Amerikaanse verdachte hoeft PGP-decryptiesleutel niet af te geven aan politie

Een verdachte mag niet worden bevolen zijn PGP-decryptiesleutel of wachtwoord af te geven, bepaalde een een Amerikaanse magistrate judge eind november. Zo’n bevel is in strijd met de Amerikaanse Grondwet. Dat meldt onder andere Planet. In Engeland moesten diezelfde maand een groep Britse dierenactivisten nog hun decryptiesleutels afgeven. En hoe zit dat in Nederland?

Je hoeft niet mee te werken aan je eigen veroordeling. Dat heet het nemo tenetur-beginsel. Dat staat niet expliciet in onze wet, maar wordt wel erkend op grond van artikel 6 EVRM. Op grond van het Saunders-arrest van het Europese Hof geldt dat de verdachte geen verklaringen hoeft af te leggen, maar wel materiaal moet uitleveren dat onafhankelijk van zijn wil bestaat, zoals documenten en bloedmonsters. Als de verdachte in zijn dagboek een bekentenis had geschreven, en de politie vindt deze bij een huiszoeking, dan mag die gewoon worden gebruikt. Ook als het op de PC staat. Maar als de politie het dagboek niet kan vinden, mag de verdachte niet worden bevolen te vertellen waar het ligt.

Een wachtwoord zit ook in je hoofd, en het moeten vertellen is dus een “verklaring afleggen”. Vandaar dat zo’n bevel bij ons niet gegeven mag worden. Dit is expliciet vastgelegd in artikel 125k Wetboek van Strafvordering. Voor getuigen, maar ook voor andere betrokkenen (zoals een systeembeheerder) geldt deze verplichting wel – uiteraard voorzover ze het wachtwoord ook weten.

Kortom, nee, bij ons mag dit niet. Of het in de VS nu echt niet mag, is nog een open vraag. Dit is een beslissing van een magistrate judge, zeg maar een rechter-commissaris. Nog lang geen Supreme Court-arrest dus.

Zeer uitgebreid over nemo tenetur versus afgeven van sleutels is Bert-Jaap Koops, de expert op dit gebied, in Verdachte en ontsleutelplicht: hoe ver reikt nemo tenetur? (PDF). Bij de behandeling in de Tweede Kamer van het wetsvoorstel Computercriminaliteit II verklaarde de minister trouwens expliciet (RTF) dat het nemo tenetur-beginsel verbood om verdachten te bevelen hun wachtwoord af te geven.

Verder nog een heleboel discussie op Bij Tweakers en Slashdot.

Vraagje voor de toekomst: als ik nou geen wachtwoord gebruik maar een biometrische beveiliging op mijn gegevens heb, kan ik dan verplicht worden mijn vinger op de sensor te leggen? Het nemen van een vingerafdruk is namelijk geen inbreuk op nemo tenetur, maar het effect is wel hetzelfde als bevolen worden een wachtwoord af te geven. Aan de andere kant mag de politie ook de sleutelbos uit mijn broekzak halen en daarmee mijn brandkast openmaken.

Arnoud

Hyperlink naar opruiiend materiaal mogelijk strafbaar

Hyperlinks zijn legaal, behalve in bijzondere gevallen. Inbreuk op auteursrecht is de meest voorkomende uitzondering, maar ook bijvoorbeeld linken naar een smadelijke publicatie kan onrechtmatig zijn. Hyperlinken kan zelfs strafbaar zijn.

In een zaak over opruiing via internet heeft de rechter nu beslist dat een directe link naar een opruiiend geschrift strafbaar kan zijn. Het verspreiden van een “geschrift of afbeelding waarin tot enig strafbaar feit of tot gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag wordt opgeruid” is strafbaar (art. 132 Wetboek van Strafrecht). De rechter stelt een “directe link” hiermee gelijk:

Door het plaatsen van een dergelijke link kan de lezer met slechts één handeling (te weten het klikken/dubbel klikken op de link) het onderliggende document opvragen en lezen. Het onderliggende document is daarmee zodanig verbonden met de link dat door het plaatsen van de link het onderliggende document in zekere zin onderdeel is geworden van het stuk waarin de link is geplaatst. In die zin wordt naar het oordeel van de rechtbank door het plaatsen van de link ook het onderliggende document verspreid.

Van die conclusie schrok men zelf kennelijk ook, want vervolgens wordt deze vérstrekkende bepaling meteen genuanceerd:

De vraag die vervolgens moet worden beantwoord is of het enkel plaatsen van een link ook moet vallen onder de strafbaarstelling van artikel 132 van het Wetboek van Strafrecht. Die vraag is van belang omdat de rechtbank niet aannemelijk acht dat het de bedoeling van de wetgever is geweest om het enkele plaatsen van een link in alle gevallen onder die strafbepaling te laten vallen. Gevolg daarvan zou immers onder meer zijn dat (de exploitanten van) internetzoekmachines – die links produceren naar aanleiding van ingevoerde zoektermen – ook onder deze strafbepaling zouden komen te vallen als die links leiden naar opruiende geschriften en/of afbeeldingen. Bij bepaalde zoektermen is het immers onontkoombaar dat die links opleveren naar geschriften of afbeeldingen waarin tot enig strafbaar feit of tot gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag wordt opgeruid.

En u voelt ‘m al aankomen: het moet afhangen van de relevante concrete omstandigheden van het geval.

Arnoud

Fietspolitie verstuurt spam per telefoon

Gisteravond werd ik ineens gebeld, en tot mijn stomme verbazing begon er toen een bandje te lopen waarop een zogenaamde politieagent me begon te vertellen dat licht aan toch echt heel belangrijk is. Ja, een bandje. Na enig zoeken bleek dat van deze site Fietslicht aan : Vrienden bellen afkomstig te zijn:

Wil je nu iets leuks uithalen bij je vrienden? Vul hieronder het e-mailadres en het 06-nummer in van een vriend of vriendin. Die ga ik, agent Van Geel, dan hoogstpersoonlijk verrassen met een telefoontje – wedden dat je hem of haar daarna ineens altijd met licht op de fiets ziet rijden? Kan er nu al om lachen, weet je dat?

Kennelijk heb ik dus “vrienden” die menen dat dit grappig is.

Nu is de keuze van mijn vrienden mijn probleem, maar dit soort telefonische oproepen zijn al sinds 1998 als spam verboden. In de Telecommunicatiewet, artikel 11.7 staat namelijk:

Het gebruik van automatische oproepsystemen zonder menselijke tussenkomst, faxen en elektronische berichten voor het overbrengen van ongevraagde communicatie voor commerciële, ideële of charitatieve doeleinden aan abonnees is uitsluitend toegestaan, mits de verzender kan aantonen dat de desbetreffende abonnee daarvoor voorafgaand toestemming heeft verleend [of een hier niet relevante uitzondering van toepassing is]

Agent Van Geel is een automatisch oproepsysteem. Daarmee wordt een ongevraagde communicatie voor ideële doeleinden overgebracht. En het is niet de abonnee (“vriend”) die de toestemming geeft. Dat heet SPAM en dat is dus verboden!

UPDATE: (14 november) dat vindt ook de OPTA, zo lees ik op Webwereld:

“Dit soort dingen mogen alleen als de abonneehouder toestemming heeft gegeven en de beller dat kan aantonen”, zegt Ewa Walters, woordvoerdster van het controle-orgaan.

UPDATE 2: (14 november, 13:54) om tien voor één heb ik een interview gegeven voor het NOS Radio 1 Journaal! Luister via Uitzendinggemist (het begint om 12:53).

UPDATE 3: (14 november, 20:36) bij Ouders Online wordt terecht gewezen op de privacy-aspecten van deze actie. En ze hebben agent Van Geel als MP3!

UPDATE 4 (19 november): Agent Van Geel is met pensioen.

Ik vind het hoogst kwalijk dat een overheidsinitiatief (politiewebsite) spam verstuurt in een vorm die al sinds 1998 verboden is. U ook? Klachten indienen kan bij de OPTA, onder het kopje “Telefonisch oproepsysteem”.

Arnoud

AIVD mag stofzuigeren naar persoonsgegevens (via Netkwesties)

Frank Kuitenbrouwer vertelt een mooie parabel over de AIVD:

Er was eens een klooster dat werd verlamd door een sluipend conflict onder de monniken waar de abt maar geen vinger achter kon krijgen. Ten einde raad riep hij de hulp in van een bevriende statisticus. Deze posteerde een waarnemer in de kloostergang voor de refter. Deze moest alleen maar turven wanneer de monniken kwamen en gingen, wie bij wie aanschoof, enzovoorts. Zonder dat er een naam aan te pas kwam liet de expert zijn analyse los op deze onschuldige stromingsgegevens met als resultaat dat de abt de aanstokers van de ruzie kon ontmaskeren.

Als het aan wetsvoorstel 30553 ligt, krijgt de AIVD straks namelijk de bevoegdheid om onbeperkt verkeers- en persoonsgegevens van providers op te vragen:

De diensten zijn bevoegd zich te wenden tot een aanbieder van een communicatiedienst met het verzoek gegevens te verstrekken over een gebruiker en over het communicatieverkeer dat met betrekking tot die gebruiker voor of op het tijdstip van het verzoek heeft plaatsgevonden dan wel na dat tijdstip zal plaatsvinden.

Lees verder in de column van Frank Kuitenbrouwer in Netkwesties.

Arnoud

Inbeslagname van foto’s van agenten door diezelfde agenten

Portretrecht voor de politie, een vaak terugkomend onderwerp. De politie maakt zich vaak druk om haar portretrecht. In het Dagblad van het Noorden wordt een politiewoordvoerder geciteerd naar aanleiding van de inbeslagname van foto’s van een medewerkster van 112Drenthe.com:

Politiewoordvoerder Bert Peters meldt echter, dat de genomen foto’s in strijd zijn met het portretrecht van de agenten. ”Op die foto’s staan agenten individueel afgebeeld. Kijk, bij een politieoptreden bestaat natuurlijk altijd de kans dat er een persfoto van de algemene situatie wordt gepubliceerd. Dat is ook geen probleem. Maar nu gaat het puur om de agenten zelf, die eventueel op een nieuwssite kunnen worden getoond. We hebben overigens van het openbaar ministerie begrepen dat we op een goede manier hebben gehandeld. Maar het is uiteindelijk de rechter die beslist of we terecht of onterecht hebben gehandeld.”

Een portret mag niet worden gepubliceerd als de geportretteerde daar een redelijk belang tegen heeft. Privacy is voor een agent een duidelijk belang, zeker bij impopulaire activiteiten als het flitsen van snelheidsovertreders. Mensen moeten hun frustraties over geflitst worden niet gaan verhalen op de individuele agent die de foto heeft gemaakt.

Aan de andere kant vervult een agent een openbare taak, en die kunnen fotograferen is in het algemeen belang. Zo kunnen wij controleren of die taak wel goed vervuld wordt.

Voor zo’n belangenafweging hebben we inderdaad de rechter. Die kan beslissen dat de foto niet mag worden gepubliceerd, al zal hij dat niet snel doen: hij kan bijvoorbeeld ook eisen dat de gezichten van de agenten onherkenbaar gemaakt worden.

Het duurt alleen soms lang voor je bij de rechter staat, en als in de tussentijd die foto vrolijk op internet staat, is het kwaad al geschied. Een schadevergoeding en verder verbod is dan een schrale troost. Een inbeslagname meteen na het maken van de foto lijkt dan logisch. Blijkt bij de rechter dat de foto geen kwaad kan, of dat b.v. onherkenbaar maken geen probleem is, dan kan deze worden gepubliceerd. Vandaar dat die agenten meteen de geheugenkaart opeisen en in beslag nemen.

De journalisten onder u zijn nu al aan het scrollen naar de comments-gleuf om “CENSUUR!!1!” te typen. Want dit riekt wel naar voorafgaande vergunning om iets te mogen publiceren. En die heb je in Nederland niet nodig.

Nou, ongeveer. Een publicatieverbod vooraf kan op zich wel, maar dat verbod moet dan wel de enige manier zijn om de privacy of wat dan ook van de persoon in kwestie te beschermen. (Ja, Indymedia heeft ongelijk). Bij een gewone burger ’s nachts met een telelens een foto in de slaapkamer nemen om die op Nu.nl te zetten, zal een rechter geen moeite hebben met een voorafgaand verbod.

In het geval van politieagenten ligt dat anders, vanwege dus dat algemeen belang en het toezicht op de openbare taak. Het lijkt mij dan ook dat een agent wel een hele bijzondere reden moet hebben om een geheugenkaart op te eisen om zo publicatie van een foto van zichzelf te verbieden.

Tegelijkertijd hebben mensen die agenten fotograferen wel een grote verantwoordelijkheid: als de agent schade lijdt door de publicatie, kan dat al snel flink in de papieren lopen. En dat komt dan voor rekening van de fotograaf/publicist, waarbij de rechter weinig medelijden zal hebben.

Om nog maar niet te spreken van alle bekeuringen de komende tien jaar voor 2km/u te hard rijden, een ontbrekend achterlicht op de fiets, toeteren zonder noodzaak, vergeten hand uit te steken of het trekken van een aanstootgevend gezicht.

Via Volledig bericht, pardon Boek 9.

Arnoud

Het IP-adres van de pliesie

CorCom Security Analysing meldt dat het IP-adres van de politie 194.151.195.208 is. Elk politiebureau in Nederland gebruikt namelijk dezelfde gateway om het Internet te bezoeken.

Oud nieuws? Ach. Ik vond het wel grappig om te kijken welke Wikipedia-edits er gedaan zijn vanaf dat adres. Afgezien van de nodige informatie over de politie zelf, ook een hoop edits van mogelijk verveelde agenten. Eentje leidde zelfs tot een officiële waarschuwing. De Engelstalige Wikipedia-edits van de politie vallen mee.

Arnoud

OM: “downloaden niet langer gedogen” – was dat illegaal dan?

Het Openbaar Ministerie gaat in hoger beroep in de strafzaak over het aanbieden van links naar inbreukmakende werken. In die zaak werd beslist dat het aanbieden van zulke links medeplichtigheid aan inbreuk op auteursrecht kan opleveren. In De Telegraaf legt het OM uit waarom ze hoger beroep aantekenen:

“Het is bijna normaal geworden om illegale kopieën in bezit te hebben”, aldus officier van justitie Annemieke Drogt. “Nederlandse websites die toegang bieden tot kwalitatief hoogwaardig materiaal, breiden zich uit als een olievlek. Met deze eerste strafrechtelijke vervolging geven we een signaal af: dit accepteren wij in ons land niet langer.”

Nou kan het OM wel van alles vinden, maar voordat iets strafbaar is, moet het toch echt bij wet verboden worden. Opzettelijke inbreuk op het auteursrecht is een misdrijf (art. 31 jo. 33 Auteurswet), dat is waar. Ook het “bewaren uit winstbejag” van een voorwerp met daarop een inbreukmakend werk is strafbaar (art. 32 sub d Auteurswet). Dus aanpakken van sites die werk aanbieden, of links daarnaar, kan inderdaad op grond van de strafbepalingen uit de auteurswet.

Maar die eerste zin verhoudt zich moeizaam tot het Nederlands recht, zou mijn docent Encyclopedie Rechtsgeleerdheid zeggen. Hoezo illegale kopieën in bezit hebben? Veel gedownload werk is een thuiskopie: een kopie die voor strikt eigen gebruik gemaakt wordt en niet met anderen wordt gedeeld. De thuiskopie is legaal, punt uit. En een legale thuiskopie is geen inbreuk op het auteursrecht. Het hebben of maken van een thuiskopie is dus ook geen strafbaar feit.

Ja, dat roep ik al sinds april 2002. Maar ik ben heus niet de enige.

De rechter in de zaak TechnoDesign versus BREIN:

Anderzijds heeft de wetgever blijkens zowel de huidige Auteurswet en de Wet op de naburige rechten als de reeds genoemde Richtlijn en het daaruit voortvloeiende Wetsontwerp bepaald dat op zichzelf het kopiëren (in dit geval door middel van downloaden) van een inbreuk-makend/illegaal mp3-bestand voor eigen gebruik, geen strijd met de Auteurswet of de wet op de naburige rechten oplevert.
In het hoger beroep werd hier niet verder op ingegaan: “Of deze ontvanger recht heeft op een zogenoemde ’thuiskopie’ kan daarom in dit verband verder onbesproken blijven.”

Antwoord op kamervragen aan de Minister van begin augustus:

Vraag 3
Geldt [de thuiskopie-regeling] ook voor het aanbod van werken op het Internet die nog niet legaal voor het publiek te koop zijn of openbaar gemaakt zijn? Kunt u uw antwoord toelichten?
Antwoord
Artikel 16c Auteurswet stelt niet de eis dat een privékopie uitsluitend mag worden gemaakt van een legale bron. Het ontbreken van de eis dat het origineel ‘legaal’ moet zijn leidt tot een voor consumenten ruimhartig thuiskopieregime. Inherent daaraan is dat van een illegale bron legale privékopieën kunnen worden gemaakt, voor zover de overige wettelijke voorwaarden in acht worden genomen (Kamerstukken II, 2002-2003, 28 482, nr. 5, blz. 33 en Kamerstukken II, 2002- 2003, 28 482, nr. 8, blz. 13). Daaraan heeft allereerst het feit ten grondslag gelegen dat artikel 5, tweede lid, onderdeel b, van Richtlijn nr. 2001/29 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij (PbEG L 167; hierna: de richtlijn) evenmin de voorwaarde van de legale bron stelt. Verder kan in een Internetomgeving van een gebruiker over het algemeen niet worden gevraagd te beoordelen of er al dan niet sprake is van een legale dan wel illegale bron. Voorts werd betwijfeld of de introductie van dit onderscheid bij de thuiskopieregeling wel handhaafbaar zou zijn (Kamerstukken II 2002-2003, 28 482, nr. 5, blz. 33), omdat het thuiskopiëren zich bij uitstek in het privédomein van de consument afspeelt.

Uit het daarboven genoemde Kamerstuk 28 482, nr. 5, blz. 33:

Het ontbreken van de eis dat het origineel legaal moet zijn, kan er dus toe leiden dat van een illegale bron legale privé-kopieën worden gemaakt, voor zover de overige voorwaarden die artikel 16c stelt in acht worden genomen. De beperking inzake privé-kopiëren staat het niet toe dat zo’n kopie wordt afgegeven of wordt openbaar gemaakt. … Het heeft mijn voorkeur dat alleen van een legale bron een privé-kopie wordt gemaakt.

Uit het daarboven genoemde Kamerstuk 28 482, nr. 8, blz. 13:

[De thuiskopie-regeling] verbindt aan het privé-kopiëren de voorwaarde dat een vergoeding wordt betaald. Die vergoeding is verschuldigd ongeacht of er sprake is van een legale of illegale bron en wordt geheven bij de producent of importeur en doorberekend aan de consument. Indien bij de vaststelling van de vergoeding de privé-kopie van een illegale bron niet in aanmerking zou worden genomen, dan zou de gebruiker die illegale werken kopieert in feite goedkoper uit zijn. De wet zou dan een premie zetten op gebruik van illegaal werk. Dat dat niet de bedoeling kan zijn verklaart dat ook de richtlijn niet de beperking stelt dat het moet gaan om een legale bron. Het feit dat een heffing is betaald legitimeert overigens niet dat een kopie daarvan vervolgens in omloop of anderszins in het verkeer wordt gebracht. Dat blijft niet toegestaan. Evenmin is toegestaan een privé-kopie in opdracht van derden te maken of een privé-kopie af te geven.

(Deze twee links met dank aan GeenCommentaar.nl’s Parlando maar dan goed)

En al in 2000 schreef auteursrechtexpert en hoogleraar Bernd Hugenholtz:

Downloaden is reproduceren, daarover zijn de auteursrechtgeleerden het wel eens. Is hier sprake van kopiëren voor eigen gebruik? Vermoedelijk wél; als het kopiëren van gehuurde of geleende CD’s is toegestaan, moet het downloaden van Napster-bestanden ook kunnen.

Arnoud

Fotograferen en journalistiek op het station

Niet echt Internetrecht, alhoewel ze wel Internet hebben op stations: hoe zit het met fotograferen op stations. Journalist Brenno de Winter zag een Segway op station Utrecht en wilde hier met een foto verslag van doen, maar dat werd hem verboden door de Spoorwegpolitie. Kan die dat zomaar? Nee, en wel hierom.

Op zich mag de NS natuurlijk huisregels stellen, want de stations zijn hun privé-eigendom. En er zijn ook huisregels over fotograferen op stations:

Voor het maken van professionele opnamen moet wel altijd vooraf toestemming worden gevraagd. Hieronder vallen ook alle opnamen waarbij gebruik wordt gemaakt van statieven, extra licht en figuranten en opnamen die worden gemaakt door studenten als studieopdracht. Bij opnamen voor privé-doeleinden (voor familiealbum of hobby) vanaf voor het publiek toegankelijke gedeelten van het station is geen toestemming van NS nodig. Uitzondering hierop vormt het fotograferen of filmen van NS personeel, balies en wachtruimtes. Dit is zonder uitdrukkelijke toestemming niet toegestaan.

Alleen, journalistiek en vrije nieuwsgaring is een grondrecht (artikel 10 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens). Je eigendomsrecht inzetten om een journalist te weren zijn werk te doen is een schending van dit grondrecht. Om te bepalen of dit toegestaan is, moet de rechter een belangenafweging plegen. Hoe groot is de nieuwswaarde en het belang om dit te melden, en hoe groot is in dit geval de waarde van het eigendomsrecht van de NS en de persoonlijke levenssfeer van haar medewerkers.

Zeker nu de NS haar stations normaal openstelt voor het publiek, zal die afweging snel in het voordeel van de journalist uit moeten vallen, tenzij er sprake is van bijzondere omstandigheden. Bijvoorbeeld dat een medewerker tegen zijn of haar wil heel prominent in beeld komt terwijl dat niet relevant is voor het verhaal.

Maar wat heeft de Spoorwegpolitie daarmee te maken? Een ruzie tussen een journalist en de eigenaar van een terrein is civielrecht, dus vecht dat samen lekker uit bij de rechter zou je zeggen. Toch zitten er publiekrechtelijke aspecten aan. Het punt is namelijk dat het Algemeen Reglement Vervoer (dat geldt voor spoorwegen en stations) verbiedt om “beroep of bedrijf” uit te oefenen op stations zonder toestemming van de NS. En de NS heeft de Spoorwegpolitie gemachtigd om het toezicht op deze regels uit te oefenen.

Specifiek voor stations is er namelijk artikel 5 van het Algemeen Reglement Vervoer (ingevoerd op grond van de Spoorwegwet):

  1. Het is een ieder, behoudens uit de aard van zijn betrekking, verboden zich in of op een station dan wel in een trein in een zodanige toestand te bevinden of zich zodanig te gedragen, dat orde, rust, veiligheid of een goede bedrijfsgang wordt of kan worden verstoord.
  2. <li>Als verstoring van orde, rust, veiligheid of een goede bedrijfsgang worden beschouwd: (...)
    

    f. uitoefenen van beroep of bedrijf;

    <li>Het bepaalde in het eerste en tweede lid is niet van toepassing voor zover de spoorweg daarvoor, met inachtneming van de belangen van reizigers, toestemming heeft gegeven.</li>
    

Natuurlijk is dit bedoeld om allerlei stalletjes en verkopers te kunnen weren, maar journalisme is een beroep, dus naar de letter van dit artikel is het verboden journalistiek te bedrijven op het station zonder toestemming van de NS.

Daarnaast is er ook artikel 7 van datzelfde Reglement:

Een ieder is verplicht de aanwijzingen betreffende de orde, rust, veiligheid of een goede bedrijfsgang op te volgen, die door of vanwege de spoorweg duidelijk kenbaar zijn gemaakt.

De regel over niet mogen fotograferen op het station betreft de goede bedrijfsgang van de NS. De NS heeft de Spoorwegpolitie gemachtigd om het toezicht op deze regels uit te oefenen. Die doen dat door ambtsbevelen te geven tot verwijdering van het terrein (art. 184 Wetboek van Strafrecht) maar uit twee recente arresten van de Hoge Raad (AU8060 en AZ3309) begreep ik dat dat niet mag. Ambtsbevelen mogen alleen gaan over wettelijke voorschriften, en NS-huisregels zijn geen wet:

Als de onderhavige verwijderingsbevelen namens de NS zijn genomen en dus niet door politieambtenaren als zodanig, dan zijn die bevelen niet gegeven door een ambtenaar als bedoeld in artikel 184 van het Wetboek van Strafrecht.

Als ik die arresten doortrek naar deze situatie, lijkt het mij dat de agenten ook geen ambtsbevelen mogen geven tot het wissen van foto’s wanneer iemand zonder toestemming fotografeert.

En zelfs al mogen ze dat wel, dan zou zo’n ambtsbevel het grondrecht van vrije nieuwsgaring schenden, en de overheid mag dat al helemaal niet snel doen.

De NvJ waarschuwt voor de laatste maal:

Journalisten worden steeds vaker met beperkingen geconfronteerd bij de uitoefening van hun vak. Zij hebben het recht om foto’s te maken in openbare en semi-openbare ruimtes (stadions/stations etc.). De NVJ heeft aan zowel politie als NS duidelijk gemaakt dat dergelijke restricties in strijd zijn met de vrijheid van nieuwsgaring.

(En voor wie denkt aan antiterrorisme-regels: station Utrecht is geen verboden plaats. Er staat zes jaar cel op het fotograferen van gebouwen die belangrijk zijn voor de staatsveiligheid.)

Arnoud

Netkwesties: Vrijspraak met bijsmaak bij hyperlink-strafzaak

Netkwesties schrijft in Vrijspraak met bijsmaak een mooi overzicht van de strafzaak inzake het aanbieden van codes voor peer-to-peer uitwisseling.

Ondanks de vrijspraak voor van ‘georganiseerde piraten’ in het eerste Nederlandse strafproces voor p2p-beheerders schept de Rotterdamse rechtbank een opmerkelijk precedent: het beheren van linksites kan in beginsel wél strafbaar zijn. Ze zijn ‘medeplichtig’ aan illegaal uploaden, in principe althans.

Arnoud