Nederlandse vertaling van GPLv3

| AE 1144 | Intellectuele rechten | 4 reacties

Collega-blogger en advocaat Bart Beuving heeft samen met kantoorgenoot Maurits Westerik een inofficiële vertaling van GPL versie 3 gemaakt. Deze vertaling kan niet worden gebruikt als vervanging van de Engelstalige GPLv3, maar is erg nuttig voor wie moeite heeft met de vaak cryptische Engelse terminologie in de open source licentie.

Mijn complimenten voor Bart en Maurits voor het uitstekende stuk werk dat ze hier hebben afgeleverd.

Wie na het lezen van de vertaling nog steeds worstelt met GPLv3, heeft wellicht wat aan mijn artikel Uit principe: de GNU General Public License (GPL) versie 3.

Arnoud

Deel dit artikel

  1. Arnoud, Nav deze blog nog even een keer het artikel van je gelezen. Het viel me nu pas op, en mischien heeft iemand anders er al iets over gevraagd, maar hoe zit dat nu met art 45j Aw? Jij schrijft daar dat je een rechtmatige verkrijger bent op het moment dat je de (GPL v3) software verkrijgt van een andere licentienemer. Vervolgens concludeer je dat je t dan op grond van 45j mag gebruiken zonder acceptatie van de licentie.

    Nu denk ik zelf dat 45j ziet op uitputting van een exemplaar. Dat staat er immers ook met zoveel woorden: (..)de verveelvoudiging, vervaardigd door de verkrijger van een exemplaar van eerdergenoemd werk”. Het gaat er om dat je een rechtmatig gekocht of gekregen exemplaar in ieder geval mag laden en in beeld brengen. Als ik een exemplaar heb gekocht bij een winkel en die verkoop ik later aan jou, dan mag jij dat exemplaar dus in ieder geval gebruiken.
    Bij open source software is er echter bijna nooit sprake van een exemplaar omdat het immers gedownload kan worden. Kun je dan stellen dat 45j mbt de acceptatie van de GPL algemene werking heeft?

  2. Mathieu, ik vind dat je “exemplaar” breder moet lezen dan alleen “een fysieke drager met daarop een kopie”. Een gedownloade kopie (uit geautoriseerde bron) is m.i. ook een ‘exemplaar’ in de zin van artikel 45j Aw.

    Het zou m.i. wat raar zijn dat er voor gedownloade exemplaren een ander regime zou gelden dan voor exemplaren verkocht op CD. De strekking is dat je bepaalde dingen mag doen als je de software legaal verkregen hebt.

  3. Ik kwam Mathieu’s opvatting een paar dagen geleden ook tegen in dit stuk van Koelman, die er zelf niet achter lijkt te staan. Hij verwijst naar een artikel van Thole en Seinen, mogelijk hier te vinden. (Ja, dat is het artikel, blijkt uit p. 7 van deze interessante bijdrage).

    Het lijkt erop dat de opvatting dat het om een fysiek exemplaar zou moeten gaan van de meeste kanten wordt afgewezen. Ook hier door Mathieu zelf 😉 (exemplaar is een “kopie”).

    Ik krijg verder de indruk dat het volgens ??n kamp gaat om de vraag of je beschikt over een rechtmatig verkregen kopie, en volgens een ander kamp om de vraag of je van de rechthebbende toestemming hebt om het programma te gebruiken. Dat laatste lijkt mij niet te stroken met de tekst van de bepaling. Het rechtmatig in bezit hebben van (de drager van) een kopie is iets heel anders dan het mogen gebruiken van het werk.

    Lastige materie. Zou de wetgever zelf een idee hebben gehad van hoe het zou moeten werken?

  4. Dat je een licentie nodig zou hebben om rechtmatige verkrijger te kunnen zijn kan ik toch moeilijk terugvinden in Richtlijn 91/250/EEG, vooral gezien de considerans die duidelijk spreekt over het gebruik van een rechtmatig verkregen kopie van het programma. Voor het rechtmatig kopen en geleverd krijgen van een gegevensdrager met daarop een programma is geen licentie op het programma nodig.

    Ik vermoed dat er bij het opstellen van de richtlijn niet is gedacht aan het downloaden van programma’s over het internet. Of “kopie” in de zin van de richtlijn ook betrekking heeft op gedownloade kopie?n lijkt me niet zeker. Ik vermoed dat het HvJ EG dat mag zeggen…

    In de conclusie bij C-41/04 zijn de punten 28 t/m 60 interessant. (Het HvJ EG lijkt in die zaak echter op een heel andere tour te zijn gegaan.)

    De conclusie geeft niet direct uitsluitsel over art. 45j, maar geeft in ieder geval duidelijk aan dat de rechtmatige verkrijger van (de eigendom van) een fysieke gegevensdrager met een programma daarmee ook het gebruiksrecht op het programma heeft. Over downloaden zegt dit nog niet zo heel veel, maar onder meer punten 52 en 53 geven nog een argument waarom dat gebruiksrecht nu juist van belang is voor fysieke exemplaren.

    Dat argument is denk ik precies het uitputtingsargument. Verkoop van gegevensdragers gaat via tussenpersonen. Zonder wettelijk gebruiksrecht zou je om het programma te mogen gebruiken als koper een licentieovereenkomst moeten sluiten met de softwareproducent. Dat is niet goed mogelijk via de tussenpersonen. Volgens punt 53 zou die licentieovereenkomst “- volgens de rechtsopvatting van de maker -” (gniffel) pas bij de installatie van de software tot stand komen, terwijl voor de software op dat moment al betaaald is. Dat zit niet helemaal lekker.

    Ofte wel, het wettelijke gebruiksrecht van art. 45j Aw komt bij uitstek van pas bij programma’s op fysieke gegevensdragers.

    Voor het legaal downloaden van software echter heb je om te beginnen al een licentie van de maker nodig. Als je daarvoor een licentie kunt krijgen, zou je langs dezelfde weg een licentie moeten kunnen krijgen om het programma te mogen gebruiken. Het wettelijke gebruiksrecht van art. 45j Aw is daarvoor dus geen praktische noodzaak.

Laat een reactie achter

Handige HTML: <a href=""> voor hyperlinks, <blockquote> om te citeren en <em> en <strong> voor italics en vet.

(verplicht)

Volg de reacties per RSS