Hoe bedreigend is het om als doelwit in een game te fungeren?

| AE 10367 | Strafrecht | 12 reacties

Stel je hebt ruzie met iemand en die maakt een schietspel waarbij jij het doel bent en er echte kogels in beeld zijn. Zou dat een strafbare bedreiging zijn? In een recente rechtszaak bepaalde de Hoge Raad (dank, 10a) van niet, zij het vooral vanwege de motivatie. Dus dat roept een interessante vraag op: hoe bedreigend is het om als doelwit in een game te fungeren?

De verdachte was een zzp’er die werkte voor het bedrijf van het slachtoffer, en op zeker moment was daar een woordenwisseling over betalingen, waar de verdachte verbaal kennelijk erg agressief bij was. Daarmee eindigde de werkrelatie, maar op zeker moment nadien kreeg het bedrijf een tip van een relatie dat er een “raar spelletje” online stond.

Raar inderdaad: een shooter waarbij je tussen onschuldige konijntjes af en toe een zombie kreeg, en uiteraard moet je die dan doodschieten. Alleen waren over die zombies de gezichten van de slachtoffers geplakt, met als effect dus dat iedereen die twee personen dood leek te schieten. Tel daarbij op een kogel met “Reload and shoot some more!” als reload-knop en ik snap dat er aangifte wegens bedreiging werd gedaan.

In eerste instantie kreeg men gelijk en werd de man veroordeeld tot een werkstraf. In hoger beroep werd discussie gevoerd over hoe openbaar het spel was en of dat de bedoeling van de verdachte zou zijn geweest, waarvan het Hof zei dat dat het geval was. Bedreigend was het ook:

De teksten en afbeeldingen en met name het doel van het spel, zijn van dien aard dat zij een bedreigend karakter hebben. Het voorgaande in samenhang bezien met de omstandigheid dat tussen de verdachte en de aangevers een zakelijk geschil bestond, maakt dat het hof van oordeel is dat bij [slachtoffer 1], [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] de redelijke vrees kon ontstaan dat daadwerkelijk op hen geschoten zou worden. Dat het spel volgens de verdediging een satirisch karakter heeft doet hieraan niet af.

Dit doet als motivatie echter een tikje mager aan, en dat is ook waarom de HR hen op de vingers tikt: uit het feit dat er een geschil is en je kunt schieten, mag je nog niet concluderen dat de maker van het spel aan het dreigen was. Die drempel ligt namelijk hoog:

Voor een veroordeling ter zake van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht is, voorzover hier van belang, vereist dat de bedreiging van dien aard is en onder zodanige omstandigheden is geschied dat bij de bedreigde de redelijke vrees kon ontstaan dat zij het leven zou kunnen verliezen.

En nou ja, het klopt natuurlijk dat er niet expliciet wordt gezegd, laten we dit in het echt doen met hem, of iets dergelijks. Tegelijkertijd, ik begrijp het wel: voor veel mensen is het behoorlijk schokkend om in een agressieve situatie te belanden, en daarna te zien dat die ander daarmee doorgaat met zo’n spel. Het komt erg agressief over en ik snap goed dat mensen ervan schrikken hun gezicht als doelwit in een schietspel te zien. Ik heb daarom best moeite met deze lat, want een beetje handige bedreiger kan zo makkelijk dingen verzinnen die de lat niet halen maar het beoogde effect wel sorteren.

Arnoud

Deel dit artikel

  1. Inderdaad een raar vonnis. Volgens mij zijn er mensen veroordeeld die een wat verkeerde tweet verstuurden waarvan je op je klompen kan aanvoelen dat dit in de ‘heat of the moment’ gebeurde. Deze game lijkt me toch veel specifieker.

    Ook vind ik dit een rare zin:

    onder zodanige omstandigheden is geschied dat bij de bedreigde de redelijke vrees kon ontstaan dat zij het leven zou kunnen verliezen.
    Betekent dit dat ik wel mag dreigen met ernstig geweld, als ik maar duidelijk maar dat ik iemand altijd in leven zal houden?

    • Wat mogelijk mee zou kunnen spelen, voor mij in elk geval wel gevoelsmatig, is dat de verdachte de slachtoffers niet op de hoogte heeft gesteld van het bestaan van het online spelletje. Slachtoffers kwamen daar immers indirect pas achter via een relatie. De situatie is misschien zelfs zodanig dat de verdachte er best vanuit had kunnen gaan dat de slachtoffers nooit op de hoogte zouden komen van het bestaan van dat online spelletje. Dan zou het aspect ‘bedreiging’ wellicht zelfs volledig kunnen vervallen, want voor bedreiging lijkt het me wel noodzakelijk dat de ‘boodschap’ bij het slachtoffer aankomt.

    • Dreigen met geweld is zeker niet zomaar toegestaan. Deze uitspraak gaat alleen om het misdrijf uit art. 285 Sr. Er zijn ook andere strafbepalingen waarin bedreiging centraal staat. Tegen je baas zeggen “geef me nu promotie of ik geef je een schop tegen je scheenbeen” (pijnlijk maar over het algemeen niet dodelijk) is bijvoorbeeld strafbaar gesteld onder art. 284 Sr.

    • In de wet staan verschillende straffen voor verschillende misdrijven. Dreigen iemand te vermoorden wordt door de wetgever gezien als erger dan dreigen dat je iemand in elkaar zal slaan. Daar staan dus andere straffen voor.

      Als je dus iemand bedreigt met geweld en diegene denkt niet dat je hem wil vermoorden dan zul je vervolgd worden voor ‘bedreiging met zware mishandeling’ in plaats van met ‘bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht’. De straf is dan milder, maar het is net zo goed strafbaar.

      Ik kan mij voorstellen dat een Tweet juist bedreigender overkomt/is dan een spelletje. Bij een tweet lijkt het me moeilijker in te schatten of iemand het serieus meent of dat ie gewoon zn agressie in the heat of the moment uitte, terwijl het me bij zo’n spelletje duidelijker lijkt dat het doel al is om de agressie op een andere manier kwijt te raken. Maar ja, het is een behoorlijk grijs gebied…

  2. Dit zou oud nieuws moeten zijn: in een eerder vergelijkbaar geval (denk ik…) uit 2014 waarin Geenstijl de foto van Jozias van Aartsen plakte op James Foley vlak voordat deze door ISIS werd onthoofd besliste het OM ook al om niet tot vervolging over te gaan (quote uit het AD):

    “Het OM heeft inmiddels gekeken naar de totale context en naar jurisprudentie. Uit niets blijkt dat er opzet was tot bedreiging van een bestuurder met geweld, stelt de officier van justitie. Daar wordt in de tekst ook niet naar verwezen. Justitie vindt wel dat de foto bedreigend kan overkomen, maar er is geen sprake van een strafbare bedreiging.”

    De uitspraak van de HR lijkt deze lijn te volgen.

  3. Wat het OM wel en niet onder tegen het leven gerichte bedreiging verstaat is niet op voorhand helder. Zie de actuele kwestie rond Sinterklaasbedreiger Michael van Z. Die schreef op Facebook:

    We moeten een prijs op het hoofd van Sinterklaas zetten. Dubbele prijs als het tijdens de Nationale intocht is zodat alle kinderen getuigen ervan zijn, zelfs massaal onder zijn hersenen en botsplinters bedekt zitten. Maw zonder twijfel morsdood. Zo kan de NPO geen onzinverhaaltje ophangen met een nieuwe Sinterklaas en zijn we voorgoed van dat feest af. (En van die irritante Flodder acteur die Sinterklaas speelt.)

    Toch verdenkt het OM Van Z. niet van bedreiging, maar van opruiing. Ik neem aan dat is omdat de maximumstraf hoger is (vijf ipv. vier jaar), alhoewel ‘bedreiging met een terroristisch misdrijf (Sr. 285.3, max. 6 jaar) of zelfs ‘met het oogmerk om een terroristisch misdrijf voor te bereiden of gemakkelijk te maken’ (Sr. 285.4, max. 8 jaar) mij ook verdedigbaar lijken.

Laat een reactie achter

Handige HTML: <a href=""> voor hyperlinks, <blockquote> om te citeren en <em> en <strong> voor italics en vet.

Volg de reacties per RSS