Mag je een elearning blijven geven als de docent ondertussen overleden is?

| AE 12533 | Informatiemaatschappij, Uitingsvrijheid | 12 reacties

Via Twitter:

HI EXCUSE ME, I just found out the the prof for this online course I’m taking died in 2019 and he’s technically still giving classes since he’s literally my prof for this course and I’m learning from lectures recorded before his passing ……….it’s a great class but WHAT
Het blijkt te gaan om een student aan Concordia University, die zijn professor mailde met een vraag naar aanleiding van een online videocollege. Als reactie kreeg hij een autoreply met diens overlijdensbericht. Dat voelt inderdaad wat gek, omdat de student al enige weken dingen bekeek, las en hoorde van deze professor. Dat is toch anders dan een boek opentrekken waarvan de hoofdauteur vijf jaar geleden van ons heengegaan is.

Het bronartikel in Slate kiest de insteek van de overwerkte UD die feitelijk het werk doet, maar de professor de eer en glorie moet laten gaan:

Tenured faculty might teach a few classes, but student work is often graded by underpaid graduate student teaching assistants or graders. At prestigious research universities, discussion sections are also led by graduate students. Many more classes are taught by part-time faculty, who are cobbling together a living, or other short-term contracted faculty, like visiting assistant professors or postdocs. Digital technologies like recorded video lectures allow for the appearance of continued traditional instruction while cutting costs.
Ik heb niet het idee dat het in Nederland ook zo werkt, en zeker in een online leergang zie je natuurlijk gewoon wie je lesgeeft. Toegegeven, je weet niet wie uiteindelijk je opdracht nakijkt of het discussieforum beheert maar over het algemeen gebeurt dat toch echt met open vizier volgens mij. En er lijkt me niets mis mee dat de professor de colleges geeft en een collega of assistent het dag-tot-dag contact met de studenten doet.

Behalve als de professor ondertussen overleden is, natuurlijk. Dan voelt het inderdaad wat raar: je bent dan videocollege aan het volgen en dat wekt toch ergens de indruk dat je deze persoon nu, hier, live in actie ziet. Ontdek je dan langs onverwachte weg (een mail dus naar de professor) dat zhij er niet meer is, dan voelt dat gek. Ergens sowieso gek van die universiteit, dat ze kennelijk de persoonspagina van de professor laten staan en ook diens emailadres blijven vermelden in het universiteitsbrede adresboek. Maar dat terzijde.

Maar mag het? Juridisch gezien liggen de rechten op de video bij de werkgever van deze professor, de universiteit dus. (Voor diens wetenschappelijk werk ligt dat in Nederland waarschijnlijk anders, maar dat terzijde.) Deze kan op grond van het auteursrecht beslissen wat ermee te doen, en in beginsel maakt het daarbij niet uit of de ‘acteur’ in het videowerk ondertussen overleden is. De regel is hetzelfde als bij films en televisieprogramma’s, ook daar is een overleden hoofdrolspeler geen bezwaar tegen heruitzending of uitgave op dvd.

Er is mogelijk een haakje voor de nabestaanden, want de zogeheten persoonlijkheidsrechten (artikel 25 Auteurswet) kunnen door een “aan de door de maker bij uiterste wilsbeschikking aangewezene” worden uitgeoefend. Dat vereist dus wel dat de professor expliciet iemand bij testament of codicil heeft aangewezen, enkel erfgenaam zijn is hiervoor niet genoeg. Dit omdat de auteursrechten niet bij de professor liggen, een beetje extra documentatie is dan wel echt handig.

Wel moet er dan natuurlijk sprake zijn van een situatie waarin die rechten worden geschonden. Enkel het herpubliceren van de video lijkt me zeker niet genoeg. Hetzelfde krijg je bij het portretrecht, dat ook na overlijden van de geportretteerde blijft bestaan (tot tien jaar na overlijden). Welk redelijk belang wordt er dan geschonden? Je beroepen op privacy en eer en goede naam van een overledene zie ik niet opgaan. Identiteitsfraude kan ik het ook niet echt noemen, tenzij je de bizarre situatie zou hebben dat een collega vanuit de mailbox van de prof gaat reageren of dat er een botje onder diens naam reacties gaat plaatsen op het forum, bijvoorbeeld.

Arnoud PS over elearning gesproken, je kunt je weer inschrijven voor mijn elearning AI in de praktijk: Compliance & Governance, we starten op 3 mei en 20 september weer.

Gastblog: Ervaring uit de praktijk: hoe kun je het beste reageren bij een online auteursrechtinbreuk (3/3)

| AE 12481 | Intellectuele rechten | 54 reacties

Deze gastblog is geschreven door een bezoeker die anoniem wenst te blijven. Hij is meester in de rechten en procedeert regelmatig, maar is in het dagelijks leven niet werkzaam als jurist.

In de voorgaande twee blogs heb ik een situatie beschreven waarin de beheerder van een website eigenlijk niet zoveel fout deed, maar toch met een torenhoge claim werd geconfronteerd en uiteindelijk met 500 euro aan kosten bleef zitten. Een korte zoektocht op internet levert veel vergelijkbare verhalen op. Hieronder staat een aantal tips die je kunnen helpen om je tegen zo’n claim te kunnen verweren.

Tip 1: houd nauwkeurig een dossier bij.

Maak voor je dossier een screenshot van de pagina met de foto, en noteer zowel de URL van de pagina als de URL van de foto. Schrijf op wanneer je hebt gecorrespondeerd, gebeld, of andere acties hebt ondernomen. Een zaak kan langer dan een jaar lopen, en het is handig als je dingen terug kunt zoeken. Ook als je op een moment besluit juridische hulp in te schakelen, is een goed dossier waardevol.

Tip 2: verwijder niet alleen de verwijzing naar de foto, maar ook de foto zelf.

Wanneer andere websites de foto embedden, betaal je niet alleen voor de bandbreedte, maar kun je ook worden aangesproken voor de schade.

Tip 3: onderhandel slim met de wederpartij.

Procederen is duur en risicovol, dus schikken is voordeliger, ook voor de fotograaf. Tenzij de vordering overduidelijk geen stand houdt, kun je het beste aangeven dat je de juridische situatie niet in kunt schatten, en alleen over het tarief onderhandelen. Houd het vriendelijk.  Je kunt een reactie sturen als “Ik kan hier inhoudelijk niets over zeggen zonder juridisch advies in te winnen, maar dan ben ik al gauw honderd euro verder. Misschien kunnen we er beter onderling uitkomen. Hoeveel reken je normaal voor een foto?”.

Als de fotograaf de onderhandelingen toch weer de juridische kant op trekt, kun je dat nog een keer counteren met “daarvoor moet ik een jurist raadplegen terwijl ik het geld voor de jurist liever aan u geef, zeg maar wat uw voorkeur heeft”. De inhoudelijke discussie uit de weg gaan heeft twee voordelen: de sympathie van de fotograaf is voorbij zodra je zaken gaat betwisten, en onbedoeld kun je een deel van je bewijspositie prijsgeven.

Een paar feiten kun je wel noemen omdat die in de praktijk nooit ter discussie staan, bijvoorbeeld dat je de foto hebt verwijderd (waarmee je erkent dat er inderdaad een foto stond). In de blog van eergisteren beschreef ik dat de webmaster had gereageerd dat de foto was verwijderd, maar bleek later dat het verwijderen door een technische storing maar deels was gelukt. Toen de fotograaf weer contact opnam, legde de webmaster uit dat er een technische storing was en dat het verwijderen nog even kon duren. Voor zijn bewijspositie was het beter geweest als hij had gewacht totdat de foto alsnog weg was, en een reactie naar de fotograaf had gestuurd in de trant van ‘ik zie de foto niet meer (zie bijlage), heb je je cookies al weggegooid en je cache geleegd?’, met een screenshot van de pagina in de bijlage.

Sommige fotografen hanteren een tarieflijst zonder ooit een foto voor dat tarief te hebben verkocht. Als de tarieven excessief zijn, noem dan een redelijk bedrag per foto (bijvoorbeeld 75 euro) en een redelijk tarief voor het opsporen van jouw inbreuk (bijvoorbeeld 50 euro), maar geef aan dat je bereid bent meer te betalen als de fotograaf kan aantonen dat hij in het verleden een vergelijkbare foto voor gebruik op een vergelijkbare website voor een hoger bedrag heeft verkocht. Hiermee verleg je het procesrisico naar de fotograaf. Als hij in een procedure niet kan bewijzen dat zijn schade meer bedraagt dan wat jij hebt geboden, is hij de verliezende partij en draagt hij de proceskosten.

Als je eenmaal overeenstemming hebt bereikt, stel dan een vaststellingsovereenkomst op waarin je finale kwijting afspreekt, en de wederpartij je vrijwaart tegen toekomstige claims op dezelfde foto over dezelfde periode.

Tip 4: raadpleeg een expert als de fotograaf jouw redelijke bod niet accepteert.

Fotografen spelen dit spelletje vaker dan jij, en weten vaak precies hoe ze het moeten spelen. Online kun je veel vinden over de wettelijke aspecten van het auteursrecht, maar weinig over hoe je een juridisch conflict uit de weg gaat. Onderhandelen en procederen is een vak apart. Die ervaring hoeft niet de hoofdprijs te kosten: sommige advocaten rekenen een lager tarief aan particulieren, en zijn er juridische dienstverleners met een schappelijk tarief die veel ervaring hebben met auteursrechtzaken (hoi Arnoud).

Tip 5: blog over je behaalde resultaat.

In de meeste zaken die op rechtspraak.nl zijn gepubliceerd gaat de rechtbank mee in de tarieven van Foto Anoniem. Hoe meer signalen er zijn dat de tarieven in de praktijk veel lager zijn, hoe groter de kans dat de rechter in de toekomst niet meer meegaat in de hoge claims van fotografen. Bovendien help je anderen die door dezelfde fotograaf worden benaderd. Als iemand leest dat een bepaalde fotograaf voor 75 euro per foto wil schikken, kan hij hetzelfde bedrag aanbieden.

En tip van Arnoud er achteraan: ben je enigszins juridisch onderlegd, gebruik dan ook de argumenten uit het artikel Auteursrecht-trollen. Hoe ze te herkennen en hoe ze te bestrijden van professor Dirk Visser, Charlotte Vrendenbarg en Bram Bogaerts.

Arnoud

Gastblog: Ervaring uit de praktijk: auteursrechtinbreuk (2/3)

| AE 12479 | Intellectuele rechten | 13 reacties

Deze gastblog is geschreven door een bezoeker die anoniem wenst te blijven. Hij is meester in de rechten en procedeert regelmatig, maar is in het dagelijks leven niet werkzaam als jurist.

Vorige week in  Gastblog deel 1 de casus en de vraag: wat zou de rechter gaan doen? We gaan kijken hoe dat uitpakt, zo vertelt de gastblogger. Na het ontvangen van de dagvaarding heb ik met mijn cliënt een snelle schadeberekening gemaakt. Wij waren toen nog niet op de hoogte van het daadwerkelijke tarief van de fotograaf en gingen daarom uit van de tarieven van Foto Anoniem uit 2015 (312 euro per foto), de kosten van een dagvaarding (85 euro), en de proceskosten (liquidatietarief, 1 punt à 72 euro), en kwamen zo uit op 800 euro. Dat schikkingsaanbod werd afgewezen met een tegenbod van 1200 euro. Dat was mijn cliënt teveel, dus heb ik een conclusie van antwoord opgesteld.

Voor het verdere verloop van de procedure konden partijen ivm het coronavirus afzien van een comparitie door te kiezen voor een schriftelijke toelichting van maximaal twaalf pagina’s of mediation. Omdat de dagvaarding vrij summier was, gaven we de voorkeur aan de toelichting, in de hoop dat de wederpartij aan twaalf pagina’s niet genoeg had om alle standpunten toe te lichten. Omdat de wederpartij niet wilde afzien van een comparitie werd het een comparitie, die ondanks de coronaperikelen al 2,5 maanden na de conclusie van antwoord plaatsvond.

Voorafgaand aan de comparitie konden partijen spreekaantekeningen indienen. De wederpartij diende zeven pagina’s met aantekeningen en tien pagina’s met producties in, en zette daarmee veel zaken uit de summiere dagvaarding recht. Daarnaast werd de eis gereduceerd tot 1649 euro. Uit de toelichting bleek dat dit enkel was gedaan om onder de appelgrens (art. 332 Rv) te duiken en zo het risico op een hoger beroep uitsluiten (noot: de kosten van hoger beroep zijn hoog omdat een advocaat verplicht is, en uit jurisprudentie blijkt dat rechtbanken veel makkelijker meegaan in de tarieven van Stichting Foto Anoniem dan gerechtshoven). Op zich is het toegestaan om een deel van je vorderingen prijs te geven en de eis te verminderen (art. 129 Rv), maar de vraag is of het rechtmatig is wanneer je dit standaard in elke zaak doet in de hoop dat iemand na het ontvangen van de dagvaarding wil schikken voor het hogere bedrag.

De zitting vond plaats via Skype. De fotograaf werd vertegenwoordigd door zijn jurist, maar was zelf niet aanwezig. De rechter was een senior rechter met ruim 25 jaar ervaring. Ze had zich ingelezen, en zei de comparitie te gaan houden alsof de spreekaantekeningen al waren uitgesproken. Dat was een tegenvaller: onze spreekaantekeningen waren geen volledig uitgewerkt betoog. Wij waren goed voorbereid en wilden de ‘scherm delen’ functionaliteit van Skype gebruiken om de relevante stukjes uit de producties te tonen, en zo onze argumenten goed te belichten.

De rechter richtte zich in de eerste 20 minuten tot mijn cliënt. Ze wilde uit zijn mond horen hoe en wanneer de website tot stand was gekomen, wat zijn rol was bij het beheer van de website, en hoe de abonnementen werkten. Ik heb aangegeven dat er maar weinig abonnementen waren afgesloten, dat het veel te ver voert om de administratie te overleggen, maar heb een concreet bewijsaanbod gedaan om de administratie, e-mailhistorie en logbestanden van de website door een onafhankelijke derde te laten onderzoeken om aan te tonen dat die foto echt niet door mijn cliënt zelf was geüpload. Daarna wilde de rechter van de wederpartij weten hoe het zat met de prijs van de foto. De gemachtigde van de fotograaf legde uit dat het doel van de foto heel belangrijk is, en dat er verschillende gradaties van commercieel gebruik zijn. De rechter merkte op dat er bij de offerte van 90 euro stond dat commercieel gebruik was toegestaan, en daarmee was die discussie ten einde. Het verdere verloop van de comparitie kan ik niet volledig reproduceren, maar de volgende punten zijn langsgekomen:

De rechter vroeg of de factuur van 350 euro uit 2015 kwam. Dat kwam hij niet. De vervolgvraag was of en hoe het tarief door de jaren is geïndexeerd. Dat wist hij niet precies, maar het was een tarief per jaar. Ik zei dat het vreemd is dat hij een vast tarief van 360 euro hanteert, maar daar geen enkele factuur van kan overleggen. Kennelijk heeft hij nooit een foto voor 360 euro verkocht. Daarnaast heb ik genoemd dat we voor de schade moeten kijken naar het tarief uit 2015, omdat er toen een licentie had moeten worden aangeschaft, en dat een jaarlijks terugkerend tarief toen niet aan de orde was. De rechter deed dat af met de opmerking dat het risico op een jaarlijks tarief voor de inbreukmaker komt.

De rechter wilde weten hoe snel de foto was verwijderd. In die discussie gaf ik aan dat het niet om de voorpagina van een populaire website als nu.nl gaat, maar om een pagina die vier keer per jaar wordt bezocht. Hoewel mijn cliënt de afbeelding snel had verwijderd, vond ik dat je met 4 bezoekers per jaar bij wijze van spreken ook zorgeloos op vakantie moet kunnen gaan. De rechter was het daar niet mee eens en wees op de wettekst (‘prompt verwijderen’).

Ik stelde aan de orde dat art. 6:196c BW aansprakelijkheid weliswaar uitsluit, maar dat je niet automatisch aansprakelijk bent als je niet aan die eisen voldoet. Je komt pas aan dat artikel toe als je aansprakelijk bent, bijvoorbeeld op basis van art. 6:162 BW (onrechtmatige daad). Ik wees nogmaals op alle waarborgen op de pagina (algemene voorwaarden, rapporteerknop, snel handelen na een inbreuk), en merkte op dat de wederpartij nog niet had aangegeven welk doen of nalaten nou maakt dat mijn cliënt onrechtmatig zou handelen. Ook daar was de rechter snel mee klaar. Er was een auteursrechtinbreuk dus die onrechtmatige daad zag zij wel. Ze zei dat ze zich goed kon inleven in een fotograaf die zijn foto’s telkens ziet opduiken zonder daar een vergoeding voor te hebben ontvangen. Ik heb er vervolgens op gewezen dat de fotograaf niet met lege handen hoeft te staan omdat hij de uploader zelf kan aanspreken. Er zijn bovendien effectieve manieren om diegene te identificeren (criteria uit Lycos/Pessers).

Na de inhoudelijke behandeling wilde de rechter weten of wij ervoor open stonden om te schikken. Op verzoek gaf zij een voorlopig oordeel: de foto’s vallen onder het auteursrecht, ze moest er nog over nadenken of art. 6:196c BW van toepassing was, en voor de hoogte van de schade zou ze naar de jurisprudentie kijken om te zien wat gebruikelijk is. Daarna zette ze haar webcam en microfoon uit en gaf ze ons tien minuten om te schikken. Ons eerste bod was dat de fotograaf de procedure zou intrekken en geen risico zou lopen op een proceskostenveroordeling. Het tegenbod was wat eerder was aangeboden: 1200 euro. Ik gaf aan dat het daadwerkelijke tarief van de fotograaf nog niet bekend was toen we 800 euro boden, dat hij niet meer op zo’n hoge vergoeding kon rekenen, maar dat we eventueel bereid waren om de schade van 180 euro te betalen. Dat werd weggewuifd: geen schikking.

Toen de rechter terugkwam vroeg ze waar de schikking op was stukgelopen. Ik hield het beperkt, zei dat we bereid waren de daadwerkelijke schade te voldoen maar dat de proceskosten voor de wederpartij waren, gelet op het gegoochel met tarieven. De wederpartij gaf een vergelijkbare samenvatting maar noemde daarbij ook de bedragen. De rechter zei dat ze na overleg met de griffier had geconcludeerd dat de bewijslast dat art. 6:196c BW van toepassing is bij mijn cliënt lag, en dat het redelijk was dat elke partij zijn eigen kosten zou dragen. De wederpartij reageerde dat hij de griffierechten, de kosten van de deurwaarder en de buitengerechtelijke kosten niet wilde dragen, waarop ik aangaf dat mijn cliënt bereid was de proceskosten te delen en het bod verhoogde naar 400 euro. Dat werd afgewezen, de wederpartij wilde 600. De rechter pakte haar pen erbij, kwam tot de conclusie dat bij een bod van 400 euro de proceskosten inderdaad worden gedeeld, wendde zich nogmaals tot mijn cliënt en herhaalde dat de bewijslast bij hem lag. Ik gaf aan dat we het niet op een verschil van 200 euro lieten stuklopen en bood 500 euro. Dat werd geaccepteerd.

Hoewel ik de uitkomst onrechtvaardig vind, ben ik ervan overtuigd dat deze schikking bij deze rechter een goede uitkomst was. Het had heel fout had kunnen afgelopen als de rechter in de jurisprudentie was gedoken zoals ze van plan was, omdat ze dan had gezien dat de tarieven van Stichting Foto Anoniem vaak worden gevolgd. Daarnaast heeft mijn cliënt zijn goede nachtrust weer terug.

Volgende week nog een serie tips uit de praktijk: hoe om te gaan met claims als deze?

Arnoud

Gastblog: Ervaring uit de praktijk: auteursrechtinbreuk (1/3)

| AE 12474 | Intellectuele rechten | 28 reacties

Deze gastblog is geschreven door een bezoeker die anoniem wenst te blijven. Hij is meester in de rechten en procedeert regelmatig, maar is in het dagelijks leven niet werkzaam als jurist. Mijn cliënt heeft ongeveer tien jaar geleden in zijn studententijd een website opgezet die een soort wiki is voor een specifieke beroepsgroep in Nederland…. Lees verder

Hoe zet je opensourcelicenties in huwelijkse voorwaarden?

| AE 12379 | Intellectuele rechten | 20 reacties

Via Twitter kreeg ik de vraag wat er gebeurt als je open source schrijft en in een vechtscheiding gewikkeld raakt. Kan je ex dan die software van je afpakken? Dit naar aanleiding van een Amerikaanse familierechtadvocaat die tweette dat zoiets zeker wel mogelijk is, omdat de scheidingsrechter volgens equity regels de boedel opsplitst, en auteursrechten zitten daar gewoon in. … Lees verder

Kan een model onder de AVG inzage in haar foto’s vorderen van de fotograaf?

| AE 12223 | Intellectuele rechten, Privacy | 46 reacties

Een lezer vroeg me: Ik ben professioneel fotograaf en werk onder meer voor modellen. Portretten in opdracht dus, zoals dat in de Auteurswet heet. Een opdrachtgever krijgt van mij een paar foto’s, op basis van mijn professionele inschatting wat de ‘beste’ zijn. Nu is er een model dat op basis van de AVG “inzage in… Lees verder

Waarom mogen wij geen archiefdocumenten op onze genealogie-website publiceren?

| AE 12207 | Intellectuele rechten | 5 reacties

Een lezer vroeg me: Wij zijn een kleine genealogie-vereniging die de geschiedenis van mensen uit onze streek wil vastleggen. Van elk brondocument vragen wij van de aanleverende leden toestemming voor naamsvermelding, bron en eventuele eisen van de bronsite. Nu kan één lid met de volgende tekst die hij te horen had gekregen in Rotterdam: U… Lees verder

Rijk worden van schadeclaims lijkt me niet de bedoeling, ook niet voor fotojournalisten

| AE 12149 | Intellectuele rechten | 88 reacties

Zonder toestemming overnemen op sociale media van professioneel gemaakte beelden is diefstal. Zo, met die fijngevoelige opening start NVJ-secretaris Thomas Bruning zijn betoog dat het een schande is dat rechters tegenwoordig maar zo weinig geld toewijzen bij foto-auteursrechtinbreuk. Rechters zijn steeds kritischer, bovendien krijg je je proceskosten niet meer vergoed én de grote techbedrijven zijn… Lees verder

Zit het auteursrecht in de weg als je iemands theorie wilt uitleggen in je cursus?

| AE 12081 | Intellectuele rechten | 9 reacties

Een lezer vroeg me: Ik ontwikkel cursussen die ik commercieel als e-learning verkoop. Daarin leer ik mensen over bijvoorbeeld de piramide van Maslow, maar ik moet dan natuurlijk de nodige tekst en visuals overnemen uit de bron(nen) die ik gebruik. Loop ik dan tegen auteursrechten aan en maakt het uit dat ik de cursussen verkoop?… Lees verder