Geen gezag voor vader door Facebookberichten

Een vader heeft geen gezag over zijn kind gekregen, omdat hij op zijn Facebook-pagina negatieve berichten over de moeder had geplaatst. Dat las ik bij Jurofoon. Deze berichten waren volgens de rechtbank zeer ongepast en alleen bedoeld om de moeder negatief weg te zetten. Daarmee had de man aangetoond zich onvoldoende rekenschap te geven van de eisen die gezamenlijk ouderschap en de belangen van het kind met zich meebrengen.

In deze zaak had de moeder als enige het ouderlijk gezag over het kind. De man had in de procedure gevraagd om gezamenlijk gezag. Een dergelijke eis wordt in principe toegewezen, tenzij er

een onaanvaardbaar risico is dat de minderjarige klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of afwijzing anderszins in het belang van de minderjarige noodzakelijk is.

In deze zaak was er sprake van een dergelijk risico, en de Facebookberichten waren daarbij een belangrijk stuk bewijs. Niet het enige; de rechtbank noemt ook “het volledig gebrek aan vertrouwen over en weer van de ouders in elkaar” en “de slechte communicatie tussen de ouders”. Maar op Facebook waren de nodige negatieve berichten geplaatst, met een ondertoon van “als ik mijn kind heb dan zal ik eens écht vertellen hoe het zit” en dat is natuurlijk niet in het belang van het kind.

Ook verweet de rechtbank de man dat deze de eerste pagina van een rechtbankstuk online had gezet, inclusief naam van de vrouw. Nu mag je op zich best processtukken publiceren als dat noodzakelijk is om je punt te onderbouwen. Maar daarvan was hier geen sprake, hoewel de rechtbank niet precies motiveert waarom. Ik krijg de indruk dat men het als tendentieus zag en bovendien kwalijk vond dat de naam van de vrouw erin stond.

Dit wil niet zeggen dat iets schrijven over je kind niet mag. Maar je zult als ouder dus écht rekening moeten houden met de belangen van je kind. En dat kan betekenen dat je soms je mond moet houden over een onrechtvaardige situatie, omdat je kind er niets aan heeft als je daar op je strepen gaat staan.

Arnoud

Gefilmd in het verzorgingstehuis

Een lezer vroeg me:

De kinderen van een vrouw die bij ons in een verzorgingstehuis woont, hebben zonder overleg een camera geplaatst. Mijn collega’s en ik voelen ons nu bekeken tijdens ons werk. Wat kunnen wij nu doen?

Juridisch gezien is dit heel moeilijk. Enerzijds is iedereen gerechtigd in het eigen huis (woonruimte) camera’s op te hangen mits maar duidelijk aangekondigd en alleen voor bewaking/surveillance. Anderzijds hebben werknemers in een verzorgingstehuis (of ziekenhuis, of verpleeghuis, of zelfs bij de mensen aan huis) recht op privacy tijdens het werk. Die mag je dus niet zomaar filmen.

Vaak zit er een diepere oorzaak of zorg achter de camera’s. Als je als organisatie die zelf kunt wegnemen, is het vaak wel bespreekbaar om de camera’s ook te laten verwijderen. Een veel voorkomende reden voor camera’s is diefstal uit de woonruimte. Men verdenkt dan een verzorger, krijgt geen respons bij de directie en gaat dan maar zelf met camera’s aan de slag.

Ik ken ook tehuizen waar men zelf aanbiedt camera’s op te hangen. De beelden worden dan strikt beveiligd en alleen gebruikt bij incidenten. Bovendien kan personeel dan kiezen om in die kamers niet te willen werken. Dat is wel gedoe om te regelen maar het lijkt mij een prima oplossing.

Welke disclaimer moet je gebruiken bij gratis advies?

Een lezer vroeg me:

Net als jij wil ik voor mijn bedrijf een vraagbaak openen waar mensen voor gratis advies terecht komen. Alleen: wat voor disclaimer kan ik dan het beste onder de mail zetten? Wat voor tekst gebruik jij?

Ik gebruik geen disclaimers in mijn mail, niet zakelijk en niet bij mijn gratisadviesdienst. Een algemene e-maildisclaimer heeft namelijk geen enkele waarde juridisch gezien. Zeggen dat iets “mogelijk onjuist kan zijn” of dat “deze informatie mogelijk vertrouwelijk is” gaat je echt niet helpen bij de rechter.

Als je specifiek iets wilt toelichten dan zou dat de moeite waard kunnen zijn. Denk aan “Wij zijn geen advocatenkantoor” of “Ons belastingadvies is gebaseerd op fictieve voorbeelden, niet op uw situatie”. Maar iets als “wij zijn niet aansprakelijk” of “dit kan vertrouwelijk zijn” of “ons advies is niet bindend, u handelt op eigen risico” is zinloos.

Het belangrijkste, ook bij gratis advies, is zorgen dat het gewoon klopt wat je zegt. In 2011 blogde ik ook over deze kwestie, en toen vond ik een vonnis waarin een gemeente aansprakelijk werd gesteld voor gratis advies:

Dat een bepaalde serviceverlening door een organisatie “onverplicht en gratis” is, rechtvaardigt niet de uitsluiting van in dat kader gebruikte (gebrekkige) roerende zaken van de werking van artikel 6:181 lid 1 BW. Immers, een organisatie die in de uitoefening van haar bedrijf roerende zaken gebruikt is de eerst aangewezene om doeltreffende maatregelen te nemen om zoveel mogelijk te voorkomen dat die zaken mogelijk gebrekkig zijn, met name indien gebrekkigheid van dergelijke zaken ernstig gevaar voor derden zou kunnen opleveren.

Toegegeven, het ging hier om het gratis uitlenen van een loopplank die volledig doorgerot bleek en niet om advies, maar het principe lijkt me hetzelfde. Je levert een dienst als deskundige, en dan heb je te zorgen dat je gepaste zorg in acht neemt.

Bovendien: wat voor boodschap gaat er uit van een advies waar je onder zet “dit zou allemaal zomaar fout kunnen zijn en ik wens nergens aansprakelijk voor te zijn”? Dat komt toch neer op “Ja ik doe maar wat, boeien” en niet als “hoop dat u hier wat aan heeft, en voor meer advies ben ik te huur?

Arnoud

Ook met aanhalingstekens is onbeperkt onbeperkt

aanhalingstekens.pngHa, een mooi stukje ergernis van mij waar nu ook eens een rechter wat van vindt. Het is een bekende praktijk: er worden prachtige dingen beloofd in reclameposters en wervende webpagina’s, maar als je dan op pagina 6 van de algemene voorwaarden kijkt, zie je in artikel 18.3 ineens het tegenovergestelde staan. En dan sta je daar tegenover een groot bedrijf, net zoals de klant uit dit vonnis met zijn “onbeperkt” internet.

De klant had in 2005 mobiel internet afgenomen bij Telfort, en liep op zeker moment tegen een gebruikslimiet van 1.100 mb aan. Zijn verweer daartegen was dat dat nooit was afgesproken: het product heette “Maximaal online” (ja, met aanhalingstekens) en dat impliceert toch dat je maximaal je online-verbinding kunt belasten, of niet soms?

Nee, niet soms, aldus Telfort: in de kleine lettertjes staat een verwijzing naar de tarievenlijst en daar staat bij een sterretje aangegeven dat er een datalimiet kan zijn. En die voorwaarden heeft u gehad bij contractsluiting, dus pech gehad.

Dat van die voorwaarden werd betwist, maar niet genoeg om de rechter te overtuigen. Alleen hielp dat Telfort niet echt: je kunt niet zomaar in de kleine lettertjes dingen ontkennen die in de grote letters worden beloofd:

Wanneer in reclame-uitingen sprake is van een abonnement met een onbeperkte limiet voor het gebruik dient de verkoper van het abonnement zich daar aan te houden, tenzij zij op een duidelijke wijze kenbaar maakt dat er toch van een limiet sprake is.

Een prijslijst als bijlage bij algemene voorwaarden, of zelfs de algemene voorwaarden zelf, lijkt me volstrekt geen “duidelijke wijze” om wat dan ook bekend te maken. AV zijn bedoeld voor details, niet voor belangrijke zaken zoals een datalimiet. Vergelijk deze uitspraak van een tijdje terug over de wettelijk verplichte informatie voor webwinkeliers: ook die mag niet alleen in de algemene voorwaarden staan.

Verder was niet bewezen dat de prijslijst was overhandigd waarin die zin over datalimieten stond. Dus ook op juridisch-technische gronden gaat Telfort onderuit.

Arnoud

Einde van de Telefoongids?

Het lijkt er sterk op dat de papieren Telefoongids vanaf volgend jaar niet langer bezorgd wordt, meldde Webwereld gisteren. Ongetwijfeld compleet los van de opkomende verkiezingen meldden diverse politici dat het nu toch eens tijd wordt de wet te wijzigen zodat het bezorgen van de Telefoongids kan stoppen.

Directe aanleiding van een en ander was Alexander Klöpping’s SterfTelefoongidsSterf.nl, waarmee hij een statement wil maken over de papier- en andere verspilling rond de dodebomenmensenzoekmachine. Een succesvol statement: als je het object van je actie zó boos kunt maken dat ze met juridische stappen gaan dreigen, doe je het goed.

Ondertussen zie ik nu overal dat “een wijziging van de Telecomwet nodig” zou zijn om te regelen dat de gids niet langer verplicht door de bus gepropt wordt. Want dat is de spin van DTG: wij zijn wettelijk verplicht de gids te bezorgen, dus mogen wij die nee-nee sticker van u negeren ondanks dat de gids bomvol staat met advertenties en dus gewoon papieren spam is.

Zoals ik vorig jaar al schreef, nergens staat in de wet dat iedere Nederlander een gids onder de neus geduwd moet krijgen. De wet spreekt van “beschikbaar zijn” van deze faciliteit, maar er is geen enkele reden waarom je daar alleen aan kunt voldoen door de gids door de bus te duwen.

En ja dat staat in de wet, maar de wet wijzigen is niet eens nodig om hier eens expliciet een einde aan te kunnen maken. De wet bevat namelijk een plugin interface, pardon een delegatieregeling: er is bepaald dat nadere regels over dat “beschikbaar zijn” door de minister gesteld mogen worden in het BUDE.

Het BUDE is een zogeheten Algemene Maatregel van Bestuur, en een AMvB wijzigen is een stuk eenvoudiger dan een wet wijzigen. De minister kan zelf een wijziging doorvoeren, formeel is daarvoor niet eens instemming van de Tweede Kamer voor nodig. En het lijkt me zonder meer mogelijk om in het BUDE op te nemen dat “Telefoongidsen worden op papier uitsluitend verspreid met aparte voorafgaande toestemming van de ontvanger” of iets dergelijks. Dat hoeft absoluut niet in de telecommunicatiewet zelf.

Juridisch gezien kan dit dus prima op korte termijn geregeld worden. Met een beetje goede wil zelfs voor de verkiezingen.

Arnoud
Foto: huppetee weg ermee die telefoongids! van ‘CatChat.nl’.

Amsterdam mag e-mail personeel niet bekijken

outlook-machtigen-inzien.pngDe dienst werk en inkomen van de gemeente Amsterdam mag niet zomaar in de mailbox van medewerkers kijken, las ik bij Nu.nl. Het besluit waarmee de dienst zich dat recht gaf, was in strijd met de Wet op de ondernemingsraden. Het kunnen inzien van mailboxen valt namelijk onder “personeelvolgsystemen” en voordat je dat mag doen, moet de ondernemingsraad toestemming geven.

Zoals tegenwoordig vrijwel elk bedrijf had ook deze overheidsdienst een protocol over toegang tot mailboxen. Eerst als onderdeel van de algemene Gedragscode Elektronische Communicatiemiddelen, maar nu gewijzigd. En die gewijzigde regeling verschilde op een belangrijk punt: waar vroeger (behalve bij vermoedelijke integriteitschendingen) alleen met toestemming in een mailbox mocht worden gekeken, mocht dat nu ook zonder toestemming wanneer bij ziekte of iets dergelijks bleek dat je geen collega gemachtigd had om in je mailbox te kunnen.

De OR heeft instemmingsrecht bij dergelijke gedragscodes en protocollen. De Wet Ondernemingsraad bepaalt namelijk dat dat dit recht bestaat bij alle verwerkingen van persoonsgegevens in het algemeen (en mail lezen valt daaronder) maar ook iets specifieker bij “waarneming van of controle op aanwezigheid, gedrag of prestaties” van groepen werknemers.

Viel dit protocol nu onder deze regeling? Het was immers bedoeld om bij ziekte het werk over te kunnen nemen, vanwege de naar buiten toe gestelde responstijd van 24 uur op alle mails van cliënten. Snel je cliënten van dienst kunnen zijn, dat is toch geen controle op werknemers?

De rechter vindt van wel:

Het besluit is niet gericht op die controle, maar kan er wel geschikt voor zijn. Bepaald niet uitgesloten is immers dat de manager, wanneer de medewerker een achterstand in werk blijkt te hebben, deze hier op aanspreekt. Daarmee is ook voldaan aan het criterium dat het moet gaan om ‘de prestaties’ van de medewerker.

Oftewel, de manager kan langs deze weg toevallig zien hoe iemand functioneert en daar dan iets mee doen. En vanwege die mogelijkheid tot controleren van prestaties had er instemming van de OR moeten worden gevraagd.

De rechter merkt daarbij op dat dit de eerste uitspraak van zijn soort is. Eerdere relevante jurisprudentie is er niet. Wel had hij nog het boek Inzicht in de Ondernemingsraad gevonden (en om raadselachtige redenen zijn de auteurs geanonimiseerd in het vonnis), waarin werd aangegeven dat het er niet om gaat of de systemen gebruikt wórden om personeel te volgen maar of ze daarvoor gebruikt kúnnen worden. Dus toch nog een soort van externe onderbouwing.

Voor de volledigheid wordt ook nog de privacy erbij gehaald, immers je mag (in beperkte mate) privé mailen vanuit die mailbox en het lezen daarvan door de manager is dan een verwerking van je persoonsgegevens. Dat is óók weer een reden waarom toestemming van de OR nodig was.

Op straffe van een dwangsom moet de dienst nu het protocol eerst aan de OR voorleggen, en mag men het pas invoeren na hun toestemming. En ik kan me zo voorstellen dat de OR nu enigszins kritisch zal staan tegenover het protocol.

Arnoud

Mag mijn hoster mijn site zomaar weggooien?

Toevallig vroegen diverse lezers me:

Onlangs was ineens mijn website weg! Mag mijn hoster dat zomaar doen? Ik heb geen backups want ik vertrouw erop dat het gewoon bij de hoster staat. En die heeft ineens zonder mededeling mijn account dichtgezet en alles weggegooid. Ik ben nu drie jaar werk kwijt 🙁

Een hoster mag natuurlijk niet zomaar een account opheffen of bestanden weggooien. Maar het venijn zit ‘m in dat “zomaar”.

Bij een hostingcontract zegt de hoster toe bestanden te hosten (goh) en de klant zegt toe te betalen. Zolang de een zijn prestatie verricht, is de ander verplicht dat ook te doen. Maar wanneer een van de partijen tekort schiet, mag de ander zijn prestaties opschorten zoals dat juridisch heet (art. 6:262 BW).

De hoster mag dus bij wanbetaling zijn prestatie – het hosten – opschorten. In gewone taal: als je niet betaalt, gaat je site op zwart. Betaal je dan alsnog, dan gaat je site weer terug (op wit?). Het maakt niet uit of jou wat te verwijten valt bij dat niet betalen. Ook als het aan jouw kant overmacht was, mag de site op zwart.

De hoster moet dan wel aan de klant melden dat hij dit gaat doen. Dat mag op zich ook met een tekst op de site “Deze site is wegens administratieve redenen onbereikbaar, neem contact op met de helpdesk” maar ik vind het netter om even een mailtje te sturen.

Meer algemeen mag een contractspartij het contract opzeggen als de wederpartij tekort schiet (art. 6:265 BW). De hoster staat dus in principe zelfs in zijn recht als hij bij wanbetaling opzegt. En wederom ook als jou niets te verwijten valt.

Wel geldt zowel bij opschorting als bij opzegging dat dit wel gerechtvaardigd moet zijn door de tekortkoming. Eén keer twee cent te weinig betalen is bijvoorbeeld geen rechtvaardiging voor een contractsopzegging. Zes maanden je 100 euro maandelijkse kosten niet betalen wel.

Ook moet de hostingpartij zich redelijk opstellen bij de maatregelen die hij neemt. Meteen opzeggen én alles weggooien lijkt me niet redelijk, dat kan ook wel een onsje minder. De wijze van opschorting moet proportioneel zijn gezien de aard van de tekortkoming van de klant. Bij een site die virussen verspreidt kan ik me voorstellen dat je data weggooit, die data is immers schadelijk en je wil daar nu een einde aan maken. Bij een gewone site en een ‘gewone’ wanbetaling zou ik eerder verwachten dat de boel ontoegankelijk wordt maar niet volledig wég is.

Aan de andere kant mag je denk ik van een hostingklant ook wel verwachten dat hij regelmatig backups maakt van zijn data. Ik vergeet het zelf ook telkens met de database van deze blog, maar het is wel míjn fout als ik er pas na opzegging van mijn contract bij bHosted.nl achter kom dat mijn blogdatabasebackup een maand mist. Het lijkt me dus moeilijk om een schadeclaim in te dienen wegens kwijtgeraakte data.

Arnoud

Kun je echt zomaar willekeurige contracten sluiten via internet?

Een lezer vroeg me:

Voor veel tijdschriften kun je tegenwoordig een abonnement nemen via internet, door slechts een formuliertje in te vullen, zonder handtekening of telefonische toestemming. Stel dat een grapjas mijn gegevens invult, is zo’n contract dan bindend en rechtsgeldig? En zoniet, hoe beschermen uitgeverijen zich dan tegen klanten die achteraf ontkennen ooit een abo te hebben genomen?

Het is eigenlijk een wonder dat dit goed gaat elke keer. Want inderdaad het systeem is zo lek als een mandje en volstrekt triviaal te misbruiken.

Voor een overeenkomst (contract, abonnement, hoe je het maar wilt noemen) is niet meer nodig dan dat de ene partij een aanbod doet waar de andere partij akkoord op geeft. Dat aanbod en het akkoord mag op elke manier worden gedaan. De wet stelt daar geen vormvereisten aan, behalve bij enkele speciale contractsvormen zoals de aankoop van een woonhuis of een concurrentiebeding in een arbeidscontract – die moeten schriftelijk.

Een contract via een bestelformulier op internet is dus volstrekt rechtsgeldig, en je kunt er niet onderuit met de stelling dat je niets getekend hebt of dat er niet geverifieerd is of jij het wel was. Natuurlijk kan een grapjas niet jou aan een contract binden. Iemand die dus jouw gegevens invult op zo’n formulier, schept geen verplichtingen voor jou.

Praktisch gezien krijg je wel wat gedoe, want het proces bij zo’n uitgever is dat je na invullen van het formulier automatisch het tijdschrift krijgt en ook een en ander moet gaan betalen. En wie niet betaalt, die krijgt een incassobureau op zijn dak. Er is zelden ruimte voor “ja maar dat was ik niet, ik wil dat abonnement niet” in dat proces, dus je moet dan moeilijk doen om gehoord te worden.

Formeel-juridisch is het echter de uitgever die moet bewijzen dat jij het abonnement hebt afgesloten. En “uw gegevens staan in ons bestand” is natuurlijk volstrekt onvoldoende daarvoor. Men kan nabellen, of eerst een acceptgiro sturen en pas na betaling daarvan het eerste nummer opsturen. Als die naar het opgegeven adres gaat en vervolgens betaald wordt, dan lijkt me dat wel bewijs dat de bewoner daar het abonnement wil.

Dus inderdaad, er is potentieel voor misbruik. Maar ik denk dat de meeste mensen dit te puberaal vinden zodat het in de praktijk wel meevalt.

Arnoud

Kan het Zweedse Minecraft een Amerikaans patent schenden?

minecraft-patent.pngDe Zweedse Minecraft-ontwikkelaar Mojang wordt aangeklaagd door het Amerikaanse bedrijf Uniloc voor patentinbreuk, las ik bij Tweakers. Markus Persson, de bedenker van het concept, vond dit grappig want wat heeft hij als Zweeds bedrijf immers te maken met Amerikaanse patentwetgeving?

Nou, toch iets meer dan je zou denken. Het enkele feit dat jij als bedrijf niet in de VS gevestigd bent, maakt niet dat je automatisch niets met de Amerikaanse wetgeving te maken hebt. Waar het om gaat, is of je de gepatenteerde producten of werkwijze toepast (verhandelt, verkoopt, bedrijfsmatig inzet, etc) in de VS. Dat is ongeveer hetzelfde criterium als bij ons, en het wordt ook op dezelfde manier ingevuld: wat doe je precies en in hoeverre is daaruit af te leiden dat je je specifiek op de VS richt?

Wie bv. adverteert in Amerikaanse tijdschriften, prijzen in US dollars vermeldt en “free shipping in Continental USA” vermeldt, valt onder de Amerikaanse patentwetgeving. Idem voor verkoop van apps in een appstore van een Amerikaans bedrijf zoals Google of Apple. Een Nederlandstalige site waar toevallig een Amerikaan iets kan bestellen daarentegen niet. Bij een generieke Engelstalige site waar iedereen lid kan worden is het een grijs gebied.

Een andere vraag is wat de patenthouder kan doen met een voor hem gunstig vonnis als de gedaagde niet in de VS gevestigd is. Er is geen verdrag bijvoorbeeld tussen Amerika en Zweden (of de EU) dat tenuitvoerlegging van Amerikaanse octrooivonnissen mogelijk maakt in Zweden. Dus stel Minecraft verliest, dan is er bar weinig te halen financieel gezien. Heel misschien is er iets te verzinnen met inbeslagname van servers van het bedrijf die in een Amerikaans datacenter staan, maar meer zou ik zo niet weten.

Heb je wél bezittingen in de VS, of komen die er later te staan (je bedrijf breidt uit over een paar jaar) dan zijn die via dat vonnis alsnog op te eisen en te gelde te maken. Wuif dus zo’n octrooiclaim nooit zomaar weg, want ook jaren later kan het nog tot problemen leiden.

Arnoud

Nieuwe voorwaarden Steam verbieden ‘class action’-rechtszaken

In de nieuwe gebruiksvoorwaarden van gamingnetwerk Steam staat dat ‘Valve en de gebruiker bij problemen samen tot een oplossing moeten komen’, en dat met name class action lawsuits verboden zijn. Dat las ik tijdens mijn vakantie bij Tweakers. Met een class action lawsuit kunnen grote groepen gedupeerden zich verenigen en een massaclaim indienen.

In de VS gebeurt dit heel vaak, met name omdat advocaten daar op no cure no pay mogen werken, maar ook omdat je niet graag je rechtssysteem laat verstoppen door honderden identieke rechtszaken. Het idee is dat als iedereen in dezelfde situatie zit, er maar één rechtszaak nodig is. En men pakt dan meteen door: de rechter kan de uitkomst algemeen verbindend verklaren, zodat iedereen in diezelfde situatie aanspraak kan maken op de schadevergoeding.

Class actions zijn voor grote bedrijven een grote zorg, want je kunt zomaar een miljoenenclaim aan je broek krijgen vanwege een clubje activisten die het voor elkaar krijgen de rechtszaak algemeen verbindend verklaard te krijgen voor al je klanten. Die natuurlijk dan graag even gratis geld komen halen. Vandaar dat men zich in alle mogelijke bochten wringt om dit te voorkomen, en één zo’n bocht bleek buitengewoon succesvol: in je algemene voorwaarden opnemen dat je afstand doet van je recht om een class action te starten dan wel daaraan deel te nemen. De Supreme Court bevestigde namelijk in begin 2011 dat je in gebruiksvoorwaarden mag bepalen dat men verplicht naar een arbitragecommissie moet stappen en afstand doet van het recht op een rechtszaak.

In Nederland ligt het iets anders. Verplichte geschilbeslechting door een derde staat op de zwarte lijst van algemene voorwaarden, oftewel zo’n verplichting is altijd ongeldig te verklaren door de consument. De enige uitzondering is als er bij bepaald is dat de consument altijd een maand of meer heeft om te beslissen alsnog naar de rechter te willen. Voor arbitrage ligt het iets genuanceerder.

Voor Nederlanders speelt er nog iets in die voorwaarden: men kan bepalen dat het recht van Californië of de rechtbank in Santa Clara bevoegd is. Ook dat kan niet zomaar: dergelijke regels zijn eveneens onredelijk bezwarend. Je kunt niet worden afgehouden van de rechter waar je volgens de wet recht op hebt. Maar het kán voordelig zijn, want het recht van Californië kan je meer schadevergoeding opleveren dan ons recht.

Arnoud