Gastpost: Radiopiraterij, verleden en toekomst

| AE 8835 | Internetrecht | 17 reacties

radio-veronica-piraterijDeze week ben ik met vakantie. Traditiegetrouw dan ook een aantal gastposts. Vandaag Sophia Sipkens over het fenomeen radiopiraterij.

De radio is met zijn brede aanbod van programma’s niet meer weg te denken uit onze maatschappij. Ondanks het brede aanbod echter, kennen we nog steeds het fenomeen van de radiopiraterij. Hoewel het iets van de jaren ’60 lijkt vanwege het smalle radio-aanbod destijds, is radiopiraterij ook een hedendaags verschijnsel. De risico’s die dit met zich meebrengt zijn in de loop der jaren toegenomen. Maar wat is radiopiraterij nu eigenlijk en welke risico’s loop je als piraat anno 2016?

Wat is radiopiraterij? Het is nu, met ons uitgebreide radiospectrum, misschien moeilijk voor te stellen, maar in de beginjaren van de radio-omroepen werd alleen via de zenders Hilversum 1, 2 en 3 uitgezonden. De eerste staatsomroepen werden gelanceerd in de jaren ’20 van de vorige eeuw. De programmering van deze zenders was echter beperkt. Veel jongeren waren ontevreden over het muziekaanbod van de publieke zenders. Als een tegenreactie hierop ontstonden er verschillende illegale radiozenders, oftewel zenders zonder zendvergunning.

Geschiedenis radiopiraterij De eerst bekende illegale zenders begonnen met uitzenden in de jaren ’30. Ze begonnen met het uitzenden via de middengolf (AM), maar deze uitzendingen waren alleen lokaal te beluisteren, tenzij er gebruik gemaakt kon worden van een zeer omvangrijke zendinstallatie. De meeste van deze zenders verplaatsten daarom hun zendapparatuur naar een schip, fort of boortoren in de Noordzee. Op deze schepen en boortorens konden de illegale zenders een grotere zendmast kwijt, waarmee hun uitzendingen een groter bereik kenden.

Doordat deze zendpiratenschepen buiten de Nederlandse territoriale wateren voor anker lagen terwijl uitzenden vanaf de Noordzee toen niet verboden was, kon de Nederlandse overheid niet tegen deze zenders optreden. Met het begrip territoriale wateren wordt de zeestrook bedoeld, grenzend aan het landgebied van een kuststaat (bijvoorbeeld Nederland) waarover de rechtsmacht van deze staat zich uitstrekt. De bekendste illegale radiozender was radio Veronica, die zijn eerste uitzending had in de jaren ’60. Veronica zond de populaire popmuziek uit die bij de Hilversumse zenders niet op het programma stond.

Radio Veronica werd zo populair dat ze al gauw concurrentie kreeg van radio Noordzee International. Deze twee zenders raakten verstrik in een concurrentiestrijd die op 15 mei 1971 escaleerde. De directie van radio Veronica wilde radio Noordzee het zwijgen opleggen door die van het anker te lichten, maar degene die deze klus zou uitvoeren besloot een bom te plaatsten. Deze bomaanslag maakte duidelijk dat er iets gedaan moest worden. Nederland sloot zich dan ook in 1974 aan bij het Verdrag van Straatsburg uit 1965 en hiermee werd het uitzenden vanaf de Noordzee verboden.

Radio Veronica legde zich hier echter niet bij neer en werd na vele pogingen in 1976 legaal via een aspirantstatus bij de publieke omroep. Na het in werking treden van het Verdrag van Straatsburg werd radiopiraterij wel moeilijker en zeldzamer, maar verdwijnen deed het niet. De techniek ging vooruit en de piraten gingen mee met hun tijd. Zo werden de FM golf en de satellietfrequenties door de radiopiraten in gebruik genomen. Agentschap Telecom Radio, televisie en mobiele telefonie maken allemaal gebruik van radiofrequenties. Deze frequenties zijn tegenwoordig schaars, waardoor een goede en verantwoorde verdeling noodzakelijk is. Dit is een taak van het huidige Agentschap Telecom, een onderdeel van het ministerie van Economische Zaken dat samen met de Autoriteit Consument en Markt (voorheen de OPTA) is opgericht door de telecommunicatiewetgeving en met als doel om onder andere deze wetgeving te handhaven. Dit Agentschap werd opgericht in 1929 als de Radiocontroledienst van het Staatsbedrijf der PTT (afgekort RCD). Het Agentschap heeft tot taak om het elektronische communicatiedomein te verdelen, te verruimen en te optimaliseren. Daarnaast worden de wetten gehandhaafd die het illegale frequentiegebruik regelen. Hiervoor werkt het Agentschap samen met soortgelijke organisaties in de hele wereld.

De handhavingsmaatregelen die het Agentschap tot zijn beschikking heeft, zijn door de jaren heen veranderd. Hierbij worden zowel de mogelijkheden van een strafrechtelijke als van een bestuurlijke aanpak gebruikt. Heden ten dage kan het totale boetebedrag voor het illegaal uitzenden op radiofrequenties oplopen tot €45.000 per wetsovertreder. Eerst werden alleen de eigenaren van de zendinstallaties aangepakt, maar tegenwoordig kan iedereen die bij de illegale uitzendingen betrokken is een boete krijgen.

Radiozendamateurs Niet alle particuliere radio-uitzendingen zijn illegaal. Voor iedereen die toch graag zelf radio-uitzendingen wil maken zonder strafbaar te zijn, is er het project van de zendamateurs. Dit zijn mensen die hun hobby hebben gemaakt van het experimenteren met het uitzenden en ontvangen van radio- en tv-signalen. Daarnaast experimenteren zij ook met radiofrequenties om verbindingen te maken met andere zendamateurs over de hele wereld. Om dit in goede banen te leiden heeft het Agentschap Telecom deze zendamateurs een aantal voorwaarden opgelegd. Zij moeten een examen afleggen waarin ze laten zien dat ze voldoende technische kennis hebben en op de hoogte zijn van de regels en beperkingen die het Agentschap aan hen oplegt. Naast het succesvol afleggen van het examen is een registratie bij het Agentschap nodig.

In welke wetten wordt radiopiraterij strafbaar gesteld? Net als dat het Agentschap Telecom door de jaren heen veranderd is, zijn ook de wetten die het frequentiegebruik regelen veranderd. De eerste wet die zich met dit onderwerp bezighield was de Telegraaf- en telefoonwet uit 1905. In deze wet werd vanaf 1938 het gebruik van zendinstallaties op het Nederlandse grondgebied zonder vergunning verboden. Als aanvulling daarop sloot Nederland zich in 1974 aan bij het Verdrag van Straatsburg. De Telegraaf- en telefoonwet is sinds zijn inwerkingtreding verscheidene keren aangepast en vervangen.

In 1998 kwam de Telecommunicatiewet als opvolger. Deze wet is onder andere de implementatie van enkele Europese richtlijnen, die zijn vastgesteld door Europa en in nationale wetten geïmplementeerd dienen te worden. Daarnaast zijn in de Telecommunicatiewet alle regels vastgelegd die betrekking hebben op onderwerpen van telecommunicatie. Dit maakt de Telecommunicatiewet tot een complexe en uitgebreide wet. Het belangrijkste artikel op het gebied van radiopiraterij is artikel 10.16 Telecommunicatiewet. Hierin wordt het gebruik van zendapparatuur zonder vergunning vanaf het Nederlandse grondgebied verboden. Voor het verbod op het gebruik van zendapparatuur vanaf zee moet nog steeds een beroep gedaan worden op het Verdrag van Straatsburg.

Wat zijn de risico’s van radiopiraterij? Het verbod op illegale radio-uitzendingen is er echter niet alleen gekomen om de legale radiozenders te helpen. Natuurlijk lopen zij luisteraars en daardoor reclame-inkomsten mis als hun signaal verstoord wordt door een illegale zender, maar deze commerciële reden is niet de enige voor dit verbod. Een belangrijkere reden heeft te maken met ons systeem om informatie over calamiteiten te verspreiden.

Zowel het contact tussen de hulpdiensten als de informatievoorziening aan burgers verloopt via radiofrequenties. Ook deze frequenties worden verstoord door de radiopiraten. Dit doen ze niet altijd met opzet, maar het gebeurt wel degelijk. Sommige frequenties moeten bijvoorbeeld vrij blijven zodat de hulpdiensten ze kunnen gebruiken. Het aantal hiervoor beschikbare frequenties is klein, omdat het aantal legaal gebruikte frequenties fors is toegenomen. Als een piratenzender ondertussen op die zender een programma uitzendt kunnen de hulpdiensten elkaar niet bereiken, met alle gevolgen van dien. De noodzaak van dit verbod is dan ook niet alleen commercieel, maar zeker ook noodzakelijk vanwege het redden van levens.

Deze blog is geschreven door Sophia Sipkens van ICT-Jura, een juridisch adviesbureau gespecialiseerd in informaticarecht en rechtsinformatica. Zij is bereikbaar via www.ictjura.nl en info@ictjura.nl.

Deel dit artikel

  1. In de jaren 80 op de veluwe was er meer dan voldoende vrije frequentie ruimte voor zenders, waar gretig gebruik van werdt gemaakt. In de jaren 90 werd dat inderdaad rap minder en nam ook het aantal piratenzenders rap af. Indertijd luisterde ik eigenlijk alleen naar de piratenzenders. Met ons idiote publieke stelsel toendertijd was het geen zender zoeken, maar programma zoeken naar leuke muziek. Deze was als een lappendeken verdeeld over de week, met daartussen afschuwelijke muziek van andere omroepen.

    Tegenwoordig is dit echt niet meer nodig, voor ieder genre is er wel een zender e vinden. De enige piraten die je af en toe nog hoort maken uitzendingen in dialect voor een heel klein publiek.

  2. Het radio-spectrum wordt op dit moment heel inefficiënt gebruikt. Stel je een grote zaal, vol met mensen, voor, waarin één persoon met een megafoon mag praten, en de rest zijn mond moet houden. Die ene persoon kan zijn boodschap dan kwijt, maar misschien zijn veel mensen in de zaal helemaal niet geïnteresseerd in die boodschap, en misschien zijn er wel mensen in de zaal die ook iets zinnigs te zeggen hebben. Die komen niet aan bod. Dat is de manier waarop een grote radiozender een radiofrequentie gebruikt.

    Stel je nou de zelfde zaal vol, vol met mensen, die allemaal door elkaar heen praten. Je kunt dan alleen de mensen verstaan die vlak bij je staan. Iedereen die iets te zeggen heeft kan zijn zegje kwijt. Je krijgt niet per sé alles te horen wat je wilt horen, maar je komt wel een eind door de voor jou interessante mensen op te zoeken. Bovendien kunnen mensen interessante weetjes doorvertellen. De totale hoeveelheid informatie-overdracht in de zaal is veel groter.

    Een frequentiegebruik waarbij een groot aantal lokale zenders op de zelfde frequentie zitten is veel efficiënter dan een frequentiegebruik waarbij er één grote zender is die iedereen overstemt. Telefonie-netwerken zijn al een stuk efficiënter dan ouderwetse radiozenders; WiFi is nog een stuk efficiënter, want de cel-grootte (afstand tussen zenders) is kleiner. Ideaal zou zijn als de cel-grootte zich dynamisch aanpast aan of er in een gebied veel gebruikers zijn: kleine cellen in de stad, grote cellen op het platteland. Als elke gebruiker meteen een zender is die zijn eigen cel creëert, krijg je dat automatisch.

    Signalen kunnen over grote afstand van A naar B worden gebracht via routing: internet-techniek dus. Dat vraagt alleen bandbreedte op een lineaire route, niet in een compleet volume (zoals ouderwetse radio), dus het is veel efficiënter.

    Ik zou er voor willen pleiten om de noodzaak van een zendvergunning op te heffen, en in plaats daarvan een maximum zendvermogen in te stellen. Bepaalde frequenties moeten vrij blijven voor nooddiensten en dergelijke, maar de rest moet vrij zijn voor WiFi-achtige techniek. Ik heb niet veel verstand van radiotechniek, maar idealiter is dat techniek waarbij de zender een bepaald maximumvermogen heeft, en de ontvanger een groot bereik aan ontvangstvermogens heeft (voor groot afstandsbereik), met als enige eis dat het signaal niet wordt overstemd door andere bronnen. Daarbovenop zouden we dan een wireless mesh netwerk kunnen maken voor internet-toegang; alle ouderwetse zenders die eerst direct op de ether zaten kunnen dan, via dat internet-netwerk, bereikbaar blijven.

    • “Ik heb niet veel verstand van radiotechniek, maar idealiter is dat techniek waarbij de zender een bepaald maximumvermogen heeft, en de ontvanger een groot bereik aan ontvangstvermogens heeft (voor groot afstandsbereik), met als enige eis dat het signaal niet wordt overstemd door andere bronnen.”

      Er bestaat niet zoiets als ‘ontvangstvermogen’. Bereik en ontvangstkwaliteit over een bepaalde afstand wordt volledig bepaald door het zendvermogen. Er is wel wat speelruimte met een kwaliteit goed afgestemde antenne, maar als het zendvermogen niet genoeg is om een bepaalde plaats te bereiken is er geen enkele vorm van techniek die dan op magische wijze uit niets dat signaal kan genereren. Je kunt gewoon uitrekenen wat je maximale bereik bij een bepaald zendvermogen.

      • Misschien heb jij er meer verstand van, en kan je dit een beetje uitleggen.

        Mijn idee was: naarmate je als ontvanger verder van de zender af staat, is het vermogen van het signaal dat je ontvangt kleiner. Je moet het dan meer versterken om er iets van te maken. Als je een bepaald vermogen na versterking wenst, dan moet je, bij verschillende afstanden, een andere versterkingsfactor instellen. Of je moet, bij constante versterkingsfactor, heel flexibel zijn in wat voor vermogen van het versterkte signaal je accepteert.

        Ik begrijp dat er grenzen zijn aan wat je met versterking kunt bereiken, omdat je ruisbronnen ook mee versterkt. Ik neem aan dat dit jouw “maximale afstand” bepaalt.

        Stel nou dat je, in mijn voorstel, een maximum zendvermogen toestaat dat ruimschoots voldoende is, zeg, voor een bereik van 20 km of zo. Je signaal is dan een stuk sterker dan ruis. Je kunt dan toch nog steeds last hebben van andere zenders die op de zelfde frequentie zitten, waardoor je bereik kleiner wordt? Dat is mijn idee van dynamisch aanpassende cel-grootte: je bereik wordt automatisch kleiner als er meer mensen in de buurt zijn. Je kunt een bepaalde zender alleen effectief ontvangen als ‘ie een flink stuk dichter bij zit dan andere zenders in de zelfde frequentieband. Met een stuk of tien niet-overlappende frequentiebanden zouden er altijd wel een paar zenders moeten zijn die je goed kunt ontvangen. Als zenders onderling kunnen zendgedrag afstemmen (bijv. time slicing o.i.d.) zou het nog effectiever kunnen worden; ik dacht dat WiFi al zoiets doet.

        Ik weet niet of je met een smart phone voldoende vermogen op kunt wekken voor zo’n groot zendvermogen; wellicht is je accu dan zo leeg.

        • Je signaal wordt inderdaad steeds zwakker naarmate je verder van de bron komt. Op een gegeven moment is het signaal kleiner als de ruis en is het niet meer te ontvangen. Op het moment dat je een zender hebt met een bereik van 20km, en je zit daar 10km vanaf en er is een andere zender op dezelfde frequentie met ook 20km bereik waar je 5km vanaf zit, dan drukt die tweede zender de eerste volledig weg. Zit je ongeveer even ver van beiden, dan heb je alleen maar storing en is er geen touw aan vast te knopen.

          Met een mobieltje kom je niet zover. Je mobiel heeft een maximaal zendvermogen van 2Watt. Als je dit vermogen gebruikt (het is dynamisch, dus alleen bij slecht bereik) dan zul je zien dat je mobieltje zo leeg is. Ter vergelijking: de TV zenders van Lopik en Smilde stuurden voor Nederland 1, 2 en 3 (analoog) een vermogen uit van 1000kW (!) per kanaal. Nu gaat dat over iets meer dan 20km bij die twee zendmasten, maar je begrijpt waar het heen gaat.

          Je kunt niet vermijden dat meerdere zenders op dezelfde frequentie (of daar vlakbij) elkaar storen. Enigste wat je eventueel zou kunnen doen, is digitaal meerdere kanalen tegelijk verzenden op hetzelfde kanaal, waarna je op de ontvanger na decodering bepaald welke je wilt horen. Dit is feitelijk wat er in zekere vorm ook in een digitale kabel ontvanger gebeurt.

          • Interessante getallen. Lopik is per kanaal dus 500 000 keer krachtiger dan het maximum vermogen van een mobieltje. als het ontvangen vermogen kwadratisch afneemt met afstand(*), dan moet Lopik dus ongeveer een 700 keer grotere afstand kunnen bereiken. Als ik even heel ruwweg aanneem dat het bereik van Lopik zo’n 150km is (om Nederland grotendeels te dekken), dan zou een mobieltje dus een maximum bereik van zo’n 200 meter kunnen hebben.

            Klopt dit? Er zijn toch ook wel gebieden waar een mobieltje een paar km van de mast af zit? Of niet? Of heeft een mobieltje dan gewoon een veel kleinere bandbreedte? Ik neem aan dat je voor goed gecomprimeerde digitale spraak een stuk minder bandbreedte nodig hebt dan voor analoge televisie. Dan heb je wellicht ook minder vermogen nodig. Dat zou wel betekenen dat mijn idee van een mesh netwerk alleen in de stad goede breedband kan leveren (waar de afstanden klein zijn); op het platteland zullen mobieltjes in ieder geval nooit een grote uploadsnelheid bereiken; daar zijn vaste installaties met een hoger vermogen voor nodig.

            (*) is dat zo? Ik neem even omnidirectionele antennes aan, en dan moet, op afstand R, het vermogen verdeeld worden over een bol met oppervlak 4pi*R^2. Per stukje oppervlak wordt dan, bij een x keer grotere afstand, het vermogen x^2 keer zo klein.

            • De afval van een radio zender zou ik moeten opzoeken. Er zit echter wel degelijk een groot verschil tussen een radio/tv zendmast en een mobieltje: een mobieltje heeft bijna altijd line-of-sight, en als je line-of-sight hebt tussen zender/ontvanger, dan kun je altijd een veel groter bereik realiseren als wanneer je dat niet hebt. Je ziet dit ook regelmatig in huis of op kantoor: binnen slecht ontvangst en doe 1 stap buiten de deur en je hebt volle bak. En dat zijn (voor 4G) 40W masten die (in NL) zo dichtbij staan dat je ze bijna altijd kunt zien. Bij radio/tv moet het natuurlijk niet zo zijn dat als er een boom of een flat tussen de mast en je radio of TV staat dat je dan geen ontvangst meer hebt, dus dat is een van de redenen dat ze zoveel vermogen nodig hebben. Maar dat is dus wel iets om rekening mee te houden zou je een alternatief willen ontwikkelen.

              • Afval van een radiosignaal is gecompliceerd. Het eenvoudigste geval is een omnidirectionele zender die in alle richtingen even sterk zendt. De energie verspreid zich over het oppervlakte van een bol : A=4?r^2 De afname met de afstand is dus kwadratisch.

                Het probleem dat onstaat is dat antennes zo niet werken, veel signaal gaat verloren in de ruimte en de grond waar geen ontvangers zijn. Het vermogen wordt dus in een optimalere vorm verdeeld door bijvoorbeeld dipool antennes of een directionele antenne. De afname zal dan minder dan kwadratisch zijn in de ‘juiste’ richting en meer in de ‘verkeerde’.

                Om het nog ingewikkelder te maken heb je te maken met reflecties in de fresnel zones. deze kunnen een signaal dempen of juist versterken. Dit hangt er vanaf in welke zone de reflecties plaatsvinden. Hierdoor krijg je ook het tegen intuitieve effect dat de ontvangst beter wordt als je de zender lager plaatst. Er onstaat dan blijkbaar een reflectie door een object tussen zender en ontvanger die het signaal versterkt.

  3. Goed dat de radiozendamateurs in dit stuk afzonderlijk genoemd worden. Deze groep ethergebruikers wordt vaak verward met etherpiraten. Vooral kranten en nieuwssites schrijven vaak dat er een zendamateur is opgepakt als er een etherpiraat uit de lucht gehaald is.

    Naast de zendamateurs zijn er nog andere legale uitzendingen door particulieren. De 27MC’ers zijn daar een voorbeeld van. Ook deze groep wordt vaak verward met zendamateurs. 27MC’ers hoeven echter geen examen te doen en hebben ook geen vergunning of registratie nodig. Daar staat dan wel tegenover dat zij zelf geen zenders mogen bouwen. Ook het toegestane zendvermogen is lager dan dat van zendamateurs. Begin jaren ’80 was de 27MC-band erg populair. Tegenwoordig maken vooral vrachtwagenchauffeurs er nog gebruik van.

    Ook het gebruik van allerlei andere apparatuur die met een laag vermogen uitzendt is toegestaan zonder vergunning of registratie. Wifi en draadloze telefoons zijn daarvan wel de bekendste voorbeelden.

    • Mag je op elke frequentie uitzenden op een laag vermogen? Ik dacht dat op dit moment alleen bepaalde frequentiebanden zijn vrijgegeven voor gebruik zonder vergunning.

      Ik denk dat elk elektrisch apparaat wel wat ruis genereert, op allerlei frequenties. zonder zendvergunning; daar zullen wel normen voor zijn. Ik verwacht alleen dat die normen zo streng zijn dat je binnen de huidige normen geen praktische zendapparatuur kunt maken.

      • Elk elektrisch apparaat zend uit. Als het goed is op een laag vermogen, en daar zijn regels voor. Blijf je daar binnen dan kun je inderdaad zeggen dat je op iedere frequentie mag uitzenden.

        Binnen die regels kun je prima praktische zenders maken: met tempest technieken kun je een kamer verder reproduceren wat er op jouw beeldscherm staat, omdat jouw beeldscherm (onbedoeld, maar wel binnen de regels) genoeg informatie uitzend om dat met een gevoelige ontvanger te reproduceren. Dus je beeldscherm is een onbedoelde, maar prima functionerende zender.

  4. Sinds een paar maanden heeft het AT een aantal ongebruikte middengolffrequenties vrijgegeven voor kleinvermogen AM (link). Hiervoor is wel een vergunning nodig. Er zijn twee categorieën: een voor maximaal 1 Watt zendvermogen en een voor maximaal 100 Watt. Overigens zijn kleine ongelicenseerde FM-zenders ook toegestaan vanwege Europese regelgeving: dit zijn de ‘FM-bugs’ die je in elektronicazaken kunt kopen voor een paar tientjes en vaak gebruikt worden om mp3’s af te spelen op autoradio’s. Het vermogen ervan mag niet meer zijn dan 50 nanowatt. Daarmee kom je met een beetje geluk net de straat uit (net als met 1 watt AM trouwens).

  5. Leuk voor de nostalgie. Of je het nu hebt over SM, AM, of FM het is wat mij betreft met de komst van ‘breedbandinternet’ voor thuisgebruikers maar ook 3G en 4G allemaal een hopeloos achterhaalde manier om informatie over te brengen. Om deze reden doet het er praktisch gezien niet meer toe. Informatie verspreiden zoals dat vroeger met radio of TV ging kan tegenwoordig via andere platformen, en praktisch iedere Nederlander kan dat. Misschien muv de minima.

    Wat betreft die kleine FM transmitters. Kan me nog herinneren dat de Nokia N900 er zo een had. Dan kon je data uitzenden via FM (bijvoorbeeld een MP3) en die op je autoradio afspelen. Tja. Geinig, niet meer dan dat.

Laat een reactie achter

Handige HTML: <a href=""> voor hyperlinks, <blockquote> om te citeren en <em> en <strong> voor italics en vet.

(verplicht)

Volg de reacties per RSS