Drie ton boete voor UPC voor ongevraagd toezenden Mediabox

16 mei 2008, 9:00 - Geplaatst onder: Internetrecht, Contracten - 10 reacties

De Consumentenautoriteit heeft kabelboer UPC zeven boetes van in totaal ruim 300.000 euro opgelegd, meldt Nu.nl. De reden was de zeer agressieve manier waarop het bedrijf mensen aan de digitale televisie probeerde te krijgen: iedere analoge klant (zoals Tweakers het noemt) kreeg ongevraagd een Mediabox thuisgestuurd met een aanbod om digitale TV gratis uit te proberen. Anderen werden gebeld door een callcenter of kregen een colporteur van UPC aan de deur die ze over probeerde te halen om deze dienst te nemen.

Dat soort praktijken is keihard in strijd met de wet. Het ongevraagd toesturen van producten met het doel iemand over te halen een dienst af te nemen mag niet. Gebeurt het toch, dan mag je het product houden en zit je nergens aan vast. Los daarvan kan de Consumentenautoriteit optreden en boetes opleggen aan bedrijven die dit soort malafide praktijken hanteren.

Het sanctiebesluit schetst een behoorlijke serie overtredingen. Uit onderzoek door TNS NIPO bleek bijvoorbeeld dat 16 procent van de telefonisch benaderde klanten niet akkoord was gegaan met het aanbod, maar toch een Mediabox thuisgezonden kreeg onder verwijzing naar het telefoongesprek. En dat ging dan zo:

Binnen 3 weken ontvangt u van ons de mediabox, waarmee u de komende drie maanden gratis de gelegenheid heeft om alle voordelen van digitale televisie zelf te ervaren. […] Wilt u de box toch niet houden dan heeft u toch 3 maanden kennis kunnen maken met digitale televisie en kunt u de box gratis terugsturen. Gaat u hiermee akkoord?”

Wie hierop ‘ja’ zegt, had een jaarabonnement op digitale televisie gesloten, aldus UPC. Maar zo werkt het natuurlijk niet. Onder verwijzing naar een uitspraak van de rechtbank Zwolle concludeert de Consumentenautoriteit dan ook dat deze redenering van UPC niet opgaat.

Ook bij de ongevraagd aangeleverde Mediaboxen waren veel klachten:

“Er stond een meneer op de stoep, gestoken in een wit jasje met de tekst Pakketservice erop en met een steekwagentje en een aantal pakketten erop. Deze meneer heeft geprobeerd om het ding door mijn strot te duwen onder het mom van ‘het is gratis, meneer’.”

Terugsturen viel nog niet mee. Bright probeerde het, maar hun gemolesteerde Mediabox werd voor een bom aangezien. Voor de vernieling in vereniging van UPC’s eigendom kreeg men 300 euro boete opgelegd.

UPC verweerde zich door te stellen dat ze de aflevering per brief gemeld hadden. In de brief stond dat je de Mediabox mocht weigeren. Maar het is dan nog steeds colportage. En bij een colportagegesprek moet de colporteur meteen melden wat het oogmerk van zijn bezoek was: het sluiten van een overeenkomst voor digitale televisie. Ongeacht wat er al per brief gemeld zou zijn.

Sommige colporteurs bleken zelfs misleidende mededelingen te hebben gedaan, bijvoorbeeld dat een klant “straks geen beeld meer op de televisie zal krijgen” of dat het pakketje “voor uw vrouw” bestemd was.

Daarnaast meldde UPC nergens dat je de overeenkomst binnen zeven werkdagen weer kon ontbinden. Ook aan andere informatieplichten werd niet voldaan. Zoals de simpele plicht om te melden namens welk bedrijf je een pakketje komt afleveren.

UPC kan nog in beroep tegen het besluit.

Wie heeft er net als ik nog meer een Mediabox gehad van UPC? En wat is daarmee gebeurd?

Arnoud

Webhostingabonnement afgesloten door minderjarige, wat nu?

14 mei 2008, 8:20 - Geplaatst onder: Contracten - 14 reacties

Een meelezende moeder kwam erachter dat haar vijftienjarige zoon een domeinhosting-abonnement van 180 euro per jaar had afgesloten. Zij was het daar niet mee eens. De meelezende hostingverkopers ongetwijfeld ook niet (wie heeft een betere offerte?) maar deze moeder wilde van het abonnement af. Kan zij dat?

De vijftienjarige zoon is minderjarig. De wet (art. 1:234 BW) zegt dan dat hij niet zelfstandig overeenkomsten kan aangaan. Hij heeft toestemming nodig van zijn ouders om iets te kopen of verkopen. Nu is het natuurlijk niet echt praktisch als hij voor elke reep chocola een briefje van zijn ouders nodig zou hebben. Vandaar dat er ook in de wet staat dat die toestemming wordt verondersteld te zijn gegeven als het een rechtshandeling is “waarvan in het maatschappelijk verkeer gebruikelijk is dat minderjarigen van zijn leeftijd deze zelfstandig verrichten.”

Een kind van acht mag dus snoep kopen zonder dat de ouders daar iets aan kunnen doen (behalve zijn zakgeld inhouden). Een zeventienjarige kan tegenwoordig rechtsgeldig zelfstandig een abonnement voor een mobiele telefoon afsluiten, vond de Geschillencommissie Telecom. In 1999 oordeelde men nog anders: de ouders van een vijftienjarige konden het abonnement van hun zoon laten vernietigen met deze wetsbepaling.

Hoe zit dat nu bij webhosting? Ik zou niet snel aannemen dat het gebruikelijk is dat mensen van vijftien jaar zelfstandig webhostingaccounts nemen. De moeder kan de overeenkomst dus vernietigen. Zij kan dit doen door een brief te sturen waarin ze meldt dat

  • de zoon vijftien jaar was
  • zij niets van de overeenkomst wist
  • haar zoon geen toestemming van haar had
  • zij daarom de overeenkomst vernietigt krachtens artikel 1:234 BW

Voor zaken waarbij de minderjarige persoonsgegevens van zichzelf publiceert, gelden strengere regels. Zo mag een minderjarige onder de zestien jaar geen lid worden van een forum of profielensite zonder toestemming van zijn ouders, zelfs als het heel normaal zou zijn voor mensen van die leeftijd om lid te worden van die site.

Meelezende hosters: hoe controleren jullie of klanten meerderjarig zijn?

Arnoud

Legaliteit van EULAs en koppelverkoop van software

6 mei 2008, 8:40 - Geplaatst onder: Auteursrecht, Contracten - 4 reacties

Bij OSNews een interessant artikel over de rechtsgeldigheid van EULAs in Nederland. Niet alleen omdat ik Ejn van de geciteerde experts ben (hoewel dat natuurlijk wel helpt), maar omdat ze de interessante vraag stellen of Apple’s koppeling tussen Safari en Apple-hardware eigenlijk wel mag.

U herinnert zich misschien nog de discussie rondom Safari voor Windows, waarbij in de EULA stond dat je deze alleen op Apple hardware mocht installeren. Dat is natuurlijk wat onhandig voor Windowssoftware. In dat specifieke geval krijg je die voorwaarde nog wel van tafel lijkt me zo. Als die voorwaarde geldig zou blijken, is de software niet te gebruiken voor datgeen waar hij voor gemaakt is: op een Windows-PC draaien.

Maar als het gaat om Safari voor Apple hardware, die je op bijvoorbeeld een Psystar computer wilt installeren, dan ligt dat anders. Wired meldde in april dat Apple hier weinig tegen zou kunnen doen (lees het geplagieerd bij Webwereld) omdat een EULA niet geldig zou zijn. OSNews vroeg even door en kwam met deze conclusie:

The EULA specifically states that the software must be installed on an Apple computer, this is logical because it allows the software to function optimally. If you install the software on a non-Apple computer, there will be a large chance it will not function optimally. The distributor wants to prevent this by stating the software may only be installed on an Apple computer.

Ik zou zelf ook niet weten waarom die clausule uit de EULA ongeldig zou zijn. Het is natuurlijk koppelverkoop, maar koppelverkoop is legaal zolang je geen misbruik van een economische machtspositie maakt. En zo groot is Apple nou ook weer niet.

Arnoud

Bijna goed is helemaal fout (gastpost)

2 mei 2008, 8:39 - Geplaatst onder: Contracten - Geen reacties

“U heeft geen recht op herstel of vervanging, want u heeft het gebrek niet binnen zeven werkdagen gemeld.” Winkeliers die met dit excuus aan komen zetten, hebben goed begrepen dat zij van (sommige) wetsartikelen mogen afwijken, en doen dat dan uiteraard in het nadeel van de klant. Echter hebben ze niet door dat dit in veel gevallen niet is toegestaan.

Artikel 7:23 BW verplicht de koper om binnen een bekwame tijd bij de verkoper te melding wanneer een product gebreken bevat of om een andere reden niet aan de overeenkomst beantwoordt (non-conformiteit). De wetgever heeft over dit wetsartikel onder andere het volgende opgemerkt:

Artikel 7:23 lid 1 BW vereist dat de koper de verkoper binnen bekwame tijd nadat hij de de non-conformiteit heeft ontdekt of redelijkerwijs had behoren te ontdekken, kennis geeft. Of ingevolge dit artikel de koper de verkoper tijdig in kennis heeft gesteld, hangt af van tal van omstandigheden, zoals de aard van het gekochte, de deskundigheid, de onderlinge verhouding en de juridische kennis van beiden. Het verdient de voorkeur deze meer flexibele maatstaf te behouden, waarbij evenwel voor de consumentenkoop bepaald moet worden dat de termijn niet korter mag zijn dan twee maanden na ontdekking. (MvT, TK 2000-2001, 27809, nr. 3, p. 10)

Een bekwame tijd is voor een consument dus altijd minimaal twee maanden, zelfs wanneer de consument zich veel eerder kon melden bij de verkoper. Bovendien gaat deze periode pas lopen op het moment dat de consument heeft heeft ontdekt dat het product niet aan de overeenkomst beantwoorden. Een consument hoeft het product dus niet te onderzoeken op nonconformiteit. Als een dergelijk onderzoek toch plaats vindt, dan gaat de termijn pas lopen op het moment dat er een conclusie uitkomt dat het product niet aan de overeenkomst beantwoord.

Bij de koop van bepaalde zaken kan immers een langere termijn dan twee maanden acceptabel zijn. Bovendien beoogt de richtlijn te bevorderen dat consumenten ook in een andere lidstaat goederen aanschaffen, maar zou juist voor deze kopers een kennisgevingstermijn van twee maanden te knellend kunnen zijn. (MvT, TK 2000-2001, 27809, nr. 3, p. 24)

Nu de consument het product niet hoeft te onderzoeken zal een bekwame tijd niet snel langer uitvallen dan de genoemde twee maanden. Echter kunnen er uitzonderlijke omstandigheden zijn die een langere termijn rechtvaardigen. Buitenlandse consumenten zijn niet bekend met de Nederlandse taal en de Nederlandse gewoontes en zullen daar dus hinder van ondervinden. En binnenlandse consumenten zouden onopzettelijk door de winkelier gehinderd kunnen worden. In dergelijke gevallen kan een consument toch op tijd zijn als hij zich pas na die twee maanden meldt.

Bij een consumentenkoop geldt dat de winkelier niet in het nadeel mag afwijken van dit artikel. Een winkelier mag dus niet in zijn algemene voorwaarden opnemen dat de (consument)koper zich binnen zeven werkdagen meldt. En een winkelier die een vaste termijn van twee maanden hanteert, heeft het bijna goed. Er zullen dan ook niet veel consumenten zijn die er in zullen slagen om dit beding te vernietigen. Consumentenorganisaties kunnen dat echter weer wel, omdat bijna goed toch echt helemaal fout is.

Alex de Kruijff
Alex is een ingenieur die elektronica en informatica heeft gestudeerd en juridische interesse heeft. Op zijn website kun je o.a. artikels over het besturingssysteem FreeBSD vinden, die je helpen bij het configureren ervan.

Reparatiekosten verboden bij een consumentenkoop

26 april 2008, 8:38 - Geplaatst onder: Contracten - 13 reacties

Het Europees consumentenrecht staat niet toe dat een winkelier een vergoeding mag vragen van een consument voor reparatie of vervanging van een defect product. Dat blijkt uit het op 17 april gewezen Quelle-arrest van het Europese Hof van Justitie.

Het Hof stelt voorop dat de winkelier de plicht heeft om een product te leveren dat werkt gedurende een bepaalde tijd, de economische levensduur. En als dat niet blijkt te kloppen, dan heb je als consument recht op vervanging of herstel (7:21 BW) van het product, tenzij dat onmogelijk is of van de verkoper niet gevergd kan worden.

In Nederland hebben we op dit moment de regel dat je bij een reparatie of vervanging na 4 van de 10 jaar 4/10e van het reparatiebedrag betaalt. Je krijgt er daardoor immers 4 jaar ‘bij’. De juridische rechtvaardiging hiervoor is dat je door de reparatie meer ‘genot’ van je product hebt dan je mocht verwachten. En als je meer krijgt, dan zul je moeten bijbetalen.

Deze regel heeft het Hof dus nu een halt toegeroepen. Herstel of vervanging moet “kosteloos” zijn, zo staat in de Europese richtlijn (1999/44/EG) waar dit allemaal op gebaseerd is. En kosteloos betekent ook echt kosteloos. De winkelier mag dus op geen enkele manier geld vragen wanneer de consument zijn recht op herstel of vervanging komt uitoefenen.

De enige uitzondering is nog bij retour (ontbinding): dan mag de consument wel een bedrag gevraagd worden voor het gebruik gedurende de tijd dat hij het product in bezit had.

Arnoud

Even snel je rechten kwijt bij het maken van een cartoon

15 april 2008, 8:22 - Geplaatst onder: Contracten - 6 reacties

Bij Willem Karssenberg een leuke site, de BeFunky cartoonizer. Deze maakt een cartoon van een foto met een paar simpele muisklikken. Maar één van de reaguurders wees terecht op de gebruiksvoorwaarden met de gebruikelijke veel te eenzijdige en brede claims:

By posting messages, uploading files, inputting data, or engaging in any other form of communication through the Site, you grant us a royalty-free, perpetual, non-exclusive, unrestricted, worldwide license to use, reproduce, modify, adapt, translate, enhance, transmit, distribute, publicly perform, display, or sublicense any such communication (including your identity and information about you) in any medium (now in existence or hereinafter developed) and for any purpose, including commercial purposes, and to authorize others to do so.

Voor de niet-juristen: als u iets uploadt naar BeFunky, geeft u ze onbeperkte toestemming tot in den eeuwigheid om alles te doen met uw upload dat ze maar goeddunkt. Inclusief commerciële exploitatie op manieren die nu nog niet eens bedacht zijn.

Sjonge. Dat is nu de zoveelste keer dat ik zulke overdreven en eenzijdige claims in een gebruiksovereenkomst zie.

Kun je daar nu wat aan doen? In het geval van Adobe Photoshop Express was publieke druk genoeg om ze de voorwaarden te laten aanpassen. Maar een bedrijfje als BeFunky heeft minder exposure en zal hier dus minder snel wakker van liggen.

Toch zie ik hier wel mogelijkheden, zeker in de situatie waarin een consument gebruik maakt van de dienst. Deze bepaling uit de gebruiksovereenkomst zou ik zien als een algemene voorwaarde, en die mogen niet onredelijk bezwarend zijn. Een zo eenzijdig geformuleerde licentie die via algemene voorwaarden wordt opgeëist, lijkt mij duidelijk onredelijk bezwarend. De rechter zal zo’n bepaling dus al snel vernietigen als blijkt dat BeFunky meer doet met het materiaal dan er een cartoon van maken en die laten zien aan de uploader.

Arnoud

De rechtsgeldigheid van software-EULA’s

5 april 2008, 10:26 - Geplaatst onder: Open source, Contracten - 39 reacties

Zijn EULA’s rechtsgeldig? Die vraag is altijd goed voor een flink debat wanneer er weer eens een EULA met rare bepalingen opduikt. “De rechtsgeldigheid van een EULA wordt door sommigen betwijfeld”, zo meldt bijvoorbeeld Wikipedia. Maar er is geen duidelijk “ja” of “nee” te geven op zo’n algemene uitspraak.

De term “EULA” staat voor “End-User License Agreement” en wordt gebruikt om softwarelicenties aan te duiden die een bedrijf aan een consument (eindgebruiker) geeft. Een licentie is een contract. Om dus te kijken of een EULA “rechtsgeldig” is, moet je deze langs de regels van het contractenrecht leggen. Daarbij zijn vier stappen te onderscheiden:

  1. Totstandkoming van een overeenkomst
  2. Terhandstelling van de EULA-voorwaarden
  3. Vernietigbaarheid van de EULA-voorwaarden
  4. Strijd met hoger recht

Totstandkoming van een overeenkomst
De eerste vraag bij elke overeenkomst is of er eigenlijk wel een overeenkomst is. Daarvoor is nodig dat de ene partij een aanbod doet dat de ander aanvaardt. Bij een EULA is het aanbod een gebruiksrecht voor de software. Wie software rechtmatig verkrijgt (koopt in de winkel of downloadt bij de fabrikant of een geautoriseerde verspreider), heeft echter strikt gesproken geen EULA nodig.

Praktisch punt is wel dat vrijwel alle software tijdens de installatieprocedure je verplicht de EULA te aanvaarden. Doe je dat niet, dan kan de installatie niet worden voltooid. Dat is op zich een geldige constructie. De leverancier is niet verplicht om je de keuze te geven tussen een EULA of het beperkte wettelijke gebruiksrecht.

Natuurlijk ben je vrij om de EULA vervolgens niet te aanvaarden. Je mag dan de software niet gebruiken, en dat is natuurlijk wel zuur als je voor de software betaald hebt. De winkel zal de software niet terugnemen, omdat de doos geopend is. En bij een betaalde download is het al helemaal praktisch onmogelijk om de software te retourneren. Daar wringt iets: de leverancier kan toch niet zomaar voorwaarden opleggen en het tegelijkertijd onmogelijk maken om die af te wijzen? Dat klopt, en om te kijken hoe dat uitpakt voor EULA’s, moeten we naar het recht van de algemene voorwaarden.

Terhandstelling van de EULA-voorwaarden
De voorwaarden uit de EULA zijn voor elke klant hetzelfde. Daarmee zijn ze juridisch aan te merken als algemene voorwaarden. De belangrijkste eis is dan dat ze voor of bij het sluiten van de overeenkomst ter hand gesteld zijn, en ook nog eens op de juiste manier.

Dat roept dus de vraag op wanneer de overeenkomst gesloten is. Bij een aankoop is goed te verdedigen dat je de overeenkomst sluit wanneer je het geld betaalt en de software verkrijgt (in een doos of als een download). In dat geval zijn de EULA-voorwaarden niet van toepassing, omdat ze pas na het sluiten van de overeenkomst worden getoond.

Sommige sites verplichten kopers dan ook om akkoord te gaan met de EULA voordat ze de software mogen downloaden. Bij verkoop van software in dozen kan de EULA dan in een heel klein lettertype worden afgedrukt op de achterkant van de doos. Dat mag, zolang het maar voor een redelijk mens leesbaar is. In die situaties is de EULA gewoon van toepassing.

Een EULA die pas na een betaalde download wordt getoond, of die pas te lezen is na het openen van de dichtgesealde doos, is dus niet tijdig ter hand gesteld. Tenzij je er vanuit gaat dat de EULA en de koopovereenkomst twee gescheiden overeenkomsten zijn.

Maar er is nog een tweede eis: de EULA moet op de juiste manier ter hand gesteld zijn. De hoofdregel is dat je een stuk papier moet krijgen waar de EULA op staat. Wanneer de EULA alleen op het beeldscherm in te zien is, is sprake van een overeenkomst langs elektronische weg. De wet zegt dan dat de EULA op een zodanige wijze moet worden getoond dat deze door de gebruiker kunnen worden opgeslagen en voor hem toegankelijk zijn ten behoeve van latere kennisneming. Met een PDF of Word-bestand in de zipfile is aan die eis voldaan.

Tekst in een venstertje voldoet in beginsel niet aan deze eis. Het kunnen opslaan en later inzien is een belangrijke eis bij elektronische overeenkomsten. Er is echter vaak geen manier om achteraf nog eens de EULA na te lezen (probeer het voor de grap eens te vinden bij uw gekochte software). Natuurlijk zou je zelf de tekst kunnen proberen op te slaan, bijvoorbeeld door de tekst via kopiëren en plakken in een Word-bestand te stoppen. Maar zo veel moeite doen is niet de bedoeling van dit wetsartikel. In sommige gevallen is het trouwens onmogelijk om tekst te kopiëren uit het EULA-venster.

Vernietigbaarheid van de EULA-voorwaarden
Omdat EULA’s algemene voorwaarden zijn, mogen ze niet onredelijk bezwarend zijn. Bij consumenten als eindgebruikers geldt er bovendien een zwarte en grijze lijst met ‘verboden’ bepalingen. Een EULA-bepaling die daarmee in strijd is, kan dus worden vernietigd. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de uitsluiting van aansprakelijkheid of een beding dat een Californische arbiter de enige is die mag beslissen over een geschil.

EULA’s zijn vaak erg streng: de software mag maar op één PC worden geïnstalleerd, en niet worden gekopieerd laat staan verspreid. Maar “streng” is nog niet hetzelfde als “onredelijk bezwarend”. Je zult als gebruiker moeten bewijzen dat de leverancier deze eis redelijkerwijs niet mag opleggen, of dat hij in een concrete situatie niet werkbaar voor jou is. De zwarte en grijze lijst draaien voor een aantal situaties die bewijslast om.

Strijd met hoger recht
In contracten mag je veel met elkaar afspreken. Op sommige plekken heeft de wetgever een grens getrokken: dit zijn de wetsbepalingen van dwingend recht. Hiervan mag je niet in je EULA afwijken. Zo heeft de verkrijger van een stuk software het recht om daarvan een backup te maken, ongeacht wat in de overeenkomst staat. Maar zulke bepalingen zijn wel de uitzondering.

Naast zo’n keihard, specifiek verbod zijn er ook nog meer algemene normen waaraan je een EULA zou kunnen toetsen. Zo mogen contractsbepalingen niet in strijd zijn met de redelijkheid en billijkheid, en zou je zelfs kunnen betogen dat een bepaalde bepaling uit een EULA in strijd is met een grondrecht zoals privacy of vrije meningsuiting. Sommige EULA’s verbieden bijvoorbeeld het publiceren van resultaten van benchmarks van de software zonder toestemming van de maker.

Aantonen dat sprake is van een inbreuk op een grondrecht zal niet meevallen. Een EULA mag best beperkingen stellen aan grondrechten, zolang die beperkingen maar niet verder gaan dan noodzakelijk is voor het doel. Die benchmarkbepaling zou bijvoorbeeld best gerechtvaardigd kunnen zijn bij een testversie die bij een select publiek verspreid wordt.

Samenvattend: EULA’s zijn in beginsel een rechtsgeldige manier om gebruikers van software bepaalde voorwaarden op te leggen. Wel moet de gebruiker ze tijdig hebben kunnen inzien, en bij elektronische teksten ze ook hebben kunnen opslaan. Bepalingen uit een EULA zijn te vernietigen als ze onredelijk bezwarend zijn, of als de gebruiker kan aantonen dat ze botsen met een hoger recht. Maar dat zal eerder de uitzondering dan de regel zijn.

Arnoud
De foto van de CD uit de envelop is gemaakt door Wellington Grey en is beschikbaar onder de Creative Commons 3.0 BY-SA licentie.

Het recht om te fotograferen in de schouwburg

4 april 2008, 8:53 - Geplaatst onder: Auteursrecht, Contracten - 11 reacties

Een lezer vroeg zich af:

Als ik naar de schouwburg ga, geldt de regel dat ik geen foto’s of video-opnamen mag maken. Soms wordt dit zelfs voor aanvang van een voorstelling omgeroepen. In hoeverre is dit juridisch correct als ik de opnamen alleen voor eigen gebruik zou maken?

Die regel kan men stellen op grond van het eigendomsrecht. Net zo goed als jij thuis kunt verbieden dat gasten roken, mag een schouwburg verbieden dat men filmt. Dat heeft dus niets met auteursrecht te maken.

Een schouwburg is over het algemeen privé eigendom, en daarmee is het recht aanwezig om grenzen te stellen die de eigenaar goeddunkt. Zeker nu je een kaartje moet kopen om er binnen te komen. Bij een winkelcentrum waar je zo binnen kunt lopen, zou dat wellicht anders zijn.

Het feit dat je geld betaalt, geeft je het recht om de voorstelling bij te wonen. Niet perseper se ook om te mogen filmen. Juridisch is dan de vraag of het normaal is dat bezoekers filmen of fotograferen in de zaal. Zo ja, dan mag het. Maar dat kan lastig aan te tonen zijn natuurlijk.

Bovendien kan de schouwburg het expliciet verbieden via de voorwaarden voor bezoek aan een voorstelling. Wel is dan vereist dat voor of bij het sluiten van de overeenkomst deze voorwaarde wordt gemeld. Dat hoeft niet mondeling, het kan ook in de algemene voorwaarden staan. Men kan ook bij de kassa een bordje ophangen met “Verboden te filmen in de zaal”.

Arnoud

Opzeggen van een overeenkomst op afstand

1 april 2008, 9:00 - Geplaatst onder: Contracten - 3 reacties

Een lezer had een abonnement op een niet nader te noemen betaalwebsite genomen en wilde daar weer vanaf. De site eiste echter dat hij een papieren brief stuurde via aangetekende post om de overeenkomst op te zeggen. Maar mag dat eigenlijk wel?

Opzeggen van een overeenkomst is in principe vormvrij. Dat wil zeggen dat je op elke manier mag opzeggen, dus ook mondeling of per e-mail. Via de algemene voorwaarden kan het bedrijf strengere eisen stellen. Zo is het niet ongebruikelijk om te eisen dat je schriftelijk moet opzeggen, en vaak ook nog met een zekere opzegtermijn. Sommige bedrijven eisen zelfs een aangetekende brief, maar dat is al snel onredelijk bezwarend (art. 6:237 sub m BW).

Artikel 267 van boek 6 bepaalt dat als een overeenkomst langs elektronische weg is gesloten, hij tevens door een elektronische verklaring kan worden ontbonden. Zelfs wanneer is afgesproken dat je een stuk papier op de post moet doen. Het bedrijf kan niet in de algemene voorwaarden afwijken van deze wettelijke regeling, omdat deze net zo dwingend is als artikel 6:227a dat zegt dat het elektronisch sluiten van overeenkomsten rechtsgeldig is. Zie ook de Memorie van Toelichting bij de laatste wijziging van dit wetsartikel (pagina 60).

Natuurlijk kan het bedrijf nog wel steeds een opzegtermijn hanteren om de opzegging/ontbinding rechtsgeldig te laten zijn.

Arnoud

Verboden Safari for Windows op Windows te installeren

28 maart 2008, 8:42 - Geplaatst onder: Grappig, Contracten - 9 reacties

Dat krijg je ervan als je je EULA’s via copy&paste maakt: Apple’s licentie voor de Windows-versie van de Safari webbrowser verbiedt het installeren op computers die niet het merk Apple dragen. Een tikkeltje onhandig nu Apple geen computers met Windows verkoopt.

safari_license_agreement.jpg

Ars Technica was gelukkig zo slim om Apple te bellen, en weet te melden dat Apple dit meteen gaat corrigeren.

Via The Register.

Wie heeft er meer gekke licentiebepalingen?

Arnoud

Volgende Pagina »

Copyright Arnoud Engelfriet - Some rights reserved - Powered by WordPress