Aanstaande vrijdag mag ik spreken bij stichting VOICE over “wat er misging met auteursrecht vanuit de visie van internetters en hoe moet dat anders”. Op dit moment zit ik (om ongerelateerde redenen) in een hotelkamer in Chemnitz, en de viesbruine muren blijken iets minder inspirerend dan ik had gehoopt. Mag ik uw reactie op onderstaand concept?
Understatement van de eeuw: het auteursrecht staat onder druk door internet. Nu is het niet de eerste keer dat een nieuwe technologie als bedreiging voor het auteursrecht (of beter gezegd, de auteursrechthebbenden) wordt gezien. Van drukpers tot radio tot videocassette, elke keer werd de nieuwe technologie als gevaar neergezet – en elke keer bleek de nieuwe technologie uiteindelijk bijzonder winstgevend voor de rechthebbende.
Internet is echter meer dan een nieuwe kopieertechniek of een nieuw distributiemedium. Of nou ja, de tubes zijn dat misschien wel, maar de manier waarop consumenten met internet omgaan is wezenlijk anders. Internet laat mensen participeren, actief aan de slag gaan met werk. Mensen downloaden, uploaden, remixen, bewerken, becommentariëren, parodiëren en publiceren andermans werk. Mensen die voorheen alleen braaf op de bank de werken consumeerden die hen door de industrie werd aangereikt.
En die mensen vinden dat doodnormaal.
De reactie daarop van de rechthebbenden is echter allesbehalve normaal te noemen: dit is inbreuk, piraterij, het faciliteren van misdrijven en waarschijnlijk ook nog steun aan terrorisme. En het blijft niet bij retoriek. Er worden rechtszaken gevoerd, boetes geëist en sites gesloten waarvan internetters met de beste wil van de wereld niet kunnen begrijpen waarom. Er wordt nu zelfs serieus overwogen om internetproviders een verplichting op te leggen om elk internetpakketje digitaal te fouilleren – met deep packet inspection en geautomatiseerde controlesoftware elke vermeende schending tegenhouden. Dit kost tonnen per jaar en zal binnen enkele maanden technisch irrelevant blijken, maar dat mag de pret niet drukken.
Het hoeft dan ook niet te verbazen dan ook niet dat er steeds meer tegengeluiden en -bewegingen ontstaan, waar de diverse ‘piratenpartijen’ de recenste exponent van zijn. De Zweedse piratenpartij is nu de op twee na grootste politieke partij van het land en heeft een zetel in het Europarlement verkregen. En ook in andere Europese landen schieten deze clubs als paddestoelen uit de grond.
Niet dat dit de rechthebbenden en hun vertegenwoordigers ook maar iets overtuigd: integendeel, met name stichting BREIN lijkt in Nederland met een groots offensief begonnen te zijn tegen alles dat downloadt, uploadt of daar hoe indirect ook mee te maken heeft. Maar helpt het? Tot nu toe lijkt het vooral een hoop werk voor juristen op te leveren. Een merkbare ‘dip’ in het up- en downloaden is er niet.
Doorgaan op deze weg acht ik dan ook volstrekt heilloos. Het auteursrecht zoals het nu voor ligt, is dringend aan een grondige herziening toe. Niet aan een volledig afschaffen – dat is een stroman. We hebben een manier nodig om weer draagvlak te creëren voor de rechten van creatievelingen. De enige manier daarvoor is een ander uitgangspunt van auteursrecht te nemen, dat beter recht doet aan de huidige verhoudingen tussen auteur en gebruiker.
Over de geschiedenis en de grondslagen van het auteursrecht is veel geschreven. Ik zal daar niet nader op ingaan. Waar het om gaat is de praktijk van vandaag, en die is dankzij vérgaande verdragen (met name WIPO 1996 en TRIPS) een model van absolute controle door de rechthebbende. Iemands werk is zijn eigendom en hij beslist dus wie wat daarmee doet. Dat maakt ieder gebruik van een werk verdacht: wat moet dat met andermans spullen? En als ik zeg ‘ieder gebruik’ dan bedoel ik ook echt ieder gebruik. Elke kopie, hoe tijdelijk of technisch bepaald ook, is in beginsel een auteursrechtelijk relevante handeling. Eén van de grootste juridische blunders ooit, wat mij betreft.
Dat model van controle en eigendom werkte prima toen inbreuk vooral enkele professionele partijen betrof en auteurs in hun silo’s werkten. Maar het model stort compleet in wanneer iedere grapjas met een computer aan een perfecte kopie kan komen en daarmee kan doen wat hij of zij wil. En dat is precies wat er nu gebeurt. Zoals Metallica-advocaat Howard King het in de zaak tegen filesharing netwerk Napster mooi samenvatte: “The gumball machine broke and all the gumballs are rolling down the floor.”
Alleen, creatieve werken zijn geen kauwgumballen, en het auteursrecht is geen automaat die bij iedere draai, ieder gebruik, geld zou moeten opleveren. Het is precies die visie die zegt van wel – ik noem dat het eigendomsdenken – die verantwoordelijk was voor het gigantisch oprekken van het auteursrecht en de problemen waar we nu mee zitten. Daar moeten we dus zo snel mogelijk vanaf.
Maar hoe moet het dan wel?
Het internet draait om samenwerking, om conversaties. Abraham Drassinower publiceerde vorig jaar het artikel ‘Authorship as Public Address’, waarin precies dit idee als uitgangspunt voor auteurswetgeving wordt gepropageerd. De auteur doet niet slechts een ‘mededeling aan het publiek’ zoals de wet dat nu noemt; hij initieert of participeert in een publieke discussie. En doel van de wet moet zijn om te zorgen dat die publieke discussie op een eerlijke en voor alle partijen werkbare manier blijft lopen.
Deze visie sluit precies aan bij hoe de internetter, voorheen de consument, aankijkt tegen auteursrecht. Voor geld andermans bijdrage aan een conversatie presenteren als je eigen: nee, dat moet niet kunnen. Dergelijk letterlijk verspreiden van werk is en blijft verboden. Maar andermans bijdrage verwerken in je eigen betoog, je eigen werk bouwen op basis van bestaande muziek of films voegt iets toe, en dat moet dan ook niet meer dan doodnormaal zijn.
Arnoud