Auteursrecht op voorgeïnstalleerde software uitgeput

| AE 2183 | Intellectuele rechten | 52 reacties

Weer eens een leuk vonnis over software dat tegen de vastgeroeste opinie van leveranciers aanschopt: het kopen van hardware met voorgeïnstalleerde software is toegestaan, ook als in de licentie staat dat dat niet mag. Dat vonniste de Rechtbank Dordrecht onlangs. De auteursrechten op die software zijn uitgeput zoals dat heet, en de auteursrechthebbende kan dan niet meer optreden tegen doorlevering van die exemplaren. (Wel tegen nieuwe kopieën natuurlijk.)

Het bedrijf Nelcon (later hernoemd tot Kalmar) had een aantal werkstations met voorgeïnstalleerde CAD-software aangeschaft. Bij de verkoop van een deel van haar bedrijf zouden deze werkstations met software ook worden overgedragen, maar de leverancier (Han Dataport) daarvan verzette zich daartegen. In de voorwaarden stond namelijk deze (redelijk standaard)riedel:

Verkoper verleent koper voor de geleverde programma’s en bijbehorende documentatie een niet-exclusief en niet overdraagbaar gebruiksrecht voor intern gebruik, voor de doeleinden waarvoor deze producten geleverd worden. Koper is ervoor verantwoordelijk dat deze programma’s en documentatie zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van verkoper niet voor derden toegankelijk zijn.

Tijdens de discussie of de overdracht wel of niet mocht meldde de leverancier nog dit:

Want zoals je weet heeft Nelcon weliswaar gebruikslicenties van CAD400 maar dit houdt onder geen beding in dat Nelcon het recht heeft om deze gebruikslicenties aan derden over te dragen, uit te lenen, te verkopen etc.

De rechtbank verwerpt deze stelling echter: als je rechtmatige verkrijger van software bent, dan heb je een wettelijk gebruiksrecht (hela!) en dat kan de leverancier niet zomaar ongeldig verklaren.

De vraag is dan dus: ben je rechtmatig verkrijger als je een bedrijfsonderdeel overneemt inclusief hardware en software? En maakt het uit of in de EULA staat dat de software niet mag worden overgedragen?

De rechtbank constateert terecht dat in de wet niet staat wat een “rechtmatige verkrijger” is. Degene die de software van de rechthebbende (of zoals hier, van een wederverkoper) heeft gekregen, is in ieder geval rechtmatig verkrijger. En, zo zegt de rechtbank: ook de opvolgende verkrijgers van exemplaren ten aanzien waarvan het verspreidingsrecht is uitgeput.

Oftewel, de concrete exemplaren die legaal op de markt zijn gebracht, kunnen worden doorgeleverd en daar kan de rechthebbende niets aan doen. En daarom gaat het hier precies goed voor Nelcon, want die hebben de hardware mèt de voorgeïnstalleerde software doorverkocht.

En de voorwaarden dan, die dit verbieden? Daar heeft de ontvanger van de software niets mee te maken, want die heeft ze niet geaccepteerd. En bovendien gaat voor haar het uitputtingsrecht boven zo’n licentietekst.

[De leverancier] stelt weliswaar dat uit de algemene voorwaarden voortvloeit dat de software niet zonder toestemming van Han Dataport mocht worden overgedragen of aan een ander in gebruik gegeven. Dat baat haar in het auteursrechtelijke kader echter niet. Een dergelijk verbod van verdere overdracht staat immers haaks op de wettelijke uitputtingsregel.

Wel kan het wanprestatie (contractschending) zijn van de originele verkrijger, zo zegt de rechtbank. Die had zich immers verplicht de software niet over te dragen maar heeft dat toch gedaan. Ik moet zeggen dat ik daar wel moeite mee heb: als het wettelijk uitputtingsrecht geldt in zo’n situatie, dan zie ik niet waarom de licentienemer wanprestatie zou plegen. Maar goed, dat was een opmerking terzijde.

Menno Weij van Solv Advocaten wijst erop dat de rechtbank wel erg makkelijk tot deze conclusie komt. Een uitgemaakte zaak onder juristen is het niet, maar daarvan zie je niets terug in dit vonnis. Ik sluit me daarbij aan, het is een leuke uitspraak maar ik zou er niet meteen heel hard van willen gaan roepen dat doorverkopen van software nu dus altijd mag.

Arnoud

Deel dit artikel

  1. Uitputting is, als ik het goed begrijp, van toepassing omdat deze software “in” een tastbaar product is geleverd. En niet bijvoorbeeld als download werd geleverd?

    Maar als software/muziek etc. nu op een CD of DvD staat? Wat natuurlijk niet een apparaat is waarin rechtstreeks het gebruikt kan worden, maar het is wel een fysiek ding. Is uitputting dan ook van toepassing?

  2. Inderdaad, het draaide hier om het feit dat de software was voorge?nstalleerd. Daarom mocht het werkstation worden overgedragen inclusief software. Ik denk dat die redenering ook opgaat voor CD’s/DVD’s: je levert ook dan letterlijk de bitjes door die je van de leverancier hebt gekregen, en geen kopie?n van die bitjes. Uitputting gaat over het exemplaar dat je hebt gekregen. Wel zul je de ge?nstalleerde versie moeten verwijderen voordat je de DVD doorverkoopt.

  3. De richtlijn geeft aan dat uitputting alleen geldig is als er sprake is van een fysiek exemplaar van de software. Hoewel er nog wat discussie is of dit wel helemaal zo moeten zijn of dat dit gebaseerd is op een verkeerde interpretatie van het HvJ, komt het daar wel op neer. Dit betekent volgens mij in dit geval dat hieraan voldaan is door overdracht van een HD met de software daarop ge?nstalleerd. Dat zou ook het geval zijn als er een CD of DVD zou worden overgedragen met de software.

    Anders zou het worden wanneer de software zou zijn gedownload door Nelcon/Kalmar van de site van Han Dataport. Geen exemplaar, dus geen uitputting.

  4. Arnoud,

    In het deel van de test waarin je aangeeft dat de rechtbank de stelling van het bedrijf verwerpt, heb je een link opgenomen naar een artikel waarin je jouw mening etaleert dat een licentie naar Nederlands recht een overeenkomst zou zijn. Ik ben nog altijd van mening dat naar Nederlands recht licenties niet per definitie overeenkomsten zijn. Het feit dat het gebruikersrecht (art. 45j Aw) niet af te nemen is, doet hier niets aan af. Immers het betreft hier een wettelijke beperkingen op het auteursrecht.

  5. Kun je de licentie niet in wezen uitsplitsen?

    1. Overeenkomst met alle voorwaarden waaronder het gebruiksrecht kan worden uitgeoefend.
    2. Het gebruiksrecht zelf in auteursrechtelijke zin, zijnde een vorderingsrecht.

    Dit zou ook recht doen aan de opzet van de licentie in deze zaak en de uitspraak van de rechtbank.

    Nelcon/Kalmar maakt geen inbreuk op het auteursrecht van Han Dataport wegens wettelijke licentie (2), maar wanpresteert ten opzichte van de overeengekomen voorwaarden van de licentie (1).

  6. Wel kan het wanprestatie (contractschending) zijn van de originele verkrijger, zo zegt de rechtbank. Die had zich immers verplicht de software niet over te dragen maar heeft dat toch gedaan. Ik moet zeggen dat ik daar wel moeite mee heb: als het wettelijk uitputtingsrecht geldt in zo???n situatie, dan zie ik niet waarom de licentienemer wanprestatie zou plegen. Maar goed, dat was een opmerking terzijde.

    Ik dacht juist dat dit de manier was waarop licenties werken.

    Normaal gesproken (bij boeken bijvoorbeeld) verloopt het proces op de manier die de wetgever waarschijnlijk voor ogen had: de auteursrecht-houder van een werk biedt kopie?n van het werk aan, in ruil voor een bepaalde hoeveelheid geld. Als je een kopie aanschaft die aan jou wordt aangeboden door de auteursrecht-houder, en je betaalt er netjes voor, dan is het een rechtmatig verkregen kopie, en is het auteursrecht voor die kopie uitgeput.

    In het geval van licentievoorwaarden biedt de auteursrecht-houder van een werk kopie?n aan, maar dan in ruil voor (naast eventueel een geldbedrag) het akkoord gaan met een licentie-contract. Als je dan wel een kopie aanschaft, maar niet akkoord gaat met de licentie, dan is die kopie niet rechtmatig verkregen, en is het auteursrecht voor die kopie niet uitgeput.

    Als je wel akkoord gaat met de licentievoorwaarden, en de kopie rechtmatig is verkregen, dan is het auteursrecht voor die kopie wel uitgeput. Natuurlijk ben je dan wel gebonden aan de voorwaarden van de licentie-overeenkomst. De vraag is dan natuurlijk of de uitputting van het auteursrecht omkeerbaar is in het geval van contractbreuk.

    Kan uit deze uitspraak geconcludeerd worden dat auteursrechtelijke uitputting onomkeerbaar is?

    Dat lijkt me redelijk, vanuit het oogpunt van 2e, 3e, … hands kopers, die zekerheid willen hebben dat hun kopie niet na verloop van tijd onrechtmatig blijkt, doordat een eerdere eigenaar zich niet aan een licentie heeft gehouden. Aan de andere kant heb je die zekerheid bij fysieke goederen ook niet: als je die 2e hands koopt bij een onbekende verkoper, dan kunnen het later ook gestolen goederen blijken te zijn.

    Ik denk dat de rechtbank die uitspraak over contractschending heeft gedaan om te suggereren dat Nelcon op een andere manier wel aangepakt kan worden, nl. op basis van het contractenrecht i.p.v. het auteursrecht.

  7. In het geval van een boek kun je ook best afspreken met de verkoper (maak er voor het gemak de rechthebbende van) dat je het boek niet weer mag verkopen. Als je dat toch doet, maak je geen inbreuk op zijn auteursrecht omdat er sprake is van uitputting (wat idd onomkeerbaar is, want dwingend recht), maar kun je wel aangesproken worden op basis van wanprestatie. Volgens mij werkt dat met licentieovereenkomsten net zo, zie #5

  8. @9: Kan je aan de leek uitleggen wanneer recht ‘dwingend’ is? Staat dat er bij in de wet? En wat betekent het precies? Uit jouw post leid ik in ieder geval af dat ‘dwingend’ recht niet ‘overruled’ mag worden door een contract.

    Het gaat hier om een contract dat een recht van de gebruiker beperkt (nl., het recht om een kopie over te dragen aan een andere partij). Hoe zit het met contracten die de rechten van de auteur beperken (bijv. waarbij de auteur het alleenrecht op het maken van kopie?n opgeeft)? Kunnen die ook in strijd zijn met dwingend recht?

  9. Dwingend recht wil zeggen dat je het niet in een contract opzij mag zeggen inderdaad. (Het alternatief is ‘regelend recht’, dat w?l opzij mag worden gezet in een contract.) Soms staat er expliciet bij dat iets dwingend is, bijvoorbeeld de laatste zin van artikel 45j Auteurswet:

    De verveelvoudiging, als bedoeld in de eerste zin, die geschiedt in het kader van het laden, het in beeld brengen of het verbeteren van fouten, kan niet bij overeenkomst worden verboden.
    Soms staat er in een apart artikel dat iets dwingend recht is, bijvoorbeeld de regels over consumentenkoop:
    Bij een consumentenkoop kan van de afdelingen 1-7 van deze titel niet ten nadele van de koper worden afgeweken (…)

    Soms staat het er niet en moet je zelf verzinnen waarom het dwingend zou zijn. Zo staat in de Telecommunicatiewet dat je een teleomcontract na het eerste jaar per maand mag opzeggen, maar nergens dat dat dwingend recht is. Het zou alleen een beetje raar zijn als die bepaling opzij gezet kon worden door een contract, en daarom is dit dus stiekem toch dwingend recht.

  10. @Arnoud(6): Sorry, maar het volgt er niet uit. Als een licentie een overeenkomst is dan kun je de afspraken niet zomaar ongedaan maken. Het gebruikersrecht kun je de koper niet zomaar afnemen, maar daar volgt nog niet uit dat het dus een overeenkomst is.

    1. Als A dan B. (bv. Als ik een kat ben, dan ben ik een zoogdier.)
    2. B is waar. (bv. Ik ben een zoogdier.)
    3. Dus A is waar. (Dus ben ik een kat.)

    Je zou ook nog wel eens een mens kunnen zijn.

  11. Wat zegt de rechter nu eigenlijk: X verkoopt een aantal computers met ge?nstalleerde software aan Y, die Y later doorverkoopt aan Z. De rechter gaat niet in op het vraagstuk of een licentie naar Nederlands recht alleen via overeenkomsten verkregen zou kunnen worden, want dat doet er hier niet toe. Dat is net zo iets als stellen dat er alleen maar eenden zijn met bruine nekken, en dat jij je gesterkt voelt door die ene bruine eend die net is langskomen vliegen.

  12. @Victor: ik denk niet dat het zo ver gaat. Het gaat hier om software die voorge?nstalleerd is, dus doorgeven van exact het bitpatroon dat je kreeg van de leverancier. Dat is wat anders dan overdragen van de licentie, laat staan van het overdragen van een CD vanaf waar je tig kopie?n maakt.

    @Alex: ik snap niet goed waarom je er zo’n punt van maakt. We verschillen van mening, laten we het daarbij houden. We kunnen elkaar toch niet overtuigen.

  13. Office wordt meestal voorge?nstalleerd als proefversie geleverd. Je dient alleen een licentie(sleutel) aan te schaffen (uiterlijk binnen 60 dagen). Is die sleutel eenmaal ge?nstalleerd dan kan zelfs het vervangen van bijvoorbeeld de grafische kaart al een probleem veroorzaken. In de loop der tijd is MS dit steeds stricter gaan controleren.

  14. Welk dwingend recht verbiedt mensen een afspraak te maken dat ze een exemplaar niet zullen doorverkopen? Volgens mij is dat er niet, en dat is wat de rechter bedoelt met dat er contractueel sprake kan zijn van een breuk. Dat er sprake is van een contract is in dit geval niet betwist. Op het moment dat een koper met een doos thuiskomt en in de doos een EULA vindt is dat een andere zaak. Dus ik denk dat er wat betreft EULA’s die wel of niet van toepassing zijn geen hele rare zaken zijn gezegd, er is alleen iets gezegd over het geval dat er inderdaad een overeenkomst tussen producent en gebruiker is.

    Ofwel: Als een EULA zegt dat een produkt niet doorverkocht mag worden, en die EULA is rechtsgeldig, dan mag het inderdaad niet doorverkocht worden. De vraag blijft in veel gevallen of de EULA uberhaupt geldig is. In dit geval waren beiden partijen gewoon van mening dat hij inderdaad geldig was.

    Maar op het moment dat iets doorverkocht is, is artikel 45j van toepassing en is volgens de rechter direct dwingend recht dat de nieuwe eigenaar in staat stelt het programma te gebruiken. De softwareproducent kan daar niets tegen beginnen.

    Ik ben wel redelijk te spreken over deze uitspraak; de rechter volgt precies de interpretatie die ikzelf heb van de softwareartikelen in de auteurswet en de softwarerichtlijn.

  15. Waar ik moeite mee heb, is waarom zo???n verbod dan wanprestatie op zou leveren. Het verbod probeert dwingend recht te doorkruisen en zou daarmee nietig moeten zijn.

    Dat is niet noodzakelijkerwijs waar.

    Vergelijk het met de werking van het kettingbeding in het civiele recht: A verkoopt en levert een zaak aan B, met daarbij een kettingbeding (even aangenomen dat dat rechtsgeldig is), waarin hij met B afspreekt dat hij het niet mag doorverkopen aan C. B verkoopt de zaak vervolgens toch door aan C. Goederenrechtelijk kan A hier niets aan doen, maar verbintenisrechtelijk is wel sprake van niet-nakoming door B. In het meest extreme geval kan B de zaak dan niet meer terughalen van C, maar hij is wel schadeplichtig aan A.

    Hoewel dit niet 1-op-1 gekopieerd kan worden naar Arnouds voorbeeld, kun je er wel met dezelfde “bril” naar kijken: het auteursrecht mag dan uitgeput zijn, waardoor je via die weg niet kunt voorkomen dat B aan C levert. Maar als A een gerechtvaardigd belang heeft om te voorkomen dat B aan C levert, dan kan hij via een overeenkomst in ieder geval afdwingen dat B schadeplichtig wordt.

    Echter, hier zit natuurlijk een hele grote “maar” aan: kettingbedingen druisen heel snel in tegen redelijkheid en billijkheid, dus in veel gevallen zijn dit soort trucjes inderdaad niet toegestaan.

  16. Ja, het kan inderdaad. De contractuele relatie tussen A en B kan B inderdaad in de weg zitten als hij C in staat wil stellen iets legaals te doen. Op zich niet verkeerd: met een geheimhoudingsbepaling kan B verboden zijn iets te vertellen aan C, terwijl het op zich legaal is om met C te praten.

    Belangrijkste is wel dat het C’s positie niet aantast, die heeft rechtsgeldig een zaak geleverd gekregen dan wel een werk met uitgeput auteursrecht verkregen.

  17. @Arnoud:

    @Alex: ik waardeer je mening maar ik zie de mijne gesterkt door vonnissen als deze 🙂
    Dat een licentie bij overeenkomst kan worden verstrekt wordt volgens mij door niemand bestreden.

    Hoe leid je uit het vonnis af dat een licentie slechts bij overeenkomst kan worden verstrekt en in het bijzonder niet in de vorm van een eenzijdige gerichte rechtshandeling?

    En wat dit te maken heeft met “dan heb je een wettelijk gebruiksrecht” is mij een compleet raadsel. Hooguit volgt hieruit dat een licentie ook bij wet kan zijn toegekend, en een wet is geen contract.

  18. De reden om die link te leggen, was omdat de rechtbank zegt dat iemand die geen licentie heeft, aanspraak kan maken op het wettelijk gebruiksrecht. Oh wacht, nu zie ik dat dat pas in Reactie op reactie op: ???ja, een licentie is een contract!??? aan de orde kwam in een discussie met Menno Weij. Die stelde namelijk in reactie op mijn eerdere blog:

    Indien [de EULA niet aanvaard is], dan mag de software niet gebruikt althans gedownload worden. Immers, voor dat gebruik is alsdan geen toestemming verkregen van de auteursrechthebbende op die software. Je kunt dus ook niet teruggevallen op de wettelijke gebruiksrechten voor software in de Auteurswet, want je bent geen rechtsgeldig gebruiker.
    Deze opvatting volgt het Hof niet.

  19. @Ramon(#3):

    De richtlijn geeft aan dat uitputting alleen geldig is als er sprake is van een fysiek exemplaar van de software. Hoewel er nog wat discussie is of dit wel helemaal zo moeten zijn of dat dit gebaseerd is op een verkeerde interpretatie van het HvJ, komt het daar wel op neer.
    Daar ben ik het mee eens, maar heeft het HvJ hier ooit iets over gezegd? In welk arrest?

    Ik ken alleen C-41/04 waarin de A-G in haar conclusie ook de link legt met het uitputtingsrecht, zie de punten 40 t/m 44.

    Punt 44 komt overeen met het vonnis van de rechter:

    44. Als rechtmatige verkrijger van de oorspronkelijke informatiedrager is ook een derde bevoegd, het daarop opgeslagen programma overeenkomstig zijn doel te gebruiken.(19) Een bij overeenkomst vastgelegd verbod op het overdragen van het gebruiksrecht, dat de maker met de eerste verkrijger is overeengekomen, bindt de derde niet. Zo het al mogelijk is om een dergelijke regeling bij overeenkomst rechtsgeldig vast te leggen, werkt deze alleen in de verhouding tussen de rechthebbende en de eerste verkrijger. Laatstgenoemde moet zijn contractpartner (de maker) eventueel schadevergoeding betalen, omdat hij zijn contractverplichtingen niet is nagekomen. Dit heeft echter geen invloed op de verkrijging van de eigendom van de informatiedrager door de tweede verkrijger noch op de overgang van het met de eigendom verbonden gebruiksrecht.
    Interessant is wel dat de A-G in het midden laat of een verbod op overdracht met de eerste verkrijger kan worden overeengekomen.

  20. @Corn?(#7):

    In het geval van licentievoorwaarden biedt de auteursrecht-houder van een werk kopie?n aan, maar dan in ruil voor (naast eventueel een geldbedrag) het akkoord gaan met een licentie-contract. Als je dan wel een kopie aanschaft, maar niet akkoord gaat met de licentie, dan is die kopie niet rechtmatig verkregen, en is het auteursrecht voor die kopie niet uitgeput.
    Dit klopt niet.

    Als de extra voorwaarden deel uitmaken van de koopovereenkomst en zij niet worden geaccepteerd, dan is er geen koopovereenkomst en gaat de kopie niet eens in eigendom over.

    Als de aanvaarding van de extra voorwaarden (bijv. een verbod op doorverkoop) op zich los staat van de geldigheid van de koopovereenkomst, gaat het boek in eigendom over. Het auteursrecht op dat exemplaar is dan uitgeput.

    Als je wel akkoord gaat met de licentievoorwaarden, en de kopie rechtmatig is verkregen, dan is het auteursrecht voor die kopie wel uitgeput. Natuurlijk ben je dan wel gebonden aan de voorwaarden van de licentie-overeenkomst. De vraag is dan natuurlijk of de uitputting van het auteursrecht omkeerbaar is in het geval van contractbreuk.

    Het antwoord op die vraag is eenvoudig: nee. Contractbreuk maakt de eigendomsoverdracht niet achteraf ongeldig. De verkrijger blijft de rechtmatige verkrijger.

  21. @Arnoud(15):

    ik snap niet goed waarom je er zo???n punt van maakt. We verschillen van mening, laten we het daarbij houden. We kunnen elkaar toch niet overtuigen.

    Ik maak hier een punt van omdat a) wel aangeeft dat deze rechtzaak jouw mening zou ondersteunen, maar niet aangeeft waar dat uit zou blijken; b) er naast jou anderen zijn die dit lezen en c) jij door vele zal worden aangehaald als bron ongeacht of je onzin verteld.

  22. Tsja, het staat je vrij je eigen juridische blog te beginnen en jouw mening te verkondigen. Ik verkondig hier mijn mening over hoe het recht in elkaar zit, ik onderbouw dat zoals ik denk dat goed is en men mag daarmee doen wat men wil.

    In de hoofdtekst ondersteunt het trouwens alleen het punt dat je een wettelijk gebruiksrecht krijgt als je de software legaal verwerft, dus ook als je geen expliciete licentie hebt gekregen. Daarbij doet het er niet toe langs welke rechtsfiguur de licentie tot stand komt.

  23. @Piet (#24):

    Als de extra voorwaarden deel uitmaken van de koopovereenkomst en zij niet worden geaccepteerd, dan is er geen koopovereenkomst en gaat de kopie niet eens in eigendom over.

    Dat is min of meer het zelfde als wat ik schreef, maar ik beschreef de situatie waarin de kopende partij op de een of andere manier toch een kopie heeft weten te verkrijgen zonder aan alle voorwaarden van de koopovereenkomst te voldoen. Dat komt zo’n beetje neer op diefstal, en dus is die kopie dan, zoals ik schreef, ‘niet rechtmatig verkregen’.

  24. @ Piet (#23): Ik denk dat die conclusie van de A-G weergeeft waar em daarbij wellicht de misvatting zit. De A-G zegt “Dit heeft echter geen invloed op de verkrijging van de eigendom van de informatiedrager door de tweede verkrijger noch op de overgang van het met de eigendom verbonden gebruiksrecht.” Hiermee wordt het wettelijk gebruiksrecht gekoppeld aan de eigendom van de informatiedragen. Daarmee is dus sprake van een fysiek exemplaar. Daarmee denk ik ook dat je conclusie (#26) klopt met een kleine kanttekening. Het is zo dat als je de software legaal download, de uitputtingsregel van 45j Aw niet van toepassing is. De kanttekening is dat je wel rechtmatige verkrijger bent, alleen niet van een ‘exemplaar’.

  25. @Corn?(#31):

    Dat is min of meer het zelfde als wat ik schreef, maar ik beschreef de situatie waarin de kopende partij op de een of andere manier toch een kopie heeft weten te verkrijgen zonder aan alle voorwaarden van de koopovereenkomst te voldoen. Dat komt zo???n beetje neer op diefstal, en dus is die kopie dan, zoals ik schreef, ???niet rechtmatig verkregen???.
    De vraag is of er een koopovereenkomst tot stand is gekomen. Daarvoor maakt het niet uit of de koper zich aan de voorwaarden van de koopovereenkomst heeft gehouden.

    Als er een koopovereenkomst tot stand is gekomen, is er een geldige titel en wordt er aan alle voorwaarden van art. 3:84 BW voldaan. De koper verkrijgt daarmee de eigendom en wordt de rechtmatige verkrijger.

    Als er geen koopovereenkomst tot stand is gekomen, dan ontbreekt een geldige titel. Er is dan geen eigendomsoverdracht.

    Of door de koper aan alle voorwaarden van de koopovereenkomst wordt voldaan doet er dus niet toe. Het bestaan van de overeenkomst (=titel voor de eigendomsoverdracht) is (samen met de beschikkingsbevoegdheid van en de bezitsverschaffing door de verkoper) voldoende om de kopie in eigendom te doen overgaan.

    Of ben jij van mening dat de koper die bijv. het boek wel geleverd krijgt, maar de koopprijs niet betaalt, daardoor weliswaar de eigenaar van het boek wordt, maar niet de “rechtmatige” verkrijger in de zin van art. 45j Aw? Dat is een interessante insteek, maar mijns inziens onjuist.

  26. @Ramon(#33):

    Daarmee denk ik ook dat je conclusie (#26) klopt met een kleine kanttekening. Het is zo dat als je de software legaal download, de uitputtingsregel van 45j Aw niet van toepassing is. De kanttekening is dat je wel rechtmatige verkrijger bent, alleen niet van een ???exemplaar???.
    Maar dat is toch wat ik schreef?
    Ik ben bang dat als je software (legaal) downloadt, je daarmee niet de ???rechtmatige verkrijger??? wordt van een exemplaar van het werk.
    De term “rechtmatige verkrijger” heeft volgens mij in deze context trouwens alleen betekenis in de zin van art. 45j Aw: de rechtmatige verkrijger van een exemplaar van het werk. Ik zou niet weten in welke andere (juridisch nuttige) zin je de legale downloader een “rechtmatige verkrijger” zou kunnen noemen. Hij verkrijgt zeker niet het auteursrecht. Verder verkrijgt hij door het enkele legale downloaden geen licentie (art. 45j Aw geldt volgens jou en mij immers niet). Wat “verkrijgt” hij dan? De bitjes?

  27. Ik ben het met Spoor/Visser/Verkade eens dat de persoon die legaal een stuk software download rechtmatig verkrijger wordt van een exemplaar van het werk. Toestemming om een exemplaar te maken kan namelijk ook stilzwijgend gegeven worden. Ik ben van mening dat hiervan spraken is wanneer je legaal een computerprogramma download. Het is immers onmogelijk om te download zonder een exemplaar te maken van het werk.

  28. Waarom niet de taalkundige definitie? Hij verkrijgt een exemplaar door de bitjes op een schijfje te branden. Verkrijgen betekent taalkundig niet noodzakelijk dat je het van iemand anders krijgt. Omdat de download betaald was, is er auteursrechtelijke toestemming om de bits vast te leggen. Kortom er is rechtmatig gehandeld.

    Combineer en de persoon is een rechtmatige verkrijger.

  29. @Alex(#36): dan ben je het dus eens met Arnoud, zie #22.

    Mij lijkt er veel meer voor te zeggen dat je weliswaar een exemplaar “maakt” maar niet “verkrijgt” door legaal te downloaden.

    Ik geef onmiddellijk toe dat er taalkundig ook andere manieren zijn om art. 45j Aw te lezen, maar mijn uitleg correspondeert wel goed met de opvatting dat art. 45j Aw er alleen maar is om te verzekeren dat uitputting ook op software van toepassing is (waarvoor art. 45i Aw anders een probleem zou geven). In haar conclusie bij C-41/04 lijkt de A-G dit ook zo te zien.

  30. Ik vermoed trouwens dat “rechtmatig” in “rechtmatige verkrijger” moet worden gelezen als “zonder schending van het auteursrecht”. Schending van bepaalde voorwaarden van de koopovereenkomst maakt de verkrijging niet onrechtmatig, maar (ver)koop van een exemplaar waarop het auteursrecht nog niet was uitgeput wel (als het klopt wat ik denk).

    Download je een boek en print je het (met toestemming van de schrijver) uit in boekvorm, dan krijg je een exemplaar van het boek waarvoor het auteursrecht nog niet is uitgeput. Art. 12b Aw geeft je niet het recht het boek te verkopen aan een derde. Opgelet: verkoop en lever je het boek toch aan een derde, dan is de eigendomsoverdracht gewoon geldig, maar schend je het auteursrecht. Het auteursrecht is dan nog steeds niet uitgeput, zodat ook die derde het boek niet mag verkopen.

    Download je legaal een computerprogramma en brand je het (met toestemming van de maker) op een CD, dan krijg je een exemplaar van het programma waarvoor het auteursrecht nog niet is uitgeput. Je hebt normaal gesproken (maar niet per definitie) toestemming om het programma te gebruiken, niet op grond van art. 45j Aw, maar op grond van een licentie die je bij het downloaden hebt verkregen. Art. 12b Aw geeft je niet het recht de CD te verkopen aan een derde. Opgelet: verkoop en lever je de CD toch aan een derde, dan is de eigendomsoverdracht gewoon geldig, maar schend je het auteursrecht. Het auteursrecht is dan nog steeds niet uitgeput, zodat ook die derde de CD niet mag verkopen. Die derde is wel verkrijger, maar niet een “rechtmatige verkrijger” en heeft dus ook geen gebruiksrecht.

  31. Ja, met #22 ben ik het eens, maar met #4/6 natuurlijk niet.

    Van Dale definieerd verkrijgen als het (met inspanning) verwerven van iets. Als je iets maakt dan verwerf je iets, dus verkrijg je iets.

    Ik zie 45j als het equivalent op van 16b/c. De overeenkomst tussen beide artikels is dat een bepaalde handeling niet als inbreuk wordt beschouwd. Artikel 12b gaat niet op voor een exemplaar dat met een download wordt gemaakt want er vind geen eigendomsoverdracht, met de toestemming van de maker, van het werk plaats. Ik ben dus met jou eens dat het auteursrecht niet is uitgeput.

    Ik heb punten 40 t/m 44 van C-41/04 al een paar keer gelezen, maar ik maak daar uit niet op dat 45j er is om uitputting mogelijk te maken. Ik zou ook niet in hoe 45i uitputting zou kunnen verhinderen.

  32. @ #35 en #37: Eens. In het geval dat iemand legaal een softwarepakket download, maar de licentie afwijst. Dan verkrijgt hij inderdaad alleen de data, maar mag hij dit nog niet gebruiken. Daarvoor is nog een gebruiksrecht vereist. Deze heeft hij niet op basis van de licentieovereenkomst (immers afgewezen) en ook niet op basis van 45j (geen ‘exemplaar’).
    Ik zie mij hierin gesteund door o.a. Neppelenbroek (AMI 2001, p. 125-132 en AMI 2006, p. 109-118)

  33. @Ramon: ik denk dat de situatie wanneer iemand een licentie moet accepteren voordat hij aan de download kan beginnen duidelijk is: dit zijn voorwaarden waar hij auteursrechtelijk aan moet voldoen voordat hij de software mag downloaden. Aan de andere kant, wat is de status van software die door een geautomatiseerd “updateproces” op jouw computer neergezet wordt? Mag men je dan vragen om (gewijzigde) algemene voorwaarden te accepteren, zeker als die update aangeboden wordt “in het kader van het herstellen van fouten”?

  34. @Alex(#40):

    Ik zou ook niet in hoe 45i uitputting zou kunnen verhinderen.
    Zonder art. 45j Aw zou art. 45i Aw de werking van de uitputtingsregel frustreren, doordat de koper van een al eerder in het verkeer gebrachte CD met een computerprogramma ondanks art. 12b Aw dat computerprogramma niet zou mogen gebruiken (zonder bijv. een licentieovereenkomst te sluiten met de producent van de software).

    Zo’n CD mag dan dus wel vrij worden verhandeld, maar kopers mogen de CD niet gebruiken waarvoor de CD is bedoeld. Dat is raar, en art. 45j Aw lost dit op.

    In de conclusie bij C-41/04 valt dit probleemloos terug te lezen:

    40. Daartegen pleit dat de overdracht van de eigendom van een goed in beginsel gepaard gaat met een onbeperkt beschikkings- en gebruiksrecht. Zo wordt bijvoorbeeld bij de verkoop van een boek geen afzonderlijke licentie voor het lezen of bij een cd geen licentie voor het beluisteren van de muziek afgegeven. Evenmin behoeft men bij de aankoop van een technisch apparaat een bijzondere overeenkomst over het gebruik ervan te sluiten, op grond dat in het apparaat intellectuele eigendom in de vorm van door octrooien beschermde uitvindingen aanwezig is.
    Een boek waarop het auteursrecht is uitgeput mag zonder meer worden gelezen, een CD mag zonder meer worden beluisterd, een geoctrooieerd apparaat mag zonder meer worden gebruikt.

    Merk op dat dit voor geoctrooieerde apparaten alleen zo is dankzij de octrooirechtelijke uitputtingsregel.

    Voor boeken en muziek-CD’s zorgt de auteursrechtelijke uitputtingsregel alleen voor het beschikkingsrecht; het gebruiksrecht (mogen lezen, luisteren) is al vrij.

    Voor CD’s met daarop een computerprogramma is de situatie ingewikkelder:

    41. Aan het gebruiksrecht van een werk dat in een voorwerp is belichaamd worden echter beperkingen gesteld door het auteursrecht. De auteursrechtelijke bescherming voor software is op Europees niveau geregeld in richtlijn 91/250/EEG van de Raad van 14 mei 1991 betreffende de rechtsbescherming van computerprogramma???s.(18)

    1. Artikel 1, lid 1, van richtlijn 91/250 stelt computerprogramma???s, wat de auteursrechtelijke bescherming betreft, gelijk met letterkundige werken. Volgens artikel 4 van deze richtlijn mogen bepaalde handelingen, in het bijzonder de reproductie en de distributie van een programma, alleen met toestemming van de auteur worden uitgevoerd. (…) Art. 4 sub a van de Richtlijng correspondeert met art. 45i Aw.

    Art. 45j Aw (art. 5 lid 1 van de Richtlijn) biedt echter uitkomst:

    42. (…) Uit artikel 5, lid 1, van richtlijn 91/250 kan men echter afleiden dat de rechtmatige verkrijger in beginsel niet de toestemming van de auteur nodig heeft om het programma voor het beoogde doel te gebruiken.

    1.  Met het in het verkeer brengen in de Gemeenschap van een kopie van een programma door de rechthebbende of met diens toestemming vervalt het recht om controle uit te oefenen op de distributie van die kopie (artikel 4, sub c, tweede volzin, van richtlijn 91/250). Bijgevolg kan de eerste verkrijger aan een derde rechtsgeldig de eigendom van een reproductie overdragen, zonder dat daarvoor de toestemming van de auteur nodig is. De eerste verkrijger kan dus als een eigenaar over de lichamelijke zaak beschikken.
      
    2.  Als rechtmatige verkrijger van de oorspronkelijke informatiedrager is ook een derde bevoegd, het daarop opgeslagen programma overeenkomstig zijn doel te gebruiken.(19) (...)</blockquote>
      
  35. Zo???n CD mag dan dus wel vrij worden verhandeld, maar kopers mogen de CD niet gebruiken waarvoor de CD is bedoeld.

    Ja, oke art. 12b gaat onverminderd op, maar er zijn enkele ongewenste effecten. (als gevolg van 45i?)

    In de conclusie bij C-41/04 valt dit probleemloos terug te lezen

    Ik lees daarin wel een werking van 45j, maar niet waarom het er is. Als het lezen van boeken auteursrechtelijk beschermd was, dan was 16b op vergelijkbare wijze in te zetten.

  36. Dat is geen antwoord op mijn vraag.

    Als ik van de maker een exemplaar koop van het werk, pleeg ik geen inbreuk op het auteursrecht en word ik de rechtmatige verkrijger van een exemplaar, maar is het auteursrecht op dat exemplaar uitgeput.

    Als je aanneemt dat je door met toestemming downloaden en branden op een CD de rechtmatige “verkrijger” wordt, dan heb je een voorbeeld. Maar volgens mijn interpretatie van art. 45j Aw word je dan niet een rechtmatige “verkrijger”. Dani?l lijkt te willen zeggen dat ook in mijn interpretatie er mogelijkheden zijn om rechtmatige verkrijger van een niet-uitgeput exemplaar te worden. Ik ben benieuwd naar die mogelijkheden.

  37. Dat kan, maar dan is het nodig “verkrijgen” breder te zien als “iets van iemand anders krijgen”. Ik citeer je redenering even met het bestreden deel onderstreept:

    Download je legaal een computerprogramma en brand je het (met toestemming van de maker) op een CD, dan krijg je een exemplaar van het programma waarvoor het auteursrecht nog niet is uitgeput. Je hebt normaal gesproken (maar niet per definitie) toestemming om het programma te gebruiken, niet op grond van art. 45j Aw, maar op grond van een licentie die je bij het downloaden hebt verkregen. Art. 12b Aw geeft je niet het recht de CD te verkopen aan een derde. Opgelet: verkoop en lever je de CD toch aan een derde, dan is de eigendomsoverdracht gewoon geldig, maar schend je het auteursrecht. Het auteursrecht is dan nog steeds niet uitgeput, zodat ook die derde de CD niet mag verkopen. Die derde is wel verkrijger, maar niet een ???rechtmatige verkrijger??? en heeft dus ook geen gebruiksrecht.

    Voor de betekenis van “verkrijgen” citeer ik even een zin uit een willekeurige tekst (bron: http://wapedia.mobi/nl/Alchemie?t=4.):

    “Scheikundig is dit het laten koken en condenseren van de bij stap vijf verkregen stof, om een hogere concentratie en zuiverheid te verkrijgen”

    Ik zou een gelijksoortige zin kunnen maken voor een het branden van een download op een CD.

    “Technisch is dit het branden van de in het vorige stap gedownloadde bestand om zo een exemplaar te verkrijgen”.

    Je kunt dus een exemplaar verkrijgen zonder het auteursrecht te schenden. Dat exemplaar hoeft niet uitgeput te zijn. Als we dit stuk in je redenering zouden corrigeren, dan blijft de redenering op zich staan als een huis. Het auteursrecht is nog steeds niet uitgeput en een derde is dan wel verkrijger, maar geen rechtmatig verkrijger.

  38. Je citeert m.i. de verkeerde redenering.

    Dat “verkrijgen” breed valt uit te leggen zijn we het over eens. Dat betekent echter niet dat de brede uitleg ook de juiste is. De vraag is wat in art. 45j Aw wordt bedoeld met “rechtmatige verkrijger van een exemplaar”. Het woordenboek en scheikundige teksten kunnen hier niet het antwoord op geven.

    Mijn redenering is dat art. 45j Aw slechts is bedoeld om de goede werking van de uitputtingsregel te garanderen. Hiervoor is het niet nodig dat de persoon die (met toestemming) een CD brandt met een computerprogramma hierdoor de “rechtmatige verkrijger van een exemplaar” wordt. Het is voldoende om “verkrijgen” op te vatten als “van iemand anders krijgen”. (En rechtmatig vat ik dan op als “zonder inbreuk op het auteursrecht”.)

    In comment #45 lijk je een tegenargument te geven: je kunt je ook op art. 45j beroepen bij niet uitgeputte exemplaren.

    Ik vraag me daarom af of, aangenomen dat mijn insteek de juiste is, de situatie die jij voor ogen hebt zich wel voordoet.

    Als die situatie zich niet voordoet, is jouw tegenargument geen werkelijk argument. Als die situatie zich wel voordoet, kan jouw tegenargument inderdaad gezien worden als een aanwijzing die tegen mijn opvatting spreekt (ook al is het geen beslissende verwerping van mijn opvatting).

Laat een reactie achter

Handige HTML: <a href=""> voor hyperlinks, <blockquote> om te citeren en <em> en <strong> voor italics en vet.

(verplicht)

Volg de reacties per RSS