Wat is het verschil tussen portretrecht en de Wet bescherming persoonsgegevens?

| AE 8410 | Privacy | 14 reacties

camera-foto-filmen-straat-openbare-weg.pngEen lezer vroeg me:

Afgelopen maandag blogde je over de regels over cameratoezicht. Het viel me op dat het daar nergens ging over je portretrecht wanneer je met een camera wordt gefilmd. Maar het gaat toch allebei over hetzelfde, dat je zeggenschap hebt over je portret?

De regels over cameratoezicht die de Autoriteit Persoonsgegevens recent stelde, zijn allemaal geschreven vanuit het perspectief van de Wet bescherming persoonsgegevens, de privacywet. Een foto of filmopname waar je herkenbaar op staat, is een persoonsgegeven omdat deze tot jou te herleiden is. Op grond van de wet mag dat gegeven niet zomaar worden verwerkt, daar moet toestemming of een andere grondslag (zoals een eigen dringende noodzaak) voor zijn.

Het portretrecht is ouder dan de Wbp en staat om historische redenen in de Auteurswet, waar het verder niets mee te maken heeft. Portretrecht gaat ook over zeggenschap over je portret, maar de benadering is iets anders. Allereerst is er het onderscheid tussen portretten in opdracht en anderen portretten. Bij de eerste categorie mag de fotograaf niets met de foto zonder toestemming van de geportretteerde(n). Dat is dus strenger dan de Wbp, die uitzonderingsgronden biedt zoals die eigen dringende noodzaak of de goede uitvoering van een contract.

Bij een portret “anders dan in opdracht” ligt het subtieler. De wet zegt dat publicatie mag, tenzij de geportretteerde een redelijk belang tégen publicatie heeft. Dat belang kan een privacybelang zijn, maar ook een ander belang – het financiële of het commerciële portretrecht. Zo kun je op grond van je portretrecht optreden tegen je gezicht in reclame, zeker als bekende persoonlijkheid met een verzilverbare bekendheid zoals dat heet. Dit vereist een belangenafweging, hoe groot is het belang bij publicatie en hoe weegt dat op tegen de privacy. Die afweging lijkt sterk op de afweging voor de eigen dringende noodzaak onder de Wbp.

En daarmee heb je nog een ander onderscheid te pakken: portretrecht gaat over publicatie van foto’s en filmbeelden, de Wbp over het verwerken van dergelijk beeld en dat is veel breder. Op grond van je portretrecht kun je niets doen tegen een verborgen beveiligingscamera die je filmt, tenzij de beelden zeg maar op Youtube komen. Maar de Wbp stelt hele hoge eisen aan verborgencameratoezicht.

Portretrecht loopt overigens ook nog langer door dan de bescherming van persoonsgegevens: tot tien jaar na het overlijden, in plaats van direct na overlijden. Een cru voorbeeld: het is legaal gegevens van recent overledenen van hun grafzerk over te typen en te publiceren, maar niet om de daaronder hangende portretfoto erbij te reproduceren. (En ja, hier krijg ik ook vaak vragen over.)

In de praktijk zal er vaak overlap zijn. Wie structureel foto’s of films van personen maakt en die op een of andere wijze publiceert, loopt zowel tegen portretrecht als Wbp aan. De juridische analyses verschillen maar het komt uiteindelijk meestal op grofweg hetzelfde neer: welk belang is er voor publicatie en welk belang is daartegen. Bij een publicatie in de pers is traditioneel het portretrecht de aangewezen route, bij cameratoezicht zou de Wbp de logische insteek zijn. Maar volgens mij is dat meer historisch zo gegroeid dan perse juridisch de enige manier.

Arnoud

Deel dit artikel

  1. Wat mij een interessante casus lijkt is als een artiest zomaar een willekeurig gezicht tekent/schildert en vervolgens blijkt er iemand te zijn die sprekend op dit portret lijkt en dus portretrecht opeist. (Zeker in geval van bekende Nederlanders.)

    En hoe zit het eigenlijk met dubbelgangers die sprekend lijken op een bekend persoon? Ik denk dan aan Tiffany Claus die sprekend lijkt op Angelina Jolie (volgens Wikipedia) en in de film The Legend of Awesomest Maximus de rol speelt van de moeder van een held genaamd Tes[beep] zoals Angelina de rol van de moeder van Alexander de grote speelde.

    Kortom, mag je binnen het portretrecht afbeeldingen gebruiken van een dubbelganger?

  2. Bij een publicatie in de pers is traditioneel het portretrecht de aangewezen route, bij cameratoezicht zou de Wbp de logische insteek zijn. Maar volgens mij is dat meer historisch zo gegroeid dan perse juridisch de enige manier.
    Komt dat ook niet door de journalistieke exceptie van de Wbp, waardoor je in zo’n geval aan een beoordeling op grond van de Wbp zelden toekomt?

    • Dat zou niet moeten, aangezien de journalistieke exceptie vrijwel niets doet met de Wbp. Artikel 8 (grondslagen) blijft gewoon van kracht, zo staat in artikel 3 waar die exceptie in geregeld is. Dus ook een perspublicatie moet voldoen aan de eis van dringende noodzaak en de bijbehorende privacy-afweging uit artikel 8 sub f. Maar het kan goed dat juristen vroeger dachten, “oh persexceptie, die hele wet geldt niet, never mind”.

  3. Klopt inderdaad, Wbp-grondslagen blijven van toepassing, maar meningsuiting van een journalist wordt dan al vrij snel als een gerechtvaardigd belang aangemerkt, meen ik. Daardoor beland je via art. 8 sub f Wbp al vrij snel in de art. 8 EVRM-sfeer, eenzelfde soort afweging dus als die bij het portretrecht plaatsvindt als dat ‘redelijke belang’ een privacybelang betreft.

Laat een reactie achter

Handige HTML: <a href=""> voor hyperlinks, <blockquote> om te citeren en <em> en <strong> voor italics en vet.

Volg de reacties per RSS