Hoe riskant is het om in het openbaar te zeggen dat je gelekte Apple-sourcecode leest voor je emulator?

Een lezer vroeg me:

In deze presentatie vertelt iemand hoe hij een emulator aangepast heeft zodat hij z’n iPod kan emuleren. Daarbij valt me op dat hij toegeeft gelekte (gestolen) source code van Apple te hebben gebruikt. Is dat dan niet vreselijk riskant om zo in het openbaar te zeggen?
Dit is inderdaad een opmerkelijke. Ik citeer even uit de video:
But it turned out the iBoot source code got leaked in 2018. I was very lucky with that. I don’t know who leaked it, but I am very grateful for them. Because it really helped me understand […].
In 2018 lekte inderdaad de broncode uit van het deel van Apple’s iOS besturingssysteem dat voor het opstarten (booten) zorgt. Apple being Apple leidde dat natuurlijk tot vele juridische dreigementen. Het bleek om een werknemer te gaan, en al snel werd duidelijk dat de code intussen verouderd was en daarmee niet echt meer commerciële waarde.

Deze persoon had er echter toch wel baat bij: de broncode gaf gedetailleerde inzichten in hoe de iPod opstart en daarmee hoe deze precies in elkaar zit. Dat heb je weer nodig om een emulator te maken – een softwaretool die zich voordoet als een iPod, zodat applicaties voor dat platform daarmee gebruikt kunnen worden.

Is dit juridisch riskant? Allereerst het stukje van de gelekte geheimen. Die broncode was inderdaad een Apple bedrijfsgeheim, maar door het lek is die status er wel behoorlijk af ondertussen. Dat is het probleem met geheimen: als het eenmaal op straat ligt, dan is die status weg. En dan kun je blaffen wat je wilt als IP-advocaat, maar het wordt écht niet meer terug een bedrijfsgeheim.

Auteursrecht blijft natuurlijk wél gewoon bestaan bij een ongeautoriseerde publicatie (openbaarmaking en/of verveelvoudiging) van het werk. Apple kan dus zeer zeker op grond van haar auteursrecht verwijdering van die broncode eisen waar ze die ook ziet. Bij het eerste lek was ze er ook zeer snel bij met een DMCA takedown.

Deze meneer publiceert de broncode niet zelf: hij laat in de presentatie een paar screenshots zien met vooral feitelijke informatie, en legt uit dat hij zo vele inzichten kreeg en details kon achterhalen over de werking van het systeem, die dan weer zijn emulator kon.

Ideeën en principes halen uit een werk is geen inbreuk op het auteursrecht. Je schendt namelijk pas het recht als je het creatieve, het originele kopieert of herpubliceert. Zien dat je 42 moet zeggen als er een randapparaat aangezet wordt, is zeer zeker niet iets waar het auteursrecht wat van vindt. Dus de broncode door-akkeren en structuren, ideeën en namen documenteren is prima.

Wat niét mag, is die broncode even laten draaien en zien hoe het geheel werkt. Dat staat weliswaar in artikel 45l Auteurswet, maar dat geldt alleen voor mensen die bevoegd zijn de software te hebben:

Hij die bevoegd is tot het [laden, in beeld brengen, uitvoeren, transmitteren of opslaan van het software-werk], is mede bevoegd tijdens deze handelingen de werking van dat werk waar te nemen, te bestuderen en te testen teneinde de daaraan ten grondslag liggende ideeën en beginselen te achterhalen.
Zo te luisteren is dat ook niet gebeurd, maar als achteraf blijkt dat er bepaalde technische informatie is verkregen die je alleen bij het werk-in-uitvoer had kunnen krijgen, dan heb je wel degelijk een probleem.

Is het nou handig dit zo te zeggen? Meh. Ik weet niet of Apple nu echt zó veel zorgen heeft over gelekte broncode uit 2016 die al in 2018 niet meer relevant was. Het betreft hier ook geen commercieel misbruik maar een particulier project om oude Apple-hardware te emuleren.

Arnoud

 

 

Duits bedrijf vindt honderden auteursrechtenschendingen per week, claimt geld bij Nederlands mkb

Het Duitse Copytrack vindt elke week honderden gevallen van verkeerd gebruikt beeldmateriaal en stuurt – vooral kleine – Nederlandse ondernemers claims voor soms voor meer dan duizend euro. Dat meldde BNR vorige week. Bekend verhaal, maar extra dubieus: Wie bij Copytrack online betaalt moet akkoord gaan met de algemene voorwaarden van het bedrijf. Hiermee verplichten gebruikers zich tot het betalen van de boeterekening van 900 euro, als foto’s nogmaals online worden gevonden.

Zoals ik ook tegenover de BNR journalist aangaf: Het frustrerende is, dit alles speelt binnen de wet. Als je een foto overneemt zonder toestemming dan moet je (als zakelijke partij) betalen. Alleen: hoe veel? De Hoge Raad heeft véle jaren geleden gezegd dat de gemiste licentie-inkomsten de schade zijn. Dus, wat vraagt die fotograaf normaal, wat kost deze foto in de beeldbank. Is dat een foto van 15 euro, dan is de schade 15 euro. Ben jij een exclusieve fotokunstenaar en krijg je 5000 euro per kopie dan is dat je schade. Net zoals het bekrassen van een custom built Spyder meer kost dan het oplappen van een oude Opel Corsa.

Schimmig wordt het vanwege de vele verhogingen die er arbitrair ingefietst worden. CopyTrack spant de kroon: je kunt alleen betalen via hun portaal, waar je en passant akkoord zou gaan met hun algemene voorwaarden met daarin een boetebeding(!). Dat kan, als deel van een schikking mág je afspreken dat vervolginbreuken 1000 euro kosten ongeacht de schade. Maar normaal lijkt me dat je daarover onderhandelt, niet dat je een stiekem vinkje ergens onderaan de pagina laat bungelen.

Mijn advies is en blijft dan ook: zoek zelf uit wat de foto écht kost, en betaal dat met 25% opslag (jurisprudentie). Ga niet in discussie, zij hebben geen énkele interesse in jouw argumenten en ze gaan nooit van z’n leven erkennen dat het bedrag omlaag mag. Maak het bedrag dus over en negeer de discussie. Dat werkt, ik ken niemand die vervolgens voor het verschil (hun eis minus jouw betaling) is aangeklaagd.

Je mág ook heel principieel in discussie gaan, bijvoorbeeld door te weigeren te betalen tot men een machtiging liet zien of een notariële akte die de inbreuk documenteert. Die ga je niet krijgen; wat je wél kan krijgen dan is een dagvaarding waar jij als weigerachtige inbreukmaker ingeschilderd wordt.

Dát is dan weer niet handig bij de kantonrechter die zich afvraagt waarom jij als persoon in de fout (je had immers een recht geschonden, dat weet je anders had je de factuur van de gekochte foto wel laten zien) niet gewoon betaalt wat de schade was.

Wat er wél aan te doen is? Klagen bij de opdrachtgevers, waarom ze met zo’n schimmige club in zee gaan. BNR vroeg DPG Media over de samenwerking met Copytrack:

DPG Media laat weten dat de samenwerking met het bedrijf tegen de loep wordt gehouden. ‘Wij hebben recent signalen ontvangen dat de communicatie van Copytrack stevig overkomt’, schrijft een woordvoerder. ‘Wij zullen deze signalen met Copytrack bespreken en zo nodig de werkwijze aanpassen.’ DPG zegt niet bekend te zijn met de hoge boetes die het bedrijf in rekening brengt.
Arnoud

 

‘Pokémon met pistolen’ is plots populair, maar wordt ook beschuldigd van plagiaat

Palworld is een gigantische hit, las ik bij Nu.nl. Maar er is kritiek: de monsters in de spelwereld lijken erg veel op de bekende Pokémon figuren. Ik weet bijvoorbeeld niet hoe die figuur hiernaast heet maar dat het de Alibaba versie van Pikachu is, dat zie ik wel. Het roept dus de vraag op, mag dat zomaar?

In zeer korte tijd wist het spel 5 miljoen exemplaren te verkopen, met ook records op aantal simultane spelers. Het spel is zeker uitdagend en verslavend (op een positieve manier), maar het argument dat het komt omdat het aanhaakt bij de bekendheid van Pokémon komt dan snel op.

Het algemene idee van monsters moeten vangen en ontwikkelen tot krachtiger hulpjes is in zijn algemeenheid niet te beschermen. Het is dus prima als bij Palworld dat net zo werkt als bij Pokémon. De figuren heten anders en zijn niet evident vrijwel hetzelfde in het ontwerp, dus ook merk- en auteursrechtelijk lijkt het goed te zitten.

Ik zeg lijkt, want wie dieper graaft en de 3d mesh modellen erbij pakt, die komt frappante overeenkomsten tegen. Een anonieme Xer vond vele voorbeelden die hierop wijzen:

According to two experienced AAA game artists who spoke to VGC, the model comparisons on X are likely evidence that Palworld’s character models were indeed based on Pokémon assets. “You cannot, in any way, accidentally get the same proportions on multiple models from another game without ripping the models. Or at the very least, tracing them meticulously first,” one senior character artist told VGC anonymously, adding: “I would stand in court to testify as an expert on this.”
Die modellen zitten zogezegd onderhuids, maar ook op zo’n model kan prima auteursrecht rusten. De monsterfiguren zijn immers fictief en geen nabootsing van bijvoorbeeld een echte wolf of beer. Maar ook op het uiterlijk zijn genoeg dichte overeenkomsten gevonden (klik voor groot):Nintendo moet nog reageren, wat opmerkelijk is gezien hoe assertief het bedrijf bovenop haar intellectuele rechten zit.

Arnoud

Wordt de GPL dan toch ineens een contract?

Een interessante ontwikkeling: de rechter in Californië heeft de deur open gezet voor een behandeling van een GPL-schending als een contractuele kwestie, in plaats van de traditionele benadering van auteursrechtinbreuk. Dat las ik bij de blog van opensourcejurist Luis Villa. Het is een voorlopig oordeel maar principieel zie ik er geen problemen mee.

In 2022 spande de Software Freedom Conservancy (SFC) een rechtszaak aan tegen elektronicabedrijf Vizio vanwege de aanwezigheid van het Linux OS in hun apparaten. Punt daarbij is dat de SFC niet de auteursrechthebbende is op Linux, zodat ze op grond van dat recht niet kunnen procederen. De rechter stuurde ze desondanks niet weg – de interpretatie van de GPL als een overeenkomst tussen distributeur en ontvanger (SFC had een apparaat van Vizio gekocht met Linux erop) was niet principieel onjuist.

Vizio had direct beroep aangetekend tegen deze beslissing, want voor hen zou het natuurlijk buitengewoon nadelig zijn als iedere koper van zo’n apparaat een rechtszaak kan starten. In de traditionele visie heb je alleen gebakkelei met de rechthebbende, en van de Linux-kernelmensen is bijvoorbeeld bekend dat die eigenlijk niet procederen (Harald Welte daargelaten).

Probleem voor het standpunt van de SFC was dat de GPL in principe een contract is tussen rechthebbende en distributeur. Het is immers een toestemming om dingen te doen die van het auteursrecht mogen, gekoppeld aan contractuele verplichtingen zoals een beperkte aansprakelijkheid en de plicht uitbreidingen op de code alleen onder GPL te verspreiden. De SFC is een ontvanger, dus geen partij bij dat contract.

Zowel het Amerikaans als het Nederlands recht kent de constructie van de derde-begunstigde. Iemand die geen partij is maar wel een duidelijk belang heeft bij een afspraak uit het contract, kan zich beroepen op die afspraak. Een bekend voorbeeld is de levensverzekering, waarbij de verzekerde het contract sluit met de maatschappij maar een ander (de nabestaande) recht heeft op de uitkering.

De beroepsrechter in Californië (Superior Court) beslist nu dat SFC in principe te zien is als een derde-begunstigde naar Californisch recht.

Quoting an earlier California case, the court said that the third party must show three things:
  1. the third party would in fact benefit from the contract;
  2. a motivating purpose of the contracting parties was to provide a benefit to the third party; and
  3. permitting the third party to enforce the contract is consistent with the objectives of the contract and the reasonable expectations of the contracting parties.
De eerste twee zaken stonden niet ter discussie – dit volgt ook vrij letterlijk uit tekst en strekking van de GPL. De vraag was vooral of het de bedoeling van de GPL is dat ontvangers van GPL software gaan procederen over niet-nakoming.

De GPL verwijst op een aantal punten direct naar die derden, ik citeer wederom Villa:

To divine the objective of the contract, the court used the sophisticated technique of “read it.” And so we end up with the judge quoting the GPL directly, including “you must give the recipients all the rights that you have” and that distributors must provide “a written offer … to give any third party … a complete machine-readable copy of the corresponding source code”.

Not surprisingly, in an argument about third party benefits, the court found that last point particularly persuasive, since it spells out the benefits that must be provided to “any third party.”

Als de GPL zo duidelijk de rechten van ontvangers vastlegt, dan is het niet meer dan normaal dat die ontvangers die rechten ook moeten kunnen uitoefenen. En daarbij haalt de rechter expliciet dat argument aan van rechthebbenden die in hun eentje niet alles kunnen aanpakken bij de rechter.

Het laatste woord is er nog niet over gezegd, want deze uitspraak betekent alleen maar dat de SFC niet evident ongelijk heeft. De jury mag zich er nu inhoudelijk mee gaan bemoeien, en dat zal nog even duren. Maar belangwekkend is het.

Arnoud

Koninklijke Bibliotheek beperkt toegang tot collecties voor trainen commerciële AI

digitization, transformation, earth
Photo by geralt on Pixabay

De KB (nationale bibliotheek) wil niet dat commerciële bedrijven zonder toestemming digitale bronnen gebruiken voor het trainen van AI en heeft daarom de toegang tot collecties beperkt. Dat las ik bij Security.nl. In een verklaring verwijst men naar de “wijze waarop veel commerciële AI-modellen nu getraind worden – door zonder toestemming websites te crawlen”, die niet in het algemeen belang zou zijn.

De KB heeft een van de grootste Nederlandstalige collecties online staan, wat haar een dankbare bron maakt voor partijen die taalmodellen willen trainen. Hoe meer data hoe beter je uitvoerkwaliteit immers. Auteursrechthebbenden hebben hier moeite mee, want waarom moet daar niet voor worden betaald?

De Europese wetgever heeft een paar jaar terug een soort-van compromis in de wet opgenomen: gebruik van werk voor “text and data mining” (TDM) is wettelijk toegestaan (dus zonder vergoeding) tenzij een site een opt-out vermeldt. Die opt-out moet machineleesbaar zijn, omdat het anders geen doen is voor TDM dataverzamelaars.

Hoewel dit principieel en technisch onjuist is, is de trend om in robots.txt die opt-out te gaan coderen. Robots.txt is bedoeld om zoekmachinecrawlers buiten plekken te houden waar ze schade kunnen berokkenen of waar liever-niet content staat zoals stylesheets of grote bestanden die toch niet relevant zijn.

Het grote probleem is dat je met robots.txt kunt kiezen om álle robots ergens weg te houden, of alleen de genoemde robots. Je zou dus die van OpenAI kunnen blokkeren, maar dan heb je die van Bing nog niet. Blokkeer je Bing erbij, dan is er kennelijk geen bezwaar tegen mijn EngelfrietGPT-bot. En álles blokkeren betekent dat ook de zoekspider van Google er niet meer bij mag.

Er zijn ook uitgevers zoals The Guardian die in het commentaar van de robots.txt gebruik voor LLM verbieden. Dat is per definitie geen machineleesbare opt-out, want commentaar behoort een spider niet te lezen. Dat is dus zo’n geval “we moeten iets doen en dit is iets, dus laten we het doen”. Maar het komt mét Engelse advocaat die je heel welbespraakt gaat uitleggen waarom je toch echt onrechtmatig en zelfs strafbaar handelt door het te negeren.

De KB volgt desondanks deze trend door in de robots.txt van digitale collecties DBNL en Delpher de OpenAI bots (GPTBot en ChatGPT-User) toegang te ontzeggen. Dit is dus het probleem: de bot van Bing is niet uitgesloten, noch die van bijvoorbeeld Common Crawl om het over EngelfrietGPT maar niet te hebben.

En ja, in de gebruiksvoorwaarden staat ook een expliciet voorbehoud:

Voor commerciële partijen is het verboden om kopieën van auteursrechtelijk beschermde werken op onze website te maken ten behoeve van tekst- en datamining (TDM) waaronder training van AI-modellen. Dit verbod vormt een voorbehoud als bedoeld in artikel 15o Auteurswet en artikel 4(3) CDSM-richtlijn.
Dit is dus alleen niet rechtsgeldig als verbod, omdat het niet machineleesbaar is.

Natuurlijk, in de praktijk zal het vooral gaan om hoe strak men de toegang afschermt voor commerciële bots. Maar ik kan me dood ergeren aan dit soort maatregelen die gewoon principieel niet kloppen.

Arnoud

Een AI kan geen uitvinder zijn onder de octrooiwetgeving

Artsy Bee, Pixabay

Nabrander uit december: ook onder Engels recht moet een uitvinder een natuurlijk persoon, oftewel een mens, zijn. Een octrooiaanvraag zonder mens als uitvinder kan niet worden behandeld. Dit is de zoveelste uitspraak over AI-als-IE-maker, ditmaal uit het Engelse Supreme Court en ja dit was wederom meneer Thaler met zijn DABUS.

Meneer Thaler is een zeer principieel mens: hij vindt dat zijn AI systeem (dat dus DABUS heet, Device for the Autonomous Bootstrapping of Unified Sentience) zelfbewust is en daarom ook als uitvinder of maker zou moeten kwalificeren. En hij voert vele rechtszaken om dat principe af te dwingen.

Ik noem er een paar:

Bij IPStars noemen ze nog een hele reeks landen waar ze ook nee zeggen. Opvallende uitzondering is Zuid-Afrika, waar het octrooi gewoon werd verleend zonder enig bezwaar over de uitvindersvermelding “the invention was autonomously generated by an artificial intelligence”. Het land kent net als Nederland een registratiesysteem, dus er wordt nauwelijks inhoudelijk gecontroleerd. Mogelijk is het er doorheen geglipt zonder dat men er verder diepere gedachten bij had.

De kern van alle redeneringen is dat alleen mensen ‘uitvinder’ kunnen zijn, omdat uitvinden menselijke creativiteit vergt. Dit leidt soms tot de interessante paradox dat men Thaler soms wél gaat vermelden als uitvinder, hoewel die naar eigen zeggen niets hééft uitgevonden. Op de “Invent!” knop drukken vind ik wat mager.

Eigenlijk nooit zie ik het argument terug dat octrooien worden verleend omdat mensen een (financiële) prikkel nodig hebben om uitvindingen openbaar te maken. Dat is immers waarom octrooien bestaan, je krijgt 20 jaar het recht deze exclusief te houden (of te licentiëren) maar je moet wel zeggen hoe de uitvinding werkt. Die 20 jaar concurrentievoordeel is commercieel zeer interessant voor een menselijke ondernemer, maar voor een machine totaal niet. Dat voelt voor mij een fundamenteler argument dan waar precies de creativiteit vandaan komt.

“Menselijke creativiteit” is immers een zeer glibberig criterium waar je heel makkelijk enorme grijze gebieden in mee kunt creëren. Als ik een taalverwerkend systeem een berg octrooien laat sorteren om zo witte vlekken (waar niets geoctrooieerd is) te zien, en ik kies dan zo’n vlek om wat te octrooieren, heb ik het dan bedacht, of is dat systeem een mede-uitvinder? Of als een statistisch model een analyse doet over een brede range aan waarden voor twintig parameters, en me de uitschieters laat zien waarna ik [23,18,…481] kies, wie heeft dan die uitschieter als uitvinding gedaan?

Voor auteursrecht speelt dit nog veel meer, omdat daar het creatieve werk ook nog eens een stuk subjectiever is. Maar daarover is jurisprudentie moeilijker te vinden, omdat auteursrecht niet vooraf beoordeeld wordt maar alleen bij een inbreukzaak ter discussie kan komen te staan.

(Meer leren over AI doe je op mijn praktijkmiddag op 12 maart of het live AI Act webinar van 27 februari.)

Arnoud

New York Times klaagt OpenAI aan om misbruik artikelen voor trainen van AI

The New York Times heeft OpenAI en Microsoft aangeklaagd voor het schenden van NYT’s auteursrecht. Dat meldde Tweakers in de kerstvakantie. De GPT taalmodellen van OpenAI zijn (mede) getraind op NYT-content, en met wat goed prompten kun je zelfs originele artikelen terugkrijgen, maar om het nou een kopieerapparaat te noemen? De vraag is dan ook fundamenteel: hóórt dit inbreuk op het auteursrecht te zijn?

De achterliggende reden is even banaal is veelvoorkomend: in april heeft de NYT onderhandeld met OpenAI en Microsoft om een betaalde licentiedeal te sluiten, maar dat is op niets uitgelopen. Er zijn meerdere van zulke gesprekken geweest, maar de details zijn schimmig. Het is goed gebruik dat als je onderhandelingen klappen, je naar de rechter stapt om ronde twee te initiëren met een miljardenclaim. (In de VS is auteursrechtelijke schade een vast bij wet vastgelegd bedrag, dus dat rekent makkelijk.)

Hoe toon je aan dat jouw content in de dataset zit waarmee GPT getraind is? Daar blogde ik in 2022 over: er zijn diverse trucs maar zekerheid heb je niet, want die diensten houden stevig de kaken op elkaar natuurlijk. Alleen bij de NYT ligt dat anders, want miljoenen van hun artikelen zijn opgenomen in de Common Crawl-dataset, de grootste dataset waarmee AI systemen worden getraind. En ook staat vast dat GPT getraind is met Common Crawl.

NYT ging nog een stapje verder: met een goed gekozen prompt krijg je gehele NYT artikelen eruit. Die “goed gekozen prompt” is dan wel de lead van het NYT artikel dat je wilde hebben, dus het voelt een tíkje sturend, en bovendien krijg je 95% van de originele tekst terug via de patroonherkenning die het LLM maakt. Het is geen kopieerapparaat maar een “raad het volgende woord” systeem, en dat wordt dan gedwongen om te raden met een zeer beperkte keuzevrijheid. LLMs slaan geen bronteksten op.

Is dat auteursrechtinbreuk? Voor mij voelt dat raar: OpenAI zoekt patronen in teksten, en gebruikt dat om nieuwe teksten te genereren. Dat is volkomen onvergelijkbaar met alle eerdere vormen van inbreuk die dankzij internet/ict mogelijk zijn gemaakt – die gingen allemaal over reproductie van de brontekst, zoals bij zoekmachines die snippets laten zien of torrentsites die helpen fragmenten te verzamelen. LLMs reproduceren de brontekst niet.

Dat roept natuurlijk het fairness argument op dat als jij miljoenen van iemands artikelen gebruikt om een systeem op te bouwen, die iemand daarvoor gecompenseerd zou moeten worden. Maar het auteursrecht is niet zo breed dat ieder gebruik of ieder voortbouwen op een werk automatisch inbreuk is, althans juridisch niet. De aanklacht van de NYT leunt zwaar op “journalistiek kost heel veel geld dus is het fair dat wij een vergoeding van OpenAI krijgen”, maar dat is geen juridisch argument.

Binnen de wet krijg je dan discussie hoe je termen als ‘openbaarmaking’ of ‘werk’ moet interpreteren in de context van dit soort verwerking van de data daaruit. Deze rechtszaak zou daar een gezaghebbend antwoord op kunnen geven – hoewel ik vrij zeker weet dat er geschikt wordt voordat het zover is, want OpenAI en Microsoft hebben al het geld (market cap 350x die van NYT) en de NYT heeft natuurlijk principes maar daar kan de kachel niet van branden.

Arnoud

 

 

 

 

 

Digitaal gekochte serie mag je niet altijd houden: ‘Koopknop is misleidend’

Mensen die via hun PlayStation-account een Discovery-serie kochten, kunnen die vanaf 2024 niet meer kijken. Dat meldde Nu.nl onlangs. En vooral: de aankopen worden van accounts af gehaald en niemand krijgt geld terug. Ik heb dat “misleidend” gezegd en drukte me nog zachtjes uit.

De nadere uitleg:

Het was van 2008 tot 2021 mogelijk om films en series te kopen via de PlayStation Store van Sony. De titels konden daarna worden afgespeeld via de spelcomputer. Twee jaar geleden verdween die optie, maar eerder gekochte films en series konden nog wel bekeken worden. Doordat Sony’s licentie voor titels van Discovery afloopt, verdwijnen die titels na 31 december dit jaar alsnog uit de accounts.
Nou is het tot daar aan toe dat men geen nieuwe films of series meer wil verkopen. Maar het is buitengewoon raar dat men nu de gekochte titels ontoegankelijk gaat maken, ook al is dat met een beroep op een afgelopen tijdelijke licentie met rechthebbenden.

Sterker nog: dat tijdelijke karakter is wat het zo erg maakt, want dan wist Sony dus dat de licentie op 31 december 2023 zou aflopen toen men tussen 2008 en 2021 de titels ‘verkocht’. En oké, misschien was dit een contract voor steeds 5 jaar met verlenging, maar dan nog weet je of moet je weten dat daar een eind aan kan komen.

Dat is belangrijk, want de term ‘koop’ betekent voor iedere jurist dat je ergens de eigendom op verwerft in ruil voor een eenmalige vergoeding. En inderdaad, digitale titels zijn geen ‘zaken’ zoals de wet dat noemt, je kunt een mp3-bestand niet op je voet laten vallen.

De wet regelt wel de aanschaf van zulke producten (boek 7, titel 1aa) maar stelt deze niet gelijk aan de koop van fysieke zaken. “De afgeleverde digitale inhoud of digitale dienst moet aan de overeenkomst beantwoorden”, is kort gezegd de eis. Daaronder valt onder meer dat deze

wat betreft de beschrijving, hoeveelheid en kwaliteit, functionaliteit, compatibiliteit, interoperabiliteit en andere kenmerken, voldoen aan de overeenkomst;
maar daar kun je hooguit uit halen dat als er is gezegd dat de licentie eeuwigdurend is, ze de licentie niet mogen intrekken.

Wat zeggen de PSN Terms of Service hierover? Artikel 11.3 komt het dichtst in de buurt:

Video Content may be made available to you as a live or near-live stream (“Live Stream Content”), as a licensed copy for rental for a limited duration (“Licensed Rental Content”), a licensed copy for an indefinite duration (“Other Licensed Content”) or (…).
Ik zie daar een duidelijk onderscheid tussen “rental” en “purchase” waarbij de laatste verbonden is aan “indefinite duration”. Nou zal Sony dat ook vast wel bevestigen, maar zij beroepen zich dus op een licentie die is verlopen, en dan komen we bij een heel ander artikel uit:
10.8. The limited license granted herein, and all use or access to the Content, is expressly conditioned on your compliance with this agreement’s terms, applicable Usage Terms, other applicable agreements, if any, and all applicable copyright and intellectual property rights laws.
Hier staat dus: alle toegang tot de content is afhankelijk van wat de copyrightwetgeving zegt en welke afspraken wij met anderen maken. Dus als Discovery (de contenteigenaar) het contract opzegt/niet verlengt, dan hebben wij geen “applicable agreement” meer om de licentie te verlenen en dan stopt deze dus.

Mag ik dit misleidend noemen? Ja, dit mag ik misleidend noemen. Je kunt niet in kleine lettertjes (en al helemaal niet zo’n boilerplate bepaling als 10.8) iets volledig wegnemen dat je in de grote letters expliciet hebt beloofd. En de term “koop” of “purchase” is nu eenmaal een belofte dat het voor eeuwig jouw eigendom is, dat is de hele betekenis van het woord.

Ondertussen komen we natuurlijk meteen terug bij de grote makke van het consumentenrecht: je recht halen is heel wat anders dan je recht krijgen. Wie gaat er voor een paar weggehaalde films Sony aanklagen, met alle heisa en advocatengedoe van dien?

Een massaclaim kan natuurlijk, maar ik denk dat daarvoor het collectief belang (lees: de opbrengst) te klein zal zijn. Wat wél interessant kan zijn, is massaal klagen bij het Europees Consumenten Centrum (ECC). Deze organisatie bemiddelt bij problemen met webwinkels elders in de EU, waar Sony Playstation (Ierland, natuurlijk) aan voldoet.

Zoals een anoniem commentende jurist het destijds uitlegde:

Het ECC is een organisatie die wordt betaald door de EU om consumenten bij internationale overeenkomsten te helpen en zo nodig te bemiddelen. Er zit dus een ECC kantoor in elke lidstaat en die kantoren overleggen zo nodig met elkaar. De consument en handelaar moeten dus in verschillende landen gevestigd zijn voor het ECC kan helpen. Maar anders dan het Juridisch Loket komt het ECC dus zelf in actie voor een consument.

En daar komt nog iets bij: de Europese Procedure voor Geringe Vorderingen of EPGV. Bij internationale geschillen binnen de EU (behalve Denemarken) kun je tot een bedrag van €5000 relatief eenvoudig procederen via een verzoekschriftprocedure (dus geen dagvaarding nodig). Simpelweg door standaard EPGV formulieren in te vullen. Nederlandse consumenten sturen dat naar een Nederlandse rechter die relatief snel overgaat tot een uitspraak nadat de wederpartij in de gelegen is gesteld om te reageren. Dat resulteert in een officiële beschikking met executoriale titel die in het andere land ten uitvoer kan worden gebracht. Er zit dus voor de helderheid ook een risico op verlies en een proceskostenveroordeling in het nadeel van de eiser aan vast.

Een heel andere route – vanwege de misleiding – is te klagen bij de consumententoezichthouder ACM. Ik weet alleen niet hoe veel mensen in Nederland hier daadwerkelijk last van hebben.

Arnoud

 

 

 

?Casetify nept de hoesjes van Dbrand tot op het gênante af, mag dat?

Telefoonhoesjesmaker Casetify zou de Teardown-skins van Dbrand en de bekende YouTube Zack Nelson (beter bekend als JerryRigEverything) van top tot teen hebben gestolen. Dat meldde DutchCowboys onlangs. De skins zijn met veel liefde en moeite gemaakt, dus de boosheid is goed te begrijpen. Maar mag het? Er is in ieder geval al een rechtszaak gestart.

Zack Nelson staat bekend als een ’teardown’ specialist: hij haalt elektronica uit elkaar en laat zien wat er precies in zit. Een samenwerking met hoesjesbedrijf Dbrand leverde dan ook een serie skins oftewel stickers op die precies vertonen wat er eigenlijk in die telefoon zit. Een knap staaltje werk om dat zo realistisch te doen:

Dbrand has to carefully disassemble the devices it wants to make a Teardown design for, whether it’s an iPhone 15, iPhone 14, Google Pixel 8, MacBook Pro, or a Galaxy Z Flip 5. It then scans their internals using a commercial-grade machine and puts the image into editing software. There, it makes numerous tweaks, such as removing screws, ribbon cables, and wires, as well as shifting some of the components around to ensure the design fits on the back of the phone, laptop, or tablet before making the prints.
Juridisch gezien is dat leuk en aardig maar het geeft je géén rechten op dat idee. Ideeën zijn immers vrij, dus als iemand anders ook zulke hoesjes of stickers met binnenwerk wil maken, dan is dat helemaal prima.

Casetify blijkt niet het idee over te nemen maar gewoon de foto gekopieerd te hebben. En niet alleen dat: men rommelde wat in de foto door elementen te verplaatsen, kennelijk om de kopieeractie te verhullen.

Duidelijke zaak, zou je zeggen. Alleen: een foto die een exacte replica wil zijn van het binnenwerk van een telefoon ligt auteursrechtelijk moeilijk. Auteursrecht krijg je op creatieve inbreng, en wie zo letterlijk en authentiek mogelijk de werkelijkheid vastlegt brengt geen creativiteit in. Zo’n rechttoe-rechtaanfoto is dus niet beschermd.

Nelson en Dbrand hebben daar wat trucjes voor toegepast:

Dbrand spotted the many Easter eggs it planted within its own designs on Casetify’s Inside Out products. That includes the “R0807” tag, which alludes to Dbrand’s tagline as a brand run by robots, as well as the JerryRigEverything catchphrase “glass is glass and glass breaks.”
Of “R0807” telt als creatief betwijfel ik, een naam of aanduiding is gewoonlijk geen auteursrechtelijk te beschermen element. Maar zo’n slogan, in combinatie met lettertype, positionering en dergelijke, lijkt me wel degelijk een beschermd element.

Casetify heeft niet gereageerd anders dan te bevestigen dat er een rechtszaak loopt.

Arnoud

Bedenker van populaire crompouce sleept na-apers voor de rechter

© Bammetje Bakery

Een Utrechtse bakker zegt dat ze de nu razend populaire crompouce al in 2020 heeft bedacht. Dat meldde Nu.nl gisteren. In de afgelopen maanden groeide de crompouce uit tot een rage, iedere bakker of supermarkt heeft haar eigen croissantje gevuld met room en een glazuurlaagje. Ik kreeg de vraag zo veelvuldig dat ik er toch maar over blog.

Het door Bammetje Bakery gedeponeerde merk betekent het alleenrecht op die naam, die dankzij TikTok razend populair werd. En dat is op zich prima, daar is het merkenrecht voor. Hoewel het een samenstel is van de bestaande woorden tompouce en croissant, is het samenstel wel een tikje creatief te noemen en daarmee voldoet de naam aan de eisen van de merkenwet.

Bakkerij-keten Van Maanen heeft na een sommatie eieren voor haar geld gekozen, aldus het AD:

De ondernemer stond ‘met de rug tegen de muur’, zegt hij over de boodschap van de advocaat. ,,Deze mevrouw heeft kennelijk recht op deze naam. Ik heb eerst voorgesteld om de rechten af te kopen voor de hele bakkerij-sector. Dat wilde ze niet. Een week geleden hebben we een licentie-overeenkomst afgesloten.’’
Velen vroegen zich af, geldt dat dan ook voor het concept, het product of een specifieke bereidingswijze om die producten te maken? Nee: het merkenrecht geldt enkel en alleen voor die naam, die specifieke term. Wat de samenstelling is van het product, is daar ondergeschikt aan.

Het merkenrecht biedt je de mogelijkheid anderen aan te spreken die jouw merk op hun product plakken, ook (of misschien wel: juist) als hun product anders is dan het jouwe. Dat is immers het hele punt, het kunnen aanpakken van namaak, imitaties, goedkope slaafse reproducties enzovoorts.

Wat je ook kunt doen – zoals Bammetje hier deed – is een licentie verkopen: de concurrent mag dan wél het merk voeren, maar moet dan aan zekere eisen voldoen. Bijvoorbeeld welk recept je moet toepassen, welke vorm of grootte en ga zo maar door. (Dit is niet strikt verplicht maar wel vaak de praktijk.) Zo kun je dan afdwingen dat alle crompouces in de markt aan jouw normen voldoen.

Het bezwaar vanuit de markt zal zijn: iedereen moet toch vrij zijn om zo’n basaal idee ook uit te voeren? Een croissant vullen met room en glazuren voelt niet heel spannend. Je moet er net opkomen, maar om daar dan een alleenrecht op te creëren met de naam gaat dan misschien wat ver. Maar het gaat dus om creativiteit op de naam. Dit product verkopen met een eigen naam mag wel.

Ook valt aan te voeren dat de naam al bestond. Dat is merkenrechtelijk op zich geen bezwaar, tenzij vast komt te staan dat de naam al werd gebruikt voor dat specifieke soort product. Want dan is het de soortnaam en die mag niet worden gemonopoliseerd. Het is mij bijvoorbeeld niet duidelijk of die Zeeuwse crompouce die al 30 jaar bestaat, altijd al zo werd genoemd of gewoon “roze flap” heette.

Arnoud