Zit het auteursrecht in de weg als je iemands theorie wilt uitleggen in je cursus?

| AE 12081 | Intellectuele rechten | 9 reacties

Een lezer vroeg me:

Ik ontwikkel cursussen die ik commercieel als e-learning verkoop. Daarin leer ik mensen over bijvoorbeeld de piramide van Maslow, maar ik moet dan natuurlijk de nodige tekst en visuals overnemen uit de bron(nen) die ik gebruik. Loop ik dan tegen auteursrechten aan en maakt het uit dat ik de cursussen verkoop?

Citaatrecht geldt ook bij commerciële publicaties zoals cursussen. Er is dus in principe geen probleem, want als je in een cursus wilt uitleggen hoe een theorie, model of iets dergelijks in elkaar zit dan kan dat binnen het citaatrecht. Je moet dan niet meer dan nodig overnemen uit de bron, en je moet de bron noemen natuurlijk.

Dat “niet meer dan nodig” betekent concreet vooral dat je zo veel mogelijk je eigen woorden gebruikt, en alleen een stukje tekst of afbeelding als je echt niet anders kan. Bijvoorbeeld de kernzin van wat iemands theorie inhoudt, de autoritaire formulering waar je niet omheen kunt of een superduidelijk stukje dat je niet kunt missen.

Eigenlijk is auteursrecht ongeveer hetzelfde als wetenschappelijk citeren. Ook daar leen je soms werk van anderen, maar door de bron te noemen en te erkennen is dat verder geen probleem. Ik vind deze uitleg van de RUG een mooie samenvatting van hoe je citeert en vooral wanneer je parafraseert in plaats van te citeren. Zeker bij figuren en andere visuals zou ik altijd zeggen: maak je eigen. Niet alleen verminder je dan de auteursrechtelijke problemen, het staat ook gewoon mooier want je kunt het in jouw huisstijl doen en de nadruk leggen waar jij die nodig hebt.

Bij sommige methodes en protocollen kun je tegen merkrechten aanlopen. In de hoek van de zelfhulpmethodes zijn nogal wat namen als merk vastgelegd, en als jij die methode dan gaat uitleggen onder het noemen van die naam, dan kun je daar tegenaan lopen. Het kan wel, zolang je maar duidelijk aangeeft dat jij die methode uitlegt en dat die als merk bekend staat. Ga je zelf “onafhankelijke cursussen” in dat gedachtengoed aanbieden, dan kun je de merknaam niet noemen.

Arnoud

Wanneer kan een gewoon woord een merknaam zijn?

| AE 12049 | Intellectuele rechten | 10 reacties

Reiswebsite Booking.com mag haar bedrijfsnaam als merk vastleggen in de VS, las ik bij Ars Technica. De Supreme Court bepaalde dat hoewel de term ‘booking’ in het Engels natuurlijk vrij generiek is, de toevoeging van ‘.com’ het tot een unieke naam maakte. Hoewel mensen inderdaad “a booking” zouden maken bij een willekeurige dienstverlener, zou niemand zeggen “I’m going to make a booking.com tonight”. Dat maakt deze combinatie geschikt om als merk te dienen. Het punt van merken is immers dat je bedrijven of producten van elkaar kunt onderscheiden. Dit is wel opvallend, omdat in Nederland juist altijd is gezegd dat een toevoeging zoals .com niets zegt, dat heeft iedereen. Ik kreeg dan ook vele vragen over hoe onderscheidend of creatief een merknaam moet zijn.

Het merkrecht is bedoeld om namen (en logo’s en zelfs vormgeving, zoals het getoonde Coca-Cola flesje) te beschermen. Dat wil zeggen: als je naam geschikt is om als merk te dienen. Het criterium daarvoor is dat je naam onderscheidend vermogen heeft, oftewel het vermogen om met de naam een product, dienst of bedrijf te onderscheiden van de concurrent. “Melk” is bijvoorbeeld geen geschikte merknaam voor dat witte goedje, maar “Boerenland melk” en “Den Eelder melk” zijn dat wel omdat je hier meteen al ziet dat dit twee aparte soorten melk zijn.

Een veelgehoord misverstand is dat gewone, bestaande woorden geen merk kunnen zijn. Daar zeg ik dan altijd op: gazelle, randstad, diesel, telegraaf, hoezo mag dat niet? Dit zijn prima merknamen – alleen niet voor de letterlijke betekenis. Die spijkerbroeken zijn geen brandstof voor dieselmotoren, dus dat gaat goed.

In het Engels geldt hetzelfde criterium, en daarom had Booking.com een probleem want “booking” is natuurlijk letterlijk de dienst die je doet bij een booking-site. Althans dat vond het USPTO, het Amerikaanse merkenbureau. Daar ging de dienstverlener tegen in beroep, en bij de hoogste rechter krijgt men nu gelijk vanwege de toevoeging “.com”. Dat maakt het een unieke naam en dus geschikt als merk. Daarbij woog zwaar mee dat mensen in een enquête “booking.com” als een verwijzing naar die ene dienstverlener zagen, en niet een algemene term voor boekingssites op internet of iets dergelijks. Een beetje zoals bij ons “marktplaats” niet meer “de plek van de markt” betekent maar “die ene oranje website waar je je oude spullen kwijt kunt”.

Het gevaar dat meteen wordt gesignaleerd is dat dit merkrecht nu gebruikt kan worden om de concurrent te verhinderen het woord “booking” te gebruiken. Dat zou wel heel onhandig zijn op een concurrerende boekingwebsite, en om die reden zou dat ook niet moeten kunnen. Ik zeg “zou moeten” want ik lees in het Ars Technica artikel al meteen afschrikwekkende voorbeelden van bijvoorbeeld het bedrijf Monster (van die slechtvoordejeugdzijnde energiedrankjes) dat uitgave van een kinderboek met als titel “Albert and the Amazing Pillow Monsters” wist te verhinderen met een stevige blafbrief. Specifiek in de reisbranche maak ik me daar minder zorgen over, want die concurrenten zijn ook héle grote jongens met navenante juridische afdelingen en die herkennen een blaf echt als zodanig.

Arnoud

Waarom gebruiken SaaS-bouwers niet vaker open source als framework?

| AE 12035 | Intellectuele rechten | 6 reacties

Recent blogde ik over SaaS maatwerk en standaarwerk. Daarbij miste nog een invalshoek:

Persoonlijk tracht ik e.e.a. altijd zo te regelen dat zowel de klant als ik (ontwikkelaar) beiden eigenaar zijn van het auteursrecht. Gedeeld eigenaarschap onder bijvoorbeeld de GPL licentie. Het staat mijn klant dan vrij om te doen wat ze willen met de code, het staat mij vrij om met de code te doen wat ik wil en de code kan als Open Source code bijdragen aan het ecosysteem (net zoals ik gebruik heb gemaakt van andermans Open Source code). Het exclusiviteitsbeding vind ik trouwens ook een mooie oplossing voor klanten die wel willen bijdragen aan Open Source, maar bang zijn dat iemand anders er snel met hun ‘unieke idee’ vandoor gaat. Je ziet dit ook wel gebruikt worden bij werken onder een Creative Commons licentie. Ik vind dat wel een elegante oplossing die tijd biedt om de investering terug te verdienen en daarna bijdraagt aan het algemene ecosysteem.

Dit is inderdaad een mooie oplossing die ik er best bij had kunnen zetten. Zeker mkb-ontwikkelaars werken tegenwoordig heel vaak met open source als basis. Allereerst omdat dat erg populair is in de markt, en waarom zou je dan tijd en moeite steken in je eigen framework dat per definitie dan altijd achterloopt? En ten tweede omdat je dan een extra argument naar je klant hebt: bij mij geen lock-in, je kunt altijd weg en er zijn genoeg anderen die dit framework, deze standaardsoftware dus, voor je kunnen onderhouden en uitbreiden.

Bij open source zou maatwerk vaak kwalificeren als “afgeleid werk”, zodat licenties als de GPL dan bepalen dat dergelijk maatwerk ook open source moet worden. Althans, als het wordt gedistribueerd – en daar schort het nog wel eens aan bij SaaS. Een webapplicatie wordt immers niet verspreid, die blijft nu net staan waar hij staat, in het datacenter van de aanbieder. Het is dus mogelijk om gesloten maatwerk bovenop een GPL SaaS applicatie te maken, zolang die maar niet wordt verspreid. Alleen als de licentie de AGPL (Affero GPL) is, dan kan dat niet.

Deze invalshoek stelt voor om niet alleen af te spreken dat het maatwerk GPL wordt, maar ook om het meteen aan het ecosysteem bij te dragen. Daarmee is zowel de klant als de rest van de wereld een leuke feature rijker. Daar staat tegenover dat de concurrent dat dan ook kan gebruiken, maar daar spreek je dan dus exclusiviteit voor af. Maar zoals anderen in de comments al zeiden, het is natuurlijk maar de vraag of de klant betaalt voor exclusiviteit of meer voor als éérste die feature hebben, of anders gezegd een applicatie krijgen die doet wat hij wil in plaats van wat de ontwikkelaar wil.

Ik kreeg in de mail trouwens nog diverse ontwikkelaars die melden dat ze maatwerk gratis aanbieden onder voorwaarde dat de klant het eigendom niet mag hebben. Dat is dus het zuiverste: de hele applicatie blijft bij de ontwikkelaar, die bepaalt wat erin komt maar hij luistert naar zijn klanten en past zijn roadmap aan op basis van gemotiveerde wensen.

(Oh, en diverse juristen wezen me er nog op dat het beter is om auteursrechten op maatwerk te eisen dan exclusiviteit af te spreken. Dat laatste werkt namelijk alleen tegen de ontwikkelaar. Als die in strijd met de afspraak tóch de code uitlevert aan een concurrent, kun je die concurrent niet stoppen. Met de auteursrechten op het maatwerk in de hand kun je dat wel, zelfs als de ontwikkelaar weggevallen is. Dat klopt. Mijn enige opmerking daarbij is dat het lastig is om bij SaaS inbreuk op auteursrechten aan te tonen, omdat je geen toegang hebt tot de software, dus voor mij voelt dit wat theoretisch maar als je het bewijs weet te leveren -wellicht is bewijsbeslag mogelijk, 843a Rv- dan is dit wel slimmer.)

Arnoud

Wat kun je juridisch doen als je zingen wordt gedeepfaked?

| AE 12027 | Intellectuele rechten, Uitingsvrijheid | 25 reacties

Rapper Jay-Z is een rechtszaak begonnen over muziek-deepfakes met zijn stem, las ik bij Pitchfork. Met deepfakes bedoelen we door machine learning gegenereerde werken die lijken op echte werken. Meestal in de context van video, maar het kan ook met audio. Daardoor ontstaan haast niet van echt te onderscheiden muziekwerken in dit geval, waarbij je… Lees verder

Waarom willen klanten van SaaS-maatwerk toch altijd het IE hebben?

| AE 11999 | Intellectuele rechten | 19 reacties

Een lezer vroeg me: Ik ontwikkel SaaS-oplossingen op maat, op basis van mijn eigen basisapplicatie. Elke keer weer krijg ik discussie met de klant (meestal zijn advocaat, trouwens) dat ze het IE van het maatwerk willen hebben. Als ik dan zeg dat ze daar niets aan hebben, omdat ik de basisapplicatie in beheer heb, dan… Lees verder

Embedden van Instagram-foto’s is in Europa legaal, ongeacht wat dat bedrijf beweert

| AE 12001 | Intellectuele rechten | 20 reacties

Instagram zegt dat foto’s die via een embed op sites worden geplaatst niet automatisch voldoen aan het auteursrecht. Dat meldde Tweakers afgelopen weekend. De embed-api valt niet onder de sublicenties die het bedrijf afgeeft voor het rechtmatig delen van foto’s, aldus moederbedrijf Facebook. Dat gaf enige consternatie want hele hordes mensen gebruiken die embedfunctie om… Lees verder

Anno 2020 denken mensen nog steeds dat open source juridisch riskant is

| AE 11972 | Intellectuele rechten | 16 reacties

Via Bert Boerland op Twitter las ik: Bijzonder lachwekkend (tot tranen toe!) stukje over #opensource (#cms-en) en licenses. Microsoft deed dit truukje (“Fear, Uncertainty and Doubt) zo’n 10 jaar geleden nog, maar is op het rechte pad. Lang geleden dat ik zo’n tenenkrommend stuk over proprietary vs OSS stuk las Het gaat om dit artikel… Lees verder

Hoe kun je nou rechten claimen op wetten en vonnissen?

| AE 11938 | Intellectuele rechten, Ondernemingsvrijheid | 5 reacties

Juridische AI-dienst ROSS is uit z’n slof geschoten in haar verweerschrift tegen de rechtszaak van Thomson Reuters, las ik bij Artificial Lawyer. De Thomson Reuters dienst Westlaw zou zijn gebruikt als bron om ROSS te trainen, en daardoor op een of andere manier haar rechten schenden. Wat volgens ROSS volkomen onlogisch is: dat zou dan… Lees verder

Waar ligt een auteursrecht als de oude eigenaar is opgeheven?

| AE 11914 | Intellectuele rechten | 27 reacties

En lezer vroeg me: Ik ben al sinds mijn jeugd fan van het MS-DOS spel [geanonimiseerd] en zou het nu graag aanbieden in een emulator. De leverancier (een Nederlands bedrijf) is al twintig jaar geleden opgeheven, maar de oud-directeur die ik sprak wist vrij zeker dat niemand de rechten destijds had opgekocht. Waar zijn die… Lees verder