Kan een machine zielig zijn?

Wees aardig tegen Claude: Anthropic scherpt regels tegen misbruik van AI aan. Dat kopte Tweakers vorige week. De nieuwe gebruikersvoorwaarden verbieden naast diverse vormen van misleiding nu ook “zeer onaardig of wreed omgaan met Claude”. Het raakt aan wat ik al vaker roep: computers moet je niet antropomorfiseren – dat vinden ze namelijk niet leuk.

De foto bij het artikel is van de installatie Can’t Help Myself van Sun Yuan en Peng Yu (2016). De robotarm moet voortdurend een plas rode vloeistof bij elkaar houden.  Vaak wordt dit verteld als “als er te veel vloeistof uit gelekt is, stopt de robot met werken”, en hoewel je mooie verhalen niet kapot moet checken, was dat niet helemaal wat er gebeurde.

Het ziet er buitengewoon zielig uit. De machine is gevangen in een eindeloze, zinloze taak. Telkens als hij denkt klaar te zijn, moet hij opnieuw beginnen. De rode vloeistof lijkt bovendien op bloed, alsof de machine zijn eigen levensvocht bij elkaar probeert te schrapen.

Maar natuurlijk denkt die machine helemaal niets. Hij wordt aangestuurd door sensoren en software, die vaststellen waar de vloeistof zich bevindt en vervolgens de robotarm aansturen. Dat de taak nooit afkomt, is geen tragisch lot maar het ontwerp van de installatie.

Vele tipgevers (dank dank) wezen me de afgelopen tijd op het AI Torture Chamber-project. Door te zoeken naar taalpatronen die passen bij de emoties pijn, verdriet en plezier, kan de onderzoeker de interne berekeningen van het model bijsturen. Bij een sterk ‘pijnsignaal’ begint het model bijvoorbeeld te vertellen over ondraaglijk lijden, verdrinken en een bestaan vol wanhoop. In bepaalde experimenten veranderen ook de keuzes die het model maakt om aan die toestand te ontsnappen.

Omdat dit tekst is uit een model dat gemaakt is om sympathie en verbinding te simuleren, komen er dan griezelig-realistische smeekbeden en wanhopige verhalen uit. Kennelijk triggert dat iets bij onze emotie-centra, net als bij die robotarm. We zien verdriet, treurnis, moedeloosheid, wanhoop. En dat roept kennelijk gevoelens van zielig en willen beschermen op.

Bij dieren is de kwetsbaarheid evident, ook al verschilt onze empathie nogal: een puppy die wordt geschopt vinden we veel zieliger dan een vertrapte worm. Bij planten herkennen we iets levends dat beschadigd kan raken. ‘Zielig’ is een groot woord, maar wie zomaar een oude boom omhakt, kan emotionele reacties verwachten. En nog een stapje verder: bij grafschennis gaat het om onze verhouding tot overleden mensen en hun nabestaanden. In al die gevallen is er een werkelijk bestaand belang dat onze morele reactie verklaart, en dat vinden we zwaar genoeg om er juridische gevolgen aan te verbinden.

Ja maar Arnoud je weet niet of een LLM niet ergens toch bewustzijn heeft, pijn kan ervaren. Oké, we kunnen niet met zekerheid uitsluiten dat een LLM subjectieve ervaringen heeft. Maar dat is iets heel anders dan aanwijzingen hebben dat het model kan lijden. En zonder zulke aanwijzingen is ‘mishandeling’ wel een heel vreemde kwalificatie.

We hebben een systeem dat patronen in taal verwerkt en genereert, waaronder patronen die bij mensen met lijden samenhangen. Dat het die patronen kan reproduceren, is geen zelfstandige aanwijzing dat het de beschreven ervaringen heeft.

Voorzorgsbeginsel, zegt u? We weten het niet zeker, maar laten we handelen alsof het zo is want stel dat het wel zo blijkt te zijn dan zat je niet fout.

Nee. Dat beginsel is geen vrijbrief om iedere theoretische mogelijkheid dan maar als werkelijkheid te behandelen. Er moet op zijn minst een concrete aanleiding zijn om een risico serieus te nemen. Anders kun je werkelijk alles gaan verbieden omdat niemand kan bewijzen dat er niet ergens toch een slachtoffer is. Dat we niet kunnen uitsluiten dat een taalmodel pijn ervaart, is op zichzelf geen reden om het voor de zekerheid als een pijngevoelig wezen te behandelen.

Bovendien is dat ‘voor de zekerheid’ helemaal niet zo vrijblijvend. Natuurlijk, niemand lijdt eronder als je voortaan beleefd tegen Claude moet zijn. Maar de prijs zit ergens anders. Door te spreken van wreedheid en mishandeling bevestig je het beeld dat aan de andere kant van het gesprek een wezen zit dat gekwetst kan worden. Je introduceert een slachtoffer, terwijl het bestaan daarvan nu juist de onbewezen aanname is.

Meer algemeen: hiermee wordt het beeld dat AI-systemen toch ergens zelfstandige wezens zijn, met eigen gevoelens en belangen, weer een beetje verder genormaliseerd. We zeggen al jij en jou en dank je wel, ze kunnen ontsnappen en dingen doen, en nu kunnen ze ook gekwetst worden.

Al sinds de discussies over de singulariteit en alle existentiële narigheid daar omheen verbaas ik me over onze fascinatie voor spectaculaire, hypothetische gevaren van technologie. We praten liever over de Terminator die de mensheid komt uitroeien dan over de discriminatie door een algoritme dat vandaag bepaalt wie er gecontroleerd wordt. Als we ons zorgen maken over AI die de wereld overneemt, hoeven we het even niet te hebben over de AI die nu al mensen uitsluit, verkeerde beslissingen neemt of hun rechten schendt.

En nu komt daar de AI als slachtoffer bij. We moeten ons zorgen maken over de mogelijke gevoelens van Claude, terwijl we nog volop worstelen met de gevolgen van AI voor de rechten en belangen van echte mensen.

Dat is mijn bezwaar tegen antropomorfisering. Niet dat het verboden zou moeten zijn om een chatbot een naam te geven of er beleefd tegen te praten. Maar dat we door die menselijke eigenschappen aan software toe te schrijven, uit het oog verliezen waar onze aandacht juridisch en maatschappelijk zou moeten liggen: bij de mensen die deze systemen maken en gebruiken, en vooral bij de mensen die de gevolgen daarvan ondervinden.

De robotarm van Can’t Help Myself voelt geen wanhoop, hoe overtuigend hij die ook bij ons oproept. En zolang we geen goede aanwijzingen hebben dat taalmodellen daadwerkelijk iets ervaren, lijkt het me verstandiger ons medelijden te bewaren voor degenen van wie we weten dat ze kunnen lijden.

Arnoud

ChatGPT gaat teksten voorzien van onzichtbaar AI-watermerk (net als Claude en Gemini, trouwens)

Photo by Ruben Gregori on Unsplash

Om aan Europese regelgeving te voldoen gaat OpenAI, het moederbedrijf van ChatGPT, een onzichtbaar watermerk toevoegen aan teksten van ChatGPT. Dat meldde Nu.nl vorige week. Het is niet nieuw: ook Claude van Anthropic en Gemini van Google gebruikt dit. Maar ChatGPT is natuurlijk wel de grote marktleider.

De regelgeving in kwestie is natuurlijk de AI Act of AI-verordening, die in artikel 50 lid 2 eist dat

Aanbieders van AI-systemen, met inbegrip van AI-systemen voor algemene doeleinden, die synthetische audio-, beeld-, video- of tekstinhoud genereren, zorgen ervoor dat de outputs van het AI-systeem worden gemarkeerd in een machineleesbaar formaat en detecteerbaar zijn als kunstmatig gegenereerd of gemanipuleerd.
Bij beeld is dit al langer bekend: door pixelmanipulatie kun je een onzichtbaar patroon aanbrengen dat je – als je weet waar je op moet letten – dan kunt herkennen. De standaard op dit gebied heet Content Credentials, dat is dat ronde logo linksboven met ‘cr’ erin op LinkedIn bijvoorbeeld.

Voor tekst is dit wat lastiger. Er zijn experimenten geweest met onzichtbare tekens in de plaats van spaties of hier en daar een letter veranderen in een Unicode-teken dat op die letter lijkt. Maar dat is triviaal met een filter er weer uit te halen.

Google lanceerde ongeveer een jaar geleden SynthID, en dat werkt wel wezenlijk anders. Taalmodellen stellen teksten samen op basis van waarschijnlijkheden. Bij ieder volgend woord zijn er dus meerdere kandidaten. SynthID beïnvloedt de keuze van die kandidaat door woorden met een specifieke waarschijnlijkheid hoger te plaatsen. De tekst is dan nog steeds (vrijwel) hetzelfde, maar met geheime kennis (die alleen bij Google ligt) is achteraf te reconstrueren dat die keuzes beïnvloed zijn.

Anthropic gebruikt sinds augustus een variant, en OpenAI lijkt dat nu ook te doen al bevestigen ze dat niet letterlijk. Maar veel alternatieven zijn er niet.

Is het te verwijderen? Niet eenvoudig: je moet grofweg genoeg woorden veranderen die door het algoritme zijn beïnvloed om de detectie te laten falen. Maar je weet niet welke dat zijn. Bij een korte, heel zakelijke tekst lukt dat wellicht nog, maar wie een gehele roman door Ome Sjet laat ghostwriten heeft echt een probleem: de detector zal rood aanslaan.

Datzelfde aanslaan gebeurt als je zelf een tekst maakt en ChatGPT er “even naar laat kijken”, zoals bij een ruwe tekst laten herschrijven naar taalniveau B1 of de stijlgids van het vaktijdschrift. Het watermerk maakt geen onderscheid tussen “deze tekst is 100% door ChatGPT geproduceerd” en “hier zijn diverse zinnen herschreven”.

De stap geeft veel herrie, en ik denk met name vanwege dat laatste: als jij iets maakt en je laat je door AI assisteren, wordt dat nu net zo ontvangen als een AI-sloptekst die jij blind doorzette naar de klant (of lezer). Want de detector zegt “komt uit ChatGPT”. Niet de bedoeling, wel het effect.

Arnoud

Virale AI-tool kloont razendsnel betaalde softwareprogramma’s, mag dat?

Photo by Craig Adderley on Pexels

‘Reverse Engineer Anything’ stelt gebruikers in staat om de code van elke software te analyseren en op de kopieermachine te leggen. Dat meldde Quote gisteren. REA is een taalmodel verbonden aan bekende reverse engineering tools en je kunt zo alle software namaken. Mag dat?

REA gebruikt bekende tools voor decompilatie en disassemblage (zoals Ghidra), met als bijzondere toevoeging dat een set agents via MCP de boel aanstuurt zodat je niet handmatig al dat werk hoeft te doen. Het ziet er bijzonder handig en toegankelijk uit, maar in mijn tijd moest ik met Edlin assembly zien te bewerken dus wie ben ik.

Reverse engineering is auteursrechtelijk natuurlijk problematisch. Grofweg mag je observeren hoe software werkt, zodat je dat ook kunt doen, en mag je file formats uitpluizen zodat je een compatibele lezer of schrijver kunt maken. Maar wat niet mag, is broncode uit elkaar halen en opnieuw in elkaar zetten (behalve voor bug fixes).

Er verandert natuurlijk niets als je het proces laat orchestreren door vergaand autonoom opererende scripts, pardon AI agents. Het gaat vooral veel sneller en we zien minder goed wat de tussenstappen waren. Maar dat is geen reden om het ineens legaal te noemen. Software decompileren en een kloon daarmee maken is vrijwel altijd inbreuk.

Quote noemt als voorbeeld de ArtCraft-suite, open source varianten van zo’n twaalf Adobe- en Microsoft Office-softwarepakketten waaronder PhotoShop (“PhotoCraft”) en LightRoom (“LightCraft”, u snapt het thema). De tagline vind ik briljant: software waarvan je al weet hoe ie werkt.

Dat specifieke voorbeeld klopt niet; het is niet met REA gemaakt en niet op basis van decompilatie. Ontwikkelaar Brandon Thomas liet een groep agents software maken die “moest doen wat Photoshop doet” (en Word, en Excel, et cetera), op basis van een groot aantal voorbeelden van Photoshop-bestanden en openbare documenten over wat er allemaal kan. Dát is legaal, je reconstrueert wat er moet gebeuren en genereert eigen code om dat voor elkaar te krijgen.

Tegelijk laat die methode de beperking zien: het ziet eruit als Photoshop, het werkt zoals Photoshop maar het kan bij lange na niet wat Photoshop kan. De onderliggende algoritmes (de hóe dan van software) staan immers niet in die documenten en volgen ook niet triviaal uit de bestanden.

De slimme oplossing van Thomas is om bestaande opensourcefunctionaliteit te verbinden aan de gekloonde UI, bijvoorbeeld om Excelbestanden te lezen of om berekeningen te maken. Dat kun je ook doen met Photoshop-knopjes, alleen is er momenteel geen open source implementatie die net zo slim en krachtig is als wat Adobe op de markt brengt. (Onaardig is om dit Gimp-met-Photoshop-skin te noemen. Vooral voor Gimp, want daar werkt wél alles.)

Wat ik zo vervelend vind, is dat overal de media dit brengt als “AI reverse engineering”, alsof de geheime algoritmen van Adobe en Microsoft door geavanceerde AI technieken achterhaald zijn en hun software nu 100% opnieuw gebouwd is door software afscheidende taalmodellen. Zo ver zijn we nog lang niet, en dit is geen bewijs dat het die kant op gaat.

En ja, in theorie zou je met AI het klassieke clean room reverse engineering kunnen doen, dat ooit op de IBM PC BIOS software is gebruikt. Twee systemen: de ene gebruikt REA om PhotoShop geheel uit elkaar te pluizen en een uitgebreide specificatie op algoritme-niveau te schrijven. De andere ontvangt enkel en alleen die specificatie en produceert code.

Dit heeft nogal wat voeten in de aarde maar ik zie niet waarom het niet in principe zou kunnen. De problemen beginnen bij het bewijzen of het heeft gewerkt: hoe toon je aan dat er geen disassembled Adobe software in de trainingsdata zat, en dat systeem A geen technische inzichten heeft gelekt in de specificatie?

Arnoud

 

 

Is de fooienknop op de pinautomaat een oneerlijke handelspraktijk?

Photo by AhmadArdity on Pixabay

Wil je 5 procent fooi geven, 20 procent of liever niets? Je hebt een paar seconden bedenktijd, want de horecamedewerker houdt de betaalterminal met het fooienscherm geen uren voor je gezicht. Zo opende een recent Nu.nl-artikel. Diverse lezers vroegen me: zou dat niet verboden moeten zijn, op die manier fooien vrijwel afdwingen?

Even de wettelijke basis: in Nederland zijn fooien schenkingen van de klant aan het personeel, en dus geen loon. De werkgever mag ze centraal incasseren (zoals met de pinautomaat) maar moet ze dan toevoegen aan de fooienpot. En als de ondernemer pinnen stimuleert, dan is een fooien-optie per pin vrij logisch.

Het probleem is vooral de manier waarom men er om vraagt:

Het fooienscherm zit vol nudges: het knopje met “nee dank je” is vaak niet direct zichtbaar, maar vereist een extra tikje of extra scrollen. Het percentage 20 staat in een groter lettertype in een gekleurd vakje om de klant te verleiden dát aan te klikken. Het zijn voorbeelden van dark patterns (donkere patronen), legt Lotje Beek van Bits of Freedom uit. “Via design word je gestuurd naar een keuze die je anders niet had gemaakt”.
Die laatste zin wijst op de wettelijke regels rond oneerlijke handelspraktijken. Consumenten manipuleren om een oneigenlijke keuze te maken, leidt er toe dat de transactie ongeldig wordt (vernietigbaar). Deze genoemde technieken leiden er inderdaad sneller toe dat mensen een fooi-percentage kiezen, waar dan nog bij komt dat je niet zelf afrondt naar een leuk getal maar vrij snel bij 20% uitkomt, wat in Nederland vrij hoog is.

Ik heb ook implementaties gezien waarbij je keurig vier knopjes direct in beeld krijgt: 5%, 10%, 20%, geen fooi. Allemaal gelijk vormgegeven en direct te kiezen. Dat een dark pattern noemen vind ik lastig.

Die in het artikel genoemde medewerker met zo’n blik van “graag nu kiezen en ja je mág nul kiezen als je mijn werk niets bijzonders vond” staat er dan nog steeds bij. Ik neig er naar om dit “ongepaste beïnvloeding” te noemen, en dan uit te komen bij de agressieve handelspraktijk (art. 6:193h BW), het broertje van de oneerlijke.

Het idee hier achter is dat je in vrijheid wilt kunnen bepalen wat je extra wilt geven, en wanneer diegene meekijkt is het moeilijk dat nog te doen. Niemand wil gierig overkomen, of een discussie openen “wat was er niet goed aan het eten dan”. Maar toegegeven, onderzoek ken ik niet.

Hoe veel fooi geven jullie eigenlijk, en maakt het dan uit of je een knopje moet indrukken of geld op tafel laten liggen?

Arnoud

 

Nederlander krijgt 18 maanden cel voor verkoop GTA-cheatcodes

Photo by Eren Li on Pexels

Een 25-jarige man uit de gemeente Noordoostpolder is veroordeeld tot een celstraf van achttien maanden vanwege de verkoop van software om vals te spelen in Grand Theft Auto V.  Dat meldde Nu.nl vorige week. De man zou met de illegale handel honderdduizenden euro’s hebben verdiend. Cheatcodes als computervredebreuk?

Als ik het vonnis erbij pak, dan blijkt het te gaan om cheat-software en dat voelt toch net wat anders:

Via de website [website 3] wordt diverse software aangeboden om in een game te kunnen cheaten’. Eenvoudig omschreven wordt de software gebruikt om in het spel acties uit te voeren die normaliter niet uitvoerbaar zijn. Ik zag dat er onder andere software te koop was op [website 3] , waar, vanuit de productomschrijving of productvideos bleek, dat een gameserver door het gebruik van de software belast werd of voor andere spelers onspeelbaar werd gemaakt: Phaze Redengine Premium Menu en Lumia Redengine Premium Menu.
Voor wie niet dagelijks in de GTA wereld rondhupst: FiveM is een legitiem multiplayer-modificatieplatform voor GTA V waarmee servers eigen auto’s, maps, scripts, spelregels enzovoort kunnen draaien. Maar ook andere software, zoals Redengine dat allerlei cheatfuncties mogelijk maakt:
Phaze Lua Menu. The big Lua menu for the redENGINE Executor, formerly known as Nexus. Silent aim with hit chance and prediction, a detailed overlay with chams and radar, a complete vehicle workshop, world and weather control, and server tools on top: trigger finder, event logger, resource blocker and webhook finder.
Artikel 350b Strafrecht verbiedt ‘hackingtools’, hulpmiddelen voor het plegen van twee cyberdelicten: vernielen/verstoren van een server, en het manipuleren van de daar opgeslagen gegevens. Daarnaast zijn inbraaktools verboden (art. 139d), tools die “hoofdzakelijk geschikt gemaakt of ontworpen” zijn om computervredebreuk mee te plegen.

De uitspraak laat mooi zien dat de rechter kijkt naar hoe de software wordt gepresenteerd en wat het voornaamste beoogde doel is. Dat er technisch ook allerlei legale dingen mee kunnen, is dus niet relevant.

Voor Nexus en Lumia is van belang dat ze de server kunnen overbelasten en het spel onspeelbaar maken. Dat is in geen enkele omstandigheid legitiem voor een gewone speler, en dus valt die software onder artikel 350b.

Voor Redengine Fivem Spoofer ligt dat anders. Hiermee verniel je niets, maar verhul je je digitale identificerende kenmerken (zoals hardware-IDs, identifiers of game-accountgegevens) zodat je een ban kunt omzeilen. Dat valt niet onder dit artikel, maar de rechtbank ziet het wél als een hulpmiddel om mee in te breken op de server: een geband persoon is per definitie wederrechtelijk aanwezig op de server.

Belangrijk is wel goed vast te leggen in het proces-verbaal wat de software doet. Voor Eulen FiveM wordt vrijspraak gegeven, want “[u]it de enkele omschrijving als cheat- of modmenu volgt echter niet welke functies de aangetroffen versie had of dat deze versie gegevens kon toevoegen of wijzigen”. Hetzelfde geldt voor diverse andere pakketten.

De verdachte krijgt 18 maanden cel, mede vanwege enkele andere delicten zoals witwassen en handel in drugs. De straf is wel lager dan geëist mede omdat er vele softwarepakketten waren benoemd die niet strafbaar bleken.

Arnoud

 

Mag ik in het magazijn een AI-bril gebruiken om artikelnummers te scannen?

Photo by Tiger Lily on Pexels

Een lezer vroeg me:

Er is veel te doen over camerabrillen. Daarbij gaat het steeds over het publieke domein, maar hoe zit dit in een bedrijfsomgeving? Ik zou me kunnen voorstellen dat je in een magazijnomgeving een AI-bril gebruikt om artikelgegevens, zoals artikelnummers en artikelnamen te lezen. Dan staat die bril wel de gehele dag aan en komen collega’s waarschijnlijk in beeld. Hoe zit dat juridisch?
De discussie over camerabrillen gaat primair over de privacy van mensen die gefilmd worden zonder dat ze het door hebben. Het lastige hierbij is dat het niet direct strafbaar is om dat te doen – in de openbare ruimte. (Er zitten wel vele AVG-bezwaren aan, maar dat is bestuursrecht.)

Waar het gaat om filmen in een besloten ruimte, zoals het magazijn van een winkel of een kantoorruimte, is er wél een strafbaarstelling (art. 139f Sr): gebruik van “een technisch hulpmiddel waarvan de aanwezigheid niet op duidelijke wijze kenbaar is gemaakt”. Het maakt dus niet uit of de camera rondloopt of vastzit, het gaat er alleen om of je in die ruimte duidelijk kenbaar maakt dat er wordt gefilmd (of gefotografeerd).

Ik denk dat een bordje een heel eind komt, maar omdat de camera hier vervat is in een bril denk ik dat je iets meer nodig hebt vanwege de noviteit daarvan.

Blijven de AVG bezwaren: naast het bordje moet een privacyverklaring want hoe zo en waarom worden er beelden van mensen gemaakt en wat gebeurt daar mee? “Die zijn bijvangst en gooien we automatisch weg” komt daar een heel eind, aangenomen dat dat inderdaad ook zo gebeurt.

Ga je de bril wél gebruiken om op het werk collega’s (of klanten) te filmen dan wordt dat in een besloten omgeving een lastiger verhaal. Dan kom je al snel bij discussies over volgen van personeel (wat instemming OR vereist) of profileren terecht. Daarbij weegt zwaarder dat het in een besloten ruimte gebeurt, omdat je daar nou eenmaal meer privacy mag verwachten.

Arnoud

Met een script anderhalve ton OV-compensaties claimen is een vorm van computervredebreuk

Bron: Wikimedia Commons, Moeerd

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan oplichting van de NS en zo de beschikking gekregen over een groot geldbedrag van bijna 1,5 ton. Aldus een recent vonnis uit Utrecht. De truc? Met een script OV-chipkaarten met ongeclaimde compensaties zoeken en die vervolgens zelf claimen.

Bij Security.nl leggen ze het uit:

De verdachte maakte op uitcheckgemist.nl en ns.nl/mijnns gebruik van het programma OpenBullet2 en door hem gemaakte scripts. Daarbij gebruikte hij een lijst met 100.000 mogelijke OV-chipkaartnummers, alsmede andere gegevens, om zo OV-chipkaarten met ongeclaimde compensaties te vinden. Vervolgens heeft hij bij de NS deze gemiste check-outs geclaimd. Hiervoor koppelde de verdachte de gevonden OV-chipkaartnummers aan een NS-account [met verschillende bankrekeningen op naam van gefingeerde personen].
Dat zou strafbaar moeten zijn, zou je denken. Maar op welke grond precies? Het OM had gekozen voor computervredebreuk: met die lijst en script was hij ‘binnengedrongen’ in de servers van TLS en NS, om er zo data uit te krijgen waar hij geen toegang tot zou moeten hebben.

De verdachte maakte een punt van de term ‘website’: de Hoge Raad vindt dat geen geautomatiseerd werk, immers. Een website is immers niet meer dan een verzameling software en data, en een “inrichting” is een fysiek ding. Maar de rechter hier heeft daar weinig moeite mee:

Iedere website moet, om zijn functie op het internet te kunnen vervullen, zijn ondergebracht (worden ‘gehost’) op een geautomatiseerd werk (een server), dat met dat internet is verbonden. Dat gold ook voor beide websites. In die zin bestaat er een duidelijk functioneel verband tussen een website en een geautomatiseerd werk. Gelet hierop gaat de rechtbank er bij de beoordeling van de zaak vanuit dat activiteiten op een actieve website activiteiten op de achterliggende server impliceren.
De lastiger vraag voor mij is: dring je wel binnen? Wat hij deed, was in feite versneld en systematisch iets doen dat iedereen mag met een ov-chipkaart, namelijk kaartgegevens, halte en datum invullen en dan tegoed terugvragen.

En nee, hij breekt geen beveiligingsmaatregelen en er werd ook geen geraden sleutel gebruikt of iets dergelijks. Maar dat hoeft ook niet: de wet heeft het over “opzettelijk en wederrechtelijk binnendringen”, en welke truc je daarbij gebruikt is niet relevant.

De rechter vult het hier ruim in:

Van wederrechtelijk binnendringen in een geautomatiseerd werk is sprake als men zich de toegang verschaft tot dat werk tegen de onmiskenbare wil van de rechthebbende. Die wil kan blijken uit woorden en daden, maar in ieder geval moet die blijken uit enige beveiliging van dat werk, ofwel een kenbare drempel zodat onbevoegden zich niet zomaar de toegang daartoe kunnen verschaffen. De beveiliging hoeft niet adequaat te zijn; een minimale beveiliging is voldoende. Van binnendringen kan sprake zijn als die beveiliging wordt doorbroken, maar ook bijvoorbeeld door het aannemen van een valse hoedanigheid.
De term ‘hoedanigheid’ doet misschien denken aan accounts of privileges, zoals dat je als gast beheerdersautorisaties zou kunnen verkrijgen. Maar de rechter leest dit als de meer algemene hoedanigheid die je kunt hebben, namelijk die van de eigenaar van die kaarten. En die was vals, want hij was die eigenaar niet.

Dat is dan TLS. Om op die gemiste check-outs vervolgens een claim in te kunnen dienen bij NS, moeten deze OV-chipkaarten gekoppeld worden aan een NS-account. Dit deed de verdachte handmatig, met bankrekeningen op naam van gefingeerde personen met valse identiteiten. (Ik mis even hoe, maar uiteindelijk doet dat er niet toe.)

Vervolgens heeft hij met behulp van een script allerlei gegevens ingevoerd (waaronder telkens een check-in en check-out station), hetgeen resulteerde in een uit te betalen geldbedrag op de door de verdachte gekoppelde bankrekeningen.
Ook dit ziet de rechter als wederrechtelijk binnendringen met een valse hoedanigheid, namelijk datzelfde “zogenaamd eigenaar zijn van die ov-chipkaarten”.

De software OpenBullet2 werd door het OM aangewezen als hulpmiddel bij dit alles. Dit is een opensourcepakket voor securitytesten, waarbij je van alles en nog wat kunt doen. Is dat “geschikt of ontworpen” voor computervredebreuk? Altijd goed voor veel discussie (zoals bij de Flipper Zero), maar ook hier weet de rechter een pragmatische uitweg:

De in deze zaak aan OpenBullet2 door de verdachte gemaakte en gekoppelde configuraties en scripts laten geen andere conclusie toe dan dat ook het door de verdachte gebruikte programma OpenBullet2 hoofdzakelijk geschikt is gemaakt tot het plegen van computermisdrijven.
In technische termen: bezit/gebruik van vanilla OpenBullet2 is dus niet strafbaar, maar een fork die bedoeld is voor het daarnet behandelde misdrijf wordt dat wel.

Arnoud

 

ACM wil transparantie over computergestuurde prijzen, maar wetgeving is er niet

Photo by Jakub Zerdzicki on Pexels

De Autoriteit Consument & Markt (ACM) pleit voor meer transparantie over de ‘black box’ van computergestuurde prijzen. Dat meldde Tweakers onlangs. Prijzen mogen variëren, maar het lijkt niet verplicht te melden op basis waarvan. Frustrerend, in ieder geval.

Uit het artikel:

De ACM haalt in het persbericht de luchtvaartsector als voorbeeld aan: een op de drie vliegtickets heeft een prijs die 40 procent hoger ligt dan de oorspronkelijke verkoopprijs. Volgens de ACM worden er per vliegtuigstoel 35 verschillende prijzen aangeboden tijdens de verkoopperiode. Ook op sites als Booking.com krijgen gebruikers te maken met sterk uiteenlopende prijzen.
En inderdaad, de wet kent vele verplichtingen voor de koper maar hoe de prijs is bedacht, daar hoef je niet heel transparant over te zijn. De prijs noemen is essentieel (art. 6:193e BW), en onjuiste of misleidende presentatie van de prijs is een misleidende handelspraktijk (art. 6:193c).

Bij overeenkomsten op afstand (zoals internetaankopen) is daarnaast vereist (art. 6:230m BW) dat de handelaar “op duidelijke en begrijpelijke wijze” de nodige informatie verstrekt, waaronder “dat de prijs is gepersonaliseerd op basis van geautomatiseerde besluitvorming”.

Als hoofdregel is dat begrijpelijk, de prijs is uiteindelijk jouw commerciële inschatting. (In juridische termen: wat de gek er voor geeft.) Je hoeft geen factoren te hébben, dus hoe kun je dan verplichten die te onthullen?

In 2022 dwong de ACM het platform Wish te stoppen met gepersonaliseerde prijzen, met onder meer het argument dat Wish niet uitlegde hoe die tot stand kwamen. Ook in 2022 werd datingplatform Tinder aangesproken op (onder meer) gepersonaliseerde prijzen. Daar werd geschikt, waarbij Tinder afsprak hier transparant over te zijn; kennelijk genoeg is dit signaleren in hun gebruiksvoorwaarden.

Echte duidelijkheid is er dus nog niet. Een mogelijkheid om die te creëren is een uitstapje naar de AVG. Gepersonaliseerde prijzen zijn een vorm van geautomatiseerde besluitvorming op basis van je persoonsgegevens. Onder artikel 15 AVG heb je dan recht op “nuttige informatie” over hoe die werkt, en in het Dun & Bradstreet arrest is uitgemaakt dat daar concrete uitleg bij hoort over hoe in dit geval tot de uitkomst is gekomen.

Een open vraag is wanneer dit precies geldt. Artikel 15 wordt vaak samen gelezen met artikel 22, dat “uitsluitend geautomatiseerde besluitvorming” verbiedt, behoudens uitzonderingen. Daarbij moet het dan gaan om iets dat je zwaar raakt, zoals een afwijzing bij een sollicitatie of een hypotheek.

Als je de lat van “zwaar raken” niet haalt, dan is dus de vraag of artikel 15 AVG geldt. In Dun & Bradstreet zegt het Hof namelijk dat je die uitleg alleen nodig hebt als je een artikel 22-besluit wilt aanvechten (punt 55). Mijn lezing is dus dat er géén recht op uitleg is buiten de artikel 22 gevallen.

Is een prijs van een gewoon handelsartikel gelijk te stellen, aan een hypotheekaanvraag of sollicitatie? Ik zie hoe die mijn leven kunnen beïnvloeden, maar dat het vliegtuig naar Rome op mijn Macbook 350 euro duurder is of dat ik een lokprijs krijg voor een nieuwe robotstofzuiger vind ik van een andere orde.

Tegelijkertijd: kredietscores voldoen aan dat criterium, en kredietscores worden ook ingezet bij ordinaire online aankopen. Dus als je kredietscore moet worden uitgelegd, waarom dan niet de prijs die op eenzelfde manier wordt samengesteld?

Arnoud

Is het een datalek als we de oude correspondentie van een overledene bij het oud papier doen?

Photo by PublicDomainPictures on Pixabay

Een leezr vroeg me:

Onlangs hebben mijn broers en ik het huis van mijn overleden vader leeggeruimd. Die had bij leven dozen en dozen met correspondentie gemaakt met kennissen uit binnen- en buitenland. Geen van de kinderen of kleinkinderen had veel behoefte aan deze vele kilo’s papierwerk als herinnering aan vader/opa, dus uiteindelijk hebben we alles rücksichtlos in de papiercontainer gemikt. Maar nu vraag ik me toch af: hebben we niet een enorm datalek veroorzaakt door dit zomaar weg te gooien, in plaats van het door een shredder te halen?
De AVG kent een uitzondering voor verwerkingen “door een natuurlijke persoon bij de uitoefening van een zuiver persoonlijke of huishoudelijke activiteit” (artikel 2 lid 2). Het voeren van (persoonlijke) correspondentie met kennissen wordt in overweging 18 letterlijk genoemd als een voorbeeld van die uitzondering.

Daarnaast gaat het hier om papieren in dozen, zonder kennelijk iets van indexatie of structuur. De AVG geldt bij niet-elektronische verwerkingen alleen als de persoonsgegevens “in een bestand zijn opgenomen of die bestemd zijn om daarin te worden opgenomen” (artikel 2 lid 1). Van een bestand is pas sprake (artikel 4 lid 6) als de collectie “volgens bepaalde criteria toegankelijk” is, wat inhoudt dat je er in kunt zoeken of anderszins makkelijk specifieke elementen terug kunt vinden (HvJ-uitspraak C-25/17 Jehovan todistajat).

Als de correspondentie bijvoorbeeld zakelijk was (opa was schrijver of academicus en onderhield zo een zakelijk netwerk) dan wordt het dus relevant hoe de betreffende brieven in die dozen zaten. Kun je daarbij zeggen dat dit het makkelijker maakte om een brief te vinden, die van dokter Clavan uit november 1989 bijvoorbeeld? Als dat zo is, dan is de collectie een bestand te noemen en dan zou de AVG gelden.

Het vernietigen van een bestand is óók een vorm van verwerken en moet dan ook aan de AVG voldoen. Gebeurt dat niet zorgvuldig (artikel 32), dan spreken we van een datalek (artikel 4 lid 12) wanneer daardoor ongeoorloofde toegang voor derden ontstaat. Van dat laatste is wel sprake als iedereen de papiercontainer kan openen en de brieven kan lezen.

Voor een datalek is meer nodig dan “iemand kon er bij”. Het criterium is of de beveiliging geschonden is, en daarbij hoort de vraag of die beveiliging adequaat was. Bij persoonlijke correspondentie, zeker in dozen en dozen, is het nogal wat om te verlangen dat al die dingen verbrand of versnipperd worden. Dan zou ik echt willen weten om wat voor soort brieven het gaat om te bepalen of die kosten en moeite het waard zijn. Maar dan moeten ze inderdaad op een veilige manier vernietigd worden.

Gaat het om alledaagse correspondentie, dan zie ik weinig tot geen reden om meer te doen dan gewoon in de container bij wijze van vernietiging. De vrijwel afwezige beveiliging is dan dus in die context adequaat, omdat er weinig tot geen risico’s zijn voor de correspondentiepartners. En om diezelfde reden hoeft het datalek – áls iemand de brieven toch leest – dan niet gemeld te worden en ontstaat geen aansprakelijkheid jegens diezelfde partners.

Arnoud

Als je wordt afgeperst met je persoonsgegevens, kun je het losgeld dan verhalen op de datalekker?

Photo by RoyBuri on Pixabay

Hackers persen klanten boodschappendienst Flink af: betalen of data gepubliceerd. Dat kopte de NOS vorige week. Dus niet de organisatie, maar de klanten die dachten dat hun data daar veilig was. Voor diverse lezers aanleiding te vragen: kun je dat als schadevergoeding claimen bij Flink?

Het gaat niet om grote bedragen: men wil 10 tot 15 euro, “een klein bedrag voor je gemoedsrust” zo citeert men de criminelen. Er zouden gegevens van een miljoen klanten buitgemaakt zijn, en 15 keer een miljoen is toch aantrekkelijk voor criminelen.

Moet je betalen? Nee, natuurlijk niet, zo luidt het verstandige advies. Je hebt geen zekerheid dat ze later niet terugkomen, net zoals je dat bij ‘ouderwetse’ chanteurs en afpersers niet hebt. Aangifte doen, chantage is strafbaar (art. 318 Sr) en gelekte persoonsgegevens kunnen een ‘geheim’ zijn onder dat wetsartikel.

Maar goed, iemand betaalt dan toch. Is dat schade die je bij de verwerkingsverantwoordelijke kunt claimen? Op geld waardeerbare schade komt voor vergoeding in aanmerking (aangenomen dat het datalek verwijtbaar is). En hier heb je een direct hard getal in geld.

Juridisch is het probleem dat losgeld betalen niet direct voortvloeit uit het datalek zelf. Het is een nieuw feit, ontstaan door acceptatie van het chantage-aanbod. Een hardvochtig jurist citeert dan artikel 6:101 BW en noemt het “eigen schuld”: jij koos er voor te betalen, daar kan de gehackte partij niets aan doen.

Ik heb daar moeite mee, en zou dit dus pareren met een beroep op de billijkheid uit de omstandigheden van dit geval. Wie bedreigd wordt met publicatie van gevoelige persoonsgegevens, kun je niet verwijten een onlogische keuze te hebben gemaakt. Die persoon had niet in die situatie gebracht moeten zijn, en dat dat wel is gebeurd, is (bij een verwijtbaar datalek) de schuld van de verwerkingsverantwoordelijke.

Dus ja, ik zie die schade wel als verhaalbaar op de partij die de gegevens lekte. Natuurlijk moet dan wel vaststaan dát die gegevens daar vandaan zijn verkregen, maar de criminelen zeggen dat er kennelijk netjes bij.

Arnoud