Waarom hebben we ook alweer auteursrecht?

Waarom hebben we ook alweer auteursrecht? Gek genoeg is dat een onder juristen zelden gestelde vraag. Bernd Hugenholtz vond in 1998 maar één eerdere gelegenheid waarin de Nederlandse Juristen-Vereniging hier uitgebreid aandacht aan schonk, en dat was in 1877.

De conclusie was destijds duidelijk: auteursrecht, waarom zou je? Zoals Hugenholtz schrijft:

De preadviseurs vonden dit geen moeilijke vraag: dergelijke rechtsbe­ginselen zijn er niet: ‘…er is geen rechtsbeginsel dat de Staat kan nopen schrijvers en kunstenaars de rechten van hun arbeid te verze­keren.’ Noch het leerstuk van de letterkundige of intellectue­le eigendom, noch de leer ‘dat de arbeider recht heeft op het loon van zijn arbeid’, noch de opvatting dat de koper van een boek zich stilzwijgend ver­plicht zich van nadruk te onthouden vermocht de preadviseurs te vermurwen. Als er al gronden zijn tot bescherming van schrij­vers en kunstenaars, dan zijn die slechts gelegen in het algemeen belang. De vergadering was het hiermee eens, met 36 stemmen voor en 10 tegen.

Nu, een dikke tweehonderd jaar later, denken juristen daar anders over – al formuleren ze dat zelf liever als “Auteursrechtelijke beginselen zijn inmiddels diep in het rechtsbewustzijn van de gemiddelde justitiabele verankerd.” Of zelfs zo: “Een ieder heeft het recht op de bescherming van de geestelijke en materiële belangen, voortspruitende uit een wetenschappelijk, letterkundig of artistiek werk, dat hij heeft voortgebracht.” (artikel 27 van de UVRM)

De heren van de Zweedse Pirate Bay (zie ook het interview in Bright) zouden graag deze ankers losgooien. Begonnen als aanbieder van Bittorrent-verwijzingen, hebben zij zich ontwikkeld tot politieke partij met als voornaamste doel “de auteursrecht wetgeving fundamenteel wijzigen”. De belangrijkste wijzigingen die zij voorstaan, zijn:

  • Al het niet-commercieel kopiëren en gebruik zou geheel vrij moeten zijn. Bestanden uitwisselen en P2P-netwerken zou juist aangemoedigd moeten worden in plaats van gecriminaliseerd.
  • De monopolie positie van de auteursrecht houder om een esthetisch werk commercieel te exploiteren zou gelimiteerd moeten worden tot vijf jaar na publicatie.
  • We willen ook een volledige ban op DRM-technologie en contractclausules met als doel de wettelijke rechten van de consument op dit gebied te beperken.

Extreem misschien, maar het past binnen de steeds sterker wordende roep om het auteursrecht te herzien nu meer en meer media via Internet verspreid kan worden. Kopiëren deed men met de kroontjespen of schrijfmachine; publiceren stond gelijk aan uitgeven in druk (Hugenholtz). En omdat weinig mensen een drukpers hebben, hebben ook maar weinig mensen er moeite mee dat het drukken door auteursrecht geregeld wordt.

Nu is iedere PC een bliksemsnelle en perfecte drukpers, kopieerapparaat en kiosk in één. Dommering noemt dit het elektronisch vergiet: woord, beeld en geluid van het au­teurs­rech­telijke werk begin­nen `weg te lopen’ door de kopieer­appa­ratuur bij de ge­bruiker en interme­diairs. Ga je dan proberen de gaten te vullen met DRM-stopverf, of moet je juist dat vergiet zien als het nieuwe model?

De vraag is dan meteen, hoe verdien je dan geld met dat nieuwe model? Maar hoe verdien je dan wel geld met je muziek of films? Welke open business modellen zijn er? Advertenties bij je werk lijkt misschien een mooi model, maar iedereen kan dan dezelfde tekst herpubliceren met zijn eigen advertenties er bij. Of zelfs gratis. Zal een auteur dan nog genoeg bezoekers op zijn eigen site krijgen?

Het toverwoord is ‘services’. Vraag geld voor een dienst die alleen jij kunt, en gebruik de rest als ‘loss leader’, als lokkertje om jezelf te verkopen. Voor de muzikant betekent dat dus terug naar live optredens met hun elektronische muziek als lokkertje. Je kunt muziek ook gebruiken als loss leader voor verkoop van apparaatjes natuurlijk.

Voor een tekstschrijver lijkt me dat iets minder praktisch. Teksten voorlezen is immers saai. Dus je moet niet alleen goed kunnen schrijven, maar ook goed kunnen presenteren. Een alternatief is wellicht je tekst in syndicatie verkopen.

Al deze modellen hebben één ding gemeenschappelijk: de ankers van het auteursrecht mogen een stuk losser.

Arnoud

Tiener laat filmpjes verwijderen van Youtube namens copyright-houder

Het is dagelijkste kost voor auteursrecht-juristen: tiener zet filmpje op Youtube, rechthebbende klaagt, Youtube verwijdert. Maar hoe vaak komt het voor dat een tiener filmpjes laat verwijderen omdat ze inbreuk maken?

In Australie heeft een 15-jarige jongen honderden brieven gestuurd naar Youtube met de mededeling dat hij het Australische televisienetwerk ABC vertegenwoordigde en de films inbreuk maakten op hun auteursrecht. Youtube verwijderde daarop de films. Toen de juristen van ABC ontdekten dat deze jongen namens hen boze brieven stuurden, hebben ze daar snel een einde aan gemaakt.

Teen apologises over ABC YouTube sham, gevonden via Technology Evangelist. Ook op slashdot.

En het doet natuurlijk denken aan het Multatuli-project van een paar jaar geleden, waarbij op vergelijkbare wijze providers materiaal verwijderden na een anonieme klacht van de zogenaamde rechthebbende.

Arnoud

22 juni: gastcollege Creative Commons bij Universiteit Utrecht

Op 22 juni houdt Creative Commons voor de tweede maal een gastcollege aan het Centrum voor Intellectueel Eigendomsrecht aan de Universiteit Utrecht. Het gaat om een inleidend college in flexibele omgang met auteursrecht. Het college begint om 12:30 uur.

Arnoud

Hoe bewijs je inbreuk op auteursrecht?

Pinyin is een fonetisch systeem waarmee je Chinese karakters kunt intypen met westerse toetsenborden. Daarbij moet je eigenlijk niet alleen letters intypen maar ook accenten. Zo betekent mà wat anders dan má. (De ene betekent “paard” en de ander “moeder”, maar ik vergeet altijd welke van de twee wat. Gelukkig nog nooit fout gegaan.)

Omdat pinyin werkt zonder die accenten, moet de software dus raden welk karakter je bedoelt als je “ma” intypt. Meestal werkt dat met statistiek: mensen hebben het vaker over hun moeder dan over hun paard, dus iemand die “ma” typt zal wel “moeder” bedoelen. En de software kan meer: hij raadt ook welk karakter je bedoelt als je nog maar een deel er van hebt ingetypt. Zie het voorbeeld van The Gong Project voor meer informatie.

Onlangs introduceerde Google zijn eigen software om met pinyin te werken. Al snel werd er beweerd dat deze software leentjebuur had gespeeld bij Chinese concurrent Sogou.

In het recht geldt: Wie stelt, bewijst. Maar hoe bewijs je dat een bedrijf jouw software heeft overgenomen? Een mogelijkheid is om een kopie van de software te pakken en die naast je eigen software te leggen. Zie je voldoende overeenkomsten, dan zal het wel overgenomen zijn.

Dat is alleen een beetje lastig als de software in kwestie niet te koop of te downloaden is, maar ergens op een server draait waar je niet bij kunt. Zoals de Pinyin-software van Google.

In dit geval kwam een oude truc goed van pas: kijk naar de fouten die de beide systemen maken. Als die allemaal hetzelfde zijn, dan zit er waarschijnlijk hetzelfde systeem achter. En dat is dan inbreuk op het auteursrecht.

Google heeft ondertussen formeel zijn excuses aangeboden.

Meer bij ABC30.com en bij NU.nl: Gelijkende vertaalsoftware brengt Google in verlegenheid.

Arnoud

Wanneer is iets inbreuk op het portretrecht?

Iemand die op de foto gezet worden, kan daar met zijn portretrecht tegen optreden. Daar zijn natuurlijk wel de nodige eisen voor. De belangrijkste is dat de geportretteerde moet aantonen dat hij een redelijk belang heeft om de publicatie te verbieden.

Een recent gepubliceerd maar oud vonnis (1996!) geeft mooi aan hoe die analyse in zijn werk gaat.

In deze zaak werd een vrouw gefotografeerd bij een Wasteland-party in Amsterdam. De vrouw was op de foto te zien “met één been over de reling van de loopbrug geslagen waarbij haar jurk openvalt. Voor haar bevindt zich een gehurkte man die zijn gezicht tegen haar schaamstreek drukt.”

De foto werd vervolgens in de Nieuwe Revu gepubliceerd. De foto illustreerde een artikel met als opschrift: SEX. HET JAAR WAARIN ALLES KAN, en bijschrift “Van incestplegers tot fistfucken op TV. Van SM op Internet tot openbare sex op de Amsterdamse Wasteland-parties. 1995 is het jaar waarin alles mag, kan en moet. Waarom?”

De vrouw wilde dit laten verbieden, omdat de publicatie van deze foto een ernstige inbreuk op haar privacy zou zijn. Zo pleitte haar advocaat:

Zij heeft er grote bezwaren tegen dat haar wijze van feestvieren buiten de kring van de aanwezigen op het feest bekend wordt, omdat bekenden van haar en anderen in haar omgeving haar gedrag zedeloos zullen vinden. Zij waande zich echter veilig in de beschermde omgeving van dit volgens haar besloten feest, tussen gelijkgestemde zielen.

Hoe ging de rechtbank hier nu mee om?

De eerste vraag is of er wel sprake is van een portret. Een afbeelding is een “portret” wanneer er een persoon herkenbaar op afgebeeld is. Dat betekent niet dat het gezicht er op moet staan. Een persoon kan ook door een karakteristieke lichaamshouding herkenbaar zijn.

Anders dan De Geïllustreerde Pers c.s. menen zijn van het gelaat van eiseres op de foto karakteristieke en daarmee herkenbare trekken te zien, zoals de haardracht, de neus, een gedeelte van de oogpartij en de bril. Het is, naar de rechtbank ter zitting heeft kunnen waarnemen, wel degelijk mogelijk dat aan het gelaat herkend wordt van de afbeelding, ook door onbekenden.

De eiseres had dus een portretrecht op de foto.

De volgende vraag is welk redelijk belang zij kon aanvoeren tegen publicatie. Privacy (persoonlijke levenssfeer) is in principe zo’n belang. Maar in dit geval was de foto buiten genomen, op de openbare weg waar het feest ook gehouden werd. De eisers zeiden

dat vrijwillig in de openbaarheid is getreden, op een publiek schavot, in het kader van een exhibitionistisch evenement, ten overstaan van toeschouwers, fotografen en cameraploegen, met in seksueel opzicht grenzeloos gedrag.

Maar dat was niet overtuigend, vond de rechtbank. Op de openbare weg dingen doen, betekent nog niet dat je helemaal geen privacy hebt.

De persoonlijke levenssfeer [kan] zich immers ook uitstrekken tot bepaalde gebeurtenissen die – gedeeltelijk – in het openbaar plaatsvinden. De omstandigheid dat eiseres zich boven de openbare weg bevond toen de foto werd genomen en dat personen die zich op dat moment in de Reguliersdwarsstraat bevonden haar – al dan niet conform haar bedoeling – mogelijk konden zien, vormt voor De Geïllustreerde Pers c.s. nog geen vrijbrief om zonder haar toestemming een foto van haar in een compromitterende pose te publiceren in een landelijk weekblad.

Het bordje bij de ingang van het feest met de mededeling dat binnen foto’s werden gemaakt, was daarbij niet relevant. Dat waarschuwt alleen dat er foto’s worden gemaakt en zegt nog niets over publicatie van die foto’s.

Degene die de foto publiceert, zal dus met een eigen belang moeten komen dat pleit vóór publicatie. Nu ging het om een foto in een weekblad. Verslaggeving en vrije nieuwsgaring is een groot goed, en privacy moet soms wijken als een foto nieuwswaarde heeft.

Er moet dan beoordeeld worden of het belang van de geportretteerde bij bescherming van haar persoonlijke levenssfeer opzij gezet moet worden voor het belang van het tijdschrift bij de onbelemmerde uitoefening van hun recht op vrijheid van meningsuiting.

In dit geval vond de rechtbank dat de privacy toch voorging, om een aantal redenen:

  • De foto was “geruime tijd” voor publicatie van het artikel gemaakt. Het ‘nieuws’ op de foto was dus niet echt actueel.
  • De geportretteerde was geen bekende persoon. Bekende personen hebben veel te dulden, maar “gewone” mensen niet.
  • De fotograaf had kunnen vragen om toestemming.
  • Het gezicht van de vrouw had onherkenbaar gemaakt kunnen worden. Het ging tenslotte niet om háár als persoon, maar om een sfeerbeeld.
Met name die laatste reden was doorslaggevend. Het was niet zo moeilijk geweest om rekening te houden met haar privacy. Dan had het tijdschrift dat ook moeten doen.

Wel werd de schadevergoeding verlaagd omdat de vrouw zelf het risico had genomen dat iets als dit kon gebeuren.

Gevonden via Boek 9.

Arnoud

Nieuw op Iusmentis: Citeren en citaatrecht

Nieuw op Iusmentis:

Het citeren van een kort gedeelte van een boek of artikel is geen inbreuk op het auteursrecht. Essentieel is dat de bron en de maker van het werk worden vermeld, niet meer wordt geciteerd dan strikt nodig voor het doel, en dat het citaat getrouw is (liefst letterlijk). Citeren kan bijvoorbeeld om te vertellen over het werk of om er kritiek op te leveren.

Er is geen harde regel over het deel dat je over mag nemen van het origineel. Dat kan ook niet, want het gaat bij citeren om de vraag of je wat je overneemt, ook echt nodig hebt voor het doel van je citaat. Soms zijn honderd regels nodig, en soms zijn tien regels al te veel.

Citeren en citaatrecht (in Auteursrecht @ iusmentis.com).

Arnoud

Nieuw op Iusmentis: Plagiaat bij gebruik van andermans werk

Nieuw op Iusmentis:

Plagiaat is het letterlijk overnemen van (delen van) andermans werk zonder fatsoenlijke bronvermelding. Ook parafraseren, in je eigen woorden weergeven van andermans werk, wordt vaak als plagiaat gezien als er geen bron bij vermeld staat. Je moet dus altijd duidelijk je eigen bijdragen scheiden van die van anderen.

Plagiaat bij gebruik van andermans werk (in Auteursrecht @ iusmentis.com).

Arnoud

‘OpenBSD steelt code’, aldus Linux-ontwikkelaar (via Tweakers)

Vandaag op Tweakers.net:

Michael Buesch, ontwikkelaar van de Linux-driver voor de aansturing van draadloze netwerkchips van Broadcom, beschuldigt OpenBSD-ontwikkelaars van het stelen van programmacode. Hoewel beide besturingssystemen open source zijn, gebruiken ze verschillende licenties.

OpenBSD is een open source besturingssysteem dat wordt aangeboden onder de zeer liberale BSD licentie. Software onder deze licentie mag voor zo ongeveer alles worden gebruikt, zolang maar wordt vermeld wie de maker is. Linux daarentegen wordt aangeboden onder versie 2 van de GPL, en die legt meer restricties op. De belangrijkste eis uit de GPL is dat elke verspreiding van de software inclusief broncode moet gebeuren. Ook verdere verbeteringen aan de software mogen alleen inclusief broncode worden verspreid.

Michael Buesch is de auteur van een wireless LAN driver voor Broadcom chips. Hij ontdekte dat OpenBSD een driver had met exact dezelfde broncode. Hij stuurde dan ook een boze mail naar het OpenBSD team. Dat was aanleiding voor een stevige discussie; het OpenBSD team en helemaal hun leider Theo de Raadt staat niet bekend om hun softe, subtiele aanpak.

In het algemeen is het lastig om te bepalen of er sprake is van inbreuk op auteursrecht bij software. Alleen code met “het stempel van de maker”, eigen creatief werk dus, wordt beschermd door auteursrecht. Puur functionele code is niet beschermd.

Nu heeft een programmeur normaal veel ruimte voor creativiteit bij het schrijven van de code. Maar bij drivers is dat anders. Die moeten op een bepaalde manier werken om de hardware aan te kunnen sturen. Vaak ligt het communicatie-protocol met de hardware helemaal vast, en ook de manier waarop de gegevens doorgegeven moeten worden aan andere software. Het is dan lastig om te bepalen of een implementatie nu creatief is of puur functioneel. Kort gezegd, op hoe veel manieren kun je “als het apparaat aan moet, stuur dan code 0x3F” implementeren?

Dat wil alleen niet zeggen dat drivers dus niet beschermd zijn, of dat zomaar alle code van een driver mag worden overgenomen. In dit geval bleken er grote stukken code letterlijk gecopy&paste te zijn, inclusief variabelenamen, commentaar en dergelijke. En dat wijst er meestal op dat er meer is overgenomen dan puur het functionele aspect van het origineel.

Arnoud

Vergroot begrip voor auteursrecht

Via Boek 9 het rapport Hoe kan het begrip voor auteursrecht worden vergroot en wat is de rol van voorlichting daarbij?

Dit rapport komt van de Stichting Auteursrechtmanifestaties. Misschien kent u die nog van hun campagne Auteursrecht voor jou! (Ik niet eigenlijk, maar nu weet ik wel hoe de club achter Auteursrecht.nl heet) Hoe dan ook, bij de Stichting Auteursrechtbelangen zijn alle auteursrechtincasso-organisaties, maar ook BREIN, de publieke omroep, de vereniging van schrijvers en vertalers en nog vele anderen aangesloten.

Het rapport begint met een interessante observatie:

Sinds de Stichting Auteursrechtmanifestaties (STAM) in 1986 is opgericht, is na ruim 20 jaar de noodzaak om het publiek te overtuigen van het belang van auteursrecht niet verminderd, integendeel. Onder invloed van de vele digitale ontwikkelingen is het begrip voor auteursrecht eerder af- dan toegenomen en lijkt het niet al te best gesteld met het imago van het auteursrecht.
Ik neem aan dat ze met dat “sinds” niet bedoelen dat het de schuld van STAM is dat het imago van auteursrecht omlaag gegaan is de laatste 20 jaar.

STAM heeft interviews gehouden met “een groot aantal partijen uit diverse maatschappelijke geledingen, waaronder vertegenwoordigers van overheid, politiek, onderwijs, bedrijfsleven, rechthebbenden, consumentenbond en communicatiedeskundigen.” Het rapport is het resultaat van deze interviews, aangevuld met uitkomsten uit een rondetafelbijeenkomst van juni vorig jaar.

Wat zijn nu de belangrijkste bevindingen?

Uit de interviews bleek dat er naast (en volgens sommigen zelfs in plaats van) voorlichtings- en bewustwordingscampagnes nadrukkelijk aandacht zou moeten worden besteed aan:

  • collectieve rechtenorganisaties (wijze van uitoefening rechten, publieke verantwoording, transparantie, one-stop shop)
  • nieuwe businessmodellen (prijsstelling, alternatieve inkomstenbronnen, legale downloadportals) en/of
  • wetgeving c.q. vervolgingsbeleid.

De rondetafelconferentie van vorig jaar leverde ook veel stof voor discussie op. Dat kwam wellicht ook door de samenstelling:

Bij de selectie van de deelnemers aan de bijeenkomst is er bewust voor gekozen om niet zozeer (althans niet alleen) de bekende vertegenwoordigers van de rechthebbenden uit te nodigen (omdat zij deze discussie al vaker hebben gevoerd en al via de schriftelijke ronde konden reageren), maar juist ook personen uit een andere kring die vanuit hun ervaring of professie mogelijk een waardevolle en verfrissende bijdrage zouden kunnen leveren aan de discussie over auteursrecht.

De belangrijkste conclusie lijkt te zijn dat het niet alleen gaat om een imagokwestie. Er is meer nodig dan alleen communicatie om de maatschappelijke acceptatie van auteursrecht te verbeteren. Innovatie in de auteursrechtsector moet worden gestimuleerd. De deelnemers kwamen met deze aanbevelingen:

Onderzoek: Er zou een inventarisatie moeten plaatsvinden van nieuwe en/of innovatieve businessmodellen en van resultaten van onderzoek naar het effect van gratis aanbieden van content op verkoopresultaten. … Ook zou nader onderzoek kunnen worden gedaan naar de vraag welke specifieke problematiek bij welke doelgroep speelt en hoe daar het beste op kan worden ingespeeld.

Platform: Er zou een platform moeten worden ontwikkeld ten behoeve van de auteursrechtsector zelf (intern) en voor aanbieders en afnemers gezamenlijk (extern).

Interne discussie bevorderen: STAM zou het innovatieve karakter van de sector kunnen uitdragen door innovatieve businesscases te inventariseren en zichtbaar te maken: alternatieve modellen naast elkaar analyseren en benchmarken, met oog voor innovaties in andere sectoren. Ideeën bij elkaar brengen én uitdragen. … Daarbij past een open en enigszins kwetsbare opstelling: ‘we weten het ook niet precies, maar we proberen het wel.’ Enkele deelnemers raden de industrie aan zichtbaar te maken dat je openstaat voor innovatie, oog hebt voor ontwikkeling en om experimenten te stimuleren met oog voor de achterliggende businessmodellen.

Externe discussie bevorderen: STAM zou partijen (rechthebbenden en gebruikers) bij elkaar kunnen brengen en deze aansporen tot het (samen) bedenken van nieuwe modellen en tot het ontwikkelen van businesscases. Zo zou een natuurlijke alliantie gevormd kunnen worden tussen partijen die elkaar tot nu toe ‘vanuit de loopgraven’ bevochten. Gezamenlijk zou kunnen worden bekeken hoe de maatschappelijke acceptatie van het auteursrecht kan worden vergroot.

Arnoud

Twee keer installeren of reservekopie?

De auteurswet bepaalt dat het maken van een reservekopie of backup van software in principe mag. Wel moet het maken van de reservekopie noodzakelijk zijn voor het beoogde gebruik (artikel 45k).

Er is weinig jurisprudentie over dit onderwerp, want wie gaat er nu procederen over iemands backup? Nou, Autodesk bijvoorbeeld. Het bedrijf Aztec bleek programma’s van Autodesk (AutoCAD, AutoCAD Lite, Inventor Pro) twee maal te hebben geïnstalleerd terwijl het maar over een licentie beschikte. Het verweer luidde dat de tweede als reservekopie bedoeld was.

De rechtbank ging hier niet in mee. Omdat de software op de harde schijf werd geïnstalleerd, was de aangeschafte CD-ROM eigenlijk de backup, zo luidde het vonnis. Aztec kon ook niet uitleggen waarom een extra kopie van de software, op een andere PC geïnstalleerd, noodzakelijk zou zijn voor het goed kunnen werken met het origineel. En daarmee was niet voldaan aan de eis van artikel 45k dat de reservekopie “noodzakelijk” is voor het origineel.

Arnoud