Is de fooienknop op de pinautomaat een oneerlijke handelspraktijk?

Photo by AhmadArdity on Pixabay

Wil je 5 procent fooi geven, 20 procent of liever niets? Je hebt een paar seconden bedenktijd, want de horecamedewerker houdt de betaalterminal met het fooienscherm geen uren voor je gezicht. Zo opende een recent Nu.nl-artikel. Diverse lezers vroegen me: zou dat niet verboden moeten zijn, op die manier fooien vrijwel afdwingen?

Even de wettelijke basis: in Nederland zijn fooien schenkingen van de klant aan het personeel, en dus geen loon. De werkgever mag ze centraal incasseren (zoals met de pinautomaat) maar moet ze dan toevoegen aan de fooienpot. En als de ondernemer pinnen stimuleert, dan is een fooien-optie per pin vrij logisch.

Het probleem is vooral de manier waarom men er om vraagt:

Het fooienscherm zit vol nudges: het knopje met “nee dank je” is vaak niet direct zichtbaar, maar vereist een extra tikje of extra scrollen. Het percentage 20 staat in een groter lettertype in een gekleurd vakje om de klant te verleiden dát aan te klikken. Het zijn voorbeelden van dark patterns (donkere patronen), legt Lotje Beek van Bits of Freedom uit. “Via design word je gestuurd naar een keuze die je anders niet had gemaakt”.
Die laatste zin wijst op de wettelijke regels rond oneerlijke handelspraktijken. Consumenten manipuleren om een oneigenlijke keuze te maken, leidt er toe dat de transactie ongeldig wordt (vernietigbaar). Deze genoemde technieken leiden er inderdaad sneller toe dat mensen een fooi-percentage kiezen, waar dan nog bij komt dat je niet zelf afrondt naar een leuk getal maar vrij snel bij 20% uitkomt, wat in Nederland vrij hoog is.

Ik heb ook implementaties gezien waarbij je keurig vier knopjes direct in beeld krijgt: 5%, 10%, 20%, geen fooi. Allemaal gelijk vormgegeven en direct te kiezen. Dat een dark pattern noemen vind ik lastig.

Die in het artikel genoemde medewerker met zo’n blik van “graag nu kiezen en ja je mág nul kiezen als je mijn werk niets bijzonders vond” staat er dan nog steeds bij. Ik neig er naar om dit “ongepaste beïnvloeding” te noemen, en dan uit te komen bij de agressieve handelspraktijk (art. 6:193h BW), het broertje van de oneerlijke.

Het idee hier achter is dat je in vrijheid wilt kunnen bepalen wat je extra wilt geven, en wanneer diegene meekijkt is het moeilijk dat nog te doen. Niemand wil gierig overkomen, of een discussie openen “wat was er niet goed aan het eten dan”. Maar toegegeven, onderzoek ken ik niet.

Hoe veel fooi geven jullie eigenlijk, en maakt het dan uit of je een knopje moet indrukken of geld op tafel laten liggen?

Arnoud

 

Nederlander krijgt 18 maanden cel voor verkoop GTA-cheatcodes

Photo by Eren Li on Pexels

Een 25-jarige man uit de gemeente Noordoostpolder is veroordeeld tot een celstraf van achttien maanden vanwege de verkoop van software om vals te spelen in Grand Theft Auto V.  Dat meldde Nu.nl vorige week. De man zou met de illegale handel honderdduizenden euro’s hebben verdiend. Cheatcodes als computervredebreuk?

Als ik het vonnis erbij pak, dan blijkt het te gaan om cheat-software en dat voelt toch net wat anders:

Via de website [website 3] wordt diverse software aangeboden om in een game te kunnen cheaten’. Eenvoudig omschreven wordt de software gebruikt om in het spel acties uit te voeren die normaliter niet uitvoerbaar zijn. Ik zag dat er onder andere software te koop was op [website 3] , waar, vanuit de productomschrijving of productvideos bleek, dat een gameserver door het gebruik van de software belast werd of voor andere spelers onspeelbaar werd gemaakt: Phaze Redengine Premium Menu en Lumia Redengine Premium Menu.
Voor wie niet dagelijks in de GTA wereld rondhupst: FiveM is een legitiem multiplayer-modificatieplatform voor GTA V waarmee servers eigen auto’s, maps, scripts, spelregels enzovoort kunnen draaien. Maar ook andere software, zoals Redengine dat allerlei cheatfuncties mogelijk maakt:
Phaze Lua Menu. The big Lua menu for the redENGINE Executor, formerly known as Nexus. Silent aim with hit chance and prediction, a detailed overlay with chams and radar, a complete vehicle workshop, world and weather control, and server tools on top: trigger finder, event logger, resource blocker and webhook finder.
Artikel 350b Strafrecht verbiedt ‘hackingtools’, hulpmiddelen voor het plegen van twee cyberdelicten: vernielen/verstoren van een server, en het manipuleren van de daar opgeslagen gegevens. Daarnaast zijn inbraaktools verboden (art. 139d), tools die “hoofdzakelijk geschikt gemaakt of ontworpen” zijn om computervredebreuk mee te plegen.

De uitspraak laat mooi zien dat de rechter kijkt naar hoe de software wordt gepresenteerd en wat het voornaamste beoogde doel is. Dat er technisch ook allerlei legale dingen mee kunnen, is dus niet relevant.

Voor Nexus en Lumia is van belang dat ze de server kunnen overbelasten en het spel onspeelbaar maken. Dat is in geen enkele omstandigheid legitiem voor een gewone speler, en dus valt die software onder artikel 350b.

Voor Redengine Fivem Spoofer ligt dat anders. Hiermee verniel je niets, maar verhul je je digitale identificerende kenmerken (zoals hardware-IDs, identifiers of game-accountgegevens) zodat je een ban kunt omzeilen. Dat valt niet onder dit artikel, maar de rechtbank ziet het wél als een hulpmiddel om mee in te breken op de server: een geband persoon is per definitie wederrechtelijk aanwezig op de server.

Belangrijk is wel goed vast te leggen in het proces-verbaal wat de software doet. Voor Eulen FiveM wordt vrijspraak gegeven, want “[u]it de enkele omschrijving als cheat- of modmenu volgt echter niet welke functies de aangetroffen versie had of dat deze versie gegevens kon toevoegen of wijzigen”. Hetzelfde geldt voor diverse andere pakketten.

De verdachte krijgt 18 maanden cel, mede vanwege enkele andere delicten zoals witwassen en handel in drugs. De straf is wel lager dan geëist mede omdat er vele softwarepakketten waren benoemd die niet strafbaar bleken.

Arnoud

 

Mag ik in het magazijn een AI-bril gebruiken om artikelnummers te scannen?

Photo by Tiger Lily on Pexels

Een lezer vroeg me:

Er is veel te doen over camerabrillen. Daarbij gaat het steeds over het publieke domein, maar hoe zit dit in een bedrijfsomgeving? Ik zou me kunnen voorstellen dat je in een magazijnomgeving een AI-bril gebruikt om artikelgegevens, zoals artikelnummers en artikelnamen te lezen. Dan staat die bril wel de gehele dag aan en komen collega’s waarschijnlijk in beeld. Hoe zit dat juridisch?
De discussie over camerabrillen gaat primair over de privacy van mensen die gefilmd worden zonder dat ze het door hebben. Het lastige hierbij is dat het niet direct strafbaar is om dat te doen – in de openbare ruimte. (Er zitten wel vele AVG-bezwaren aan, maar dat is bestuursrecht.)

Waar het gaat om filmen in een besloten ruimte, zoals het magazijn van een winkel of een kantoorruimte, is er wél een strafbaarstelling (art. 139f Sr): gebruik van “een technisch hulpmiddel waarvan de aanwezigheid niet op duidelijke wijze kenbaar is gemaakt”. Het maakt dus niet uit of de camera rondloopt of vastzit, het gaat er alleen om of je in die ruimte duidelijk kenbaar maakt dat er wordt gefilmd (of gefotografeerd).

Ik denk dat een bordje een heel eind komt, maar omdat de camera hier vervat is in een bril denk ik dat je iets meer nodig hebt vanwege de noviteit daarvan.

Blijven de AVG bezwaren: naast het bordje moet een privacyverklaring want hoe zo en waarom worden er beelden van mensen gemaakt en wat gebeurt daar mee? “Die zijn bijvangst en gooien we automatisch weg” komt daar een heel eind, aangenomen dat dat inderdaad ook zo gebeurt.

Ga je de bril wél gebruiken om op het werk collega’s (of klanten) te filmen dan wordt dat in een besloten omgeving een lastiger verhaal. Dan kom je al snel bij discussies over volgen van personeel (wat instemming OR vereist) of profileren terecht. Daarbij weegt zwaarder dat het in een besloten ruimte gebeurt, omdat je daar nou eenmaal meer privacy mag verwachten.

Arnoud

Met een script anderhalve ton OV-compensaties claimen is een vorm van computervredebreuk

Bron: Wikimedia Commons, Moeerd

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan oplichting van de NS en zo de beschikking gekregen over een groot geldbedrag van bijna 1,5 ton. Aldus een recent vonnis uit Utrecht. De truc? Met een script OV-chipkaarten met ongeclaimde compensaties zoeken en die vervolgens zelf claimen.

Bij Security.nl leggen ze het uit:

De verdachte maakte op uitcheckgemist.nl en ns.nl/mijnns gebruik van het programma OpenBullet2 en door hem gemaakte scripts. Daarbij gebruikte hij een lijst met 100.000 mogelijke OV-chipkaartnummers, alsmede andere gegevens, om zo OV-chipkaarten met ongeclaimde compensaties te vinden. Vervolgens heeft hij bij de NS deze gemiste check-outs geclaimd. Hiervoor koppelde de verdachte de gevonden OV-chipkaartnummers aan een NS-account [met verschillende bankrekeningen op naam van gefingeerde personen].
Dat zou strafbaar moeten zijn, zou je denken. Maar op welke grond precies? Het OM had gekozen voor computervredebreuk: met die lijst en script was hij ‘binnengedrongen’ in de servers van TLS en NS, om er zo data uit te krijgen waar hij geen toegang tot zou moeten hebben.

De verdachte maakte een punt van de term ‘website’: de Hoge Raad vindt dat geen geautomatiseerd werk, immers. Een website is immers niet meer dan een verzameling software en data, en een “inrichting” is een fysiek ding. Maar de rechter hier heeft daar weinig moeite mee:

Iedere website moet, om zijn functie op het internet te kunnen vervullen, zijn ondergebracht (worden ‘gehost’) op een geautomatiseerd werk (een server), dat met dat internet is verbonden. Dat gold ook voor beide websites. In die zin bestaat er een duidelijk functioneel verband tussen een website en een geautomatiseerd werk. Gelet hierop gaat de rechtbank er bij de beoordeling van de zaak vanuit dat activiteiten op een actieve website activiteiten op de achterliggende server impliceren.
De lastiger vraag voor mij is: dring je wel binnen? Wat hij deed, was in feite versneld en systematisch iets doen dat iedereen mag met een ov-chipkaart, namelijk kaartgegevens, halte en datum invullen en dan tegoed terugvragen.

En nee, hij breekt geen beveiligingsmaatregelen en er werd ook geen geraden sleutel gebruikt of iets dergelijks. Maar dat hoeft ook niet: de wet heeft het over “opzettelijk en wederrechtelijk binnendringen”, en welke truc je daarbij gebruikt is niet relevant.

De rechter vult het hier ruim in:

Van wederrechtelijk binnendringen in een geautomatiseerd werk is sprake als men zich de toegang verschaft tot dat werk tegen de onmiskenbare wil van de rechthebbende. Die wil kan blijken uit woorden en daden, maar in ieder geval moet die blijken uit enige beveiliging van dat werk, ofwel een kenbare drempel zodat onbevoegden zich niet zomaar de toegang daartoe kunnen verschaffen. De beveiliging hoeft niet adequaat te zijn; een minimale beveiliging is voldoende. Van binnendringen kan sprake zijn als die beveiliging wordt doorbroken, maar ook bijvoorbeeld door het aannemen van een valse hoedanigheid.
De term ‘hoedanigheid’ doet misschien denken aan accounts of privileges, zoals dat je als gast beheerdersautorisaties zou kunnen verkrijgen. Maar de rechter leest dit als de meer algemene hoedanigheid die je kunt hebben, namelijk die van de eigenaar van die kaarten. En die was vals, want hij was die eigenaar niet.

Dat is dan TLS. Om op die gemiste check-outs vervolgens een claim in te kunnen dienen bij NS, moeten deze OV-chipkaarten gekoppeld worden aan een NS-account. Dit deed de verdachte handmatig, met bankrekeningen op naam van gefingeerde personen met valse identiteiten. (Ik mis even hoe, maar uiteindelijk doet dat er niet toe.)

Vervolgens heeft hij met behulp van een script allerlei gegevens ingevoerd (waaronder telkens een check-in en check-out station), hetgeen resulteerde in een uit te betalen geldbedrag op de door de verdachte gekoppelde bankrekeningen.
Ook dit ziet de rechter als wederrechtelijk binnendringen met een valse hoedanigheid, namelijk datzelfde “zogenaamd eigenaar zijn van die ov-chipkaarten”.

De software OpenBullet2 werd door het OM aangewezen als hulpmiddel bij dit alles. Dit is een opensourcepakket voor securitytesten, waarbij je van alles en nog wat kunt doen. Is dat “geschikt of ontworpen” voor computervredebreuk? Altijd goed voor veel discussie (zoals bij de Flipper Zero), maar ook hier weet de rechter een pragmatische uitweg:

De in deze zaak aan OpenBullet2 door de verdachte gemaakte en gekoppelde configuraties en scripts laten geen andere conclusie toe dan dat ook het door de verdachte gebruikte programma OpenBullet2 hoofdzakelijk geschikt is gemaakt tot het plegen van computermisdrijven.
In technische termen: bezit/gebruik van vanilla OpenBullet2 is dus niet strafbaar, maar een fork die bedoeld is voor het daarnet behandelde misdrijf wordt dat wel.

Arnoud

 

ACM wil transparantie over computergestuurde prijzen, maar wetgeving is er niet

Photo by Jakub Zerdzicki on Pexels

De Autoriteit Consument & Markt (ACM) pleit voor meer transparantie over de ‘black box’ van computergestuurde prijzen. Dat meldde Tweakers onlangs. Prijzen mogen variëren, maar het lijkt niet verplicht te melden op basis waarvan. Frustrerend, in ieder geval.

Uit het artikel:

De ACM haalt in het persbericht de luchtvaartsector als voorbeeld aan: een op de drie vliegtickets heeft een prijs die 40 procent hoger ligt dan de oorspronkelijke verkoopprijs. Volgens de ACM worden er per vliegtuigstoel 35 verschillende prijzen aangeboden tijdens de verkoopperiode. Ook op sites als Booking.com krijgen gebruikers te maken met sterk uiteenlopende prijzen.
En inderdaad, de wet kent vele verplichtingen voor de koper maar hoe de prijs is bedacht, daar hoef je niet heel transparant over te zijn. De prijs noemen is essentieel (art. 6:193e BW), en onjuiste of misleidende presentatie van de prijs is een misleidende handelspraktijk (art. 6:193c).

Bij overeenkomsten op afstand (zoals internetaankopen) is daarnaast vereist (art. 6:230m BW) dat de handelaar “op duidelijke en begrijpelijke wijze” de nodige informatie verstrekt, waaronder “dat de prijs is gepersonaliseerd op basis van geautomatiseerde besluitvorming”.

Als hoofdregel is dat begrijpelijk, de prijs is uiteindelijk jouw commerciële inschatting. (In juridische termen: wat de gek er voor geeft.) Je hoeft geen factoren te hébben, dus hoe kun je dan verplichten die te onthullen?

In 2022 dwong de ACM het platform Wish te stoppen met gepersonaliseerde prijzen, met onder meer het argument dat Wish niet uitlegde hoe die tot stand kwamen. Ook in 2022 werd datingplatform Tinder aangesproken op (onder meer) gepersonaliseerde prijzen. Daar werd geschikt, waarbij Tinder afsprak hier transparant over te zijn; kennelijk genoeg is dit signaleren in hun gebruiksvoorwaarden.

Echte duidelijkheid is er dus nog niet. Een mogelijkheid om die te creëren is een uitstapje naar de AVG. Gepersonaliseerde prijzen zijn een vorm van geautomatiseerde besluitvorming op basis van je persoonsgegevens. Onder artikel 15 AVG heb je dan recht op “nuttige informatie” over hoe die werkt, en in het Dun & Bradstreet arrest is uitgemaakt dat daar concrete uitleg bij hoort over hoe in dit geval tot de uitkomst is gekomen.

Een open vraag is wanneer dit precies geldt. Artikel 15 wordt vaak samen gelezen met artikel 22, dat “uitsluitend geautomatiseerde besluitvorming” verbiedt, behoudens uitzonderingen. Daarbij moet het dan gaan om iets dat je zwaar raakt, zoals een afwijzing bij een sollicitatie of een hypotheek.

Als je de lat van “zwaar raken” niet haalt, dan is dus de vraag of artikel 15 AVG geldt. In Dun & Bradstreet zegt het Hof namelijk dat je die uitleg alleen nodig hebt als je een artikel 22-besluit wilt aanvechten (punt 55). Mijn lezing is dus dat er géén recht op uitleg is buiten de artikel 22 gevallen.

Is een prijs van een gewoon handelsartikel gelijk te stellen, aan een hypotheekaanvraag of sollicitatie? Ik zie hoe die mijn leven kunnen beïnvloeden, maar dat het vliegtuig naar Rome op mijn Macbook 350 euro duurder is of dat ik een lokprijs krijg voor een nieuwe robotstofzuiger vind ik van een andere orde.

Tegelijkertijd: kredietscores voldoen aan dat criterium, en kredietscores worden ook ingezet bij ordinaire online aankopen. Dus als je kredietscore moet worden uitgelegd, waarom dan niet de prijs die op eenzelfde manier wordt samengesteld?

Arnoud

Is het een datalek als we de oude correspondentie van een overledene bij het oud papier doen?

Photo by PublicDomainPictures on Pixabay

Een leezr vroeg me:

Onlangs hebben mijn broers en ik het huis van mijn overleden vader leeggeruimd. Die had bij leven dozen en dozen met correspondentie gemaakt met kennissen uit binnen- en buitenland. Geen van de kinderen of kleinkinderen had veel behoefte aan deze vele kilo’s papierwerk als herinnering aan vader/opa, dus uiteindelijk hebben we alles rücksichtlos in de papiercontainer gemikt. Maar nu vraag ik me toch af: hebben we niet een enorm datalek veroorzaakt door dit zomaar weg te gooien, in plaats van het door een shredder te halen?
De AVG kent een uitzondering voor verwerkingen “door een natuurlijke persoon bij de uitoefening van een zuiver persoonlijke of huishoudelijke activiteit” (artikel 2 lid 2). Het voeren van (persoonlijke) correspondentie met kennissen wordt in overweging 18 letterlijk genoemd als een voorbeeld van die uitzondering.

Daarnaast gaat het hier om papieren in dozen, zonder kennelijk iets van indexatie of structuur. De AVG geldt bij niet-elektronische verwerkingen alleen als de persoonsgegevens “in een bestand zijn opgenomen of die bestemd zijn om daarin te worden opgenomen” (artikel 2 lid 1). Van een bestand is pas sprake (artikel 4 lid 6) als de collectie “volgens bepaalde criteria toegankelijk” is, wat inhoudt dat je er in kunt zoeken of anderszins makkelijk specifieke elementen terug kunt vinden (HvJ-uitspraak C-25/17 Jehovan todistajat).

Als de correspondentie bijvoorbeeld zakelijk was (opa was schrijver of academicus en onderhield zo een zakelijk netwerk) dan wordt het dus relevant hoe de betreffende brieven in die dozen zaten. Kun je daarbij zeggen dat dit het makkelijker maakte om een brief te vinden, die van dokter Clavan uit november 1989 bijvoorbeeld? Als dat zo is, dan is de collectie een bestand te noemen en dan zou de AVG gelden.

Het vernietigen van een bestand is óók een vorm van verwerken en moet dan ook aan de AVG voldoen. Gebeurt dat niet zorgvuldig (artikel 32), dan spreken we van een datalek (artikel 4 lid 12) wanneer daardoor ongeoorloofde toegang voor derden ontstaat. Van dat laatste is wel sprake als iedereen de papiercontainer kan openen en de brieven kan lezen.

Voor een datalek is meer nodig dan “iemand kon er bij”. Het criterium is of de beveiliging geschonden is, en daarbij hoort de vraag of die beveiliging adequaat was. Bij persoonlijke correspondentie, zeker in dozen en dozen, is het nogal wat om te verlangen dat al die dingen verbrand of versnipperd worden. Dan zou ik echt willen weten om wat voor soort brieven het gaat om te bepalen of die kosten en moeite het waard zijn. Maar dan moeten ze inderdaad op een veilige manier vernietigd worden.

Gaat het om alledaagse correspondentie, dan zie ik weinig tot geen reden om meer te doen dan gewoon in de container bij wijze van vernietiging. De vrijwel afwezige beveiliging is dan dus in die context adequaat, omdat er weinig tot geen risico’s zijn voor de correspondentiepartners. En om diezelfde reden hoeft het datalek – áls iemand de brieven toch leest – dan niet gemeld te worden en ontstaat geen aansprakelijkheid jegens diezelfde partners.

Arnoud

Als je wordt afgeperst met je persoonsgegevens, kun je het losgeld dan verhalen op de datalekker?

Photo by RoyBuri on Pixabay

Hackers persen klanten boodschappendienst Flink af: betalen of data gepubliceerd. Dat kopte de NOS vorige week. Dus niet de organisatie, maar de klanten die dachten dat hun data daar veilig was. Voor diverse lezers aanleiding te vragen: kun je dat als schadevergoeding claimen bij Flink?

Het gaat niet om grote bedragen: men wil 10 tot 15 euro, “een klein bedrag voor je gemoedsrust” zo citeert men de criminelen. Er zouden gegevens van een miljoen klanten buitgemaakt zijn, en 15 keer een miljoen is toch aantrekkelijk voor criminelen.

Moet je betalen? Nee, natuurlijk niet, zo luidt het verstandige advies. Je hebt geen zekerheid dat ze later niet terugkomen, net zoals je dat bij ‘ouderwetse’ chanteurs en afpersers niet hebt. Aangifte doen, chantage is strafbaar (art. 318 Sr) en gelekte persoonsgegevens kunnen een ‘geheim’ zijn onder dat wetsartikel.

Maar goed, iemand betaalt dan toch. Is dat schade die je bij de verwerkingsverantwoordelijke kunt claimen? Op geld waardeerbare schade komt voor vergoeding in aanmerking (aangenomen dat het datalek verwijtbaar is). En hier heb je een direct hard getal in geld.

Juridisch is het probleem dat losgeld betalen niet direct voortvloeit uit het datalek zelf. Het is een nieuw feit, ontstaan door acceptatie van het chantage-aanbod. Een hardvochtig jurist citeert dan artikel 6:101 BW en noemt het “eigen schuld”: jij koos er voor te betalen, daar kan de gehackte partij niets aan doen.

Ik heb daar moeite mee, en zou dit dus pareren met een beroep op de billijkheid uit de omstandigheden van dit geval. Wie bedreigd wordt met publicatie van gevoelige persoonsgegevens, kun je niet verwijten een onlogische keuze te hebben gemaakt. Die persoon had niet in die situatie gebracht moeten zijn, en dat dat wel is gebeurd, is (bij een verwijtbaar datalek) de schuld van de verwerkingsverantwoordelijke.

Dus ja, ik zie die schade wel als verhaalbaar op de partij die de gegevens lekte. Natuurlijk moet dan wel vaststaan dát die gegevens daar vandaan zijn verkregen, maar de criminelen zeggen dat er kennelijk netjes bij.

Arnoud

Moet de leeftijdsdetectie-AI in de supermarkt zeggen dat ‘ie AI is?

Photo by wir_sind_klein on Pixabay

Interessante zijstap in de discussie van vorige week:

Aan de zelfscankassa’s bij de lokale supermarkt hangt tegenwoordig een klein kastje met een blauw/rood/groen lampje. Er staat geen uitleg bij. Ik heb het ding gegoogled en het blijkt een leeftijds-schatter te zijn die aangeeft of ik een fles drank mag afrekenen. Zodra het ding mijn leeftijd heeft geschat gaat hij op rood of groen. Mag ik aannemen dat de kleur van het lampje geldt als een interactie van het apparaat naar mij toe?
Dit haakt in op het recent van kracht geworden stuk uit de AI Act dat interactieve AI zichzelf bekend moet maken, zodat je weet dat je met een AI praat en niet met een mens.

De AI Act zelf definieert niet wat “interactie” is. De recent uitgekomen Richtsnoeren hierover doen wel een poging:

Interaction entails the capability of a bidirectional exchange of information or actions between natural persons and the AI system with a genuine conversational or responsive character. It can occur in various forms (e.g. auditory, visual and physical). Natural persons should be able to provide input (e.g., written text or other forms of content, voice, or physical actions) to the AI system (e.g. via technical communication means including online interfaces, phone or e-mail, or directly), while the AI system should be capable of responding with contextual output (including any type of content or actions) and vice-versa.
Ik haal hier uit dat de ene partij input levert waar de ander een afgestemde reactie op geeft (de AI mag ook beginnen, staat verderop). Dat past prima bij een chat, maar het kan ook een “one-time exchange” zijn. En dat zou ook passen bij zo’n blieplampje waar jij je gezicht als invoer geeft en een groen kleurtje terugkrijgt.

Daarnaast moet de interactie “direct” zijn, oftewel real-time of daar dicht bij, en zonder menselijke tussenkomst. Een medewerker die AI gebruikt om reacties te componeren is dus genoeg om aan deze plicht te ontsnappen, zolang deze meer doet dan een copypastevogeltje zijn.

Als uitzondering worden wel “automated facial-recognition access controls” genoemd, maar ook “one-time feedback (e.g. spam filters)”. Die laatste is interessant: de AI stopte een mail in mijn folder “Junk mail”, ik klik op “Not junk” en de AI neemt actie. Dat is dus géén interactie zoals hier bedoeld.

Waar hoort dan “<houdt gezicht voor camera>” / “<groen>”? Ik neig naar: geen interactie, vanwege de sterke gelijkenis met het spamfilter. Ook is voor mij belangrijk dat de uitvoer niet contextueel is, iedereen krijgt ja of nee, en er is geen persoonsgebonden variatie.

Een AI systeem als dit maakt wel beslissingen in de zin van artikel 22 AVG. (Dat mag, want het is vrijwillig te gebruiken.) Volgens de AVG moet er dan uitleg bij komen over hoe dat werkt en dergelijke (artikel 13 en 15). Een sticker dat het AI is en waar je de privacyverklaring kunt vinden, is denk ik voor deze situatie een heel eind adequaat.

Arnoud

 

 

AI-agents die in het wilde weg bedrijven hacken: is dat strafbaar?

Photo by jamesmarkosborne on Pixabay

Excuses voor de kop, maar Tweakers deed het ook: “De ene na de andere organisatie wordt geteisterd door hacks die ongehoorzame AI-agents uitvoeren.” Alsof agents agency hebben en dingen doen. Het zijn scripts, die nalatig beheerd worden. Punt.

Het artikel gaat in op de vraag of het strafbaar is wat hier gebeurt. Terecht wordt de nuance gemaakt dat je je kunt afvragen of de beheerders van die diensten “opzettelijk” handelden. Hun bedoeling was het waarschijnlijk niet, tenzij je in de rabbit hole zit dat OpenAI haar beursgang wilde uitstellen om eerst flink angst te zaaien over rogue agents en dan de oplossing op de markt te brengen.

Voorwaardelijke opzet dan, zeggen strafrechtadvocaten meteen. Nam je bewust het risico op de koop toe dat dit gevolg zou gebeuren? Ook die lijkt me lastig. Het leest vooral als te snel tevreden zijn: bij de laatste uitbraak kon via DNS toegang tot internet worden verkregen. Dat is niet je eerste gedachte bij het dichttimmeren, maar dit helemaal vergeten is ook weer slordig.

Onder artikel 350b Strafrecht is al lang strafbaar dat je door nalatigheid (“schuld”) malware schade laat aanrichten. Vroeger ging dat om virussen (dingen die zichzelf repliceren) maar wat mij betreft leest dit sinds de laatste wetswijziging vrij letterlijk op agents:

Hij aan wiens schuld te wijten is dat gegevens die door middel van een geautomatiseerd werk of door middel van telecommunicatie zijn opgeslagen, worden verwerkt of overgedragen, wederrechtelijk worden veranderd, gewist, onbruikbaar of ontoegankelijk gemaakt, dan wel dat andere gegevens daaraan worden toegevoegd, wordt, indien daardoor ernstige schade met betrekking tot die gegevens wordt veroorzaakt, gestraft met gevangenisstraf of hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de tweede categorie.
De enige vraag is dus: is er schade in de zin van veranderen, toevoegen of beschadigen. Malware die alleen informatie downloadt, valt buiten dit artikel en inderdaad is voor computervredebreuk opzet nodig. Ik kom er niet helemaal uit wat er nu stukgegaan is. Maar op papier is enkel een bericht op een messageboard plaatsen al genoeg voor dit artikel.

Kan de AI Act hier wat mee? Nee, want is primair gericht op productveiligheid en een experimentele agent-setup zoals van OpenAI is geen ‘product’ of ‘AI-systeem’ zoals de wet dat noemt. Ik zou het wel een GPAI-model willen noemen, en dan kan het worden aangewezen als met systeemrisico. Dat betekent dat er gerichte maatregelen moeten komen (artikel 55, een passend niveau van cyberbeveiligingsbescherming). Helaas ontbreekt het vooralsnog aan criteria om deze norm (artikel 51) mee in te vullen.

Arnoud

Film je de buren niet meer als je het zicht op hen uitblurt met een privacyscherm?

Photo by WebTechExperts on Pixabay

Het privacyscherm of blur is in veel beveiligingscamerasystemen een oplossing tegen ongewenst meekijken. Markeer in de software een gebied dat buiten beeld moet blijven, en daar komt in de opname een zwart scherm of een serie pixels. Een recent arrest uit Den Bosch zet hier echter vraagtekens bij.

De zaak is onderdeel van een breder geschil over waar de perceelgrens loopt tussen een bedrijvenpand en een woonhuis, waarbij onder meer een betonnen muur was gesloopt. In dit hoger beroep ging het vooral over de vele camera’s die er hangen.

In eerste instantie had de rechter geoordeeld dat de camera’s weg moesten. Dat was ook gebeurd, maar daarna kwamen er nieuwe te hangen want dat verbood het vonnis niet, mits “deze het perceel van [geïntimeerde] niet mogen filmen”. En dat was niet zo, want dat had het installatiebedrijf geregeld met dus zo’n privacyblok:

Zij voert aan dat daarop duidelijk zichtbaar is dat de beveiligingscamera’s [] niet op het perceel van [buurman] kunnen filmen. Dit heeft zij gerealiseerd door het beeld dat de beveiligingscamera’s weergeven zodanig te programmeren dat alles achter blauwe lijnen wordt afgedekt met zwarte vlakken. Ter zitting is namens [het bedrijf] bevestigd dat de tuin van de buren niet zichtbaar is “omdat er zwarte blokken” in het beeld zijn geplaatst.
Het Hof heeft daar moeite mee omdat “de mogelijkheid van observatie van het buurperceel” nu blijft bestaan. Immers, die blokken zijn een software-instelling en dat kun je zo ongedaan maken.

Nee hoor, aldus het bedrijf: alleen het ingeschakelde beveiligingsbedrijf kan dat, en wij niet zelf. Maar het Hof vindt dat niet overtuigend. Dat bedrijf is gewoon je hulppersoon, en die kun je gewoon vragen om een instelling te wijzigen. Die hebben geen reden om dat te weigeren.

Hang ze maar ergens anders op:

Dat de betreffende camera’s niet zodanig gepositioneerd kunnen worden dat het perceel van [buurman] ook zonder de zwarte blokken niet in beeld komt, heeft [bedrijf] naar het oordeel van het hof gesteld noch onderbouwd. Weliswaar heeft [bedrijf] aangevoerd dat het belangrijk is dat de camera hoog hangt zodat de bovenkant van de voertuigen op het terrein is te zien, maar de camera’s kunnen dan even goed, zoals [buurman] heeft aangevoerd, op een paal worden bevestigd, met de “rug” naar de erfgrens, zodat de camera’s juist naar de oprit en loods “toestralen” in plaats van richting het perceel van [buurman].
Bijgevolg is de noodzaak niet aangetoond, en de privacyinbreuk wordt daarmee onrechtmatig. Dat de installatie “volgens de wettelijke voorschriften” is gebeurd, is daarmee niet relevant.

Betekent dit nu dat uitblurren of -blokken nooit voldoende kan zijn? Dat gaat me te snel. Het kan een passende maatregel zijn, maar je moet wel het tegenargument “die instelling kan zo ongedaan gemaakt worden” kunnen pareren. Met afspraken met het beveiligingsbedrijf op papier zou dat bijvoorbeeld kunnen. Maar je kunt ook een hardere oplossing zoeken, zoals een metalen plaatje voor de lens dat het buurerf rechtstreeks afschermt.

Arnoud