Hoe gaat de jurist van de toekomst eruit zien? #legaltechtuesday

| AE 11776 | Innovatie | Er zijn nog geen reacties

Mijn blog van volgende week over het uurtarief raakte aan een teer punt, gezien het aantal reacties in de mail dat ik erop kreeg. Een jurist is toch een kenniswerker, die uiteindelijk zijn uren inzet verkoopt. Dus je kunt wel vaste prijzen ergens op hangen, maar dat blijft in feite het afronden van een urenschatting en jezelf dan ruimte (of krapte) geven om het werk daarbinnen te doen. En meer algemeen, het werk dat juristen doen dat is toch eigenlijk altijd gespecialiseerd werk, maatwerk, is een vaste prijs dan wel logisch?

Natuurlijk, het beroep van de jurist is ooit begonnen als een specialisme, en de kennis van de jurist heden ten dage is gespecialiseerd en vrij uniek. Dus het is niet gek dat als je dan leest over veranderingen in het beroep, dat je dan denkt hoe je specialisme gewaarborgd blijft bij zulke veranderingen. Maar ik blijf het zeggen: het gaat niet om dat gespecialiseerde, het gaat juist om het standaardwerk. Hoewel ook juristen en advocaten zich veelal zien als leveranciers van uniek maatwerk (de term ‘kleermaker’ komt heel vaak langs), is een hele berg van het werk juist standaard.

Het lastige is alleen dat wij juristen veel beter dan anderen kunnen aangeven waarom ook dat standaardwerk eigenlijk volledig op maat geleverd moet worden. Onze dienstverlening is immers het zoeken naar risico’s en problemen, de ernst daarvan onderstrepen en een oplossing aandragen die gevolgd móet worden op straffe van hoge boetes en ander juridisch onheil. (Weinig mensen kunnen zeggen dat een fout in hun werk kan leiden tot een strafproces tegen de directie.) En dat wordt vaak gevolgd, mede omdat het specialisme met enige mystiek omhuld is en de gevolgen heel ernstig klinken.

Bovenstaande is overigens niet perse onwáár. Het klopt dat een onjuist advies over zeg een afspraak met de concurrent dat gevolg kan hebben. Of dat een foutje in een NDA kan leiden tot een jarenlange rechtszaak met miljoenenclaims. Maar dat zijn de uitzonderingen, en niet de dagelijkse praktijk. Die gaat over “kan ik dit tekenen want ik wil koffie drinken met die leverancier”. Het advies moet daarmee in proportie zijn. Een standaardzaak vraagt om een standaardantwoord. De bijzondere risico’s horen afgekapseld te zijn of afgevangen te worden als hun waarschijnlijkheid hoog genoeg wordt.

Belangrijker voor mij is de realisatie dat als je als jurist dit niet doet, anderen dit wel gaan doen. Neem het opstellen van algemene voorwaarden. Het beschermen van een ondernemer met duidelijke regels voor zijn handelsverkeer is typisch iets waar je een jurist voor inzet. Welke risico’s loopt die ondernemer en hoe dekken we dat af? Toch is juist het product “algemene voorwaarden” iets dat uit zó veel bronnen te krijgen is, van Kamer van Koophandel tot handige boekhouder tot vele online diensten waar je ze al dan niet met vragenlijst gratis, goedkoop of duur verkrijgt. Er zijn inderdaad nog steeds advocaten die 12.000 euro voor een set AV kunnen vragen maar dat is niet de bulk van het werk.

Je kunt volgens mij als jurist dan twee kanten op. Of je zegt, ik ben echt een specialist en mij moet je hebben als je situatie niet zo standaard is, of juist, ik kan dat standaardwerk prima leveren en de moeilijke gevallen schuif ik door. De natuurlijk neiging is volgens mij om meteen dat eerste te kiezen, maar besef dat dat maar een beperkte doelgroep (en dus hoeveelheid werk) aantrekt.

Daar staat tegenover dat wie het standaardwerk betreedt, meteen dus die KVK, handige boekhouder en online diensten tegenover zich krijgt. Want die kunnen het standaardkunstje ook, en zijn gehaaider in het binnenhalen van standaardklantjes tegen een lagere prijs. En ja komt ie weer met z’n Susskind: de commodificatie in de juridische wereld is al een héél groot eind gevorderd. Voor veel producten zelfs naar gratis.

Toch biedt dat ook kansen, juist voor juristen die meer kunnen dan die boekhouder maar niet meteen de superspecialist willen zijn. Jezelf onderscheidend maken bovenop commodity producten is dé manier om te groeien in zo’n markt. Dus: wat is jouw toegevoegde waarde bovenop zo’n generator? Wat wil de klant dat een boekhouder niet kan?

En nee, het antwoord is natuurlijk niet “perfect maatwerk met alle risico’s volledig uitonderhandeld en weggezet”. Voor mij is dit precies de sweet spot om legal tech in te zetten: die levert het standaardwerk dat de aanloop is voor jouw maatwerk. Om bij mezelf te blijven, dankzij NDA Lynn reviewen mijn klanten hun NDA’s in vijf minuten, en ze betalen mij vervolgens om inhoudelijk antwoord op de gekke vragen te krijgen. Ik ben daardoor de hele dag bezig met gekke dingen in NDA’s en dat vind ik dan weer leuk.

Dat is hoe de jurist van de toekomst zichzelf moet herdefiniëren: waar is mijn toegevoegde waarde bovenop de technologie, bovenop de commodity.

Arnoud

Oh help, nu gaan robots ook al patent aanvragen bij het Europees Octrooibureau

| AE 11772 | Internetrecht | 6 reacties

Help, de robot-uitvinders komen eraan. Maar gelukkig staat het EPO pal (via) : wie octrooi wil aanvragen op een uitvinding, moet daarbij de mens(en) noemen die de uitvinding hebben gedaan. Het noemen van “a type of connectionist artificial intelligence” getiteld DABUS in het veld voor ‘uitvinder’ voldoet niet aan de formele eisen en maakt de octrooiaanvraag dus ongeldig. Helaas komen we er vooralsnog niet achter hoe het EPO inhoudelijk om zou gaan met zulke octrooiaanvragen.

Het idee dat robots uitvindingen doen, is op zich al een vrij oude. Robots (machine larning systemen) kunnen zoeken naar combinaties van maatregelen die mensen nooit bedacht hadden, en kunnen dat ook nog eens veel sneller en systematischer. Daar zullen dus best dingen uitkomen die wij mensen als inventief oftewel octrooiwaardig zouden kwalificeren.

Het systeem Dabus is ontworpen voor precies dit soort toepassingen. In 2018 kwam het aanzetten met een drankhouder met fractaal profiel waardoor ze bij elkaar gehouden worden zonder dat je ze apart in een verpakking moet wikkelen. Oké, leuk ideetje en ik zie daar wellicht wel de grens van octrooibaarheid in verschijnen. Alleen: dit was dus geen mens die zat te doodelen met een ontwerp maar een machine:

The applicant explained that the invention had been made by a machine and that the machine “identified the novelty of its own idea before a natural person did”. He argued that the machine should be recognised as the inventor and that the applicant, as the owner of the machine, was an assignee of any intellectual property rights created by this machine. This is in line with the purpose of the patent system which is to incentivise disclosure of information, commercialisation and development of inventions. The applicant further argued that acknowledging machines as inventors would facilitate the protection of the moral rights of human inventors and allow for recognising the work of the machine’s creators.

En dat is toch niet echt waar het octrooisysteem voor bedoeld is, aldus het EPO. Daarom wijst men de octrooiaanvraag af, op de principiële grond dat er geen menselijke uitvinder was (en het juridisch trucje dat deze dan op het aanvraagformulier vermeld had moeten worden). De aanvragende mens is er even zo principieel in dat niet hij als maker van de software ook de uitvinder is, en dan houdt het dus formeel op. (Hoewel hoger beroep ingesteld is.) Had hij zelf gedaan of hij de uitvinder was, dan was er niemand achter gekomen denk ik.*

Maar algemeen: verdient een machine een octrooi? Ik zou zeggen van niet. Mensen hebben de stimulans (kennelijk) nodig om geld te verdienen als ze een patentwaardige uitvinding doen. Machines hebben dat niet. Naast die motivatie wordt vaak ook genoemd dat je de investering in R&D wilt kunnen terugverdienen, en je zou kunnen zeggen dat ook zo’n uitvindingsmachine duur is en terugverdiend moet kunnen worden door geld uit het octrooi. Maar het voelt mij net even achterstevoren geredeneerd dat omdat je een dure octrooigenerator hebt gemaakt, je dus recht hebt op octrooi.

Arnoud
*Ik moet dan altijd aan de Great Automatic Grammatizator van Roald Dahl denken, waarin onder meer de truc om de naam van bekende auteurs te ‘kopen’ om zo de automatisch gegenereerde verhalen duur aan de man te kunnen brengen.

Hoe moet je omgaan met bronvermeldingen versus de AVG?

| AE 11770 | Ondernemingsvrijheid, Privacy | 8 reacties

Interessante discussie via Twitter: wanneer moet of mag je nu bronvermeldingen geven met persoonsgegevens daarin, en hoe moet je omgaan met verwijderverzoeken van mensen die zich in de bron herkennen? Dit speelt vaak bij publicaties van genealogische gegevens zoals stambomen. Men wil graag de juiste bron noemen, ook voor andere onderzoekers, maar die bron kan best een persoon zijn of verwijzen naar een persoon. En dan loop je tegen de AVG aan. Wat dan?

Genealogie is een discipline van de geschiedkunde die zich bezighoudt met voorouderonderzoek dan wel de afstamming van de familienaam. Dat betekent vaak spitten in bronnen, en die wil je dan ook graag noemen bij je publicatie van de resultaten. Dat is wetenschappelijk gezien netjes, en het helpt andere onderzoekers om weer verder te komen met hun onderzoek. Maar zoals gezegd kan zo’n bron een persoon zijn: de naam van de persoon die de brondocumenten aanbood bijvoorbeeld, of de auteur van een boek waar je de gegevens in aantrof.

Wie iets overtypt uit een boek (of andere publicatie) zal gelijk denken, daar heb ik vast het citaatrecht voor nodig. En dat eist inderdaad dat je de bron, waaronder de naam van de maker noemt. Echter, dat geldt alleen als je iets overneemt dat anders het auteursrecht zou schenden. Typ je enkel feiten over (zoals een naam en geboortedatum) dan heb je niets met auteursrechten te maken en hoef je dus ook geen bron of maker/auteur te noemen.

Het mág natuurlijk wel, want ik snap goed dat het netjes voelt om een bron te noemen waar je je op baseert. Al is het maar dankbaarheid of een wetenschappelijke ethos. Maar dan kom je weer bij een andere wet terecht, namelijk die vermaledijde AVG die dat dan een verwerking van persoonsgegevens noemt en dan héél streng schijnt te doen over toestemming en recht te worden vergeten. Zit je dan met je ethos.

Gelukkig denk ik dat het specifiek hier wel meevalt. Het noemen van de naam van een bron zie ik als journalistieke verwerking onder de AVG, het is een vorm van feiten en informatie delen met het publiek immers. Daarmee zit je op het eigen belang (artikel 6 lid 1 sub f AVG) waardoor toestemming niet meer aan de orde is.

Natuurlijk moet je dan wel een privacy-afweging maken, maar als het gaat om een naam die de persoon zelf ook al publiek maakte bij een gelijksoortige publicatie dan heb ik héle grote moeite een te respecteren privacybelang te bedenken. Als er bijzondere redenen zijn, dan is dat wel iets om rekening mee te houden (artikel 21 AVG) maar dat is meer dan “ik vind het niet prettig”. En de persoon in kwestie moet zich dan eerst melden met die onderbouwde persoonlijke redenen.

Het verwijderrrecht geldt niet bij journalistieke verwerkingen (artikel 17 lid 3 AVG) en meer algemeen niet als jij gewoon een belang hebt bij publicatie. Wissen van gegevens moet pas als je ze eigenlijk toch al weg had moeten gooien.

Arnoud

Grote YouTube-kanalen moeten vanaf september Kijkwijzer hanteren

| AE 11767 | Ondernemingsvrijheid | 11 reacties

Nederlandse YouTube-kanalen met veel abonnees moeten vanaf september de Kijkwijzer hanteren, en leeftijdsaanduidingen en adviespictogrammen tonen. Dat meldde Tweakers onlangs. Wie niet meewerkt aan de Kijkwijzer, loopt het risico op boetes. Dit is het gevolg van Europese Richtlijn 2018/1808 die de Mediawet wijzigt, waardoor diensten als Youtube aangemerkt worden als ‘mediadienst op aanvraag’ en daarmee… Lees verder

Tesla schakelt features achteraf uit bij tweedehands auto, wat krijgen we nou?

| AE 11765 | Intellectuele rechten, Ondernemingsvrijheid | 10 reacties

Autofabrikant Tesla heeft bij de wederverkoop van een tweedehands Tesla enkele features uitgeschakeld, las ik bij The Verge. De wederverkoper had deze features per abuis meegekregen bij de aanschaf bij Tesla zelf(!), dus pardon wij komen even uw auto downgraden, sorry foutje bedankt. De wederverkoper zou niet hebben betaald voor die features “Enhanced Autopilot” en… Lees verder

Legal tech gaat niets worden als je niet ook het declarabele uurtje afschaft

| AE 11762 | Innovatie | 6 reacties

Al jaren gaat het rond in de juridische sector: het wordt tijd om eens af te stappen van de billable hours oftewel het uurtje/factuurtje model. Klanten worden er nooit gelukkig van, het is een hoop gedoe voor medewerkers en het zou zo eenvoudig moeten zijn om gewoon een prijs te noemen. Maar toch blijft het… Lees verder

Die journalisten van Trouw hadden dikke mazzel dat ze een scoop vonden bij hun computervredebreuk

| AE 11749 | Ondernemingsvrijheid, Security | 24 reacties

Enkele KPN-medewerkers hebben zich intern kritisch uitgelaten over de door KPN ontwikkelde app WeGoEU. Dat las ik bij Tweakers. De kritiek luidt dat de app data van Chinese toeristen verzamelt en naar Chinese servers, en daarmee naar de Chinese overheid zou sturen. Oké, leuk nieuwtje maar het échte nieuws voor mij is dat Trouw dit… Lees verder

Rechter: Nintendo hoeft klanten geen kans te geven om pre-orders te annuleren

| AE 11751 | Ondernemingsvrijheid | 16 reacties

Nintendo is niet verplicht om een mogelijkheid te maken om pre-orders te annuleren, aldus Tweakers onlangs. De Duitse rechter bepaalde aldus in een proefproces van Duitse en Noorse consumentenorganisaties. Kern van de zaak is of je het “Ik doe afstand van mijn ontbindingsrecht”-vinkje ook mag inzetten bij een pre-order die pas veel later geleverd wordt…. Lees verder

Je zou denken dat die rechtszaak over SyRI niet nodig was geweest, zo logisch was die uitspraak (maar wel heel lang)

| AE 11759 | Regulering | 33 reacties

Het computersysteem dat de overheid gebruikt om fraude te ontdekken, schendt de privacy. Dat meldde NRC in de langverwachte SyRI uitspraak van de rechtbank Den Haag. Die wijst de inzet van SyRI door het UWV af omdat er geen onderbouwde noodzaak is. Logische uitspraak, zou je zeggen. Maar het is wel een héle dikke lap… Lees verder

Avast verkoopt data van gebruikers gratis antivirussoftware onder pseudoniem

| AE 11747 | Ondernemingsvrijheid, Privacy | 7 reacties

Beveiligingsbedrijf Avast verkoopt op grote schaal gepseudonimiseerde data van gebruikers van de gratis versie aan adverteerders. Dat meldde Tweakers vorige maand. Het gaat onder andere om de browsegeschiedenis, die onder andere aan grote bedrijven zoals Google, Microsoft, Pepsi en McKinsey wordt verkocht. Na enige herrie stopt men daarmee, want “Mensen beschermen is onze topprioriteit en… Lees verder