moet dat natuurlijk toch geobjectiveerd worden.
Daarnaast geldt volgens het HvJEU (samengevat):
Om van een publiek te kunnen spreken moet sprake zijn van een onbepaald aantal potentiële kennisnemers van het werk. Zij kunnen van dat werk kennis nemen door de interventie van de openbaarmaker. Deze moet daarbij een winstoogmerk hebben (bovengenoemde arresten plus SCF/DelCorso en Iers hotel)
Gelukkig hanteert ook het HvJEU het winstoogmerk nog. Naar mijn mening zouden we aan dat criterium ook voldoende hebben. Steeds wanneer een nieuwe openbaarmaker een bestaande openbaarmaking verder verbreidt en daaraan verdient wordt het (muziek)werk geëxploiteerd en is het billijk dat de maker daarvan meeprofiteert. Nieuw publiek of geen nieuw publiek maakt daarbij wat mij betreft echt niets uit. Exploitatie of niet: dáár gaat het om.
Maar het HvJEU denkt er dus anders over en wil kennelijk een combinatie van winstoogmerk en nieuw publiek. Op die manier heeft het afgelopen maart geoordeeld dat een Turijnse tandarts geen “mededeling aan het publiek” deed. Volgens het Hof was er én “geen winstoogmerk” (onzin volgens mij) én waren er te weinig luisteraars, zeker tegelijkertijd beschouwd, om van “publiek” te kunnen spreken. Een Iers hotel dat een CD speler plus CD’s in de kamers had staan (waarbij het aan de gasten werd overgelaten daar al dan niet gebruik van te maken) werd echter wel geacht “mee te delen aan het publiek”.
Ik heb mijn verontwaardiging over deze tamelijk willekeurig overkomende uitspraken destijds al met de wereld gedeeld. Op dit moment is interessanter wat dit nu allemaal betekent voor de casus rond Nederland.fm en Op.fm uit deel I van deze gastblog.
Welnu: Nederland.fm doet ongetwijfeld naar geharmoniseerd Europees auteursrecht een “mededeling aan het publiek”. Er is een interventie (het beschikbaar stellen van de diverse stations op de site). Er is een “nieuw publiek” (de mensen die liever naar deze site gaan waar ze kunnen zappen dan naar de sites van de stations zelf). En dat publiek is ongetwijfeld groot genoeg. En, niet te vergeten: er is een winstoogmerk.
En hoe zit het met Op.fm? Tja… Als het HvJEU bereid is een mededeling aan het publiek aan te nemen als er alleen maar een CD speler en CD’s in een hotelkamer liggen, wie weet hoe het dan beslist ten aanzien van een website met links naar radiostations… De eigenaar van Op.fm “intervenieert” door de links naar de stations beschikbaar te stellen. Het nieuwe publiek is hetzelfde als bij Nederland.fm. Er zit een winstoogmerk element in het feit dat bij de link-catalogus op de site van Op.fm ook reclame wordt getoond. Die site is dan wel van het scherm af zodra het station aangeklikt is, maar het betreffende venster kan zo weer teruggeroepen worden.
Feit blijft natuurlijk dat de muziek niet via de site van Op.fm ten gehore wordt gebracht. Naar het oude Nederlandse recht is dat voor mij voldoende om aan te nemen dat er niet wordt openbaar gemaakt. Maar is het daarmee ook geen “mededeling aan het publiek”? De CD speler en de losse CD’s “liggen” immers ook alleen maar in de hotelkamer en doen zelf niets… Toch was dat voor het HvJEU genoeg.
Kortom: naar het nieuwe geharmoniseerde recht weet ik het nog niet zo net met dat Op.fm. Wat niet wegneemt dat ik het onzin zou vinden, temeer omdat het onze notie van de hyperlink als louter verwijzingsmiddel ondergraaft. Wie weet waar dat nog toe zou leiden. Vooralsnog hou ik het er daarom maar op dat Nederlandse rechters de Ierse hoteluitspraak niet gaan uitstrekken tot het internet. Wat offline geldt en niet deugt hoeft van mij online niet te gaan gelden 🙂
Hiermee is mijn gastbijdrage voltooid. Tot slot. Wat vinden jullie, (mede-)lezers van Arnoud’s blog? Zijn jullie het met mij eens dat onze Nederlandse regels rondom het begrip secundaire openbaarmaking een stuk verfijnder zijn (en de spijker meer op de kop slaan) dan de Europese rond het begrip mededeling aan het publiek? Of zien jullie wel wat in dat begrip? En hoe moet het dan met niet-embedded verwijzingen naar beschermd werk?
Lex Bruinhof is advocaat en compagnon bij Wieringa Advocaten. Hij heeft jarenlange ervaring in het intellectuele eigendoms- en mediarecht, vaak toegepast binnen de wereld van Internet en ICT. Lex is daarnaast voor één dag per week verbonden aan de Universiteit van Amsterdam, waar hij in kunst-, cultuur- en informatieopleidingen onder andere auteursrecht en informatierecht doceert.
Omdat ik met vakantie ben deze week nog enkele gastblogs. Vandaag een gastblog van Tim van Maarseveld over de gamingindustrie en hoe deze (in tegenstelling tot zekere andere contentindustrieën) wél snel omgaat met veranderingen in de markt.
De komende twee weken ben ik met vakantie. Gelukkig heb ik een aantal gastbloggers gevonden die hier willen publiceren. Vandaag geeft mijn ICTRecht-collega Peter Kager zijn ongezouten mening over het downloaddebat en het blokkeren van The Pirate Bay.
Omdat ik met vakantie ben, blog ik tijdelijk niet. Ter afwisseling een aantal gastblogs. Vandaag een gastblog van Armande Borghardt, webwinkelier in kralen en sieraden die met het Duitse e-commercerecht te maken kreeg.
Per 1 augustus
Van de frase “kopietje paspoort” krijg ik jeuk, maar het is op zich wel goed dat het College Bescherming Persoonsgegevens recent
Een lezer vroeg me:
Opmerkelijk: Gesprekken op Facebook worden geautomatiseerd afgeluisterd en gescand op criminele inhoud,
Er zit beweging in de handhaving van de cookiewet. Met een speciale tool, de ‘cookiemonitor’, wil de OPTA automatisch nagaan of websites zonder toestemming cookies plaatsen, zo