De Autoriteit Consument & Markt (ACM) pleit voor meer transparantie over de ‘black box’ van computergestuurde prijzen. Dat meldde Tweakers onlangs. Prijzen mogen variëren, maar het lijkt niet verplicht te melden op basis waarvan. Frustrerend, in ieder geval.
Uit het artikel:
De ACM haalt in het persbericht de luchtvaartsector als voorbeeld aan: een op de drie vliegtickets heeft een prijs die 40 procent hoger ligt dan de oorspronkelijke verkoopprijs. Volgens de ACM worden er per vliegtuigstoel 35 verschillende prijzen aangeboden tijdens de verkoopperiode. Ook op sites als Booking.com krijgen gebruikers te maken met sterk uiteenlopende prijzen.En inderdaad, de wet kent vele verplichtingen voor de koper maar hoe de prijs is bedacht, daar hoef je niet heel transparant over te zijn. De prijs noemen is essentieel (art. 6:193e BW), en onjuiste of misleidende presentatie van de prijs is een misleidende handelspraktijk (art. 6:193c).
Bij overeenkomsten op afstand (zoals internetaankopen) is daarnaast vereist (art. 6:230m BW) dat de handelaar “op duidelijke en begrijpelijke wijze” de nodige informatie verstrekt, waaronder “dat de prijs is gepersonaliseerd op basis van geautomatiseerde besluitvorming”.
Als hoofdregel is dat begrijpelijk, de prijs is uiteindelijk jouw commerciële inschatting. (In juridische termen: wat de gek er voor geeft.) Je hoeft geen factoren te hébben, dus hoe kun je dan verplichten die te onthullen?
In 2022 dwong de ACM het platform Wish te stoppen met gepersonaliseerde prijzen, met onder meer het argument dat Wish niet uitlegde hoe die tot stand kwamen. Ook in 2022 werd datingplatform Tinder aangesproken op (onder meer) gepersonaliseerde prijzen. Daar werd geschikt, waarbij Tinder afsprak hier transparant over te zijn; kennelijk genoeg is dit signaleren in hun gebruiksvoorwaarden.
Echte duidelijkheid is er dus nog niet. Een mogelijkheid om die te creëren is een uitstapje naar de AVG. Gepersonaliseerde prijzen zijn een vorm van geautomatiseerde besluitvorming op basis van je persoonsgegevens. Onder artikel 15 AVG heb je dan recht op “nuttige informatie” over hoe die werkt, en in het Dun & Bradstreet arrest is uitgemaakt dat daar concrete uitleg bij hoort over hoe in dit geval tot de uitkomst is gekomen.
Een open vraag is wanneer dit precies geldt. Artikel 15 wordt vaak samen gelezen met artikel 22, dat “uitsluitend geautomatiseerde besluitvorming” verbiedt, behoudens uitzonderingen. Daarbij moet het dan gaan om iets dat je zwaar raakt, zoals een afwijzing bij een sollicitatie of een hypotheek.
Als je de lat van “zwaar raken” niet haalt, dan is dus de vraag of artikel 15 AVG geldt. In Dun & Bradstreet zegt het Hof namelijk dat je die uitleg alleen nodig hebt als je een artikel 22-besluit wilt aanvechten (punt 55). Mijn lezing is dus dat er géén recht op uitleg is buiten de artikel 22 gevallen.
Is een prijs van een gewoon handelsartikel gelijk te stellen, aan een hypotheekaanvraag of sollicitatie? Ik zie hoe die mijn leven kunnen beïnvloeden, maar dat het vliegtuig naar Rome op mijn Macbook 350 euro duurder is of dat ik een lokprijs krijg voor een nieuwe robotstofzuiger vind ik van een andere orde.
Tegelijkertijd: kredietscores voldoen aan dat criterium, en kredietscores worden ook ingezet bij ordinaire online aankopen. Dus als je kredietscore moet worden uitgelegd, waarom dan niet de prijs die op eenzelfde manier wordt samengesteld?
Arnoud
Misschien kun je het (zoals bij Wish) over de boeg gooien van verboden handelspraktijken zoals schijnkortingen en oneigenlijke tijdsdruk.
Doordat een prijs steeds fluctueert kun je er als consument niet op rekenen dat als je niet NU beslist het product nog voor jou voor die prijs beschikbaar is. Ook als er mogelijk nog precies evenveel stoelen verkocht waren als eerder, kan een ticket uit het niets heel veel duurder worden zonder dat je dit als consument begrijpt. Die grote volatiliteit kan betekenen dat er oneigenlijke druk ontstaan om snel te beslissen, terwijl de onderliggende productkenmerken/voorraden daar geen relatie mee hebben. Hiermee kan de consument geen rationele afweging maken om het product nu te kopen in zijn beste interesse is.
Je zou het daarom kunnen zien als de oneerlijke praktijk als “nog maar 1 beschikbaar” of “korting loopt om middernacht af”, waarbij deze teksten niet letterlijk gehanteerd worden maar het netto effect hetzelfde is: de beschikbaarheid van dit product voor deze prijs is voor hem volstrekt onzeker (ook al is dat niet inherent zo).
Een voorspelbare progressieve prijs (bv: we geven bij meer dan twee maanden van te voren boeken 30% vroegboekkorting) stelt de consument wel in staat een oordeel over de vormen waarnaar hij redelijk kan handelen.
Om er een offline-complicatie bij te gooien: het viel me laatst op dat de Albert Heijn elektronische prijskaartjes hanteert. Die passen tegen sluitingstijd automatisch kortingen op de dagverse producten toe, die hoger lijken te worden naar mate sluitingstijd dichterbij komt. Komt de complicatie van zelfscannen bij. Die korting is dus gekoppeld aan de normale streepjescode van het product, het is níet (zoals voorheen) een aparte kortingssticker met een aparte streepjescode.
Welke prijs geldt dan? De prijs op ’t moment van scannen met de handscanner? De prijs op ’t moment dat je afrekent (die je dan dus niet meer op het prijskaartje kunt zien)? Dat lijkt me ook wat er toegepast wordt als je gewoon door de kassa gaat en we moeten maar er op vertrouwen dat dat nooit in het nadeel van de klant uitpakt?
Even los van het toekomstbeeld dat dit zou kunnen leiden tot gepersonaliseerde supermarktprijzen als ze kunnen detecteren of er veel iPhones en Apple Watches of juist een hoop Androids naast een schap staan. Dat lijkt me ook erg onwenselijk.