Gedownloade gekochte software mag worden doorverkocht, blogde ik vorige week. Kopers van tweedehands software hebben namelijk een wettelijk gebruiksrecht, zo bepaalde de hoogste Europese rechter. En dan komt meteen de vraag: geldt dat dan ook voor andere gedownloade producten, zoals boeken, films of muziek?
Software is een ietwat apart beestje in het auteursrecht. Toen men in de jaren zeventig doorkreeg dat iets van bescherming misschien wel handig kon zijn, leek de voorkeur uit te gaan naar een apart recht (“sui generis”) omdat het in het auteursrecht niet echt zou passen. Octrooibescherming was het alternatief, maar dan zou 98% van de software niet beschermd zijn en dat leek ook weer niet handig. Uiteindelijk werd het dan toch maar auteursrecht, en de problematiek van het niet-passen werd opgelost door bij wet vast te leggen dat het wél paste. Ook een manier.
Bij software geldt dat elk gebruik een inbreuk op het auteursrecht is. Dit omdat je software niet kunt gebruiken zonder het te laden/kopiëren, en een stel techno-juristen bij de Europese wetgever had daaruit gemeend te moeten concluderen dat er dús sprake is van een auteursrechtelijk relevante handeling. Daarom zitten al die gekke uitzonderingen in de Auteurswet als het gaat om software, maar staat nergens dat het toegestaan is om een boek via lichtreflectie op je netvlies te verveelvoudigen.
Toch denk ik dat deze uitspraak breder is dan alleen het software-auteursrecht. De basis voor het arrest is immers de algemene regel van de uitputting van het auteursrecht uit de Auteursrecht-richtlijn (2001/29) en niet een software-specifieke richtlijn. En men spreekt vervolgens wel van het distributierecht zoals dat volgt uit de softwarerichtlijn (2009/24, de opvolger van 91/250) maar ik kan daar weinig écht softwarespecifieks aan ontwaren.
Toegegeven, in de Auteursrecht-richtlijn zeggen ze expliciet
Het vraagstuk van de uitputting rijst niet in het geval van diensten en in het bijzonder on-linediensten. Dit geldt eveneens voor een materiële kopie van een werk of een andere zaak, die door een gebruiker van een dergelijke dienst met de toestemming van de rechthebbende wordt vervaardigd.
maar dat werd in de Oracle-zaak ook gebruikt als argument, en afgewezen met:
Bovenstaande bepalingen tonen duidelijk aan dat de wetgever van de Unie voor de door richtlijn 2009/24 geboden bescherming materiële en immateriële kopieën van een computerprogramma heeft willen gelijkstellen.
In die omstandigheden moet worden geconstateerd dat (…) uitputting van het distributierecht zowel geldt voor materiële als immateriële kopieën van een computerprogramma, en dus mede voor kopieën van een computerprogramma die bij de eerste verkoop ervan van internet op de computer van de eerste verkrijger zijn gedownload.
Er is volgens mij geen enkel verschil tussen de koop van een e-book (immateriële kopie) en de koop van een fysiek boek (materiële kopie). Tenminste, als je koop definieert als “eeuwig gebruiksrecht tegen éénmalige prijs die matcht met de economische waarde” zoals het Hof in deze uitspraak doet.
Natuurlijk is het wél anders bij streaming en dergelijke: daar is het bedrag veel lager en het gebruiksrecht ook duidelijk beperkter. Dat zou ik dan eerder verhuur/uitlenen noemen en daarbij staat vast dat er geen sprake is van uitputting. En dat verklaart dan ook wat ze bedoelden met de on-line diensten: wie een video streamt, en daar een kopie van maakt, kan geen uitputting claimen.
Helaas vermoed ik dat geen rechthebbende het met me eens gaat zijn. Cynisch verwacht ik dat de softwaremannen überhaupt dit arrest gaan negeren zolang ze kunnen en gaan dreigen met rechtszaken tegen wie toch zijn licenties doorverkoopt. Maar een uitputtingsregel bij downloadbare content lijkt me minstens zo belangrijk als een uitputtingsregel bij downloadbare software.
Arnoud