Moet het delen van beelden van slachtoffers strafbaar worden?

Photo by Igor Omilaev on Unsplash

Ik wil graag een nieuwe regel introduceren. Steeds vaker maken jongeren bij ongelukken en geweld foto’s of filmpjes die ze daarna delen via sociale media. Dat meldde NRC onlangs. Gevaarlijk en schadelijk, het zou verboden moeten worden. Nee: dan moet er meer geld naar handhavers.

Recent verzuchtte ik dit elders al, maar ik vind het zó zó vermoeiend die reflex “er is iets vervelends, laten we het verbieden”. Online is alles al strafbaar, niets mag van de AVG en anders had dit allang onder artikel 34 Digital Services Act aangepakt moeten zijn. En anders is het gewoon maatschappelijk onaanvaardbaar.

Maar serieus. Het probleem is eigenlijk nooit dat het niet mag. Hooguit dat de bestaande regels wat algemener zijn dan wat hier misgaat, zodat niet meteen 100% duidelijk is welke regel je nodig hebt en er dan altijd iemand jamaar-hangt-er-van-af kan roepen.

Het probleem is eigenlijk heel simpel: er is te weinig geld voor toezicht. Politie en OM of toezichthouders – ze moeten er tegen optreden, handhaven en duidelijk aangeven hoe de regels geïnterpreteerd worden. En dat kan niet. Ook niet als er een nieuwe strafbaarheidstelling komt voor delen van foto’s van “een afbeelding van iemand die dringend hulp behoeft” (wetsvoorstel).

Natuurlijk, dan komen er vanzelf ook gaten aan het licht. Was het toch een keer niet strafbaar. Maar dán is er het moment om gericht een nieuwe wet hierop aan te nemen.

Arnoud

Mag je nog zeuren als je in de algemene voorwaarden akkoord ging met gebruik van je data?

Photo by Markus Winkler on Unsplash

Een lezer vroeg me:

In discussies over hoeveel informatie sociale media van je mogen gebruiken, wordt er vaak gezegd dat je niet moet zeuren dat ze je gegevens gebruiken en doorspelen naar derden, omdat je daarmee akkoord bent gegaan op het moment dat je op ‘agree’ klikte toen de gebruikersvoorwaarden werden gepresenteerd.

Zitten er aan die gebruikersvoorwaarden nog grenzen over wat redelijk is, vooral op het gebied van privacy en bescherming van persoonsgegevens, of mag een bedrijf min of meer alles van je verkopen omdat je nou eenmaal in hebt gestemd met hun voorwaarden?

Voor deze vraag moeten we het concept ‘gegevens’ in twee splitsen, omdat het Europese juridische kader onderscheid maakt tussen persoonsgegevens (gegevens over mensen) en niet-persoonsgegevens (alle andere).

Voor niet-persoonsgegevens zijn er vrij weinig regels, afgezien van de recente Datawet (Data Act), een Europese verordening uit 2025 over toegang tot data. Dit raakt aan data uit slimme apparaten, maar ook voor data opgeslagen in clouddiensten. De Datawet zegt echter niets over wat de dienstverlener met je data mag, behalve enkele specifieke verboden:

  • Alleen doen wat je in de voorwaarden hebt gezegd (en ‘alles dat ik wil’ zeggen is niet toegestaan)
  • Geen gebruik om de commerciële positie van de gebruiker te ondermijnen (het Amazon-jat-je-product probleem)
  • Geen doorverkoop of verstrekking aan derden behalve voor zover nodig voor de dienst zelf
Hier zijn dus de voorwaarden inderdaad leidend, en bestaat er een redelijkheidstoets bij wat die voorwaarden mogen zeggen. Jurisprudentie daarover is er (nog) niet.

Voor persoonsgegevens is het hard en simpel: het is juridisch niet mogelijk om in gebruiksvoorwaarden, terms of service of hoe je wilt noemen toestemming te bedingen voor welk gebruik van persoonsgegevens dan ook. Volgens de AVG moet een dergelijke toestemming ‘specifiek’ worden gegeven, en een toestemmingsbeding in voorwaarden is dat haast per definitie niet. Daarnaast eist artikel 7 lid 2 dat

het verzoek om toestemming in een begrijpelijke en gemakkelijk toegankelijke vorm en in duidelijke en eenvoudige taal zodanig gepresenteerd dat een duidelijk onderscheid kan worden gemaakt met de andere aangelegenheden.
Een juridisch artikel in voorwaarden haalt deze lat eigenlijk nooit. Je ontkomt dus niet aan een apart vinkje. En dat moet specifiek zijn ook “Wij mogen je gegevens verkopen” is dat niet – er moet bij staan aan wie.

De vervolgreactie in discussies als deze is dan “je moet sowieso de voorwaarden lezen, en als je dan zulke rare -of zelfs verboden- dingen toch leest, dan moet je de dienst niet gebruiken”. Begrijpelijk, maar ik heb daar structureel moeite mee: we zijn compleet doodgegooid als maatschappij met zulke voorwaarden, het is irreëel te verwachten dat mensen dat allemaal lezen. En dat zeg ik als jurist.

Belangrijker: het wettelijk systeem in Europa is dat je het  niet hoeft te lezen. Voorwaarden gelden ook als je ze niet leest, maar daar tegenover staat dat ze makkelijk van tafel te vegen zijn (“vernietigbaar”) wanneer ze rare dingen bevatten (“onredelijk bezwarend”). De regel is dus niet “je moet ze lezen en dan gewoon niet gebruiken” maar “rare dingen in de voorwaarden mag je negeren, zijn niet bindend”.

Natuurlijk zal zo’n bedrijf zich daar niets van aantrekken, ook niet na een formele brief van een advocaat die hierbij per direct de vernietiging uitspreekt van het onredelijk bezwarend beding krachtens relevante Europese richtlijnen en artikel 6:233 Burgerlijk Wetboek. Maar dat is een algemener probleem: het uitoefenen van je juridische rechten, zeker als consument, is duur en tijdrovend, en toezichthouders zitten hier niet altijd bovenop. Dat kan ook niet altijd, zeker niet bij niet-Europese bedrijven.

Nederlandse rechtbank verbiedt uitkleedfuncties van X-tool Grok

[De] Nederlandse rechter verbiedt X om uitkleedbeelden en beelden van kindermisbruik te genereren met Grok. Dat meldde Tweakers vorige week. Zolang het bedrijf zich hier niet aan houdt, mag het Grok ook niet meer aanbieden in Nederland, op straffe van stevige dwangsommen.

Zoals ik een tijdje geleden al uitlegde, de AI-bot maakt zonder enige guardrail seksualiserende deepfakes van geplaatste foto’s, ook van duidelijk minderjarigen. Niet direct harde porno – daar zit een blurfilter op – maar iemand in een bikini zetten tegen haar wil is natuurlijk ook niet de bedoeling.

Stichting Offlimits en Fonds Slachtofferhulp stapten naar de rechter, nadat uit overleg bleek dat X niet aan hun eisen tegemoet zou komen.

De stichtingen zeggen dat Grok op grote schaal illegaal beeldmateriaal genereert en verspreidt. X zei dat dit niet mocht volgens de gebruiksvoorwaarden. Daarnaast zei het platform op 4 januari maatregelen te hebben genomen waardoor het ‘onmogelijk’ zou zijn om kindermisbruikmateriaal te maken. Twee weken later voerde het platform maatregelen in om het genereren van uitkleedbeelden verder tegen te gaan.
De rechter had grote moeite met de proceshouding van X, als ik het zo lees. Als je eerst zegt dat het ‘onmogelijk’ is en in de rechtszaal dat “het onmogelijk is om honderd procent te garanderen”, wordt het ongezellig.

Sowieso was het een opmerkelijke zitting als ik het zo lees:

Om aan te tonen hoe doodeenvoudig het is om met Grok een blootfoto te genereren, voerde advocaat Otto Volgenant, die optrad namens Offlimits, een portret van [X-advocaat Albert] Knigge in op Grok. … Hij gaf een paar prompts en niet veel later was de topadvocaat dansend te zien in zijn onderbroek, met op zijn rug een tattoo, zo vertelde Volgenant in de rechtszaal.
Opmerkelijk daarbij is ook dat nonconsensual naakt erger is als het de betrokken mannen zélf raakt, maar dat terzijde.

Als vaststaat dat de maatregelen niet werken zoals verwacht, dan is de vervolgvraag of je X daarvoor aansprakelijk kunt houden. Het standaardverweer is dan natuurlijk dat niet X maar de gebruikers die beelden genereren. Dat accepteert de rechter niet:

Als internet tussenpersoon die controle heeft over de functionaliteiten van Grok als beeldgenerator, is X.AI de aangewezen partij om het genereren en verspreiden van onrechtmatige afbeeldingen te voorkomen. Daardoor bestaat voldoende grond voor toewijzing van de gevorderde verboden, los van de vraag of gedaagden zelfstandig aansprakelijk zijn voor die afbeeldingen, naast de gebruikers die die content genereren / verspreiden.
Ophouden hiermee dus. En totdat dit adequaat gefixt is, mag de dienst Grok niet in Nederland worden aangeboden.  Met een voor Nederlandse begrippen stevige dwangsom van een ton per dag, gemaximeerd op tien miljoen euro.

In het perspectief van de geschatte 2.9 miljard jaaromzet is dat natuurlijk geen enorm getal. Maar allereerst moet je dit zien in het licht van de scope Nederland voor het verbod. En ten tweede kan Offlimits altijd naar de rechter als het plafond wordt aangetikt, om een verhoging te vorderen.

Arnoud

Moet ik wat doen als mijn gebruikers mijn ERP-tool voor planning van misdrijven gebruiken?

Photo by 1981 Digital on Unsplash

Via Reddit:

Eén van de gebruikers van mijn SaaS voorraadbeheersoftware (ERP) heeft voorraadartikelen gelabeld met termen als wit, blauw, groen en hemelsblauw en hoeveelheden in grammen en kilogrammen. Hun herbevoorradingsmeldingen zijn ingesteld om 3 uur ’s nachts en per locatie is een “heat level” van 1 tot 5. Ze hebben meer dan $2 miljoen aan omzet gegenereerd via mijn SaaS-oplossing van $29 per maand. Dit riekt naar drugshandel. Ben ik wettelijk verplicht hier iets mee te doen?
De hoogst gepluste reactie suggereert dat dit bedrijf kleurpotloden verkoopt, al is onduidelijk wat dan het “heat level” zou zijn. Anderen denken aan het peperniveau van hot sauce. Bij drugshandel zou dat verwijzen naar het risico van politie-aandacht voor je verkooplocatie, en ook daar wordt in grammen verkocht.

In Europa worden SaaS-dienstverleners beschermd door de Digital Services Act (DSA). Deze bepaalt dat hosting providers niet aansprakelijk zijn voor illegale inhoud van klanten. Meestal denken we dan aan uitingsdelicten, maar de wet is zeer algemeen:

“illegale inhoud”: alle informatie die op zichzelf of in verband met een activiteit, waaronder de verkoop van producten of het aanbieden van diensten, indruist tegen het Unierecht of tegen het met het Unierecht in overeenstemming zijnde recht van een lidstaat, ongeacht het precieze voorwerp of de precieze aard van dat recht;
ERP-informatie over drugshandel voldoet aan deze beschrijving, want betreft informatie in verband met verkoop van producten in strijd met nationaal (straf-)recht in de EU.

Artikel 6 DSA zegt dan dat de hosting provider niet aansprakelijk is, mits hij:

  1. niet daadwerkelijk kennis heeft van de illegale activiteit of illegale inhoud (…) en
  2. zodra hij dergelijke kennis of dergelijk besef krijgt, prompt handelt om de illegale inhoud te verwijderen of de toegang daartoe onmogelijk te maken.
De uitdaging hier dus is: heeft deze SaaS-aanbieder door zijn gesnuffel in de klantdata “daadwerkelijk kennis” gekregen?

Die kennis moet in ieder geval (overweging 22) specifiek zijn; algemeen weten dat er illegale inhoud tussen kan zitten is niet genoeg. Bij meldingen wordt als criterium gehanteerd (overweging 53) dat er voldoende informatie is

om een zorgvuldige aanbieder van hostingdiensten in staat te stellen zonder een gedetailleerd juridisch onderzoek vast te stellen dat het duidelijk is dat de inhoud illegaal is (…).
Het moet dus ‘duidelijk’ zijn en je moet er geen advocaat of jurist bij hoeven halen om een juridische kwalificatie te doen. De rechtspraak rond de ecommerce richtlijn (voorloper van de DSA) gaat hier niet direct op in, en focust vooral op de vraag of geautomatiseerd scannen leidt tot ‘kennis’ (nee).

Ik zie hoe je met bovenstaande feiten redelijkerwijs zou kunnen denken dat de klant illegale zaken (drugs) aan het verkopen is. Een twijfelgeval daarbij vind ik wel de “heat level” factor. Inderdaad is “heat” een slang term voor “politieaandacht” maar dat is dan net té direct als je verder je productnamen camoufleert met kleuren.

Mijn advies bij deze vraag zou wel zijn om het account tijdelijk te sluiten (suspension) en de klant te verzoeken duidelijkheid te geven over wat ze verkopen. Aanleiding daarvoor zou dan het ongebruikelijk grote data- of opslagverkeer zijn. Het is toegestaan om dan te kijken wat er gebeurt, en als je dan zoiets opvalt dan mag je verduidelijking vragen.

Arnoud

“Ruim 60 procent gemeentewebsites deelt illegaal data met Google”

Photo by Caleb on Unsplash

Ruim 60 procent van de websites van Nederlandse gemeenten deelt data met Google, zoals IP-adressen van bezoekers, voordat gebruikers toestemming hebben gegeven. Dat meldde Tweakers onlangs. Het gaat onder meer om YouTube-embeds en Google Fonts.

Het bericht is gebaseerd op onderzoek van Nixon Digital. Zo wordt gemeld:

In meer dan de helft van de gevallen ging het om YouTube-embeds met trackingcookies. Die sturen data door, zelfs als bezoekers de video niet afspelen. Dat is te voorkomen door de embed vanaf een ‘nocookie’-domein te serveren. Ook Google Fonts en Google Analytics kwamen veel voor. Fonts kunnen sitebeheerders zelf hosten.
En dit is precies de kern van het probleem. Nee, dit mag niet – er gaan dan persoonsgegevens naar de VS zonder duidelijke AVG-grondslag. Terwijl er een technisch prima alternatief is, zoals hier genoemd. Dit “illegaal” noemen is een groot woord, maar juridisch-technisch niet onjuist. Maar het is ook de bestaande praktijk.

Voor mij is dit een evident symptoom van hetzelfde probleem als waarom we niet naar soevereine, Europese dienstverlening gaan. Die is er niet, althans niet met het gemak en de bekendheid (en dus lage kosten) waarmee Big Tech nu beschikbaar is. Een oplossing op basis van Google rol je zo uit.

De alternatieven vereisen werk en dus tijd en geld, met een lastig verhaal waarom. En dan houdt het snel op. Zeker in kleinere organisaties zoals gemeentes, waar de technische kennis toch al schaars is en de prioriteiten (terecht hoor) niet liggen bij datasoevereiniteit en AVG-compliance van je Wmo-aanvraagformulier.

Ik vrees dat hier geen eenvoudige oplossing voor is. Van iedere individuele organisatie is niet te verwachten dat ze ‘gewoon’ over gaan, want die tijd en kosten zijn lastig te rechtvaardigen.

We moeten het collectief doen. En dat kan maar op één manier, namelijk door wetgeving die dit verplicht mét een mechanisme voor dwang. En dan bedoel ik niet “de AVG”, want die is er al en die helpt niet. Een inkoopverbod voor overheden bij niet-Europese leveranciers zou wel helpen. Maar eenvoudig zal het niet zijn.

Arnoud

 

Nepwebshops sneller offline door samenwerking tussen politie en Thuiswinkel.org

Malafide webshops kunnen voortaan aanzienlijk sneller uit de lucht worden gehaald dankzij een nieuwe samenwerking tussen de politie en brancheorganisatie Thuiswinkel.org. Dat meldde ICT/Magazine onlangs. Dit is net even wat anders dan het begrip ’trusted flagger’ uit de DSA, maar het concept is hetzelfde.

Malafide webshops zijn een enorme plaag, en brancheorganisatie Thuiswinkel.org krijgt daar jaarlijks honderden klachten over. Vaak gaat het om eenvoudig te spotten kwesties, zoals een copycat van een echte webshop of misbruik van erkenningen zoals het Thuiswinkel-logo om consumenten te misleiden.

In het oude proces kon Thuiswinkel dan aangifte doen, maar dan moest de politie dat opnieuw onderzoeken en dat kost tijd en capaciteit die er niet is. (Meelezende politici: als je nou elke keer bij “ik moet een nieuwe wet maken” bedenkt “nee, de toezichthouder hiervoor moet meer budget” dan lossen we héél veel problemen sneller op.)

Thuiswinkel.org is door het Landelijk meldpunt internetoplichting van de politie aangewezen als trusted flagger. Daarmee wordt zij in de kern altijd geloofd als ze stelt dat een webshop strafbaar bezig is:

Door de samenwerking tussen Thuiswinkel.org, het LMIO en SIDN ontstaat een korter en effectiever keten, waarin sneller kan worden ingegrepen tegen online fraude. Wanneer het LMIO vaststelt dat sprake is van oplichting, volgt SIDN, de beheerder van het .nl-domein, een speciale procedure om de webwinkels gezamenlijk met het LMIO zo snel mogelijk offline te halen. Elk uur dat een malafide webshop langer online blijft, vergroot immers het aantal slachtoffers.
De term lijkt hier informeel te worden gebruikt, ik kan althans geen wettelijke regeling vinden (tussen politie en SIDN bestaat een convenant). In de Digital Services Act (DSA) staat dit concept wel gedefinieerd (artikel 22):
Aanbieders van onlineplatforms nemen de nodige technische en organisatorische maatregelen om te verzekeren dat meldingen die zijn gedaan door betrouwbare flaggers die binnen hun aangewezen expertiseterrein werken via de in artikel 16 genoemde mechanismen prioritair en onverwijld worden verwerkt en afgehandeld.
Oftewel: meldingen van deze partijen moeten met voorrang en onder aanname van juistheid worden opgepakt. Je moet dan wel specifieke expertise en bevoegdheid hebben, en daarna wordt je door de toezichthouder (de ACM) aangewezen. Eind 2025 gebeurde dat bijvoorbeeld voor stichting Brein en Meld Online Discriminatie. Dit betreft echter dus flaggers die bij grote platforms (zoals Facebook) meldingen doen, niet bij de politie of SIDN.

Arnoud

 

 

Een bekentenis in ChatGPT kan gewoon door Justitie worden gevorderd

Attorney Client Privilege by Nick Youngson CC BY-SA 3.0 Alpha Stock Images

Ophef in Amerika: via AI-diensten gevoerde chats over een juridisch conflict of strafbaar feit vallen buiten het beroepsgeheim van je advocaat, en mogen dus gewoon in beslag genomen worden bij een rechtszaak. Had je in plaats daarvan een mail naar je advocaat gestuurd met dezelfde tekst, was deze wél beschermd.

Het Amerikaanse kantoor De Bevoise blogt:

Defendant Bradley Heppner was arrested on charges of securities and wire fraud on November 4, 2025. During the search of his mansion, federal agents seized electronic devices containing approximately thirty-one documents generated using Anthropic’s AI tool Claude. After he received a grand jury subpoena and had engaged legal counsel, Heppner used Claude to prepare reports outlining his defense strategy and potential legal arguments.
De advocaat van Heppner stelde dat de in- en uitvoer bij de AI-dienst Claude (van Anthropic) onder het attorney-client privilege viel, omdat de cliënt er juridische vragen in formuleert ter voorbereiding op het consult aan de advocaat.

De Amerikaanse rechter ziet dat anders. De chats waren niet op verzoek van de advocaat gevoerd, maar gaven een eigen inschatting van Claude over de kansen van de zaak. Daarbij kwam dat Anthropic in haar privacybeleid duidelijk was dat communicatie niet vertrouwelijk is en indien wettelijk verplicht aan derden (zoals Justitie) kan worden verstrekt. Daarmee zijn deze berichten ‘gewoon’ in beslag te nemen.

Hoewel Nederlands recht natuurlijk volledig anders in elkaar steekt, denk ik dat je ook hier weinig kans hebt met de stelling dat een chat met een AI-dienst valt onder het beroepsgeheim van je advocaat. Al is het maar omdat je dan niet met je advocaat correspondeert over een juridische kwestie.

Er zijn een paar rechtszaken waarin ChatGPT-logs als bewijs werden gebruikt (zoals deze), maar geen daarvan betroffen echt een bekentenis.

Arnoud

Honderden Nederlandse kinderen slachtoffer van website voor afpersers

Photo by Mark D'aiuto on Pexels

De persoonsgegevens van honderden Nederlandse kinderen zijn online te vinden op een gespecialiseerde website. Dat meldde RTL Nieuws onlangs. Ze gaan voorzien van (vaak onware) beschuldigingen, met als oogmerk die kinderen te dwingen tot betaling om de gegevens weg te krijgen. Strafbare doxing?

Veel mensen op internet kennen de term “doxing” als “de documenten (docs, dox) van iemand publiceren, iemands identiteit of adres bekend maken”. Omdat dit vaak gepaard ging met intimidatie, pesten of stalking is het strafbaar gesteld maar daarbij is wel als eis dat er iets van zo’n bijkomstigheid te vrezen is.

Het wetsartikel (art. 285d Sr) luidt:

Degene die zich persoonsgegevens van een ander of een derde verschaft, deze gegevens verspreidt of anderszins ter beschikking stelt met het oogmerk om die ander vrees aan te jagen dan wel aan te laten jagen, ernstige overlast aan te doen dan wel aan te laten doen of hem in de uitoefening van zijn ambt of beroep ernstig te hinderen dan wel ernstig te laten hinderen, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vijfde categorie.
Hier worden inderdaad persoonsgegevens gepubliceerd, zoals telefoonnummers en namen. Foto’s kan niet gezien dit een tekst-only website is. (Laten we de naam niet noemen.) Anderen kunnen daar opmerkingen aan toevoegen, en die zijn uiteraard beledigend, smadelijk of aanstootgevend. Ook worden de gepubliceerde contactgegevens gebruikt door anderen om overlast te geven, lastig te vallen en te bedreigen.

Doel van de publicatie is de slachtoffers aan te zetten om hen te betalen, waarna de vermelding wordt verwijderd. Afpersing noemen ze dat. Maar juristen zitten daar iets scherper in (art. 317 Strafrecht):

Hij die, met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, door geweld of bedreiging met geweld iemand dwingt hetzij tot de afgifte van enig goed dat geheel of ten dele aan deze of aan een derde toebehoort, hetzij tot het aangaan van een schuld of het teniet doen van een inschuld, hetzij tot het ter beschikking stellen van gegevens, wordt, als schuldig aan afpersing, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste negen jaren of geldboete van de vijfde categorie.
Iemand dwingen tot geld betalen is afpersing. Maar die dwang moet dan wel bestaan in geweld of bedreiging met geweld. “Betalen of ik publiceer over jou” heet afdreiging (art. 318 Sr):
Hij die, met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, door bedreiging met smaad, smaadschrift of openbaring van een geheim iemand dwingt hetzij tot de afgifte van enig goed dat geheel of ten dele aan deze of aan een derde toebehoort, hetzij tot het aangaan van een schuld of het teniet doen van een inschuld, hetzij tot het ter beschikking stellen van gegevens, wordt als schuldig aan afdreiging, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van de vijfde categorie.
Dit gaat eigenlijk over het geval dat je zegt “geef me geld of spullen of ik zet die foto’s online”. Dit kennen we als sextortion als het gaat om seksueel getinte foto’s (voorbeeld uit 2023).

De complicatie hier is dat de gegevens al openbaar zijn. Althans technisch, iedereen kan het vinden als ze daar gaan zoeken. Maar voor mij is het nog steeds geheim, althans geheim genoeg om hier van afdreiging te spreken. Mensen moeten het maar weten te vinden, en het risico dat nieuwe mensen het vinden, dát is waar de afdreiger zijn inkomsten mee verdient.

Arnoud

Boete voor Fortnite-eigenaar vanwege het aanzetten van kinderen tot aankopen

(uit vonnis)

Gameontwikkelaar Epic Games International moet van de rechter de boete van 1,1 miljoen euro betalen die opgelegd is door Autoriteit Consument & Markt (ACM). Dat las ik bij Nu.nl. Ik zou epic fail moeten zeggen want het bedrijf krijgt werkelijk nergens gelijk.

In 2024 beboette de toezichthouder de exploitant van het populaire Fortnite. Dit omdat kinderen rechtstreeks werden aangemoedigd om geadverteerde producten te kopen of om hun ouders of andere volwassenen daartoe over te halen. Zie bijvoorbeeld het plaatje hiernaast met de knop “I want the battle pass”. Ook termen als “Check it out”, “Get it now”, “Get [naam item]’’ of “Grab it’’ zijn vrij duidelijk gericht op kopen-kopen-kopen.

Maar er was meer, zoals te lezen was in het originele Sanctiebesluit met de boete:

Bij het aanbod in de Item Shop wordt onder andere gebruik gemaakt van timers (in combinatie met roulerend aanbod). Timers duiden op een beperking in tijd om te beslissen over een aanbod. Het roulerend aanbod na afloop van de timer wijst op (kunstmatige) schaarste. Kinderen zullen logischerwijs denken dat items in de Item Shop na afloop van de timer niet meer beschikbaar zijn en dat kan gevolgen hebben voor hun aankoopbeslissing.
Zo’n manier van druk uitoefenen is ook een vorm van agressief of oneerlijk handelen als bedrijf jegens consumenten, dus dan al helemaal jegens kinderen.

Epic’s argument in beroep bij de rechter: dat is geen aanzetten tot koop want je moet nog een heel bestelproces door. Nope, zegt de rechter:

Die stappen doen er immers niet aan af dat er op het eerdere scherm al uitingen staan die rechtstreeks aanzetten tot aankoop. De verbodsbepaling beoogt te voorkomen dat kinderen rechtstreeks aangespoord worden om te kopen. De bepaling ziet niet op kinderen voldoende gelegenheid bieden hun opties te overwegen voordat zij tot aankoop besluiten. Ook is in dit verband – zoals de ACM terecht stelt – niet relevant of de aankoop daadwerkelijk is gedaan.
Epic had verder nog betoogd dat de term “kind” te ongenuanceerd werd toegepast: iedereen onder de 18. Er zijn vele gradaties “kind” en zij wilde daarom een principiële uitspraak over dat begrip:
Epic betoogt … dat de ACM bij het begrip kind onterecht uitgaat van een homogene groep “tot 18 jaar”. Zij voert – onder verwijzing naar literatuur, soft law en een uitspraak van een Duitse rechter (procedure bij het Landgericht Berlin (LG Berlin) – aan dat de ACM bij de beoordeling van reclame-uitingen onderscheid zou moeten maken tussen kinderen tot en met 15 jaar en jongeren (adolescenten) van 16 jaar en ouder.
Dat onderscheid vanaf 16 kennen we bijvoorbeeld uit de AVG, dus helemaal uit de lucht gegrepen is dit niet. Maar de rechter ziet nergens hoe Epic in haar implementatie dat onderscheid maakt. Het is bijvoorbeeld niet zo dat die aanprijzingen alleen getoond worden bij zestienplussers, bijvoorbeeld. Dus ze maken net zo goed reclame bij de jongere groep.

Uiteindelijk blijft dan gewoon een serie dark patterns over (zoals de rechter het terecht omschrijft) waarmee kinderen worden aangespoord om dingen te kopen in het spel. Dat heeft de ACM adequaat onderbouwd en ook de hoogte van de boete is prima gemotiveerd.

Arnoud

 

Politie waarschuwt via eigen nepwebshop voor ticketfraude op Marktplaats, mag dat?

Photo by sbgonti on Pixabay

De Nederlandse politie heeft een nepwebshop opgezet om burgers bewust te maken van de gevaren van ticketfraude. Dat las ik bij Tweakers. De site doet zich voor als ticketplatform waar mensen “snel en eenvoudig toegang [kunnen] krijgen tot uitverkochte evenementen”. Maar wie een ticket wil kopen, krijgt meteen “Ai… je trapte er (bijna) in” te horen. Diverse mensen vroegen me of dat wel mag.

De site was een behoorlijk succes, zo te lezen:

Meer dan 300.000 keer zagen mensen tussen 30 oktober 2025 en 11 januari 2026 een advertentie van TicketBewust.nl langskomen op Marktplaats. Ruim 30.000 mensen klikten erop en bekeken de advertentie. 7402 keer werd er doorgeklikt naar de nepwebshop. 3432 keer probeerden mensen, ondanks de ingebouwde aanwijzingen dat het om een nepwebshop gaat, ook echt een kaartje te bestellen.
Het is niet de eerste keer dat men zoiets doet. Vrijwel exact een jaar geleden werd onthuld dat de electronicadozenschuiver Pakjedealsnu een politiesite was. En in alweer 2013 hadden we de Taskforce Opsporing Vuurwerkbommenmakers die pretendeerde illegaal vuurwerk te verkopen.

De site zit vol met aanwijzingen, zoals dat je alleen “uitverkochte” tickets kunt kopen en het vestigingsadres dat bij een politiebureau uitkomt. En de stagiair mocht helemaal los bij Trustpilot om 1-sterrecensies namens “Ben de Klos” en anderen te componeren.

Weinig mis mee, zou ik zeggen. Het past keurig binnen de algemene voorlichtende en helpende taak van de politie. Omdat er niet werkelijk transacties worden afgesloten, hoeven we ook geen discussie over misleiding of oplichting te voeren. Tevens wordt zo keurig de AVG omzeild: je kunt niet eens persoonsgegevens invullen om te bestellen.

Arnoud