Wat is er te doen aan patenttrollen?

| AE 4657 | Intellectuele rechten | 36 reacties

Veertig procent van alle octrooirechtszaken in de VS worden aangespannen door patenttrollen, las ik bij Ars Technica. Een trol, in braaftaal “niet-praktizerende octrooihouder”, is een patenthouder die zelf niets doet maar wel anderen aanspreekt op inbreuk. Theoretisch legaal, maar het veroorzaakt wel steeds meer wrijving in het octrooisysteem.

Octrooien waren ooit bedoeld om uitvinders te beschermen tegen afkijkers. Vertel hoe je uitvinding werkt, en in ruil krijg je twintig jaar bescherming tegen namaak. Na die twintig jaar is namaken toegestaan, en dankzij het octrooi weet iedereen ook hoe het moet. Winst voor de maatschappij dus, en twintig jaar lang winst voor de octrooihouder.

Ja, klinkt leuk in theorie en nee natuurlijk werkt het in de praktijk niet zo. Want neem van mij als octrooigemachtigde aan, niemand leest graag een octrooi om te weten te komen hoe iets werkt. Zelfs een wetenschappelijk paper is leesbaarder.

Maar goed, dat even terzijde. Iemand heeft een wettelijk exclusief recht en oefent dat uit, wat is het probleem? Dan vind je toch lekker wat anders uit, zou je denken. Laat die trol lekker onder z’n brug zitten en neem de veerpont.

Alleen: dat wérkt niet zo met octrooien. Octrooien beschermen tegen elk gebruik van de uitvinding, ook als deze geheel onafhankelijk opnieuw worden gemaakt. Het kan dus zijn dat je na drie jaar research & development ineens een octrooiclaim krijgt. Dat is nauwelijks te voorkomen; een vrijgave-onderzoek kán wel maar is vreselijk duur en garandeert eigenlijk niets. In ieder geval niet in de ICT, waar op alles sowieso drie octrooien zitten.

Verder is de impliciete aanname in het octrooisysteem dat de octrooihouder zélf de markt op wil met de uitvinding. Het exclusieve recht is bedoeld om hem het monopolie te geven, zodat hij zijn investering kan terugverdienen. Maar wat nu als hij in het geheel niet de markt op gaat en wel anderen tegenhoudt?

Ook zijn octrooien steeds breder en breder geworden, zodat je met je octrooi dingen kunt claimen die je eigenlijk helemaal niet hebt uitgevonden. Formeel mag dat niet maar de praktijk is flexibel. Octrooiclaims worden in vage generieke bewoordingen geschreven waar van alles onder te praten is. En wie dat aan wil vechten is erg duur uit.

Uitvechten zit er trouwens zelden in bij trollen, zo blijkt uit het onderzoek waar Ars zich op baseert. Meer dan 80% van hun zaken wordt geschikt. Ook dan vraag je je af, wat voor claims gaat het om, en welk doel dient het om dit überhaupt toe te staan in de octrooiwet.

Ik blijf er bij: in de octrooiwet moet komen te staan dat je alleen een verbod mag gaan halen bij de rechter als je zélf met een product op de markt bent. In andere gevallen heb je hooguit recht op een redelijke vergoeding.

Nee, dit lost situaties zoals Apple/Samsung niet op. Maar dát is een heel wat neteliger kwestie.

Arnoud

Deel dit artikel

  1. Volgens mij ligt het probleem niet bij de patenttrollen maar puur bij het toewijzen van patenten en dan voornamelijk op software. Een patent op bijv slide-to-unlock is compleet absurd (dubbel?) en zo zijn er nog duizenden onzinnige patenten.

    Een echt technische uitvinding moet een patent kunnen krijgen en ik zie er dan geen probleem in dat je dat patent kan verkopen aan iemand die dat kan exploiteren.

    • “Er zit veel geld in de ontwikkeling van dat soort ‘software’ ” blijft wel het feit dat het uiteindelijk niet meer dan wiskunde is en wiskunde (en natuurwetten) expliciet uitgesloten zijn van octrooien als ik mij niet vergis. Dan vraag je je af waarom die wiskunde als het in een computerprogramma gfebruikt wordt ineens wel octrooibaar zou moeten zijn?

      Het enige wat aan mp3 geen wiskunde/natuurwet is, is het psycho acoustische model. Maar daar zou je gewoon een auteursrecht op moeten krijgen, want dat is een creatief werk. (oei, opeens 70 jaar ipv 20 jaar bescherming, stomme auteursrecht termijnen) Maar het algoritme om het model toe te passen zou vrij moeten zijn.

      Dat iets geld kost om te maken is geen argument om het maar octrooibaar te maken.

      • Dat iets geld kost om te maken is geen argument om het maar octrooibaar te maken.

        Daar heb je gelijk in. Maar denk je dat mp3 en h264 zouden bestaan als het niet octrooibaar is? Je moet het voor bedrijvel wel aantrekkelijk maken te innoveren.

        Als ik morgen een algoritme uitvind dat 10% efficienter kan comprimeren dan wat er nu op de markt is en het is niet octrooibaar, dan is er voor mij ook geen motivatie om dat verder te ontwikkelen.

  2. Ik blijf er bij: in de octrooiwet moet komen te staan dat je alleen een verbod mag gaan halen bij de rechter als je zélf met een product op de markt bent. In andere gevallen heb je hooguit recht op een redelijke vergoeding.

    Ik zou daar wel bij willen toevoegen dat de uitvinder zelf het over kan dragen (omdat hij niet genoeg geld/zin heeft om het in productie te brengen) maar de regel gaat dan over naar de ontvanger.

    Voor de vervolg discussie wat is redelijk? % van het eind product, % van impact op het functioneren van het eind product. Hoe ga je om met FOSS? Hoe ……

    Aaaaarrgghhhhhhhh hulk smash 😉

  3. “In de octrooiwet moet komen te staan dat je alleen een verbod mag gaan halen bij de rechter als je zélf met een product op de markt bent. In andere gevallen heb je hooguit recht op een redelijke vergoeding.”. Zou een octrooihouder die pas 10 jaar verlening besluit zelf het product te gaan produceren zijn concurrent die het product eerder op de markt heeft gebracht niet meer kunnen tegenhouden ? Dan zouden alleen bedrijven die snel een product op de markt kunnen zetten een echt monopolie kunnen krijgen.

  4. Een oplossing is mogelijk in de vorm van deze site, gesponsord door Stack Exchange en de Amerikaanse overheid:

    http://patents.stackexchange.com/

    Het doel is om met z’n allen zogenaamde “prior art” te vinden, voor nieuwe en reeds bestaande patenten. Patent onderzoekers zullen, alvorens een patent goed te keuren, op deze site kijken. “Crowdsourcing” lijkt mij dus het beste idee.

    Patenten op user interfaces vind ik het engst. Zo is er een patent voor “tiles met informatie”, goedgekeurd in 2004. De patenthouder gaat nu achter Microsoft Surface aan. Ook heb ik een hekel aan patenten op algoritmen. Patenten op wiskundige feiten zijn niet toegestaan, maar een algoritme is immers niets anders dan wiskundige feiten in een paar stappen. Zo kwam ik erachter dat ik mogelijk een IBM-patent schaad met een eigen geschreven caching script: http://en.wikipedia.org/wiki/Adaptivereplacementcache

  5. “Op de markt brengen” is een vaag criterium. Dit valt makkelijk te ontduiken door het product aan te bieden als “wordt op bestelling geproduceerd, met betaling vooraf”, en met als prijs iets van 100 miljard euro of zo.

    Waarschijnlijk denk je aan RAND (Reasonable And Non-Discriminatory) voorwaarden. Maar dan nog: wat is reasonable? Ik vind het zelf het hele patent-concept niet reasonable: als je iets hebt, moet je dat kunnen reproduceren, verbeteren enzovoorts. Het Free Software principe, maar dan toegepast op alle materiële en immateriële producten.

    Als je denkt dat er een ander criterium bestaat voor “reasonable”, waarbij je niet het hele patent-concept omver gooit, dan hoor ik het graag.

  6. De ‘op de markt brengen’ eis gaat hem niet worden. Hoe lang heb je om het op de markt te brengen. Een lange periode lost het probleem niet op een korte periode creëert een geheel nieuw probleem.

    Een uitvinder die bijvoorbeeld op telefoon gebied een uitvinding doet, wil zijn patent verwerken in een telefoon. Dat wil de gevestigde orde ook, maar men wil niet betalen. Bij een korte termijn zullen zij eenvoudig weg de uitvinder het gebruik van hun patenten ontzeggen, waardoor hij geen telefoon op de markt kan brengen. Na verlopen van de termijn is het dank je wel voor de moeite, maar we gebruiken het lekker voor niets.

    Patenten beschermen de gevestigde orde en dat zijn nu juist vaak degenen die geen baat hebben bij een snelle ontwikkeling. Die melken liever eerst wat ze nu hebben uit. Patenten (met een termijn van 20 jaar) werken niet in een omgeveing van snelle ontwikkeling, maar remmen juist af.

    Als je dan patenten wil stem dan je termijn af aan de ontwikkelings cyclus in de sector. Dus medicijnen met jaren lange ontwikkel trajecten een lange bescherming, en electronica kort. Met de huidige ontwikkelingen lijkt 12 tot 18 maanden een redelijke termijn. En dan heb ik het niet over software patenten, het is een grove fout dat er ooit patenten op wiskunde zijn toegestaan door de wiskunde ‘software’ te noemen. Meteen afschaffen die zooi. Software boeren moeten het ‘maar’ met auteursrechten doen. (Die ook best wat korter kunnen, maar dat is hier off-topic)

  7. Ik blijf er bij: in de octrooiwet moet komen te staan dat je alleen een verbod mag gaan halen bij de rechter als je zélf met een product op de markt bent. In andere gevallen heb je hooguit recht op een redelijke vergoeding.
    Nee! Ik vind ook dat een verbod ook moet kunnen als je aantoonbaar bezig bent om een product op de markt te gaan zetten, maar dat het product nog niet op de markt is. Anders zal ik moeite krijgen om te concurreren met de andere fabrikanten die van mijn octrooi profiteren. Als ik dus met een ontwerp kom van een 3D touchscreen waarbij je dus ook in de diepte dingen kunt aanraken dan kan ik daar dus een octrooi op aanvragen. Maar om allerlei redenen kan ik dus problemen krijgen om dit apparaat ook geproduceerd te krijgen, terwijl een concurrent het octrooi leest en nabouwt en er wel in slaagt om snel met een werkend product op de markt te komen. Het zal dan voor mij lastig zijn om de onderzoekskosten die ik heb gemaakt nog terug te verdienen omdat de winst naar de concurrent gaat. En dat alleen maar omdat ik geen goede fabriek kon vinden die met mij zaken wilde doen voor de massa-productie van dit apparaat.

    Een ander belangrijk punt vind ik dat een octrooi pas mogelijk moet zijn indien er een werkend prototype is geproduceerd. Dit betekent dat je niet alleen op papier een ontwerp inlevert maar ook een model beschikbaar hebt waarmee je aantoont hoe het precies werkt. Dit maakt het vooral bij software-octrooien al lastiger omdat je dan werkende software moet kunnen tonen. Het gemis van een dergelijk prototype vind ik juist een probleem bij enkele octrooizaken want dan kun je alleen kijken naar hoe het octrooi werkt zoals het staat beschreven. En zoals je zelf al zegt, niemand die dergelijke octrooi-ontwerpen echt snapt. De vereiste van een werkend prototype zorgt er gewoon voor dat er geen vage octrooien mogelijk zijn, die op zo’n beetje van alles en nog wat toepasbaar zijn. Ten slotte moet een octrooi gaan om functioenle zaken en niet om zogenaamde “beautification”. Verfraaiingen vallen onder copyright, niet onder octrooien. Dus als twee concurrenten een witte tablet maken met paarse toetsen en een goud randje dan kunnen ze daar niet met octrooien mee gaan vechten. Dan is het eerder copyright of handelsmerken waarop het conflict zich bevindt.

      • Die heb je ook niet als je eerst een product op de markt moet brengen. Maar het aanvragen van een octrooi kun je uitstellen tot je een prototype hebt, en een prototype heb je al snel als je bezig bent een nieuwe uitvinding te ontwerpen. Een octrooi op papier is alleen maar een idee, en een idee kan iedereen bedenken. Zoals ik al aangaf, ik kan zo een 3D Touchscreen bedenken met multi-touch op 3D niveau. Door dit als octrooi vast te leggen zou niemand anders dit idee verder uit kunnen werken, terwijl ikzelf het ook niet verder uitwerk maar wacht tot iemand mijn idee wil toepassen. Door een prototype als vereiste te stellen is de drempel iets hoger.

  8. Als produceren van een product een voorwaarde wordt voor patenttrollen, dan gaat men denk ik inderdaad het minimale doen om tot een product te komen. En dan aanbieden aan de markt zonder ook maar enige marketing. Een beetje als domeinboeren die een tijdelijke website neerzetten op de aangekochte domeinen, om het niet 100% te laten lijken, dat ze puur voor de doorverkoop gaan.

    Het patentsysteem is zo goed als onrepareerbaar. Sommige bedrijven teren volledig op hun patentenportfolio. Het is een model om patenten op te kopen en later te gaan schikken. Ik neem dat bedrijven niet kwalijk. De markt was er gewoon naar.

    Produceren van een product en op de markt brengen is wel een goede voorwaarde voor “toekomst” patenten. Ik zou bijvoorbeeld een patent kunnen aanvragen op de opvouwbare mobiele telefoon. Zodra vouwbare schermen op de markt komen, ben ik er dan als eerste bij. Dat gaat mij wel ver. Zie ook dit Yahoo patent voor virtual reality glasses, waarbij men allemaal nevenfuncties definieerd, zoals Virtual Reality World of Warcraft en meer. Dit is in feite gewoon het patenteren van augmented reality. (Frappant: Zie het Apple logo op het “prototype”)

    http://appft.uspto.gov/netacgi/nph-Parser?Sect1=PTO2&Sect2=HITOFF&u=%2Fnetahtml%2FPTO%2Fsearch-adv.html&r=1&p=1&f=G&l=50&d=PG01&S1=20100103075.PGNR.&OS=dn/20100103075&RS=DN/20100103075

    Dit lijkt mij een voorbeeld van een patent dat niet mag worden gegeven, mits de markt er ook klaar voor is. Je zal zien dat Google over 10 jaar tegen dit patent gaat aanlopen, als iedereen, naast een tablet, ook een virtuele bril heeft.

  9. Mijn probleem bij dergelijke stukjes is dat de indruk is dat dit (ook) een probleem van het Nederlands octrooirecht is. Terwijl het vrijwel altijd gaat over Amerikaanse software octrooien of business methods. Er worden ook geen stukjes geschreven over “Democratisch systeem werkt niet” op basis van, zeg, Rusland, of het Amerikaanse districten kiesstelsel.

    Ik ken geen Nederlandse zaak waarin een trol succesvol is, maar hou me aanbevolen.

    Verder zouden ze op de A publicaties (de aanvragen) wat groter kunnen zetten dat het geen verleend octrooi is. Zie @Sander Naamgeboren. Maar A publicaties werken vaak genoeg om mensen aan het schrikken te maken. Zeker omdat ze als eerste in Espacenet verschijnen.

    • Nee, in Nederland is dit nauwelijks een probleem. Bij ons is octrooi aanvragen niet echt populair, en uitoefenen al helemaal niet. Bovendien is onze rechtspraak snel en efficiënt, en moet de verliezer de werkelijke kosten dragen. Een Amerikaanse trol speculeert op de te lange onzekerheid in het US systeem, waar ook nog eens de winnende “inbreukmaker” met miljoenen aan advocaatkosten blijft zitten.

      Maar het US patentsysteem is ook voor ons een probleem: zet maar een internationale site op of stop je app in een Amerikaanse appstore, en zie wat voor claims je riskeert.

  10. Misschien een idee dat een octrooi altijd via FRAND gelicenseerd te worden en geen uitzondering. Als er overdracht van het octrooi wordt gedaan dan wordt de tijdsduur ingekort met 95%. Met deze twee maatregelen kan je wel octrooien naar een patenttrollen verkopen maar door het in korte van tijdsduur is het niet interessant om het te doen, ook dat alles onder FRAND voorwaarde dient te gebeuren kunnen ze minder verdienen.

      • Ik neem aan dat je bedoelt op het feit wat is redelijk. Dit kan je op een aantal manieren oplossen ten eerste wat zo wie zo gedaan dient te worden alle afspraken tussen bedrijven zijn openbaar verbergen van FRAND afspraken zijn verboden. De tweede wat ik zou doen is dat R&D kosten door gegeven dient te worden aan het bedrijf waarmee de onderhandeling wordt gestart, deze mag wel onder geheim houding gezet te worden, dit zorgt ervoor dat de partijen kunnen zien wat er redelijk is. Als derde een arbitrage regeling die alleen maar FRAND zaken behandeld hun oordeel staat gelijk aan een rechter dus je heb de zelfde opties om bezwaar te maken als in een rechtszaak en ook om in hoger beroep te gaan, de arbitrage commissie bestaat uit 3 man die indien noodzakelijk een bedrag vast stellen als de partijen er niet uitkomen. Je kan er ook voor kiezen dat men de omzet van het geen waar FRAND opstaat door gegeven dient te worden en dat je bijvoorbeeld altijd 0,5% betaald over de verkoop van het product.

  11. Tja, ik zou het liefst het hele patentsysteem willen opblazen. Zo schadelijk is het voor innovatie en vooruitgang. Misschien een aardige benadering: we privatiseren het octrooibureau (en geven dan ook gelijk een vergunning voor een aantal concurrerende octrooibureaus, zodat we wat “marktwerking” kunnen introduceren.) Daarnaast voeren we productaansprakelijkheid in voor uitgedeelde octrooien: blijken ze onterecht verleend, dan dient het octrooibureau de daardoor ontstane maatschappelijke schade te vergoeden. We stellen als eis voor de vergunning dat het octrooibureau voldoende buffer heeft om deze schade ook echt te kunnen vergoeden. Dit alles moeten ze natuurlijk terugverdienen via de “leges”, dat is, tarieven voor het verlenen van het octrooi, die hierdoor zo hoog oplopen dat niemand ze meer wil hebben. Gaat een octrooibureau failliet, dan vervallen daarbij ook de door hen verleende octrooien… Voor de voorgestelde Europese octrooien moeten we ook vasthouden aan de eis dat deze in alle in de EU gebruikte talen beschikbaar zijn (dat is inclusief Fries en Opper-Sorbisch), en dat elke vertaalde versie gelijke rechtskracht heeft… Nog een manier om de kosten op te jagen.

    • Geniaal idee: maak patenten gewoon onredelijk duur. Dan voldoe je (waarschijnlijk?) aan internationale verdragen omtrent het hebben van een patentsysteem, maar heb je het in de praktijk toch afgeschaft.

      Probleem: waar laat je het geld? Als je de staatskas er mee spekt, dan krijgt de overheid een perverse prikkel om het patentsysteem in stand te houden (net zoals met bijv. heffingen op sigaretten).

      • Ik stel niet voor ze onredelijk duur te maken, maar het principe “de vervuiler betaald” bij patenten te hanteren, en in het onderhavige geval is het patentbureau (inderdaad met name het Amerikaanse patentbureau) de partij die de schade veroorzaakt door een ondeugdelijk product op de markt te brengen, en dus moet dokken. Helaas kan dat nu niet…

        Het idee is dan ook dat niemand meer die markt op durft te gaan, omdat de schade in de miljarden kan lopen, en die gewoon niet te verzekeren is. Effectief gaat het patentbureau dan failliet. We voldoen prachtig aan de internationale verplichtingen, er is een patentsysteem, maar niemand durft ze meer uit te delen.

        De verplichting tot vertalen is gewoon een kwestie van fairness. Je wordt geacht de wet te kennen, en patenten zijn daar gewoon een soort uitbreiding op, maar dan moeten die wel redelijkerwijs in jouw taal kenbaar zijn. De ene taal boven de andere voortrekken is discriminatie, en ook in strijd met verschillende internationale verdragen. Dat het wollige taalgebruik in patenten vaak niet te vertalen is zonder een geheel andere interpretatie mogelijk te maken is een extra reden om vertalingen te eisen, en gelijkwaardig te verklaren.

  12. Patent Trolls met ongeldige octrooien effectief aanpakken

    Wat is een patent troll? Een patent troll of NPE (Non-Practising Entity) is een octrooihouder van geldige en/of ongeldige octrooien, die niet zelf producten maakt maar zijn octrooien te gelde maakt door het verlenen van octrooilicenties aan derden. Deze octrooihouder heeft een slechte naam omdat deze de licentieonderhandelingen begint met een dagvaarding van de potentiële licentienemer voor octrooi-inbreuk. Het adagium ‘sue first, talk later’ staat bij deze octrooihouder hoog in het vaandel. Juridisch is hier niets mis mee, want men hoeft zelf het octrooi niet uit te voeren (d.w.z. het geoctrooieerde proces uitvoeren en/of de geoctrooieerde producten maken) om een vermeende inbreukmaker voor octrooi-inbreuk te dagvaarden voor de rechter. Maar vriendelijk is de opstelling van deze octrooihouder allerminst. Toch is er ook iets positiefs te melden. Waar in het verleden het erg moeilijk was om een prijskaartje aan octrooien te verbinden, hebben de patent trolls ervoor gezorgd, dat er wel een prijskaartje aan octrooien kan worden gehangen. Tevens hebben deze entrepreneurs het stoffige en ivoren-toren-imago van de octrooiwereld doen verdwijnen. Octrooien doen er nu meer toe dan ooit. Een octrooi vertegenwoordigt een op geld waardeerbare waarde net zoals dat geldt voor een beursaandeel of een gebouw. Een bedrijf kan zich tegen een inbreukactie van een octrooihouder verweren door aan te tonen dat er geen sprake is van inbreuk. In veel gevallen is het effectiever om in rechte te laten vaststellen, dat het octrooi nietig is wegens gebrek aan nieuwheid en/of inventiviteit. Een gedegen nieuwheidsonderzoek door ervaren patent analysts levert meestal voldoende publicaties op, die het bewuste octrooi anticiperen. Het octrooi kan dan geacht worden nietig ofwel ongeldig te zijn. Op een ongeldig octrooi kan geen inbreuk worden gemaakt. De (verstandige) octrooihouder zal dan in de regel afzien van een inbreukactie.

    Aanbevelingen Om onterechte octrooi-inbreukacties van octrooihouders met ongeldige octrooien (b.v. van patent trolls) zo veel mogelijk in te dammen, zijn de volgende maatregelen m.i. van belang. De rechterlijke macht dient zich daar in het belang van het rechtvaardig oordelen inzake octrooiprocedures vooral rekenschap van te geven.

    1.    Als een van de voorwaarden van ontvankelijkheid van een dagvaarding betreffende         octrooi-inbreuk, dient de octrooihouder een nieuwheidsrapport (opgesteld door een examiner van het European Patent Office) te overleggen. Daaruit valt op te maken of het octrooi als geldig of ongeldig kan worden beschouwd. Een octrooigemachtigde kan vervolgens een heldere opinie betreffende de geldigheid van het octrooi formuleren.
      
          2.         De in het ongelijk gestelde partij dient de volledige proceskosten van de in het gelijk gestelde partij te vergoeden. Een in het gelijk gestelde partij, die de nietigheid van een octrooi in rechte inroept en die nietigheid met anticiperende publicaties aantoont, mag niet de dupe worden van het wegen door de rechters van de hoogte van proceskosten van partijen. Dus ook als de proceskosten van de gedagvaarde partij aanmerkelijk hoger uitkomen dan die van de octrooihouder, zal de rechter de volledige proceskostenvergoeding – als die kosten deugdelijk onderbouwd zijn met tijdschrijfstaten – van de in het gelijkstelde partij dienen toe te wijzen. Dit is niet meer dan rechtvaardig tegenover de ten onrechte van inbreuk beschuldigde en gedagvaarde partij.
      
    2.    Omdat het in octrooizaken draait om ‘technical features’ (technische details) is het aan te bevelen, dat octrooirechters en octrooiadvocaten een (post)academische technische opleiding hebben genoten. Die opleiding kan worden gegeven door octrooigemachtigden. Zij zijn de octrooi-juristen, die zowel een academische opleiding in de technisch wetenschappen als een zware juridische opleiding in het recht van de intellectuele eigendom met nadruk op het octrooirecht hebben voltooid. In de praktijk formuleren de octrooigemachtigden de octrooi-juridische argumenten,  waarin de zorgvuldige bespreking van de technische details bepalend is voor het   goede begrip van de rechter voor wat de in het octrooi beschreven technologie betreft in relatie tot de puur octrooi-juridische argumenten. Als Nederlandse European   Patent Attorneys op het tableau van de Orde van Advocaten worden toegelaten, kunnen de proceskosten (som van honoraria van advocaat en  octrooigemachtigde) gehalveerd worden. Het middelgroot en klein bedrijf zal dan dus eerder octrooiprocedures kunnen bekostigen. Nu zijn octrooiprocessen  onnodig kostbaar omdat octrooigemachtigden niet zonder inschakeling van een advocaat cliënten in octrooi-bodemprocedures en –hogerberoepsprocedures mogen vertegenwoordigen.
      
    3.    European Patent Attorneys aanstellen als octrooirechter om ervoor te kunnen zorgen, dat feiten, octrooi-juridische en octrooi-technische aspecten van een octrooi-inbreukzaak adequaat en binnen een redelijke termijn kunnen worden onderzocht. Dat octrooiproceskosten zo hoog oplopen en octrooiprocedures voor de gerechten zo lang duren komt omdat advocaten en rechters eerst de technologie moeten bestuderen om die te kunnen begrijpen, alvorens tot een gedegen octrooirechtelijke opinie dan wel oordeel te kunnen komen. In die studie gaan vele uren zitten als rechters en advocaten zonder opleiding in de technische wetenschappen voor die taak zijn gesteld. Voor bijna alle Nederlands octrooirechters en octrooiadvocaten geldt dat zij geen academische vooropleiding in de technische wetenschappen of wis- en natuurkunde wetenschappen hebben genoten.
      
          Conclusie
      
          Een octrooi vervult nog steeds de rol van een innovatiebevorderend instrument. Uitvinders, klein en groot, zullen meer gemotiveerd zijn om te blijven uitvinden en innoveren als zij erop kunnen vertrouwen dat hun arbeid beloond zal worden door een langjarige monopoliepositie in de vorm van een octrooi. Zij willen hun octrooi commercieel exploiteren. Patent trolls, die octrooien ‘opkopen’ van die octrooihouder-uitvinders verschaffen die uitvinders een inkomen. Of de patent trolls met hun aangekochte octrooien succes zullen hebben in het afsluiten van licentieovereenkomsten hangt af van de kwaliteit van die octrooien. Patent trolls lopen het risico zaken te verliezen omdat in rechte komt vast te staan dat hun octrooien nietig blijken te zijn wegens gebrek aan nieuwheid of inventiviteit. Als rechters dan de patent troll veroordelen in betaling aan de gedaagde (zogenaamde inbreukmaker) van zijn volledige proceskosten, zal de patent troll wel twee keer nadenken alvorens een inbreukactie te beginnen.
      
          Het zal duidelijk zijn, dat ik het met het betoog van Olaf van Haperen  (http://925.nl/archief/2012/11/21/patent-trolls-legale-chantage) niet eens ben. Het van rechtswege laten ‘vrijvallen’ van een octrooi omdat het vijf jaar lang niet is gebruikt is net zo onverstandig en onredelijk als het door een verzekeringsmaatschappij stopzetten van  een opstalverzekering omdat gedurende vijf jaar na afsluiting van de verzekering het huis niet door brand verloren is gegaan.
      

    Ook ben ik het niet eens met de volgende suggestie van Arnoud Engelfriet, als duidelijk gemaakt in mijn bovenstaande blog: “in de octrooiwet moet komen te staan dat je alleen een verbod mag gaan halen bij de rechter als je zélf met een product op de markt bent. In andere gevallen heb je hooguit recht op een redelijke vergoeding.”

            Den Haag, 27 november 2012
            Jowi Burger
            Octrooigemachtigde en European Patent Attorney
            http://jowi-ips.blogspot.nl/
            Jowi IPS Intellectual Property Services
    
    • Je punten 1 en 2 zijn al deel van het recht; een Europees octrooi komt altijd met NHR en bij een zaak opbasis van een NL octrooi moet er een NHR overlegd worden. En het fundamentele probleem los je met 3 en 4 ook niet op: het gaat er juist om dat we een eind willen maken aan de praktijk dat iemand geld kan vragen voor een geoctrooieerde vinding zonder zelf iets bij te dragen (behalve een volgepakt met jargon stuk octrooischrift dat niemand leest behalve andere octrooigemachtigden, het sprookje dat de figuurbeschrijving de vakman daadwerkelijk helpt mag bij Grimm).

      Jaren geleden hoorde ik eens de uitspraak dat “patents allow you to build toll booths where others will build roads”. En dat is precies het probleem. Als je een wég aanlegt is het prima dat je daar tol gaat heffen. Dan draag je iets bij. Alleen een tolhuisje bouwen (een brede, vage claim met een generieke figuurbeschrijving) is geen maatschappelijke bijdrage en behoort niet gesteund te worden door het systeem.

      Dit nog even afgezien van het probleem dat octrooien ook nieuwe en inventieve uitvoeringsvormen dekken van hetgeen in het octrooi staat. Ik kan met een voldoende breed geschreven claim op een systeem van vandaag geld gaan heffen op het systeem van over tien jaar, hoewel dat geen enkele gelijkenis hoeft te vertonen met de embodiments die ik beschrijf.

      En als laatste loopt het octrooisysteem in de IT vast op het feit dat er zo véél van elkaar afhankelijke technologieën zijn. Een medicijn is nog wel als één stofje te beschrijven, een mechanische uitvinding is met een fundamenteel ander alternatief te omzeilen maar in de IT heb je 600 patenten nodig voor de gemiddelde televisie. Je kúnt niet handelen als je toestemming nodig hebt van 600 mensen die alleen hun eigen belang hoeven te dienen.

  13. Amice,

    Met jouw morele argument kan ik sympathie hebben. Echter een octrooi is geldig of ongeldig. Het is aan de rechter om daar uiteindelijk uitsluitsel over te geven. Patent trolls, die met ongeldige octrooien wapperen, dienen te worden gewezen op de ongeldigheid. Een eenvoudige novelty search levert meestal al voldoende munitie op om ze te ontmoedigen een inbreukactie voort te zetten of te beginnen. Doen ze dat toch dan zal er een search report moeten worden overlegd. En eentje opgemaakt door het European Patent Office. Dat daarin al is voorzien, weten wij octrooigemachtigden en octrooiadvocaten, maar het bedrijfsleven, dat met de acties van patent trolls te maken krijgen, is daarvan meestal niet op de hoogte. Vooral het midden en klein bedrijf laat zich dan makkelijk intimideren of verkeerd voorlichten door die patent trolls als zij zich niet laten adviseren door octrooigemachtigden. Ik zie meer in het bestrijden van onterechte inbreukacties van patent trolls met octrooijuridische argumenten en niet met het argument dat zij hun octrooien handhaven, te gelde maken, zo je wilt, terwijl ze zelf niet het geoctrooieerde proces uitvoeren of de geoctrooieerde producten maken. Of het gaat om een vermoedelijk geldig octrooi zal uit het search report moeten blijken. Dan is een licentieonderhandeling een gebruikelijke en verstandige vorm om het octrooiconflict op te lossen. Fundamenteel is er niets verkeerd aan als een octrooihouder zijn octrooi te gelde maakt door het verlenen van royaltydragende licenties aan derden ook al is hij niet zelf een producent. Mijn insteek is zoeken naar een oplossing voor de hoog oplopende proceskosten (honoraria van octrooigemachtigde en octrooiadvocaat). Octooigemachtigden toelaten op het tableau van de Orde van Advocaten, zou een halvering van die kosten tot gevolg kunnen hebben.

    Vriendelijke Groet / Kind Regards Jowi Burger -edit Arnoud: je e-mailhandtekening met vertrouwelijkheidsclaim geschrapt, dit is een blog en geen e-mail-

    • Fundamenteel is er niets verkeerd aan als een octrooihouder zijn octrooi te gelde maakt door het verlenen van royaltydragende licenties aan derden ook al is hij niet zelf een producent.

      Daar verschillen we dan fundamenteel van mening. Je voegt als octrooihouder niets toe aan de maatschappij door enkel een octrooi te gelde te maken middels licenties. In ieder geval niet binnen de huidige implementatie van het octrooisysteem, waar het octrooischrift nauwelijks bruikbaar is voor de vakman. Ik ben het voor een deel met je eens dat het probleem ook zit in de kosten en tijdverspilling van een rechtszaak. Hadden we binnen een week een uitspraak van een octrooirechter dan zouden trollen niet kunnen bestaan.

  14. Je voegt als octrooihouder niets toe aan de maatschappij door enkel een octrooi te gelde te maken middels licenties
    Het is niet het enkel het octrooi te geld maken wat je doet maar het is vooral het openbaar maken van je vinding. Het ten gelde maken van je octrooi is daarvoor een mogelijk beloning (voortvloeiend uit je exclusiviteitsrecht)

  15. Waar patenten eerst olie waren, zijn zij nu tot sludge verworden. Het komt piepend en krakend tot stilstand en er zullen alleen nog maar grote producenten over blijven. Bovendien maken patenten produkten onnodig duur. Kijk maar naar de farmaceuten of naar de mobiele apparaten, waar tig licenties op betaald moeten worden. Maar ook al die rechtzakken kosten bakken geld, die ergens vandaan moeten komen. De ‘grote jongens’ ruilen licenties, dus die cashen volop.

    Om het allemaal weer werkbaar te maken zou er een aantal maatregelen moeten worden getroffen: -de duur van patenten drastisch beperken -de reële schade moet door de patenthouder aangetoond worden -software niet patenteerbaar maken, uitsluitend hardware en dan ook nog beperkt.

    Als de huidige patentenstrijd 40 jaar geleden had gewoed, hadden we nu niet de technologieën gehad waar we veel plezier aan beleven.

Laat een reactie achter

Handige HTML: <a href=""> voor hyperlinks, <blockquote> om te citeren en <em> en <strong> voor italics en vet.

(verplicht)

Volg de reacties per RSS