Afgaan op de juistheid van een wizard

Intrigerend vonnis over rechten ontlenen aan een wizard op de site van het Openbaar Ministerie. Als de wizard zegt dat je een goede kans maakt (“waarschijnlijk gegrond”) maar de wet zegt van niet, wie wint er dan? Nou, de wizard. Want die moet (als ie bij het OM staat) gewoon zeggen wat de wet is. Dat blijkt uit een recent parkeervonnis want over weinig spijkers op laag water wordt zo veel geprocedeerd als parkeren en flitsen.

Ik spaar vonnissen waarin disclaimers direct of indirect een rol speelden, en ik dacht dus ook dat dit een mooie zou zijn. Maar de site van het OM hééft helemaal geen disclaimer. Ook geen proclaimer – de binnen de overheid gepromote variant op de disclaimer waarin je zegt wat je wél waar gaat maken.

In deze zaak had een vrouw een boete gekregen voor “parkeren in strijd met een parkeerverbod/parkeerverbodszone (bord E1)”. Naast de klacht dat de situatie onduidelijk was, had ze ook pas ruim na vier maanden de beschikking ontvangen. En nu heeft het OM de bezwaartest, een wizard waarbij je kunt zien of je bezwaar kans maakt. Als je die doorloopt en dan kiest voor “het duurde maanden voor ik de beschikking kreeg”, dan krijg je dit:

screencapture-doe-de-test

“Waarschijnlijk gegrond” klinkt voor mij als “in principe gaat u dat winnen” en dat is toch mooi om te horen. Maar de wet zegt nergens dat die termijnoverschrijding automatisch een afwijzing of zo van de beschikking moet opleveren, dus hoewel het OM het kwalijk vond dat dit zo in de wizard stond, mocht dat geen gevolgen hebben volgens de officier. Maar nee, zegt de rechter:

Aldus heeft de officier van justitie zelf de suggestie gewekt dat er wel gevolgen zijn verbonden aan het overschrijden van de termijn van 4 maanden. Onder die omstandigheden had de officier van justitie die verwachting ook dienen waar te maken.

Het beroep tegen de beschikking is dan ook gegrond en mevrouw hoeft geen boete te betalen.

Het vonnis was uit oktober en vandaag staat het er nog steeds, dus kennelijk vindt men het ook weer niet zó vervelend om dat uit die wizard te laten komen.

Arnoud

Instagram eist fotogebruiksrecht, gebruikers maken ophef (goh)

privacy-terms-instagramOphef om Instagram, las ik bij Tweakers. De gratis fotodienst heeft haar voorwaarden aangepast en claimt nu het recht om foto’s van gebruikers door adverteerders te laten gebruiken. En zoals gebruikelijk bij aangepaste voorwaarden van internetdienstverleners geeft dat heisa. Want gratis is leuk maar er moeten niet ineens dingen tegenover staan, ho ho.

Het lijkt zo’n onschuldig zinnetje in de nieuwe voorwaarden van Instagram (16 januari in werking):

To help us deliver interesting paid or sponsored content or promotions, you agree that a business or other entity may pay us to display your username, likeness, photos (along with any associated metadata), and/or actions you take, in connection with paid or sponsored content or promotions, without any compensation to you.

Maar ja, dit betekent inderdaad dat men je zelfgemaakte foto’s, je portret en alles dat er verder op je profiel staat, in advertenties mag belanden. Je blijft formeel eigenaar van de auteursrechten (die kunnen AV immers niet opeisen) maar hiermee krijgt Instagram een gratis licentie onder die rechten.

Mag dat? Ja, dat mag. Er is geen wet die dit eisen als tegenprestatie verbiedt. Heel misschien kun je nog iets privacyrechtstechnisch beargumenteren over je naam en portret, omdat daar eigenlijk een uitdrukkelijke toestemming voor nodig is en die kan niet in algemene voorwaarden worden opgeëist. Maar in de VS doen ze niet aan privacy (behalve in het geval “thuis met de gordijnen dicht”) dus daar zal Instagram niet echt wakker van liggen. Hoewel – er zijn staten die commercieel profiteren van naam of foto gereguleerd hebben.

Zou het moeten mogen? Tsja. Vorige zomer hebben we het hier al eens over gehad: wat mogen diensten opeisen in de voorwaarden? Daar kwam niet direct een consensus uit. Het lijkt me ondertussen wel verdedigbaar dat een dienst alles mag, zolang dat maar vooraf duidelijk is én je bij wijzigingen ruim de gelegenheid hebt om weg te gaan. De uitzondering zou voor mij zijn als een dienst van het kaliber Facebook ineens hele rare dingen eist – bij Facebook kun je praktisch gezien niet weg.

Ondertussen blogt Instagram dat de vertaalslag naar de juristen niet helemaal goed gegaan is en dat het niet hun bedoeling is om foto’s te gaan verkopen. Het ging alleen maar om “innovative advertising that feels appropriate on Instagram”, wat ontdaan van het geronk volgens mij neer komt op “we willen je gezicht in advertenties stoppen omdat dat de verkoop aan je vrienden verhoogt”.

Verder denk ik: wat had je dán gedacht? Instagram moet toch ergens de schoorsteen mee laten roken?

Arnoud

Embedden nu toch echt openbaar maken

nl-fm-linksEmbedden van muziek is auteursrechtinbreuk als je er geld mee verdient. Daar komt de uitspraak van de rechtbank Den HaagAmsterdam van gisteren op neer. In deze bodemprocedure stond de vraag centraal of muzieksite Nederland.FM embedded radiostreams mocht aanbieden met advertenties er omheen. Embedden “is auteursrechtelijk relevant omdat [de site] op die manier de mogelijkheid schept om zelf profijt te trekken uit de radiostreams en de daarin opgenomen muziekwerken.” Volgens mij gaat daar de redenering van achter naar voren.

Je schendt auteursrechten als je een kopie maakt van een werk (verveelvoudiging) of het werk aanbiedt aan het publiek (openbaarmaking). Van een kopie is geen sprake bij zo’n embedsite, want de muziek zelf komt nog steeds van de originele server.

Maar is er sprake van “aanbieden aan het publiek”, juridisch gezien? Daar is het nodige over geprocedeerd, en het Europese Hof deed hierover enkele verwarrende duiten in het zakje. Als het gaat om een “nieuw publiek” dat “niet voor ogen was” bij de licentiegever, dan is er in principe sprake van een openbaarmaking en dus is er dan toestemming nodig. Zie ook de gastblogs van Lex Bruinhof over dit onderwerp.

De rechtbank heeft eigenlijk maar één zin nodig voor het antwoord op de vraag “maakt Nederland.FM openbaar?”:

Naar het oordeel van de rechtbank moet die vraag bevestigend worden beantwoord omdat gedaagde zijn website zo heeft ingericht daar de gelinkt radiostreams worden beluisterd in het kader van zijn websites.

In het kader van. Ja, dat is een hele mooie en ik heb ook geen definitie van een ‘kader’. Kennelijk dus zoals Nederland.FM het doet – een iframe in de eigen site waarin de player wordt geladen van het radiostation. En dat is gewóón framen of embedden. Er zijn geen rare trucs met je eigen logo er overheen plakken of zo, waardoor je in de war zou kunnen raken waar je naar luistert. Hier, zoek de verschillen:

drie-embedded-stations

En vervolgens komt het neer op “hij verdient geld dus dat moet inbreuk zijn dus dat is inbreuk”:

Dat gedaagde de radiostreams presenteert in het kader van zijn eigen websites is auteursrechtelijk relevant omdat hij op die manier de mogelijkheid schept om zelf profijt te trekken uit de radiostreams en de daarin opgenomen muziekwerken. In feite eigent gedaagde zich door zijn handelswijze de mogelijkheid toe om de muziekwerken te exploiteren.

Dat gaat wel erg snel. Die mogelijkheid is er óók bij gewoon linken, of zelfs met enige goede wil bij de advertenties in een radiogids. “Stem af op 97.7 en luister naar Veronica!” Is dat een “mogelijkheid om profijt te trekken uit de radiostream” van dat station?

En bijgevolg moet Nederland.FM dus het embedden van Nederlandse radiostations stoppen, op straffe van een dwangsom. Ook moet men de schade van Buma/Stemra vergoeden én advocaatkosten van zo’n 25 duizend euro – hoewel hij dan weer 31 duizend euro aan advocaatkosten van de Stemra krijgt omdat deze stichting alleen gaat over verveelvoudigingen (kopieën), en die maakte Nederland.FM nu net niet.

Dat er in de tussentijd vragen zijn gesteld aan de Europese rechter vindt men niet relevant: de haast van Buma/Stemra om een uitspraak te krijgen “dient voorrang te krijgen”. Ja echt. Ondanks dat de kortgedingrechter eerder bepaalde dat de Buma/Stemra haar rechten op een snelle uitspraak had verspeeld. Argh.

Arnoud

Mag je code snippets zomaar gebruiken in je software?

Een lezer vroeg me:

Ik werk als softwareontwikkelaar bij een groot bedrijf. Nu kan ik wel steeds opnieuw het wiel gaan uitvinden, maar op allerlei sites staan snippets, kleine stukjes code die handige functies bieden die vaak precies zijn wat ik nodig heb. Mag ik die gebruiken?

Er zijn inderdaad vele vele sites die oplossingen voor concrete probleempjes of handige trucjes om iets te bereiken aanbieden. Zulke ‘snippets’ code zijn vrijwel meteen te kopieplakken in je eigen code, maar of dat juridisch mag, is niet eenvoudig te zeggen.

De eerste vraag is altijd of er auteursrecht op een snippet zit. Dat is geen automatisme. Ook kleine werken kunnen beschermd zijn, zo weten we uit het Infopaq-arrest. Elf woorden overnemen telde in die zaak als inbreuk. Wel moet de combinatie van die woorden creatief zijn, zo zal een lijstje met elf hoofdsteden niet beschermd zijn.

Bij software is het lastiger te zeggen of iets beschermd is. Software bevat namelijk altijd een stevig stuk functionaliteit, sterker nog het ís primair functionaliteit en pas secundair creativiteit. En zeker bij kleine stukjes code heb je maar bar weinig ruimte om creativiteit te uiten. Zo veel manieren om met een SQL database te connecten of een quicksort te doen zijn er simpelweg niet. Een vuistregel (uit het Amerikaans recht maar werkt bij ons ook wel denk ik) is dat als twee programmeurs dezelfde code zouden maken gegeven het probleem, de code niet beschermd is.

Als een snippet lang en creatief genoeg is, dan is deze beschermd en mag je deze niet overnemen zonder toestemming. Sommige snippetsites erkennen dit en vermelden een standaardlicentie voor alle snippets die je daar kunt vinden. Maar andere laten het aan de auteur over, en dan moet je maar hopen dat die er “Do whatever you want” bij heeft gezet, of iets dergelijks. Staat er niets bij, dan moet je het navragen bij de auteur.

Natuurlijk, je kunt je afvragen of een auteur van tien regels code jou een factuur gaat sturen als je die code overneemt. Als hij er al achterkomt natuurlijk dat die code in jouw product zit. Maar formeel heb jij het probleem als blijkt dat je code gebruikt zonder licentie.

Oh, en vergeet niet te documenteren welke licentie erbij stond toen je de snippet overnam. Als die licentie een paar jaar later verandert, dan zit jij met een bewijsprobleem – erg lastig als de nieuwe licentie ineens jouw vorm van gebruik verbiedt.

Arnoud

Rechtsgeldige communicatie naar een oude mailbox

e-mail rechtsgeldigNog een nagekomen variant op de vraag Is e-mail rechtsgeldig? die ik nog steeds bijna wekelijks krijg. Wat nu als een contractuele wederpartij mails stuurt naar een oud mailadres dat je niet meer leest? Is dat dan toch rechtsgeldig?

Als hoofdregel in het recht geldt dat je toezeggingen (overeenkomsten) en andere mededelingen via elk kanaal mag doen dat je goeddunkt, zolang je maar kunt bewijzen dat het is aangekomen bij de wederpartij. Je mag daar van afwijken, zo kun je in je algemene voorwaarden opnemen dat je offertes pas bindende contracten worden nadat deze ondertekend op papier zijn teruggefaxt. In dat geval is een toezegging per mail niet meer rechtsgeldig, want aan het vormvereiste is niet voldaan.

Veel internetdienstverleners doen het omgekeerde: die zetten expliciet in de voorwaarden dat ze per mail mogen werken, en vaak ook nog eens specifiek naar het mailadres dat hoort bij de dienst die je afneemt. Mails van mijn internetprovider UPC gaan naar mijn UPC-mailadres, en menig forum waar ik lid van ben, stuurt zijn dienstmededelingen per privébericht op het forum in plaats van per e-mail.

Ook dat mag. En sterker nog: als ze dat hebben gezegd in de voorwaarden, dan kom jij niet meer weg met “ik lees die mailbox niet” of “ik vind privéberichten op forums zo vervelend” of zelfs “jullie wisten ook mijn echte mailadres”. Afspraak is afspraak, en het is dan ook bindend en voldoende als het bericht naar het afgesproken punt wordt gestuurd.

Dit betekent dus dat je bij het opheffen van oude mailboxen echt even na moet gaan waar deze nog on file staan, en daar een wijziging moet doorvoeren. (Ook handig mocht je ooit het wachtwoord vergeten zijn.) Want het niet meer lezen van een mailbox ontslaat je niet van je contractuele verplichtingen.

Voor veel mensen is e-mail toch maar een merkwaardig communicatiemiddel, waarvan het kennelijk maar moeilijk voorstelbaar is dat een rechter het zou willen lezen. Of zo. Want als mensen me vragen “ik heb per mail een auto gekocht, is dat rechtsgeldig” dan vinden ze mijn antwoord “ja, natuurlijk” erg raar want e-mail is toch vervalsbaar? Eh ja, dat klopt, maar dat is een stuk papier ook en toch accepteren we dat als bewijs. Waarom is dat bij e-mail zo gek?

Arnoud

Het beheer houdt zich niet aan zijn eigen voorwaarden, wat nu?

Met enige regelmaat krijg ik klachten van forumgebruikers die met lede ogen toe moeten zien hoe het beheer van hun forum de eigen huisregels negeert. En dat steekt, zeker als zij zelf wél aangesproken worden op overtredingen van diezelfde regels. Of, in een iets andere variant, van derden die prachtige beloftes over keurig taalgebruik en geen negatieve zaken in de voorwaarden zien maar op het forum zelf een berg smadelijke bagger over henzelf aantreffen. Is daar iets aan te doen? Kun je het beheer aan zijn eigen voorwaarden houden?

Forumvoorwaarden of huisregels worden natuurlijk opgesteld door het beheer om snel in te kunnen grijpen als er iets gebeurt dat ze niet bevalt. Dat mag, daar zijn huisregels voor bedoeld. Maar de constructie waardoor je mensen bindt aan de huisregels, is juridisch gezien die van de contractsluiting. Je hebt dus als beheer een contract met je gebruikers – en omgekeerd hebben je gebruikers een contract met jou. En bij contracten geldt dat beide partijen de ander kunnen houden aan de afspraak. Dus als het beheer een regel naar jou niet nakomt, dan kun je ze daarop aanspreken.

Het bestuur aanspreken op regels die ándere gebruikers schenden, is iets minder makkelijk. Dat is namelijk in principe iets tussen hen, in het contract tussen die gebruiker en het bestuur ben jij geen partij. Maar als de huisregel in kwestie bedoeld is om het leven op het forum aangenamer te maken, dan kun je via je eigen contract alsnog handhaving eisen. Het argument is dan dat jóuw contract wordt geschonden doordat je bijvoorbeeld een scheldpartijvrij forum mocht verwachten. Een beetje zoals verhuurders overlastgevende buren moeten aanspreken omdat jij recht hebt op ongestoord woongenot.

Nog moeilijker ligt het bij derden die last hebben van een forumbericht. Die hebben überhaupt geen contract met het beheer, dus waar kunnen die zich op beroepen?

In theorie kán een algemeen geldende forumregel door een derde worden aangehaald, als die regel bedoeld is om hem te beschermen of rechten te geven. Maar die situatie doet zich niet snel voor. Regels zijn immers zelden expliciet bedoeld om derden te beschermen. In 2011 werd in een rechtszaak tegen een forum van de TROS bepaald dat het niet handhaven van de huisregels geen onrechtmatige daad opleverde tegen een derde (het klagende Pretium). Er is meer nodig dan alleen “zij laten de regels overtreden worden en dat levert negatieve berichten over ons op”. Wat dat meerdere precies is, laat de rechtbank in het midden.

Natuurlijk kun je als derde wel eisen dat er ingegrepen wordt als je rechten worden geschonden (auteursrechteninbreuk of evidente smaad/laster/privacyschending) maar dat staat compleet los van wat de huisregels zeggen. Maar als er iets gebeurt dat in strijd is met de huisregels maar op zich wel legaal is, dan kun je in de meeste gevallen niets doen als buitenstaander.

Arnoud

‘Consument misleid door advertenties vermomd als content’

Een groeiende groep consumenten krijgt een aversie tegen de onduidelijke scheidingslijn tussen reclame en real content, las ik bij Twinkle. Steeds meer advertentiecontent wordt gecamoufleerd als redactionele inhoud. Bijna zes op de tien internetgebruikers zegt te zijn misleid door Facebook Sponsored Stories, 45 procent van de respondenten zegt hetzelfde over Promoted Tweets op Twitter, zo blijkt uit onderzoek. Intrigerend: is er iets juridisch te doen tegen dat soort grappen?

Voor reclame geldt de algemene regel dat reclame eerlijk moet zijn. Enige overdrijving is toegestaan, zeker als het van die evidente over-the-top reclamekreten zijn waarvan iedereen weet dat ze nergens op gebaseerd zijn.

Daarnaast hebben we sinds een paar jaar aparte regels over “misleidende handelspraktijken”, en onder die generieke term vallen ook reclamepraktijken of het publiceren van advertorials/sponsored content die slechts indirect een adverteerdoel hebben. Het is expliciet en te allen tijde misleidend (art. 6:193g BW) om

redactionele inhoud in de media, waarvoor de handelaar heeft betaald, gebruiken om reclame te maken voor een product, zonder dat dit duidelijk uit de inhoud of uit duidelijk door de consument identificeerbare beelden of geluiden blijkt;

En met alleen klein “(adv.)” boven de tekst of als auteur “Marketingafdeling” kom je er niet. Je zult echt een duidelijke markering moeten voeren én ook visueel de content af moeten scheiden van de eigenlijke redactionele content.

Ook dubieus zijn praktijken waarbij handelaren zich voordoen als consument, bv. om een recensie op het eigen product (of de concurrent, nog gezelliger) te geven. Dat is net zo hard misleidend:

op bedrieglijke wijze beweren of de indruk wekken dat de handelaar niet optreedt ten behoeve van zijn handel, bedrijf, ambacht of beroep of zich op bedrieglijke wijze voordoen als consument;

Ik vraag me nu af of hier ook onder valt dat je het product van je werkgever liket (of een tweet retweet) vanaf een profiel waar niet bij staat dat je bij de afdeling Verkoop werkt. De intentie “bedrieglijk” zal hier de doorslag geven. En dat zal niet meevallen: het is immers doodnormaal dat je account op een social netwerk op je eigen naam staat.

Wat is de meest misleidende advertentie of reclame die jullie kennen? Voor mij blijft dat de ‘vriendenradar’-app die “Laat zien waar je vrienden zich bevinden” na invoeren van je 06-nummer. Met kleine letters: Let op, bewegend wallwaper, laat niet zien waar je vrienden zich bevinden. Eh. Juist.

Arnoud

Gastblog: Bits of Freedom heeft uw hulp nodig

Vandaag ben ik jarig, en ik heb besloten een dagje vrij te nemen van bloggen. Vandaag een gastblog van Karin Spaink over Bits of Freedom.

Als jullie bij wijze van verjaardagscadeau een donatie willen doen aan deze digitale burgerrechtenvoorvechter, dan zou ik dat heel erg waarderen.

Bits of Freedom heeft een boel bereikt. Daar ben ik, als een van de drie oprichters, beretrots op. Toen de organisatie in 1999 begon, was het idee dat er op internet sprake kon zijn van rechten van gebruikers – ja, zelfs van burgerrechten – bepaald nieuw. Inmiddels is geaccepteerd dat gebruikers niet zomaar mogen worden afgesloten of afgeluisterd, dat bedrijven en overheden internetverkeer niet zonder meer mogen filteren, dat niemand stukken zomaar mag verwijderen.

We zijn beter gaan nadenken over privacy op internet. Over cookies, tracking en digitale sporen. Over de grenzen aan surveillance en digitale recherche. Over spam. Over databescherming en datahygiëne. Over opdringerige auteursrechtbescherming, die enerzijds steeds meer materiaal tot haar domein rekent, en anderzijds gebruikers en klanten steeds minder weinig zeggenschap laat over spullen die ze legaal hebben aangeschaft. Over het belang van anonimiteit en het recht om pseudoniemen te gebruiken. Over de feilbaarheid van ambitieuze digitalisering van het verkeer tussen burgers en instanties. Over netneutraliteit.

Bits of Freedom heeft zich enorm ontwikkeld. Aanvankelijk werd BoF vooral door journalisten als een goudmijn van informatie beschouwd. Ze spelden de nieuwsbrief, die vaak aanleiding werd voor mooie achtergrondreportages. Had Albert Heijn een plan om klanten met een digitale vingerafdruk te laten betalen, of verzon Brein weer eens een plan om auteursrechtbescherming te verstevigen, dan werd Bits of Freedom subiet platgebeld.

Via de jaarlijkse uitreiking van de Big Brother Awards, de poedelprijs voor instanties, bedrijven en mensen die de privacy van burgers het meest hadden ondermijnd, wist Bits of Freedom haar ideeën haar ideeën te populariseren. En waar overheidsinstanties en bedrijven de organisatie eerst negeerden, namen ook die haar gaandeweg steeds serieuzer.

Dat laatste ging gepaard met rare stuiptrekkingen. Fameus voorbeeld is die ene persconferentie van Brein, waar alle media en belangenorganisaties welkom waren, behalve – zo meldde een daartoe speciaal opgehangen A4’tje bij de entrée – Bits of Freedom.

Inmiddels durft niemand Bits of Freedom meer te negeren. Medewerkers doen hun zegje tijdens commissievergaderingen van het parlement, worden overal uitgenodigd als deskundigen, spreken op chique congressen en lobbyen zich een slag in de rondte. Tientallen vrijwilligers staan Bits of Freedom bij. De organisatie loopt als een trein.

Maar omdat Bits of Freedom (uiteraard) ongesubsidieerd werkt, is het bestaan van de club afhankelijk van donateurs en sponsors. En juist daar wringt het nu: het geld raakt op. Bits of Freedom heeft dringend donateurs nodig.

Bent u een ‘gewone’ internetgebruiker? Wees uw eigen zeehondje, en geef dit jaar eens gul aan Bits of Freedom. Verdient u uw geld met internet? Geef dan voortaan een deel van uw winst aan hen. Want zonder Bits of Freedom zou internet in Nederland allang niet meer zijn wat het nu is.

“Bitcoin-exchange krijgt status van bank”

Bitcoin-Central heeft in Europa de status van bank gekregen, las ik bij Tweakers. Dat is niet helemaal juist: het Bitcoin-wisselkantoor Paymium dat achter Bitcoin-Central zit, heeft een contract gesloten met betalingsprovider Aqoba, die weer samenwerkt met de Franse Crédit Mutuel Arkéa bank. Op grond hiervan mag Paymium geld bewaren voor haar klanten, en dat doet ze in de vorm van Bitcoins. Maar je kunt geen bankrekeningnummer krijgen bij Bitcoin-Central, en overboeken kan al helemaal niet.

Het is wel een mooie stap vooruit in de erkenning van bitcoins als gewoon betaalmiddel, en niet alleen schimmig ruildinges voor transacties die het licht niet kunnen verdragen. Bitcoins zijn als compleet gedecentraliseerd en anoniem betaalmiddel altijd een beetje in dat verdomhoekje blijven zitten helaas.

In die hypetijd kreeg ik veel vragen over de juridische status van bitcoins, maar helaas had ik nooit de tijd om het eens echt uit te zoeken. Gelukkig zijn er andere mensen die dat wel hebben gedaan. Een mooi startpunt is de scriptie van Mark A. Jansen, die onder meer onderzocht wat de Belastingdienst vindt van bitcoins. Dat blijkt verrassend simpel:

Omdat u deze bitcoins kunt inwisselen tegen geld en de bitcoins daarom een bepaalde waarde vertegenwoordigen vormen deze bitcoins een onderdeel van uw vermogensbestanddelen. De waarde dient dan ook aangegeven te worden in box 3.

En ja, dat geldt dan ook voor virtuele goederen in online spellen zoals Second Life of World of Warcraft. Hoe de Belastingdienst hier een controle op uit zou willen voeren, weet ik niet: zouden ze je kunnen verplichten in te loggen op je account en te laten zien wat je hebt en wat dat waard is?

Mark van Cuijk dook dieper op de vraag in hoe je aangifte doet van inkomsten betaald in bitcoins, bv. als je een dienst verleent of als je werkgever je uitbetaalt in bitcoins.

Bitcoins zijn een niet in geld genoten inkomst op het moment dat iemand de beschikkingsmacht over die Bitcoins heeft verkregen.

Als je als werknemer je salaris in Bitcoin ontvangt, zal de Belastingdienst dit dus waarschijnlijk aanmerken als loon in natura.

Helemaal intrigerend wordt het als je bitcoins zelf gaat ‘minen’, wat nog steeds kan hoewel het wel steeds moeilijker wordt. Bij dat mijnen ontstaan nieuwe bitcoins uit het niets, en voor “vermogen dat je uit het niets krijgt” is er geen standaardcategorie bij de belastingaangifte. Ik denk dat het komt te vallen onder gewoon vermogensaanwas, net alsof je het geschonken hebt gekregen.

Update (11 december) Folkert van Heusden zocht uit wat je moet doen als je factureert in Bitcoins:

“In dit geval betekent dit dat als u wegens een levering of een dienst een factuur moet uitreiken, de wisselkoers moet worden genomen die geldt op de dag waarop de factuur is uitgereikt of uiterlijk uitgereikt had moeten worden. Als er gen verplichting tot het uitreiken van een factuur is, dan wordt de omzetbelasting verschuldigd op het tijdstip waarop de ondernemer de vergoeding ontvangt.”

Bij Bitcoinspot hopen ze dat er meer exchanges zullen volgen. Ik ben benieuwd. Voor mijn gevoel zit het systeem nog steeds in een hele diepe niche, en ik vraag me af wat er nodig zal zijn om het net zo mainstream te maken als Paypal of creditcards.

Arnoud