Is ov-chipkaarten verkopen voor 37,50 een oneerlijke handelspraktijk?

Bron: Wikimedia Commons, Moeerd

Het is een veel voorkomende ergernis: ergens een product bestellen zoals de OV-chipkaart, en dan blijkt dat je veel meer betaalde dan bij de uitgever daarvan zelf (Trans Link Systems). Dat vonden ze bij TLS ook, want ze stapten naar de rechter om een verbod wegens oneerlijke handelspraktijken te eisen tegen het bedrijf Kings Online.

Het vonnis legt uit:

Kings Online biedt via twee websites (www punt reisproductaanvragen punt nl, en www.persoonlijkreisproduct.nl., verder: de websites) een bemiddelingsdienst aan, waarmee zij voor consumenten een OV-chipkaart bestelt. De consument moet daarvoor € 37,50 betalen. Als consumenten de OV-chipkaart via de website van de officiële uitgever Translink bestellen, bedragen de kosten daarvoor € 7,50.
Zowel Translink als reizigersorganisatie Rover vonden dat het bedrijf zich hiermee schuldig maakt aan oneerlijke handelspraktijken, omdat de websites en marketing van Kings Online misleidend zijn. Je zou makkelijk de indruk kunnen krijgen dat je gewoon bij TLS zelf een kaart bestelt, en dat die gewoon 37,50 kost.

De site is offline, maar via Archive.ph is een snapshot te bekijken. Het gaf mij meteen de indruk van wat ik “Welkom bij merknaam“-sites noem: héél neutraal over de exploitant, de merken en logo’s van het verkochte pontificaal in beeld en zo op de vlakte mogelijk over waar je bent en wat je gaat doen.

Zo ook hier: “Vraag nu je persoonlijke OV-chipkaart aan”, stockbeeld van mensen die in- en uitchecken en een helpdesk die voor je klaar zit. Je moet echt even zoeken voordat je “Reisproduct Aanvragen is een tussenpersoon en handelt niet voor of namens OV-chipkaart.nl” tegenkomt.

De rechtbank begint echter nog een stapje eerder, namelijk bij de Google-zoekresultaten. Daar zie je deze site als gesponsord resultaat bovenaan, met als belofte “direct regelen” en “binnen 5 minuten aangevraagd”. Nergens staat dan “wij bemiddelen bij TLS voor jou”.

Kom je op de site (klik op plaatje voor groot, uit vonnis), dan blijft het nog steeds nogal in het midden wat er gebeurt. Je wordt vooral het bestelproces in geleid. Die korte tekst dat men bemiddelaar is (wat hier een juridische vakterm is, en dus onduidelijk) verdwijnt dan heel snel uit beeld.

Deze consument komt dus naar alle waarschijnlijkheid in het bestelproces en rondt deze af zonder op de hoogte te zijn van het feit dat hij daarmee een bemiddelingsdienst heeft afgesloten, en niet zelf een OV-chipkaart heeft besteld. Dat dit veel consumenten ook daadwerkelijk is overkomen, blijkt ook uit de verschillende klachten die Rover heeft ontvangen of die te lezen zijn op websites als Trustpilot.
De kleurstelling van de site doet ook sterk denken aan die van NS en Translink. En vooral is onduidelijk welk voordeel je nou hebt bij het hier bestellen. Je betaalt 30 euro meer, er wordt algemeen geschermd met voordelen maar concreet wordt dat niet.

De aanbieder noemt in dit verband:

  1. een controle van de gegevens die gebruikers in moeten voeren voor de aanvraag van hun OV-chipkaart;
  2. de gebruiksvriendelijkheid (de technische uitvoering van de website;
  3. de informatievoorziening en de talen waarin de website wordt aangeboden); en
  4. de klantenservice.
Punt 1 is grofweg wat TLS zelf ook doet. Punt 2 is matig: je moet drie stappen doorlopen in plaats van zes, maar om nou te zeggen dat dat wezenlijk efficiënter is, meh. En inderdaad, deze site is in het Pools en Arabisch te gebruiken terwijl TLS alleen Nederlands en Engels kent. Er is een ‘eigen’ klantenservice, maar ook dat blijft wat vaag.

Alles bij elkaar ziet de rechter een duidelijke overtreding:

Uit het voorgaande volgt dat Kings Online zich schuldig heeft gemaakt aan oneerlijke handelspraktijken. De verschillende redenen daarvoor zijn los besproken, maar moeten in samenhang worden bezien. Doorslaggevend is het totaalbeeld dat (het gebruik van) de websites van Kings Online oproept bij de gemiddelde consument. Het gaat als het ware om de hele ‘reis’ van de consument, vanaf het moment dat de consument overweegt een OV-chipkaart aan te schaffen, totdat de dienst van Kings Online is afgenomen.
Dit op straffe van een dwangsom van 25.000 euro per dag met een maximum van € 500.000. De bestuurder van de bv wordt echter niet verboden om andere sites met ov-chipkaartbemiddeling op te zetten, wat ik frustrerend vind maar begrijpelijk: het is niet verboden zo’n site te hebben in het geval je géén oneerlijke handelspraktijken hanteert.

Arnoud

 

 

Geldt de 14-dagenperiode ook bij app-premiumabonnementen?

Photo by Markus Winkler on Unsplash

Via Reddit:

Op 18 januari hebben ik een proefperiode van een premium versie van een app gestart. De proefperiode zou duren tot 24 januari. Ik heb in mijn agenda genoteerd dat ik het op moest zeggen op de 23ste, maar ben dit vergeten (dom dom). Inmiddels is het abonnement (1jaar abonnement) ingegaan en is de betaling via de appstore afgeschreven. [Kan ik me beroepen op de wettelijke 14 dagen ontbindingsperiode?]
Veel premiumversies van apps werken inderdaad met een abonnementsmodel, waarbij je per maand of per jaar een bedrag betaalt voor de functionaliteit. Die komen vrijwel altijd met een korte proefperiode, zoals ook hier.

De hoofdregel dat je alle online gesloten overeenkomsten kunt annuleren (ontbinden) binnen 14 dagen, kent een aantal uitzonderingen. Apps heten onder de wet “digitale inhoud die niet op een materiële drager is geleverd”, en volgens art. 6:230p onder g BW is het retourrecht dan uitgesloten wanneer

  1. de nakoming is begonnen met uitdrukkelijke voorafgaande toestemming van de consument;
  2. de consument heeft verklaard dat hij daarmee afstand doet van zijn recht van ontbinding; en
  3. de handelaar een bevestiging heeft verstrekt [dat de overeenkomst is gesloten en afstand is gedaan, 230t lid 2]
Bij vrijwel alle app-aankopen wordt met deze constructie gewerkt. Je krijgt dan een popup of verplicht aan te vinken vakje dat je afstand doet van je recht van ontbinding, en direct daarna kun je de app meteen gebruiken. Aangenomen dat je dat ook in je bevestigingsmail te lezen krijgt, is je recht dan inderdaad vervallen.

Het gaat hier om een periodieke betaling in de vorm van een abonnement, niet een eenmalige prijs voor de digitale koop van die app. Voor mij is even de vraag of de aard van de overeenkomst daarmee verschuift naar dienstverlening. Ik neig naar van niet, omdat uiteindelijk wat je krijgt die app is. Niet “de dienst van het werkend houden van de app”, want de leverancier doet niets – de app staat aan en blijft aan.

Maar ook als je dit wel een dienst noemt, is de uitkomst hetzelfde. Volgens punt d van datzelfde artikel 6:230p BW kun je ook bij dienstverlening afstand doen van je recht van ontbinding mits je dat vooraf verklaart en de levering van de dienst meteen begint.

Arnoud

Ook als je ict-leverancier ISO27001 is, ben jij aansprakelijk voor de beveiliging

Photo by Alex Suprun on Unsplash

Als je mailsysteem wordt gehackt, kan dat onder de AVG verwijtbaar zijn. Dat bepaalde het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden onlangs. Je bent als bedrijf zélf aansprakelijk voor je beveiliging, ook als je daar een bureau voor inschakelt.

Stel je koopt een nieuwe auto, krijgt betalingsinstructies van de garage gemaild en betaalt. Vervolgens blijken die instructies van een ‘hacker’ te komen. Wiens schuld is dat? Dat was de kwestie waar het Hof in 2024 zich voor gesteld zag. Zoals ik destijds blogde:

Die derde was kennelijk goed voorbereid: forensisch onderzoek op de logs liet zien dat er een paar wachtwoorden waren geprobeerd, en toen met succes kon worden ingelogd. Daarna is meegelezen in de mailbox, gespot dat iemand nog moest betalen en gauw een Duits IBAN gestuurd waar het geld naartoe kon. Slim en snel geschakeld, riekt wel ergens naar een inside job.
Het Hof had het vermoeden dat het autobedrijf haar beveiliging niet op orde had. Met name zat zij met de vraag waarom het bedrijf niet zelf de wachtwoorden had ingesteld, maar dat aan de ict-leverancier had overgelaten. Daarom kreeg het bedrijf de opdracht aan te tonen dat zij wél adequaat had gehandeld, en dus onder de AVG niets te verwijten zou zijn.

Medio 2025 verscheen een vervolgarrest waarin het Hof concludeerde dat het bedrijf haar zaakjes niet op orde had. Het bedrijf had met name gewezen op haar beperkte omvang en het feit dat zij zwaar leunde op een ISO 27001 gecertificeerde leverancier. Dat is allemaal mooi en aardig, maar het maakt niet dat je niet meer aansprakelijk bent als er dan toch wat misgaat. (Misschien kun je de schade verhalen op de leverancier, maar dat is iets tussen jullie twee.)

Het grootste probleem was echter dat de uitleg bleef steken in algemeenheden (“[Leverancier] zorgt ervoor dat alles 24/7 gemonitord wordt op o.a. het functioneren en security gerelateerde issues.”), zodat niet duidelijk wordt wat hier specifiek dan misgegaan was. Het Hof las dan ook over een door de leverancier ingesteld wachtwoord en concludeert vervolgens dat de beveiliging niet in orde was.

Bleef over de vraag of het autobedrijf dan werkelijk de volle 100% van de schade moest vergoeden. Heb je als koper niet ook een stukje onderzoeksplicht, phishing en oplichting is immers aan de orde van de dag.

Het eindarrest laat zien dat er door het bedrijf met de koper was gemaild over de eindafrekening. Het laatste bericht had als strekking “als je de auto morgen wilt ophalen, wil je dan vandaag betalen”. Vlak daarna sprong de hacker in de mailketen met betaalinstructies. Inderdaad, héél knap als dat zuiver toeval is geweest.

Geen argwaan nodig dat er instructies volgen nadat is gezegd “wil je vandaag betalen”. Alleen, de koper had misschien wél moeten zien dat er nu een ander IBAN werd verschaft (uit Duitsland) dan waarop de aanbetaling (Nederland) was gedaan. En bij het internetbankieren had zijn bank dan (waarschijnlijk) gezegd dat zij niet konden zien of die rekening echt van [autobedrijf] was. De koper had dus even moeten navragen of het klopt, dat nu het geld naar Duitsland had gemoeten.

Tegelijk oordeelt het Hof ook dat óók een kleine onderneming moet doen wat ze kan op cyberbeveiligingsgebied. Hier betekent dat: beheer je eigen wachtwoorden. Uitbesteden van je security is loffelijk, maar betekent niet dat je op álles achterover moet leunen. Alles bij elkaar moet het bedrijf daarom de helft (13.000) van de schade vergoeden.

Arnoud

 

Mijn collega laat Siri de hele dag meeluisteren, mag dat?

Photo by omid armin on Unsplash

Een lezer vroeg me:

Op mijn nieuwe werkplek zit ik met meerdere personen op een kamer. Eén daarvan is een iPhone gebruiker die ook Siri gebruikt. Ze praat er zelf tegen (zoals muziek op haar oortjes bestellen) maar dat ding zit dus de hele dag mee te luisteren. Ook naar mij. Mag dat zomaar?
Juridisch gezien mag er weinig zomaar. Hier maakt het wel uit of die collega Siri met deze functionaliteit inzet voor het werk, of alleen voor privédoeleinden.

Afgaande op de beschrijving lijkt het een privételefoon die de collega gebruikt tijdens het werk. De persoonsgegevens die dan verwerkt worden, vallen wat mij betreft dan duidelijk onder de AVG-exceptie van “zuiver persoonlijke of huishoudelijke activiteit”. De collega heeft gegevens van de vraagsteller niet nodig, en Siri zal diens uitspraken negeren.

Het kan een vervelend gevoel geven. Daar moet de werkgever (soms) iets mee vanuit goed werkgeverschap. Wrevel op de werkvloer is op zichzelf ongewenst. Een instructie geven dat je maar gewoon typt of klikt op je telefoon, lijkt me niet meer dan redelijk.

Als de collega de telefoon ook gebruikt voor werkzaken, dan wordt de AVG ineens wél van toepassing. Denk aan opnemen en transcriberen van werkoverleg. (Er is een grijs gebied als je voor jezelf zulke opnames maakt.) In die situatie zal de werkgever dus inhoudelijk iets moeten vinden van dergelijke opnames.

Arnoud

Boete voor Fortnite-eigenaar vanwege het aanzetten van kinderen tot aankopen

(uit vonnis)

Gameontwikkelaar Epic Games International moet van de rechter de boete van 1,1 miljoen euro betalen die opgelegd is door Autoriteit Consument & Markt (ACM). Dat las ik bij Nu.nl. Ik zou epic fail moeten zeggen want het bedrijf krijgt werkelijk nergens gelijk.

In 2024 beboette de toezichthouder de exploitant van het populaire Fortnite. Dit omdat kinderen rechtstreeks werden aangemoedigd om geadverteerde producten te kopen of om hun ouders of andere volwassenen daartoe over te halen. Zie bijvoorbeeld het plaatje hiernaast met de knop “I want the battle pass”. Ook termen als “Check it out”, “Get it now”, “Get [naam item]’’ of “Grab it’’ zijn vrij duidelijk gericht op kopen-kopen-kopen.

Maar er was meer, zoals te lezen was in het originele Sanctiebesluit met de boete:

Bij het aanbod in de Item Shop wordt onder andere gebruik gemaakt van timers (in combinatie met roulerend aanbod). Timers duiden op een beperking in tijd om te beslissen over een aanbod. Het roulerend aanbod na afloop van de timer wijst op (kunstmatige) schaarste. Kinderen zullen logischerwijs denken dat items in de Item Shop na afloop van de timer niet meer beschikbaar zijn en dat kan gevolgen hebben voor hun aankoopbeslissing.
Zo’n manier van druk uitoefenen is ook een vorm van agressief of oneerlijk handelen als bedrijf jegens consumenten, dus dan al helemaal jegens kinderen.

Epic’s argument in beroep bij de rechter: dat is geen aanzetten tot koop want je moet nog een heel bestelproces door. Nope, zegt de rechter:

Die stappen doen er immers niet aan af dat er op het eerdere scherm al uitingen staan die rechtstreeks aanzetten tot aankoop. De verbodsbepaling beoogt te voorkomen dat kinderen rechtstreeks aangespoord worden om te kopen. De bepaling ziet niet op kinderen voldoende gelegenheid bieden hun opties te overwegen voordat zij tot aankoop besluiten. Ook is in dit verband – zoals de ACM terecht stelt – niet relevant of de aankoop daadwerkelijk is gedaan.
Epic had verder nog betoogd dat de term “kind” te ongenuanceerd werd toegepast: iedereen onder de 18. Er zijn vele gradaties “kind” en zij wilde daarom een principiële uitspraak over dat begrip:
Epic betoogt … dat de ACM bij het begrip kind onterecht uitgaat van een homogene groep “tot 18 jaar”. Zij voert – onder verwijzing naar literatuur, soft law en een uitspraak van een Duitse rechter (procedure bij het Landgericht Berlin (LG Berlin) – aan dat de ACM bij de beoordeling van reclame-uitingen onderscheid zou moeten maken tussen kinderen tot en met 15 jaar en jongeren (adolescenten) van 16 jaar en ouder.
Dat onderscheid vanaf 16 kennen we bijvoorbeeld uit de AVG, dus helemaal uit de lucht gegrepen is dit niet. Maar de rechter ziet nergens hoe Epic in haar implementatie dat onderscheid maakt. Het is bijvoorbeeld niet zo dat die aanprijzingen alleen getoond worden bij zestienplussers, bijvoorbeeld. Dus ze maken net zo goed reclame bij de jongere groep.

Uiteindelijk blijft dan gewoon een serie dark patterns over (zoals de rechter het terecht omschrijft) waarmee kinderen worden aangespoord om dingen te kopen in het spel. Dat heeft de ACM adequaat onderbouwd en ook de hoogte van de boete is prima gemotiveerd.

Arnoud

 

Wie draagt het retourrisico als de ondernemer een vooruitbetaald retourlabel verstrekt?

Photo by Kampus Production on Pexels

Een recente Tweakersdiscussie bracht het weer onder mijn aandacht: wordt je als ondernemer verantwoordelijk voor een retourzending als je een prepaid label verstrekt aan de consument?

Even recapituleren: de hoofdregel bij een retourzending onder de Wet koop op afstand is dat je als consument het risico draagt totdat het pakket bij de ondernemer is. De winkel moet de kosten betalen, tenzij ze vooraf hebben gezegd dat het op kosten consument is.

Een retourzegel is een makkelijke manier om dat punt van de kosten op te lossen. Die kun je in bulk inkopen en eenvoudig verstrekken. Maar betekent het verstrekken van zo’n zegel ook dat jij het eigenlijk dan op jouw verantwoordelijkheid laat terugzenden?

De Geschillencommissie meent van niet. Zij zien een retourlabel als niet meer dan een vergoeding voor de kosten. Zoals in deze uitspraak, waarin men zegt

Rechtens komt het terugzenden van de camera voor risico van de consument ook in het geval deze daarbij gebruik maakt van een als service door de ondernemer verstrekte retourlabel waarmee de camera gratis kan worden geretourneerd.
Een vaker aangehaalde is deze zaak uit 2022, die echter niet verder komt dan “maakt niet uit wat je doet, pas als het bij de ondernemer over de drempel is”. Er is weinig onderbouwing, maar tussen de regels door lees ik dat een zorg is dat je geen grip hebt op wat iemand terugstuurt. Als je zelf een koerier langs laat komen, dan heb je wel enige grip.

Brancheorganisatie Thuiswinkel onderschrijft dit maar geeft wel aan:

Dit kan anders zijn als een retourmethode wordt opgelegd. Dan heeft de consument namelijk geen keuze en heeft hij alleen de instructies van de webwinkel opgevolgd.
Dat kan dus die “onze koerier komt bij u langs” optie zijn, maar ook een standaard online route waarbij je de retour aanmeldt, een label krijgt en opgedragen krijgt om naar PostNL/DHL/UPS/wiedanook te gaan voor de retourzending.

Een recente rechtszaak benadert het via een andere insteek. Hier had een consument kleding van Zalando tijdig retour gezonden met gebruik van een retourlabel dat door Zalando ter beschikking was gesteld. De retourzending raakte vermist. Wiens risico is dat nu?

Allereerst was er die discussie over wat er dan daadwerkelijk was verzonden. Vanwege een procedurefout van de incassopartij van Zalando geeft de rechter de consument hierin gelijk. Maar essentieel voor mij is dat de consument naar vervoerder DHL is gegaan maar geen gehoor kreeg omdat zij niet de opdrachtgever was:

Daar komt bij dat [gedaagde] in mei 2022 aan [incassopartij] Alektum heeft bericht dat zij contact had opgenomen met DHL over de vermissing van de retourzending, dat DHL haar echter had laten weten niets voor haar te kunnen betekenen omdat het Zalando is die voor de retourzending heeft betaald en het retourlabel heeft aangemaakt, en dat alleen Zalando een onderzoek naar het vermiste pakket kan starten.
Dit gaat dus in tegen de stellingname van de geschillencommissie dat het de consument is die de opdrachtgever is van de vervoerder. Misschien is dit specifiek voor DHL, maar ik heb het vaker in de mail gehad van mensen die retourzendingen kwijt waren bij diverse vervoerders.

Arnoud

Mag je uit een adresboektoestemming afleiden dat je elkaars aandelentransacties mag zien?

Photo by BOOM ? Photography on Pexels

Een lezer vroeg me:

Laatst kwam in het nieuws dat sommige bunq-klanten in de bunq-app de aandelenhandel van hun contacten kunnen zien. Bunq zegt dat gebruikers bij het installeren van de bunq-app twee keer de vraag krijgen of ze de app toegang willen geven tot hun contacten, maar klanten geven aan dat niet duidelijk genoeg is dat die contacten dan ook je aandelen- en cryptotransacties kunnen zien. Hoort bij de vraag om toestemming niet duidelijk te worden vermeld waar deze toestemming precies voor is?
Inderdaad eist de AVG dat toestemming “vrij, specifiek, geïnformeerd en ondubbelzinnig” is. Uit het punt “geïnformeerd” volgt dat je moet weten waar je allemaal toestemming voor geeft. En als dat meer dan één ding is, dan moet dat dus worden uitgesplitst.

Er is wat discussie over of je de toestemmingsvraag mag combineren (alles ja of alles nee), maar dat je apart moet noemen voor welke dingen de toestemming geldt, is geen onderwerp van discussie.

Bunq zegt ‘Als je Bunq downloadt, krijg je tweemaal de vraag of je toegang geeft tot je contacten’ en daarna ‘Die lijst wordt gebruikt om te verbinden met andere Bunq-gebruikers. Je kunt daarna de functie aan- en uitzetten.’ Die eerste vraag is een klassieker, maar natuurlijk enorm onduidelijk. Het gaat er niet om of bunq bij je adresboek mag, maar waarom. En dat staat er niet bij.

Verder zegt de wordvoerder dus dat je daarna “de functie” van het aandelendelen kunt aan- en uitzetten. Dat gaat via je Instellingen:

  1. Open the Crypto tab in the app
  2. Tap the Settings Gear in the top right corner
  3. Disable the toggle “See Friend’s Trades”
Nou is dat een duidelijke toestemmings-knop, alleen staat deze dus standaard áán zodra je de toegang tot contacten verleent. En dat klopt niet. Of de “toegang tot contacten”-vraag had ook een “laat contacten je aandelenhandel zien”-tekst moeten hebben, of er had een aparte vraag moeten komen voor deze optie. Of hij stond gewoon uit tot je hem ontdekte.

Arnoud

Heb ik recht op (duurdere) gelijkwaardige RAM als mijn huidige module niet meer verkocht wordt?

Photo by Harrison Broadbent on Unsplash

Een lezer vroeg me:

Ik heb geheugenmodules (RAM) gekocht waarop nog garantie zit, maar één daarvan is defect geraakt. De verkoper verkoopt dit exacte type inmiddels niet meer. Zij gaan het opsturen naar de fabrikant om te laten repareren. Lukt dat niet, dan krijg ik mijn geld terug. Alleen, in de tussentijd is de prijs van vergelijkbaar geheugen echter sterk gestegen, waardoor ik voor dat bedrag geen gelijkwaardig product meer kan kopen. Heb ik geen recht op vervanging voor een gelijkwaardig product?

De term ‘garantie’ en de verwijzing naar de fabrikant maken het even spannend wat hier nu gebeurt. Want deze consument heeft twee routes om de RAM-modules hersteld of vervangen te krijgen:

  1. Inroepen van de fabrieksgarantie, met inachtneming van de spelregels daarvan;
  2. Een beroep op de conformiteitseis (“wettelijke garantie”), waarbij de winkel het dan moet oplossen en de wettelijke regels gelden.

Voordeel van route 1 is dat deze meestal sneller is, en als je binnen de kaders valt je eigenlijk ook wel krijgt wat je nodig hebt. Ook biedt het soms oplossingen voor dingen die wettelijk niet gedekt zijn, zoals slijtage of vlekschade. Maar het is vrijwillig, en als je dan halverwege toch niet blijkt te voldoen dan heb je pech.

Route 2 biedt expliciete rechten en bovendien hoef je geen contact te hebben met ver weg gevestigde fabrieken en hun procedures. Want de verkoper is je enige aanspreekpunt. Maar deze route kan wel hard werken zijn, zeker wanneer de verkoper ook maar doorschuift wat de fabrikant hem aanreikt.

Ik ga er maar even van uit dat de consument route 2 heeft ingezet, en dat de winkel vanuit technisch oogpunt de fabrikant er bij gehaald heeft. Vrij logisch bij zo’n specialistisch product. Maar het betekent niet ineens dat je overgeleverd bent aan de eisen van de fabrieksgarantie.

De wet zegt dat bij een nonconform product je recht hebt op herstel of vervanging. Jouw keuze, tenzij die onmogelijk is of “niet gevergd” kan worden gezien de situatie. Herstel van een bij transport gebroken theekopje is bijvoorbeeld onzin, dus daar heb je automatisch recht op een nieuwe.

In dit geval is herstel wellicht mogelijk, dus de consument moet even afwachten. Maar als de uitkomst is dat het product onherstelbaar defect is, dan heeft hij dus recht op vervanging. Probleem is echter dat dit product niet meer wordt gemaakt, dus een nieuwe als alternatief is onmogelijk.

Echter, als een product niet meer leverbaar is, moet de winkel eenvoudigweg een gelijkwaardig alternatief leveren. En daarbij gaat het niet om de prijs of de prijs/prestatieverhouding: het product moet op inhoudelijke, functionele criteria voldoen. Ik vond dit wat ouder vonnis waarbij voor een auto de kleur meewoog.

Bij RAM (altijd lichtpaars) zijn de technische specificaties normaal makkelijk te achterhalen, zodat een gelijkwaardig setje goed te vinden moet zijn. Dat het duurder is, is daarbij niet relevant. Pas als het zó veel duurder is dat we uitkomen bij “niet gevergd”, zou de winkel vervanging mogen weigeren.

Arnoud

 

Baas leest privé-appjes en moet werknemers elk 2000 euro betalen

Photo by Christian Wiediger on Unsplash

Een Noord-Hollands horecabedrijf moet twee voormalige werknemers elk 2000 euro betalen, omdat de leiding van het bedrijf door hun privé-appberichten had zitten te neuzen.  Dat meldde RTL onlangs. Privé-apps op de werklaptop, wel te verstaan. Dus een mooi precedent tegen alle “de werkgever mag alles op de werkapparatuur”-roepers.

De achtergrond is weinig verrassend een zakelijke ruzie:

De zaak betreft twee jonge koks, die sinds eind 2024 werkten voor een Haarlems café-restaurant, dat onder het Amsterdamse horecabedrijf De Jaren valt. De mannen, die goede vrienden van elkaar zijn, waren door het bedrijf aangetrokken om een nieuw concept voor de keuken te ontwikkelen. Maar de invoer daarvan werd enkele malen uitgesteld, tot frustratie van de koks.
De twee bespraken dit via een Whatsapp-chat, en eentje gebruikte daarbij de zakelijke laptop. En dat ging mis, zo las ik in het vonnis:
[leidinggevende] had de laptop van [bedrijf] nodig om iets te checken voor een partij. Toen ze de laptop opende stond er een chat open tussen [kok 1] en [kok 2]. (Zie bijlage).
Ik denk dat de meeste werkgevers wel beseffen dat je niet gaat zoeken en spitten in privéchatapplicaties. Maar ik zie ook wel dat het onvermijdelijk is als je een laptop opent voor een legitiem doel en je dan een privéconversatie ziet, dat je die dan leest.

Uiteraard is die “als” in de vorige zin cruciaal: als de werkgever gaat snuffelen in WhatsApp-conversaties, wordt het een heel ander verhaal. En dat is natuurlijk een welles-nietes discussie. Maar, zoals de rechter aangeeft, het gaat er vooral om wat je vervolgens doet:

Het is voor de kantonrechter feitelijk onduidelijk gebleven of [die leidinggevende] bewuste handelingen heeft verricht om toegang te verkrijgen tot het WhatsApp-gesprek tussen [verzoeker 1] en [verzoeker 2]. Wel staat zonder meer vast dat zij, nadat zij toegang had, gedurende geruime tijd door de berichten heeft gescrold en actief het gesprek heeft doorzocht. Vervolgens heeft zij zonder toestemming of overleg met [verzoeker 1] en [verzoeker 2] foto’s gemaakt van onderdelen van het gesprek en deze beelden gedeeld met [betrokkene 1], [betrokkene 2] en [betrokkene X].
Zelfs als het scherm dus open stond en je de berichten niet kón missen, dan had je als leidinggevende zo snel mogelijk je ogen moeten sluiten. Als je dat niet doet, is dat ernstig verwijtbaar. En dat werkt door in wat je vervolgens doet:
[bedrijf] heeft zelf bevestigd dat de ontstane vertrouwensbreuk — die uitsluitend het gevolg was van kennisname van de privé-berichten — bepalend was bij de keuze om de arbeidsovereenkomsten niet te verlengen. Daarmee staat vast dat zonder de ongerechtvaardigde inbreuk op de privacy van [kok 1] en [kok 2] deze vertrouwensbreuk niet zou zijn ontstaan. Het causale verband tussen de privacy-schending en het niet-verlengen van de arbeidsovereenkomsten is daarmee direct en evident.
Bijgevolg krijgen ze ieder een billijke vergoeding van € 2.000,- bruto. Omdat ze vrijwel direct een andere baan hadden gevonden, is er geen inkomensschade.

Ik moet zeggen, het klopt helemaal maar als werkgever zou ik het héél moeilijk vinden zo’n stevige negatieve tekst over mij of mijn bedrijf van me af te zetten. Hoe zouden jullie dat doen?

Arnoud

Mag de VVE beheerder ons allemaal hun nieuwsbrief door de inbox duwen?

Photo by Nate Watson on Unsplash

Een lezer vroeg me:

Ons appartementencomplex werkt met een VVE beheerder in opdracht van onze VVE. Nu stuurt deze een nieuwsbrief naar alle bewoners, met de “laatste activiteiten” van de VVE beheerder zelf. Dus niet namens de VVE of uitsluitend over ons complex, maar hoe goed zij wel niet bezig zijn door het hele land. Mijn klacht werd afgedaan met “dit is toegestaan omdat het om gelijksoortige diensten gaat” en ik moest me maar afmelden met de link. Hoe zit dit juridisch?
De eerste vraag bij een nieuwsbrief is altijd wat de inhoud is. Vaak wordt de term als synoniem voor reclame gebruikt, maar het kan ook gewoon een brief met nieuws zijn. Zeker bij een VVE of andere vereniging zie ik dat vaak gebeuren (zoals bij de Advocatenorde in 2019).

De strenge regels over opt-in bij nieuwsbrieven gelden juridisch namelijk alleen bij reclame, dus commerciële nieuwsbrieven. En voor de duidelijkheid: dat je als bedrijf een nieuw product of een kortingsactie hebt, is misschien wel nieuws maar toch echt vooral reclame. Hetzelfde gebeurt als je je serviceberichten van al te veel gezelligheid over je dienstverlening voorziet.

Zo te lezen gaat het hier om een promotionele nieuwsbrief van de VVE. Dat is al heel snel reclame, ook al worden er niet concreet producten verkocht of kortingen aangeboden. Dergelijke nieuwsbrieven vereisen dus toestemming.

De VVE beheerder beroept zich hier op de uitzondering voor “eigen gelijksoortige producten en diensten” uit de antispamwet. En het klopt, je mag op basis van opt-out je klanten mailen over ‘gelijksoortige’ dingen. (Die term ‘gelijksoortig’ wordt vrij breed uitgelegd; vrijwel iedere webwinkel gooit gewoon de algemene nieuwsbrief eruit en stemt de inhoud niet af op wat je daadwerkelijk gekocht hebt.)

Deze uitzondering kent twee aspecten waar het vaak op misgaat. Allereerst moet er bij verkrijging al gemeld zijn dat dit gaat gebeuren, en moet je dan al bezwaar kunnen maken. Dit is dus waarom nieuwsbriefvinkjes bij webshops vooraf aangevinkt mogen zijn. Het weghalen van dat vinkje is dan het bezwaar maken.

Daarnaast moet het gaan om partijen met wie je een klantrelatie hebt. Nou geldt dat soms ook bij een gratis dienst, maar bij een VVE beheerder zie ik die relatie niet. Als je al ergens ‘klant’ bent als bewoner, dan is dat bij de VVE en niet bij de door de VVE ingeschakelde beheerder.

Daarnaast zit ik AVG-technisch met het punt dat de VVE beheerder die mailadressen als verwerker onder zich heeft, bijvoorbeeld om de contributiefacturen te versturen of updates over onderhoud te melden. Dergelijke gegevens mag je sowieso niet voor eigen doeleinden zoals reclame inzetten.

Als we dan héél ver gaan zoeken, dan kom ik uit bij de KNTLB-situatie: de VVE had geld nodig en verhuurt het ledenbestand aan de beheerder, die dan commerciële reclame stuurt. Dan passeren we die verwerkersdiscussie. Dit past dan binnen de lijntjes van het Hof van Justitie over gerechtvaardigd belang, zij het dat de leden dan wel vooraf geïnformeerd hadden moeten worden – én bezwaar hadden kunnen maken.

Arnoud