Mag ik op mijn Solex met analoge camera foto’s maken?

Via Reddit:

Ik reed laatst op mijn Solex door de polder. Ik had een analoge camera om mijn nek hangen. Na enkele minuten voor me uit staren trof mij de inspiratie om een foto te maken van mijn motorblokje tijdens het rijden. [Was ik strafbaar vanwege “vasthouden mobiele telefoon”?]
De vraag verrast u misschien, want hoezo is een analoge camera een mobiele telefoon? Maar ik formuleer het zo, omdat we het betreffende artikel 61a uit het RVV kennen als het verbod op vasthouden van een mobiele telefoon.

Het verbod is echter (sinds 2017) een stuk breder:

Het is degene die een voertuig bestuurt verboden tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat dat gebruikt kan worden voor communicatie of informatieverwerking vast te houden. Onder een mobiel elektronisch apparaat wordt in elk geval verstaan een mobiele telefoon, een tabletcomputer of een mediaspeler.
Deze uitbreiding is er vooral gekomen voor de handhaving: er is zo een stuk minder discussie mogelijk over of je wel of niet een telefoon in vliegtuigmodus, een muziekspeler of een navigatie-unit in je hand mag houden.

Met de specifieke camera van de vraagsteller is iets bijzonders: dit is zo te lezen een ouderwetse analoge camera (met filmrolletje). Dat is geen elektronisch apparaat, en ik zou ook “informatieverwerking” moeilijk te verdedigen vinden gezien dat gewoonlijk gaat over nullen en enen en niet chemische reacties op een filmrolletje.

Een boete op grond van artikel 61a lijkt me dus niet mogelijk in dit geval. Wel is er natuurlijk altijd nog artikel 5: het (potentieel) gevaar veroorzaken op de weg.

Arnoud

 

 

Bij elektronisch procederen is zeventien seconden te laat écht te laat

Photo by Agê Barros on Unsplash

Wie elektronisch procedeert, moet scherp op de klok letten: zeventien seconden te laat is te laat, punt. Dat maak ik op uit een uitspraak van het Hof Amsterdam. Termijnen zijn formeel en moeten stipt worden nageleefd, alleen bij een storing aan de kant van de rechtbank is coulance mogelijk.

De feiten zijn op zich simpel genoeg. In een familierechtszaak wilde de man in hoger beroep, en dat moest uiterlijk 20 juni gebeurd zijn. De advocaat gebruikte hiervoor het softwareprogramma voor Veilig Mailen Zivver. Het beroepschrift werd als ontvangen geregistreerd op 21 juni 2023 te 0.00 uur. Dat is in de eerste minuut van de 21e, dus te laat.

De argumentatie van de (advocaat van de) man is helder genoeg:

De man heeft zich op het standpunt gesteld dat het beroepschrift gelet op de registratie wel tijdig is ingediend. Daarbij heeft hij gerefereerd aan de zogenaamde “fax-jurisprudentie”, waarbij geldt dat wanneer de eerste pagina voor middernacht is ingekomen, een tijdig beroep is ingesteld. Ook in dit geval kan volgens de man ervan worden uitgegaan dat, nu het beroepschrift om 0.00 uur is ingekomen, de informatie door de man is overgedragen voor 0.00 uur, en daarmee tijdig beroep is ingesteld.
Dat eerste argument is intrigerend, want hoewel er vaak met fax-jurisprudentie wordt geschermd, zie ik vrijwel nooit letterlijk de vindplaats er bij. Het argument is natuurlijk dat als de fax begon te ratelen om 23.59, de resterende printertijd niet relevant is want dat is puur een interne kwestie bij de rechtbank. Die kiezen niet voor een snellere fax.

Zoekend naar die zaak kwam ik wel een andere tegen die juist het omgekeerde zegt:

De gemachtigde van belanghebbende heeft naar aanleiding van de vraag van de rechtbank naar de faxverzending van de door de rechtbank op 14 november 2015 om 00:00:08 uur ontvangen fax, de stukken betreffende de (fax)verzending van het beroepschrift ingestuurd. Uit deze stukken maakt de rechtbank op dat het beroepschrift per fax is verzonden om 23:47 uur op 13 november 2015. Belanghebbende heeft verder geen redenen genoemd die het tijdsverschil tussen verzending en ontvangst verklaren.
De betreffende oudere jurisprudentie (1996) is ondertussen achterhaald door een arrest uit 2021:
[Dat eerstepaginaargument] miskent dat in de tijd van die rechtspraak en wetswijziging sprake was van een analoge techniek (pagina voor pagina) terwijl het nu om digitale verzending gaat waar een fax niet meer pagina voor pagina wordt ontvangen, maar in een keer, als pakketje, waarbij het gaat om een ontvangstbevestiging binnen de Rechtspraak die slechts één tijdstip van ontvangst kent.
Een document komt dus aan op één tijdstip, en niet in een tijdvak waarbij discussie kan zijn of een deel voor dan wel na een deadline was.

Dit is in zoverre frustrerend dat uploaden van een bestand geen deterministisch proces is: de ene keer duurt het 12 seconden, de andere keer 120 en dat weet je niet van tevoren. Dan is het bepaald zuur om te horen dat het “jouw keuze” is om zo kort voor een deadline een stuk in te leveren.

Arnoud

Mag je in Nederland liegen bij de burgerlijke rechter?

Photo by Jametlene Reskp on Unsplash

Elon Musk gaat getuigen in een zaak die de Amerikaanse Securities and Exchange Commission tegen hem heeft lopen rond de aankoop van Twitter, las ik bij Tweakers. Los van de inhoud inspireerde het een discussie die ik wel vaker zie: wanneer is liegen bij de rechter verboden (in Nederland) en wat zijn de gevolgen?

De reden voor het onderzoek van de SEC is dat Musk in 2018 tweette dat hij “funding secured” had voor de overname, iets dat niet de waarheid, de gehele waarheid en/of niets dan de waarheid lijkt te zijn. En omdat Twitter toen een  beursgenoteerd bedrijf was, mag de SEC dat dan onderzoeken. Musk werkte eerder mee, maar nadat de SEC vervolgvragen meldde, stapte hij naar de rechter.

Het riep de discussie op: kan Musk gedwongen worden te getuigen als hij onderwerp van onderzoek is? Dat stuit af op het Fifth Amendment, het recht niet tegen jezelf te hoeven getuigen – in strafzaken. Die nuance is belangrijk want de SEC heeft een civiele zaak. In de praktijk betekent dat: je moet komen, je moet blijven zitten en de vragen aanhoren maar bij een specifieke vraag mag je weigeren te antwoorden met een verwijzing naar dat Grondwetsartikel.

In Nederland is kennen wij ook zo’n verschil tussen civiel en bestuursrecht. Als je bij civiel recht (tussen burgers en/of bedrijven) liegt, mag de rechter daar iedere gevolgtrekking uit maken die hij geraden acht (art. 21 Rv). In deze zaak had een partij bijvoorbeeld een vordering mede gebaseerd op een voorlopige aanslag IB (12k) terwijl de werkelijke aanslag IB er al was (300 euro). Dat is liegen en de rechter wijst de hele vordering af. Maar de rechter mag ook bijvoorbeeld mededelen dat omdat jij loog dat A waar is, we vanaf nu handelen onder de aanname dat niet-A de waarheid is.

Als je liegt op papier (ook e-mail e.d.), is dat valsheid in geschrifte en dat kan als strafbaar feit worden vervolgd. Maar als de rechter in de civiele zaak actie ondernam, dan denk ik dat de politie de zaak verder laat liggen.

Je kunt bij een civiele zaak worden gehoord als getuige. Dat gebeurt onder ede, en dan liegen is strafbaar (meineed, art. 207 Strafrecht), net als zwijgen (art. 192 Sr). Overigens zie je in Nederland vaker dat men een schriftelijke getuigenverklaring overlegt dan dat mensen daadwerkelijk langskomen, dit is in de VS wel anders.

De SEC zou bij ons opereren onder het bestuursrecht. Hier kun je ook onder ede worden gehoord als getuige (art. 8:33 lid 4 Awb). Maar als jij wordt verhoord met het oog op het aan jou opleggen van een bestraffende sanctie, mag je wel zwijgen (art. 5:10a Awb). Het hangt er dus vanaf of men jou op de korrel heeft met het onderzoek of dat je toevallig iets relevants weet.

Arnoud

Vrijspraak voor verdachte die werd verweten een GPS-tracker onder de auto van zijn ex-partner te hebben geplaatst

Photo by Josy_Dom_Alexis on Pixabay

Op de verdachte rust de verdenking dat hij een GPS-tracker onder de auto van zijn ex-partner heeft geplaatst, waardoor hij de locatiegegevens van haar auto heimelijk kon verkrijgen. Zo opende BijzonderStrafrecht over een ietwat aparte zaak rondom stalking. Onder meer omdat het OM dit niet stalking noemt maar aftappen van informatie. En nee, dat klopt niet.

De kern van de zaak was dat de de tracker op afstand kon worden uitgelezen om zo een actuele locatie van het slachtoffer (haar auto) te achterhalen. Dat dit niet de bedoeling is voelt iedereen op zijn klompen. Stalking is een bekende rode vlag die vooraf gaat aan femicide, iets waar het OM een prioriteit van maakt dit jaar.

De zaak draaide hier echter nadrukkelijk niet om het stelselmatig schenden van de persoonlijke levenssfeer, maar om het aftappen van gegevens (art. 139c Sr):

Met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie wordt gestraft hij die opzettelijk en wederrechtelijk met een technisch hulpmiddel gegevens aftapt of opneemt die niet voor hem bestemd zijn en die worden verwerkt of overgedragen door middel van telecommunicatie of door middel van een geautomatiseerd werk.
Het argument is dan dat hier locatiegegevens worden opgenomen die niet voor hem zijn (de locatie van de ex is immers niet zijn probleem) en dat hij dat via telecommunicatie (een sms) overdraagt naar zichzelf. Nee, die zie ik niet en het Gerechtshof ook niet:
Immers, zulks verlangt een (bestaande) gegevensstroom tussen twee partijen waar een derde kennis van neemt (driehoeksrelatie). Het gaat in de onderhavige zaak echter om een lineaire gegevensstroom, namelijk tussen de GPS-tracker en het telefoonnummer waaraan het sms-bericht steeds locatiegegevens heeft verstuurd.
Het doel van dit wetsartikel is namelijk het beschermen van het telecomgeheim, de aftapper moet dus een derde zijn. Dat in brede zin iemands privacy wordt geschonden doordat de dader informatie krijgt, is niet genoeg om aan dit artikel te voldoen.

Is het stalking? Art. 285b Sr:

Hij, die wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk maakt op eens anders persoonlijke levenssfeer met het oogmerk die ander te dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden dan wel vrees aan te jagen wordt, als schuldig aan belaging, gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of een geldboete van de vierde categorie.
De inbreuk op de persoonlijke levenssfeer zie ik wel – steeds achterhalen waar iemand is, is evident een inbreuk op diens privacy. Het probleem zit hem bij de vraag of het wettelijk vereiste oogmerk er is. Ik denk dat daar wel aan voldaan is.

In een andere zaak (langdurig stiekeme camera-opnames) had de Hoge Raad immers geoordeeld dat sprake is van een vorm van ‘dulden’ als je langdurig heimelijk en onopgemerkt gefilmd wordt. Je mogelijkheid je te verzetten wordt je ontnomen omdat je niet wéét dat je wordt gefilmd, en dan is jouw gedrag een vorm van gedwongen dulden van het filmen.

Het kan immers zijn dat de verdachte, door bewust en gedurende langere tijd heimelijk en onopgemerkt te filmen, heeft willen bewerkstelligen dat die ander zich niet kon verzetten tegen het gefilmd worden en aldus werd gedwongen dat filmen te dulden.
Als je “filmen” vervangt door “locatiepeilen” dan krijg je volgens mij precies deze casus.

Arnoud

 

 

 

 

Scarlett Johansson beschuldigt OpenAI ervan haar stem te gebruiken voor ChatGPT

Photo by Jason Rosewell on Unsplash

Scarlett Johanson zegt dat OpenAI haar stem zonder toestemming heeft gebruikt als AI-stem voor ChatGPT, las ik bij Tweakers. De betreffende stem, Sky geheten, leek sterk op de stem van Johansson, maar volgens OpenAI was dat niet bewust. Weinigen die dat geloven, want de stem werd vrij snel daarna weggehaald. Onder juridische druk heet dat dan – maar wat zou dat precies moeten zijn?

Het artikel legt uit:

In een verklaring van Johansson, die door journalist Bobby Allyn op sociale media werd gezet, zegt ze dat Altman haar in september vorig jaar had benaderd om de stem van ChatGPT in te spreken. Naar eigen zeggen sloeg zij dat aanbod toen af. Vlak voor de demonstratie zou Altman haar opnieuw hebben benaderd om haar stem in te spreken, maar voordat ze kon antwoorden, was Sky al gedemonstreerd.
Versie 4o van ChatGPT komt met stembediening en -uitvoer, en de stem Sky is er daar een van. Het is een gekloonde stemacteur wiens identiteit niet bekend wordt gemaakt aldus het bedrijf. Op zich kan dat, de technologie om stemsynthese te doen nadat iemand flink wat zinnen inspreekt is niet nieuw. Dat de vrouwen clichématig moesten klinken ook niet, maar dat terzijde.

Wel opmerkelijk is dat een van de gevraagde stemacteurs diezelfde Scarlett Johanson was. Helemaal als je bedenkt dat zij de stem van de AI insprak in de film herwaar OpenAI-directeur Sam Altman bij de lancering van GPT 4o expliciet naar refereerde. Dat elke gelijkenis met echte gebeurtenissen of locaties of personen, levend of dood, geheel toevallig is, wil er bij mij dan niet in.

Na een stevige brief van Johanssons advocaat werd de stem teruggetrokken. Maar voor mij begint het dan pas: welke juridische basis is er om een claim te leggen?

In Californië – waar dit speelt – zijn er iets meer mogelijkheden dan bij ons. Rechters hebben daar diverse malen geoordeeld dat het specifieke feit van “voice misappropriation” onrechtmatig is wanneer 

a distinctive voice of a professional singer is widely known and is deliberately imitated in order to sell a product, the sellers have appropriated What is not theirs and have committed a tort in California.
Het is dan een korte stap van ‘zanger’ naar ‘acteur’, dus die juridische gestalte zie ik wel opdoemen.

Minstens zo interessant is het argument dat hier een audio-deepfake wordt gemaakt van Johanssen. Dat is voor zover ik kan vinden niet strafbaar – alleen video-deepfakes en dan ook nog eens met het motief van beschamen of beschadigen – maar als bewezen zou worden dat OpenAI, al is het impliciet, de stem van Johanssen wilde laten horen dan ben je daar een heel eind.

In Nederland is er ook geen algemeen strafrechtelijk verbod op audio-deepfakes, maar daar hebben we binnenkort wél artikel 50 van de AI Act dat bij het produceren van deepfakes een duidelijke markering vereist. Dat betekent volgens mij dat het er expliciet bij moet staan, je deepfake ‘Sky’ noemen is echt te weinig.

Arnoud

Mag dat eigenlijk wel, generatieve AI zoekresultaten aan elkaar laten praten?

Photo by Mohamed_hassan on Pixabay

Soms wilt u snel antwoord, maar heeft u geen tijd om alle benodigde informatie bij elkaar te zoeken. Search doet het werk voor u met AI Overviews. Met die marketingblaat maakte Google onlangs bekend dat haar zoekdienst AI gaat krijgen: deze verwerkt resultaten tot een mooi klinkend verhaal. Wat leidt tot de juridische vraag, mag dat eigenlijk wel?

Technisch gezien is “AI Overviews” niet meer dan een herziening van het resultaatscherm. In plaats van een lijst met webpagina’s neemt Google de daarop gevonden informatie en laat een genAI systeem daar een verhaaltje van maken. Dat lijkt vooral handig voor een snel overzicht en het opnemen van de informatie.

Er zit echter een fundamenteel verschil met de ouderwetse lijst. Waar die lijst niet meer doet dan suggereren waar je heen kan gaan, met bij wijze van citaat een paar mogelijk relevante frases, geeft dit verhaaltje al direct het antwoord. Doorklikken is daarmee niet meer nodig.

Dit wringt, omdat zoekmachines altijd juist vanwege die quid pro quo van het aanleveren van bezoekers in ruil voor het mogen scrapen van content als soort-van-legaal zijn gezien onder het auteursrecht.

Een genAI-zoekmachine haalt echter die balans onderuit. Wel alle content binnenhalen, maar niet als hoofdregel mensen doorverwijzen. Dat kost de contentaanbieders dus alleen maar, terwijl ze er niets (of veel minder) voor terugkrijgen.

Alleen: dit is vrij ongrijpbaar, juridisch gezien. Er is nooit letterlijk een uitspraak over geweest. We hebben wel zaken zoals het Zoekallehuizen-arrest (huizenadvertenties) gehad, maar daar ging het om het vertonen van stukjes informatie in zoekresultaatpagina’s, niet om het onderliggende scrapen en opbouwen van een databank met heel internet.

Natuurlijk, we hebben ondertussen diverse nieuwe wetten – de AI Act (bijna), de Digital Markets Act, de nodige aanpassingen aan de Auteurswet, enzovoorts. Maar geen daarvan bevat iets waarmee deze transformatie van zoekresultaten aan te pakken is.

Ja, ik ben een tikje cynisch maar sowieso erger ik me al geruime tijd aan de achteruitgang van de ooit bliksemsnelle en verrassend goed werkende zoekmachine. Als ik dan óók nog de bronsites moet gaan vissen uit een mooi klinkend verhaal dan houdt het wel een beetje op hiermee.

Arnoud

 

Tornado Cash-ontwikkelaar veroordeeld voor maken criminele tool, niks neutrale privacytool

Photo by BilliTheCat on Pixabay

“Met oogkleppen op, geheel voorbijgaand aan het misbruik dat via en door Tornado Cash plaatsvond, is verdachte doorgegaan met het ontwikkelen en exploiteren van Tornado Cash.” Dat laat aan duidelijkheid niets te over: de rechtbank veroordeelt de maker van deze cryptocurrency-tumbler tot 64 maanden cel – niks neutrale privacytool.

Het verhaal begint enigszins dramatisch op 23 maart 2022:

De dag waarop de Lazarus Group zichzelf onrechtmatig toegang bleek te hebben verschaft tot Axie Infinity, een ontwikkelaar van online games op de Ethereum blockchain. Op die bewuste dag wordt door de Lazarus Group ETH, met een waarde van 625 miljoen USD, gestolen. Volgens het OM is een aanzienlijk deel van deze ETH, met een waarde van in totaal bijna 450 miljoen USD, via Tornado Cash witgewassen.
Witwassen is een strafbaar feit, als volgt gedefinieerd in de wet (art. 420bis Sr):
hij die van een voorwerp de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding of de verplaatsing verbergt of verhult, dan wel verbergt of verhult wie de rechthebbende op een voorwerp is of het voorhanden heeft, terwijl hij weet dat het voorwerp – onmiddellijk of middellijk – afkomstig is uit enig misdrijf;
De betreffende Ether was afkomstig uit misdrijven, en werd via Tornado Cash verhuld. Het doel van dergelijke systemen – ook wel tumblers geheten – is om het moeilijk te maken de afkomst van het geld dat eruit komt te achterhalen. Dit gebeurt door allerlei munten met elkaar te mengen en te splitsen, vandaar de term.

Ik probeer dit zo neutraal mogelijk te beschrijven. Zoals ik bij de arrestatie van deze meneer blogde:

Maar als ik heel eerlijk ben, ik heb grote moeite een legitieme toepassing hiervoor te bedenken. Want ja ik vind dan “het is een neutrale tool waarmee je je privacy beschermt” toch een tikje te generiek als verweer. Of nou ja: naïef. Zeker als ik dan lees dat “minimaal één miljard dollar” (FIOD) van de zeven miljard doorvloeiend cryptogeld vrij zeker crimineel is (14%, andere bronnen komen bij 25%). Dan verwacht je iets meer in de reactie dan obligate opmerkingen over grondrechten.
Meer dan die obligate opmerkingen kwamen niet los tijdens de rechtszaak:
De intentie van de ontwikkelaars van [crypto-systeem] was nooit het overtreden van de wet of het faciliteren van criminele activiteiten, maar was het bieden van een legitieme privacy oplossing voor een groeiende behoefte in de cryptogemeenschap. [crypto-systeem] is daarmee een privacy tool die in een legitieme behoefte wil voorzien. Het is aan de gebruiker om deze software niet te misbruiken voor illegale doeleinden.
De rechter gelooft hier dus geen bal van. De iets juridischer discussie is wie er precies witwast – de persoon die er uit misdrijf verkregen munten in stopt en wit geld terugkrijgt, of de operator van de dienst? Die was niet triviaal, omdat het systeem opgezet is met smart contracts, zelfstandig opererende computerprogramma’s.

De rechtbank oordeelt toch dat je dit aan de verdachte kunt toewrijven:

[V]erdachte, [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] zijn de bedenkers, de makers en de uitvoerders van [crypto-systeem]. Daarmee zijn zij ook verantwoordelijk voor de (gevolgen van de) werking van deze tool. Het autonome, onveranderlijke en niet te stoppen karakter van de smart contracts werkt in dit verband niet disculperend. Dat is immers geen toevallige omstandigheid. Deze eigenschappen zijn het gevolg van bewuste keuzes van de ontwerpers. [crypto-systeem] werkt zoals het is bedacht. Naar het oordeel van de rechtbank kan verdachte daarom worden aangemerkt als pleger van de door [crypto-systeem] uitgevoerde witwashandelingen.
In december 2020 verschoof het beheer naar een zogeheten DAO: een Decentralized Autonomous Organisation, oftewel de gemeenschap van enthousiastelingen rondom de software. Daarbij werd er gedecentraliseerd gestemd, zij het dat bepaalde dingen onveranderlijk vastlagen in die smart contracts. Bovendien had de verdachte met zijn medeverdachten zo’n 30% van de stemmen, zodat hij hoe dan ook nog een forse vinger in de pap hield bij wat de software deed.

Blijft over of de verdachte dit alles opzettelijk deed – dus opzet op het witwassen.

Gelet op dit alles was het naar het oordeel van de rechtbank vanaf het begin voorzienbaar dat in [crypto-systeem] uit misdrijf afkomstige Ether zouden worden gestort, vanwege het verhullende effect van [crypto-systeem] . Dit is ook daadwerkelijk veelvuldig en in grote mate gebeurd. Verhullen is de facto steeds een kernactiviteit van [crypto-systeem] geweest. De kans dat de in [crypto-systeem] gestorte Ether van misdrijf afkomstig zouden zijn, was dan ook aanmerkelijk.
Zoals juristen dat zeggen, het aanvaarden van een aanmerkelijke kans is een vorm van opzet – voorwaardelijke opzet, om precies te zijn.

Het helpt natuurlijk niet als in de pers je dienst veelvuldig neergezet wordt als witwasdienst, en als de politie met enige regelmaat in de chat hangt vanwege criminele transacties en wat je daaraan gaat doen. En nee, dat is geen bewijs dat je crimineel wilde handelen, maar als je zulke dingen weet en je doet vervolgens niets om het criminele handelen van je klanten te stoppen, dan komt er een punt dat de rechter denkt, eigenlijk vond je het wel prima, je aanvaardde die situatie. En dan ga je voor de bijl.

Arnoud

 

ACM beboet Epic voor oneerlijke praktijken gericht op kinderen in Fortnite

Photo by Joshua Hoehne on Unsplash

De Autoriteit Consument & Markt (ACM) beboet gameontwikkelaar Epic Games International voor oneerlijke handelspraktijken gericht op kinderen in het spel Fortnite. Dat meldde de toezichthouder begin deze week. De ACM zag onder meer dat kinderen in het spel met teksten als ‘Get it now’ of ‘Buy now’ werden opgeroepen tot het doen van aankopen. En damanie, zouden ze in Brabant zeggen.

Iets formeler: het is een zwartelijst-agressieve handelspraktijk (art. 6:193i BW) om

kinderen in reclame er rechtstreeks toe aanzetten om geadverteerde producten te kopen of om hun ouders of andere volwassenen ertoe over te halen die producten voor hen te kopen;
En dat is natuurlijk precies wat je doet met zo’n letterlijke aanprijzing in een spel dat nadrukkelijk op kinderen (18-minners) gericht is.

Maar het is niet alleen een iets te assertieve “kopen kopen nu nu” aanprijzing. De ACM zag structurelere problemen, zo lees ik in het Sanctiebesluit:

Bij het aanbod in de Item Shop wordt onder andere gebruik gemaakt van timers (in combinatie met roulerend aanbod). Timers duiden op een beperking in tijd om te beslissen over een aanbod. Het roulerend aanbod na afloop van de timer wijst op (kunstmatige) schaarste. Kinderen zullen logischerwijs denken dat items in de Item Shop na afloop van de timer niet meer beschikbaar zijn en dat kan gevolgen hebben voor hun aankoopbeslissing.
Zo’n manier van druk uitoefenen is ook een vorm van agressief of oneerlijk handelen als bedrijf jegens consumenten. De ACM citeert onderzoek dat laat zien dat schaarste leidt tot snellere koopbeslissingen, en dat bij kinderen fear of missing out een zwaardere factor is die meeweegt dan bij volwassenen. Oftewel, kinderen gaan onzindingen kopen omdat er een klok afloopt:
Schaarste leidt volgens John, Melis et al. tot een voorkeur onder kinderen voor unieke, hedonistische producten zonder functionele eigenschap (zoals cosmetische items of dansjes en ‘moves’ voor characters) omdat meer schaarste gepaard gaat met meer FOMO en omdat kinderen dergelijke schaarse producten gebruiken om zich uniek te voelen.
Het is zeer verfrissend om een juridisch bindend besluit zo nadrukkelijk bij onderzoek en literatuur aan te zien sluiten. Ik weet niet waarom maar het gebeurt niet vaak dat er niet-juridische bronnen worden geciteerd in besluiten zoals deze.

Men noemt nog aanvullende overwegingen, zoals dat de klok om middernacht begint te lopen, dat willen opvallen en differentiëren bijzonder zwaar weegt bij kinderen en dat je onder sterke tijdsdruk staat om te kiezen zodat je niet geëlimineerd te worden in het spel terwijl je stond te treuzelen in de winkel.

Epic was het er natuurlijk niet mee eens: die literatuur was allemaal anekdotisch, een deel was pas na de onderzoeksperiode gepubliceerd en bevindingen worden verder doorgetrokken dan zou mogen. Daar laat de ACM geen spaan van heel.

Wat er met name misging met die timers, was dat ze de indruk wekken dat content na 24 uur verdween terwijl dat niet daadwerkelijk zo was. Na afloop van de timers ververste en veranderde het aanbod, maar dingen konden dan goed blijven staan, zij het op een andere plek. Inderdaad, die kledingzaak die al zes maanden “opheffingsuitverkoop” heeft of de dumpstore met elke week alles nú met 50% korting.

Alles bij elkaar ziet de ACM een duidelijke serie overtredingen en legt ze ruim een miljoen euro boete op. Ook krijgt Epic een aantal bindende aanwijzingen. Zo moet men voortaan per item aangeven wanneer het weggaat uit de shop en moet een langere tijd dan 24 uur worden gehanteerd (Epic is al naar 48 uur, en dat is prima). Als laatste komen er “cabined accounts“, waar ouders van minderjarigen effectieve controle op aankoopgedrag en dergelijke kunnen uitoefenen.

Arnoud

 

 

 

Mag je een tshirt aanhebben met een stopteken daarop? (Wetende dat AI auto’s dan gaan stoppen.)

(bronvideo)

Mag je van de wet een tshirt met een stopbord (B07) erop dragen op straat? En maakt het dan uit of je weet dat er zelfrijdende auto’s in de buurt zijn die dan gaan stoppen? Vele mensen stuurden me de video van het plaatje hiernaast, waarin een meneer in San Francisco precies dat uitprobeert.

Een sleutelcomponent van zelfrijdende auto’s is beeldherkenning, specifiek het herkennen van verkeersborden, -lichten en dergelijke. Herken je een stopbord (B07), dan moet je stoppen. Duh.

Deze meneer had kennelijk een hekel aan zelfrijdende auto’s en begon dus een tshirt (en rugzak) met daarop een officieel stopbord te dragen. Auto’s reageren daarop, want die zien het verschil niet met een bord aan een paal.

In Nederland hoort dat zo: verkeersdeelnemers moeten gehoor geven aan een verkeersteken/verkeersbord dat gebod of verbod inhoudt, ook wanneer blijkt dat plaatsing daarvan (nog) niet berust op geldig verkeersbesluit. Het staat niet ter beoordeling van weggebruikers of een verkeersbord overeenkomstig voorschriften en terecht is geplaatst.

Mijn enige twijfel is of een bord op een tshirt telt als een “verkeersbord”. Het RVV 1990 specificeert niet dat een bord aan een paal moet hangen, of zelfs maar op ijzer geschilderd moet zijn. Dit zou dus betekenen dat ook die shirts met 50 (jaar) erop een “verkeersbord” zijn, iets waar ik toch moeite mee heb.

Tegelijkertijd kan deze man een boete krijgen voor het veroorzaken van potentieel gevaar (art. 5 WVW), want menselijke bestuurders zullen het shirt negeren en niet vermoeden dat zelfrijdende auto’s anders gaan handelen.

Wat ik me vooral afvraag is of je dit als een gebrek aan datagovernance kunt zien in het ontwerp van de auto’s. Had men dit mee moeten nemen bij het opzetten van de dataset met verkeersborden?

Arnoud

 

Advocaten opgelet: verzenden ‘beschadigd document’ voor risico van advocaat

Photo by selline on Pixabay

Het risico dat een digitaal bij de rechtbank ingediend document niet geopend kan worden, ligt bij de verzender, aldus de Hoge Raad. Dat las ik op de blog van Ekelmans Advocaten (via). Wie dit niet wil lopen zal “ouderwets een koerier moeten sturen”. Er klopt iets niet helemaal als een ict-storing leidt tot inschakeling van een fysiek alternatief.

Wie wil procederen, heeft sinds een paar jaar de optie om alles digitaal te doen. Niet via e-mail, maar met het speciaal ontworpen systeem van Veilig Mailen, afkomstig van leverancier Zivver. (De fax is in 2022 afgeschaft.) Er zijn ook alternatieven, maar VM is het bekendste hulpmiddel.

In deze zaak stuurde een advocaat een beroepschrift via Veilig Mailen en wel op de dag voor het verlopen van de termijn van hoger beroep. Of nou ja, dat zeg ik nou wel, maar was het wel een beroepschrift? Het openen van de pdf gaf namelijk de Adobe-foutmelding “Er is een fout opgetreden tijdens het openen van dit document. Het bestand is beschadigd en kan niet worden gerepareerd.” Een papieren beroepschrift arriveerde pas een kleine twee weken later.

Een best wel kritieke storing dus. Niet tijdig ingediend is geen hoger beroep. En de inhoud is niet te controleren, dus we weten niet wat er is ingediend in die bijlage.

Een kopie van het bestand was naar de advocaat van de wederpartij gegaan, en ook die had het niet kunnen openen. Dat wijst er inderdaad op dat het een fout was in het document zelf.

In het zakelijk verkeer stuur je afzenders een mailtje “je bijlage is kapot” als je zo’n foutmelding ziet. Die kan het dan nogmaals sturen. Bij de rechtspraak zit men er iets formeler in:

Resteert de vraag of de hiervoor onder 5.1 tot en met 5.4 geschetste gang van zaken het hof aanleiding had moeten geven tot het bieden van een herstelmogelijkheid, al dan niet met het geven van een (extra) termijn. Het hof beantwoordt die vraag ontkennend. Het mailen – één dag voor het verstrijken van de beroepstermijn – van een beschadigd, niet te openen, bestand dient voor risico te blijven van appellant. Daarbij komt dat de advocaat van de man op 18 oktober 2022 ’s ochtends door de wederpartij erop is geattendeerd dat de desbetreffende bijlage niet kon worden geopend.
Als jij op de laatste dag dingen mailt en er gaat wat mis, is dat geheel en al jouw risico. De rechtspraak hoeft je niet die dag nog te berichten dat de bijlage niet te lezen is, laat staan dat ze de termijn voor je moeten verlengen zodat je het stuk alsnog kunt indienen.

Er wordt nog wat gegoocheld met bestandsgroottes:

De door [de advocaat] overgelegde screenshot toont immers een gezamenlijke bestandsgrootte van 155,5 Kb (hoger beroepschrift en V-formulier). De daaruit voortvloeiende omvang van het hoger beroepschrift valt niet te rijmen met de vaststelling van het hof dat bij scannen door het hof het ‘kale’ beroepschrift – dus zonder de bijlagen – een bestandsgrootte van 336 Kb heeft, en evenmin met een bestandsgrootte van 142 Kb zoals die blijkt uit de door [de advocaat] overgelegde screenshot van de Adobe Acrobat bestanden op haar computer.
Voor mij is het onlogisch dat een save-as-pdf qua omvang hetzelfde zou zijn als een scan-to-pdf van een stuk papier. En omdat de pdf kennelijk kapot is, zou de advocaat het ook niet hebben gered met een nieuwe save-as-pdf: die zou meer data hebben omdat die niet corrupt is.

Ik vraag me af hoe je wél aantoont dat een bestand met omvang X een corrupte versie is van een bestand met omvang Y.

De ietwat irritante maar onvermijdelijke conclusie is dan ook zoals advocate Van der Keur schrijft:

 telefonisch nagaan bij het gerecht of het processtuk kan worden geopend. En anders zal hij toch ouderwets een koerier moeten sturen.
Ergens voelt het scheef dat de Rechtspraak niet bereid is om bij (niet vaak voorkomende) problemen even te bellen, maar wel bij íeder ontvangen stuk wil aangeven dat het goed is aangekomen.

Arnoud