Hoe groot mag een beeldcitaat anno 2018 zijn?

| AE 10969 | Intellectuele rechten | 8 reacties

Een lezer vroeg me:

Bij een nieuw project wil ik afbeeldingen en stukjes tekst van andere websites gebruiken. Ik wil dat graag netjes als citaat doen, maar klopt het echt dat je anno 2018 nog steeds aan die grens van 194×145 pixels zit? Dat is toch vandaag de dag te bizar voor woorden, dat is kleiner dan zelfs een Facebook-thumbnail!

Volgens de Auteurswet mag je inderdaad afbeeldingen of tekst van een ander overnemen binnen de grenzen van het citaatrecht. Denk aan het tonen van een screenshot bij een bespreking van een website, of een stukje tekst met een “lees meer bij” link bij wijze van aankondiging wat je bij die bron kunt gaan lezen. Of het overnemen van teksten om daarop te kunnen reageren.

Het citaatrecht geldt ook voor beeld. Je mag dus ook een foto of zelfs bewegend beeld overnemen zonder toestemming (maar met bronvermelding) wanneer je dat binnen de grenzen van het citaatrecht kunt rechtvaardigen. Belangrijkste daarbij is de inhoudelijke reden, waarom neem je dat beeld over? Bespreken van het beeld is een evidente reden, maar ook aankondigen of bespreken van iets dat direct aan het beeld gerelateerd is, is een reden. Dat screenshot van de website bijvoorbeeld illustreert de website die je gaat behandelen. Dat mag.

De eis is wel dat je niet meer dan nodig mag overnemen. En dat is waar die 194×145 een rol speelt: dat is in 2007 ooit goedgekeurd als “nodig” voor een huizenzoekmachine. Die liet op Funda te koop staande huizen zien inclusief een overgenomen afbeelding van dat formaat. De rechter vond het een geldig beroep op citaatrecht om die foto te laten zien, want zo krijg je snel een indruk van het te koop staande huis en kun je beslissen naar de bron te gaan. Dat is dan aankondigen van de bron.

Die 194×145 was echter nooit bedoeld als algemene grens. De rechter wilde alleen bevestigen dat de gekozen omvang van het thumbnailtje in orde was, en noemde daarom letterlijk de omvang van de duimnagel. Maar de wet blijft functioneel: niet meer dan nodig voor het beoogde gebruik.

Als je dus zegt, anno 2018 is het echt nodig om een huizenfoto van 640×480 te tonen anders lukt het niet, dan is een beeldcitaat van 640×480 dus legaal. Meen je dat bij jouw doelgroep een fullscreen-afbeelding van 1920×1080 pixels nodig is, dan kun je dat inzetten. Natuurlijk heb je wel een héél stevig verhaal nodig waarom dat dan nodig is, want de wederpartij zal erop wijzen dat er genoeg sites zijn met 200×200 pixel thumbnails zodat dat dus kennelijk de norm is. Zelf zou ik geen argument weten om boven de zeg 640×480 pixels uit te komen.

Arnoud

Een domeinnaamhouder kan worden aangesproken op gedrag van de website-eigenaar

| AE 10942 | Intellectuele rechten | 42 reacties

Het is uitzonderlijk, maar het kan: als domeinnaamhouder aansprakelijk gesteld worden voor wat de gebruiker van je domeinnaam doet. Dat maak ik op uit een recent vonnis van de rechtbank Midden-Nederland. Zoals eigenlijk altijd in het recht is niets absoluut, ook niet de regel dat je als domeinnaamhouder geen bemoeienis en dus geen aansprakelijkheid hebt met wat de beheerder van de daaraan gekoppelde site vervolgens doet. Alles hangt af van de omstandigheden van het geval – een ergerlijke omschrijving, maar wel eentje waar we het mee moeten doen.

De eisers in deze zaak waren ondernemers, die op een website achter een specifieke domeinnaam ineens artikelen lazen waarin zij in verband werden gebracht met ernstige misdrijven, waaronder moord. In de artikelen stonden hun namen en adressen en hun onderneming en er werden foto’s van ze getoond. Als je zoiets gebeurt, dan is het logisch dat je allereerst kijkt op de site zelf – maar daar stonden geen duidelijke contactgegevens.

Contactgegevens vind je vaak wel bij de domeinnaam, omdat daar een openbaar register van is waar dat in staat. In dit geval ging het om een .nl domeinnaam, zodat men via het SIDN register uitkwam bij de gedaagde partij. Die verweerde zich met het argument dat hij niet aansprakelijk is, omdat hij de inhoud niet zelf had geplaatst en niet aansprakelijk gehouden kan worden voor wat zijn klanten (de domeinnaam-huurder in dit geval) doen met websites achter die domeinnaam.

Dat principe gaat inderdaad op als hoofdregel, maar zoals elke hoofdregel in het recht zijn daar uitzonderingen op. In dit geval is dat het feit dat je als hostingprovider (wat een DNS-aanbieder kennelijk is, de rechter oordeelt dat vrij makkelijk) gehouden bent een effectieve notice/takedown procedure te voeren. Bij klachten over inhoud als deze zul je als hoster op zijn minst verhaal bij je klant moeten gaan halen. De klacht naast je neerleggen en een video terugmailen met een sketch uit de serie “Little Britain” met het thema “computer says no” terugsturen lijkt me op geen enkele manier een redelijke NTD procedure te noemen.

Omdat de hoster geen effectieve NTD voerde, is hij aansprakelijk voor de schade als gevolg van de onrechtmatige publicatie vanaf het moment dat hij daarop werd gewezen. Zeker nu er geen werkelijke auteur in beeld is, is dat ook niet meer dan redelijk wat mij betreft. De domeinnaambeheerder moet nu zorgen dat de betreffende artikelen ontoegankelijk wordt (regel het maar met je klant, je hebt er een zootje van gemaakt, maar dan in juridische taal) en als dat niet gebeurt dan moet hij de gehele website offline halen (en dan schadeclaims over en weer over wanprestatie met zijn klant gaan oplossen, zijn probleem).

En mocht dat alles geen effect hebben, zelfs niet met dwangsommen, dan wordt het vonnis aangemerkt als een verzoek door de domeinnaamhouder om deze offline te halen. Daarmee kunnen de eisers dan terecht bij SIDN, die dat vervolgens uit zal voeren. (Dit is de Nederlandse vertaling van “een gerechtelijk bevel”.)

Arnoud

Verdachte illegale downloaders kunnen schuld niet bij huisgenoten leggen

| AE 10933 | Intellectuele rechten | 28 reacties

Een illegale downloader die wordt vervolgd, kan niet zomaar een gezinslid of huisgenoot de schuld geven van het downloaden om onder de straf uit te komen, meldde Nu.nl onlangs. Het Europese Hof van Justitie deed eerder uitspraak (zaaknr. C-149/17) hierover in een Duitse kwestie waarbij de houder van een internetaansluiting van illegaal downloaden van een audioboek werd beschuldigd. Persoonlijk vond ik het niet zo’n belangrijk arrest (want in Nederland worden downloaders niet aangepakt) maar ik krijg er veel vragen over, dus laten we toch eens kijken wat er nu is bepaald.

In Duitsland wordt veel actiever achter downloaders aangezeten dan bij ons. De Abmahnung-praktijk met name is berucht: advocaten speuren naar IP-adressen en sturen blafbrieven voor enkele honderden euro’s naar vermeende downloaders. Volgens mij is er nog nooit daadwerkelijk doorgepakt en bij de rechter zo’n bedrag goedgekeurd, maar veel mensen daar maken zich er zorgen over en zoeken naar redenen om van de sommatie af te komen.

In de praktijk komt men natuurlijk bij de abonnementshouder achter het gebruikte IP-adres uit, want dat is de enige informatie die de internetprovider bezit. Het is natuurlijk goed mogelijk dat een huisgenoot of gezinslid feitelijk de download uitvoerde. Zo ook in de zaak die bij het Hof uitkwam: er was via het IP-adres van de gedaagde een audioboek gedownload, maar de man ontkende in alle toonaarden.

De rechtbank in eerste instantie sprak hem vrij, omdat hij had aangegeven dat ook zijn inwonende ouders toegang hadden tot internet. Daarmee is het in theorie mogelijk dat zij de download hadden begaan, hoewel zij

bij zijn weten evenwel dit werk niet op hun computer hadden, niet op de hoogte waren van het bestaan ervan en geen filesharing-software gebruikten. De computer van de betrokkene was op het tijdstip van die inbreuk op het auteursrecht bovendien uitgeschakeld.

In hoger beroep keek men er anders tegenaan: het meest waarschijnlijk was dat de man zelf de inbreuk had gepleegd door zonder toestemming te downloaden, en dat is nu eenmaal de bewijsrechtelijke lat in het aansprakelijkheidsrecht. Geen zekerheid zoals in het strafrecht, maar slechts iets meer dan 50/50 verdeling van de waarschijnlijkheden.

Alleen was er in Duitsland jurisprudentie van het Bundesgerichtshof, de hoogste rechter:

Conform de rechtspraak van het Bundesgerichtshof, zoals door de verwijzende rechter uitgelegd, is het immers aan de verzoeker om een inbreuk op het auteursrecht te stellen en te bewijzen. Voorts wordt vermoed dat de houder van een internetaansluiting een dergelijke inbreuk heeft gemaakt, wanneer op het tijdstip van de inbreuk geen enkele andere persoon deze aansluiting kon gebruiken. Indien de internetaansluiting ontoereikend was beveiligd of bewust voor anderen beschikbaar was gesteld, kan de houder van deze aansluiting evenwel niet geacht worden deze inbreuk te hebben gemaakt.

Oftewel, in Duitsland geldt (gold) dus de regel dat je alléén de houder van een aansluiting aansprakelijk mag stellen als hij de enige was die de aansluiting gebruikte. Zijn er meer mensen, dan moet je als rechthebbende met meer bewijs komen welke van die mensen het dan was. En dat lukt natuurlijk zelden.

Het Hof van Justitie gooit deze regel van tafel. Voor een effectieve handhaving van auteursrecht is het noodzakelijk dat er geen keiharde regels in de weg staan die in de praktijk nooit te bewijzen zijn. Als je met alles wegkomt door “mijn moeder kan hier ook internetten” te zeggen, dan is de handhaving van auteursrecht niet meer reëel. Die regel is dus oneerlijk en mag niet worden gevoerd. Daarom verklaart het Hof die Duitse jurisprudentie ongeldig.

Dit betekent dan weer niet dat je dus altijd wél aansprakelijk bent als er via jouw IP-adres iets wordt gedownload. Want je valt nu terug op de gewone, open regel van bewijsrecht dat de rechthebbende aannemelijk moet maken dat jij het was. Niet wettig en overtuigend bewijzen -dat is strafrecht- maar met dus 51% zekerheid. Ik denk dat je in Nederland dan uitkomt bij “je was de houder” met een snippertje extra feitelijke onderbouwing, waarna de houder iets van een verhaal moet geven waarom hij het niet is.

Arnoud

Nu ga ik aan mezelf twijfelen, is de GPLv2 eigenlijk wel een contract?

| AE 10903 | Intellectuele rechten | 48 reacties

Heibel in de Linuxtent, blogde ik vorige week. Ontwikkelaars aan het besturingssysteem lagen in de clinch over een Code of Conduct die ongepast gedrag vastlegt, met de nodige interpretatieproblemen tot gevolg. Dat leidde tot een oproep om je GPL-licentie in te trekken en zo je stem te laten horen. Waarop ik me afvroeg, kan dat… Lees verder

Een website als gemeenschappelijk eigendom, het kan

| AE 10855 | Intellectuele rechten | 13 reacties

Een opmerkelijke (maar positieve) uitspraak van de rechtbank Amsterdam: de website Boschproject.org (over het werk van Jheronimus Bosch) telt als gemeenschappelijk eigendom van partijen die daaraan gewerkt hebben. Dat las ik bij IE-Forum. Dat is opmerkelijk omdat een website niet echt een ding is dat je in eigendom kunt hebben, laat staan gemeenschappelijk eigendom dus…. Lees verder

Nederlandse staat is aansprakelijk voor uitlatingen over illegaal downloaden

| AE 10821 | Intellectuele rechten, Regulering | 11 reacties

De Nederlandse staat is aansprakelijk voor uitlatingen die bewindslieden hebben gedaan over downloaden uit illegale bron. Dat meldde Tweakers gisteren. De rechtbank Den Haag heeft in een principezaak bepaald dat wanneer bewindslieden uitspraken doen die in strijd zijn met Europees recht, je als burger de staat mag aanspreken voor schade die daaruit het gevolg is…. Lees verder

Omstreden gamewebsite stopt met illegale roms uit angst voor rechtszaken

| AE 10793 | Intellectuele rechten | 31 reacties

De omstreden gamewebsite EmuParadise gaat niet langer roms van oude games aanbieden. De beheerder van de site vreest namelijk voor mogelijke rechtszaken tegen bijvoorbeeld Nintendo. Dat meldde Nu.nl vlak voor mijn vakantie. De site bood downloadlinks naar roms van oude games. Hierdoor was het mogelijk om klassiekers voor klassieke spelcomputers van bijvoorbeeld Nintendo, Sega en… Lees verder

Terugblik: Een cynisch stukje piratenbaaifrustratie

| AE 10766 | Informatiemaatschappij, Intellectuele rechten | 22 reacties

Deze en volgende week ben ik met vakantie. Daarom deze week een terugblik op populaire blogs van de afgelopen jaren, vanuit het perspectief van 2018. Deze week: Een cynisch stukje piratenbaaifrustratie uit 2012, met vele vele reacties en ophef. Nee, ik had geen zin erover te schrijven, die Pirate Bay vonnissen van vorige week. Juridisch… Lees verder

Terugblik: Gaat Getty Images procederen in Nederland?

| AE 10764 | Intellectuele rechten | 2 reacties

Deze en volgende week ben ik met vakantie. Daarom deze week een terugblik op populaire blogs van de afgelopen jaren, vanuit het perspectief van 2018. Deze week: Gaat Getty Images procederen in Nederland? Met 924 reacties nog steeds de knaller wat betreft aantallen reageerders. In 2009 blogde ik over de diverse blafbrieven die het stockfotobedrijf… Lees verder