Achterbankgesprek toch auteursrechtelijk beschermd

| AE 1073 | Intellectuele rechten | 10 reacties

Auteursrecht krijg je ook bij spontane uitlatingen. Weliswaar moet er creativiteit aan te pas komen, maar die hoeft alleen uit het werk zelf te blijven. Of je als maker van plan was een werk te maken of niet, is irrelevant. Dat blijkt uit het arrest van de Hoge Raad in de zaak Willem Endstra van vorige week. Dit arrest kan van groot belang zijn voor bloggers, forumleden en andere internetters: ook uit de losse pols geschreven teksten op internet zijn auteursrechtelijk beschermd, zelfs als de auteur gewoon even zijn mening kwijt wilde en helemaal niet nadacht over auteursrechten of creatief schrijven.

De in 2004 vermoorde vastgoedhandelaar Endstra had in 2003 en 2004 vijftien ‘achterbankgesprekken’ gevoerd met politieagenten. Journalisten Bart Middelburg en Paul Vugts hadden een boek gemaakt met de transcripties van de opnames. De erven Endstra probeerden publicatie te verhinderen met een beroep op hun auteursrecht. Zowel de rechtbank als het gerechtshof in hoger beroep oordeelde dat dat niet kon, omdat het nodig zou zijn dat “de maker er bewust voor heeft gekozen zijn verhaal in deze vormgeving te gieten” voordat iemand auteursrecht kan claimen.

De Hoge Raad weigert dit criterium. Auteursrecht krijg je als het werk origineel (niet overgeschreven) en bovendien creatief is. Creatief wil zeggen dat het ‘stempel van de maker’ te herkennen is in het werk. Maar bij de beoordeling mag je alleen naar het werk zelf kijken, en niet naar de achterliggende motieven of gedachten van de maker. Of iemand nu bewust of onbewust aan het ‘maken’ was, is niet relevant, en bovendien vaak onmogelijk te bewijzen.

Lex Bruinhof (Wieringa Advocaten en blogger) heeft het alvast maar uitgeroepen tot nieuw standaardarrest.

Het is duidelijk dat de Hoge Raad hier in optima forma bezig is als rechtsuitlegger, in een uitspraak die – naast het standaardarrest Van Gelder / Van Rijn uit 1946 – in de leerboekjes zal worden opgenomen. De Hoge Raad maakt duidelijk dat bij de beoordeling van de beschermbaarheid niet de maker centraal staat, maar het werk zélf. Anders gezegd: we hebben de maker en zijn geestesgesteldheid niet nodig om uit te maken of er sprake is van een beschermd werk of niet. Dat zou ook maar lastige bewijsproblemen opleveren. Nee, we kunnen naar het werk zelf kijken: dáár is het persoonlijk stempel (als het ware: objectief achteraf beschouwend) uit af te leiden. En dus hoeft er helemaal niet bewust een vorm gekozen te zijn, of iets coherents te zijn gecreëerd.

De zaak is terugverwezen naar het Hof, dat nu moet gaan oordelen of in de achterbankgesprekken het stempel van de maker terug te vinden is, zonder daarbij mee te wegen of het de bedoeling van die maker was om een beschermd werk te maken.

Bij de Volkskrant wordt nog gemeld dat Joran van der Sloot nu wellicht ook een auteursrechtelijke claim bij Peter R. de Vries kan leggen vanwege zijn bijrijdersstoeltapes (wat ik al in februari riep op Rechtenforum trouwens).

Hetzelfde geldt voor bloggers, forumleden en andere mensen die dingen op internet zetten. Zolang je maar creatief schrijft, dus niet puur zakelijk feiten meldt of een linkje noemt, heb je auteursrecht op wat je schrijft. Of dat nou je bedoeling was of niet.

Arnoud

Deel dit artikel

  1. Stomme vraag wellicht. Maar heeft deze uitspraak ook geen gevolgen voor het portretrecht. Is een portret ook niet iets wat het oorspronkelijk karakter heeft door de specifieke eigenschappen van de geportretteerde? Hij wilde wellicht geen werk creeeren maar het draagt wel degelijk een oorspronkelijk stempel van de maker.

  2. Da’s geen stomme vraag. Alleen ligt het volgens mij bij portretrecht net wat anders. Het criterium is daar of je herkenbaar bent op de foto. Ook al is het een saaie foto waar je uitdrukkingsloos opstaat met neutraal grijze achtergrond. Denk bijvoorbeeld aan een pasfoto uit een pasfotohokje of een opname van een beveiligingscamera. Maar zulke foto’s zijn niet auteursrechtelijk beschermd, omdat daarbij geen creativiteit komt kijken.

  3. Over de creativiteit heeft de HR zich in deze natuurlijk ook niet uitgelaten. Maar wordt afwezige creativiteit op een portret niet veronderstelt afwezig te zijn doordat dit pas kan indien (copy/paste) ???de maker er bewust voor heeft gekozen zijn verhaal in deze vormgeving te gieten???. Overigens vind ik het raar dat een keuze van een kapsel, een brilmontuur, kleding er niet voor zorgdraagt dat er sprake is van creativiteit.

    De wet schrijft volgens mij niet voor wat zij onder een portret verstaat. Van Dale biedt ook geen soelaas omdat het bij ‘portret’ spreekt over ‘een afbeelding van iemands gezicht’ en bij een portretfoto over ‘een afbeelding van een persoon’.

  4. Nee, de vraag of er een bewuste keuze was is in dit arrest expliciet afgewezen. Daar mag je niet naar kijken. Je mag alleen de foto zelf bekijken en je mag alleen op basis van de foto beoordelen of er auteursrecht op ziet. Wie de fotograaf was en wat hij van plan was toen hij de foto maakte, is niet relevant.

    Ik zou me kunnen voorstellen dat bij een creatieve aankleding van het model er toch sprake is van auteursrecht. Maar dat zit dan op de foto en niet op het model. Tenzij je het model zelf tot kunstwerk wilt aanmerken. Dat kan hoor, maar in veel gevallen zal dat niet opgaan.

    Op b.v. een paspoortfoto lijkt er mij geen auteursrecht te zitten. Een geposeerde trouwfoto heeft dat wel, omdat daar creativiteit inzit op het gebied van keuze van de achtergrond, wie waar gaat staan, hoe ze (naar elkaar) kijken enzovoorts.

    Er staat inerdaad niet in de wet wat een portret is. Maar er is ooit een arrest geweest over een mevrouw op een naaktstrand die zonder zichtbaar gezicht maar wel in een herkenbare pose op de foto werd gezet. Die foto was toch een portretfoto, omdat zij herkenbaar was.

  5. Ook de achterkant van Katja Schuurman is een portret, als ik mij niet vergis.

    “Je mag alleen de foto zelf bekijken en je mag alleen op basis van de foto beoordelen of er auteursrecht op ziet. Wie de fotograaf was en wat hij van plan was toen hij de foto maakte, is niet relevant.” Klopt. Maar wat ik dan wel interessant is, is dat je voor het vaststellen van wie de maker is juist weer wel moet kijken naar wie de creatieve keuzes heeft gemaakt. (Maar niet of die keuzes bewust zijn gemaakt.)

    Op basis van het Endstra-arrest rust er op een door een aap geschilderd schilderij normaal gesproken auteursrecht. Dat schilderij lijkt mij echter geen maker te hebben. (Een aap heeft in ieder geval geen rechtspersoonlijkheid.)

    Geen overkomenlijk probleem verder, en het speelt bijv. ook bij octrooien. Voor de octrooieerbaarheid is het niet van belang hoe de uitvinder op zijn uitvinding is gekomen. Maar bij het bepalen van wie de uitvinder is, moet je denk ik toch kijken naar wie precies een min of meer creatieve bijdrage heeft geleverd.

  6. De achterkant van Schuurman speelde een rol bij een reclame van een concurrent van de Gouden Gids. Ik geloof niet dat mevrouw Schuurman daar zelf in rechte bij betrokken was. De vraag was of een met bankbiljetten volgehangen lookalike (hoe cast je zo iemand trouwens, mag je dan discrimineren op bilmaat?) nodeloos afbreuk deed aan de reputatie van de Gouden Gids.

    Inderdaad, om te bepalen wie de maker is moet je wel weer kijken naar de persoon. Goed punt ook over die aap: ik weet niet of het bij apen veel speelt, maar (zeker in de juridische literatuur) de vraag over auteursrecht op computergegenereerde werken speelt regelmatig.

Laat een reactie achter

Handige HTML: <a href=""> voor hyperlinks, <blockquote> om te citeren en <em> en <strong> voor italics en vet.

(verplicht)

Volg de reacties per RSS