Verdachte illegale downloaders kunnen schuld niet bij huisgenoten leggen

| AE 10933 | Intellectuele rechten | 28 reacties

Een illegale downloader die wordt vervolgd, kan niet zomaar een gezinslid of huisgenoot de schuld geven van het downloaden om onder de straf uit te komen, meldde Nu.nl onlangs. Het Europese Hof van Justitie deed eerder uitspraak (zaaknr. C-149/17) hierover in een Duitse kwestie waarbij de houder van een internetaansluiting van illegaal downloaden van een audioboek werd beschuldigd. Persoonlijk vond ik het niet zo’n belangrijk arrest (want in Nederland worden downloaders niet aangepakt) maar ik krijg er veel vragen over, dus laten we toch eens kijken wat er nu is bepaald.

In Duitsland wordt veel actiever achter downloaders aangezeten dan bij ons. De Abmahnung-praktijk met name is berucht: advocaten speuren naar IP-adressen en sturen blafbrieven voor enkele honderden euro’s naar vermeende downloaders. Volgens mij is er nog nooit daadwerkelijk doorgepakt en bij de rechter zo’n bedrag goedgekeurd, maar veel mensen daar maken zich er zorgen over en zoeken naar redenen om van de sommatie af te komen.

In de praktijk komt men natuurlijk bij de abonnementshouder achter het gebruikte IP-adres uit, want dat is de enige informatie die de internetprovider bezit. Het is natuurlijk goed mogelijk dat een huisgenoot of gezinslid feitelijk de download uitvoerde. Zo ook in de zaak die bij het Hof uitkwam: er was via het IP-adres van de gedaagde een audioboek gedownload, maar de man ontkende in alle toonaarden.

De rechtbank in eerste instantie sprak hem vrij, omdat hij had aangegeven dat ook zijn inwonende ouders toegang hadden tot internet. Daarmee is het in theorie mogelijk dat zij de download hadden begaan, hoewel zij

bij zijn weten evenwel dit werk niet op hun computer hadden, niet op de hoogte waren van het bestaan ervan en geen filesharing-software gebruikten. De computer van de betrokkene was op het tijdstip van die inbreuk op het auteursrecht bovendien uitgeschakeld.

In hoger beroep keek men er anders tegenaan: het meest waarschijnlijk was dat de man zelf de inbreuk had gepleegd door zonder toestemming te downloaden, en dat is nu eenmaal de bewijsrechtelijke lat in het aansprakelijkheidsrecht. Geen zekerheid zoals in het strafrecht, maar slechts iets meer dan 50/50 verdeling van de waarschijnlijkheden.

Alleen was er in Duitsland jurisprudentie van het Bundesgerichtshof, de hoogste rechter:

Conform de rechtspraak van het Bundesgerichtshof, zoals door de verwijzende rechter uitgelegd, is het immers aan de verzoeker om een inbreuk op het auteursrecht te stellen en te bewijzen. Voorts wordt vermoed dat de houder van een internetaansluiting een dergelijke inbreuk heeft gemaakt, wanneer op het tijdstip van de inbreuk geen enkele andere persoon deze aansluiting kon gebruiken. Indien de internetaansluiting ontoereikend was beveiligd of bewust voor anderen beschikbaar was gesteld, kan de houder van deze aansluiting evenwel niet geacht worden deze inbreuk te hebben gemaakt.

Oftewel, in Duitsland geldt (gold) dus de regel dat je alléén de houder van een aansluiting aansprakelijk mag stellen als hij de enige was die de aansluiting gebruikte. Zijn er meer mensen, dan moet je als rechthebbende met meer bewijs komen welke van die mensen het dan was. En dat lukt natuurlijk zelden.

Het Hof van Justitie gooit deze regel van tafel. Voor een effectieve handhaving van auteursrecht is het noodzakelijk dat er geen keiharde regels in de weg staan die in de praktijk nooit te bewijzen zijn. Als je met alles wegkomt door “mijn moeder kan hier ook internetten” te zeggen, dan is de handhaving van auteursrecht niet meer reëel. Die regel is dus oneerlijk en mag niet worden gevoerd. Daarom verklaart het Hof die Duitse jurisprudentie ongeldig.

Dit betekent dan weer niet dat je dus altijd wél aansprakelijk bent als er via jouw IP-adres iets wordt gedownload. Want je valt nu terug op de gewone, open regel van bewijsrecht dat de rechthebbende aannemelijk moet maken dat jij het was. Niet wettig en overtuigend bewijzen -dat is strafrecht- maar met dus 51% zekerheid. Ik denk dat je in Nederland dan uitkomt bij “je was de houder” met een snippertje extra feitelijke onderbouwing, waarna de houder iets van een verhaal moet geven waarom hij het niet is.

Arnoud

Nu ga ik aan mezelf twijfelen, is de GPLv2 eigenlijk wel een contract?

| AE 10903 | Intellectuele rechten | 48 reacties

Heibel in de Linuxtent, blogde ik vorige week. Ontwikkelaars aan het besturingssysteem lagen in de clinch over een Code of Conduct die ongepast gedrag vastlegt, met de nodige interpretatieproblemen tot gevolg. Dat leidde tot een oproep om je GPL-licentie in te trekken en zo je stem te laten horen. Waarop ik me afvroeg, kan dat wel, een contract opzeggen in zo’n situatie? Maar nu ga ik zelfs twijfelen of er wel een contract ís.

Dat de GPL naar Europees recht een contract is, is al een hele lange aanname. De standaardlicentie komt uit de VS, en daar is de twijfel wel iets serieuzer: voor een overeenkomst is onder de common law het specifieke concept ‘consideration’ nodig, oftewel een tegenprestatie. Een schenking is dus géén overeenkomst daar, maar een eenzijdige rechtshandeling. In Europa waar de civil law geldt (zeg maar heel Europa behalve Ierland, Engeland en Wales) is het goed mogelijk een overeenkomst te hebben met maar één prestatie.

De GPL kent geen tegenprestatie, en kan daarmee dus geen contract zijn onder common law principes. In Europa is dat geen beletsel, dus kun je hier prima spreken van een GPL contract. (Bijkomstig voordeel is dat het Amerikaanse juristen irriteert zonder dat ze er wat aan kunnen doen.) Voor een contract is niet meer nodig dan een aanbod (dit mag je doen, onder deze voorwaarden) dat wordt aanvaard (lijkt me leuk, ik ga typen en verspreiden).

Hoe meer ik er echter over nadenk, hoe meer ik twijfel of dit eigenlijk wel goed gaat. Want die aanvaarding past niet goed in het systeem van de wet, dat er vanuit gaat dat je akkoord zegt tegen de aanbiedende partij. Als die aanvaarding niet daadwerkelijk aankomt, dan gaat er van alles schuiven. Het belangrijkste is dat de aanbieder dan het aanbod mag intrekken, waarmee het vervalt. Oftewel, zolang niemand jou daadwerkelijk meldt “ik aanvaard de GPL op jouw software, dank je” dan kun je gewoon roepen “licentieaanbod ingetrokken, sorry” en kan niemand meer wat met je software.

De praktijk is natuurlijk dat iedereen gewoon zoekt naar de regel “GPL” in de hoofddirectory van de software en concludeert dat het wel goed zit. Maar je moet je best wel in juridische bochten wringen om dan tot een juridisch perfecte aanvaarding te komen. Een mogelijkheid is bijvoorbeeld dat je zegt, de aanvaardingshandeling (het gebruik van de software) bereikt de aanbieder niet maar dat is de aanbieder zijn eigen probleem (art. 3:37 lid 3 BW), had hij maar meer moeten opletten wie zijn software gebruikt.

Maar wat is het dan wel? De Amerikaanse constructie is een “toestemming onder voorwaarden”, analoog aan een bordje bij je erfgrens. Wie zijn landgoed openstelt met een bordje “Vrije toegang dagelijks tussen zonsopgang en zonsondergang” sluit dan geen overeenkomst, maar verleent eenzijdig toestemming onder een voorwaarde (namelijk dat het overdag is). Zolang die voorwaarde wordt gerespecteerd, mag je er zijn. Schend je de voorwaarde of vervalt deze, dan pleeg je erfvredebreuk en moet je dus wegwezen. Vertaal je dat naar softwareland, dan krijg je toestemming onder het auteursrecht om te handelen maar zodra je de voorwaarden schendt, eindigt de toestemming en heb je een probleem.

Het mooie van deze oplossing is, het maakt niet uit of je de voorwaarden aanvaardt of niet. Negeer ze en je pleegt sowieso inbreuk. Dus je hoeft helemaal niets te zeggen tegen de rechthebbende. De toestemming is ook niet zomaar intrekbaar: gezegd is gezegd, zeker gezien de constructie in de aanhef van de GPL dat het krijgen van een kopie van de software tevens toestemming inhoudt.

Het grote nadeel is natuurlijk, het is nog nooit getest bij de rechter. En ik weet ook niet op welke plek in het Burgerlijk Wetboek ik deze constructie zou moeten duiden. Maar het past beter bij mijn rechtsgevoel anno 2018.

Arnoud

Van wie is samen geschreven software eigenlijk?

| AE 10817 | Intellectuele rechten | 19 reacties

Een lezer vroeg me:

Samen met een kennis werk ik al geruime tijd aan een stuk software, dat we gebruiken voor een betaalde webdienst. Nu overweeg ik ermee te stoppen, want ik heb privé andere prioriteiten. Ik heb de bulk van het werk gedaan, maar mijn partner ook best aardig wat. Hoe moeten wij dit regelen, aan wie komen deze rechten toe?

Hoofdregel van de Auteurswet is dat de rechten liggen bij de partij die het creatieve werk heeft gedaan. Als twee mensen werk doen, dan ontstaan er dus twee auteursrechten naast elkaar. Ieder van de ontwikkelaars mag dan beslissen wat hij of zij daarmee doet.

Althans in principe, want je moet in alle redelijkheid wel rekening houden met de belangen van de ander. Dit is altijd een heel gedoe om achteraf recht te trekken, zeker als mensen met ruzie uit elkaar gaan. Het is dus veel beter dit vooraf te regelen, of zoals deze vraagsteller het netjes op het moment zelf te willen uitzoeken.

Iets ingewikkelder wordt het als het werk van de twee niet goed los te weven is. Er is dan namelijk sprake van een gemeenschappelijk auteursrecht, één recht dat aan beide ontwikkelaars toekomt. Dat kun je niet zomaar verdelen, je bent er samen eigenaar van. Hier moet dus worden afgesproken wie van de twee het recht meeneemt – en natuurlijk wat de ander er dan nog mee mag doen.

Als een van de twee ermee stopt, dan is het makkelijk. Je spreekt dan af (schriftelijk en met handtekening) dat alle rechten naar de voortzettende partner gaan, en waarschijnlijk zal de stoppende partner dan een afkoopsom ontvangen of een laatste winstuitkering. Je hoeft je dan denk ik geen zorgen te maken over licenties aan de stoppende partner, hij ging immers stoppen.

Willen beiden uit elkaar en apart hetzelfde gaan doen, dan wordt het ingewikkelder. Degene met de rechten staat net wat sterker dan degene die alleen een licentie krijgt om onder die rechten óók te opereren. Je kunt natuurlijk keiharde afspraken maken, maar wat doe je dan als er toch ruzie komt of de partij met rechten verkoopt die aan een derde? Om die reden kan het interessant zijn om in dat geval alle rechten gemeenschappelijk te verklaren, zodat je beiden van elkaar afhankelijk blijft.

Arnoud

Een website als gemeenschappelijk eigendom, het kan

| AE 10855 | Intellectuele rechten | 13 reacties

Een opmerkelijke (maar positieve) uitspraak van de rechtbank Amsterdam: de website Boschproject.org (over het werk van Jheronimus Bosch) telt als gemeenschappelijk eigendom van partijen die daaraan gewerkt hebben. Dat las ik bij IE-Forum. Dat is opmerkelijk omdat een website niet echt een ding is dat je in eigendom kunt hebben, laat staan gemeenschappelijk eigendom dus…. Lees verder

Nederlandse staat is aansprakelijk voor uitlatingen over illegaal downloaden

| AE 10821 | Intellectuele rechten, Regulering | 11 reacties

De Nederlandse staat is aansprakelijk voor uitlatingen die bewindslieden hebben gedaan over downloaden uit illegale bron. Dat meldde Tweakers gisteren. De rechtbank Den Haag heeft in een principezaak bepaald dat wanneer bewindslieden uitspraken doen die in strijd zijn met Europees recht, je als burger de staat mag aanspreken voor schade die daaruit het gevolg is…. Lees verder

Omstreden gamewebsite stopt met illegale roms uit angst voor rechtszaken

| AE 10793 | Intellectuele rechten | 31 reacties

De omstreden gamewebsite EmuParadise gaat niet langer roms van oude games aanbieden. De beheerder van de site vreest namelijk voor mogelijke rechtszaken tegen bijvoorbeeld Nintendo. Dat meldde Nu.nl vlak voor mijn vakantie. De site bood downloadlinks naar roms van oude games. Hierdoor was het mogelijk om klassiekers voor klassieke spelcomputers van bijvoorbeeld Nintendo, Sega en… Lees verder

Terugblik: Een cynisch stukje piratenbaaifrustratie

| AE 10766 | Informatiemaatschappij, Intellectuele rechten | 22 reacties

Deze en volgende week ben ik met vakantie. Daarom deze week een terugblik op populaire blogs van de afgelopen jaren, vanuit het perspectief van 2018. Deze week: Een cynisch stukje piratenbaaifrustratie uit 2012, met vele vele reacties en ophef. Nee, ik had geen zin erover te schrijven, die Pirate Bay vonnissen van vorige week. Juridisch… Lees verder

Terugblik: Gaat Getty Images procederen in Nederland?

| AE 10764 | Intellectuele rechten | 2 reacties

Deze en volgende week ben ik met vakantie. Daarom deze week een terugblik op populaire blogs van de afgelopen jaren, vanuit het perspectief van 2018. Deze week: Gaat Getty Images procederen in Nederland? Met 924 reacties nog steeds de knaller wat betreft aantallen reageerders. In 2009 blogde ik over de diverse blafbrieven die het stockfotobedrijf… Lees verder

Liegen over een bijna ingepikte domeinnaam is dus echt bedrog

| AE 10729 | Intellectuele rechten | 25 reacties

Hij is al vaak langsgekomen, maar nu is het echt door de rechter bevestigd: mensen een domeinregistratiecontract aansmeren met als verkooptruc “iemand anders wil hem registreren” heet bedrog, en je kunt dat contract daarmee per direct van tafel krijgen. Dat blijkt uit een rechtszaak tussen het bedrijf Trademark Office (sowieso al een dubieuze naam gezien… Lees verder

Bijtertjesblog 925 daagt haarklovende advocaten van Permission Machine uit voor auteursrechtzaak

| AE 10705 | Intellectuele rechten | 29 reacties

Hoi haarklovende advocaten van Permission Machine, komt u naar de zitting op 23 maart. Aldus werkendemannenblog 925. De site is tegen een bekend internetprobleem aangelopen: je hebt als internetpublicatie veel beeldmateriaal nodig, en als je dan een keer niet oplet dan krijg je gelijk een hap van een advocaat die geld wil zien namens een… Lees verder