Loggen van privé-gebruik van e-mail en internet op het werk mag niet zomaar

Gevonden op Security.NL:

Het monitoren van telefoon- en internetverkeer van personeel in hun eigen huis door de werkgever is een schending van de mensenrechten, zo heeft het Europese Hof voor de Rechten van de Mens onlangs geoordeeld.

In de zaak Copland vs. het Verenigd Koninkrijk (zie ook Out-law.com)werd al het e-mail-, telefoon- en internet-verkeer van een medewerker gelogd. Het ging dan om verkeersgegevens (met wie belde of mailde ze, welke sites bezocht ze en op wel tijdstip) en niet op het opnemen van de inhoud zelf.

Het Europese Hof heeft al diverse malen eerder geoordeeld dat privé-telefoongesprekken op het werk ook onder het grondrecht van privacy vallen. In dit arrest wordt die lijn doorgetrokken naar privé-email en privé-internetgebruik.

Het bijhouden van privé-gebruik van telefoon, e-mail en internet op het werk mag dan alleen als dit bij wet geregeld is. In Nederland hebben we daarvoor de Wet Bescherming Persoonsgegevens. Op grond van deze wet is het toegestaan om netwerkverkeer te loggen om het netwerk goed te laten werken, voor de veiligheid en interne controle en onderhoud en beheer. Gebruikers moeten hierover wel worden geïnformeerd.

In het Verenigd Koninkrijk was er op dat moment nog geen vergelijkbare wet. En inbreuken op iemands privacy mogen alleen als er een wet is. Daarom werd het bedrijf in deze zaak in het ongelijk gesteld.

Arnoud

Charles Groenhuijsen boos over regels cameratoezicht op het werk

Charles Groenhuijsen maakt zich boos over de Nederlandse regels over cameratoezicht op het werk in zijn column Malligheid ten top: Excuus aan kantoordieven:

Wist u dat vorig jaar een kwart van de Nederlandse werknemers tijdens het werk werd bestolen? Ik wist niet er zo veel gestolen, gesnaaid, gegapt, gepikt en gejat werd. U wel?

Wat doe je er als baas tegen? Camera’s ophangen? Controle bij de uitgang? Fouilleren? Zo maar onverwacht ergens binnenlopen? Maar ho, ho, ho we zitten hier wel in Nederland. Dus dat gaat zo maar niet. Als je een camera ophangt zonder dat eerst met de halve wereld te hebben overlegd, ben je als werkgever strafbaar. Strafbaar? Ja, strafbaar!

In Nederland gelden bij cameratoezicht op het werk drie belangrijke beperkingen. Ten eerste mag de werkgever alleen specifiek die werknemers filmen die mogelijk betrokken zijn. Dus niet preventief iedereen.

Ten tweede moet de werkgever vooraf hebben gemeld dat er verborgen camera’s gebruikt kunnen worden (maar natuurlijk niet waar die staan). Dat melden kan niet zomaar: de OR heeft instemmingsrecht.

En ten derde moet het middel wel proportioneel zijn. Er moeten geen andere mogelijkheden zijn om de onregelmatigheden aan te pakken.

Het aparte aan deze regels -en wat Groenhuijsen lijkt te negeren in zijn tirade- is dat video-opnames die in strijd met deze regels zijn gemaakt, ontslagzaak wegens verduistering van geld uit de kassa vond de Hoge Raad dat, zelfs als de werkgever met het illegale cameratoezicht inbreuk zou hebben gemaakt op het privéleven van de verdachte, “dit nog niet betekent dat dit bewijsmateriaal in een procedure als de onderhavige niet mag worden gebruikt.”

Arnoud

Wanneer is iets inbreuk op het portretrecht?

Iemand die op de foto gezet worden, kan daar met zijn portretrecht tegen optreden. Daar zijn natuurlijk wel de nodige eisen voor. De belangrijkste is dat de geportretteerde moet aantonen dat hij een redelijk belang heeft om de publicatie te verbieden.

Een recent gepubliceerd maar oud vonnis (1996!) geeft mooi aan hoe die analyse in zijn werk gaat.

In deze zaak werd een vrouw gefotografeerd bij een Wasteland-party in Amsterdam. De vrouw was op de foto te zien “met één been over de reling van de loopbrug geslagen waarbij haar jurk openvalt. Voor haar bevindt zich een gehurkte man die zijn gezicht tegen haar schaamstreek drukt.”

De foto werd vervolgens in de Nieuwe Revu gepubliceerd. De foto illustreerde een artikel met als opschrift: SEX. HET JAAR WAARIN ALLES KAN, en bijschrift “Van incestplegers tot fistfucken op TV. Van SM op Internet tot openbare sex op de Amsterdamse Wasteland-parties. 1995 is het jaar waarin alles mag, kan en moet. Waarom?”

De vrouw wilde dit laten verbieden, omdat de publicatie van deze foto een ernstige inbreuk op haar privacy zou zijn. Zo pleitte haar advocaat:

Zij heeft er grote bezwaren tegen dat haar wijze van feestvieren buiten de kring van de aanwezigen op het feest bekend wordt, omdat bekenden van haar en anderen in haar omgeving haar gedrag zedeloos zullen vinden. Zij waande zich echter veilig in de beschermde omgeving van dit volgens haar besloten feest, tussen gelijkgestemde zielen.

Hoe ging de rechtbank hier nu mee om?

De eerste vraag is of er wel sprake is van een portret. Een afbeelding is een “portret” wanneer er een persoon herkenbaar op afgebeeld is. Dat betekent niet dat het gezicht er op moet staan. Een persoon kan ook door een karakteristieke lichaamshouding herkenbaar zijn.

Anders dan De Geïllustreerde Pers c.s. menen zijn van het gelaat van eiseres op de foto karakteristieke en daarmee herkenbare trekken te zien, zoals de haardracht, de neus, een gedeelte van de oogpartij en de bril. Het is, naar de rechtbank ter zitting heeft kunnen waarnemen, wel degelijk mogelijk dat aan het gelaat herkend wordt van de afbeelding, ook door onbekenden.

De eiseres had dus een portretrecht op de foto.

De volgende vraag is welk redelijk belang zij kon aanvoeren tegen publicatie. Privacy (persoonlijke levenssfeer) is in principe zo’n belang. Maar in dit geval was de foto buiten genomen, op de openbare weg waar het feest ook gehouden werd. De eisers zeiden

dat vrijwillig in de openbaarheid is getreden, op een publiek schavot, in het kader van een exhibitionistisch evenement, ten overstaan van toeschouwers, fotografen en cameraploegen, met in seksueel opzicht grenzeloos gedrag.

Maar dat was niet overtuigend, vond de rechtbank. Op de openbare weg dingen doen, betekent nog niet dat je helemaal geen privacy hebt.

De persoonlijke levenssfeer [kan] zich immers ook uitstrekken tot bepaalde gebeurtenissen die – gedeeltelijk – in het openbaar plaatsvinden. De omstandigheid dat eiseres zich boven de openbare weg bevond toen de foto werd genomen en dat personen die zich op dat moment in de Reguliersdwarsstraat bevonden haar – al dan niet conform haar bedoeling – mogelijk konden zien, vormt voor De Geïllustreerde Pers c.s. nog geen vrijbrief om zonder haar toestemming een foto van haar in een compromitterende pose te publiceren in een landelijk weekblad.

Het bordje bij de ingang van het feest met de mededeling dat binnen foto’s werden gemaakt, was daarbij niet relevant. Dat waarschuwt alleen dat er foto’s worden gemaakt en zegt nog niets over publicatie van die foto’s.

Degene die de foto publiceert, zal dus met een eigen belang moeten komen dat pleit vóór publicatie. Nu ging het om een foto in een weekblad. Verslaggeving en vrije nieuwsgaring is een groot goed, en privacy moet soms wijken als een foto nieuwswaarde heeft.

Er moet dan beoordeeld worden of het belang van de geportretteerde bij bescherming van haar persoonlijke levenssfeer opzij gezet moet worden voor het belang van het tijdschrift bij de onbelemmerde uitoefening van hun recht op vrijheid van meningsuiting.

In dit geval vond de rechtbank dat de privacy toch voorging, om een aantal redenen:

  • De foto was “geruime tijd” voor publicatie van het artikel gemaakt. Het ‘nieuws’ op de foto was dus niet echt actueel.
  • De geportretteerde was geen bekende persoon. Bekende personen hebben veel te dulden, maar “gewone” mensen niet.
  • De fotograaf had kunnen vragen om toestemming.
  • Het gezicht van de vrouw had onherkenbaar gemaakt kunnen worden. Het ging tenslotte niet om háár als persoon, maar om een sfeerbeeld.
Met name die laatste reden was doorslaggevend. Het was niet zo moeilijk geweest om rekening te houden met haar privacy. Dan had het tijdschrift dat ook moeten doen.

Wel werd de schadevergoeding verlaagd omdat de vrouw zelf het risico had genomen dat iets als dit kon gebeuren.

Gevonden via Boek 9.

Arnoud

Auteursrecht en privacy op de markt(plaats.nl)

Het verkopen van imitatie-designstoelen mag niet. Ook niet via Marktplaats. Maar hoe ver reikt nu de verantwoordelijkheid van een site als Marktplaats.nl als mensen dat toch doen?

Al eerder was beslist dat Marktplaats niet aansprakelijk is als mensen nep-stoelen via haar site verkopen (zie Boek 9). Alleen de verkoper is aansprakelijk. Stokke (de makers van de “Tripp Trapp” stoelen) eiste vervolgens van Marktplaats.nl dat deze preventief alle naam-, adres- en woonplaats-gegevens (NAW-gegevens) van gebruikers zou registreren. Het liefst van iedereen, maar als dat niet kon, dan toch op zijn minst van iedereen die “Tripp Trapp”, “Trip Trap”, “Stokke” of iets dergelijks in de advertentie vermeldde. Zo zouden verkopers van imitatie-Tripp Trapps makkelijker op te sporen zijn.

De rechtbank vond het verweer van Marktplaats steekhoudender: Stokke kan toch gewoon op de advertentie reageren, een bod uitbrengen en dan wachten tot de adverteerder zelf zijn gegevens geeft?

Bovendien zou het installeren van een filter Marktplaats relatief veel geld en moeite kosten. Die discussie kreeg nog een opmerkelijke wending nadat bleek dat de kostenschattingen nogal uit elkaar liepen. Stokke had betoogd dat filteren veel goedkoper kon dan Marktplaats stelde, door gewoon open source software te gebruiken. Marktplaats was echter bang dat “haar kroonjuwelen”, de site-software, dan ook als open source vrijgegeven moest worden. Wat natuurlijk onzin is, want Marktplaats verspreidt geen software. Per definitie (de open source-definitie) hoef je dan geen broncode vrij te geven.

Conclusie: het “geringe belang” van Stokke weegt niet op tegen de hoge kosten die Marktplaats zou moeten maken om Stokke te kunnen helpen.

Dit wil overigens niet zeggen dat providers geen persoonsgegevens mogen bijhouden, of dat ze niet verplicht kunnen worden om die af te geven. Hier ging het er alleen om hoe veel inspanning je van een (soort van) provider als Marktplaats kunt verlangen om aan persoonsgegevens van klanten te komen.

Meer bij SOLV Advocaten en Boek 9.

Arnoud