Waarom mogen wij geen archiefdocumenten op onze genealogie-website publiceren?

| AE 12207 | Intellectuele rechten | 5 reacties

Een lezer vroeg me:

Wij zijn een kleine genealogie-vereniging die de geschiedenis van mensen uit onze streek wil vastleggen. Van elk brondocument vragen wij van de aanleverende leden toestemming voor naamsvermelding, bron en eventuele eisen van de bronsite. Nu kan één lid met de volgende tekst die hij te horen had gekregen in Rotterdam:
U mag, na vragen van toestemming, met een digitale camera opnamen maken van archiefstukken. Digitale opnamen zijn uitsluitend toegestaan voor eigen gebruik. Publicatie in welke vorm dan ook is pas toegestaan na toestemming van Archief Rotterdam en/of de auteursrechthebbende van de betreffende stukken. Een goede bronvermelding is verplicht.
Dit doet raar aan. Het gaat toch om openbare stukken? Waarom is toestemming nodig?
Op archiefstukken kunnen auteursrechten rusten, denk aan brieven, manuscripten of tekeningen/foto’s. Dergelijke stukken mag u niet publiceren zonder toestemming van de maker daarvan, tenzij die al meer dan 70 jaar overleden is. (Tijdstip van opname in archief of publicatie brondocument is niet relevant.)

Het maakt niet uit dat bijvoorbeeld een foto legaal in een archief zit, dan nog blijven auteursrechten van kracht en mag u geen kopie daarvan op uw website opnemen.

Het doet raar aan dat het Archief zelf toestemming wil geven, zij hebben geen rechten. In theorie kan het: men kan als huisregel voor bezoekers alles eisen dat men wil. Zo zegt de NS (Prorail) dat je op het station niet mag fotograferen als professional, denk aan bruidsfotografie. Die regel mogen zij stellen omdat de stations hun eigendom zijn, ook al vinden wij de stations openbare ruimte.

Mogelijk is de “toestemming archief” situatie voor kwetsbare documenten? Denk aan flitsen dat originele kan beschadigen, of documenten die bij nader inzien privacygevoelig zijn. Het archief kan dan op dat moment een snelle check doen en dan weigeren vanuit privacyzorgen.

Arnoud

Rijk worden van schadeclaims lijkt me niet de bedoeling, ook niet voor fotojournalisten

| AE 12149 | Intellectuele rechten | 88 reacties

Zonder toestemming overnemen op sociale media van professioneel gemaakte beelden is diefstal. Zo, met die fijngevoelige opening start NVJ-secretaris Thomas Bruning zijn betoog dat het een schande is dat rechters tegenwoordig maar zo weinig geld toewijzen bij foto-auteursrechtinbreuk. Rechters zijn steeds kritischer, bovendien krijg je je proceskosten niet meer vergoed én de grote techbedrijven zijn nergens aansprakelijk voor te houden terwijl die er eigenlijk het meest van profiteren. Men stuurde een brandbrief naar de minister van Justitie met diezelfde strekking. (En mijn gevoel is dan ook dat het er vooral om gaat die techbedrijven, die toch al aardig onder vuur liggen, nog eens wat extra te kunnen aanpakken.)

Wie deze blog wat langer leest, weet dat ik me behoorlijk kwaad kan maken om rechters die juist ongemotiveerd enorme bedragen toewijzen bij wat ik een kleine inbreuk noem. Dat leidde tot een onderzoeksartikel in 2012 en een vervolg in 2015, waarin ik grofweg twee stromingen in de rechtspraak onderscheid. De ene vindt dat inbreuk niet moet kunnen, en ziet het toewijzen van hoge schadeclaims als de manier om dit te bestrijden. De andere ziet een hoge schadeclaim als overvragen – als jij normaal 50 euro vraagt voor je foto, dan kun je niet nu 3500 vragen omdat het gaat om inbreuk en er maar eens een voorbeeld gesteld moet worden.

De laatste jaren zie je inderdaad dat rechters wat vaker richting dat laatste standpunt gaan. Formeel juridisch klopt dat: de schade is de gemiste inkomsten uit licenties, daar allerlei opslagen en verdriedubbelaars bij doen is gewoon niet hoe het werkt in het schadevergoedingsrecht. Ook niet als je al héél vaak door inbreuken getroffen bent. In de analogie: dat er elke dag jongetjes in je voortuin lopen om hun voetbal op te halen, betekent niet dat je vandaag een bal lek mag steken omdat je er eindelijk eentje te pakken hebt.

De NVJ ziet dit iets anders:

Iedereen die publiceert op digitale kanalen dient zich ervan bewust te zijn dat professioneel beeld waarde vertegenwoordigt en dat ongevraagd hergebruik feitelijk diefstal betreft. Omdat de ‘pakkans’ op het wereldwijde web bij dit soort hergebruik klein is, zou er van de straffen hiervoor een stevige preventieve werking moeten uitgaan.
Het is natuurlijk waar dat straffen ook een preventieve werking moeten hebben. Als ik zie wat een ander voor straf krijgt, dan zal ik zelf ook minder snel geneigd zijn het te doen. Alleen, straffen worden uitgedeeld onder het strafrecht – en dit soort claims zijn burgerlijk recht, schadevergoedingsrecht.

Het NVJ pleit echter niet voor harder politie-optreden bij online inbreuk (en de politie & het OM gaan dat ook echt niet doen). Ik begrijp uit de brief dat men eerder zou willen dat men zélf mensen mag straffen, door zelf eens driemaal of viermaal de geleden schade te gaan claimen én graag de volledige advocaatkosten vergoed krijgen. Dus inderdaad, waar men een foto voor 75 euro verkoopt dan mag er nu 8000 euro worden afgetikt. Moet je maar niet stelen. Maar hoezo mag de fotograaf dat geld dan in eigen zak steken, sinds wanneer gaan boetes naar het slachtoffer?

Maar goed, ik denk dat de NVJ ook wel weet dat die trend van dalende schadevergoedingen niet te keren is. Het lijkt vooral een opmaat om de grote techbedrijven op de korrel te kunnen nemen:

Ons pleidooi is dan ook helder: maak socialemediabedrijven altijd (financieel) verantwoordelijk voor de publicatie van tekst en beeld, dat zonder toestemming is gepubliceerd op hun platformen en herintroduceer een vergoeding bij auteursrechtschendingen, die recht doet aan de werkelijk geleden schade.
Hiervoor wil men aanhaken bij de Richtlijn auteursrechten uit 2019 die nu in de wet verwerkt moet worden, het gewraakte artikel 17 dus. Bij iedere geuploade of overgenomen foto moet er dus meteen afgerekend worden. Dat is niet helemaal hoe de Richtlijn werkt: die bevat weliswaar de regel dat men aansprakelijk kan zijn als platform, maar kort gezegd pas nadat blijkt dat er te weinig is gedaan om de inbreuk te voorkomen. Voor strengere Nederlandse regels lijkt mij geen ruimte te zijn.

Dat gezegd hebbende, leuke opsteker dat de tendens anno 2020 dus écht lijkt te zijn dat rechters het aansprakelijkheidsrecht toepassen volgens het boekje.

Arnoud

 

Zit het auteursrecht in de weg als je iemands theorie wilt uitleggen in je cursus?

| AE 12081 | Intellectuele rechten | 9 reacties

Een lezer vroeg me:

Ik ontwikkel cursussen die ik commercieel als e-learning verkoop. Daarin leer ik mensen over bijvoorbeeld de piramide van Maslow, maar ik moet dan natuurlijk de nodige tekst en visuals overnemen uit de bron(nen) die ik gebruik. Loop ik dan tegen auteursrechten aan en maakt het uit dat ik de cursussen verkoop?

Citaatrecht geldt ook bij commerciële publicaties zoals cursussen. Er is dus in principe geen probleem, want als je in een cursus wilt uitleggen hoe een theorie, model of iets dergelijks in elkaar zit dan kan dat binnen het citaatrecht. Je moet dan niet meer dan nodig overnemen uit de bron, en je moet de bron noemen natuurlijk.

Dat “niet meer dan nodig” betekent concreet vooral dat je zo veel mogelijk je eigen woorden gebruikt, en alleen een stukje tekst of afbeelding als je echt niet anders kan. Bijvoorbeeld de kernzin van wat iemands theorie inhoudt, de autoritaire formulering waar je niet omheen kunt of een superduidelijk stukje dat je niet kunt missen.

Eigenlijk is auteursrecht ongeveer hetzelfde als wetenschappelijk citeren. Ook daar leen je soms werk van anderen, maar door de bron te noemen en te erkennen is dat verder geen probleem. Ik vind deze uitleg van de RUG een mooie samenvatting van hoe je citeert en vooral wanneer je parafraseert in plaats van te citeren. Zeker bij figuren en andere visuals zou ik altijd zeggen: maak je eigen. Niet alleen verminder je dan de auteursrechtelijke problemen, het staat ook gewoon mooier want je kunt het in jouw huisstijl doen en de nadruk leggen waar jij die nodig hebt.

Bij sommige methodes en protocollen kun je tegen merkrechten aanlopen. In de hoek van de zelfhulpmethodes zijn nogal wat namen als merk vastgelegd, en als jij die methode dan gaat uitleggen onder het noemen van die naam, dan kun je daar tegenaan lopen. Het kan wel, zolang je maar duidelijk aangeeft dat jij die methode uitlegt en dat die als merk bekend staat. Ga je zelf “onafhankelijke cursussen” in dat gedachtengoed aanbieden, dan kun je de merknaam niet noemen.

Arnoud

Wanneer kan een gewoon woord een merknaam zijn?

| AE 12049 | Intellectuele rechten | 10 reacties

Reiswebsite Booking.com mag haar bedrijfsnaam als merk vastleggen in de VS, las ik bij Ars Technica. De Supreme Court bepaalde dat hoewel de term ‘booking’ in het Engels natuurlijk vrij generiek is, de toevoeging van ‘.com’ het tot een unieke naam maakte. Hoewel mensen inderdaad “a booking” zouden maken bij een willekeurige dienstverlener, zou niemand… Lees verder

Waarom gebruiken SaaS-bouwers niet vaker open source als framework?

| AE 12035 | Intellectuele rechten | 6 reacties

Recent blogde ik over SaaS maatwerk en standaarwerk. Daarbij miste nog een invalshoek: Persoonlijk tracht ik e.e.a. altijd zo te regelen dat zowel de klant als ik (ontwikkelaar) beiden eigenaar zijn van het auteursrecht. Gedeeld eigenaarschap onder bijvoorbeeld de GPL licentie. Het staat mijn klant dan vrij om te doen wat ze willen met de… Lees verder

Wat kun je juridisch doen als je zingen wordt gedeepfaked?

| AE 12027 | Intellectuele rechten, Uitingsvrijheid | 25 reacties

Rapper Jay-Z is een rechtszaak begonnen over muziek-deepfakes met zijn stem, las ik bij Pitchfork. Met deepfakes bedoelen we door machine learning gegenereerde werken die lijken op echte werken. Meestal in de context van video, maar het kan ook met audio. Daardoor ontstaan haast niet van echt te onderscheiden muziekwerken in dit geval, waarbij je… Lees verder

Waarom willen klanten van SaaS-maatwerk toch altijd het IE hebben?

| AE 11999 | Intellectuele rechten | 19 reacties

Een lezer vroeg me: Ik ontwikkel SaaS-oplossingen op maat, op basis van mijn eigen basisapplicatie. Elke keer weer krijg ik discussie met de klant (meestal zijn advocaat, trouwens) dat ze het IE van het maatwerk willen hebben. Als ik dan zeg dat ze daar niets aan hebben, omdat ik de basisapplicatie in beheer heb, dan… Lees verder

Embedden van Instagram-foto’s is in Europa legaal, ongeacht wat dat bedrijf beweert

| AE 12001 | Intellectuele rechten | 35 reacties

Instagram zegt dat foto’s die via een embed op sites worden geplaatst niet automatisch voldoen aan het auteursrecht. Dat meldde Tweakers afgelopen weekend. De embed-api valt niet onder de sublicenties die het bedrijf afgeeft voor het rechtmatig delen van foto’s, aldus moederbedrijf Facebook. Dat gaf enige consternatie want hele hordes mensen gebruiken die embedfunctie om… Lees verder

Anno 2020 denken mensen nog steeds dat open source juridisch riskant is

| AE 11972 | Intellectuele rechten | 16 reacties

Via Bert Boerland op Twitter las ik: Bijzonder lachwekkend (tot tranen toe!) stukje over #opensource (#cms-en) en licenses. Microsoft deed dit truukje (“Fear, Uncertainty and Doubt) zo’n 10 jaar geleden nog, maar is op het rechte pad. Lang geleden dat ik zo’n tenenkrommend stuk over proprietary vs OSS stuk las Het gaat om dit artikel… Lees verder