Op je LinkedIn liegen over je functie kan leiden tot ontslag op staande voet

| AE 10667 | Informatiemaatschappij | 17 reacties

Wie een onjuiste functietitel koppig blijft handhaven op LinkedIn ondanks herhaalde sommatie van zijn werkgever, kan daarvoor ontslag op staande voet krijgen. Dat maak ik op uit een recent vonnis van de rechtbank Midden-Nederland.

In deze zaak was de werknemer sinds 2015 actief in de functie van accountmanager New Business. Op zeker moment in 2016 kreeg hij de functie van (Online) Sales, Marketing & PR consultant, maar na een jaar leek dat tegen te vallen en ging hij terug naar die accountmanagerfunctie. Ook dat liep niet helemaal lekker, en zo te lezen werd er aangestuurd op een ontslag.

Doorn in het oog daarbij van de werkgever was de LinkedIn-profielpagina van de werknemer, waar deze als functie had staan “Sales, Marketing & PR consultant” en in de onder zijn profielfoto en naam geplaatste kopregel “Marketing & -PR”. Dat was dus de functie waar hij in 2017 van afgehaald was, zodat het dus wat gek overkomt om dat nog zo te zien in het openbaar. Ondanks meerdere sommaties (ik tel er meer dan 10 in het vonnis) gaf de werknemer daar geen gehoor aan, waarop de werkgever overging tot ontslag op staande voet.

De werknemer vocht het ontslag aan, met name met de reden dat hij wél had voldaan door de geëiste functietitel aan te passen. Er was nooit letterlijk gezegd “en de kopregel ook”, zodat hij die mocht laten staan. Dat is bovendien een vrij tekstveld, geen functieomschrijving, dus wat daar staat kan nooit als functietitel gezien worden. Inderdaad, dit is waar ik de term “giecheltoets” voor reserveer.

Iets inhoudelijker: mág een werkgever je bevelen je LinkedIn aan te passen? Een LinkedIn-account is immers in principe iets dat je zelf aangaat met dat bedrijf LinkedIn Corporation uit Californië. Iets dat de werknemer ook aangaf met zijn reactie: “Ik zet mijn privé LinkedIn account in voor [verweerder] , maar je hebt hieromtrent geen instructiebevoegdheid.”

In het algemeen denk ik niet dat een werkgever je kan instrueren iets te doen met je LinkedIn profiel. Eisen dat je op LinkedIn gaat vind ik al zeer twijfelachtig, maar eisen dat je er iets publiceert of leuk vindt zie ik zo niet gebeuren. (Ik had ooit een blog over een werknemer die verplicht alle producten uit de shop van haar werkgever moest liken, maar kan die niet meer vinden.)

Hier gaat het echter over een specifieke situatie: de werknemer publiceert in het openbaar iets dat niet klopt, hij wás geen Marketing & PR consultant of -medewerker. Omdat daar dan ook nog eens de naam van de werkgever bij staat, ontstaat dan een hele rare situatie en daar ben je als werkgever bevoegd tegen op te treden. Of het dan iemands privéaccount is, doet er niet toe. Als hij in het café roept de directeur te zijn, mag je hem daar ook op aanspreken lijkt me.

Niet heel verrassend wordt het ontslag in stand gehouden, hoewel wel een transitievergoeding meegegeven wordt.

Arnoud

Via WhatsApp kun je geen huis kopen

| AE 10584 | Informatiemaatschappij | 27 reacties

Via WhatsApp aangeven dat je je huis echt verkoopt, is niet rechtsgeldig. Als verkoper zit je dan dus niet aan de verkoop vast. Dat haal ik uit een recent vonnis uit Limburg. In die zaak was de papieren koopovereenkomst niet getekend, maar via de app wel gezegd “Haha ongeduldige. Hij is gelezen en prima volgens wat we hebben besproken opgetekend. Morgen heb jij hem in bezit met onze handtekening.” Twee dagen later haakte de verkoper echter af, waarop de koper via de rechter probeerde af te dwingen dat het huis naar hem ging.

Hoofdregel is dat contracten vormvrij zijn, je mag dus op iedere manier afspraken maken en vastleggen. Alleen als de wet wat anders bepaalt (een vormvoorschrift), dan komt dat anders te liggen. En bij huizen is dat zo, een koopovereenkomst voor een huis moet schriftelijk zijn aangegaan en ondertekend zijn (art. 7:2 BW). De feitelijke levering van het huis moet dan ook nog eens via de notaris geschieden, maar dat is een stapje verder in het proces.

In deze zaak kwam men eind februari tot overeenstemming, waarna op 3 maart een mail met een conceptcontract werd verstuurd. Na een paar aanpassingen stuurden de kopers het contract met hun handtekening eronder (ik neem aan als gescande pdf) naar de verkoper, die het dan nog even moest ondertekenen en klaar. Maar dat kwam er dus niet, wel die WhatsApp-conversatie.

Een WhatsApp-bericht is niet hetzelfde als een ondertekend stuk papier, zelfs niet als je kijkt naar elektronische handtekeningen. Het bericht zegt weliswaar dat men akkoord is en dat een handtekening zal volgen, maar dat is juridisch toch echt wat anders. En het klinkt dan wat zuur maar zolang die handtekening er niet daadwerkelijk is, is de koop dus nog niet gesloten.

Een schriftelijke koopovereenkomst is een onderhandse akte, waarvoor op grond van art. 156 lid 1 Rv het vormvoorschrift van ondertekening geldt. Bedoeld WhatsApp bericht van [gedaagde sub 1 in conventie, eiser in reconventie] maakt geen deel uit van het door de eisers ondertekende concept voor de koopovereenkomst en vormt ook geen (elektronische) ondertekening door de gedaagden. Het houdt hoogstens een toezegging van [gedaagde sub 1 in conventie, eiser in reconventie] in dat hij en zijn echtgenote het concept voor de koopovereenkomst zullen ondertekenen. De voorzieningenrechter is dan ook van oordeel dat, nu de koopovereenkomst niet door de gedaagden als verkopende partij is ondertekend, niet aan het in art. 7:2 BW opgenomen schriftelijkheidsvereiste is voldaan.

Je kunt ook niet de verkoper dwingen die handtekening te zetten met als argument dat hij de indruk heeft gewekt dat te gaan doen. Het hele punt van dat vormvoorschrift is namelijk dat dit zo’n grote beslissing is, dat iemand er extra goed over moet nadenken en alleen met die formele handeling mag aangeven akkoord te zijn. Dat is in lijn met eerdere jurisprudentie waarin de Hoge Raad bepaalde dat voor artikel 7:2 beide partijen vrijwillig mogen tekenen of niet.

Het is dus zuur maar hoe veel beloftes je ook krijgt, het huis is pas verkocht als je beiden de ander zijn krabbel in beeld hebt.

Arnoud

Rechter oordeelt dat Trump op Twitter geen gebruikers mag blokkeren

| AE 10610 | Informatiemaatschappij | 40 reacties

President Donald Trump mag op Twitter geen gebruikers blokkeren, omdat dit in strijd is met de Amerikaanse grondwet. Dat meldde Nu.nl vorige week. “Op die manier wordt de vrijheid van meningsuiting daadwerkelijk, hoewel bescheiden, ingeperkt. Meer is er niet nodig om de grondwet te schenden.” aldus de rechtbank. Wanneer de overheid immers de burger toegang tot informatie weigert, is óók sprake van een stukje censuur. Een Amerikaanse ambtenaar die Twittert, mag dus geen mensen blokkeren vanwege hun opvattingen of reacties. En ja, dat zou in Nederland ook zo uitpakken, zij het via een iets andere route.

Zoals ik in augustus al blogde, wij hebben het Grondwettelijk recht van petitie: “Ieder heeft het recht verzoeken schriftelijk bij het bevoegd gezag in te dienen.” Dat recht geldt ongeacht het kanaal en er vallen ook vragen en kritiekpunten onder. Die moet je te allen tijde kunnen uiten.

Twitter is een elektronisch medium en dus een geschrift in de zin van dit artikel. Daarmee heeft iedereen dus het recht om via Twitter verzoeken, vragen, klachten en complimenten bij het bevoegd gezag in te dienen. Dat laatste begrip betekent zo veel als de overheid, maar dat iemand politicus is, betekent nog niet dat hij “bevoegd gezag” is. Hij moet echt aan de overheid verbonden zijn, maar zitting hebben in een gemeenteraad, de Eerste of Tweede Kamer of minister/staatssecretaris zijn is daarvoor al genoeg. Wanneer een Nederlandse overheidsfunctionaris mensen zou blokkeren, zou dat dus strijd met dit artikel opleveren.

De Amerikaanse route komt erop neer dat Twitter gezien wordt als een “designated public forum”, een plek waarvan de overheid zegt, hier praten wij met de burger. En wanneer de overheid dat doet, mag ze vervolgens niet zeggen “maar jij moet je mond houden”. Je bent een publiek forum of niet, in die visie. Je mag hooguit mensen uitsluiten voor wangedrag dat ongerelateerd is aan de inhoud van wat ze zeggen.

Het is nog niet bekend of en zo ja wanneer Trump de blokkade gaat opheffen.

Arnoud

Hoe je zonder enige moeite 18 euro per jaar bespaart met je nieuwe algemene voorwaarden

| AE 10608 | Informatiemaatschappij | 6 reacties

Oké, dus je hebt algemene voorwaarden en die heb je laten aanpassen. Je klanten zijn er mopperend mee akkoord gegaan, en je wilt weer verder met waar je eigenlijk plezier in hebt. Dan is er nog één detail, en dat is dat je je voorwaarden nog even bij de Kamer van Koophandel gaat deponeren. Dat… Lees verder

Wat gebeurt er als een kind een EULA accepteert en dan gaat cheaten?

| AE 10589 | Informatiemaatschappij | 21 reacties

“De gedaagde is een cheater, en niemand houdt van cheaters”, aldus Epic Games in haar rechtszaak tegen een veertienjarige. Dat las ik bij The Verge. De zaak is op zichzelf al opmerkelijk genoeg: de jongen werd aangeklaagd vanwege het op Youtube plaatsen van videos waarin hij laat zien hoe een cheat werkt. Epic had de… Lees verder

Jonge Skype- en Outlook-gebruikers in de problemen door privacywet

| AE 10569 | Informatiemaatschappij, Privacy | 28 reacties

Kinderen onder de 16 jaar met een Outlook- of Skype-account hebben een probleem: ze kunnen opeens niet meer inloggen. Dat meldde de NOS vorige week op basis van een PR-meelbal van Microsoft die het afsluiten van minderjarigen in het belang van hun veiligheid noemt. De geciteerde reden – dat moet van de AVG – is… Lees verder

Mag je als kleine vereniging blijven werken met Google Drive onder de GDPR?

| AE 10556 | Informatiemaatschappij | 8 reacties

Een lezer vroeg me: Wij zijn een kleine vereniging die zich wil voorbereiden op de AVG. Eén zorg is onze ledenadministratie, die we nu beheren in Google Drive. Ik heb begrepen dat dit mag als we een verwerkersovereenkomst met Google sluiten, maar hoe ga ik dat in vredesnaam doen bij zo’n gigant? Plus hoe houd… Lees verder

Goh, lawyerbots zijn beter dan juristen in het lezen van saaie juridische documenten

| AE 10505 | Informatiemaatschappij | 6 reacties

Alweer ietsje langer geleden maar toch: in een ‘wedstrijd’ tussen een lawyerbot van het Israëlische LawGeex en twintig Amerikaanse advocaten bleek de eerste een stuk beter in staat om juridische fouten in NDA’s en andere documenten te vinden. Om precies te zijn: de AI was 94% accuraat waar de mensen rond de 85% scoorden. Dit… Lees verder

Hoe terecht is de kritiek op legal tech vanuit de juridische sector?

| AE 10497 | Informatiemaatschappij | 3 reacties

Legal tech proponenten doen er goed aan lering te trekken uit het Theranos debacle, las ik bij Above The Law. Dat bedrijf heeft een serieus probleem nu de Amerikaanse SEC haar beweerdelijk innovatieve technologie voor niet-invasief bloedonderzoek serieus betwist – nog lang niet klaar voor de markt. Maar lange tijd kwam men ermee weg, omdat… Lees verder

Failliet verklaard vanwege een halve bitcoin, kan dat?

| AE 10482 | Informatiemaatschappij | 4 reacties

Het bitcoinbedrijf Koinz Trading is failliet. Dat meldde Emerce onlangs. Het Nederlandse bedrijf verzorgde het minen van bitcoins voor klanten waarbij de klant de apparatuur kocht en Koinz het beheer uitvoerde, maar kwam al snel in de problemen omdat beloofde uitbetalingen niet werden gerealiseerd. Er zou sprake zijn geweest van een piramidespel, waarbij uitbetalingen werden… Lees verder