Mag je bij een BTW-verhoging je contract opzeggen?

btw-verhoging-upc.png“Vanaf 1 oktober verhoogt de overheid het algemene btw-tarief in Nederland naar 21%. Deze btw-verhoging leidt tot een aanpassing van uw maandelijkse abonnementskosten van uw UPC-diensten”, meldde het bedrijf mij maandag per mail. Op hun BTW-verhogingssite leggen ze dit nader uit. Wat ontbreekt: mag ik opzeggen vanwege de BTW-verhoging? Het is immers een wijziging van mijn contract.

Hoofdregel uit de wet is “contract is contract”, oftewel een partij mag niet zomaar eenzijdig dingen aanpassen, hoe graag hij dat ook wil. In veel algemene voorwaarden wordt echter een aanpassingsclausule opgenomen, waarin dan weer wél staat dat men eenzijdig het contract mag openbreken of veranderen. Dat is toegestaan, maar het is bij consumenten wel vermoedelijk onredelijk bezwarend (art. 6:237 sub c BW) om dan géén opzegrecht te geven.

Heel formeel betekent dit dat er eigenlijk in de AV moet staan “Wij mogen wijzigen maar dan mag u opzeggen”. Als dat er niet zo staat, dan kan de wederpartij de wijziging afwijzen maar niet zomaar opzeggen. Hij kan alleen verlangen dat zijn oude contract wordt gehandhaafd. Een bedrijf dat een héél goed verhaal heeft waarom haar mogelijkheid eenzijdige wijzigingen wél redelijk zijn, kan er echter mee wegkomen. En in zakelijke contracten is het in principe gewoon toegestaan om eenzijdig het contract te wijzigen.

Specifiek bij telecomcontracten geldt de aparte regel van artikel 7.2 Telecommunicatiewet. Dit artikel bepaalt dat een wijziging in een telecomcontract minstens vier weken vooraf moet worden gemeld én dat een opzegmogelijkheid moet worden geboden. Dat is dus net wat strenger. Er is geen excuus meer mogelijk: je móet kunnen opzeggen bij elke wijziging (mits negatief dan), ongeacht de motivatie voor de wijziging.

Dus ook bij wijzigingen vanwege een BTW-verhoging? Nee, dan niet.

De Wet op de omzetbelasting bevat een specifiek artikel 52 dat bepaalt (dank, Peter) dat een bedrijf gerechtigd is BTW-aanpassingen door te rekenen. Zonder opzegrecht voor de wederpartij dus. Sterker nog, je mag niet eens afspreken dat je wél een opzegrecht krijgt als een BTW-wijziging wordt doorberekend: zo’n afspraak is nietig.

Maar, zo vraag ik me nu af, wat nu bij een BTW-verhoging in een telecomcontract? Volgens 52 WodOB mag dat dus zónder opzegrecht, maar volgens 7.2 Tw moet er altijd een opzegrecht zijn. Er zijn regels om conflicten tussen wetsartikelen op te lossen:

  1. Het meer specifieke wetsartikel wint van het meer algemene artikel
  2. Het jongere wetsartikel wint van het oudere artikel
  3. Het hogere wetsartikel wint van het lagere wetsartikel (bv. een wet wint van een lokale APV)

Nu zijn het hier allebei wetten, dus aan regel 3 hebben we niets. De Telecomwet is jonger dan artikel 52 WodOB, dus dan wint die. Maar artikel 52 WodOB is specifieker toegesneden op deze situatie (wat te doen bij BTW-verhoging) dan 7.2 Tw (wat te doen bij een verhoging) dus wint artikel 52. Oei.

Dit wordt dus een inschattingskwestie, maar ik dénk dat het uiteindelijk neerkomt op “dit mag zonder opzegrecht”. Het meer specifiek zijn is voor mij zwaar, in combinatie met het feit dat er in de Tw staat “voorgenomen wijziging”, wat ik lees als “een door de provider zelf bedachte wijziging”.

Natuurlijk heb je wél opzegrecht als prijzen van je telecomcontract meer worden aangepast dan zuiver vereist door de BTW correctie. Zelfs een afronding naar boven is al genoeg.

Arnoud

Algemenevoorwaardenhoofdpijn: kun je in AV verklaren de AV gehad te hebben?

ibuprofen-hoofdpijn.pngIk krijg er hoofdpijn van: kun je in algemene voorwaarden bepalen dat de algemene voorwaarden gelden? Of dat de algemene voorwaarden ontvangen zijn?

Algemene voorwaarden zijn snel deel van een overeenkomst (contract). Meer dan er naar verwijzen is niet nodig. De wederpartij hoeft ze niet gelezen te hebben. Wél is het nodig dat ze daadwerkelijk ter hand gesteld zijn, omdat ze anders vernietigbaar (uit te sluiten) zijn door de wederpartij.

Als het goed is, verwijst elke offerte dus naar de algemene voorwaarden. En als het helemáál goed is, dan zitten die voorwaarden ook bij de offerte. Offertes die het alleen over de Kamer van Koophandel hebben of “de AV worden u op verzoek toegezonden” of zelfs maar naar internet verwijzen, doen het dus echt mis. (U mag even controleren hoe uw offertes eruit zien, ik wacht wel.) Maar bijdehante offreerders zetten onder die verwijzingszin -of in de AV zélf- ook de tekst “Door ondertekening van de offerte verklaart klant de AV te hebben ontvangen”. En dan wordt het leuk: wat nu als dat ontvangen niet is gebeurd maar er wél is ondertekend?

Wanneer je ergens voor tekent, is dat een bindende verklaring van de juistheid daarvan. De juridische term is “akte”, een document dat bedoeld is als bewijs. Een akte moet ondertekend zijn, en is dan dwingend bewijs – de rechter móet uitgaan van de juistheid, tenzij men achteraf tegenbewijs kan leveren van feitelijke onjuistheden. Die zin inclusief ondertekening maakt dus een akte van de offerte. Maar dat voelt wel raar, want mensen tekenen die offerte met name om akkoord op de offerte te geven. Plus, wat nu als de AV niet ter hand zijn gesteld, moet je dan als rechter tóch gaan werken met die AV?

In zaken waarin dit aan de orde is geweest, heeft de rechtbank het vaak over “verklaringsfictie“: als de wederpartij iets dicteert waar jij weinig over te zeggen hebt, dan is dat moeilijk als een échte verklaring van jou en dus als een echte akte te zien. Bovendien staat in de wet dat ter hand stellen verplicht is, en de bewijslast daarvan ligt bij de gebruiker van de voorwaarden. Dan is het niet de bedoeling dat die de bewijslast omkeert door in de offerte te zetten “Klant verklaart de AV gehad te hebben”. En trouwens, zo’n zin is zelf een algemene voorwaarde en dus vernietigbaar want een beding in AV “dat de uit de wet voortvloeiende verdeling van de bewijslast ten nadele van de wederpartij wijzigt”, staat op de zwarte lijst.

Anders kan dat zijn als op de offerte zélf staat dat de AV zijn overhandigd:

De mededeling “Ondergetekende verklaart zich accoord met de aan ommezijde vermelde Algemene Voorwaarden en verklaart teven een kopie van deze overeenkomst en leveringsvoorwaarden ontvangen te hebben” is immers een onderdeel van de hoofdtekst, zodat voornoemde mededeling voldoende helder is gepresenteerd aan gedaagde. Dit wordt voldoende geacht voor het feit dat gedaagde de algemene voorwaarden op 12 juni 2007 heeft aanvaard, zodat deze van toepassing zijn op de onderliggende overeenkomst.

Dat vond ook de Hoge Raad in 2007. Ik moet zeggen dat ik er ook dan moeite mee heb, zeker als het gaat om een compleet standaardformulier waarbij de wederpartij eigenlijk niet eens een wijziging kán aanbrengen. Denk aan een webformulier met standaardzin net boven de instuurknop.

Aan de andere kant: mensen laten tekenen voor ontvangst is wel dé manier, en waarom tekenen mensen zulke zinnen als die niet kloppen?

Arnoud

Geen gezag voor vader door Facebookberichten

Een vader heeft geen gezag over zijn kind gekregen, omdat hij op zijn Facebook-pagina negatieve berichten over de moeder had geplaatst. Dat las ik bij Jurofoon. Deze berichten waren volgens de rechtbank zeer ongepast en alleen bedoeld om de moeder negatief weg te zetten. Daarmee had de man aangetoond zich onvoldoende rekenschap te geven van de eisen die gezamenlijk ouderschap en de belangen van het kind met zich meebrengen.

In deze zaak had de moeder als enige het ouderlijk gezag over het kind. De man had in de procedure gevraagd om gezamenlijk gezag. Een dergelijke eis wordt in principe toegewezen, tenzij er

een onaanvaardbaar risico is dat de minderjarige klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of afwijzing anderszins in het belang van de minderjarige noodzakelijk is.

In deze zaak was er sprake van een dergelijk risico, en de Facebookberichten waren daarbij een belangrijk stuk bewijs. Niet het enige; de rechtbank noemt ook “het volledig gebrek aan vertrouwen over en weer van de ouders in elkaar” en “de slechte communicatie tussen de ouders”. Maar op Facebook waren de nodige negatieve berichten geplaatst, met een ondertoon van “als ik mijn kind heb dan zal ik eens écht vertellen hoe het zit” en dat is natuurlijk niet in het belang van het kind.

Ook verweet de rechtbank de man dat deze de eerste pagina van een rechtbankstuk online had gezet, inclusief naam van de vrouw. Nu mag je op zich best processtukken publiceren als dat noodzakelijk is om je punt te onderbouwen. Maar daarvan was hier geen sprake, hoewel de rechtbank niet precies motiveert waarom. Ik krijg de indruk dat men het als tendentieus zag en bovendien kwalijk vond dat de naam van de vrouw erin stond.

Dit wil niet zeggen dat iets schrijven over je kind niet mag. Maar je zult als ouder dus écht rekening moeten houden met de belangen van je kind. En dat kan betekenen dat je soms je mond moet houden over een onrechtvaardige situatie, omdat je kind er niets aan heeft als je daar op je strepen gaat staan.

Arnoud

Gefilmd in het verzorgingstehuis

Een lezer vroeg me:

De kinderen van een vrouw die bij ons in een verzorgingstehuis woont, hebben zonder overleg een camera geplaatst. Mijn collega’s en ik voelen ons nu bekeken tijdens ons werk. Wat kunnen wij nu doen?

Juridisch gezien is dit heel moeilijk. Enerzijds is iedereen gerechtigd in het eigen huis (woonruimte) camera’s op te hangen mits maar duidelijk aangekondigd en alleen voor bewaking/surveillance. Anderzijds hebben werknemers in een verzorgingstehuis (of ziekenhuis, of verpleeghuis, of zelfs bij de mensen aan huis) recht op privacy tijdens het werk. Die mag je dus niet zomaar filmen.

Vaak zit er een diepere oorzaak of zorg achter de camera’s. Als je als organisatie die zelf kunt wegnemen, is het vaak wel bespreekbaar om de camera’s ook te laten verwijderen. Een veel voorkomende reden voor camera’s is diefstal uit de woonruimte. Men verdenkt dan een verzorger, krijgt geen respons bij de directie en gaat dan maar zelf met camera’s aan de slag.

Ik ken ook tehuizen waar men zelf aanbiedt camera’s op te hangen. De beelden worden dan strikt beveiligd en alleen gebruikt bij incidenten. Bovendien kan personeel dan kiezen om in die kamers niet te willen werken. Dat is wel gedoe om te regelen maar het lijkt mij een prima oplossing.

Welke disclaimer moet je gebruiken bij gratis advies?

Een lezer vroeg me:

Net als jij wil ik voor mijn bedrijf een vraagbaak openen waar mensen voor gratis advies terecht komen. Alleen: wat voor disclaimer kan ik dan het beste onder de mail zetten? Wat voor tekst gebruik jij?

Ik gebruik geen disclaimers in mijn mail, niet zakelijk en niet bij mijn gratisadviesdienst. Een algemene e-maildisclaimer heeft namelijk geen enkele waarde juridisch gezien. Zeggen dat iets “mogelijk onjuist kan zijn” of dat “deze informatie mogelijk vertrouwelijk is” gaat je echt niet helpen bij de rechter.

Als je specifiek iets wilt toelichten dan zou dat de moeite waard kunnen zijn. Denk aan “Wij zijn geen advocatenkantoor” of “Ons belastingadvies is gebaseerd op fictieve voorbeelden, niet op uw situatie”. Maar iets als “wij zijn niet aansprakelijk” of “dit kan vertrouwelijk zijn” of “ons advies is niet bindend, u handelt op eigen risico” is zinloos.

Het belangrijkste, ook bij gratis advies, is zorgen dat het gewoon klopt wat je zegt. In 2011 blogde ik ook over deze kwestie, en toen vond ik een vonnis waarin een gemeente aansprakelijk werd gesteld voor gratis advies:

Dat een bepaalde serviceverlening door een organisatie “onverplicht en gratis” is, rechtvaardigt niet de uitsluiting van in dat kader gebruikte (gebrekkige) roerende zaken van de werking van artikel 6:181 lid 1 BW. Immers, een organisatie die in de uitoefening van haar bedrijf roerende zaken gebruikt is de eerst aangewezene om doeltreffende maatregelen te nemen om zoveel mogelijk te voorkomen dat die zaken mogelijk gebrekkig zijn, met name indien gebrekkigheid van dergelijke zaken ernstig gevaar voor derden zou kunnen opleveren.

Toegegeven, het ging hier om het gratis uitlenen van een loopplank die volledig doorgerot bleek en niet om advies, maar het principe lijkt me hetzelfde. Je levert een dienst als deskundige, en dan heb je te zorgen dat je gepaste zorg in acht neemt.

Bovendien: wat voor boodschap gaat er uit van een advies waar je onder zet “dit zou allemaal zomaar fout kunnen zijn en ik wens nergens aansprakelijk voor te zijn”? Dat komt toch neer op “Ja ik doe maar wat, boeien” en niet als “hoop dat u hier wat aan heeft, en voor meer advies ben ik te huur?

Arnoud

Ook met aanhalingstekens is onbeperkt onbeperkt

aanhalingstekens.pngHa, een mooi stukje ergernis van mij waar nu ook eens een rechter wat van vindt. Het is een bekende praktijk: er worden prachtige dingen beloofd in reclameposters en wervende webpagina’s, maar als je dan op pagina 6 van de algemene voorwaarden kijkt, zie je in artikel 18.3 ineens het tegenovergestelde staan. En dan sta je daar tegenover een groot bedrijf, net zoals de klant uit dit vonnis met zijn “onbeperkt” internet.

De klant had in 2005 mobiel internet afgenomen bij Telfort, en liep op zeker moment tegen een gebruikslimiet van 1.100 mb aan. Zijn verweer daartegen was dat dat nooit was afgesproken: het product heette “Maximaal online” (ja, met aanhalingstekens) en dat impliceert toch dat je maximaal je online-verbinding kunt belasten, of niet soms?

Nee, niet soms, aldus Telfort: in de kleine lettertjes staat een verwijzing naar de tarievenlijst en daar staat bij een sterretje aangegeven dat er een datalimiet kan zijn. En die voorwaarden heeft u gehad bij contractsluiting, dus pech gehad.

Dat van die voorwaarden werd betwist, maar niet genoeg om de rechter te overtuigen. Alleen hielp dat Telfort niet echt: je kunt niet zomaar in de kleine lettertjes dingen ontkennen die in de grote letters worden beloofd:

Wanneer in reclame-uitingen sprake is van een abonnement met een onbeperkte limiet voor het gebruik dient de verkoper van het abonnement zich daar aan te houden, tenzij zij op een duidelijke wijze kenbaar maakt dat er toch van een limiet sprake is.

Een prijslijst als bijlage bij algemene voorwaarden, of zelfs de algemene voorwaarden zelf, lijkt me volstrekt geen “duidelijke wijze” om wat dan ook bekend te maken. AV zijn bedoeld voor details, niet voor belangrijke zaken zoals een datalimiet. Vergelijk deze uitspraak van een tijdje terug over de wettelijk verplichte informatie voor webwinkeliers: ook die mag niet alleen in de algemene voorwaarden staan.

Verder was niet bewezen dat de prijslijst was overhandigd waarin die zin over datalimieten stond. Dus ook op juridisch-technische gronden gaat Telfort onderuit.

Arnoud

Einde van de Telefoongids?

Het lijkt er sterk op dat de papieren Telefoongids vanaf volgend jaar niet langer bezorgd wordt, meldde Webwereld gisteren. Ongetwijfeld compleet los van de opkomende verkiezingen meldden diverse politici dat het nu toch eens tijd wordt de wet te wijzigen zodat het bezorgen van de Telefoongids kan stoppen.

Directe aanleiding van een en ander was Alexander Klöpping’s SterfTelefoongidsSterf.nl, waarmee hij een statement wil maken over de papier- en andere verspilling rond de dodebomenmensenzoekmachine. Een succesvol statement: als je het object van je actie zó boos kunt maken dat ze met juridische stappen gaan dreigen, doe je het goed.

Ondertussen zie ik nu overal dat “een wijziging van de Telecomwet nodig” zou zijn om te regelen dat de gids niet langer verplicht door de bus gepropt wordt. Want dat is de spin van DTG: wij zijn wettelijk verplicht de gids te bezorgen, dus mogen wij die nee-nee sticker van u negeren ondanks dat de gids bomvol staat met advertenties en dus gewoon papieren spam is.

Zoals ik vorig jaar al schreef, nergens staat in de wet dat iedere Nederlander een gids onder de neus geduwd moet krijgen. De wet spreekt van “beschikbaar zijn” van deze faciliteit, maar er is geen enkele reden waarom je daar alleen aan kunt voldoen door de gids door de bus te duwen.

En ja dat staat in de wet, maar de wet wijzigen is niet eens nodig om hier eens expliciet een einde aan te kunnen maken. De wet bevat namelijk een plugin interface, pardon een delegatieregeling: er is bepaald dat nadere regels over dat “beschikbaar zijn” door de minister gesteld mogen worden in het BUDE.

Het BUDE is een zogeheten Algemene Maatregel van Bestuur, en een AMvB wijzigen is een stuk eenvoudiger dan een wet wijzigen. De minister kan zelf een wijziging doorvoeren, formeel is daarvoor niet eens instemming van de Tweede Kamer voor nodig. En het lijkt me zonder meer mogelijk om in het BUDE op te nemen dat “Telefoongidsen worden op papier uitsluitend verspreid met aparte voorafgaande toestemming van de ontvanger” of iets dergelijks. Dat hoeft absoluut niet in de telecommunicatiewet zelf.

Juridisch gezien kan dit dus prima op korte termijn geregeld worden. Met een beetje goede wil zelfs voor de verkiezingen.

Arnoud
Foto: huppetee weg ermee die telefoongids! van ‘CatChat.nl’.

Amsterdam mag e-mail personeel niet bekijken

outlook-machtigen-inzien.pngDe dienst werk en inkomen van de gemeente Amsterdam mag niet zomaar in de mailbox van medewerkers kijken, las ik bij Nu.nl. Het besluit waarmee de dienst zich dat recht gaf, was in strijd met de Wet op de ondernemingsraden. Het kunnen inzien van mailboxen valt namelijk onder “personeelvolgsystemen” en voordat je dat mag doen, moet de ondernemingsraad toestemming geven.

Zoals tegenwoordig vrijwel elk bedrijf had ook deze overheidsdienst een protocol over toegang tot mailboxen. Eerst als onderdeel van de algemene Gedragscode Elektronische Communicatiemiddelen, maar nu gewijzigd. En die gewijzigde regeling verschilde op een belangrijk punt: waar vroeger (behalve bij vermoedelijke integriteitschendingen) alleen met toestemming in een mailbox mocht worden gekeken, mocht dat nu ook zonder toestemming wanneer bij ziekte of iets dergelijks bleek dat je geen collega gemachtigd had om in je mailbox te kunnen.

De OR heeft instemmingsrecht bij dergelijke gedragscodes en protocollen. De Wet Ondernemingsraad bepaalt namelijk dat dat dit recht bestaat bij alle verwerkingen van persoonsgegevens in het algemeen (en mail lezen valt daaronder) maar ook iets specifieker bij “waarneming van of controle op aanwezigheid, gedrag of prestaties” van groepen werknemers.

Viel dit protocol nu onder deze regeling? Het was immers bedoeld om bij ziekte het werk over te kunnen nemen, vanwege de naar buiten toe gestelde responstijd van 24 uur op alle mails van cliënten. Snel je cliënten van dienst kunnen zijn, dat is toch geen controle op werknemers?

De rechter vindt van wel:

Het besluit is niet gericht op die controle, maar kan er wel geschikt voor zijn. Bepaald niet uitgesloten is immers dat de manager, wanneer de medewerker een achterstand in werk blijkt te hebben, deze hier op aanspreekt. Daarmee is ook voldaan aan het criterium dat het moet gaan om ‘de prestaties’ van de medewerker.

Oftewel, de manager kan langs deze weg toevallig zien hoe iemand functioneert en daar dan iets mee doen. En vanwege die mogelijkheid tot controleren van prestaties had er instemming van de OR moeten worden gevraagd.

De rechter merkt daarbij op dat dit de eerste uitspraak van zijn soort is. Eerdere relevante jurisprudentie is er niet. Wel had hij nog het boek Inzicht in de Ondernemingsraad gevonden (en om raadselachtige redenen zijn de auteurs geanonimiseerd in het vonnis), waarin werd aangegeven dat het er niet om gaat of de systemen gebruikt wórden om personeel te volgen maar of ze daarvoor gebruikt kúnnen worden. Dus toch nog een soort van externe onderbouwing.

Voor de volledigheid wordt ook nog de privacy erbij gehaald, immers je mag (in beperkte mate) privé mailen vanuit die mailbox en het lezen daarvan door de manager is dan een verwerking van je persoonsgegevens. Dat is óók weer een reden waarom toestemming van de OR nodig was.

Op straffe van een dwangsom moet de dienst nu het protocol eerst aan de OR voorleggen, en mag men het pas invoeren na hun toestemming. En ik kan me zo voorstellen dat de OR nu enigszins kritisch zal staan tegenover het protocol.

Arnoud

Mag mijn hoster mijn site zomaar weggooien?

Toevallig vroegen diverse lezers me:

Onlangs was ineens mijn website weg! Mag mijn hoster dat zomaar doen? Ik heb geen backups want ik vertrouw erop dat het gewoon bij de hoster staat. En die heeft ineens zonder mededeling mijn account dichtgezet en alles weggegooid. Ik ben nu drie jaar werk kwijt 🙁

Een hoster mag natuurlijk niet zomaar een account opheffen of bestanden weggooien. Maar het venijn zit ‘m in dat “zomaar”.

Bij een hostingcontract zegt de hoster toe bestanden te hosten (goh) en de klant zegt toe te betalen. Zolang de een zijn prestatie verricht, is de ander verplicht dat ook te doen. Maar wanneer een van de partijen tekort schiet, mag de ander zijn prestaties opschorten zoals dat juridisch heet (art. 6:262 BW).

De hoster mag dus bij wanbetaling zijn prestatie – het hosten – opschorten. In gewone taal: als je niet betaalt, gaat je site op zwart. Betaal je dan alsnog, dan gaat je site weer terug (op wit?). Het maakt niet uit of jou wat te verwijten valt bij dat niet betalen. Ook als het aan jouw kant overmacht was, mag de site op zwart.

De hoster moet dan wel aan de klant melden dat hij dit gaat doen. Dat mag op zich ook met een tekst op de site “Deze site is wegens administratieve redenen onbereikbaar, neem contact op met de helpdesk” maar ik vind het netter om even een mailtje te sturen.

Meer algemeen mag een contractspartij het contract opzeggen als de wederpartij tekort schiet (art. 6:265 BW). De hoster staat dus in principe zelfs in zijn recht als hij bij wanbetaling opzegt. En wederom ook als jou niets te verwijten valt.

Wel geldt zowel bij opschorting als bij opzegging dat dit wel gerechtvaardigd moet zijn door de tekortkoming. Eén keer twee cent te weinig betalen is bijvoorbeeld geen rechtvaardiging voor een contractsopzegging. Zes maanden je 100 euro maandelijkse kosten niet betalen wel.

Ook moet de hostingpartij zich redelijk opstellen bij de maatregelen die hij neemt. Meteen opzeggen én alles weggooien lijkt me niet redelijk, dat kan ook wel een onsje minder. De wijze van opschorting moet proportioneel zijn gezien de aard van de tekortkoming van de klant. Bij een site die virussen verspreidt kan ik me voorstellen dat je data weggooit, die data is immers schadelijk en je wil daar nu een einde aan maken. Bij een gewone site en een ‘gewone’ wanbetaling zou ik eerder verwachten dat de boel ontoegankelijk wordt maar niet volledig wég is.

Aan de andere kant mag je denk ik van een hostingklant ook wel verwachten dat hij regelmatig backups maakt van zijn data. Ik vergeet het zelf ook telkens met de database van deze blog, maar het is wel míjn fout als ik er pas na opzegging van mijn contract bij bHosted.nl achter kom dat mijn blogdatabasebackup een maand mist. Het lijkt me dus moeilijk om een schadeclaim in te dienen wegens kwijtgeraakte data.

Arnoud

Kun je echt zomaar willekeurige contracten sluiten via internet?

Een lezer vroeg me:

Voor veel tijdschriften kun je tegenwoordig een abonnement nemen via internet, door slechts een formuliertje in te vullen, zonder handtekening of telefonische toestemming. Stel dat een grapjas mijn gegevens invult, is zo’n contract dan bindend en rechtsgeldig? En zoniet, hoe beschermen uitgeverijen zich dan tegen klanten die achteraf ontkennen ooit een abo te hebben genomen?

Het is eigenlijk een wonder dat dit goed gaat elke keer. Want inderdaad het systeem is zo lek als een mandje en volstrekt triviaal te misbruiken.

Voor een overeenkomst (contract, abonnement, hoe je het maar wilt noemen) is niet meer nodig dan dat de ene partij een aanbod doet waar de andere partij akkoord op geeft. Dat aanbod en het akkoord mag op elke manier worden gedaan. De wet stelt daar geen vormvereisten aan, behalve bij enkele speciale contractsvormen zoals de aankoop van een woonhuis of een concurrentiebeding in een arbeidscontract – die moeten schriftelijk.

Een contract via een bestelformulier op internet is dus volstrekt rechtsgeldig, en je kunt er niet onderuit met de stelling dat je niets getekend hebt of dat er niet geverifieerd is of jij het wel was. Natuurlijk kan een grapjas niet jou aan een contract binden. Iemand die dus jouw gegevens invult op zo’n formulier, schept geen verplichtingen voor jou.

Praktisch gezien krijg je wel wat gedoe, want het proces bij zo’n uitgever is dat je na invullen van het formulier automatisch het tijdschrift krijgt en ook een en ander moet gaan betalen. En wie niet betaalt, die krijgt een incassobureau op zijn dak. Er is zelden ruimte voor “ja maar dat was ik niet, ik wil dat abonnement niet” in dat proces, dus je moet dan moeilijk doen om gehoord te worden.

Formeel-juridisch is het echter de uitgever die moet bewijzen dat jij het abonnement hebt afgesloten. En “uw gegevens staan in ons bestand” is natuurlijk volstrekt onvoldoende daarvoor. Men kan nabellen, of eerst een acceptgiro sturen en pas na betaling daarvan het eerste nummer opsturen. Als die naar het opgegeven adres gaat en vervolgens betaald wordt, dan lijkt me dat wel bewijs dat de bewoner daar het abonnement wil.

Dus inderdaad, er is potentieel voor misbruik. Maar ik denk dat de meeste mensen dit te puberaal vinden zodat het in de praktijk wel meevalt.

Arnoud