Tot aan het Europese Hof over een telefoonnummer

telegraaf.jpgInternetbedrijven moeten, naast hun vestigingsadres en een e-mailadres, nog minstens één ander communicatiemiddel op hun site vermelden. Dat mag een telefoonnummer zijn, maar dat hoeft niet. Dat besliste het Europese Hof van Justitie afgelopen donderdag. Ja, er is echt een procedure gevoerd tot aan dit allerhoogste Europese Hof over de vraag of er een telefoonnummer op een website moet staan. En nee, van het antwoord begrijp ik ook al weinig.

In de wet (art. 3:15d BW) staat dat een elektronische dienstverlener, zoals een hostingprovider of webwinkel, zijn identiteit en adres van vestiging moet melden plus “gegevens die een snel contact en een rechtstreekse en effectieve communicatie met hem mogelijk maken, met inbegrip van zijn elektronische postadres”. En omdat er staat “met inbegrip”, moet er dus nog minstens één ander gegeven zijn waarmee dat snelle contact gelegd kan worden. Ok, ik geef toe, leuk discussievoer voor juristen maar een procedure tot aan het Europese Hof van Justitie? Allemachtig.

Maar goed, het arrest ligt er en we zullen het ermee moeten doen. Een kennis van me is echter doof, en ziet er weinig in om een telefoonnummer op zijn website te zetten. Ik neem tenminste niet aan dat het genoeg is om een bandje in te laten spreken met “Deze winkelier kan u niet horen, mailt u toch alstublieft”. Gelukkig heeft het Hof daaraan gedacht: een telefoonnummer is niet verplicht, maar als je het niet doet, moet je iets bieden dat vrijwel net zo’n snel medium is als de telefoon: “a communication is to be regarded as effective if it permits adequate information to be obtained within a period compatible with the needs or legitimate expectations of the recipient.”

Wat betekent dat? Nou, een contactformulier bijvoorbeeld zou prima zijn:

[A]n electronic enquiry template may be regarded as offering a direct and effective means of communication within the meaning of Article 5(1)(c) of the Directive, where, as is clear in the case in the main proceedings from evidence in the file, the service provider answers questions sent by consumers within a period of 30 to 60 minutes.

Ik weet niet hoe dat bij u gaat, maar bij mij maakt dat contactformulier stiekem een mailtje van wat mensen intypen. Dus de meerwaarde van dit arrest ontgaat me volledig. Het arrest opent wel de weg om te twitteren met je klant, want dat is ook een “direct and effective means of communication”.

Hoe snel reageren jullie op mails van klanten? En hebben jullie contactformulieren die niet met mail in de backend werken?

Arnoud

Afgifte persoonsgegevens achter Gmail-account verplicht

Ruzie met je mede-directeur, in echtscheiding liggen en er dan ook achterkomen dat allebei die wederpartijen weten wat je mailt. Daar zou ik ook boos om worden. De directeur van een bedrijf had ruzie met een compagnon, en lag ook nog eens in een zo te lezen niet prettig verlopende echtscheidingsprocedure. Tijdens de afwikkeling bleek dat zowel die compagnon als zijn vrouw kennis hadden van dingen die alleen in e-mails van en naar anderen stonden, zo wisten Zibb en de Telegraaf te vertellen. Enig onderzoek door een ingehuurde systeembeheerder bracht een stiekem ingestelde forwarding regel aan het licht, die alle mail kopieerde naar een Gmail-mailbox.

Het lag redelijk voor de hand dat die compagnon die regel had ingesteld, omdat hij als enige de gelegenheid en vakkennis had om dit te kunnen doen. Maar om dat te bewijzen, valt nog niet mee. Vandaar dat deze directeur Google voor de rechter sleepte en eiste dat het bedrijf de persoonsgegevens zou afgeven van de eigenaar van de mailbox.

De rechtbank toetst het verzoek aan het Lycos/Pessers-arrest, en herformuleert de eisen die daarin gesteld zijn in het vonnis als volgt:

  1. Het moet voldoende aannemelijk zijn dat sprake is van onrechtmatig handelen van de desbetreffende gebruiker.
  2. Het dient buiten redelijke twijfel te zijn dat degene van wie de gevraagde persoonlijke gegevens ter beschikking dienen te worden gesteld ook daadwerkelijk degene is die zich aan dit handelen schuldig zou hebben gemaakt.

Als hieraan is voldaan, moet de rechter nog een afweging maken tussen de privacybelangen van de betrokkenen bij het geheim houden van hun gegevens en het belang van de eiser om tegen het onrechtmatig handelen op te treden. Met andere woorden, wat is erger, de privacyschending door te onthullen wie er achter zit, of de onrechtmatige daad gepleegd door die persoon?

In deze zaak had de rechter er geen moeite mee om de afweging in het voordeel van de eiser uit te laten vallen. De belangrijkste overweging:

4.8. Zoals onder 4.5 overwogen is aannemelijk dat het Gmail-adres ook is gebruikt om de inhoud van aan [bestuurder] gerichte e-mails aan derden te overhandigen. Dit levert misbruik jegens [eiseres c.s.] op. De ernst van dit misbruik van het Gmail-adres en de gevolgen daarvan voor [eiseres c.s.] leveren een zo zwaarwegend belang van [eiseres c.s.] op dat het belang van Google bij de bescherming van de privacygevoelige informatie van haar gebruikers in dit geval dient te wijken.

Google moest dan ook de IP-adressen achter het account afgeven, plus het secundaire (backup) e-mailadres dat daaraan gekoppeld was.

Via Boek9.nl.

Arnoud

De zin en vooral onzin van e-mail disclaimers

wij-stellen-ons-niet-aansprakelijk.jpgGisteren kreeg ik een e-mail van iemand die mijn boek wilde bestellen. De e-mail bevatte zes regels informatie en 25 regels disclaimer. De e-mail was informeel bedoeld, bevatte mogelijk vertrouwelijke informatie die ik dan niet mocht doorgeven, kon virussen bevatten hoewel deze gescand was, mocht niet worden opgevat als een juridische toezegging(!) en vertegenwoordigde niet noodzakelijkerwijs de mening van de werkgever van de afzender.

Waarom doen mensen dit? Juridisch stelt het namelijk bizar weinig voor. Een echte disclaimer, een uitsluiting van aansprakelijkheid dus, is alleen geldig als dat vooraf zo afgesproken is. Hetzelfde geldt voor vertrouwelijkheid van een e-mail. Briefgeheim voor e-mail bestaat niet. Wie een mededeling per e-mail dan ook vertrouwelijk wil laten zijn, moet dat afspreken met de ontvanger.

De informatiedichtheid van de overige mededelingen is ook vrijwel nul. Omdat de tekst bij elke mail moet passen, moet men wel algemeen zijn: “bevat MOGELIJK vertrouwelijke informatie”, “KAN virussen bevatten” en is “niet NOODZAKELIJKERWIJS” de mening van de werkgever. Die teksten zijn altijd waar en vertellen dus niets.

Ik stel voor dat we vanaf nu de disclaimer op e-mails afschaffen en alleen nog zinnen toevoegen als dat werkelijk zinnig is. Zet er alleen een confidentiality notice onder als de mail echt vertrouwelijk is, en stuur mails die niet de mening van uw werkgever bevatten niet vanaf een zakelijk adres. Doet u mee?

Arnoud<br/> Plaatje via Eric’s blog

Hoe bewijs je de echtheid van e-mail?

Een lezer mailde me:

Ik heb een zakelijk geschil met een klant waarvoor we binnenkort bij de kantonrechter staan. De wederpartij heeft e-mails tussen ons als bewijs gebruikt. Maar zij hebben de nodige trucs uitgehaald: sommige mails zijn weggelaten, en andere zijn inhoudelijk gewijzigd of geantedateerd.

We hebben alle originele mails nog in onze map Verzonden en het archief van inkomende mails van deze klant. Maar hoe kunnen wij nu de rechter overtuigen dat onze versies echt zijn en die van de klant vervalst?

Altijd lastig, zoiets. Je kunt printouts van je eigen kopieën van de e-mails als bewijsstuk in het geding brengen. Het zal dan opvallen dat deze afwijken van de kopieën van de tegenpartij. Het is dan aan de rechter om af te wegen welke hij authentiek acht.

Elke aanwijzing dat iets niet klopt, mag je naar voren brengen als bewijs. Zo zou het kunnen dat een mail met veranderde datum ineens verwijst naar een mail met een latere datum, wat natuurlijk niet kan. Ook kun je aan de headers laten zien op welke mail een bepaalde mail een reactie was. Als dat niet klopt door de aangepaste data, is dat ook mooi bewijs.

Inhoudelijke wijzigingen zijn lastiger aan te tonen. In ieder geval moet je keihard ontkennen die tekst geschreven of ontvangen te hebben. Ook hier weer, elk argument waarom dat zo zou zijn, mag je naar voren brengen. Als een wijziging je iets in de mond legt dat in een eerdere mail geheel anders staat, dan is dat een aanwijzing voor vervalsing.

Hebben jullie suggesties?

Arnoud

Hou op met spammen, beste vriend! (bij Marketingfacts)

Gisteren schreef ik bij Marketingfacts over een Spaans verbod op tell-a-friend systemen. Dat is namelijk spam:

Klik hier om dit bericht door te sturen naar een vriend. Die tell a friend systemen zijn niet alleen irritant, maar in Spanje overtreedt je er ook nog de privacywetgeving mee. Spaanse listbrokers liggen onder vuur, meldde de DDMA vorige week. E-mailadressen zijn ook persoonsgegevens, net als naam en adres. En verwerking daarvan mag alleen met toestemming van de eigenaar. De Spaanse wetgeving komt uit dezelfde Europese richtlijn als onze Wet Bescherming Persoonsgegevens, dus het ligt in de lijn der verwachting dat onze rechter net zo zal oordelen. Is het dan nu eindelijk afgelopen met die knopjes?

Lees verder in Hou op met spammen, beste vriend! bij Marketingfacts!.

Arnoud

Zenmoment voor de zondagmiddag

In de categorie “zei ze dat écht”:

In het algemeen kan gesteld worden dat commerciële reclame een stuwende rol speelt bij de ontwikkeling van het internet. De mogelijkheden hiervoor moeten in principe niet beperkt worden.

Bron: minister Jorritsma in 2000, naar aanleiding van Kamervragen over e-mailspam verzonden door Nederlandse bedrijven.

Gelukkig is de wetgeving tegenwoordig toch zo streng dat de mogelijkheden voor ongevraagde commerciële e-mail wel heel erg beperkt zijn.

Met dank aan de onbekende maar intrigerende bona fides die nog meer post dan ik.

Arnoud

Inkorten ingezonden brief is juridisch toegestaan

Een krant mag een ingezonden brief wijzigen en inkorten, ook wanneer ze niet vooraf overleggen met de auteur. Dat blijkt uit een recent vonnis van de voorzieningenrechter uit Rotterdam. Belangrijk daarbij was het feit dat de redactie vooraf had gemeld dat men zich het recht voorbehoudt om ingezonden artikelen “te weigeren dan wel te redigeren of in te korten.”

Door dit expliciete voorbehoud had de briefschrijver moeten weten dat dit had kunnen gebeuren. Daarom kon hij niet meer eisen dat zijn brief alsnog integraal en ongewijzigd zou worden gepubliceerd. Ook hoefde de krant niet vooraf contact met hem op te nemen om de wijzigingen te bespreken.

De redenering uit dit vonnis zou ook op moeten gaan voor weblogs. Reacties zijn tenslotte te vergelijken met ingezonden brieven. Een blogger die vooraf meldt dat hij het recht voorbehoudt om reacties te weigeren dan wel in te korten, kan dus niet snel worden aangesproken als hij gebruik maakt van dat recht.

Een uitzondering zou kunnen zijn als door de wijziging de strekking van de reactie wordt aangetast. Je moet er dus wel voor zorgen dat het punt van de reaguurder overeind blijft. Het ‘verminken’ van iemands werk zodanig dat zijn reputatie wordt aangetast is niet toegestaan.

De briefschrijver had ook nog excuses geëist van de krant, maar die kreeg hij niet:

Anders dan bijvoorbeeld een rectificatie, waarbij, gelet op de vrijheid van meningsuiting, duidelijk wordt gemaakt dat het gaat om een beslissing van de rechter die tot rectificatie noopt, gaat het bij excuses om het spontaan en oprecht berouw tonen over eigen tekort-schieten. Afgedwongen excuses behoren niet tot deze categorie. Een vordering tot het aanbieden van excuses kan in rechte dan ook niet worden afgedwongen.

Via Volledig bericht, pardon Boek 9.

Arnoud

Opzeggen van een overeenkomst op afstand

Een lezer had een abonnement op een niet nader te noemen betaalwebsite genomen en wilde daar weer vanaf. De site eiste echter dat hij een papieren brief stuurde via aangetekende post om de overeenkomst op te zeggen. Maar mag dat eigenlijk wel?

Opzeggen van een overeenkomst is in principe vormvrij. Dat wil zeggen dat je op elke manier mag opzeggen, dus ook mondeling of per e-mail. Via de algemene voorwaarden kan het bedrijf strengere eisen stellen. Zo is het niet ongebruikelijk om te eisen dat je schriftelijk moet opzeggen, en vaak ook nog met een zekere opzegtermijn. Sommige bedrijven eisen zelfs een aangetekende brief, maar dat is al snel onredelijk bezwarend (art. 6:237 sub m BW).

Artikel 267 van boek 6 bepaalt dat als een overeenkomst langs elektronische weg is gesloten, hij tevens door een elektronische verklaring kan worden ontbonden. Zelfs wanneer is afgesproken dat je een stuk papier op de post moet doen. Het bedrijf kan niet in de algemene voorwaarden afwijken van deze wettelijke regeling, omdat deze net zo dwingend is als artikel 6:227a dat zegt dat het elektronisch sluiten van overeenkomsten rechtsgeldig is. Zie ook de Memorie van Toelichting bij de laatste wijziging van dit wetsartikel (pagina 60).

Natuurlijk kan het bedrijf nog wel steeds een opzegtermijn hanteren om de opzegging/ontbinding rechtsgeldig te laten zijn.

Arnoud

Reacties op “Gelieve niet op deze mail te reageren”

Veel bedrijven hebben de irritante gewoonte om je mails te sturen en onderaan te zetten dat je geen antwoord per mail mag sturen. Daarvoor moet je bellen of een vaag formulier op de site gebruiken. Om nu te voorkomen dat mensen toch gaan mailen, gebruikt men dan een ongeldig e-mailadres als afzender. Een populaire is het gebruik van “donotreply.com”. Ietwat pijnlijk alleen is dat dit domein al jaren gewoon bestaat, en dat de beheerder in zijn gebruiksvoorwaarden heeft staan dat hij alle ontvangen mails op zijn site publiceert.

De site ontvangt wekelijks miljoenen bounces en foutmeldingen, maar ook reacties van consumenten en zakelijke klanten op mails die met een donotreply.com-adres zijn verzonden. En die reacties variëren van scheldpartijen tot gedetailleerde financiële rapporten of lijsten met wachtwoorden of pincodes.

Security.NL vertelt:

Als [eigenaar Chet Faliszek] de bedrijven inlicht reageren die vaak vol verbazing en hij wordt regelmatig met rechtszaken bedreigd door bedrijven die niet snappen waarom hij de e-mail inclusief vertrouwelijke bijlagen ontvangt. “Mensen schreeuwen soms tegen me dat de e-mails privé zijn en ik ze niet moet lezen. Ze raken helemaal in paniek, met name als je met niet technische mensen binnen die bedrijven praat,” zo laat Faliszek weten, die zijn avonturen in dit blog bijhoudt.

Die rechtszaken zullen weinig kans maken. Als de afzender zelf zo slordig is met het invullen van het e-mailadres, dan aanvaardt hij de kans dat mensen toch gaan reageren. Je kunt dan moeilijk die ontvanger aanspreken voor de schade die je daardoor lijdt.

Faliszek is wel zo netjes om persoonsgegevens te anonimiseren voordat hij de mails publiceert.

Arnoud

Is ontslag nemen per e-mail rechtsgeldig?

Een lezer wilde per e-mail ontslag nemen, maar diens werkgever weigerde dat te accepteren omdat “e-mail geen rechtsgeldig medium is”. Oh?

Opzeggen mag in principe op elke manier, ook mondeling of per e-mail. Het kan zijn dat er bij CAO of in de arbeidsovereenkomst andere afspraken zijn gemaakt. Dan moet opzegging volgens die afspraken gebeuren.

Vaak staat er in een CAO dat opzegging “schriftelijk” moet. Je kunt je afvragen of met een e-mail daaraan voldaan is. Onlangs werd e-mail als “schriftelijk” gezien bij een ingebrekestelling. De redenering daarbij zou ook op kunnen gaan voor opzegging van arbeidsovereenkomsten, maar persoonlijk zou ik het daar niet op willen laten aankomen.

Het probleem bij opzeggen per e-mail is dat de opzegger moet bewijzen dat de e-mail is aangekomen, en de wederpartij alleen maar hoeft te ontkennen deze gehad te hebben. Het is dus niet verstandig om op te zeggen per mail. Net zo goed als mondeling ontslag nemen niet verstandig is.

Bij een bedrijfsnetwerk is er vaak een (redelijk) betrouwbare optie om een ontvangstbevestiging te vragen. Dat zou kunnen helpen als bewijs. Maar vaak toont zo’n ontvangstbevestiging niet aan wat de inhoud van de mail was.

Op Flexmarkt het volgende advies:

De opzegging is pas geldig als het bericht van opzegging de andere partij heeft bereikt. De werkgever moet bij geschillen de bezorgdatum en het adres van de brief kunnen aantonen. Bewaar een kopie van de opzegbrief. Er is geen opzegging als blijkt dat de brief op het verkeerde adres is bezorgd. Daarom is een aangetekende brief het aangewezen middel. Want zelfs als de aangetekende brief niet wordt afgehaald bij het postkantoor, is de opzegging geldig. De geadresseerde draagt in dat geval het risico dat de brief hem of haar niet heeft bereikt. Dat geldt ook als de werknemer is verhuisd en geen adreswijziging heeft doorgegeven aan de werkgever. Vaak bevat een cao nadere regels.

Zie ook Arbeidsrechter.nl dat ook sterk afraadt om per e-mail ontslag te nemen.

Arnoud