Drie ton boete voor UPC voor ongevraagd toezenden Mediabox

16 mei 2008, 9:00 - Geplaatst onder: Internetrecht, Contracten - 10 reacties

De Consumentenautoriteit heeft kabelboer UPC zeven boetes van in totaal ruim 300.000 euro opgelegd, meldt Nu.nl. De reden was de zeer agressieve manier waarop het bedrijf mensen aan de digitale televisie probeerde te krijgen: iedere analoge klant (zoals Tweakers het noemt) kreeg ongevraagd een Mediabox thuisgestuurd met een aanbod om digitale TV gratis uit te proberen. Anderen werden gebeld door een callcenter of kregen een colporteur van UPC aan de deur die ze over probeerde te halen om deze dienst te nemen.

Dat soort praktijken is keihard in strijd met de wet. Het ongevraagd toesturen van producten met het doel iemand over te halen een dienst af te nemen mag niet. Gebeurt het toch, dan mag je het product houden en zit je nergens aan vast. Los daarvan kan de Consumentenautoriteit optreden en boetes opleggen aan bedrijven die dit soort malafide praktijken hanteren.

Het sanctiebesluit schetst een behoorlijke serie overtredingen. Uit onderzoek door TNS NIPO bleek bijvoorbeeld dat 16 procent van de telefonisch benaderde klanten niet akkoord was gegaan met het aanbod, maar toch een Mediabox thuisgezonden kreeg onder verwijzing naar het telefoongesprek. En dat ging dan zo:

Binnen 3 weken ontvangt u van ons de mediabox, waarmee u de komende drie maanden gratis de gelegenheid heeft om alle voordelen van digitale televisie zelf te ervaren. […] Wilt u de box toch niet houden dan heeft u toch 3 maanden kennis kunnen maken met digitale televisie en kunt u de box gratis terugsturen. Gaat u hiermee akkoord?”

Wie hierop ‘ja’ zegt, had een jaarabonnement op digitale televisie gesloten, aldus UPC. Maar zo werkt het natuurlijk niet. Onder verwijzing naar een uitspraak van de rechtbank Zwolle concludeert de Consumentenautoriteit dan ook dat deze redenering van UPC niet opgaat.

Ook bij de ongevraagd aangeleverde Mediaboxen waren veel klachten:

“Er stond een meneer op de stoep, gestoken in een wit jasje met de tekst Pakketservice erop en met een steekwagentje en een aantal pakketten erop. Deze meneer heeft geprobeerd om het ding door mijn strot te duwen onder het mom van ‘het is gratis, meneer’.”

Terugsturen viel nog niet mee. Bright probeerde het, maar hun gemolesteerde Mediabox werd voor een bom aangezien. Voor de vernieling in vereniging van UPC’s eigendom kreeg men 300 euro boete opgelegd.

UPC verweerde zich door te stellen dat ze de aflevering per brief gemeld hadden. In de brief stond dat je de Mediabox mocht weigeren. Maar het is dan nog steeds colportage. En bij een colportagegesprek moet de colporteur meteen melden wat het oogmerk van zijn bezoek was: het sluiten van een overeenkomst voor digitale televisie. Ongeacht wat er al per brief gemeld zou zijn.

Sommige colporteurs bleken zelfs misleidende mededelingen te hebben gedaan, bijvoorbeeld dat een klant “straks geen beeld meer op de televisie zal krijgen” of dat het pakketje “voor uw vrouw” bestemd was.

Daarnaast meldde UPC nergens dat je de overeenkomst binnen zeven werkdagen weer kon ontbinden. Ook aan andere informatieplichten werd niet voldaan. Zoals de simpele plicht om te melden namens welk bedrijf je een pakketje komt afleveren.

UPC kan nog in beroep tegen het besluit.

Wie heeft er net als ik nog meer een Mediabox gehad van UPC? En wat is daarmee gebeurd?

Arnoud

Memo van uw juridische afdeling

7 mei 2008, 0:39 - Geplaatst onder: Internetrecht - 5 reacties

Wat heeft een jurist te maken met online marketing? Dat was de eerste vraag die in me opkwam toen ik de uitnodiging kreeg om mee te schrijven aan de online marketing blogkermis. Ik heb heel veel stropdassen, maar niet één paarse broek. En bovendien, zijn juristen niet die flauwe mensen die alleen maar zeggen dat allerlei innovatieve marketingtrucs tegen de wet zijn?

Soms is het toch wel handig om even met die juristen te overleggen. En niet alleen om een herhaling van blunders zoals de agent van Geel-saga te voorkomen. Dankzij allerlei ‘innovatieve praktijken’ van uw minder scrupuleuze concurrenten is er de laatste jaren heel wat wetgeving bijgekomen over marketing en zakendoen op internet. Denk aan de Wet Koop op Afstand, het verbod op ongevraagde reclame per e-mail of sms, of zelfs maar iets triviaals als je KVK-nummer op je zakelijke e-mails moeten zetten.

De belangrijkste nieuwe wetgeving betreft de nieuwe regels rondom oneerlijke handelspraktijken. Op grond van een Europese richtlijn zijn oneerlijke handelspraktijken verboden. Allerlei misschien wat schimmige maar tot nu toe legale praktijken zijn daarmee ineens tegen de wet. Een leuk prijzenfestival organiseren zal nog niet meevallen. En klanten binnenlokken met een stuntaanbieding die helaas toevallig net uitverkocht is (”maar we hebben nog wel een andere die ook heel goed is”) mag ook niet meer. Oh ja, en een advertorial laten lijken op redactionele inhoud is ook keihard verboden straks.

Financiële dienstverleners kregen onlangs nog te horen dat elke banner voorzien moet zijn van de volledige informatie over rente, maandlasten, looptijd en totale prijs. Ook telecomaanbieders moeten uitkijken met hun vergelijkende reclames, want voor ze het weten staan ze weer bij de rechter over onjuist gepresenteerde tarieven (”twee cent per minuut afgerekend per 45 seconden plus acht cent starttarief is NIET goedkoper dan drie cent per minuut afgerekend per seconde zonder starttarief maar alleen tussen kwart over negen ’s avonds en tien voor acht ’s ochtends”).

Daarnaast heeft het College Bescherming Persoonsgegevens het internet ontdekt. De Richtsnoeren Persoonsgegevens op Internet bevatten strenge regels over wat je met persoonsgegevens van klanten en bezoekers van je site mag doen. De korte samenvatting: wat u van plan bent met die gegevens, mag niet tenzij u iedereen apart toestemming vraagt.

Mocht u nu denken dat uw klanten brave huisvaders zijn die toch geen rechtszaak beginnen: sinds kort is er een overheidsinstelling, de Consumentenautoriteit, met als enige taak het controleren en afdwingen van dit soort wettelijke regels.

En een hoe grote hekel heeft uw concurrent aan u? Wie namelijk een oneerlijke handelspraktijk toepast, handelt onrechtmatig jegens zijn concurrenten. Die mogen het bedrijf dan voor de rechter dagen om naleving van de regels af te dwingen. Inderdaad, hetzelfde gedoe als bij de telecomboeren. Het kan dus zeker de moeite waard zijn om even bij die jurist langs te lopen met uw nieuwe plannen.

Ik heb trouwens wel een paarse stropdas. Ben ik dan niet toch een beetje marketeer?

De overige artikelen uit de blogkermis:

Tips voor succesvol groeien

blog kermis boumanMarco Bouman met Meer klanten door nieuwe marketing
Marco gaat op de nieuwe wetten van de marketing, o.a.: Ga de interactie aan met uw klant, Geef gratis, Handel vanuit passie en plezier, Geen concurrentie maar overvloed…

Recruitment matters

Bas van de Haterd met Trends aan tafel en recruitment
Bas legt uit hoe hij andere blogs leest en probeert te vertalen naar arbeidsmarktcommunicatie en recruitment. Hij vertaald trends aan tafel (over wat wij op tafel zetten) naar zijn vakgebied.

Blog Zichtbare zaken

Huub Koch met Een heldere briefing: Een goed begin helpt echt!
Huub geeft een uitleg waarom een briefing zo belangrijk is. “Vormgeving in dienst van de inhoud en niet van zichzelf.” Met een uitleg hoe je tot de opstelling van een briefing kunt komen.

Internetrecht: actualiteiten en commentaar

Arnoud Engelfriet met Memo van uw juridische afdeling
Wat heeft een jurist te maken met online marketing? Nou Arnoud komt met een paar handige onderwerp voor een online marketeer. Denk aan de Wet Koop op Afstand, het verbod op ongevraagde reclame per e-mail of sms, of zelfs maar iets triviaals als je KVK-nummer op je zakelijke e-mails moeten zetten. De belangrijkste nieuwe wetgeving betreft de nieuwe regels rondom oneerlijke handelspraktijken.

Spotlighteffect

Ernst-Jan Pfauth met YouTube meets Idols
Ridzert Beetstra gaat in kamerdansen.nl een initiatief van Nivea. Waarbij het hem opvalt dat de doelgroep heel open hun kunsten delen met het publiek.

Whelp

Theo Bakker met Nofollow-pagina’s uitsluiten van PR building
Theo legt uit waarom je sommige pagina’s niet wilt laten opnemen in de zoekmachines. Daarbij een korte uitleg hoe je dan deze pagina’s uitsluit.

Tom Scholte Personal Branding

Tom Scholte met Versterk je positie in 3 stappen
Volgens Tom kun je jouw positie versterken in 3 stappen: wees onderscheidend, verhoog je geloofwaardigheid en zorg dat je relevant bent.

Mokka Marketing

Arjan in’t Veld met Ouderenmarketing door een andere bril
Het artikel geeft inzicht in het afstudeerproject van Bertien Koopman aan de Universiteit Twente. Zij onderzocht het begrip seniorenmarketing vanuit ruim 90 wetenschappelijke theorieën.

ZB Digitaal

Edwin Mijnsbergen met De bedrijfsfilosofie van Brunello Cucinelli
Edwin beschrijft werkbezoek aan de werkplaats van het bedrijf van de steenrijke Brunello Cucinelli, dat tevens fungeert als opleidingscentrum en in de toekomst zelfs als regionaal cultureel centrum.

Het professionele verkoopvak

Harro Willemsen met De tien meest irriterende verkooplingo
De 10 meest irritante uitspraken van de afdeling verkoop, denk hierbij aan: Jong en dynamisch, conculega, Kijken of we iets voor elkaar kunnen betekenen…

EdWords.nl Zoekmachine Marketing Blog

Eduard Blacquiere met Google: Navigatiedienst of Mediabedrijf?
Eduard verteld meer over de nieuwe functie van Google, search within a search. De functie is ontstaan omdat veel navigatiezoekers vaak alsnog hun zoekopdracht verfijnen om verder te zoeken binnen de betreffende website. Of zit er nog meer achter?

Punkmedia

Henk-Jan Winkeldermaat met En hij is full-frame, hè? (dromen over de 1Ds Mark III)
Henk-Jan vertelt meer over de camera die hij gebruikt voor zijn werk, deze is namelijk full-frame….eeeuh full-frame?? Laat Henk-Jan het je uitleggen.

peterdesmyttere.com

Peter Desmyttere met Twitter? Nee, bedankt.
Peter heeft Twitter getest en komt tot de conclusie dat het zakelijk niet werkt. Hij geeft het advies om als ondernemer, die het druk heeft, slechts twee maal per dag de e-mail te lezen, geen Blackberry en te stoppen met Twitter.

Weblog Olaf Molenaar

Olaf Molenaar met Waarom zou ik nou gaan bloggen?
Olaf bekijkt waarom mensen en bedrijven zo bang zijn voor bloggen en vergelijkt dit met ondernemers die bloggen juiste hebben omarmt. Als laatste geeft hij nog een persoonlijk voorbeeld hoe de zoekresultaten worden beinvloed door bloggen.

Hardcopy

David Brinks met Gaaf idee - Mini-bi-Xenon
Een billboard aan de zijkant van een pand met een mini met Xenon verlichting. Of toch niet?

andrescholten.nl

Andre Scholten met Webmail clients en Google Analytics
Andre legt uit hoe de verwijzingen vanuit mail clients je zoekresultaten kunnen vertroebelen. Verder geeft hij tips hoe je dit kunt verminderen.

Pieter Voogt op deondernemer.nl

Pieter Voogt met Hoe populair is uw website?
Pieter vertelt meer over de waarde die Google toekent aan websites; PageRank. Een indicator die aangeeft hoe populair de site is.

Flitter.nl Online Marketing Blog

Roeland Pater met Skoeps stopt. Een signaal dat we niet moeten missen?
Skoeps is gestopt. Een website die draait om burgerjournalistiek kon het niet redden. Heeft het te maken met angst van de adverteerders. Is dit innovatieve concept te vroeg? Roeland vraagt het zich af.

propaganda

Lode Broekman met Succesvolle sociale netwerken: het W3 model - deel 3
Alweer deel 3 van 3, over succesvolle sociale netwerken. Dit deel gaat over; wat wordt er gedeeld met Wie en Hoe? De eerste 2 delen gaan over Waarom en Wie. Het gaat om het delen van content want zonder interactie is er geen community.

Sales is een vak!

Sales is een vak Rikkert Walbeek Cold CallingRikkert Walbeek met Cold calling.
Rikkert geeft uitleg waarom cold calling belangrijk is, iedere verkoper moet cold calls doen. Of je een marketing apparaat tot je beschikking hebt dat voor voldoende leads zorgt. In de praktijk zullen de meeste verkopers echter zelf voor (een deel van) hun leads moeten zorgen. Cold calling is dan 1 van de manieren om zelf die leads te vergaren.

Checklist

Erwin Blom met Twitter evangelist
Erwin legt enthousiast uit waarom hij Twitter gebruikt en wat het hem oplevert. Dit verhaal is eerder verschenen in Bright. Erwin: “In de afgelopen 6 maanden heb ik dankzij Twitter meer leuke mensen ontmoet dan de 6 jaar ervoor.” Een mooi verhaal tegenover het eerder genoemde artikel van Desmyttere.

Usabilityweb.nl

Rozalinde Kriens met Het ontwerp van de beste gebruikersbeleving?
Wow, een zeer uitgebreid en interessant artikel van Rozalinde over gebruikersbeleving. Belangrijk is hierbij dat je een gebruikersgroep kiest (je niche). Je kunt namelijk geen optimale gebruikersbeleving maken voor iedereen, je moet kiezen voor welke groep je de beste gebruikersbeleving wilt maken.

Karel Geenen

Karel Geenen met Sonja Bakker voor je website
De inspiratie is voor Karel gekomen uit het feit dat de gemiddelde webpagina de afgelopen 5 jaar 3 maal zo groot is geworden. Om je laadtijd zo laag mogelijk te houden vind je in dit artikelen tips om je pagina zo klein mogelijk te houden. Ook nog enkele links naar oplossingen hoe je kunt meten hoe groot je pagina is en wat de laadtijd bedraagt.

Usarchy.com

Ruben Timmermans met 5 Praktische Tips voor Usability Testen
Ruben komt met 5 praktische tips hoe je nu een usability test opzet; van deelnemer tot locatie en vraagstelling.

Erno Hannink

Een artikel van mijn eigen site 10 pagina’s die elke bedrijfsblog nodig heeft
Een overzicht van de meest belangrijke pagina’s die niet mogen ontbreken in een bedrijfsblog. Pagina’s als; over, contact, disclaimer, privacy…

Kletskous

Blog kermis KletskousCatharina Bethlehem met Deur open en drempels slechten voor een groter marktaandeel
Catharina is een enthousiast open source aanhanger. In dit artikel laat ze zien hoeveel drempels er soms worden opgeworpen om te blijven werken met Microsoft. Een omschakeling naar open source kun je niet afdwingen maar je kunt wel de deuren open zetten en de drempels zo klein mogelijk maken. Zo is er bijvoorbeeld de release party van Ubuntu op 17 mei te Amsterdam.

Arnoud

Petitie Vroeg Op Stap vanwege digitale handtekeningen ongeldig

23 maart 2008, 12:56 - Geplaatst onder: Internetrecht - 4 reacties

De petitie van actiegroep Vroeg Op Stap blijkt ongeldig, meldt onder andere Nu.nl. De groep wil vervroegde horecasluitingstijden wettelijk laten vastleggen, en had daarvoor een website opgezet waar sympathisanten hun handtekeningen konden achterlaten. Met 40.000 handtekeningen kun je dan een wetsvoorstel op burgerinitiatief indienen.

Vroeg Op Stap had er meer dan 120.000. De commissie burgerinitiatieven weigerde het voorstel echter toch naar de Tweede Kamer te sturen, omdat de handtekeningen niet op papier stonden maar elektronisch waren. Ze waren daarom niet rechtsgeldig. Dat blijkt ook in de bij Postbus 51-folder te staan.

Wat flauw.

Artikel 9 van het reglement van deze commissie eist dat een burgerinitiatief van haar 40.000 of meer sympathisanten de “naam, adres, geboortedatum en handtekening” verzamelt. Er staat “handtekening”, en dat moet je in principe inderdaad lezen als “handgeschreven handtekening”. Digitale handtekeningen zijn toch rechtsgeldig, denkt u nu. Klopt, maar die regeling is gemaakt voor handtekeningen in het vermogensrecht en het handelsverkeer tussen burgers. Contracten, akten en dat soort zaken.

Interessant daarbij is dat een digitale handtekening, of wat de wet dan noemt een elektronische handtekening, meer is dan alleen die moeilijke wiskunde met certificaten en zo. Een ingetypte naam kan namelijk een geldige digitale handtekening zijn. Daarvoor moet je naar het doel kijken waarvoor de handtekening nodig is. Bij een contract zou je zware eisen kunnen stellen, bij een blogpost heel wat minder. Die naamsvermelding onderaan mijn blogposts is dus een geldige digitale handtekening. Het doel daarvan is aan te geven dat ik auteur ben van die blogpost. En voor dat doel is in de context van bloggen het intypen van de tekst “Arnoud” voldoende.

Artikel 3:15c BW bepaalt dat de regeling over digitale handtekeningen ook buiten het vermogensrecht toepasbaar is, “voor zover de aard van de rechtshandeling of van de rechtsbetrekking zich daartegen niet verzet.” Dit is bijvoorbeeld uitgewerkt in art. 2:13 Algemene Wet Bestuursrecht, dat zegt dat berichten tussen burgers en de overheid elektronisch mogen worden verstuurd tenzij er een specifiek wettelijk verbod of vormvoorschrift dat anders bepaalt. Artikel 2:16 Awb zegt dat een digitale handtekening geaccepteerd moet worden als deze “voldoende betrouwbaar” is voor het doel van het bericht waar de handtekening op staat.

Het doel van de handtekeningen op de petitie is uiteraard dat de commissie (steekproefsgewijs) kan verifiëren dat de handtekeningen echt zijn. Dat zegt commissievoorzitter Johan Remkes ook bij 3voor12: “Papieren handtekeningen zijn beter te controleren. Als we dat willen uitbreiden naar digitale handtekeningen, moet de Tweede Kamer eerst ons reglement veranderen.”

Die logica volg ik niet. Een elektronische lijst met ingetypte namen en adressen lijkt me een stuk beter te controleren dan handgeschreven namen en geboortedatums. De petitie van Vroeg Op Stap laat mensen naast hun naam en e-mail ook hun adres, postcode en woonplaats invullen. En daarmee zijn de gegevens prima te verifiëren. Sterker nog, het lijkt me juist beter om het op deze manier te doen dan de manier van de Postbus 51-folder. Het is niet eens verplicht om je adres in te vullen bij een papieren petitie!

Deze petitie afwijzen enkel en alleen omdat de handtekeningen geen onleesbare krabbels op papier zijn, vind ik dan ook bijzonder weinig vooruitstrevend. We willen toch een E-overheid?

Arnoud

Tiscali VideoClub gaat dicht: credits kwijt?

4 maart 2008, 8:17 - Geplaatst onder: Internetrecht, Contracten - 10 reacties

Een teleurgestelde lezer wees me op het sluiten van de Tiscali VideoClub. Daar werd kennelijk nauwelijks nog gebruik van gemaakt, en dus heeft men besloten om met ingang van 1 april 2008 deze dienst niet meer aan te bieden. Helaas voor mijn lezer. Maar hij zat nog met een stapeltje ‘credits’ van dertig euro. Wat moest hij daar nu mee doen? Want Tiscali schreef:

Let op:
Na 1 april 2008 kunt u geen gebruik meer maken van de Tiscali videoclub. Hebt u nog credits? Maak deze dan op voor 1 april 2008. Na deze datum komen uw credits automatisch te vervallen.

Maar mijn lezer heeft toch echt recht op een vergoeding van de waarde van die credits.

Een duurovereenkomst zoals deze mag je ontbinden als instandhouding niet langer redelijkerwijs gevergd kan worden. Mijn lezer kan moeilijk van Tiscali verlangen dat ze speciaal voor hem die hele infrastructuur in de lucht houden.

Alleen, bij ontbinding moet je wel de schade vergoeden die de wederpartij lijdt doordat je niet nakomt. Dat staat keihard in de wet: artikel 6:277 BW. De lezer had films willen kijken, en daarvoor credits gekocht. Het geld daarvoor is hij nu kwijt, en door de ontbinding per 1 april krijgt hij ook geen films meer te zien. Hij lijdt dus schade, ter waarde van het geld dat hij in de credits had gestoken. Die moet Tiscali hem dus vergoeden.

Arnoud

Nederland moet wetgeving sportweddenschappen aanpassen, eist Commissie

3 maart 2008, 8:55 - Geplaatst onder: Internetrecht - Geen reacties

Nederland moet haar Wet op de Kansspelen aanpassen om te zorgen dat buitenlandse aanbieders van sportweddenschappen effectieve toegang krijgen tot de Nederlandse markt. Ook als dat via internet gaat. Dit eiste de Europese Commissie afgelopen donderdag. Als Nederland binnen twee maanden geen bevredigende reactie geeft, kan de Commissie naar het Europese Hof van Justitie stappen om zo af te dwingen dat dit gebeurt (dat staat in art. 226 EG-Verdrag).

Het gaat dus niet om het legaliseren van internetgokken in het algemeen, zoals b.v. Tweakers of Planet schrijven. Emerce en Elsevier hebben het wel goed.

Volgens artikel 49 EG-Verdrag mogen lidstaten geen beperkingen opleggen aan grensoverschrijdende diensten. Wie in Spanje een loterij wil organiseren, mag niet door de Nederlandse of Spaanse overheid worden gehinderd bij het werven van Nederlandse deelnemers. De enige uitzondering hier is als een lidstaat op grond van de openbare orde, de openbare veiligheid en de volksgezondheid kan rechtvaardigen dat die beperking toch moet worden opgelegd. De beperking mag dan niet verder gaan dan noodzakelijk voor het doel en mag bovendien niet discrimineren.

In het Gambelli-arrest bepaalde het Europese Hof dat een verbod op online gokken mag wanneer dat noodzakelijk is om gokverslaving of het witwassen van zwart geld tegen te gaan. Maar zo’n verbod is niet ‘noodzakelijk’ wanneer de overheid zelf kansspelen aanbiedt. Letterlijk zegt het Hof:

Welnu, wanneer de autoriteiten van een lidstaat de consumenten aansporen en aanmoedigen om deel te nemen aan loterijen, kansspelen of weddenschappen opdat de schatkist er financieel beter van zou worden, kunnen de autoriteiten van deze staat zich niet op de met de beperking van de gelegenheden tot spelen gediende maatschappelijke orde beroepen ter rechtvaardiging van maatregelen als die in het hoofdgeding.

Het vergunningenstelsel uit de Wet op de Kansspelen was in overeenstemming met dit arrest, oordeelde de Hoge Raad in 2005 in een zaak aangespannen door het Engelse gokbedrijf Ladbrokes. Nederland mag zelf voor een groot deel bepalen hoe zij gokverslaving bestrijdt, en als zij een Staatsloterij of Holland Casino een nuttig onderdeel vindt van die bestrijding, dan mag dat. Door dat beperkte legale aanbod is er een uitlaatklep zodat gokkers niet de illegaliteit in hoeven met alle risico’s van dien.

De Europese Commissie denkt daar anders over. Zij is niet overtuigd dat er effectief beleid is om gokverslaving ook echt te bestrijden. Bovendien mag de Lotto sinds kort als enige sportweddenschappen via internet aanbieden. En daarmee discrimineert Nederland: waaarom de Lotto wel en Ladbrokes niet? Zoals Jan Kabel al schreef, als je zoiets gaat toelaten, loop je de kans op Europeesrechtelijk afgedwongen liberalisering van de interactieve kansspelenmarkt.

Wie komt met de flauwste grap a la “de uitkomst blijft een gokje” of “wedden dat er geen zaak van komt”?

Arnoud

Het computergrondrecht

1 maart 2008, 10:47 - Geplaatst onder: Privacy, Internetrecht - 2 reacties

Het Duitse Grondwettelijk Hof erkent een “grondrecht op het waarborgen van de vertrouwelijkheid en de integriteit van IT-systemen”, meldt Nu.nl. Dit grondrecht was de reden om een wet van de deelstaat Noord-Rijnland-Westfalen te vernietigen waarin de politie uitgebreide bevoegdheden kreeg om computers van burgers te doorzoeken. Uit het arrest van het Bundesverfassungsgericht blijkt dat men dit grondrecht als onderdeel van het Persönlichkeitsrecht, het recht van de burger om zich persoonlijk te ontplooien en ontwikkelen zolang dat maar de rechten van anderen niet schendt. Dit recht is in Duitsland expliciet in de Grondwet vastgelegd.

De Nederlandse grondwet heeft zo’n bepaling niet. Artikel 10 van onze Grondwet bevat wel een bepaling ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer, en deze bepaling zou een persoonlijkheidsrecht omvatten. En dat artikel 10 geldt ook op internet. De persoonlijke levenssfeer geldt niet alleen thuis, maar ook op de openbare weg, en eigenlijk in het hele openbare leven. Je hebt dus ook privacy op internet. Natuurlijk zitten daar wel grenzen aan. Om eens wat te noemen: wat je zelf publiceert op een openbaar medium, is nauwelijks nog als privé-informatie te beschouwen.

Het lastige in Nederland is dat je niet altijd een direct beroep op de Grondwet kunt doen. Artikel 120 van de Grondwet verbiedt de rechter te toetsen of een wetsbepaling in strijd is met de Grondwet. Maar dat gaat alleen over wetsbepalingen: een gemeentelijke APV, een bevel van een politieagent of een andere regeling die geen “wet in formele zin” (aangenomen door het parlement) is, mag wel worden getoetst aan de Grondwet.

De rechter mag wel een wet toetsen aan verdragen zoals het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens. Artikel 8 van het EVRM bevat ook een privacyregeling. Een Nederlandse wet die regelt hoe de politie je computer mag doorzoeken, mag niet in strijd zijn met dit artikel 8 EVRM. Blijkt dat toch zo te zijn, dan mag de rechter het wetsartikel niet toepassen.

Arnoud

Is ontslag nemen per e-mail rechtsgeldig?

28 februari 2008, 8:34 - Geplaatst onder: Internetrecht, Contracten - 4 reacties

Een lezer wilde per e-mail ontslag nemen, maar diens werkgever weigerde dat te accepteren omdat “e-mail geen rechtsgeldig medium is”. Oh?

Opzeggen mag in principe op elke manier, ook mondeling of per e-mail. Het kan zijn dat er bij CAO of in de arbeidsovereenkomst andere afspraken zijn gemaakt. Dan moet opzegging volgens die afspraken gebeuren.

Vaak staat er in een CAO dat opzegging “schriftelijk” moet. Je kunt je afvragen of met een e-mail daaraan voldaan is. Onlangs werd e-mail als “schriftelijk” gezien bij een ingebrekestelling. De redenering daarbij zou ook op kunnen gaan voor opzegging van arbeidsovereenkomsten, maar persoonlijk zou ik het daar niet op willen laten aankomen.

Het probleem bij opzeggen per e-mail is dat de opzegger moet bewijzen dat de e-mail is aangekomen, en de wederpartij alleen maar hoeft te ontkennen deze gehad te hebben. Het is dus niet verstandig om op te zeggen per mail. Net zo goed als mondeling ontslag nemen niet verstandig is.

Bij een bedrijfsnetwerk is er vaak een (redelijk) betrouwbare optie om een ontvangstbevestiging te vragen. Dat zou kunnen helpen als bewijs. Maar vaak toont zo’n ontvangstbevestiging niet aan wat de inhoud van de mail was.

Op Flexmarkt het volgende advies:

De opzegging is pas geldig als het bericht van opzegging de andere partij heeft bereikt. De werkgever moet bij geschillen de bezorgdatum en het adres van de brief kunnen aantonen. Bewaar een kopie van de opzegbrief. Er is geen opzegging als blijkt dat de brief op het verkeerde adres is bezorgd. Daarom is een aangetekende brief het aangewezen middel. Want zelfs als de aangetekende brief niet wordt afgehaald bij het postkantoor, is de opzegging geldig. De geadresseerde draagt in dat geval het risico dat de brief hem of haar niet heeft bereikt. Dat geldt ook als de werknemer is verhuisd en geen adreswijziging heeft doorgegeven aan de werkgever. Vaak bevat een cao nadere regels.

Zie ook Arbeidsrechter.nl dat ook sterk afraadt om per e-mail ontslag te nemen.

Arnoud

Opzegtermijn van een dienstverlening op afstand

15 februari 2008, 8:44 - Geplaatst onder: Internetrecht, Contracten - 10 reacties

Wie iets koopt via internet, mag binnen zeven werkdagen na ontvangst van het product de koop ongedaan maken. Hij moet het product dan terugsturen (en zelf de verzendkosten betalen), en krijgt uiteraard zijn geld terug. Maar hoe zit dat bij het afnemen van diensten via internet? Denk aan een betaalwebsite of een via een 0900-nummer afgesloten abonnement.

Zeven werkdagen na sluiten overeenkomst
De Wet Koop op Afstand zegt dat de bedenktijd van zeven werkdagen “van overeenkomstige toepassing” is op overeenkomsten voor dienstverlening (art. 7:46i BW). Dat betekent dat je binnen zeven dagen na de dag dat de overeenkomst wordt gesloten, deze mag ontbinden (art. 7:47i lid 6 BW). De dag dus dat de klant op de “Akkoord” of “Bestel”-knop drukt. Niet per se de dag dat je de bevestigingsbrief van de leverancier krijgt.

Alleen, art. 7:46c lid 2 eist dat de dienstverlener bepaalde informatie schriftelijk verstrekt bij de nakoming van de gesloten overeenkomst. Vanaf ontvangst van die brief heb je ook een zevendagentermijn om op te zeggen. In de meeste gevallen krijg je de brief natuurlijk pas enkele dagen later dan de dag waarop je de overeenkomst sloot, dus “zeven dagen vanaf de bevestigingsbrief” is een aardige vuistregel. Op tentamens E-commerce op juridische faculteiten krijgt dat antwoord echter niet het volledig aantal punten.

Als de dienstverlener vergeet de brief te sturen, of er onjuiste informatie in zet, dan verandert deze termijn in een driemaandentermijn. De leverancier heeft dan nog één redmiddel: hij kan de ontbrekende informatie nasturen, en dan heeft de klant ineens weer een termijn van zeven werkdagen na ontvangst van die informatie. De driemaandentermijn komt dan dus te vervallen.

Gratis proefabonnement?
Nu lijkt het of je met deze bepaling bij elke dienst zeven dagen lang een gratis “proefabonnement” kunt nemen. Maar zo werkt het niet altijd. Art. 7:46i sub 5 BW zegt dat het ontbindingsrecht niet geldt voor dienstverleningen die met instemming van de klant zijn begonnen voordat de termijn is verlopen. Wie bijvoorbeeld een webhostingabonnement neemt, dezelfde dag nog inlogcodes krijgt en zijn website uploadt, kan zeven dagen later niet meer gebruik maken van de wettelijke opzegtermijn.

Als de leverancier vergeet te vertellen hoe het zit met de opzegtermijn, dan heeft de klant wel een bedenktijd en wel van drie maanden. Ook als hij meteen op dag één van de dienst gebruik kon maken. Ook hier kan de leverancier dan maar beter zo snel mogelijk de ontbrekende informatie nasturen: dan mag de klant binnen zeven werkdagen beslissen of hij er alsnog onderuit wil. Een zware sanctie voor de dienstverlener misschien, maar het is natuurlijk erg belangrijk dat de consument goed wordt geïnformeerd over de mogelijkheden van de geleverde dienst.

Arnoud

Webstats van Nedstat opvragen geen inbreuk op databankrecht

9 februari 2008, 11:21 - Geplaatst onder: Internetrecht, Zoekmachines - 1 reactie

Kent u dit icoontje nog? Inderdaad, Nedstat, de oudste bezoekersteller van Nederland. De dienst voor deze gratis teller (Nedstat Basic) werd in 2005 verkocht aan internet reclamebureau Ad Pepper, waarna het Webstat4U en -na enige ophef over floepvensters- Motigo Webstats ging heten.

Ad Pepper had plannen voor uitbreiding, en de tellerdienst van het Franse Weborama leek een aardige kandidaat om aan te kopen. Weborama maakte zich zorgen over klantverlies na die overname, en had toen het slimme plan om eens te kijken hoe populair die Webstats-tellers nu eigenlijk waren. Je kunt namelijk in de gebruikerscatalogus van Motigo kijken wie hun klanten zijn (keurig op categorie), en dan voor een willekeurige klant hun webstatistieken lezen.

Dat massaal opvragen viel natuurlijk op bij Ad Pepper. En omdat de overname ondertussen was afgeketst, lagen de verhoudingen toch al niet zo lekker, dus daar kwam een rechtszaak van: schending van databankrecht en ook nog eens doorbreken van een beveiliging (het negeren van robots.txt) en het ongeautoriseerd opvragen van al die gegevens.

De rechter ging in het vonnis handig voorbij aan de vraag of sprake was van een beschermde databank door meteen te kijken of er sprake was van geheel of gedeeltelijk hergebruik van die databank. Als dat er niet is, is je databankrecht niet geschonden. Weborama zou 27.800 items hebben opgevraagd. Dat was maar een fractie van de databank van Webstats: er bleken meer dan 1 miljoen Webstats-klanten te zijn. Geen gehele overname dus.

Opvragen van kleine stukjes van een databank mag, tenzij het gaat om voorkomen het “leegmelken” van de databank. En daar was bij deze éénmalige actie geen sprake van. Weborama had verder geen commerciele activiteiten ontplooid met de opgevraagde gegevens, dus van schade, laat staan ongerechtvaardigde schade was al helemaal geen sprake. Dus daarmee hield alles op: zonder schade geen vordering.

Het robots.txt bestand was trouwens geen doeltreffende technische voorziening ter bescherming van een databank, dus daar hoefde de spider van Weborama geen rekening mee te houden.

Net als bij het Gaspedaal-vonnis had ook Weborama in haar algemene voorwaarden (terms of service) dit soort acties verboden. En net als Wegener bij Gaspedaal kreeg Weborama hier ongelijk: je mag niet in je gebruiksvoorwaarden iets verbieden waar je geen recht op hebt. Weborama had geen databankrecht, dus mocht ze opvragen uit die onbeschermde databank niet via de achterdeur alsnog tegengaan.

Arnoud

Regels tegen oneerlijke handelspraktijken stiekem al maand van kracht

6 februari 2008, 8:45 - Geplaatst onder: Internetrecht, Contracten - 6 reacties

Sorry, ik zat vrijdag even niet op te letten. Toen speculeerde ik over de gevolgen van de Richtlijn oneerlijke handelspraktijken, en schreef daarbij dat dit toekomstmuziek was omdat deze richtlijn nog niet in onze wet omgezet was. Nou klopt dat op zich, maar de regels uit deze richtlijn zijn al wel van kracht, dankzij het fenomeen “richtlijnconforme uitlegrechtstreekse werking“. Dat betekent dat wie zich gedupeerd voelt door een oneerlijke praktijk van een bedrijf, nu al met de richtlijn in de hand van een overeenkomst af kan of schadevergoeding kan krijgen.

Normaal kun je geen direct beroep doen op Europese richtlijnen, omdat het geen wetten zijn maar instructies aan de nationale wetgever om hun wetboeken aan te passen aan de regels uit de richtlijn. Vandaar dus het wetsvoorstel ter implementatie van de richtlijn. In veel gevallen (en ook hier) gebeurt dat door de richtlijn over te schrijven als wetsartikelen, maar dat hoeft niet. Stel je hebt al een equivalent wetsartikel, dan hoef je niets te doen.

Maar als de wetgever te laat is met de aanpassing, dan kun je een direct beroep doen op die bepalingen uit de richtlijn die “onvoorwaardelijk en voldoende nauwkeurig zijn”richtlijnconforme interpretatie van de regels uit de Richtlijn eisen. Dat maakt het mogelijk om een bestaande wetsbepaling zo uit te leggen dat de uitkomst net is of de Richtlijn al wel ingevoerd is. Voor algemene voorwaarden heb je nu al de mogelijkheid om ze te vernietigen door te zeggen dat ze onredelijk bezwarend zijn. Bewijs daarvan kun je nu leveren door de richtlijn oneerlijke handelspraktijken te laten zien: wat daar verboden is, moet worden gezien als onredelijk bezwarend. (update 7 februari 2008) En zeker de bepalingen uit de zwarte lijst lijken mij evident voldoende nauwkeurig om nu al van toepassing te zijn. Je kunt nu dus al naar de rechter met deze zwarte lijst in de hand om je recht te halen. Piter “Volledig bericht” de Weerd had dit in december al gezien trouwens.

De Stichting Reclame Code heeft alvast maar de Nederlandse Reclame Code aangepast: bij klachten over reclame in tijdschriften of op radio of televisie kunt u nu direct gebruik maken van de verboden uit de richtlijn.

De twaalf zwartste zwartelijstitems zijn:

  1. Lokkertjes: de consument verlokken tot kopen door reclame te maken voor een product tegen een zeer lage prijs zonder dat daarvan een redelijke voorraad aanwezig is.
  2. Zogenaamde “gratis” aanbiedingen: een product als “gratis”, “voor niets”, “kosteloos” en dergelijke omschrijven als de consument iets anders moet betalen dan de onvermijdelijke kosten om in te gaan op het aanbod en het product af te halen dan wel dit te laten bezorgen.
  3. Kinderen er rechtstreeks toe aanzetten om geadverteerde producten te kopen (”Koop het boek nu”) of om hun ouders of andere volwassenen ertoe over te halen die producten voor hen te kopen (”Er is een nieuwe video ‘Alice en het toverboek’ van Fondi uit – vraag je moeder die bij de tijdschriftenhandel te kopen.”) Kinderen rechtstreeks aanzetten tot het kopen van een product was op televisie al verboden; de zwarte lijst breidt dit verbod uit tot alle media, met name internet.
  4. Bedrieglijk beweren dat een product een geneeskrachtige werking heeft, bijvoorbeeld in het geval van allergieën, haarverlies en overgewicht.
  5. Advertorials: redactionele inhoud in de media, waarvoor de handelaar heeft betaald, gebruiken om reclame te maken voor een product, zonder dat dit duidelijk wordt uit de inhoud.
  6. Piramidesystemen: een piramidesysteem waarbij de consument tegen betaling kans maakt op een vergoeding die eerder voortkomt uit het aanbrengen van nieuwe consumenten in het systeem dan uit de verkoop of het verbruik van goederen.
  7. Prijzen: de bedrieglijke indruk wekken dat de consument een prijs heeft gewonnen als er in feite geen sprake is van een prijs, of als het ondernemen van stappen om in aanmerking te kunnen komen voor de prijs afhankelijk is van de betaling van een bedrag door de consument of indien daaraan voor hem kosten zijn verbonden.
  8. Misleidende voorstelling van de rechten van de consument: wettelijke rechten van consumenten voorstellen als een onderscheidend kenmerk van het aanbod van de handelaar.
  9. Beperkte aanbiedingen: bedrieglijk beweren dat het product slechts gedurende een zeer beperkte tijd beschikbaar zal zijn om de consument onvoldoende tijd te geven een geïnformeerd besluit te nemen.
  10. Taal van de klantendienst: beloven de consumenten een klantendienst te verschaffen en deze dienst vervolgens enkel beschikbaar stellen in een andere taal zonder dit duidelijk aan de consument te laten weten alvorens deze zich tot de transactie verbindt.
  11. Niet-gevraagde leveringen: vragen om onmiddellijke dan wel uitgestelde betaling of om terugzending of bewaring van producten die de handelaar heeft geleverd, maar waar de consument niet om heeft gevraagd.
  12. Europese garantie: op bedrieglijke wijze de indruk wekken dat voor een bepaald product service na verkoop beschikbaar is in een andere lidstaat dan die waar het product wordt verkocht.

Arnoud

Volgende Pagina »

Copyright Arnoud Engelfriet - Some rights reserved - Powered by WordPress