Van mededeling naar conversatie

| AE 1679 | Innovatie, Intellectuele rechten | 40 reacties

Aanstaande vrijdag mag ik spreken bij stichting VOICE over “wat er misging met auteursrecht vanuit de visie van internetters en hoe moet dat anders”. Op dit moment zit ik (om ongerelateerde redenen) in een hotelkamer in Chemnitz, en de viesbruine muren blijken iets minder inspirerend dan ik had gehoopt. Mag ik uw reactie op onderstaand concept?

(Update: zie ook de slides van deze presentatie.)

Understatement van de eeuw: het auteursrecht staat onder druk door internet. Nu is het niet de eerste keer dat een nieuwe technologie als bedreiging voor het auteursrecht (of beter gezegd, de auteursrechthebbenden) wordt gezien. Van drukpers tot radio tot videocassette, elke keer werd de nieuwe technologie als gevaar neergezet ” en elke keer bleek de nieuwe technologie uiteindelijk bijzonder winstgevend voor de rechthebbende.

Internet is echter meer dan een nieuwe kopieertechniek of een nieuw distributiemedium. Of nou ja, de tubes zijn dat misschien wel, maar de manier waarop consumenten met internet omgaan is wezenlijk anders. Internet laat mensen participeren, actief aan de slag gaan met werk. Mensen downloaden, uploaden, remixen, bewerken, becommentariëren, parodiëren en publiceren andermans werk. Mensen die voorheen alleen braaf op de bank de werken consumeerden die hen door de industrie werd aangereikt.

En die mensen vinden dat doodnormaal.

De reactie daarop van de rechthebbenden is echter allesbehalve normaal te noemen: dit is inbreuk, piraterij, het faciliteren van misdrijven en waarschijnlijk ook nog steun aan terrorisme. En het blijft niet bij retoriek. Er worden rechtszaken gevoerd, boetes geëist en sites gesloten waarvan internetters met de beste wil van de wereld niet kunnen begrijpen waarom. Er wordt nu zelfs serieus overwogen om internetproviders een verplichting op te leggen om elk internetpakketje digitaal te fouilleren ” met deep packet inspection en geautomatiseerde controlesoftware elke vermeende schending tegenhouden. Dit kost tonnen per jaar en zal binnen enkele maanden technisch irrelevant blijken, maar dat mag de pret niet drukken.

Het hoeft dan ook niet te verbazen dan ook niet dat er steeds meer tegengeluiden en -bewegingen ontstaan, waar de diverse “piratenpartijen” de recenste exponent van zijn. De Zweedse piratenpartij is nu de op twee na grootste politieke partij van het land en heeft een zetel in het Europarlement verkregen. En ook in andere Europese landen schieten deze clubs als paddestoelen uit de grond.

Niet dat dit de rechthebbenden en hun vertegenwoordigers ook maar iets overtuigd: integendeel, met name stichting BREIN lijkt in Nederland met een groots offensief begonnen te zijn tegen alles dat downloadt, uploadt of daar hoe indirect ook mee te maken heeft. Maar helpt het? Tot nu toe lijkt het vooral een hoop werk voor juristen op te leveren. Een merkbare “dip” in het up- en downloaden is er niet.

Doorgaan op deze weg acht ik dan ook volstrekt heilloos. Het auteursrecht zoals het nu voor ligt, is dringend aan een grondige herziening toe. Niet aan een volledig afschaffen ” dat is een stroman. We hebben een manier nodig om weer draagvlak te creëren voor de rechten van creatievelingen. De enige manier daarvoor is een ander uitgangspunt van auteursrecht te nemen, dat beter recht doet aan de huidige verhoudingen tussen auteur en gebruiker.

Over de geschiedenis en de grondslagen van het auteursrecht is veel geschreven. Ik zal daar niet nader op ingaan. Waar het om gaat is de praktijk van vandaag, en die is dankzij vérgaande verdragen (met name WIPO 1996 en TRIPS) een model van absolute controle door de rechthebbende. Iemands werk is zijn eigendom en hij beslist dus wie wat daarmee doet. Dat maakt ieder gebruik van een werk verdacht: wat moet dat met andermans spullen? En als ik zeg “ieder gebruik” dan bedoel ik ook echt ieder gebruik. Elke kopie, hoe tijdelijk of technisch bepaald ook, is in beginsel een auteursrechtelijk relevante handeling. Eén van de grootste juridische blunders ooit, wat mij betreft.

Dat model van controle en eigendom werkte prima toen inbreuk vooral enkele professionele partijen betrof en auteurs in hun silo’s werkten. Maar het model stort compleet in wanneer iedere grapjas met een computer aan een perfecte kopie kan komen en daarmee kan doen wat hij of zij wil. En dat is precies wat er nu gebeurt. Zoals Metallica-advocaat Howard King het in de zaak tegen filesharing netwerk Napster mooi samenvatte: “The gumball machine broke and all the gumballs are rolling down the floor.”

Alleen, creatieve werken zijn geen kauwgumballen, en het auteursrecht is geen automaat die bij iedere draai, ieder gebruik, geld zou moeten opleveren. Het is precies die visie die zegt van wel ” ik noem dat het eigendomsdenken ” die verantwoordelijk was voor het gigantisch oprekken van het auteursrecht en de problemen waar we nu mee zitten. Daar moeten we dus zo snel mogelijk vanaf. Maar hoe moet het dan wel?

Het internet draait om samenwerking, om conversaties. Abraham Drassinower publiceerde vorig jaar het artikel “Authorship as Public Address“, waarin precies dit idee als uitgangspunt voor auteurswetgeving wordt gepropageerd. De auteur doet niet slechts een “mededeling aan het publiek” zoals de wet dat nu noemt; hij initieert of participeert in een publieke discussie. En doel van de wet moet zijn om te zorgen dat die publieke discussie op een eerlijke en voor alle partijen werkbare manier blijft lopen.

Deze visie sluit precies aan bij hoe de internetter, voorheen de consument, aankijkt tegen auteursrecht. Voor geld andermans bijdrage aan een conversatie presenteren als je eigen: nee, dat moet niet kunnen. Dergelijk letterlijk verspreiden van werk is en blijft verboden. Maar andermans bijdrage verwerken in je eigen betoog, je eigen werk bouwen op basis van bestaande muziek of films voegt iets toe, en dat moet dan ook niet meer dan doodnormaal zijn.

Arnoud

Deel dit artikel

  1. Interessant idee, behalve dat je het niet echt toelicht.

    Ik zou graag meer willen lezen/horen over wat Drassinowers voorstel inhoudt. Hier kan ik gewoon de link aanklikken, maar een toehoorder zal dat niet doen.

    Is het rechtvaardiger? Is het handhaafbaarder? Is het in te voeren?

    etc.

  2. Duidelijk verhaal

    Misschien is het interessant om eens naar de kosten/baten verhouding te kijken. Ik heb het idee dat het gevoel van de auteursrechthebbenden vooral is dat ze inkomsten missen doordat ze beroofd worden. Terwijl hun kosten misschien wel veel hoger zijn. (Dit weet ik niet zeker, heb er zo geen cijfers van) Daarnaast is de vraag wat het doel van de verschillende cbo’s de grote auteursrechthebbenden die aangesloten zijn bij zulke organisaties hebben vaak nog mogelijkheden om op andere manieren geld te krijgen (concerten, game toernooien/addons/online account) terwijl de kleine partijen dit vaak niet kunnen en veel meer afhankelijk zijn van de goodwill van hun publiek.

    Wie is de baas? In hoeverre is het logisch dat non goverment organisaties zoals de cbo’s zich bezig houden met het opsporen en aanklagen/bedreigen van particulieren? Zorgt deze houding niet van een grotere afkeer van de consumenten voor de algemene bedrijfstak van creativiteit? Een supermarkt gaat ook niet over tot 100% controle ook al weet die dat er gestolen zal worden. de consument betaald dan liever iets meer i.p.v. volledig gecontroleerd te worden.

  3. Mooi verhaal Arnoud, goed om te zien dat er meer en meer serieus georganiseerd tegengeluid klinkt. Was het hier waar ik las dat de gemiddelde Internetter 25 is, en de gemiddelde wetgever 55? De balans is volkomen zoek.

    Niet om te vervallen in ‘vroeger was alles beter’ maar in sommige opzichten was het dat toch wel: kijk (luister!) naar klassieke muziek; als je goed luistert naar pianosonates van Beethoven hoor je continu stukjes Bach, Mozart en Haydn; maar dat werd gezien als eerbetoon, niet als broodroof. Nee, tegenwoordig meent Satriani een rechtszaak te moeten voeren tegen Coldplay wegens acht overgenomen nootjes en och mijn hemel, hoe voelt Satriani zich in zijn kruis getast. Uiteraard staat er dan iemand op (Cat Stevens) die die acht nootjes echt eerder dan Satriani heeft gebruikt…

    Wie kan dan het auteursrecht nog serieus nemen?

    [[ Mocht je nieuwsgierig zijn dan kan ik aanraden om eens naar de opnames van de BBC van Andras Schiff’s uitleg over de 32 pianosonates van Beethoven te luisteren. Opus 27 kent iedereen (‘moonlight’), vooral in het begin van Beethoven’s werk zie je veel referenties naar Haydn (zijn leraar), en Schiff speelt dan stukjes voor. Daar moet je nu eens om komen zeg, staat gelijk de BUMA of de SENA op de stoep. Bah! ]]

  4. @3, lees eens een tijdje mee op Techdirt, daar worden naast ander nieuws regelmatig voorbeelden gegeven van grote en kleine! artiesten die andere manieren vinden om betaald te worden voor hun artiestieke kunnen. Erg op de Amerikaanse leest geschoeid, maar de argumenten (en discussies) die daar worden (op-)gevoerd zijn meestal redelijk van niveau.

    (Overigens zie je daar ook de meest ridicule voorbeelden van (misbruik van) patentwetgeving voorbijkomen, je moet sterk zijn om daar niet cynisch van te worden…)

  5. Interessant standpunt van iemand die betogen “verkoopt”, die per toepassing een specifiek doel dienen. Ik deel dezelfde mening, mijn kopieerbare produkten zijn technische tekeningen en ik profiteer graag van de bijdragen van mijn collega’s en verwacht niet anders dan dat zij hetzelfde doen met mijn werk, zie het zelfs als een compliment wanneer dit gebeurt.

  6. Iedereen bedankt voor de reacties. Inderdaad, dat laatste stuk is wat kort. Voor een deel omdat ik dat gewoon nog niet af had, en voor een deel omdat ik in tijdnood kom: ik heb maar 15 minuten voor mijn lezing!

    Heel goed nadenken dus hoe ik het stuk nog uitbreid. Met een beetje geluk kom ik daar vandaag rond de lunch nog aan toe.

  7. Helder verhaal, al moet ik eerlijk zeggen dat e.e.a. eerder leest als introductie, dan als afgerond geheel. Je draagt een probleem aan, maar komt niet met een oplossing (of oplossingsrichting), tenzij de lezer of luisteraar het artikel van Drassinower kent. Ik ben zelf juist wel benieuwd naar je suggesties voor een alternatief. Je stelt jezelf een vraag: “Maar hoe moet het dan wel?” – Ik ben benieuwd naar het antwoord 🙂

  8. 1 begrip lijkt me te ontbreken in je bijdrage net als dat het ontbreekt op de webstek van voice “transparancy”.

    @Mrten reactie-4 de gemiddelde Internetter 25 is, en de gemiddelde wetgever 55? Er bestaat geen gemiddelde internetter meer. De groep is te groot en te divers om alles onder 1 hoed te krijgen.

  9. Ik merk nog steeds geen verschil met hoe ik vroeger omging met de auteursrechten in de tijd van de VHS en cassette. Toen nam ik films op via de TV of werden deze gehuurd bij de videotheek tbv, onder andere, een kopie. Tijdens de top40 zat ik met de pause+rec knoppen klaar om de beste nummers op te nemen. Dit werd later verbeterd met de komst van MiniDisc en beschrijfbare CD’s/DVD’s. Nu is er internet. Ik kopieer nog steeds, mogelijk iets meer dan vroeger, zonder een cent te betalen. De radio was immers gratis muziek. Als eindgebruiker kan het mij geen donder schelen dat dit door reclame betaald wordt. Nu is er Youtube en P2P. Een gewijzigde techniek maar geen gewijzigde handelswijze. De blijkbare criminele houding van niet betalen is me met de paplepel ingegeven. Maar levert dit een financiele schade op? Neen, zou er geen download mogelijk zijn zou ik de CD’s nimmer gekocht hebben.

    Wetgeving wijzigen of strenger maken is derhalve zinloos. De auteurswet stelt rechten vast en volgens mij gebeurt dit zoveel mogelijk techniek onafhankelijk. Verveelvoudigen of openbaarmaken van auteursrechtelijk beschermde werken kent beperkingen, daar is niets op tegen. Er zijn ook vrijstellingen en dat daar massaal gebruik van wordt gemaakt is naar mijn mening geen reden om de wet aan te passen.

    Succes met je presentatie.

  10. Maarten, dat is een mooie aanvulling.

    Ik download ook geregeld muziek maar als ik het echt mooi vindt koop ik ook de cd/dvd. Zo zijn er meerdere artiesten die ik toevallig tegenkwam op internet waarna ik na het downloaden van de muziek een album gekocht had. Zonder internet hadden die geen inkomsten van me gehad. Ik zie daar ook veel meer de toekomst in, muziek op zich gratis beschikbaar maken als promotie en dan op een andere manier het geld binnenhalen (bijzondere cd/dvd hoesjes, concerten etc.). Als mensen het echt goed vinden willen ze wel betalen. Die ongein die ze 3 keer luisteren betalen ze niet.

  11. Arnoud, volgens mij verdedig je alleen maar een relatief onbelangrijk issue: het verwerken van stukjes van andermans werk (dus niet het gehele werk van iemand anders) in je eigen werk, in welk eigen werk je zelf ook een hoop creatieve effort stopt. In die beperkte context is er inderdaad heel veel voor te zeggen om meer ruimte te geven aan “fair use”. Dan kun je inderdaad ook zeggen dat dergelijk verwerken de 3-stap-toets passeert: er is geen onredelijk conflict met een normale exploitatie van het werk door de rechthebbende. Je verwijzing naar de Zweeds piratenpartij, en daarmee impliciet naar de eveneens Zweedse piratenbaai, betreft echter een veel minder gemakkelijk verdedigbare situatie, waarbij zonder enige eigen creatieve effort (anders dan het schrijven van distributie software die niets met de inhoud van de te verspreiden werken te maken heeft) volledige werken van iemand anders zonder betaling worden verspreid. In een dergelijke situatie zie ik een duidelijk conflict met een normale exploitatie van het werk door de auteursrechthebbende. Ook al wordt hier door de piratenbaai geen geld voor gevraagd, dan nog denk ik dat dit geen aanvaardbare situatie is. Ik heb het hier even niet over de legaliteit van downloaden; mijns inziens is het uploaden, verspreiden, en faciliteren van verspreiden (hierna alle 3 samengevat tot “verspreiden”) van andermans werken evident illegaal in een context waar het gehele werk verspreid wordt en de verspreider zelf geen enkele creatieve inspanning heeft gedaan waar het verspreide werk maar een ondergeschikt stukje van vormt.

  12. Leo, dat moet ik dan aanpassen, want het gaat me nadrukkelijk niet alleen om gebruik van ondergeschikte fragmenten in je eigen werk. Een triviaal voorbeeld van wat legaal zou moeten zijn: een bekend muziekwerk onder een home video zetten en die op Youtube zetten omdat je kind er zo schattig op staat. Of dit fair use is, is zeer te betwijfelen. Je gebruikt het volledige nummer en je transformeert het totaal niet.

    Ook iets dat legaal zou moeten zijn: ik zie een interessant bericht van jou en plak dat integraal op mijn blog om mijn lezers erop te wijzen. Jij lijkt te zeggen dat dat illegaal moet zijn omdat het een duidelijk conflict heeft met een normale exploitatie. En d?t is dus precies de redenering die ik anders zou willen zien: niet de rechten van de auteur om werken te exploiteren moet centraal staan, maar de conversaties die auteurs en gebruikers hebben – met elkaar en met anderen. Je kijkt dan naar de handeling van de gebruiker en of deze de conversatie bevordert of niet.

    -edit- Oh ja, en het gaat hier om de discussie wat illegaal zou moeten zijn en dus niet wat het onder de huidige wetgeving is.

  13. Arnoud, de eerste vraag is wanneer er sprake is van ‘free riding’ op andermans werk en wanneer van fair use. Wat is dus de beweegreden en het resultaat van kopieren van werken. Dat onderscheid is altijd vaag geweest en wordt nu alleen nog vager gemaakt. Mijn homevideo met muziek op youtube voor een kleine groep vrienden lijkt me fair, bestanden (of links ernaar) verzamelen en doorgeven niet, een kleine aanpassing op een muziekclip onder mijn naam uitbrengen (voor kudo’s of geld) en er groot succes mee hebben ook niet.

    Bovendien is er naast eigendom in de zin van waardering ook nog eigendom in de zin van eer of imago. Kunstenaars en brandbuilders kennen dit principe vaak sterk. In je voorbeeld zou een link naar een interessant bericht mogelijk passend zijn maar kopieren van de tekst mogelijk niet. Je laat dan immers de context weg waarin de schrijver het bedoeld heeft. Dit kan inhoudelijke context zijn, maar ook opmaak of zelfs de keuze aan toegelaten advertenties of beelden bijvoorbeeld. Ik ben het met je eens dat in bepaalde gevallen de maker hier geen waarde aan geeft en juist samenwerking of hergebruik wil. Het is in dit geval wel netjes en sociaal dat eerst even na te gaan.

    De ene content is de andere niet. Dit geldt voor zowel de bron als de bewerking. Geen wet kan grijs wit of zwart maken en het heeft dus ook geen zin dat te proberen.

  14. Buiten de wet, is er ook een uitweg via Creative Commmons licenties. Het in eigen beheer uitbrengen van boeken, muziek e.d. wordt via de techniek bovendien steeds gemakkelijker en goedkoper, waardoor de noodzaak tot het uitoefenen van het wettelijk copyright gelukkig steeds minder wordt.

    Succes met je presentatie!

  15. Het grootste probleem op het vlak van auteurs- en naburige rechten is naar mijn mening dat er geen heldere invulling is voor het begrip ‘openbaarmaking’. Hierdoor verkeren partijen (zowel vermeende inbreukmakers als rechthebbenden) vaak in onzekerheid over de status van bepaalde handelingen. Aan deze onzekerheid komt pas een eind na oordeel door de rechter. Die rechtspraak is vervolgens zo casu?stisch dat daaruit geen algemene regels zijn af te leiden.

    Het aanpassen van de auteurswet/het auteursrecht is dus op zich niet nodig. Door een duidelijke, objectieve invulling te geven aan het begrip openbaarmaking, kan voor alle partijen duidelijkheid worden geschept. Daarbij kan het huidige systeem van het auteursrecht, dat aan een auteur een exclusief recht verleent, in stand blijven.

    Hoe het begrip openbaarmaking dan vervolgens moet worden ingevuld ligt overigens in het verlengde van bovenstaand betoog.

  16. @ Marc | 1 juli 2009 @ 16:11

    “Het grootste probleem [….] is […] dat er geen heldere invulling is voor het begrip ???openbaarmaking??? .

    Dat is een onjuiste veronderstelling, of althans vooral BREIN heeft daar in de rechtspraak verwarring over gecre?erd door als auteursrechtenwaakhond (quasi-expert) opportunistische uitleg te geven aan de auteursrechtelijke begrippen ‘openbaarmaking’ en ‘verveelvoudiging’.

    Openbaarmaken en verveelvoudigen dienen primair in natuurlijke zin begrepen te worden. Meer helder is er niet.

    Rechtspraak wijkt maar al te vaak af van dat auteursrechtelijke uitgangspunt waardoor verveelvoudigingshandlelingen openbaarmaking wordt en omgekeerd.

    BREIN vindt dat fijn en draagt bij aan de ‘verwarring’ in de rechtspraak. Voorts ‘dwaalt’ de rechtspraak over wat techniek feitelijk is en/of doet. De auteurswet is techniek neutraal. Dat houdt in dat wanneer bij een nieuwe techniek verveelvoudigingen makkelijker gaan en daardoor bijvoorbeeld vrij van auteursrechten, dat dan daarop de auteurswet niet behoort te worden aangepast.

    De auteurswet aanpassen aan de techniek maakt van de auteurswet een instrument wat naar willekeur van de sterkste lobby ingezet worden kan om eigen belangen te faciliteren.

    Om van openbaarmaking te kunnen spreken dient een werk in voor menselijke zintuigen waarneembare vorm ontvangen te zijn. Een lied moet buiten huiselijke sfeer gezongen worden of in noten zijn opgeschreven om van een openbaarmaking te kunnen spreken. Blijkens jurisprudentie is economisch belang relevant bij openbaarmaking om van een openbaarmaking in de zin van de auteurswet te kunnen spreken.

    Het aanpassen van de auteurswet/het auteursrecht is dus op zich niet nodig.

    Dit is juist. In eerste instantie is een BREIN-loze uitleg van de auteurswet vereist om de ontsporingen van dit deel van het IE-recht tegen te gaan.

  17. Beste Arnoud, Dit buitengewoon relativerend artikel nodigde me uit om (voor het eerst) hier te reageren. Dank voor dit artikel, het stemt tot nadenken, al had ik wel in mijn achterhoofd dat je ook schrijft vanuit je professie, die van advocaat die ook FTD vertegenwoordigd in de komende bodemprocedure tegen Brein…..

    Ik denk dat we het wel eens kunnen zijn dat de auteur gerust een vergoeding mag krijgen voor zijn oorspronkelijke werk. Ik zie mijn werkzaamheden ook graag beloond, al lever ik in mijn werk een ander product dan een kopieerbaar. Ik mis de erkenning van de maker van het “artikel” wat vrolijk gekopieerd wordt.

    Dit gezegd hebbende ben ik dan ook benieuwd wanneer er iemand met een werkbaar voorstel komt, iets waar zowel auteur als consument zich in kan vinden. Probleem hierbij is dat veel mensen willen dat de wetgeving verandert wordt (terecht, deze is zwaar achterhaald), maar dat is niet op relatief korte termijn haalbaar. Ik zou dus graag een oplossing zien die binnen de huidige wetgeving past EN die klaar is voor de toekomst. Helaas kan ik die nergens vinden. Kopieerbeveiliging is niet te handhaven, en controle op downloaden net zo min.

    Het enige wat ik op dit moment kan bedenken is om tegemoet te komen aan de veelgehoorde klacht dat de producten te duur zijn. Ik ben in het bezit van van een iPhone en koop regelmatig spelletjes en applicaties. Ik download wel films en muziek zonder er voor te betalen, omdat ik het (voor mij) te veel geld vind. Wat mij opvalt als ik berichten hoor over populaire applicaties of games voor de iPhone, is dat ze echt massaal over de toonbank gaan. Er worden flinke winsten gemaakt door de ontwikkelaars ondanks de prijs van 1,50 voor een spel! In mijn ogen hebben die het begrepen, maak een spel zo goedkoop, dat illegaal gebruik niet echt meer interessant is, ik heb geen zin om mijn telefoon te jailbreaken voor die paar euro per maand…… En ik twijfel er niet aan dat er velen er zo ook over denken (gezien de verkopen). Muziek idem dito, 20 euro voor een cd vind ik een hoop geld, voor 3 euro wil ik het best wel kopen. En misschien ook wel velen met mij. Besides, als je op een “legale website” voor 1 euro een nieuwe film kan downloaden, waarvan je garantie hebt dat die goed van kwaliteit is, met prima ondertitels, dan ga ik het er niet om laten. Dat heb ik er best voor over…

    Naar mijn mening zou daar een oplossing kunnen liggen, maar dan zal de entertainment industrie de gok moeten nemen om het uit te proberen. Helaas ben ik bang dat de industrie er zo niet tegenaan durft te kijken. Wel worden er miljoenen uitgegeven aan instanties die krampachtig het oude systeem in stand wil houden……

    Ik zou graag een keer in een van je artikelen willen lezen hoe jij denkt dat deze pat stelling doorbroken kan worden, en wat een werkbare oplossing zou kunnen zijn, binnen de huidige wetgeving! Voorwaar een leuke uitdaging 😉

    Tot slot: dank voor je blog, ik lees het met erg veel plezier.

  18. Beste Herman, dank je voor de vriendelijke reactie. Ik schrijf altijd vanuit mijn persoonlijke opvatting – en als ik zaken doe, dan is dat dus omdat ik vind dat die persoon of bedrijf gelijk heeft. Ik zou dus bv. nooit BREIN gaan verdedigen in de rechtszaal, zelfs al zouden ze ooit zo gek zijn mij in te willen huren. 🙂

    Het is echt een heel lastig probleem, waar je niet uitkomt als er niet aan de wetten en verdragen getornd kan worden. Er moet volgens mij echt aan de fundamenten gewerkt worden wil je een echt goede oplossing kunnen vinden. Maar ik zal er de komende tijd vast nog veel over nadenken.

  19. Ik zou dus bv. nooit BREIN gaan verdedigen in de rechtszaal, zelfs al zouden ze ooit zo gek zijn mij in te willen huren.

    Als professor mr. Dirk Visser ‘verstandig’ geweest was, had hij dat ook nagelaten. Voor het geld hoeft hij het niet te doen. Door voor BREIN op te treden zet hij zijn professoraat in dienst van een particulier en zelfs commercieel belang in plaats het algemeen belang van het auteursrecht.

    Hadden opponenten van BREIN prof.mr. Dirk Visser als advocaat kunnen inhuren, dan waren de vorderingen van BREIN afgewezen. De prof als ‘autoriteit’ voor BREIN ‘imponeert’ rechters. Daarmee ‘scoort’ BREIN bij voorbaat. Niet alle rechters, zeker in kort geding niet, zijn thuis in het auteursrecht. In kort geding wanneer belangen opgeblazen en wederrechtelijkheden van de wederpartij overdreven worden, stelt prof Dirk Visser zich dienstbaar op ten aanzien van het machtsvertoon en de grootspraak van BREIN. Rechters trappen daar in. De prof is nu niet meer als onafhankelijk deskundige te zien.

    De jurisprudentie van BREIN kan aan alle kanten gefileerd worden, dat gebeurt te weinig.

  20. De auteursrechthebbenden van muziek zijn monopolisten; voor consumenten is een nummer over het algemeen niet te vervangen door een nummer van een andere artiest. En met dat monopolie komen verantwoordelijkheden. Ik denk daarbij aan redelijke prijzen, en geen onredelijke beperkingen op gebruik (DRM).

    Ik vraag me af wat voor een kans iemand maakt als hij/zij dit als verdediging tegen claims van overtreding van de auteurswet aanvoert.

  21. By the way:

    Die auteursrechthebbenden zijn wel super vertegenwoordigd in de samenleving. Ze zitten met elkaar in stichting VOICE, BREIN, BUMA, STEMRA, LEENRECHT etc en diverse andere organisaties. En in elke organisatie werken ze aan misleiding van het publiek. Kijk wat op de website van stichting VOICE staat:

    Het uitgangspunt van het auteursrecht is dat de maker van een werk van letterkunde, kunst of wetenschap de zeggenschap heeft over iedere vorm van reproductie en beschikbaarstelling aan het publiek, behoudens enkele wettelijke beperkingen. Die beperkingen zijn er om te zorgen dat andere grondrechten niet onnodig in de knel komen, zoals het recht op toegang tot informatie voor eigen gebruik of voor onderwijs en wetenschap.

    ‘Andere grondrechten’? Het auteursrecht is geen grondrecht. Het is een vermogensrecht. Een vermogensrecht wat maar al te vaak inbreuk maakt op grondrechten, zoals het recht op toegang tot informatie voor eigen gebruik of voor onderwijs en wetenschap.

    Het wordt door VOICE als een van de 10 grootste misverstanden over het auteursrecht genoemd. Zo manipuleert de branche die BREIN en VOICE vertegenwoordigt het publieke debat en veroorzaakt het bij rechters ‘verwarring’ omtrent aard en omvang van het auteursrecht.

  22. @20 ‘Openbaarmaken en verveelvoudigen dienen primair in natuurlijke zin begrepen te worden. Meer helder is er niet.’

    Dit is nu precies waar het probleem zit. In de parlementaire behandeling heeft de minister destijds inderdaad aangegeven dat het begrip ‘openbaarmaking’ voor zichzelf spreekt. Praktisch gezien is dit echter niet zo. Veelal valt er te twisten over de vraag of de concrete omstandigheden van het geval tot de conclusie leiden dat sprake is van ‘openbaarmaking’. Een heldere, direct toepasbare definitie van dit begrip bestaat niet.

    Door dit begrip alsnog in te vullen met objectieve normen, zou voor eenieder duidelijk en toetsbaar worden of een concrete gedraging nu wel of geen inbreuk oplevert. Een dergelijke invulling ontbreekt nu met als gevolg dat cbo’s de aanknopingspunten die er zijn proberen in hun eigen voordeel uit te leggen.

  23. @ 26 Marc

    Een heldere, direct toepasbare definitie van dit begrip bestaat niet.

    Wat is er mis met openbaarmaken uitleggen in natuurlijke zin? Hoeveel misverstand kan daarover zijn? We hebben toch allemaal onze zintuigen? Is een werk te horen of te zien, dan is er sprake van een openbaarmaking. Of het dan ook een auteursrechtelijk relevante openbaarmaking is, is vers twee.

    Kan je de film zien, dan is er openbaarmaking. Kan je het liedje horen dan is er openbaarmaking. Zit het liedje verpakt in een mp3 bestand, dan is er geen openbaarmaking want je kan ongeacht de titel van het bestand het liedje in het bestand niet waarnemen.

    Waarnemen en openbaarmaken lijken dus elkaars verlengde. Directer toepasbaar kan haast niet. Downloaden is dus geen openbaarmaking wanneer niet tegelijk het gedwonloade bestand wordt ‘afgespeeld’.

  24. Bij de interpretatie van de definitie van openbaarmaking zou niet zozeer de intentie en zeker niet de gebruikte techniek maar met name het bereik een rol moeten spelen. Een filmpje op youtube dat 100 keer is bekeken is welliswaar zeer openbaar, maar kan toch eerder als ‘huiselijke kring’ worden bestempeld. Anders is dat wanneer het een youtube hit wordt met 1 miljoen views.

    Als ik in het park op mijn gitaar een liedje speel en er staan 10 man omheen, verwacht toch niemand dat ik rechten moet betalen. Zodra er 50.000 man komen, verwacht iedereen dat wel en met recht.

    Nieuwe techniek als youtube introduceert het risico dat er ineens 50.000 mensen om mij heen staan. Het is aan een rechter om na te gaan of ik bewust dat risico nam, op tijd gestopt ben met spelen (filmpje verwijderd), er voordelen aan behaalde, etc om te bepalen of rechten verschuldigd zijn.

    Waarom maakt iedereen het zo moeilijk? Technische vooruitgang betekent hoogstens dat handhaving anders wordt, vaak moeilijker, maar wijzigt niet de intentie van de wet.

    Web2.0 is evolutie, niet revolutie.

  25. Het zou de intentie van de wet wel moeten wijzigen als die evolutie leidt tot maatschappelijke verandering. Fietsen moeten lichtjes hebben ’s nachts, maar dat mag nu ook een lichtje op de fietser zelf zijn ipv op de fiets. Dit omdat het maatschappelijk niet langer aanvaardbaar werd geacht om te eisen dat fietsen zelf zo’n lichtje hebben.

    Oftewel, BEHOREN er nog wel rechten betaald te worden bij een Youtube-filmpje? Vinden we dat echt normaal, of is dit een ouderwetse uitleg van een wet die geschreven was voordat de Youtube-mensen zelfs maar geboren waren?

  26. @ Arnoud 29

    We kunnen het er toch over eens zijn dat het auteursrecht techniek neutraal is? Dus dat bij Youtube-filmpjes de ‘ouderwetse’ uitleg van openbaarmaken en verveelvoudigen van toepassing zijn? En dat dus overeenkomstig art 16B lid 1 Aw uploaden en downloaden, verveelvoudigen voor eigen gebruik zijn? En dat dus openbaarmaking in meeste gevallen in huiselijke sfeer is?

    Dat de ‘moderne’ techniek dusdanig is dat verveelvoudigen en openbaarmaken binnen de ‘ouderwetse’ beperkingen van de auteurswet vallen, rechtvaardigt geen aanpassing van de auteurswet omdat de auteurswet techniek neutraal is. Jij hebt het over ???BEHOREN er nog wel rechten betaald te worden bij een Youtube-filmpje????, maar juiste lezing van de auteurswet leert dat er praktisch nooit betaald behoeft te worden omdat praktisch elke upload/download en eventueel daarop volgende openbaarmaking binnen de (ouderwetse) auteursrechtelijke openbaarmakings- en verveelvoudigingsbevoegdheden van (moderne) internetgebruikers/consumenten vallen.

    Het heeft geen pas om met de veranderende techniek nieuwe maatstaven aan te leggen zodat auteursrechthebbende kunnen incasseren. Er wordt in de digitale p2p/fileshare omgeving geen inbreuk gemaakt op auteursrechten. Het is alleen zo dat consumenten dankzij de (moderne) techniek makkelijk gebruik kunnen maken van de (ouderwetse) vrijheden die ze altijd al hadden. Dat beperken cq nieuwe maatstaven aanleggen is zwendel.

    Omdat openbaarmaken en verveelvoudigen begrippen zijn die primair in de natuurlijke betekenis uitgelegd dienen te worden, zijn ze onder alle omstandigheden onverkort toepasbaar. Dat dit tot resultaten leidt die bijvoorbeeld BREIN niet bevalt, betekent niet dat die resultaten wederrechtelijk zijn jegens auteursrechthebbenden.

    Ook als het gaat om (ouderwetse) rechten voortvloeiend uit art 10 EVRM bestaat (bij overheden) de behoefte om die rechten in de (moderne) digitale omgeving te beperken in plaats die ouderwetse rechten in de moderne digitale omgeving te omarmen tot volle wasdom te laten komen. Het is parano?de gedrag en/of hebzucht van zowel overheden als auteursrechthebbenden om rechten van burgers/consumenten in de digitale omgeving te willen beperken.

  27. @#30: het ging me om de vraag of het een voorbehouden handeling ZOU MOETEN zijn, niet of je het met enige fantasie onder het huidige begrip kunt rekenen. Het gaat dus nadrukkelijk NIET om een “juiste lezing” van de auteurswet, maar om een herschrijven van de auteurswet.

    Verder kan ik heel erg weinig met dat “natuurlijke betekenis”, in de juridische wereld is het algemeen aanvaard dat begrippen gedraaid en opgerekt worden om aan te tonen dat het “natuurlijk” toch zo is. Ik begrijp dat de Amerikaanse Sena (ASCAP) van mening is dat het laten rinkelen van je mobieltje in het openbaar een vergoedingsverplichtende handeling is. Zij vinden het “natuurlijk” onder het “public performance” recht vallen, want het werk wordt afgespeeld in het openbaar.

  28. @Arnoud: dat sluit precies aan met hetgeen ik hierboven al heb geprobeert uit te leggen. Het begrip openbaarmaking is helemaal niet vanzelfsprekend. Het is een begrip dat uitleg behoeft.

    Door die uitleg vooraf in te kleuren, kan dus het auteursrecht passend worden gemaakt bij de maatschappelijke behoeften (in het huidige tijdsgewricht, rekening houdend met de huidige stand der techniek). Mooie bijkomstigheid is dat dit alles kan zonder dat aanpassing van de auteurswet nodig is. Louter het gebezigde begrip ‘openbaarmaking’ wordt ingekleurd.

    @27: ‘Kan je het liedje horen dan is er openbaarmaking.’

    Dit is onjuist. Hoewel er veel onduidelijkheid bestaat over het begrip openbaarmaken, is nu juist door de Hoge Raad (NJ 1979/470) w?l duidelijk uitgemaakt dat de wetgever niet ‘ieder laten klinken van muziek zo dat ook andere dan degene die de muziek laat klinken deze kunnen horen, als openbaarmaking beschouwd wenst te zien’.

  29. @33 je zegt hetzelfde als ik. Niet elke openbaarmaking is auteursrechtelijk relevant.

    @32 uiteraard wordt er opgerekt en gedraaid. Dat blijf je houden. Dus is het zaak om goed bij de feiten te blijven. Een begrip wat primair in diens natuurlijk betekenis verstaan behoort te worden kan in theorie moeilijk opgerekt of gedraaid worden.

    Mobieltje laten rinkelen in het openbaar is natuurlijk geen ‘preformance’ tenzij er van straattheater sprake is. Denk dat herschrijven van de auteurswet soortgelijke etiketten zwendel oplevert als onder de huidige auteurswet. Dat is standaard in het recht. Elk rechtsgebied heeft daar ‘last’ van. Om daarom alle wetten te herschrijven….

    Die youtube-filmpjes behoren dus GEEN voorbehouden handeling te zijn. De huidige auteurswet verzet zich daar tegen (en er is echt geen fantasie nodig om dat te zien), en maatschappelijk is er geen belang. Het enige belang is dat van organisaties als BREIN die alleen maar meer willen zonder dat daar recht op bestaat c.q draagvlak voor is. Het antwoord is dus volmondig NEE.

  30. Hoezo is niet elke openbaarmaking auteursrechtelijk relevant? Integendeel, openbaarmaking is een kernbegrip binnen het auteursrecht en iedere openbaarmaking is van belang. Dit omdat deze, behoudens voorafgaande toestemming en behoudens een beperkt aantal wettelijke uitzonderingen, een inbreuk oplevert.

    Het gaat nu juist erom te definieren hoe het auteursrechtelijke begrip openbaarmaken moet worden uitgelegd/gedefinieerd.

  31. Hoezo is niet elke openbaarmaking auteursrechtelijk relevant?

    Dat zeg je net zelf:

    Hoewel er veel onduidelijkheid bestaat over het begrip openbaarmaken, is nu juist door de Hoge Raad (NJ 1979/470) w?l duidelijk uitgemaakt dat de wetgever niet ???ieder laten klinken van muziek zo dat ook andere dan degene die de muziek laat klinken deze kunnen horen, als openbaarmaking beschouwd wenst te zien???.

    Openbaarmakingen in huiselijke sfeer zijn auteursrechtelijk niet relevant.

  32. Nee, de Hoge Raad zegt dus dat het laten klinken van muziek of het vertonen van films niet automatisch een openbaarmaking oplevert.

    Onder andere in de huiselijke sfeer levert het laten klinken van muziek of het vertonen van films geen openbaarmaking op.

  33. Het auteursrecht is in de loop van de jaren verworden van een instrument om een auteur en eventueel zijn/haar erfgenamen redelijk profijt te hebben van exploitatie het werk tot een middel om rechthebbenden – die vaak niet de auteur zijn – zoveel mogelijk geld op te laten halen, op zoveel mogelijk manieren.

    Secundaire openbaarmakingen, leen- en verhuurvergoedingen, heffingen op datadragers, heffingen op uitvoeringen… Als een orkest een muziekwerk van een tweehonderd jaar geleden overleden componist opvoert moet er nog geld afgedragen worden. Op de middelbare school leerde ik wat een Laffer curve is. De uitleg was dat deze betrekking had op belastingen, maar volgens mij hebben we er nu hier ook mee te maken: een groot deel van de bevolking zegt: “jetzt reicht es”.

    In de tussentijd is wel een aantal uitzonderingen gemaakt, maar de aard van die uitzonderingen laat zien dat het auteursrecht – en aanpalende rechten – inmiddels zijn verworden tot een door de wetgever ontembaar monster dat zich niet laat leiden om het beoogde doel te bereiken. Het slaat hard om zich heen en af en toe lijkt de wetgever zich te bekommeren om slachtoffers die van zich hard laten horen of terecht beschermd moeten worden. Zo is er voor het uitlenen aan blinden door bibliotheken geen vergoeding verschuldigd. Voor uitvoering (zang en muziek) van beschermde werken tijdens een eredienst zijn ook geen rechten verschuldigd. En een schilder mag na overdracht van zijn auteursrecht toch gelijke werken vervaardigen (tenzij anders overeengekomen).

    Waarom zijn deze zaken zo specifiek dat er uitzonderingen voor zijn? Waarom is zingen bij een eredienst gratis en zingen moet er voor zingen door een seculier koor betaald worden? Moet er dan voor zingen door scouting bij een kampvuur ook betaald worden? En waarom mogen bibliotheken gratis aan blinden lenen, maar niet aan doven? En waarom mogen schilderijen, tekeningen, bouw- en of beeldhouwwerken wel zonder toestemming van de rechthebbende in een verkoopcatalogus worden geplaastst, maar foto’s niet?

    En zo heb ik meer vragen: waarom zou ik (van BREIN) een film niet mogen downloaden, maar dezelfde film wel opnemen als deze wordt uitgezonden op televisie? Deze vraag is zeker interessant als de film in beide gevallen wordt opgeslagen op een DVD waarover heffingen zijn betaald.

    Begrijp me niet verkeerd: ik ben een voorstander van auteursrecht. Elke maker heeft recht op een billijke vergoeding. En als de maker niet de rechthebbende is, maar de rechthebbende een bedrijf is dat veel geld in het werk heeft ge?nvesteerd, heeft dat bedrijf mijns inziens ook alle rechten om die investering terug te verdienen. Maar om dat te regelen op een manier die past bij de moraal en de technologie van deze tijd biedt huidige wet- en regelgeving onvoldoende mogelijkheden en is een aantal mogelijkheden zodanig verwrongen dat velen deze mogelijkheden onrechtmatig achten. En met dat laatste komt er verval in de publieke steun voor dergelijke wet- en regelgeving.

    Dat is een groter gevaar voor de rechthebbenden dan zij zelf wellicht denken. BREIN lijkt mij op dit moment bijzonder kortzichtig in de zin dat het deze stichting (en de (rechts-)personen daarachter) enkel om het geld gaat. Door het wegvallen van steun aan deze wet- en regelgeving wordt inbreuk niet alleen zodanig dat deze onbeheersbaar wordt, maar is er zelfs een risico dat deze wet- en regelgeving als geheel komt te vervallen. We leven immers in een democratie.

    Om deze laatste reden, maar ook omdat de huidige auteurswet en aanpalende rechten en verdragen zijn verworden tot een ontembaar monster is het tijd voor nieuwe wet- regelgeving. Maar het wordt ook tijd dat de content industrie zich bewust wordt van het effect van de Laffer curve die ook hier van toepassing is. De wetgever zou zaken als double dipping moeten uitsluiten, gelijke partijen gelijk behandelen (blinden en doven, gelovigen en niet gelovigen) en de content industrie zou overal in de wereld redelijke prijzen moeten stellen voor content.

    Hoe daar te komen? Daar heb ik nog geen antwoord op. Zolang Hollywood nog veel vrienden in Washington heeft en Sarkozy dikke maatjes is met alle Franse ster acteurs zie ik het nog niet gebeuren. Ook niet in Nederland – veel van onze wetgeving wordt immers gedicteerd door vele verdragen. En dan nog zullen veranderingen heel langzaam gaan.

    Misschien moeten we gewoon wachten tot alles vanzelf instort.

  34. @Jasper: “waarom zou ik (van BREIN) een film niet mogen downloaden, maar dezelfde film wel opnemen als deze wordt uitgezonden op televisie?”

    Je mag een film downloaden in Nederland. Dat is volstrekt legaal. Stichting BREIN liegt ons voor. Ook dat mag. Dat vraagt dus om anarchistische acties van het publiek. Het publiek is inmiddels krachtiger dan de instituten. Een gezonde ontwikkeling.

Laat een reactie achter

Handige HTML: <a href=""> voor hyperlinks, <blockquote> om te citeren en <em> en <strong> voor italics en vet.

(verplicht)

Volg de reacties per RSS